JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008
JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
DOGHOUSE ROSES - HOW’VE YOU BEEN (ALL THIS TIME)?
ROBERT COLEMAN TRUSSEL - JUICE & JIVE
CHRISTINE ALBERT - PARIS, TEXAFRANCE
JACK BROWN - THE ROAD TO HAPPY
SHAWNA CASPI - PAINT BY NUMBERS
ASH GRUNWALD - FISH OUT OF WATER
BOB GIBSON - THE LIVING LEGEND YEARS
ALLY KERR - OFF THE RADAR
THE DEMON BEAT (EP) - THE DEMON BEAT
JARED COSTA - ONWARDS & UPWARDS
JUNIOR WELLS - BETTER OF WITH THE BLUES

DOGHOUSE
ROSES
HOW’VE YOU BEEN (ALL THIS TIME)?
Website Myspace
Contact
Label : Yellow Room Music
CD-Baby
We
hadden nog maar pas Daniel Wylie uit Glasgow over de vloer en hier is alweer
een beloftevolle groep uit de Schotse hoofdstad: ‘Doghouse Roses’.
De kern van deze formatie is zangeres Iona Macdonald en gitarist Paul Tasker,
die ook het songwriterswerk voor 9 van de 10 liedjes voor zijn rekening heeft
genomen. Hun muzikale habitat bevindt zich in de folkblues-scène, weliswaar
met heel veel aandacht en respect voor de traditionele akoestische sound. ‘Doghouse
Roses’ werd eind 2005 opgericht door beide muzikanten (die ook elkaars
geliefden zijn) nadat ze samen gedurende enkele avonden en nachten hadden zitten
luisteren naar de oude muziek uit hun platencollectie. Ze besloten daarna om
een eigen geluid proberen te creëren waarin de muzikale invloeden van bands
als ‘The Pentangle’ en ‘Fairport Convention’ in perfecte
harmonie kon samengaan met vocale prestaties à la Gillian Welch. Nadat
ze eerst 2 ep-tjes op de markt gooiden zijn ze nu verheugd om hun eerste full-cd
“How’ve You Been (All This Time)?” aan het grote publiek te
kunnen voorstellen. Voor de productie konden ze een beroep doen op Malcolm Lindsay
die eerder zijn sporen verdiende als producer van ‘the Delgados’
en van ‘Willard Grant Conspiracy’. Robert Fisher van WGC nodigde
beide muzikanten trouwens onlangs uit om samen met hem te werken aan zijn recentste
cd “Pilgrim Road” en hem tijdens de daarna volgende promotietoer
op het podium te vervoegen. De mooie stem van Iona Macdonald klinkt loepzuiver
en doet frequent denken aan andere folkzangeressen als Sandy Denny en Linda
Thompson. De tien songs op dit debuutalbum zijn alt-folk en countryfolk georiënteerde
liedjes waarbij onze voorkeur duidelijk uitgaat naar de intimistische en akoestisch
gebrachte liedjes zoals “All I Knew”, “Greener The Grass”
dat als eerste single uit dit album verscheen, cd-afsluiter “Earth &
The Breeze” (klinkt zo sterk als werk van Natalie Merchant) en “Pilgrims
Tale”, de enige song op de cd die door Iona Macdonald werd geschreven.
Op het prachtige “Stalling” wordt er subtiel pianospel door Malcolm
Lindsay en vioolspel door Sharon Hassan toegevoegd. Maar de algemene sfeer van
de plaat blijft intiem en sober, waardoor de beklijvende indruk van het etherische
stemgeluid van Iona Macdonald door ons met plezier tot het sterkste instrument
op deze plaat wordt uitgeroepen.
(valsam)

ROBERT COLEMAN TRUSSEL
JUICE & JIVE
Website Myspace
CDBaby
Label: Goodnight Loving Records
Opnieuw
passeren outlaws, desperado’s, zwalkers, gokkers en eenzaten de revue
in dit tweede album van Trussel. Na zijn debuutalbum ‘Texas Gothic’
uit 2005 zette Texaan Robert Trussel zich weer aan het schrijven en producete
samen met violist Kelly Werts dit deels Americana deels countryschijfje met
zestien songs en één hidden track. Op een viertal songs zingt
Rachel Ries fijntjes mee, zoals op de nostalgische liefdessong ‘Goodbye
For Now’, een van de twee songs waar echtgenote Donna Laura meeschreef.
De mandoline maakt er een liefkozend pareltje van. Alle andere songs pende Robert
op zijn eentje, verhalende songs die om akoestische gitaar of harmonica bedelen.
Trussell bespeelt beide instrumenten met brio. Kelly Werts neemt de andere voor
zijn rekening, waarbij viool, mandoline en banjo folky kleuren. Tussen de meer
country geïnspireerde songs vallen o.m. het tedere folky ‘Hungry
Eyes’ op en het verdwalende ‘Everclear’. Al injecteert Kelly’s
banjo op het desolate ‘Stomping Grounds’ ook wat smartelijke levenspijn.
Robert Coleman zingt zijn songs met een warme wat roestige stem of fluit er
een deuntje bij zoals in ‘Forty Noches’, aan de man met veertig
inkepingen op zijn revolver nog wat nonchalance toevoegend. In het narratieve
‘Austin Town’ vergezelt zijn harmonica meer bluesy de doolaard,
voor wie slechts een koffer vol met dromen rest. De songwriter is al met veel
zangers vergeleken, vooral dan met blueszangers, of met Bob Dylan, wat hem amuseert.
Op dit album zingt hij meer als een folk/countryzanger. ‘k Zal er dan
maar aan toevoegen dat zijn stem een kruising is tussen Calvin Russell en David
Olney, namen die volgens mij nog niet zijn genoemd. Maar ongetwijfeld voelt
Trussel zich overal thuis in het ganse gamma van roots, alt.country, americana
en zelfs bij bluesstandaards. ‘Catwalking’ schuurt daar immers dicht
tegenaan. Maar temidden van alle wisselende schitterende songs waar hij het
landelijk ontspoord wereldje treffend weet te schilderen vond ik toch een favoriet.
Mocht ik ergens stranden, tevergeefs wachtend op een afgeschafte trein, dan
zou ik als troostverzoekje ‘Walking Feet’ aanvragen, met de ten
hemel reikende viool van Kelly Werst ter verzachting. De songwriter weet in
zijn songs intuïtief het weemoedige te laten aansluiten bij het relaxte/meeslepende.
De man uit Kingsville, nu wonend in Kansas City, moet dringend eens naar België
overvliegen, want met zijn songs kan hij gemakkelijk twee uur vol zingen. En
dat hij Mr. Werts dan ook maar mee boekt, want beiden samen op één
podium garandeert een avond vol ontroering gekoppeld aan luisterplezier.
Marcie

CHRISTINE
ALBERT
PARIS, TEXAFRANCE
Website Info: Hemifrån
Label : Moonhouse Records
CDBaby
Voor
het bedenken van cd-titels moet je niet bij Christine Albert zijn. De titel
van haar eerste plaat was “Texafrance” in 1999, gevolgd door “Texafrance-Encore”
uit 2003 en nu is er een derde plaat met de titel “Paris, Texafrance”.
Deze Texaanse zangeres die al sinds 25 jaar in Austin woont heeft een voorliefde
voor Franstalige liedjes die ze leerde kennen via haar Europese grootmoeder
Lily die afkomstig was van Parijs. Christine Albert heeft nu al voor de derde
keer een weloverwogen selectie gemaakt uit het rijke songrepertoire der Franse
klassiekers en er ofwel een Franstalige, een Engelstalige of een tweetalig Frans-Engelse
interpretatie aan gegeven. Frankrijk zit in haar bloed via genetische overdracht
door haar voorouders en Texas in haar hart door haar verblijf in Austin gedurende
meer dan de helft van haar leven. Met de keuze voor dit songrepertoire probeert
ze beide culturen en rijke geschiedenissen samen te brengen en te verzoenen.
Dat levert unieke en prachtige liedjes op die je zeker nog nooit in deze versie
hebt gehoord, ondanks het feit dat er enkele heel bekende chansons tussen zitten.
Zo horen we Christine Albert op dit album een uitstekende versie brengen van
“The French Song”, het nummer dat in 1963 de geschiedenis werd ingezongen
door Lucille Starr en bij ons vooral bekendheid verwierf in de versie van Petula
Clark. De liefde voor Edith Piaf en haar liedjes wordt geïllustreerd door
het feit dat er drie songs van deze artieste gecoverd worden op deze plaat:
“Chante-Moi”, “C’est D’la Faute à Tes Yeux”
en “Hymne à l’Amour”. Ook die andere Franse chansonlegende
Charles Trenet wordt geëerd in twee liedjes uit zijn uitgebreide repertoire:
“Swing Troubadour” en “Y’a de la Joie”. Als eerbetoon
aan de slachtoffers van de orkaan Katrina die door New Orleans raasde en er
dood en vernieling veroorzaakte koos Christine Albert voor een vaak gecoverd
nummer van Jesse Winchester: “L’Air De La Louisiane”. Muzikale
ritmewisselingen te over op deze plaat: van zuiver chanson via bluegrass, folk
en country naar cajun en tex-mex met zelfs een mooi walsje (“French Waltz”
van Nicolette Larson). De nostalgicus in deze jongen kon zich nog eens volledig
laten gaan op deze plaat en het bezorgde me een heerlijk gevoel. Wegdromend
naar het lang vervlogen historische verleden van het Franse chanson met flitsen
van het leven aan de Amerikaanse Zuidkust: wat kan een mens zich eigenlijk nog
meer toewensen. Heel toffe plaat is dit.
(valsam)

JACK
BROWN
THE ROAD TO HAPPY
Website Contact
CD-Baby
Op
weg naar het geluk. Dat willen we toch allemaal, nietwaar. De Amerikaanse singer-songwriter
Jack Brown heeft met zijn nieuwste cd een geschikte handleiding geschreven voor
alle gelukszoekers onder ons. “The Road To Happy” is een uit 12
afleveringen bestaande songboek waarbij de liedjes een breed scala van diverse
muziekstijlen aanboort. Zo zitten er rock-, folk-, country-, jazz-, blues- en
popsongs tussen de twaalf tracks op deze plaat. De aftrap wordt swingend gegeven
met het rockende “I Don’t Care”, gevolgd door de titeltrack
van de cd die op countrywijze gebracht wordt. Jack Brown groeide op in het Amerikaanse
Zuiden van Mississippi tot New Orleans maar woont nu in de buurt van Idaho aan
de Atlantische Noordwestkust, waar hij in 2004 het voorprogramma mocht verzorgen
voor Carole King, zijn belangrijkste verwezenlijking tot op heden in de muziek.
“The Road To Happy” is de tweede cd van Jack Brown die volgt op
zijn debuutalbum “Live From Left Of Center”. Tijdens zijn trektocht
doorheen de verschillende staten heeft hij er overal iets van de lokale muziekstijlen
opgesnoven en die invloeden heeft hij nu netjes verwerkt in zijn songs voor
“The Road To Happy”. Brown beschikt over een mooie en volle stem
waarin je ook de met de paplepel meegekregen Zuiderse accenten af en toe kan
horen doorklinken. Wij horen voornamelijk een Nashville-achtige stijl in zijn
liedjes die overigens stuk voor stuk van mooie en weldoordachte teksten voorzien
zijn. “Richest Kids In Town” is een moraalles voor iedereen die
maar blijft klagen dat hij niet tevreden is met hetgeen het dagelijkse leven
te bieden heeft. Eén van de sterkste songs op deze plaat is het emotionele
levensverhaal over de eenzaamheid en de stilte die ontstaat nadat de kinderen
het huis zijn uitgezworven - de ene voor een huwelijk, de andere naar de universiteit
- (dit zou zelfs over mij kunnen gaan) in “I Miss The Noise”. In
“Back In The Day” worden jeugdherinneringen opgehaald en een eerbetoon
gegeven aan zijn toenmalige beste vriend die nu meer dan 2000 km van hem vandaan
woont. “Beach Boulevard” is Jack Brown’s persoonlijke bijdrage
voor de slachtoffers van de moordende orkaan Katrina in New Orleans. En ook
zijn overleden vader wordt in de spotlights gezet en respectvol geëerd
in het nummer “Seeds”. In de cd-afsluiter “You Are Still Speaking”
zingt hij tenslotte zijn bewondering uit voor de grootste van allen: ‘God’.
In het dagelijkse leven geeft Jack Brown gitaarles aan een hogeschool in Meridian.
Hij geeft ook privé-gitaarlessen aan wie er hem wil voor betalen. En
wie hem live aan het werk wil horen met zijn muziek kan hem contracteren voor
een concert in je eigen salon of living of voor een optreden op een privé-feestje.
Of dat ook voor Europa geldig is staat er niet bij, maar mocht de interesse
groot zijn dan valt dat zeker ook wel te regelen.
(valsam)

SHAWNA
CASPI
PAINT BY NUMBERS
Website Myspace
CDBaby
Shawna
Caspi, een jonge, talentrijke Canadese singer-songwriter uit Toronto, bracht
in 2005 reeds een mini-cd uit genaamd ‘Trip The Light’ en verrast
ons nu met haar eerste full-cd ‘Paint By Number’. Caspi kreeg van
jongs af aan een klassieke opleiding mee en dat is aan haar gitaarspel goed
te horen. De folky gitaar en de mooie stem van Shawna staan immers centraal
op deze plaat . Hier en daar krijgt de Canadese nog wat spaarzame begeleiding
van percussie, keyboards, cello of een elektrische gitaar, maar we mogen toch
deze plaat voluit ‘akoestisch’ noemen. De tien zelfgeschreven songs
op dit album kunnen misschien nog het best, op z’n vlaams, omschreven
worden als ‘blote liedjes’. De teksten van Shawna zijn vaak alledaagse,
sociale observaties of gaan eenvoudigweg over de liefde. Maar binnen deze schijnbare
eenvoud is Shawna Caspi vaak meesterlijk. Dikwijls moesten we tijdens het beluisteren
van deze plaat denken aan de subtiliteit van iemand als Joni Mitchell. Zo gaat
‘Die Laughing’ over het onverwacht binnenvallen bij iemand en de
humor die dat oplevert. De titelsong ‘Paint By Number’ heeft het
over het verlangen om eeuwig met de geliefde ergens weg te kruipen, totdat je
door iedereen vergeten bent. ‘The Disappearance of the Long-Sleeved Sweater’
is een mooie titel om het over de klimaatsverandering te hebben. De prachtige
lovesong ‘Nothing On You’ doet ons dan weer aan Norah Jones denken.
Maar de grootste parel op deze plaat heet ‘Bedtime Stories’. Het
nummer begint als een middeleeuwse klassieker : ‘The greatest bedtime
stories/ Only made it halfway through/ And the last lines best remembered/ Were
like the last words that I heard from you’. De klank van een cello
onderstreept hier perfect het melancholische karakter van de song. In ‘Whole
New Body’ tenslotte stelt de zangeres zich vragen over de maakbaarheid
van het (eigen) lichaam. Wie op zoek is naar muziek die eenvoud en rust afstraalt
binnen de hedendaagse folk traditie, zal zich absoluut bij deze Shawna Caspi
thuis voelen. ‘Paint By Numbers’ heeft de kwaliteit van een meditatieve
adempauze, en die kan zoals we weten soms eens echt deugd doen.
Shake

ASH
GRUNWALD
FISH OUT OF WATER
Website Myspace
Label: Shock Records
Wat
heeft een ‘One Man’ band dat een voltallige band niet heeft. Een
raadseltje dat je kon oplossen als je de Australische ‘dread’ bluesrevelatie
Grunwald ooit Live hebt meegemaakt, zoals op het Bluesfestival in Peer. Gezeten
op zijn ritme ‘cajon’ mixte de Australiër drive en muzikale
flair met bezwerende magie. Op dit derde studioalbum krijgt hij nu wèl
versterking, zodat het ‘One Man’ effect verspreid is. Niettemin
zingt hij nog met evenveel passie en begeleidt hij zich met een hele resem gitaren,
- National Steel, akoestische of elektrische - en daar bovenop de ritmes via
zijn Woodskin Cajon en Diddley Bo. Maar ook Ian Collard en Countbounce vervoegen
zich bij hem met harmonica, bas en beat. Hierdoor krijgen enkele songs een funky
zelfs Hiphop aankleding, zoals ‘Mojo’ en ‘Joke On Me’.
Ash’ onrustige natuur weerspiegelt zich duidelijk in het obsederende ‘Fish
Out Of Water’ en het crimineel fantastische heftige ‘Breakout’.
De gruizige stem en elektrische gitaren zwiepen dit nummer op tot een sneltreinvaart
zodat de gensters ervan afspringen. Die rusteloosheid impliceert ook dat de
Australiër ontvankelijk is voor velerlei indrukken en muziekgenres. Alle
invloeden absorbeerde hij met volle teugen in zowel verleden als heden. Als
kind was zijn grootvader uit Zuid-Afrika zijn eerste rolmodel. Nadien volgden
Jimi Hendrix en Cream vooraleer de Afro-Amerikaanse blues volledig bezit van
hem nam met Buddy Guy en Muddy Waters als voortrekkers. Nu komt er ook nog beatvirtuoos
en lefgozer Countbounce bij met moderne rockelementen en wat elektronica. Al
die elementaire deeltjes vang je op in zijn zelfgeschreven songs, een viertal
samen met Pip Norman, alias Countbounce. ‘Give Something Away’ en
‘Get What You Want’ zijn semi-Gospels. ‘Working Hard’
met harmonica leunt over naar een pré-war bluesklassieker. In het narratieve
‘Port Campbell’ evoceert hij het lot van een man op drift, uiteindelijk
geveld en geconfronteerd met de aanblik van de dood. De modernere rockbeat sound
sluit soepel aan bij de energieke songs van Ash. In ‘The Devil Called
Me A Liar” gaat Satan elektronisch ‘Volt-uit’. Op dit album
vind je terug wat inmiddels het handelsmerk werd van dertiger Ash. Behalve het
schijnbaar gemak waarmee hij alles tegelijk aanpakt, mag je daar ook zijn spirituele
geest toe rekenen met zijn junk percussie, zodat je hem gemakkelijk kan inbeelden
zittend op zijn zelfgemaakte cajon, een medium die zijn muzikale voorvaderen
laat herleven. Dat is dan ook een van de redenen waarom ik steeds uitkijk naar
zijn volgend zilveren schijfje, want om hemzelf te citeren: ‘there’s
a vibe out there’, iets wat blijkbaar hij alleen kan waarnemen en weet
te vinden.
Marcie

BOB GIBSON
THE LIVING LEGEND YEARS
Website Contact
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO
2
De
Living Legend Years van Bob Gibson liggen helaas al een tijd achter ons. Afhankelijk
van de hoeveelheid eerbied de u dankt aan uw grijze haren, zal zijn naam u al
dan niet iets zeggen. Dit is desgevallend de kans om uw schade in te halen.
Want Gibson, overleden in 1996, was in zijn tijd in alle opzichten een voorloper
die uw aandacht tot op vandaag verdient... U wenst bewijsmateriaal? Gaat u zitten.
Bob Gibson, opgegroeid in het New York van de jaren dertig en veertig, raakt
onder de indruk van Pete Seeger en zijn banjo. Hij werpt zich op de folkmuziek,
schaft zich een 12-string aan en wordt opgemerkt door niemand minder dan Albert
Grossman, die later nog de zaken van een andere Bob zal beredderen. Gibson verkast
voor een jaar naar Chicago waar hij avond aan avond optreedt in Grossman’s
club Gate of Horn en daar een zekere Joan Baez aan het publiek voorstelt. Hij
is het ook die haar vervolgens introduceert op het Newport Folk festival. We
zijn ondertussen 1959 en Gibson is een vaste waarde in het folkcricuit. Grossman
stelt hem voor om in een soort folk supergroep te stappen. Gibson slaat het
aanbod af en Grossman probeert het wat later met een paar andere folkies genaamd
Peter, Paul and Mary. Gibson blijft zijn ding doen, schrijft songs met Phil
Ochs, Tom Paxton en Shel Silverstein en wordt bewonderd door Judy Collins, David
Crosby, Roger McGuinn, Emmy Lou Harris... Naast zijn ding deed Gibson ook nog
wat met geestverruimende middelen en net als anderen brengt hij het einde van
de sixties door op een wolk... De muziekgoeroes van de de jaren zeventig vonden
Gibson iets meer legend dan living en laten hem links liggen. Letterlijk. En
hij wordt zo een van de eerste artiesten die het heft in eigen handen neemt
en zijn eigen label opricht. ‘The Living Legend Years’ is een eerste
compilatie-cd, uitgebracht door de Bob Gibson Legacy, die werk samenbrengt uit
vier van Gibsons post-70’ies platen: Funky In The Country (1974), Homemade
Music (1978), The Perfect High (1980) en Uptown Saturday Night (1984). Wat u
gaat horen, want ik weet nu al dat u deze plaat gaat kopen, is sterk! Klassieke
folksongs: wijs, koppig, melancholisch, profetisch, grappig ook. Ongetwijfeld
herkent u Let The Band Play Dixie, de betere peace song. Of misschien ook wel
het hilarische Box of Candy (and a Piece of Fruit), geschreven samen met Tom
Paxton, maar dat had evengoed met John Prine of Steve Goodman of Kris Kristofferson
kunnen zijn. I Never Got To Know Her Very Well heeft iets van een Willie Nelson
song. En in Smoke Dawson horen we Gibson vertellen alsof hij Johnny Cash himself
was, of Guy Clark… Schaf u deze plaat aan, trek uw wenkbrauwen in een
frons – hoezo ken jij Bob Gibson niet? Maar enfin – en u bent met
Kerstmis weer de slimste aan de tafel!
Duke J

ALLY
KERR
OFF THE RADAR
Website Myspace
Contact
Label : Much Obliged Records
Distr. : Shellshock
Het
lijkt wel alsof ik deze week enkel muziek uit Glasgow, Schotland in de bus heb
gekregen. Na Daniel Wylie en Doghouse Roses is het nu de beurt aan Ally Kerr
die met zijn album “Off The Radar” al aan zijn tweede full-cd toe
is. In 2005 konden we reeds kennismaken met deze singer-songwriter via zijn
debuutalbum “Calling Out To You” dat toen eerst in Japan en daarna
pas in Groot-Brittannië werd uitgebracht. Met “Off The Radar”
blijft Ally Kerr vooral voortwerken op de destijds ingeslagen weg. Heerlijke
melodieuze songs waarop mooi harmonieus zangwerk werd toegevoegd. De release
van de nieuwe cd werd voorafgegaan door een eerste single “Could Have
Been A Contender” dat we nu ook helemaal op de eerste plaats van de songlist
op deze cd terug vinden. Het repertoire op dit album is een afwisseling tussen
breekbare en emotievol gezongen ballads als “Amorino” (dat we ook
als promo-single meegestuurd kregen en waarin wij om onverklaarbare redenen
‘I Am Kloot’ menen te horen), “Be The One”, “Old
Friend” en “Footprints” en daarnaast meer catchy popsongs
zoals “I Think I’m Bleeding”, “The Truth That I Have
Earned”, “Mystery Star” en de zachtjes rockende titeltrack
“Off The Radar”. Een ironische terugblik op zijn jeugdjaren vormt
het thema van de song “Is It Too Late To Work For NASA?”, misschien
door Ally Kerr beschouwd als een fall-back optie mocht het toch niet lukken
als zanger en muzikant. De tweede song die echt als nieuwe single zal gelanceerd
worden heet “There’s A World”. Als rode draad doorheen dit
album valt de vergelijking op met de vlotte, melancholische en liefelijk gezongen
popdeuntjesmuziek die we van die andere Schotse formatie ‘Belle And Sebastian’
en van een groep als “The Beautiful South” kennen. De ‘feel
good’-objectieven stralen van elke song af. Ally Kerr profileert zich
als een volleerde songsmid en toont met deze 12 tracks aan dat hij er klaar
voor is om aan een internationale loopbaan te beginnen. Japan heeft hij blijkbaar
al veroverd. Nu die ‘rest of the world’ nog en Ally Kerr zal nooit
meer “Off the Radar” geraken.
(valsam)

THE
DEMON BEAT (EP)
Website Contact
CD-Baby
Label : Big Bullet Records
Adam
Meisterhans (gitaar en zang), Tucker Riggleman (basgitaar) en Jordan Hudkins
(drums) vormen samen een gitaarrockgroep onder de naam ‘The Demon Beat’.
Dezelfde titel gaven ze aan hun recent uitgebrachte nieuwe cd, een ep-tje met
daarop vijf nummers. De muzikale uitvalsbasis van deze groep is Shepherdstown
in het Amerikaanse West Virginia. Hun muziekbeïnvloeding kregen ze ingelepeld
van bands als The Jimi Hendrix Experience, Van Halen, Weezer en Thin Lizzy.
Allemaal groepen waarbij de elektrische gitaar één van de richtingbepalende
instrumenten blijkt te zijn. Recht voor de raap rock’n’roll krijgen
we al meteen voorgeschoteld in de eerste song op de plaat “Bad Man”.
Nog alternatiever gaat het er aan toe in “Trainwreck” dat een sfeertje
van punkerige garagerock uitstraalt. Ons favoriete nummer is het wat rustigere
“I’ll Be Your Man” waarin Adam Meisterhans laat horen dat
hij vocaal behoorlijk scherp uit de hoek kan komen (hij zingt zich de longen
uit het vege lijf en soms klinkt hij als Jack White van de White Stripes) en
waarbij de steeds herhaalde songtitel heel aanstekelijk werkt. Weezer is misschien
nog het beste vergelijkingspunt voor deze jonge honden waarvoor het juist bespelen
van de instrumenten minder belangrijk blijkt te zijn dan het ‘echt”
spelen. Ook het nummer “Get Outta My Head” heeft enkele verslavende
riffs die er voor zorgen dat de song moeilijk uit je geheugen te wissen blijkt
na enkele beluisteringen. We headbangen daarom maar vlotjes mee tot onze nek
pijn begint te doen en we even naar de bar moeten voor een pintje. Maar ook
dat past wonderwel bij deze band en deze muziek. Ook de cd-afsluiter “The
Shakes” is een langzaam opgebouwd epos dat leidt tot hartverscheurende
zangprestaties van Adam Meisterhans. Deze ep is veelbelovend werk van The Demon
Beat hetgeen ons doet uitkijken naar hun nieuwe full-cd die als de opvolger
voor hun debuutplaat “Heavy Nasty” binnen afzienbare tijd wel zal
gaan verschijnen.
(valsam)

JARED
COSTA
ONWARDS & UPWARDS
Website Myspace
Contact CD-Baby
Vanuit
Bucks County in de Amerikaanse staat Pennsylvania kregen we een debuutplaat
toegestuurd van de door folkmuziek geïnspireerde singer-songwriter Jared
Costa. Het werkstuk met de titel “Onwards & Upwards” levert
12 hedendaagse liedjes af die een mengeling van Americana, folk en rock bundelen.
Een ander typisch kenmerk voor de liedjes van Jared Costa is zijn vermogen om
mooie verhaallijnen en persoonlijke bekentenissen op melodie te brengen. De
akoestische gitaar is daarbij een onontbeerlijk instrument dat voor een excellente
begeleiding voor zijn soulvolle stem zorgt. De songs zijn afwisselend eerst
vrolijk en vreugdevol en daarna weer donker en overpeinzend. Zijn voornaamste
levensdoel is echter positivisme te brengen in zijn muziek want er is al meer
dan genoeg negativisme in de wereld. Jared Costa is al zo’n 15 jaar bezig
met het maken van muziek waarin hij zijn gevoelens en zijn levenservaringen
probeert weer te geven. Als de muziekliefhebber daarin geïnteresseerd zou
willen zijn is zijn ultieme doel bereikt. Hij was 10 jaar oud toen hij begon
met mondharmonica om 3 jaar later de knepen van het vak te leren op akoestische
gitaar. Uit een interview met hem dat ik ergens op het internet kon lezen blijkt
dat deze jongeman met beide voetjes op de grond staat en een warme persoonlijkheid
heeft met veel gevoel voor humor. Zijn stem klinkt diep en zijn uitspraak verraadt
zijn Zuiderse afkomst. Vandaar allicht ook de invloeden van de bluessound in
zijn muziek. In de pers duiken vergelijkingen op met artiesten als Johnny Cash,
Neil Young en Bob Dylan maar wij voegen daar met plezier Steve Forbert aan toe.
De liedjes op zijn cd zijn stuk voor stuk akoestische gitaarsongs en voor sommigen
lijkt zo’n ‘one man band’ misschien iets teveel van hetzelfde
voor een complete cd. Er is echter voldoende afwisseling tussen de nummers.
Toch zijn ook wij benieuwd hoe deze mooi uitgewerkte songs zouden klinken met
een wat bredere instrumentatie. Misschien een ideetje voor de volgende plaat.
Bij Rootstime houden wij vooral van de songs “Love”, “To Mine”,
“No Revolution”, “Take It All”, “Rainmaker’s
Waltz”, het emotioneel en met heel veel gevoelen gezongen “Sad Song”
en de cd-afsluiter en met knap vioolspel gelardeerde song “Once Upon A
Time”. Volgende keer a.u.b. met een volledige band aan het werk en we
zijn er van overtuigd dat Jared Costa een blijver kan worden want van songschrijven
hoeft hij niets meer te leren.
(valsam)

JUNIOR
WELLS
BETTER OF WITH THE BLUES
Website All
Music
Label: Telarc Blues
Distr: Codaex http://www.codaex.com
VIDEO 1
VIDEO 2
Tijd
voor een volgende greep uit onze Telarc archieven. Ditmaal kozen we voor Junior
Wells, die met zijn "Better Off With The Blues" in 1993 weer eens
een uitstekende release op de wereld losliet. Tussen de muzikanten onder meer
(natuurlijk) zijn partner in crime Buddy Guy, maar ook niemand minder dan Lucky
Peterson, Johnny B Gaydon en de uitstekende saxofonist Steve Finckle, om er
slechts enigen uit de reeks te noemen. De bewerkingen van Ray Charles "The
Train" en Jimmy Reed's "Honest I Do" behoren tot de beste versies
die we ooit van deze veelgecoverde songs hoorden. Ook de nieuwe versie van zijn
eigen lijflied "Messin With The Kid" is heel overtuigend. Maar het
hoogtepunt op de cd is en blijft toch "Oh Pretty Woman" dat met zijn
flitsende solo van gitarist Rico McFarland, gevolgd door een agressieve mondharmonicapartij
van Junior het vuur in de pan doet slaan. De heel herkenbare en heldere stem
met een schuurpapieren randje van Wells blijft zoals steeds ook een plezier
om naar te luisteren. Combineer dit met de perfecte productie die we gewend
zijn van Telarc releases en je hebt weer een van die platen die je rustig tussen
de klassiekers van bluesreleases kan plaatsen., want naast Little Walter en
Sonny Boy Williamson blijft Junior Wells toch een van de pioniers en belangrijkste
vertegenwoordigers van de bluesharp.
(RON)
Telarc (distr.:
Codaex) biedt een aantal albums goedkoper aan winkels dan normaal. Voor
dit label is het - uiteraard - de bedoeling dat de handelaars ze dan ook
goedkoper in de winkelrekken leggen. Telarc hoopt dat de bluesfans op
deze manier opnieuw meer albums gaan kopen. Het zijn dan ook cd's die
het verdienen om gekocht te worden omwille van de muziek. Voor Telarc
is het ook meteen een test om te zien of mensen terug meer cd's kopen
als die goedkoper zijn. De prijs is namelijk een veel gebruikt argument
om er geen meer aan te schaffen. JUNIOR WELLS - Better
of with the Blues |