ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008

JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

DANNY REID CARTER - BARCELONA

LIZ MANDEVILLE - RED TOP

THE SMITHS - THE SOUND OF THE SMITHS

THE BRYMERS - 40 YEAR BROTHERHOOD

VARIOUS ARTISTS - COMO NOW: THE VOICES OF PANOLA

MERCURY REV - SNOWFLAKE MIDNIGHT

AIMEE MANN - NONE MORE DRIFTER IN THE SNOW - NEW EDITION

MARTY KOPPEL - VERNON TOWN

GREYHOUNDS - NO MAS!

JUDAS FEET - BEHIND THE EVENING



 

 

DANNY REID CARTER
BARCELONA
Website Myspace Contact
label: Tree O records
CDBaby VIDEO

 

Nog maar pas hebben we Johnny Neel's nieuwe cd besproken en vorige week was er nog de "Saddle Up & Ride" truckers verzamelaar waarop hij ook drie nummers bracht en nu merken we tijdens het neuzen in de inlay van deze cd dat Johnny hier ook weer zowat alle nummers van knappe keyboardbijdragen voorziet. Bezige kerel blijkbaar, die de uitspraak boven zijn recensie (november) dus wel degelijk waar maakt! Jawel, dit is het sprankelende debuut van Danny R. Carter, zowat de motor van de Carter Brothers band. De opener "Black as Love" start met mooie rustige mandolineklanken tegen een moorse drum, een erg knappe intro, die je wel op het verkeerde been zet, want even later blijkt de song toch een rocknummer te zijn, met mooi intens, maar beheerst gitaarwerk van Danny R. Hij woonde tijdens zijn jeugd in de bergen van North Carolina, en werd grootgebracht met "Appalachian" country en folk, maar hield ook van het hardere werk zoals Led Zeppelin en aanverwanten. Deze twee elementen wist hij in zijn eigen muziek tot een consistente eenheid te verwerken wat van zijn debuut een pracht van een plaat maakt. Neem nu de volgende song "Green River": zijn stem, zijn gitaar, de heerlijk warme sound van de Hammond B3 van Johnny Neel en daar bovenop de backing vocals van Tanja Dennis, een van de beste "onbekende" zangeressen ter wereld, dit alles tezamen: eenzame klasse. En zo gaat het door: "Hillbilly Hollywood", of vooral de pure blues "My Baby Thinks I'm Great" met ex- Allman Brother en Steely Dan gitarist Jack Pearson op resonator, zijn nummers om vingers en duimen af te likken. Geen moment verzwakt het kwaliteitsgehalte die deze release brengt. Zowel "The Fire" als de vier nummers die daarna nog volgen zijn stuk voor stuk meesterwerkjes. We krijgen nog wat rock in "Shelby Street", akoestische Americana in "Voice Of An Angel" met broertje Tom op mandoline. Southern Funk in "Shacktown Road" met een zeldzame bluesharp bijdrage van Neel. Gospel? Hadden we nog niet gehad, dus uitsmijter "We Got Work To Do" is er ééntje. Al is het wel Gospel meets Bluegrass, luchtig en vrolijk, maar gospel in hart en nieren. Spijtig genoeg komt er hiermee al een eind aan de pret. Waar staat die replay knop? Dit lijkt me eentje voor mijn eindejaarslijstje, dat noodzakelijk kwaad wat ons te wachten staat.
(RON)



 

 

 

LIZ MANDEVILLE
RED TOP
Website
Label: Earwig records
Distr.: Parsifal

 

Na haar 2 maal live aan het werk te hebben gezien en een intiem gesprek deze zomer mag het wel duidelijk wezen dat ik meer dan nieuwsgierig was naar deze nieuwe CD van Liz Mandeville. Ze had er natuurlijk al wat over laten vallen tijdens ons gesprek en dat had mijn verlangen ernaar enkel nog meer aangewakkerd. Geopend wordt er met het titelnummer ‘Red Top’, een rasechte swinger zoals ze dat alleen maar kunnen aan de westkust. Maar Liz Mandeville zou Liz Mandeville niet zijn als ze niet laat horen van meer bluesstijlen te hebben gesnoept. En als ik jullie dan ook nog mag verklappen dat ze elke aangebrachte stijl beheerst als de beste weet je al dat we hier te maken hebben met een rasartieste. Luister anders maar eens naar het subtiele maar strakke ‘Dog No More’. Dat ze ook niet vies is van wat humor in haar songs bewijst ze op het nummer ‘Spanky Butt’, een nummer dat tijdens optredens visueel voor nog meer humor zorgt. Verder ook een pluim voor de blazerssectie bestaande uit Rodney Brown (tenorsax), Peter Bartels (trompet) en Johnny Showtime (trombone). Maar Liz doet op deze CD ook nog beroep op heel wat andere prominente muzikanten uit Chicago, enkele namen zijn Eddy Shaw (tenorsax), Allen Batts (piano en Hammond) en het Black Roses Gospel Koor. In elke song die Liz brengt herken je als luisteraar wel iets van jezelf of een gebeurtenis in je eigen omgeving en het is net dàt wat haar songs die extra sterkte geven. Liz Mandeville is een dame die weet wat ze wil en ook perfect weet hoe haar ideeën over te brengen op andere muzikanten, zoiets mag wel duidelijk wezen door het luisteren naar de 15 eigen geschreven songs op deze Red Top CD. Hoe kan je anders songs als ‘Rub My Belly’ en Scratch The Kitty’ zo vastleggen dat het klinkt alsof je terug in de tijd wordt getransporteert? Neen neen, deze CD staat vol met klasse songs, van Chicago blues, via soul tot up-tempo rockers met hier en daar veel ruimte voor het koperwerk. Maar de gitaar en piano worden zeer zeker niet in de schaduw gezet, m.a.w. alle ingrediënten van de blues zijn aanwezig. Met deze cd ben ik er zeker van dat de grotere podia in België en omstreken ook lonken en ik hoop dan ook haar vlug weer live aan het werk te zien.
Blueswalker



 

 

 

 

THE SMITHS
THE SOUND OF THE SMITHS
Website Label : Warner Music

 

Het jaareinde is altijd weer het moment bij uitstek om verzamelplaten uit te brengen. Bij Warner Music vonden ze dat deze gelegenheid te baat mocht genomen worden om ook wat muzikale opvoeding te voorzien voor de nieuwe generatie muziekliefhebbers. Want met verzamelaar “The Sound Of The Smiths” kan er toch een belangrijk stuk muziekgeschiedenis worden verkondigd en onderwezen. Toen zanger Steven Patrick Morrissey (aka Morrissey) in 1983 de gitarist John Martin Maher (aka Johnny Marr) ontmoette en ze samen besloten om met de groep The Smiths te starten hadden ze wellicht ook nooit kunnen vermoeden dat de band na enkele jaren al tot een echte cultgroep zou uitgroeien en als stichtend voorbeeld zou gaan dienen voor nieuwe Britse formaties als Oasis, Radiohead en Suede. Hun gitaarpop sloeg meteen aan in Engeland waar ze een plaats in de galerij der groten konden veroveren naast hun muzikale voorbeelden The Jam en The Kinks. Morrissey had de dichterlijke capaciteiten om knappe teksten te schrijven en Johnny Marr de muzikale intelligentie om catchy popmelodieën te componeren. Bassist Andy Rourke en drummer Mike Joyce completeerden de groep die uiteindelijk amper 4 jaar in deze vorm zou blijven bestaan. Optredens van The Smiths waren grote meezingfestijnen en hun trouwe fanbasis groeide elke dag sterker aan. Radio-dj John Peel deed er alles aan om de groep binnen de kortste keren naar een heldendomstatus te katapulteren. De hits volgden elkaar al snel op: de eerste single “Hand In Glove” werd gevolgd door “This Charming Man”, “Heaven Knows I”m Miserable Now”, “William, It Was Really Nothing”, “How Soon Is Now?”, “Shakespeare’s Sister”, “The Boy With The Thorn In His Side”, “Bigmouth Strikes Back”, “There Is A Light That Never Goes Out”, “Panic”, Ask”, “Shoplifters Of The World Unite” en “Girlfriend In A Coma”. Al bij al maar een selectie uit de reeks van 17 radiohits die The Smiths op hun konto konden schrijven. Het zijn ook deze hits die nu op de nieuwe verzamelplaat werden gegroepeerd. Tracks uit hun vier studioplaten aangevuld met enkele speciale opnamen zoals “What Difference Does It Make?” uit een John Peel Radiosessie, een 12”-versie van “How Soon Is Now?” en een 7”-versie van “Barbarism Begins At Home”. Johnny Marr heeft de remastering van deze compilatieplaat gesuperviseerd en Morrissey keek toe, zag dat het goed was en zorgde voor de titel van dit album. De bittere ruzies tussen beide muzikanten behoort dus blijkbaar tot het verleden tijd. Misschien groeit er ooit nog wel eens iets moois uit de hernieuwde vriendschap. In totaal vind je op deze cd 23 klassiekers die elke zichzelf respecterende muziekliefhebber eigenlijk al lang in zijn collectie zou moeten hebben opgeslagen. Mocht dit nog niet het geval zou zijn, dan lost het aanschaffen van “The Sound Of The Smiths” dit probleem meteen op.
(valsam)



 

 

 

THE BRYMERS
40 YEAR BROTHERHOOD
Website CDBaby VIDEO 1 VIDEO 2


 

Hoe zou het nog zijn met... The Brymers? The Brymers – spreek uit The ‘Brimmers’ – maakten veertig jaar geleden een paar keer de hitlijsten onveilig met snedige garagerock. Wij bonden onze mijnlamp voor en doken het archief in... Zomer ‘63, midden-Californië. Het is warm. De rock ’n roll storm is opgestoken en komt stilaan op kruissnelheid. Er zijn Beatles, wat Stones, The Kinks ook, Beach Boys en Yardbirds. Terwijl California baadt in fel zomerlicht, begeeft elke zichzelf respecterende rebel zich aan de garagerock. Zo ook een handvol tieners die later The Brymers zullen worden. Ze heten eens The Challengers, dan The De-Fenders en in hun finale bezetting The Brymers: Kenny Sinner, Bill Brumley, Jim Mellick en Dick Lee. Ze coveren er op los en ontwikkelen hun eigen stijl: een soort kruising tussen The Allman Brothers en The Kinks. Vettige zuiderse rock, gecombineerd met fuzzy gitaren. En als The Brymers fuzzy zeggen, dan bedóélen ze fuzzy! Getuige het potige ‘Sacrifice’ Waarmee ze in ’66 een hit hebben. Ze bereiken het hoogtepunt van hun roem in ’68 maar verdwijnen daarna stilletjes in de coulissen... tot een paar jaar geleden. Eerst was er een compilatie van oude opnames, vervolgens in 2007 een reünieplaat en nu dus de nieuwe: ’40 Year Brotherhood’. De heren hebben de smaak van het spelen duidelijk opnieuw te pakken. Ze werpen zich als jonge wolven op elke song. De ene keer is het erop, de andere keer erover, maar het resultaat is altijd aanstekelijk. Hun gretigheid mag ook blijken uit het brede scala aan stijlen dat aan bod komt. We worden welkom geheten door een Brymer-Iceman op de klassieke tonen van Green Onions van Booker T and the MG’s. Deze zelfde Iceman komt helemaal op het einde van de plaat terug in een hilarisch muzikaal telefoongesprekje met de jonge ‘Ruby’. Voor The Brymers is muziek in de eerste plaats fun, en met die instelling moet u hun plaat ook beluisteren om zo mee te genieten van hun speelplezier. Elke song roept andere referenties op. Heerlijk stomende orgelpartijtjes à la Dave Edmunds, tegendraadse kaalgeplukte riffs genre The Kinks, rechttoe rechtaan southern rock delta blues, alligators inbegrepen, you name it. Verder merkten wij nog op: een erg mooie versie van ‘Black Velvet’ gezongen door de van onder het stof gehaalde Jeannie Sanders en –noblesse oblige- heropgenomen versies van ‘Sacrifice’ en ‘I want to tell you’. The Brymers gaan nooit de Pullitzer priis voor hun songteksten krijgen, noch wagen zij zich erg ver van de klassieke paden van de rock, maar wat ze doen, doen ze met een enthousiasme dat op de benen mikt en raak schiet!

Duke J



 

 

VARIOUS ARTISTS
COMO NOW: THE VOICES OF PANOLA
Label: Daptone Records
Distr.: Rough Trade

 

Filmisch zie je het zo voor je ogen afrollen als een kleurige filmband. Jong en oud die vanuit alle hoeken in Panola County naar de Mt. Mariah Church afzakken om er hun Gospels te zingen als eerbetoon aan hun Heer. In het hartje van Panola County ligt immers het legendarische Como, waar de bewoners nog diep religieus zijn en als het ware de Gospel in- en uitademen. Bovendien wisten zij via een plaatselijke advertentie dat hun zang op 22 juli 2006 kon worden opgenomen en als eigentijdse registratie vereeuwigd. Meer dan een halve eeuw geleden trokken zo vader en zoon Lomax door de zuidelijke staten van Amerika om archiverende veldopnames vast te leggen voor de Library of Congress. De zestien songs op dit album zijn echter sprankelend en springlevend en bovendien met moderne apparatuur vastgelegd op het label Daptone Records. De rauwe soulvolle zang en de geïnspireerde a-capella harmonies zijn nog even overtuigend als in de jaren 1940-‘50. Zowel in de harmonieën als in de duetten en solozang bruist de soul van de gezamenlijke Sisters en Brothers alsof deze een tijdsbruggetje willen maken naar de Gospelzangers die zij nog van vergeelde foto’s of van de overlevering kennen. Jezus aanroepen is uiteraard niet meer van deze tijd. Toch weten de acht zangers of groepjes die één of twee nummers zingen hun a-capella zang een moderne toets te geven, zodat deze niet zouden misstaan op bluesfestivals met internationale uitstraling. Vooral Brother Raymond Walker and Sister Joella, inmiddels vijftig jaar gehuwd, vallen op met hun authentieke zang, die zelfs verstokte ongelovigen kan doen twijfelen. Het schijnt dat Fred McDowell ooit aan Brother Raymond vroeg om hem op tournee te vergezellen, wat deze weigerde om zijn familie niet in de steek te laten. Hij leidde trouwens zijn eigen band, de ‘Longtown Travelers’, van wie er nooit een plaat werd uitgebracht. Wanneer hun al lang volwassen kleinzoon Rev. Robert Walker met breekbare stem ‘I Can’t Afford To Let My Saviour Down’ zingt, zou dit zelfs een Kerk propvol met toeristen tot heilige stilte brengen. De emotie in zijn stem verraadt dezelfde bewogenheid als die van Blind Willie Johnson. De dames pakken het anders aan. Zo zingen de rondborstige Como Mamas en Mary Moore een powervolle hulde aan hun Heilbrenger, zoals ooit Mahalia Jackson haar Geloof en Hoop wereldkundig maakte. De jongere ‘Jones Sisters’ gaan op hun beurt een hoogstpersoonlijke dialoog aan met de Heer. Vanuit Senatobia kwamen de ‘John Edwards Singers’ naar de Church, drie zussen en broer George, die in ontroerende samenzang hun liefde belijden voor zowel hun hemelse Vader als hun eigen vader, nu in ‘New Burying Ground’. Alleen Irene Stevenson, die al vanaf haar achtste jaar zingt, vertolkt solo haar zelf geschreven ‘If It Had Not Been For Jezus’ met een intensiteit die niet moet onderdoen voor vele beroemde R& B zangeressen. De religiositeit hecht zich als wierook aan teksten en huid. Opeens verandert het Kerkje in Como in het centrum van alle geloofsbeleving, waar Geloof, Hoop en Liefde als heilig water de dorre velden overstromen. Geen instrumentale begeleiding op dit album, al staat er misleidend een piano op het ingesloten boekje. Vele Kerken waren zo arm dat zij immers geen piano konden bekostigen. Mocht echter het inmiddels tachtigplussers echtpaar ‘Walker’ op een of andere festivalwei voorbijtrekken, ik zou terstond alles laten vallen om hen in hun echoënde Gospelvoetsporen te volgen.
Marcie



 

 

 

 

MERCURY REV
SNOWFLAKE MIDNIGHT
Website Myspace Label : V2

 

De oorsprong van de driemansformatie Mercury Rev ligt in Buffalo, New York toen eind jaren tachtig zanger Jonathan Donahue, gitarist Grasshopper en drummer Jeff Mercel met bassist Dave Fridmann besloten om samen het podium te bestijgen en er twintig jaar lang het beste van hun muzikale kunnen te demonstreren. Hun debuutplaat “Yerself Is Steam” uit 1991 leverde meteen internationale erkenning op, o.a. door songs als “Chaising A Bee”, “Fritterings” en “Coney Island Cyclone” en hun daaraan gekoppelde memorabele optreden op het Britse Reading-festival waar ze een staaltje van hun latere reputatie als live-band ten beste gaven aan een uitzinnig publiek van zowat 10.000 muziekliefhebbers. “Boces”, de tweede cd uit 1993 en diens opvolger “See You On The Other Side” uit 1995 waren een voortzetting van hun succesrijke carrière. Maar toen kwamen de persoonlijke problemen en ook de relatie met de platenmaatschappij raakte zwaar verzuurd. Na een zeer moeilijke periode bracht hun album “Deserter’s Songs” de groep in 1998 wereldwijd terug ‘in the picture’. Het werd verkozen tot ‘plaat van het jaar’ door New Musical Express en Mojo. Klassieke songs als “Goddess On A Highway” en “Holes” openden vele poorten voor Mercury Rev en de volgende cd “All Is Dream” uit 2001 met daarop hun bombastische all-time classic “The Dark Is Rising” en de andere hits “Little Rhymes” en “Tides Of The Moon” leidde er toe dat ze zowat het hele jaar 2002 op wereldtournee moesten gaan om aan de vraag van het internationale publiek te kunnen voldoen. Drie jaar geleden verscheen hun laatste cd “The Secret Migration” met een sterk new age gehalte en daar kunnen we nu eindelijk een opvolger voor aankondigen. Op de valreep nog in 2008 verschijnt er “Snowflake Midnight” met negen dromerige popsongs vol betovering en meeslepend als de spannendste thriller op tv. De falsetstem van zanger Jonathan Donahue zweeft op haast alle songs van begin tot einde op bombastisch georkestreerde en haast uitsluitend elektronisch geproduceerde muziek. Het begint indrukwekkend met synthesizers in “Snowflake In A Hot World” en het mysterieuze “Butterfly’s Wing”. Het zweverige, psychedelische elektropopnummer “Senses On Fire” is wat moeilijker verteerbaar, net als het filmische “People Are So Unpredictable (There’s No Bliss Like Home)” en het instrumentale “October Sunshine” die beiden op de soundtrack bij een spannende actiefilm thuishoren. Nog veel meer etherische elektronicaklanken daarna in “Runaway Raindrop”. Ons favoriete nummer op deze plaat is echter het zeer radiogeschikte maar wel 8 minuten durende “Dream Of A Young Girl As A Flower”. Op de website van Mercury Rev kan je overigens gratis “Strange Attractor” downloaden, een tweede - akoestische - plaat. Daarvoor moet je “Snowflake Midnight” dan wel gekocht hebben en over het met die cd meegeleverde paswoord beschikken.
(valsam)



 

 

 

 

AIMEE MANN
NONE MORE DRIFTER IN THE SNOW - NEW EDITION
Website Myspace
Label: Superego Records
Distr.: Rough Trade

 


Noem me ouderwets, maar ik weiger om voor vijf december ook maar iets aan Kerstmis te doen. Zelfs als artiesten die ik hoog aansla in november al cd'tjes uitbrengen met kerstliedjes, dan weiger ik ze te draaien. "One More Drifter In The Snow" van Aimee Mann heeft rustig liggen te verstoffen op mijn bureau tot de Sint het land uit was. Toen was het pas de tijd ervoor. Mann beperkt zich op "One More Drifter in the Snow" tot slechts tien liedjes in 33 minuten en daar zijn we tevreden mee. Kerst kan best gezellig zijn, dus ik wil best eens een poging doen iets van dit feestje te begrijpen, maar kerstcd's en kerstmuziek gaan me al snel te ver, wat een vrolijkheid! Aimee Mann's "One More Drifter In The Snow" is een uitzondering. Kerstmis is meteen ook de reden om dit album dat reeds in 2006 op de markt kwam nu wederom te re-releasen. Al kun je deze tijdloze cd prima buiten kersttijden beluisteren, omdat het niet heel erg overvol is met kerstgeluiden. Geen belletjes, geen gejengel. De tien nummers op deze cd zijn deels nieuwe vertolkingen van bestaande nummers en deels nieuw geschreven nummers waaronder het voortreffelijke "Calling on Mary", met tranentrekkend slidegitaarspel. Tegelijk is dit ook het nummer dat Mann het meeste typeert. De droeve pianomelodie, de akoestische gitaar, dynamische basriff en zang die er traag bijkomen, en dan de drum die het geheel een indringend gevoel geeft. Door Manns stem, beheerst en kalm, neigen bijna alle nummers snel naar een triest, melancholisch sfeertje, perfect voor Kerst. Toch word ik eerder vrolijk dan treurig van haar vertolkingen van deze nummers, omdat haar typische stem een gevoel van kracht en plezier geeft. Alsof ze de hele wereld aan kan en precies weet waar ze mee bezig is. Een paar nummers zijn wat meer cliché, zoals "I'll be Home for Christmas", "Winter Wonderland" en "Have yourself a Merry Little Christmas", maar zelfs die nummers hebben een eigen draai gekregen zodat ze nergens de kriebels opwekken die normale kerstnummers wel doen. Het spannende, korte nummer "God rest ye Merry Gentlemen" wordt gevolgd door een ingetogen versie van het onvermijdelijke "White Christmas". En wat een verrassing om een duet aan te treffen met Grant Lee Phillips (zanger van Grant Lee Buffalo). Dit duet is meteen één van de hoogtepunten op de cd. "You're a mean one, Mr. Grinch" is een nummer uit het verfilmde boek van Dr. Seuss: How the Grinch stole Christmas. Manns bedoeling was om met deze cd de "spooky beauty and mystery that Christmas is" te vangen. Die termen raakt ze inderdaad met deze cd. Het is een buitengewoon mooie cd vol sfeervolle nummers. Wil je een keer iets anders draaien tijdens Kerstmis dan de standaard bellenherrie, denk dan eens aan Aimee Mann, want haar warme stem haar fijne gevoel voor breed gelardeerde arrangementen lenen zich heel goed voor deze kerstsongs.



 

 

MARTY KOPPEL
VERNON TOWN
Website Myspace
Label : Big Cow Records
CD-Baby

 

Een muzikant die op z’n MySpace-website Roy Orbison bij zijn invloeden plaatst trekt natuurlijk meteen onze aandacht. Het was nochtans maar één van de vele namen die de Amerikaanse singer-songwriter Marty Koppel in zijn invloedenlijstje had opgenomen tussen veel ander goed volk als Bruce Springsteen, Bob Dylan, the Beatles & the Rolling Stones, Elvis Presley & Johnny Cash. Marty Koppel woont in Vernon, New Jersey en heeft zijn nieuwe plaat dan ook maar meteen naar dat plaatsje vernoemd: “Vernon Town”. Zijn muzikale keuze bevindt zich voornamelijk in het Americana-, Rockabilly-, country- en R&B-genre. Deze plaat omvat amper 10 songs en duurt nauwelijks een half uurtje. Net lang genoeg overigens om ons te overtuigen dat Marty Koppel toch wel wat in zijn mars heeft als schrijver en zanger van eigen composities. Hij heeft overigens in de voorbije dertig jaren zo’n 200 liedjes bij elkaar gepend en meerdere talentenjachten gewonnen. Laat ons dan maar even naar de nummers op deze plaat kijken: bij de vrolijk swingende bluegrass-song “Silver Eagle” en de countrysong “That’s Not For Me” krijgt hij vrouwelijke vocale ondersteuning van Suzy Arnowitz. Met zijn soulvolle stem zingt Marty Koppel de overige liedjes helemaal alleen met volle overgave en grote overtuiging zoals in de titeltrack “Vernon Town” en in “Daddy’s Little Girl” of heel subtiel zoals in “New Year’s Eve Blues”. Het ingetogen nummer “Arrienne” en de smeekbede “Momma I Want to Come Home” zijn andere hoogtepunten op deze eigenlijk wat te korte maar toch behoorlijk verdienstelijke cd.
(valsam)



 

 

GREYHOUNDS
NO MAS!
Website Myspace
Label: Luther Records
CDBaby

 

Opgenomen in Austin, Texas op minder dan drie uur, staat er op het hoesje. Ongelooflijk als je beseft dat er één uur pure kwaliteitsvolle soul, boordevol emotie, ingeblikt is in die korte periode. Greyhounds is een band bestaande uit Andrew Trube: gitaar en stem, en Anthony Farell : keyboards en stem, als kern. De drummer Dave Robbinson en de bassist Matt Turner vormen de sterke ritme sectie, op een paar nummers is de drummer Jeremy Kuznior. Tijdens het beluisteren van deze cd heb je voortdurend dat eind jaren zestig, begin jaren zeventig gevoel. Dit is soul zoals bands als de Bar-keys en Archie Bell & The Drells toen maakten. Soul, old school R&B, blues en wat jazz à la Jimmy Smith, goed gedoseerd en klaar om opgediend te worden. De twee vocalisten zorgen afwisselend voor een authenticiteit die je niet voor mogelijk houdt, dit lijkt niet opgenomen in 2008, maar minstens dertig jaar geleden in een van die legendarische studio zoals de Muscle Shoals. Vanwege de twee stemmen vergelijken ze zichzelf met Hall & Oates, maar daarmee doen ze zichzelf te kort vind ik, hun stemmen zijn veel minder gepolijst, en klinken veel zwarter. Het geheel opent met het ultra korte "Thunderbird" een opwarmertje voor de stembanden, zo te horen, enkel drums en Andrew's stem, maar je voelt in dat korte probeersel de soul al van de stembanden druipen. Het echte werk begint met "Get Back" een song die je al dadelijk aan het dansen wil zetten. In "All Over" zit er zelfs wat gospel feeling. De hoge falsetto squals van Anthony zijn heerlijke accenten, en zijn keyboard heeft die echt romige klank van de oude opnames. Schitterend gewoon. Nummers als "Clap your Hands" en "Thight it Up" zijn pure soulpareltjes, net als de rest van de elf songs op deze knappe cd. Southern soul uit hartje Texas, vuurwerk van begin tot einde, en dit met een sfeertje alsof je midden in een kleine bar live naar hen staat te luisteren, een ware juke joint belevenis. Spijtig dat hun debuut "Liberty" uit 2004 aan me voorbij gegaan is. Ze toeren momenteel met Derek Trucks, die hen in zijn voorprogramma wou. Zegt genoeg, denk ik. Verrassing van de week!
(RON)



 

 

JUDAS FEET
BEHIND THE EVENING
Website Myspace Contact
CD-Baby

 

 

“Gooniewocky”. Zo noemen de leden van Judas Feet hun mix van diverse muziekstijlen. Toch menen wij vooral folkrock en Americana in hun sound te herkennen. Maar zij doelen allicht op het feit dat hun drummer Tron Carter uit het punkmilieu stamt en cellospeler Cody Green een klassiek verleden heeft. Frontman, gitarist, pianist, zanger en songschrijver Tommy Read schreef op amper 17-jarige leeftijd alle nummers voor hun zelfgeproduceerde debuutplaat “Not Alone” die in 2007 op de markt verscheen maar toen weinig potten wist te breken. Dat zou echter wel eens anders kunnen gaan verlopen voor “Behind The Evening”, de nieuwste worp van dit familiale trio waarbij de zusjes Diana Read voor de vocale ondersteuning zorgt en Hannah Read de basgitaar hanteert. Twaalf songs tussen de 2 en de 4 minuten vormen een coherent geheel en tonen aan dat Tommy Read het vak als songschrijver helemaal onder de knie heeft. Deze plaat werd in nauwelijks één volle week in een degelijke studio opgenomen met producer Steve Collins achter de knoppen. De songteksten zijn uit het leven gegrepen authentieke verhaaltjes die in folksongs altijd zo goed tot hun recht komen. Zo gaat de weemoedige eerste track “The Family Missionary (Father’s Summer Flight)” over het tragische overlijden van een vader en het daaraan gekoppelde moeilijke verwerkingsproces voor alle achterblijvenden die elkaars steun proberen te zijn in liefde en leed. Gelukkig wordt er al meteen daarna in “Dear Julie” een vrolijkere noot gezongen en gespeeld. Ook de softrockers “Misery” en “Dew On The Moon” en het bluesy “Rhyme” nemen de treurnis wat weg van de algemeen heersende sfeer op dit album. Diana Read zorgt voor het vocale werk op “Canaan Waiting” en in het nummer “David” vergelijkt Tommy Read zich met de joodse koning uit de Bijbel. Ons favoriete nummer uit “Behind The Evening” is echter het zachtjes voortkabbelende en als duet gezongen “17th Century Spanish Doors”. Ook de door Diana Read gezongen pianoballad “Mockingbird” en het tot in de allerdiepste poriën ontroerende “When You’re Tired” zijn klassesongs waarmee Judas Feet aantoont dat ze de intentie hebben om nog voor langere tijd een vast plaatsje te reserveren in de hedendaagse muziekscène.
(valsam)