JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008
JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
DARK DARK DARK - THE SNOW MAGIC
DENICE FRANKE - GULF COAST BLUE
NUBLUES - SNOW ON THE TRACKS
WHY-LIE - WHY-LIE
DOUG KEITH - HERE’S TO OUTLIVING ME
THE SUMNER BROTHERS - SUMNER BROTHERS
TED RUSSELL KAMP - POOR MAN’S PARADISE
COUNTRY BOY ROLLING STONE - HITCHHIKING FROM MEMPHIS TO MARS
ROBIN ROGERS - TREAT ME RIGHT
DANIEL WYLIE - CAR GUITAR STAR

DARK
DARK DARK
THE SNOW MAGIC
Website Contact
CD-Baby
Label : Supply And Demand Music
Vanuit
het complete duister bereikte ons vandaag de Amerikaanse formatie ‘Dark
Dark Dark’ bestaande uit zanger Marshall LaCount en zangeres Nona Marie
Invie, cellist Jonathan Kaiser en bassist Todd Chandler. Hun Balkansound bestaat
uit zigeunerachtige melodietjes gespeeld op accordeon en met banjo. Daarmee
creëerden ze hun geheel eigen geluid dat behoorlijk afwijkt van wat we
momenteel in de hitlijsten mogen aanhoren. Hoewel groepen als Calexico, DeVotchKa
en Beirut in het voorbije jaar elk hun bijdrage aan het verspreiden van deze
stijl hebben geleverd met een nieuw album. Dark Dark Dark levert met hun debuutplaat
“The Snow Magic” een nog meer alternatieve versie van die typisch
Oosteuropese gypsie-folksound doordat er nog meer nadrukkelijk geëxperimenteerd
wordt met stokoude instrumenten waar de meesten onder ons nog nooit van gehoord
hebben. Door hun vele omzwervingen doorheen het diepe Zuiden van Amerika, gevuld
met constant nieuwe ervaringen, kon het niet uitblijven dat er ook vleugjes
cajun en tex-mex werden toegevoegd aan de klankkleur van hun liedjes. Met de
hoop op beterschap als constante in de liedjes exploreren zij alle problemen
die er kunnen opduiken in de liefde, de eenzaamheid en de dood. Daarnaast komen
ook minder conventionele onderwerpen als geesten, ontbindende lichamen en magische
dromen aan bod. Om maar aan te geven dat de fantasie van dit op het hoesje nogal
mysterieus en zelfs angstaanjagend uitziende kwartet zo goed als onbeperkt is.
Hun optredens zijn dan ook burleske, theatrale cabaretopvoeringen die geflaneerd
worden met hun duistere muzikale stukjes. Dan maar even doorheen het lijstje
songs op “The Snow Magic” lopen: in “All The Things”
en in “Junk Bones” herdenken ze hun verloren vrienden, “Trouble
No More” gaat over het einde van een liefdesrelatie en in “A Spell
For Letting Go” hekelen ze de dingen die ieder van ons tegenhouden om
iets creatiefs met ons leven aan te vangen. In “Winter Coat” zingen
ze over de ijskoude winters in Minneapolis terwijl de banjo- en accordeonklanken
kwistig in het rond vliegen. “New York Song” is een accordeonwalsje
over het winterse leven in die stad. “Dig A Grave” gaat dan weer
over moord, zelfmoord en de dood en laat de meest duistere zijde van Dark Dark
Dark nog eens aan bod komen. Of Europa al klaar is voor dergelijke opvoeringen
valt nog af te wachten maar dat het debuutalbum van deze formatie niet onopgemerkt
aan ons zal kunnen voorbijgaan staat als een paal boven water.
(valsam)

DENICE
FRANKE
GULF COAST BLUE
Website Contact
CDBaby
Label: Certain Records
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3
Texas mag bogen op een lange
traditie van songschrijfsters en nu voegt zich ook Denice Franke in het rijtje
van vrouwelijke artiesten. Maar het was zeven jaar wachten vooraleer dit derde
soloalbum werd uitgebracht. Mark Hallman, dezelfde die ook Carole King en Eliza
Gilkyson producete, vond dat het tijd was om opnieuw het licht te laten schijnen
op de geheimvolle bijwijlen donkere songschat van Denice Franke. Geboren in
1959 in Dallas, draaide zij al een twintigtal jaren mee in het clubcircuit van
Houston, Austin en nu ook Galveston. Als kind was zij geïmponeerd door
de harmonieën en hymnen van haar Duitse grootvader en de gezongen lyriek
van Joni Mitchell. Zij stond o.m. in het voorprogramma van Eric Andersen en
Chris Smither en toerde met Nanci Griffith en Eric Taylor. Nu vindt zij dat
het tijd is voor een nieuw hoofdstuk in haar carrière. Op haar nieuw
album ‘Gulf Coast Blue’ verhaalt Denice in melodisch proza over
de gevoelens van allerlei figuren verdwaald in tijd en landschap. Zij schetst
beeldrijk al deze menselijke treurgedichtjes, zoals ‘Harley Girl’,
verslingerd op haar Highway man, de ‘Seminole Girl’ die de eindjes
aan elkaar moet knopen, of ‘Tara Lee’, die in Jensen Street op eender
welke man staat te wachten, vermits haar eigen echtgenoot niet meer omziet.
Denice zingt het allemaal heel invoelend, met een stem die het midden houdt
tussen Gillian Welch, Jesse Sykes en Carrie Rodriguez. Tezelfdertijd begeleidt
zij zich sereen met akoestische gitaar en omringt zich met uitstekende muzikanten.
Behalve Hallman die terzijde staat met o.a. bas, Hammond, piano en Telecaster,
hoor je nog Rick Richards op drums, djembe en bendir. Eliza Gilkyson zingt backing
op ‘Seminole Girl’. De songs van Franke tasten de nuances af tussen
narratieve folk en atmosferische blues. In het nostalgische ‘Weather Is
Fine’ met delicate pianobegeleiding gaan verdriet en verlies verscholen.
‘Brand New Sky’ is een jazzy wiegelied. En het sublieme ‘Cool
Water’ is doordrongen van een primitieve onrust. Denice Franke loopt als
het ware mee met deze man die zich ten ruste legt tussen poëten, hoeren
en zijn demonen en verder opgejaagd wordt op zoek naar het verlossend water.
Om een dergelijke gevoelsdimensie aan je songs te kunnen hechten moet je intuïtief
ingesteld zijn. Blijkbaar heeft de songschrijfster haar persoonlijk taalidioom
gevonden in dit album waarin complexe gevoelens opgaan in compositorische elegantie.
Marcie

NUBLUES
SNOW ON THE TRACKS
Website
Myspace
Label: Dixiefrog Records
Distr.: Parsifal
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO
3
De
Engelse groep NuBlues die met "Dreams Of A Blues Man" dat eind 2004
uitkwam haar debuut-cd maakte, zoekt het bepaald niet in mond op mond beademing,
maar meer in een mix van een soort John Lee Hooker riffs met techno- beats à
la Wu-Tang Clan. De blues gaat bij deze groep door de versnipperaar en komt
er gehiphopt en gescratcht als nieuw uit. NuBlues weet namelijk met hip-hop-injecties
de Mississippi Delta blues nieuw leven in te blazen. Ik voel de puristen al
huiveren, maar dat laat de vier Britse muzikanten Siberisch koud. Want de reacties
op hun gewaagde muzikale exercities zijn vooral erg enthousiast. NuBlues werd
in Londen gevormd in het jaar 2003 door producer/gitarist Ramon Goose, zanger/rapper
Jay Nicholls, bassist Ed Vans en drummer Paul Francis en een jaar later getekend
door het vooraanstaande Amerikaanse label 21ste Century Blues Records. Het was
Chris Thomas King die de band ontdekte en er samen met dit label uit Louisiana
er voor zorgde, dat voor het eerst in 20 jaar een Britse bluesact een Amerikaans
platencontract in de wacht sleepte! Maar NuBlues is dan ook bepaald geen gemiddeld
bluesbandje want nu ook horen we hun vernieuwingsdrang, een knisperverse mix,
in hun nieuwste album, "Snow On The Tracks". Een mix waar zowel ‘ouwe
bluesbonken’ als jonge ‘hip-hop-honden’ hun hart aan kunnen
ophalen. Na zo’n verpletterend debuut is het voor menige act een onmogelijke
opdracht met het tweede album net zo’n indruk te maken. En dat is het
wat NuBlues met het onlangs uitgebrachte "Snow On The Tracks" nu juist
wel is gelukt. Als je slide-klanken van een dobro-gitaar vergezeld hoort gaan
van techno-beats, scratching en raps, dan besef je meteen, ’daar is die
onweerstaanbare mix weer!’. Het accent ligt op deze tweede NuBlues-cd
wat meer op de hip-hop. Dat zal jongeren wellicht nog meer bevallen, maar schrikt
oudere liefhebbers vast niet af. Bovendien worden de bluesgrenzen nog meer verkend
richting R & B en boogie. Ook de composities staan weer als een huis. Van
het stuwende openingsnummer "The Last Breakdown" tot slotnummer "Travelin’
Blues". Stervende laatste klanken daarvan weg, dan vinden je vingers als
vanzelf de repeat-knop van je cd-speler. Amerikaanse muziekliefhebbers kunnen
trots zijn dat hun erfgoed, de blues blijft evolueren en dit niet alleen in
New Orleans, de Delta of Chicago, maar ook ver over de oceaan. Nublues bewijst
dat de blues een toekomst heeft die minstens zo spannend is als haar verleden.
"Snow On The Tracks" neemt u mee op een muzikale reis ... Nublues
is gewoon een perfect voorbeeld om de blues te overleven in dit hip-hop-tijdperk.

Drie
topmuzikanten uit Californië, uit Los Angeles om precies te zijn, besloten
onlangs een bluesbandje op te richten. Why-Lie werd de naam van het trio. Voordien
waren ze meer in poprichting werkzaam geweest. Burke Wallace, gitarist en zanger,
speelde onder meer bij Zappa, terwijl drummer Mark Singer bij Jay Ferguson,
Eric Johnson en Jerry Jeff Walker speelde, om er slechts enkelen te noemen.
Cyril Cianflone was bassist bij Laura Nyro en bij Carmine Appice. Het lijkt
wel of de jongens bewust een waas van misterie rondom hun willen oproepen, want
buiten deze gegevens is er niks over de drie heren te vinden. Geen persmap,
geen verdere info op de hoes buiten titels van de songs en de vermelding dat
de producer Tony Brock was. Ook op hun myspace is de info zeer schaars. Dan
blijft er ons enkel nog ons oor te luistern te leggen bij de tien songs op dit
album. Al dadelijk hoor je natuurlijk dat dit geen debutanten zijn, er wordt
zeer professioneel gemusiceerd en het aanbod van stijlen op de cd is zeer gevarieerd.
Twee covers vinden we op deze cd: Willie Dixon’s “Red Rooster”
en “Walking The Dog” van Rufus Thomas en de afsluiter “El
Vagabundo” is een akoestische Mexicaans aandoende instrumental. Met “All
Night Long” openen ze behoorlijk sterk, met Burke Wallace op slide .”Step
On My Face” en de eerste cover “Red Rooster“ gaan verder op
dat elan, stevige bijna bluesrock met ruige, gemene zangpartijen van Wallace.
“Come A Comanche” is apart, wat meer in de poprichting met een sterke
melodielijn. Een slow blues mag natuurlijk niet ontbreken, en “Vy Vy Vavy”
brengt dit met wat tongue in cheek humor. “Your Love Is Sepulchral”
daarna is weer zo’n song die op de grens van pop en blues balanceert,
net als “Goat Cheese” en “Tarantula For Your Love”.
Why -Lie brengt blues van vandaag met veel vakmanschap zonder echter voor die
echte vonk van originaliteit te zorgen die hen van de rest van het grote aanbod
van bluesbands zou kunnen onderscheiden. Niettemin is het best een aangename,
boeiende cd geworden.
(RON)

DOUG
KEITH
HERE’S TO OUTLIVING ME
Website Myspace
Contact
Label : The Cougar Label
Distr. : Pavement PR
In
elf prachtige liedjes probeert de New Yorkse singer-songwriter Doug Keith om
de muziekfans er toe te bewegen zijn nieuwste soloplaat “Here’s
To Outliving Me” in huis te halen. Met de eerste song “The West
Coast” lukt dat al meteen aardig. De song wordt in een drijvend en swingend
ritme gebracht en overtuigt direct. Maar in de tweede song op deze plaat komt
de ware, natuurlijke stijl van Doug Keith naar boven. In de zweverige ballads
komen zijn sterke stemprestaties het best tot uiting. Zowel de imponerende liefdesverklaring
“The Companion Of An Angel” als “Now I’ve Got It Made”
zijn liedjes die bij ons meteen herinneringen oproepen aan Bonnie ‘Prince’
Billy, aka Will Oldham. Beide nummers zouden alvast niet misstaan op één
van diens platen. In de teksten van de liedjes vertelt Doug Keith heel mooie
verhalen over zijn observaties en bevindingen. Soms doet hij dat met nauwelijks
een zachtjes beroerde akoestische gitaar als begeleiding, een andere keer met
een wat bredere instrumentatie van o.a. piano of orgel. Een opvallende bijdrage
aan deze plaat komt er eveneens van de twee meezingende dames Amy Bezunartea
en Jennifer O’Connor. Doug Keith schreef al eigen nummers op amper 15-jarige
leeftijd en bracht die live met zijn akoestische gitaar als begeleidingsinstrument
in bars en clubs in Syracuse waar hij toen woonde. Naast zijn solo-optredens
maakt hij ook nog deel uit van het New Yorkse trio ‘Up The Empire’.
Voor zijn vroegere soloplaten gebruikte hij het pseudoniem ‘The First
Person To See An Elephant’. “Here’s To Outliving Me”
is dus de eerste cd die onder zijn eigen naam op de markt is verschenen. Dit
album werd door Doug Keith zelf geproduceerd in een nauwe samenwerking met Jim
Bentley die ook de 3 soloplaten van de eerder genoemde Jennifer O’Connor
produceerde. Ook bij het nummer “These Are Days” waart de geest
van Will Oldham weer rond. We vermoeden dat Doug Keith ook een fan is van dit
muzikale fenomeen en niet toevallig die vergelijking doet oproepen. Gelukkig
wordt er af en toe wat steviger tegenaan gegaan, zoals bij “Salty Woman”
en bij de titeltrack “Here’s To Outliving Me” waarvoor de
elektrische gitaar werd boven gehaald. Maar gauw wordt weer enkele versnellingen
teruggeschakeld in liedjes die ons eerlijk gezegd het meest kunnen bekoren:
“On The Beach”, “Gently, With Your Thumb Over The Strings”
en “Take The Hammer Down, Dear”. En het mooiste liedje komt zoals
zo vaak als laatste en duurt het langst: “Further Down The Road”.
In het begin van deze cd-recensie hebben we het al aangehaald: hij probeert
ons te overtuigen in elf liedjes. Bij ons was dat echter al gebeurd na amper
3 songs. Wij houden Doug Keith en zijn toekomstige werk nauwgezet in de gaten
want dit zou wel eens een heel grote mijnheer kunnen gaan worden.
(valsam)

THE
SUMNER BROTHERS
SUMNER BROTHERS
Myspace CDBaby
De
broertjes Brian en Bob Sumner resideren in Brits Columbia in Canada, waar zij
stilaan wijd en zijd bekend geraken en hun reputatie eer aan doen van een folkcountry
bandje dat elke keer weer weet te begeesteren en verbluffen. De getalenteerde
‘Sumner Brothers’ trokken in mei 2007 naar het Galiano Eiland om
daar in Ben Brown’s Cabin in twee weken tijd dit album op te nemen, hun
tweede na hun debuut ‘In The Garage’. Het eerste opstandige ‘Both
Back’ geeft al direct een idee hoe de broers in navolging van Johnny Cash
en Warren Zevon hun songs laten rijpen zodat deze rauw en doorleefd gaan klinken.
Op dit album schreven zij van de elf songs er elk vier en variëren met
country en bluesy toetsen. Beiden zingen om beurt en wisselen af met gitaar,
banjo en harmonica. Hun stemtimbre is verschillend en ook hun inspiratie volgt
aparte lijnen. Bob schrijft meer narratief. In Brian sluimeren verdoken nostalgische
trekjes. Met lichte trilling in zijn stem maakt hij miniatuurkleinoden van ‘Pain’
en ‘Two Hands’. Maar ook Bob heeft er een handje van weg om weemoed
te penselen, zoals rondom zijn ‘Ticket To Ride’, waarbij de lapsteel
van gastmuzikant Jake Cataford een haast religieuze weg opent naar die plaats
waar pijn en leed niet langer kwellen. Het intrigeert hoe beide broers a.h.w.
een compositorische natte draad weten te spannen boven hun songs waaraan verlangen
en spijt, liefde en verlies als mistroostige washandjes worden opgehangen. Al
fladderen er toch enkele kleurige shirts tussenin. Die waaien dan fleurig mee
met de Hammond en pianoklanken, zoals op het zwierige ‘Girl In The Window’.
Je zou er je bij willen neerzetten, liefst in een gammele schommelstoel om des
te meer te genieten van deze ongepolijste songs die een onbestemde Delta feeling
oproepen, al ligt Vancouver er mijlen vandaan. Wellicht hebben de broers naast
Neil Young, Levon Helm en Floyd Westerman toch ook wat verwaaide flarden countryblues
kunnen opsnuiven tijdens hun gezamenlijk opgroeien zij aan zij, zoals zij ook
eensgezind mededogend hun Lo Fi songs samenbrachten.
Marcie

TED
RUSSELL KAMP
POOR MAN’S PARADISE
Website Myspace
Info: Hemifrån
Label: Po-Mo Records
Toen
we op 21 april van vorig jaar een interview mochten afnemen van Ted Russell
Kamp tijdens zijn doortocht met ‘musical companion’ Shooter Jennings
konden we met onze eigen ogen vaststellen wat een ongelooflijk sympathieke knul
deze man wel is. We kregen toen allemaal van hem met veel plezier een exemplaar
van al zijn solo-cd’s en Rootstime-collega RON maakte daarvan achteraf
nog een erg mooi carrièreoverzichtje over deze getalenteerde muzikant
(zie rubriek “Blikvanger cd’s” bovenaan onze homepage). Hij
woont momenteel in Los Angeles en speelt sinds 2003 op basgitaar in de begeleidingsgroep
“The 357’s” van Shooter Jennings. Tegelijkertijd schrijft
hij tijdens de vele tournees eigen nummers die hij op regelmatige basis via
soloplaten wereldkundig maakt. Zijn laatste solowerk “Divisadero”
is een echt pareltje dat terecht veel airplay kreeg, zowel bij Amerikaanse als
op Europese radiostations. De plaat behaalde uiteindelijk een mooie ranking
in de Americana Charts van 2007. Volgende maand verschijnt de nieuwe cd van
Ted Russell Kamp onder de titel “Poor Man’s Paradise” en we
kregen het privilege om het schijfje nu al voor u voor te beluisteren. De eerste
song is ook de eerste single uit dit album. “Just A Yesterday Away”
bevestigt al meteen het grote songschrijverstalent dat Ted Russell Kamp is.
Het is een hitgevoelige countrypopsong waarmee hij probleemloos opnieuw zal
gaan scoren. Op nummer 2 van de cd “Just Go South” wordt er wat
meer gerockt, echter niet zonder grote aandacht aan de melodie te besteden.
Daarna is er opnieuw een pareltje te beluisteren in de song “Let The Rain
Fall Down” die spoedig een coverversie verdient door één
van de grote countrysterren als Willie Nelson of Kris Kristofferson. Ted Russell
Kamp beheerst de kneepjes van het vak als songwriter. Dat kan je in zowat elke
song op deze cd horen. De brede waaier aan songstijlen en de algehele muzikale
variatie zijn daar de stille getuigen van. Wij worden meteen tot over de oren
verliefd op liedjes als “Let Love Do The Rest”, een heerlijke liefdesballad
waarin ook de prachtige soulvolle stem van deze artiest zo mooi tot zijn recht
komt. Ook de nodige portie humor gaat hij niet uit de weg o.a. in het bluesy
“Ballad Of That Guy” en in “Old Folks Blues”, een song
die ook in New Orleans goed zou gedijen. Onze muzikale voorkeur blijft echter
uitgaan naar de moderne popballads die op deze cd te vinden zijn. Zo genieten
we met plezier van “Dixie”, maar evenzo van de mooie titeltrack
“Poor Man’s Paradise” en van het cd afsluitende walsje “Player
Piano” . Naar het schijnt overweegt Ted Russell Kamp om nu ook een korte
Europese solotoer af te werken ter promotie van deze nieuwste plaat. Wij hopen
hem alvast opnieuw te mogen ontmoeten zodat we hem even persoonlijk kunnen vertellen
wat een mooie plaat hij weer gemaakt heeft met “Poor Man’s Paradise”.
(Valsam)

COUNTRY BOY
ROLLING STONE
HITCHHIKING FROM MEMPHIS TO MARS
Website Myspace
CDBaby
Label: Black
Crow Records
Bill Crowder, AKA Country
Boy Rolling Stone, is afkomstig uit de staat Mississippi. In een vorig leven
was Crowder de zanger en songwriter van het ’60-groepje The Sugar Cube
Blues Band. Eind jaren ’60 splitte deze groep en hield Bill het even voor
bekeken. Hij stopte echter nooit met songschrijven en nu en dan werden nummers
van hem door anderen opgenomen. Met zijn beste songmateriaal stelde de man nu
het ietwat vreemd getitelde ‘Hitchhiking From Memphis To Mars’ samen.
Een paar originele Sugar Cube Blues Bandleden staken hierbij een welwillend
handje toe. Wie deze plaat beluistert, wordt meteen in een late ’60
/ early ’70 sfeer gedompeld. Denk aan de sound van ‘The Basement
Tapes’ en ‘Nashville Skyline’ (Dylan) of aan de Outlaw Country
van Kristofferson, Nelson of Jennings en je weet exact wat we bedoelen. Zo dachten
we, just for a moment, dat deze plaat via één of andere teletijdsmachine
naar ons was gekatapulteerd. Maar neen, de opnames dateren we degelijk uit het
jaar 2008. ‘Rolling Down To Dixie Once Again’ komt vloeiend als
een stoomtrein binnengelopen. Lekkere gitaren, overgoten met wat hammond orgel
en een stevige portie cowbell vullen de oorschelpen. Onmiddellijk daarna maken
we een folky ritje in een ouwe ’54 Ford’. Het lijflied ‘Country
Boy Rolling Stone’, meteen ook een ode aan alle godvergeten singer-songwriters
ter wereld, is eigenlijk ‘To Ramona’ van Dylan met een andere songtekst.
Toch blijven we dit nummer elke keer weer meezingen en spookt het refrein dagenlang
in ons hoofd. Een verdienste die we bijvoorbeeld niet over de laatste regeringsverklaring
kunnen zeggen. Het mooie ‘Guardian Angel Of The Honky Tonk Life’
is muzikaal schatplichtig aan John Prine en ‘Valentine Partner’
is alweer (net niet) van Dylan. Countryrockers als de titelsong van deze plaat
en ‘Take Me Back To Birmingham’ gaan er bij ons, gezonde jongens
als we zijn, ook nog steeds goed in. Het melancholisch verlangen naar ‘Julie’
- ‘Girl with Eyes Like The Morning Sky’ sluit deze eerste
plaat van Country Boy Rolling Stone af. Volgens ons draagt deze jonge meid een
jeans met olifantenpijpen en zitten er nog her en der wat bloemen in heur
haar. Aantrekkelijk anachronistisch, wat net zo goed over deze plaat zou kunnen
gezegd worden.
Shake

ROBIN
ROGERS
TREAT ME RIGHT
Website Myspace
Label: Blind Pig Records
Distr.: Parsifal VIDEO
Robin
Rogers werd op jonge leeftijd reeds beïnvloed door blues, R&B en soulmuziek
die ze op de radio hoorde. Als tiener liep ze van huis weg, ze trok naar North
Carolina en begon naar clubs te gaan en toen kreeg de bluesmicrobe haar te pakken.
Ze speelde met enkele muzikanten samen, er ontstonden bands die daarna weer
overgingen in andere bands, ze werkte samen met bekende en minder bekende tot
ze Tony Rogers ontmoette die later haar man zou worden. Vanaf dan traden ze
op als duo met manlief Tony op gitaar en dobro en naast Robin's vocale kracht
zorgde ze ook voor percussie en speelde even krachtig de bluesharp. De cd "Time
For Myself" (2001) kon natuurlijk niet lang uitblijven. Daarenboven heeft
Robin een aanzienlijk stembereik. Met haar vocale prestaties bewijst ze dat
ze stemtechnisch heel wat vaardigheid bezit. Dat deze dame boven de middelmaat
zou uitstijgen stond van in het begin vast. Vanaf haar eerste stappen in de
bluesscène kreeg ze ronduit fantastische recensies in de gespecialiseerde
pers en met haar vorige album "Crazy Cryin’ Blues" won ze in
2006 de titel van 'Best Self Produced CD' van the Blues Music Foundation. Rogers
zong enkele jaren geleden op een muziekfestival en werd daar gezien door de
bazen van het Blind Pig Label, die zeer enthousiast waren over Robin's kunsten.
Robin en Tony Rogers stelden vervolgens samen een band samen die je de ideale
bluesband zou kunnen noemen met o.a Kerry Brooks (staande- en elektische bas,
mandolin) en producer Jim Brock (drums, percussie). En met haar nieuwste album
"Treat Me Right" levert Robin met deze bezetting een pracht van een
plaat af. Wederom koos ze niet voor de handliggende covers op deze plaat. Zo
horen we met de opener meteen de eerste cover, meteen ook het titelnummer "Treat
Me Right", een vroeg B.B. King nummer, met het nodige blaaswerk van o.a.
Jon Thornton op trompet en Tony Hayes op sax. Met dit nummer krijgen we dan
ook dat volle big band geluid zoals we dit kennen van B.B. King zelf. Ook de
twee volgende songs zijn covers, Big Maybelle’s "Don’t Leave
Poor Me" en Nina Simone's "Ain’t No Use". Dit laatste nummer
doet me wel even denken aan Bonnie Raitt’s vroegere "Guilty".
Ook bij de beluistering van de volgende songs blijft deze vergelijking met Bonnie
Raitt zich herhalen en dit voornamelijk met haar debuut. Robin laat ook haar
vocale jazzy talenten horen in Eddie J. Cooley’s "Nobody’s
Gonna Hurt You". Aan deze namen alleen, kunt u merken dat ook Robin's stijlkeuze
heel uitlopend is. Maar elke song geeft ze een eigen bewerking, waarin haar
soulvolle stem en meestal ook het gitaarwerk van haar echtgenoot een prominente
rol vertolken. De band had er ook duidelijk zin in, en dat kun je horen, want
naast deze vier covers treffen we zeven zelfgepende songs waarin deze band steeds
zeer subtiel uit de hoek komt. Zo laat het op slide gitaar gedragen en award-winnende
"Color Blind Angel" Rogers’ songwriting en gevoel voor arrangement
het best horen. Dat Robin Rogers alle stijlen, als jazz, roots rock, soul, en
de klassieke R&B, aankan hoort u verder in het gospel gedreinde "Promised
Land" en in de twee afsluiters: "Moan" en het rustige "Dark
Love" met het nodige trompetgeschal van Jon Thornton. Dit laatste nummer
is ook mijn favoriete nummer, want hierin laat Robin haar stem slepen zoals
alleen de allergrootste vocalisten dat kunnen. Robin Rogers heeft bovendien
een stem die je niet zou verwachten als je haar foto op de hoes ziet - ze kan
grommen en grauwen en heeft steeds dat intense ruwe randje dat je kippevel kan
bezorgen. Schitterende cd - subtiel en toch zeer stevig, af en toe tegen het
rauwe aan.

DANIEL
WYLIE
CAR GUITAR STAR
Website Myspace
Contact
Label : Neon Tetra Records
“I
Love America” is de eerste track uit de derde solo-cd van Daniel Wylie,
die in een ver verleden nog ooit de frontman was van de Schotse band “The
Cosmic Rough Riders”. Nochtans is hij geen vaderlandslievende Amerikaan
maar een rasechte Schot uit Glasgow met een ‘American Dream’ die
in 2002 koos voor een weg alleen in de muziek met zijn toenmalige debuutplaat
“Ramshackle Beauty”. Zijn nieuwe album “Car Guitar Star”
- de opvolger van zijn cd “The High Cost Of Happiness” uit 2006
– bestaat uit elf door Daniel Wylie zelfgeschreven nummers die opgebouwd
werden als catchy en vlotte popdeuntjes. Er zijn veelvuldige referenties naar
de seventiessound van bands als The Beach Boys en The Byrds en de vocalen zijn
meestal gesynchroniseerde harmony vocals, een techniek die ook al vaak gehanteerd
werd in de jaren ’70, o.a. door diezelfde Beach Boys en door de formatie
Crosby, Stills, Nash & Young. Een hedendaagse band die dit procédé
ook in zijn liedjes gebruikt is R.E.M. Vooral in de songs “I’m A
Machine” en “I Can Fly” liggen een vergelijking met deze succesvolle
Australische groep voor de hand. In vergelijking met zijn vorige plaat is er
op “Car Guitar Star” wat meer elektrische gitaar te beluisteren.
Toch lijkt die typische, zonnige Amerikaanse West Coast-sound de overhand te
krijgen in alle tracks op deze plaat. Songs als “You Go There”,
“Hold Me Close”, “Seven Shades Of Blue” en de titeltrack
“Car Guitar Star” kunnen perfect meegezongen worden op een witgeblakerd
zomerse strand in Californië. Allen al het idee om dit ook eens ter plaatse
live te gaan uitproberen in plaats van in ons kille winterse Europese klimaat
doet me echt watertanden. Tussendoor trakteert Daniel Wylie ons ook op een gezapig
voortkabbelend instrumentaaltje “Grand Canyon Experience” waarin
vooral het koperwerk aan bod mag komen. De perfectie in de popmuziek wordt verder
nagestreefd in songs als” “Hey Melvin” en in de cd-afsluiter
“You’re Not The Only One”. Daniel Wylie brengt zijn eerbetoon
aan zijn muzikale voorbeelden van zo’n veertig jaar geleden op een indrukwekkende
wijze met zeer nostalgisch klinkende doch zeer hedendaagse popliedjes. Voor
ons mag hij een bank vooruit op de weg naar de roem en erkenning in de actuele
popscène. En dat niet alleen in thuisland Schotland, maar ook in de rest
van Europa en in de door hem geliefde U.S.A.
(valsam)