ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008

JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

JESSE MALIN - MERCURY RETROGRADE – LIVE IN NEW YORK CITY

THE BRIDGE - BLIND MAN'S HILL

ROB LUTES - TRUTH & FICTION

TOMCAT COURTNEY - DOWNSVILLE BLUES

WILLY VLAUTIN - A JOCKEY’S CHRISTMAS

NEIL YOUNG - SUGAR MOUNTAIN : LIVE AT CANTERBURY HOUSE 1968

KENNY NEAL - LET LIFE FLOW

DAVID BYRNE & BRIAN ENO - EVERYTHING THAT HAPPENS WILL HAPPEN TODAY

DERRIN NAUENDORF - SKIN OF THE EARTH

WILL T. MASSEY - WAYWARD LADY



 

 

JESSE MALIN
MERCURY RETROGRADE – LIVE IN NEW YORK CITY
Website Myspace Contact
Label : One Little Indian Distr. : Bertus

 

De energie spat er meestal met bakken van af als de New Yorkse singer-songwriter en rocker Jesse Malin op het podium staat. In maart bespraken we zijn recentste studioplaat “On Your Sleeve” met daarop een resem covers van liedjes van zijn eigen idolen. Nu verschijnt er alweer nieuw werk van deze rasartiest, zij het een wat oudere registratie van twee live optredens in the Mercury Lounge in New York City in december 2007. Dus geen spoor van de nummers uit die laatste studioplaat maar wel een mooie bloemlezing van zijn hits uit de voorbije drie platen “The Fine art Of Self Destruction”, “The Heat” en “Glitter In The Gutter”. Zo genieten wij samen met het aanwezige publiek van semi-akoestisch gebrachte rocksongs als “Lucinda”, “Wendy”, “High Lonesome”, “Subway”, “Aftermath” en “Going Out West”. Maar ook tijdens dit optreden eert hij zijn helden met o.a. een bloedstollende versie van Neil Youngs’ “Helpless” en van “Broken Radio” dat hij op plaat samen met ‘the boss’ Bruce Springsteen heeft ingezongen. De in januari 40 jaar geworden Jesse Malin schittert als hij rockt maar ontroert evenzo als hij zijn ballads ten gehore brengt. Met die typerende snik in zijn stem klinken liedjes als “Cigarettes & Violets”, “Since You’re In Love” en “Goin Out West” ook live wondermooi. Het is vooral in die songs dat we de invloeden van zijn goede vriend Ryan Adams menen te herkennen. Tussen de songs door toont Jesse Malin ook zijn onderhoudende zijde als verteller en geeft hij grappige commentaren op de huidige internetgeneratie en de IPod-downloaders die liever achter hun computer zitten dan naar een echt live optreden te komen. Het live concert wordt – gezien de eindejaarsperiode waarin het optreden plaatsvond – mooi afgesloten met de song “Xmas (Baby Please Come Home)” die we ook nog kennen in de versie van U2. Natuurlijk ontbreken er hier ook enkele hits die we wel verwacht hadden op deze plaat. Zoals “Queen Of The Underworld”, “Basement Home” en “Mona Lisa”. Maar het gaat hier dan ook (nog) niet om een “Greatest Hits”-plaat. Voor de echte fans (waar ik me graag aan toevoeg) werden er overigens 5 studiosongs aan deze live-cd toegevoegd, weliswaar enkel voor de Europese editie van deze cd. Wellicht overschotjes van vorige studio-opnamen en B-kantjes van singles maar helemaal terecht nu toch vrijgegeven voor het grote publiek. Zo horen we een intimistische versie van “It’s Not Enough” en de afsluitende traditional “Fairytale Of New York” die wij ons nog herinneren van de historische versie die de Pogues ooit van die song brachten. “Mercury Retrograde” is niet direct geschikt voor diegenen die nog kennis moeten maken met Jesse Malin. Zij grijpen beter terug naar de eerdere studioplaten. Maar de fans die deze platen al lang in hun collectie hebben zitten zullen zich weer uitstekend vermaken met deze live-plaat.
(valsam)



 

 

THE BRIDGE
BLIND MAN'S HILL
Website Myspace
Label: Hyena Records
Distr.: Bertus

 

The Bridge is een band uit Baltimore, geformeerd rondom Cris Jacobs en wil niet het zoveelste bandje zijn dat probeert mee te liften op het succes van hun geslaagde voorgangers. De belangrijkste drijfveer voor hun muzikale uitspattingen is dat het leven één groot feest is. Geen onbekend fenomeen, feesten is gewoon de enige manier om de sleur van alledag te doorbreken. The Bridge zal nooit en te nimmer depressief in een hoekje wegkwijnen, want de kleine man gaat gewoon vrolijk door. En dat allemaal voor een band met de gemiddelde leeftijd van dertig plus. Of er een lineair verband bestaat tussen leeftijd en kwaliteit is hier natuurlijk de brandende vraag. Aan de eerste track zal het niet liggen, want "Honey Bee" is meteen één van de hoogtepunten op deze schijf. Aan deze song is aandacht besteed en dat hoor je duidelijk terug. Zo is "Heavy Water" ook van een aardig kaliber, songs die het zeker gaan doen tijdens hun live optredens. Vrolijke funky groove songs wat de klok slaat. Ik ben altijd gek geweest op de afgemeten ritmiek van deze mannen. Het dansende, precies weten waar de accenten moeten liggen. Dát is muziek maken. Geen hersenloos voort knotsen. Dynamiek aanbrengen, spanning in elke noot leggen. The Bridge kan dat. In deze band zit zanger/gitarist Cris Jacobs die in elke song een solo van duizend volt zou kunnen spelen, alsmede een saxofonist, Patrick Rainey, die je om de tien seconden moeiteloos uit je zetel zou kunnen blazen, maar zo dom zijn ook de anderen, Kenny Liner (mandolin, percusie), bassist Dave Markowitz, drummer Mike Gambone en toetsenist Mark Brown niet. Bij The Bridge staat alles ten dienste van de song, en moet je een plaat vijf keer hebben gehoord voor je merkt: fuck, daar achterin, diep verscholen, zit nog iets heel moois. Zelfs het genre is ondergeschikt aan het verhaal. Twaalf soepele rootsy songs die country, blues, Southern rock en soul combineren met een scheutje Memphis sound en funky New Orleans sound. Twaalf composities zijn van een superkwaliteit en behoren zeker tot de beste composities van het superduo Cris Jacobs /Kenny Liner. In hun geschreven nummers, zes door Jacobs en vier door Liner, versmelten ze bovenvernoemde invloeden tot tegelijk rootsy en opvallend sterke, catchy melodieën. "Born Ramblin'" geschreven door Kenny Liner doet denken aan een meer Southern country-rock ballade, waar "Let Me Off This Train" geschreven door Cris Jacobs, een meer gedreven drum- en saxsterke track is die u meteen in beweging brengt. Daaroverheen klinkt steeds die kenmerkende stem van Jacobs uitbundig, maar haarzuiver, en soms zeer weemoedig. De nummers zijn zoals de voorganger, het titelloze album uit 2006, allen opgenomen door Chris Bentley en dit in een vlekkeloze productie van Bentley zelf samen met de band. De opnamen stralen een losheid en ongedwongenheid uit waardoor het spelplezier erg opvalt, en nergens wisten wij The Bridge op een inzinking te betrappen. Dat The Bridge nog steeds geen massa's cd's verkoopt, blijft voor ons één van de grote raadsels van de hedendaagse rootsmuziek.



 

 

 

ROB LUTES
TRUTH & FICTION
Website Myspace CDBaby

 

Begin september 2008 dook Rob Lutes in de Gambling Mule Studio te Montreal om samen met instrumentalist David Goodrich, tevens producer, in alle beslotenheid aan de opname van twaalf nieuwe songs te werken. Het creatief proces kon beginnen. De Canadees is namelijk een geïnspireerde songwriter die evenzeer belang hecht aan de songteksten als aan de muziek. Deze zijn associatief dichterlijk en schilderen niet zozeer silhouetten als wel de dromen en gevoelens van figuren, meestal verloren in een kosmopolitische wereld. Deze ‘Truth & Fiction’ is zijn vierde album en op één cover na zijn alle songs ontsproten aan zijn lyrische pen en filosofische geest. Alleen Warren Zevon’s ‘Mutineer’ vond een plekje tussen zijn songs en gaat er qua gedachtestroom harmonisch in op. De thema’s van ontsnapping, zoektocht naar liefde en de vermoeienissen van het leven spoken doorheen de bluesy songs. ‘If The Blues Don’t Shake You’ is een mijmerend pareltje dat onder de huid kruipt en daar blijft natrillen. Rob zingt het met schorre stem en heel veel gevoel. Vaak zingt Annabelle Chvostek mee op de achtergrond en geeft het verlangen fijnevrouwelijke weerklank. Als sideman Rob MacDonald naar zijn Resophonic Gitaar grijpt laat hij zoals in ‘The Only Soul’ de blues ‘feeling’ uitdijen. Bassist Morgan Moore verleidt hier en daar met zwoele jazzritmes. Alle twaalf songs leunen aan bij folk/americana of volgen het bluesparcours waar Kelly Joe Phelps, John Gorka of Michael Jerome Browne hun afdruk nalieten. Zij plaatsen zich in de bluestraditie met originele songs zonder zich tot de blues te beperken. Soms doet Lutes’ stem aan die van Grayson Capps denken, maar Rob houdt zijn songs introverter en minder rockend. Zo glijdt het sublieme ‘Down To You’ als een ballade op de grens tussen licht en schaduw, alle geheimen verborgen in ‘the soul of a man’. Bruce Springsteen zou het niet beter kunnen. Af en toe verrast de zanger met countrytoetsen wanneer mandoline, viool of banjo zich speels bij de gitaren voegen. Wanneer ‘Marie’ de deur achter zich dichttrekt met slechts boek en parfum in haar tas, dan begeleidt Olivier Demers’ viool de deerne langs haar vluchtweg. Rob Lutes varieert met zijn Blueberry gitaar van intimistisch naar ragtimezwier en vindt steeds de juiste instrumentele bedding voor zijn bevreemdende levensschetsjes. En als hij citeert ‘dat mensen met Kerstmis zoveel overbodige geschenkjes kopen omdat zij niet weten hoe hun liefde in woorden te gieten’, Rob Lutes vond wèl de manier om zijn empathie en liefde in zijn lyrics te uiten. In 2003 nomineerde de Toronto Blues Society hem nog als de ‘Songwriter Of The Year’ en in de Top Tien in Canada staat Rob Lutes vaak bovenaan. Ook in Europa breekt hij meer en meer door. Als hij naar België komt zal het niet lang duren of zijn faam breidt zich uit als een lopend vuurtje. In afwachting kan je met dit ‘Truth & Fiction’ geschenkje toch al warmte geven of ontvangen.
Marcie

 

 

 

 

 

ROB LUTES LIVE
Jan 28, 2009 Rock Academy, Tilburg, NL
Jan 29, 2009 Amsterdam Public Library, Amsterdam, NL
Jan 30, 2009 Toogenblik, Brussel, BE
Feb 01, 2009 Roots on the Road, Spijkerboor, NL
Feb 02, 2009 Meneer Frits, Eindhoven, NL
Feb 03, 2009 Crossroads Radio, Bergen-op-Zooom, NL
Feb 04, 2009 Het-Patronaat, Haarlem, NL
Feb 05, 2009 Paard Prinsegracht 12, Den Haag
Feb 06, 2009 De Slotplaats, Bakkeveen, NL
Feb 08, 2009 WICC, Wageningen, NL

 



 

 

TOMCAT COURTNEY
DOWNSVILLE BLUES
Website Myspace
Label: Blues Witch Records

 

Bob Corritore is regelmatig actief en op zoek naar juweeltjes in de blues muziek en hij heeft Tomcat Courtney met een erg mooie cd weer op het blues-menu gezet. De 79-jarige Tomcat, geboren in Marlin, Texas, maar nu in San Diego woont, heeft een nieuwe cd op Blues Witch Records uitgebracht met als titel "Downsville Blues". Een titel die volledig op hem van toepassing is, getuige ook deze muziekdrager. Deze zanger/gitarist heeft maar heel weinig muziek vereeuwigd. Naar zijn zeggen 'geen tijd', te druk met gigs. In 1974 verscheen de LP "San Diego Blues Jam", met daarop songs van o.a. Sam Chatmon, Thomas Shaw en Tomcat Courtney. De twee eerst genoemden zijn al lang niet meer onder ons, maar 35 jaar na data komt Tomcat met een eigen volwaardig album. Met invloeden in zijn muziek van legenden als Lightnin' Hopkins en John Lee Hooker is deze Texaanse bluesman zijn elektrische en akoestische blues steeds blijven spelen en door de jaren zijn eigen muzikaal palet samengesteld. Alles is gewoon top van deze muzikant. Hetzelfde geldt ongetwijfeld voor "Downsville Blues" dat vol staat met werkelijk een keur uit prachtige songs opgenomen in Tucson, nummers waarvan negen zelf geschreven naast eigen bewerkingen van songs van Mance Lipscomb, Tampa Red en Blind Boy Fuller, en allen van superbe klasse. De cd is opgenomen samen met zijn muzikale vrienden: Chris James (gitaar), Patrick Rynn (bas), Bob Corritore (harmonica), Brian Fahey (drums) en oud Muddy-drummer Willie "Big Eyes" Smith , die te gast is op "Disaster Blues", een song over Katrina. Maar ook "Four Wheel Drive" is een meer eigentijdse song van een klassiek bluesthema. Het is een goed klinkende cd geworden waarop ik geen enkele voorkeur voor een bepaald nummer kan noemen, gewoonweg omdat ieder nummer erg sterk is. Mede ook door de kwaliteiten van de muzikanten maar zeer zeker ook door de goed gekozen covers. Zo horen we prima vertolkingen, als Mance Lipscomb’s "Meet Me In The Bottom" en Tampa Red's "Cryin' Won't Help You". Allemaal mooie bewerkingen, niet gekopieerd, maar gewoonweg op Courtney's eigen manier: dat donkere, smeulende old-time geluid, voor ons de ultimate blues band sound. Het past allemaal precies in elkaar, ieder instrument en iedere muzikant is op elkaar afgestemd en ingespeeld. Kenmerkend is het stemgeluid van Courtney, een stem die zijn muziekstijl benadrukt waardoor je al snel een eigen sound kunt creëren. En daar is niets mee mis omdat hij over een perfecte stem beschikt. "Downsville Blues" is een cd met 12 prachtige bluessongs waarmee Tomcat Courtney, zijn comeback in de bluesmuziek viert, maar is vooral een verzameling van songs waarin hij zijn kwaliteiten duidelijk onderstreept, gevarieerd, niet complex maar recht voor zijn raap blues. Bovenal een erg goede samenwerking met de genoemde muzikanten die zich kenbaar maakt in deze prima productie van Bob Corritore. En zo zijn we terug bij het begin.



 

 

WILLY VLAUTIN
A JOCKEY’S CHRISTMAS
Website Contact
Label : El Cortez Records
Distr. : Bertus

 

Als singer-songwriter van de formatie Richmond Fontaine weet Willy Vlautin als geen ander hoe belangrijk teksten kunnen zijn voor de kwaliteit van een nummer. Ook de hiphoppers en rappers kennen sinds vele jaren de kracht van woorden. “Spoken Word” is een andere taalkunstvorm waarbij teksten en poëzie gewoon voorgelezen worden op een achtergrondje van zachte muziek. Willy Vlautin heeft nu zo’n “spoken word”-cd uitgebracht onder de titel “A Jockey’s Christmas”. Naast zanger is hij namelijk ook auteur van een novelle die vorig jaar verscheen en de titel “The Motel Life” meekreeg. Recent bracht hij “Northline” uit, een tweede novelle. Op deze “spoken word”-cd toont hij zijn bezorgdheid over het welzijn van zijn medemensen, vooral voor de zwakkeren in de samenleving. Het is een compilatie van 7 verhalen die elk op zichzelf staan maar waarbij er toch een rode draad doorheen het geheel loopt. De centrale figuur is JD, een aan lager wal geraakte jockey die het grootste deel van zijn tijd in bars en gokkantoren doorbrengt in plaats van zich op zijn paardenraces voor te bereiden. Dit is voornamelijk een verhaal over Kerstmis, dus wordt er ook een boodschap van hoop en beterschap in verwerkt en zijn het niet uitsluitend doemverhalen over foutlopende dingen in het leven van het hoofdpersonage. Voor de muzikale ondersteuning bij dit project zorgde Willy Vlautin zelf op zijn akoestische gitaar en hielpen Richmond Fontaine-collega Paul Brainard op pedal steel en Ralph Huntley op accordeon. Op de twee laatste nummers “The Track” en “The 5th Race” die als bonustracks aan de cd werden toegevoegd wordt eenzelfde paardenwedren vanuit twee verschillende perspectieven bekeken en verhaald. Na 40 minuten luisteren zit de klus er op. Of dit soort “gesproken werk” ook in Europa zal aanslaan blijft echter een grote open vraag. Er wordt alvast een gelimiteerde oplage van 1500 cd’s van dit werkje voor de Europese markt gereserveerd. Na beluistering van de cd blijven wij alvast met het gevoel zitten dat we dit niet meer opnieuw hoeven te aanhoren. Ten eerste omdat we het verhaal en de plot ervan intussen kennen en ten tweede omdat de typisch Amerikaanse vertelstem van Willy Vlautin na enige tijd toch heel monotoon en zelfs vervelend gaat klinken. Laat het publiek daarom deze keer maar het laatste woord over dit project hebben.
(valsam)



 

 

 

NEIL YOUNG
SUGAR MOUNTAIN : LIVE AT CANTERBURY HOUSE 1968
Website Myspace
Label : Reprise Records
Distr.: Warner Bros Records

 

Neil Young is enige tijd in zijn archief gedoken en er komen juweeltjes uit deze archieven, zoals nu ook dit intiem akoestisch optreden uit 1968 dat een paar dagen voor Youngs 23e verjaardag werd opgenomen. Als voorproefje kregen we de laatste twee jaar reeds enkele releasee, en als dit een graadmeter is, valt er voor de fans nog heel wat te likkebaarden schreven we in de recensies over deze prachtplaten. Het als eerste verschenen Volume 02, "Live At The Fillmore East 1970" (2006)" kon direct de boeken in als een klassieker, maar ook Volume 03 "Live At Massey Hall 1971" in deze Performance-serie met hoogtepunten uit Young's archieven, had recht op dit predikaat. In het kader van nooit eerder uitgebracht studio én live materiaal van Young, zijn we toe aan deel 3: "Sugar Mountain – Live At Canterbury House 1968", een concert dat wellicht één van de meest intense was die hij ooit gaf. Deze cd zal Volume 00 als code krijgen, in de toekomst verwacht men Volume 01 "The Riverboat". Bij deze nieuwe zit er ook een DVD met optimaal goed geluid! Vooruitlopend op de box met archiefmateriaal die hij voor 2009 beloofd heeft, verschijnt dit concert nu apart op cd. Het betreft hier een registratie van zijn twee legendarische concerten uit 1968 in het Canterbury House in Ann Arbor, Michigan, een half jaar nadat Young Buffolo Springfield verliet, en twee maanden voordat zijn eerste soloplaat zou verschijnen. Want kort na het opbreken van Buffalo Springfield moesten optredens in het Canterbury House bevestigen of het publiek Young ook solo zou omarmen. De laatste twijfels werden weggenomen in dat tot in het kleinste hoekje door studenten bezette zaaltje. Het op twee sporen opgenomen - en wonderlijk goed klinkende - concert laat een beginnende soloartiest horen die de onzekerheid over zijn vocale kwaliteiten verbergt achter ontspannen praatjes. Maar intussen wel in al zijn kwetsbaarheid een zeker voor die tijd voltrekt uniek eigen geluid presenteert. Historisch natuurlijk een zeer belangrijk concert, want Young moest zijn nieuwe muzikale koers nog helemaal gaan uitvinden. Naar verluid was Neil extreem nerveus die avond, maar hij slaat zich er geweldig door met een mix van Buffalo Springfield nummers en songs gepland voor zijn debuut lp. De liedjes uit zijn prille dagen als "Sugar Mountain" en "The Old Laughing Lady" zingt hij prachtig. Curieus zijn ook de vertolkingen van de Springfield-nummers "Expecting To Fly" en "Nowadays Clancy Can’t Even Sing". Young is verbaasd dat het publiek zijn songs blijkt te kennen. Hij zit al snel op de praatstoel en dist de ene na de andere anekdote op met zijn bekende droge humor. Zo werkte hij twee weken in een boekenwinkel en horen we waarom dat niet goed ging. En nu weten we ook dat de song "Out Of My Mind" de reden was dat Buffalo Springfield uit elkaar ging. Hilarisch is ook zijn beschrijving van een Springfield optreden en de verschillen tussen zijn en Stephen Stills’ gitaarspel. Samen goed voor 23 tracks, waarvan er tien compleet gevuld zijn met dit gebabbel, wat feitelijk het luisterplezier niet echt ten goede komt. "Sugar Mountain – Live At Canterbury House 1968" heeft wel tot gevolg dat de langverwachte boxset "The Archives Vol. 1 1963-1972" even op zich moet laten wachten. Die stond gepland voor dit najaar, maar wordt nu naar volgend jaar geschoven. Deze release is natuurlijk wederom een buitengewoon imponerende plaat voor de echte verzamelaars, een fantastische akoestische plaat van een gretige Young in het begin van zijn solocarrière, gewoon een must voor iedere Neil Young fan.

Tracks:
# Emcee Intro. (0:45)
# On the Way Home (2:51)
# Songwriting Rap (3:12)
# Mr. Soul (3:13)
# Recording Rap (0:30)
# Expecting to Fly (2:38)
# The Last Trip to Tulsa (8:35)
# Bookstore Rap (4:26)
# The Loner (4:41)
# "I Used To..." Rap (0:37)
# Birds (2:16)
# Winterlong /Out of My Mind Intro Excerpt (1:38)
# Out of My Mind (2:07)
# If I Could Have Her Tonight (2:34)
# Classical Gas Rap (0:40)
# Sugar Mountain Intro (0:29)
# Sugar Mountain (5:46)
# I've Been Waiting for You (2:04)
# Songs Rap (0:37)
# Nowadays Clancy Can't Even Sing (4:43)
# Tuning Rap & the Old Laughing Lady Intro (3:06)
# The Old Laughing Lady (7:25)
# Broken Arrow (5:08)



 

 

KENNY NEAL
LET LIFE FLOW
Website Myspace
Label: DixieFrog Records
Distr.: Parsifal
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Met deze titel geeft Kenny Neal aan, er weer helemaal klaar voor te zijn. Hij was namelijk gedurende meer dan drie volle jaren verdwenen uit alle studio’s en op alle podia wegens een zware ziekte, hepatitis C. Alsof dat nog niet genoeg was gingen ondertussen de beproevingen door. Zijn vader Raful, zoals je weet ook een bekende bluesartiest, zijn broer Ronnie, die dezelfde ziekte had, zus Jackie en medemuzikant, de drummer Kennard Johnson, stierven alle vier in een periode van minder dan één jaar. Toch liet Kenny zich hierdoor niet breken. Hij is genezen, kreeg van zijn nieuwe platenfirma Blind Pig een artistieke "carte blanche" en gaat er opnieuw tegenaan, vol frisse moed en ideeën, om een plaat af te leveren "from the heart". Zijn stijl waarmee hij zich sinds de jaren 80 een trouwe schare fans mee verdiende: een soulvolle laid back sound vol flitsende gitaarsoli was en blijft zijn handelsmerk. Gitaar spelen doet hij dan ook al van zijn dertiende, maar zijn eerste grote wapenfeit kwam er op zijn zeventiende toen hij voor vier jaar Buddy Guy's bassist werd. Hij concentreerde zich op aanraden van diezelfde Buddy Guy opnieuw op gitaarspelen en de rest is geschiedenis: een aantal sterke cd's voor Alligator, daarna Telarc en nu dus zijn debuut voor Blind Pig. De cd opent met een knappe mix van soul en blues in de titelsong "Let Life Flow". Als daarna de blazers er bijkomen in "Blues, Leave Me Alone" wordt de boel wat funkier, en de toepasselijke cover van Larry Duane Addison's "You Got To Love Before You Heal" doet hier en daar herinneren aan Otis Redding. Waar Kenny vandaan komt laat hij duidelijk horen in "Louisiana Stew", de Big Easy blijft zijn hometown, en hij kan als geen ander de bayou in zijn gitaar laten doorklinken, maar hier is het vooral zijn bluesharp die op de voorgrond treedt, een wat vergeten kwaliteit van Kenny. Slim Harpo was een vriend van vader Raful en dat hoor je duidelijk in "Starlight Daimond", al klinkt de productie hiervoor wat te glad, een klein euvel dat wat door de ganse plaat waart, maar dit is muggenziften want "Let Life Flow" is een prima cd zonder meer, alleen zou een wat ruiger geluid hier en daar volgens ons wonderen doen. Afsluiter "It Don't Make Sense You Can't Make Piece" dat door Willie Dixon waarschijnlijk ooit tegen de Vietnam oorlog werd geschreven is in handen van Kenny Neal echter even toepasselijk voor de huidige Bush oorlogjes. Kenny is back via deze prachtig klinkende soul en blues combinatie!
(RON)

 

 

 

 

 

 

KENNY NEAL BLUESBAND
featuring:
Tyree Neal, Darnell Neal
Brian Morris, Frederick Neal

Za. 28 maart 2009, aanvang 21u
zaal "De Korenbloem" Kerkplein 12, 9750 Zingem

 

 



 

DAVID BYRNE & BRIAN ENO
EVERYTHING THAT HAPPENS WILL HAPPEN TODAY
Website
Label: Todomundo Ltd / Opal Ltd. - Distr.: Bertus

 

 

Als je de namen van David Byrne en van Brian Eno in één adem hoort uitspreken kan een verwijzing naar hun samenwerking van 27 jaar geleden voor de plaat “My Life In The Bush Of Ghosts” niet uitblijven. Het genie van Talking Heads gekoppeld aan het muzikale talent van de drijvende kracht achter de muziek van Roxy Music leverde toen al een reeks hoogtepunten in de muziekgeschiedenis op. Beiden zijn intussen wat gematigdere vijftigers geworden (Eno is 60 jaar en Byrne werd pas 56 jaar) en ze besloten onlangs om hun krachten nog een keer te bundelen voor het maken van een nieuwe plaat. Dat werd “Everything That Happens Will Happen Today”, een zeer aangenaam schijfje met 11 songs waarvoor Brian Eno zich op de muziek heeft toegelegd en David Byrne al zijn energie in de songteksten en in het zangwerk heeft gestoken. Samen tekenden ze voor de productie van het album. Deze hernieuwde samenwerking tussen beide topprofessionals zal ongetwijfeld één van de beste muziekmomenten uit 2008 worden genoemd en opduiken in menig eindejaarslijstje. Waar ze voor hun eerste plaat drie decennia geleden nog voornamelijk met experimentele klanken bezig waren is dit album veel meer gefocust op moderne en toegankelijke popsongs met een verhaal. Op 10 maart 2009 zal David Byrne de liedjes van dit album naast andere resultaten van zijn samenwerking met Brian Eno in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen komen promoten tijdens zijn Europese tournee. Op 14 maart 2009 zal hij dat nog eens overdoen in zaal Vredenburg in Utrecht. Over de plaat zelf willen we natuurlijk ook nog even onze mening kwijt. Ze klinkt vooral als werk van David Byrne en enkele nummers zouden zelfs op Talking Heads-platen kunnen gestaan hebben. Het swingende geluid van “Home” zorgt al voor een heel moderne sound van bij de aftrap. Maar ook de wat rustigere songs als “My Big Nurse” en de klagerige tracks “Everything That Happens” en “Life Is Long” (met knap blazerswerk) tonen aan dat er voor inspiratiebronnen dient gerefereerd te worden naar folk-, gospel- en countrymuziek. Vrij eenvoudige, vlot in het gehoor liggende deuntjes vormen de basis van deze plaat en doen elke fan verlangend uitkijken naar alweer een nieuwe soloplaat van David Byrne. De typerende, hoge en soms schijnbaar onvaste stem van David Byrne blijft een unicum in de hedendaagse popcultuur. Hij doorloopt nog snel even alle stemregionen in de songs “The River”, “The Lighthouse” en in de eerste single van de plaat “Strange Overtones” (héél veel Talking Heads, net als “Wanted For Life” overigens) en toont aan dat niemand zingt zoals hij dat doet. Muzikaal zit er een hele portie elektronica verwerkt in de songs maar ook de gewone akoestische gitaar komt vaak aan zijn trekken. Ter afsluiting ook nog even vermelden dat wij verslaafd zijn geraakt aan het draaien van de song “One Fine Day” wat blijkbaar de eerste song is geweest die geresulteerd heeft uit deze hernieuwde samenwerking. Dit is een plaatje om te koesteren. Zoals in het begin gezegd: een welgemeende tip voor het eindejaarslijstje 2008 en misschien zelfs helemaal bovenaan het lijstje van (valsam).



 

 

DERRIN NAUENDORF
SKIN OF THE EARTH
Website Myspace
Label: Ruf Records
Distr.: Munich Records

 

Achtentwintig jaar geleden wordt Derrin Nauendorf in Geelong, Australië geboren. Dertien jaar later pakt hij voor het eerst een gitaar op en binnen twee jaar speelt hij bij diverse locale bandjes om vervolgens zijn eigen drieman formatie op te richten. Deze is al direct succesvol en Derrin wint ondermeer een talentenjacht. Het gevolg is een tournee door de VS. Begin 2001 neemt Derrin samen met vriend en drummer David Downing de stap om Australië achter zich te laten en naar Londen te gaan. Eenmaal in Engeland speelde Derrin in iedere club die hem maar hebben wilde, genoegen nemend met een slaapplaats op de koude vloer en een paar broodjes tonijn om op de been te blijven. Een paar jaar later kocht hij een tweedehandse busje dat meteen voor de komende 6 maanden zijn onderkomen werd. Maar door de bus was hij wel in staat het hele land en Europa door te kruisen. Toen ging het alleen nog maar bergopwaarts met Derrin. Vele optredens verder heeft hij niet alleen fans in Engeland, maar ook op het Europese continent en is hij een graag geziene gast op festivals en in het clubcircuit. Acht jaar geleden bracht Derrin zijn eerste album "Natural" (2000) op de markt, gevolgd door "Live At The Boardwalk" (2002), "Wasteland" (2003), "New History" (2005) en The Rattling Wheel (2006). Deze laatste cd was overigens wel de eerste cd met band en kreeg voor deze cd tevens een container vol aan lovende recensies. En het succesverhaal gaat door. Zijn grote voorbeelden zijn muzikanten als Bob Dylan, Tom Waits, Martin Stevenson, Richard Thompson, maar ook John Martyn en de traditionele Britse folk muziek. Met de toevoeging van roots, blues en een pittige sound schotelt Derrin zijn publiek een succesvolle muzikale dis voor. Derrin Nauendorf is feitelijk moeilijk in een hokje te plaatsen. Hij zingt/speelt blues met folkinvloeden of rock met folkinvloeden. Het beste is Derrin maar zijn eigen hokje te geven. Nauendorf’s songs hebben in ieder geval net iets te veel pit om hem als een gewone troubadour of singer/songwriter te bestempelen. In het live bluescircuit schijnt hij inmiddels al een aardige naam opgebouwd te hebben, getuige ook zijn Nederlandse tour begin dit jaar, en zijn debuut cd voor Ruf Records, "Skin Of The Earth" is een volgende stap in de goede richting. Waar de voorganger een louter akoestisch geluid liet horen, komt er nu in alle nummers een heerlijk elektrische gitaarsound bovendrijven. De cd start al meteen met een hoogtepunt: het up-tempo titelnummer, dat gelijk de toon voor de hele cd zet. Derrin heeft een grote stem en die moet de ruimte krijgen en zijn teksten zijn op de een of andere manier heel beeldend. Zeker met de minimalistische begeleiding zie je de plaatjes ontstaan. Zoals in de ballade "Pride Before The Fall", waarbij de somberheid van de cello de tekst een gevoelige en diepe dimensie meegeeft. De cd sluit af met drie mooie nummers. "Most Of The Time" dat qua tekst niet het allervrolijkste is, maar wel als het leven zelf is. Gewoon wederom een schitterende ballade, weer zo’n beeldend nummer. Naast een goede stem is de gitaartechniek van Nauendorf in orde. Hij bewijst dit nogmaals in het intro van "Not Alone", een bruisend nummer waar het opgewekter eraan toe gaat om dan in stilte af te sluiten met de instrumental "Sometime". Na een flink aantal malen de cd beluisterd te hebben is er maar één conclusie mogelijk. Derrin Nauendorf heeft een lekker rauwe stem, kan ook zeer goed met zijn elektrische gitaar overweg en schreef voor deze plaat tien mooie, toegankelijke liedjes.



 

 

WILL T. MASSEY
WAYWARD LADY
Website Myspace Contact

 

Op amper 21-jarige leeftijd begon de Texaanse zanger en liedjesschrijver Will T. Massey in 1991 aan zijn muzikale loopbaan met een titelloos album waarvoor hij muzikale ondersteuning had gekregen van Roy Bittan (uit Springsteens’ E-Street Band), Mike Campbell (die bij Tom Petty’s Heartbreakers speelt) en Kenny Aronoff (die John Mellencamp en John Fogerty begeleidt). Met zijn rock’n’roll-sound slaagde hij er in om optredens doorheen heel Amerika te versieren. Maar tot zijn spijt lukte de verdiende definitieve doorbraak toen niet echt. En daardoor bleef het bij dat ene album voor MCA, de platenmaatschappij die hem daarvoor getekend had. Daarna werd het gedurende vele jaren zeer stil rond Will T. Massey, ondanks het feit dat hij bleef optreden en liedjes bleef schrijven. Na een langdurige en moeilijke periode waarin hij aan paranoia leed (het bleek later zelfs schizofrenie te zijn) leek in 2005 de heropstanding in zicht te komen toen er ineens 2 akoestische soloplaten van hem op de markt verschenen: “Alone” en “Acoustic Session”. Toen slaagde hij er in om voorprogramma’s te realiseren bij Joe Ely, Chris Isaak, Steve Earle en Townes Van Zandt, allemaal artiesten die hun roots ook in Austin, Texas hadden. Het maken en live brengen van zijn muziek leek zeer helend te werken voor zijn ziekte en 2006 leverde het album “Letters In The Wind” (met vocale steun van Tish Hinojosa) op. Vorig jaar verscheen de opvolger “Slow Study” wat een herbewerking was van zijn allereerste probeersel uit 1989. Al die platen werden in eigen beheer op de markt gegooid met de daarbijhorende problemen betreffende promotie en het verkrijgen van radio-airplay. Nu is hij erg trots op zijn nieuwste realisatie in de vorm van het album “Wayward Lady” met daarop tien songs die meteen aantonen dat we met een uitzonderlijk getalenteerde songschrijver te maken hebben. Ook voor de opnamen van dit album kon hij rekenen op goede Texaanse vrienden als percussionist Mike Meadows, bassist Will Sexton, gitarist Marvin Dykhuis (rechterhand van Tish Hinojosa), violist Richard Bowden en niemand minder dan Rosie Flores voor vaak duidelijk aanwezige backing vocals. Will T. en Rosie Flores maken van de song “Peace Train” een lied dat wat ons betreft meteen als all-time countryfolk-klassieker mag gecategoriseerd worden. Het onderwerp van dit nummer is het vertrek van zijn stiefzuster als militair naar de oorlog in Irak en het feit dat ze haar eigen kind daarvoor bij haar ouders heeft moeten achterlaten. In zijn songtekst komt er een einde aan die dwaze oorlog. De rode draad doorheen de songs op deze cd is trouwens zijn boosheid en zijn droefheid om het teloorgegane democratische land dat Amerika vroeger was. Vooral in “Life On The Run” krijgt de Amerikaanse overheid een veeg uit de pan en vloeit het vitriool kwistig in het rond. De Bush-administratie is de nagel aan de doodskist van Amerika en de grote uitdaging voor de natie is nu onder Obama terug te keren tot het rijk der levenden, zo zingt hij samen met Rosie Flores in de cd-afsluiter “American Séance”. Een behoorlijk indrukwekkende song is ook “Wayward Lady U.S.A.” omwille van zijn tekstuele inhoud maar ook door het virtuoze vioolspel van Richard Bowden. En dan volgt er nog zo’n beklijvend moment als hij een intiem naakte en emotionele coverversie brengt van de Pink Floyd-song “The Gunner’s Dream”. In de Amerikaanse muziekpers kan je lezen dat Will T. Massey één der grootste storytellers is sinds Bob Dylan en Van Morrison, een vergelijking die wij menen te kunnen onderschrijven. Deze cd krijgt een ereplaatsje in mijn collectie en ik kan elke lezer aanraden om hierbij mijn voorbeeld te willen volgen.
(valsam)