ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008

JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

MICHAEL VERMILLION - LAST NIGHT ON EARTH

BIRDWATCHERS OF AMERICA - THERE HAVE BEEN SIGHTINGS

SLIMFIT - MAKE IT WORSE

JJ MILTEAU - SOUL CONVERSATION

HILLBILLY CASINO - THREE STEP WINDUP

MARK "STARDOG" ISAIAH - POOR BOY BLUES

MEGAPUSS - SURFING

GREG LOFTUS - NO TAKING PRISONERS TONIGHT

SHERYL CROW - HOME FOR CHRISTMAS

MARK OLSON & GARY LOURIS - READY FOR THE FOOD

 



 

 

 

MICHAEL VERMILLION
LAST NIGHT ON EARTH
Website CD-Baby

 

Vanuit Seattle, Washington hebben we de afgelopen jaren al heel wat leuke muzikale verrassingen mogen ontvangen. Michael Vermillion is ook een inwoner van die stad en mag toegevoegd worden aan het lijstje aangename kennismakingen met muzikanten uit Seattle. Zijn muziek concentreert zich op het wat donkerdere alt.country-genre. Akoestische en elektrische gitaar en pedal steel zijn onafscheidelijke instrumenten in dit genre en mogen dus ook niet ontbreken op de songs die te horen zijn op “Last Night On Earth”. Meerdere nummers zijn schatplichtig aan het vroegere werk van Townes Van Zandt en Neil Young die hun verhalen op gelijkaardige soundscapes plegen te brengen. Michael Vermillion is al vele jaren actief in de muziek als bassist bij de rockgroep Vendetta Red. De gekozen blues- en countrystijl voor zijn solodebuut dat in eigen beheer werd gereleased is daardoor eens temeer verrassend te noemen. Voor deze debuutplaat trommelde hij een hele reeks muzikale vrienden op die allemaal hun steentje aan de opnamen kwamen bijdragen. Qua sound sluit hij nauw aan bij het werk van Zuid-Amerikaanse artiesten en bij momenten lijken de Mexicaanse geïnspireerde blazers naar het typische geluid van bands als Calexico en Beirut te verwijzen. Vooral “I Hate Losin’” en “Lonely Heart” roepen die herinneringen op. Maar Michael Vermillion heeft veel meer in zijn mars. De titeltrack “Last Night On Earth” is een ijzersterke song. De Townes Van Zandt-cover “Waiting Around To Die” is ronduit prachtig. Voor ons had anderzijds de bij bluegrass aanleunende banjosong “Moses” niet op deze plaat moeten staan. Maar dit schoonheidsfoutje wordt graag vergeven als je vlak daarna “Lonely Heart” krijgt voorgeschoteld waarin de Mariachi-blazerssectie weer aan het werk wordt gezet. Het beeld van de eenzame cowboy die in een verlaten woestijn treurt omwille van de verre afstand van zijn geliefde kan je er probleemloos bij fantaseren. Dat gevoel wordt nog even verlengd via het nummer “Maria”, een op countryrock gebaseerde liefdesliedje. Tenslotte willen we ook nog even aanhalen dat de cd-afsluiter “I Wasn’t Alone With You” vocaal doet denken aan Jeff Buckley en qua songstijl Nick Drake met zijn naakte akoestische gitaar + zang voor de geest roept. Michael Vermillion heeft een verdienstelijk plaatje gemaakt waarmee hij zich rustig kan ontspannen na het doordrammen met zijn rockband. En mooie songs componeren is een gave die hij van ons ook al op zijn conto mag bijschrijven.
(valsam)



 

 

BIRDWATCHERS OF AMERICA
THERE HAVE BEEN SIGHTINGS
Website CD-Baby
Label : Raise Giant Frogs Records

 

Is dit nu een full-cd of een wat ruim uitgevallen ep. Ik ben er nog niet helemaal uit hoe we “There Have Been Sightings” van de formatie ‘Birdwatchers Of America’ gaan bestempelen tijdens deze bespreking. Er staan namelijk 12 tracks op deze schijf maar 5 daarvan zijn oude geluidsopnamen van flarden radiofragmenten waarin een stem vertelt over ornithologie of vogelkunde om aansluitend vlekkeloos over te gaan in wat we kort en bondig als prachtige, moderne popsongs kunnen omschrijven. Dit viertal uit Boston, Nashville bestaat uit zanger Marc Hutton, bassist Pat MacDonald, keyboardspeler Jon Rosen en drummer Adam Goodwin. Hun flyer spreekt over een “supersonische uitbarsting van lyrische popsongs die op intrigerende wijze gefusioneerd werden met folkrock en psychedelische muziekinvloeden”. En dat is absoluut geen gemakkelijke omschrijving voor wat wij eerder simpelweg als goede popmuziek zouden willen bestempelen. Deze jongens zijn fans van bands als Wilco en The Jayhawks maar hen dezelfde stijl toeschrijven zouden wij hierbij toch niet echt willen doen. De vier muzikanten hebben allemaal hun roots in groepen uit de nineties die ver uit elkaar liggende genres speelden. ‘The Red Telephone’ en ‘Permafrost’ waren daarvan het meest succesvol, zij het in zeer beperkte kring van college-radios en lokale pers. ‘Birdwatchers Of America’ moest vanaf de oprichting in 2006 dan ook enige tijd proefdraaien in de clubscène van Boston vooraleer ze voldoende gepolijst hadden aan de zeven echte nummers die op hun debuutalbum “There Have Been Sightings” een plaatsje kregen. Ze zijn realistisch genoeg om te beseffen dat ze de grote wereldroem wellicht niet zullen bereiken met dit album. Vandaar dat het feit dat ze zelf graag naar de cd zouden moeten willen luisteren hun belangrijkste criterium voor de songkeuze was. Rootsy folkrocksongs vormen de basis van dit zeer lovenswaardige album waarop de klassieke rockinstrumenten de bovenhand hebben maar waarbij er ook een speciale plaats is weggelegd voor de keyboards van Jon Rosen. Vooral “The Boy Emperor And G.I. Joe” is gebaseerd op orgelklanken à la Booker T. Jones. Ook de zangprestaties van Matt Hutton maken vooral in dit nummer indruk waardoor wij deze song graag willen selecteren als de beste track uit het album. Maar ook de andere nummers zijn heel sterk opgebouwd. Zo bekoren “Rain Down The Chimes”, “ Save The Berlin Wall Committee Blues”, “Call From Virginia” en “My Stolen Bird” ons het meest tijdens het beluisteren van dit album, wat we voor deze gelegenheid gecombineerd hebben met het stilletjes begluren van de activiteiten van de vele vogeltjes in onze tuin. Kwestie van zich zo goed mogelijk in te leven in de sfeer die deze ‘Birdwatchers Of America’ ambiëren met hun plaat. “There Have Been Sightings” is een heel mooie cd die we u graag zouden willen aanbevelen. Misschien best eerst even de tracks voorbeluisteren op CD-Baby.
(valsam)



 

SLIMFIT
MAKE IT WORSE
Website Myspace
Info: Jeff Royer - Black Lodge PR Contact
Label : Don’t You Hate Pants? Music
CDBaby

 

 

Wat spreekt je aan bij de eerste oogopslag van een cd? Het brave borduursel op de cd-hoes van Slimfit’s eersteling ziet er heel onschuldig uit, de titel “Make It Worse” wekt al enige nieuwsgierigheid, maar eens dit schijfje in je cd-speler belandt spits je automatisch je oren. Deze bloedbroeders en altcountryrockers uit Lancaster, Pennsylvania zijn er in geslaagd om van hun primeur een perfect klinkend en zeer afwisselend geheel te maken. Slimfit is een band van vrienden onder elkaar, wat duidelijk hoorbaar is aan de enthousiaste en directe livesound van het album. In ieder nummer lijkt ook wel één of andere verwijzing naar een bekende muzikale grootheid voorbij te flitsen, maar elk van de twaalf songs heeft wel een Slimfit jasje aangemeten gekregen met eigen karakter. Het op akoestische gitaar openende “Midnight Blues” doet ons in weemoed wegglijden op de mooie slepende viooltonen in de achtergrond en herinnert aan een beste Steve Earl. Onmiddellijk wordt je geraakt door het rauwe, iets dissonante stemgeluid van leadzanger Joey Mc Monagle, dat goed tot zijn recht komt in de rustige nummers, maar pas volledig openbloeit in het stevigere werk zoals de vuile Stonesachtige rocker “Wrong Is Wrong”. Wat zou de East-Coast zijn zonder de typische Tom Petty klanken die we duidelijk horen in “Easy To Talk To”. Slimfit is zijn roots niet vergeten en de titelsong “Make It Worse” heeft alles waarmee een goede bluegrass gekruid dient te worden: tokkelende mandolines in duel met akoestische gitaren, snerende violen, een slepende pedalsteel en prachtige harmonische zangpartijen. “Wich Way You Gonna Go” doet het originele Crazy Horse met Danny Whitten herleven met dezelfde tele-twang als in “Everybody Knows This Is Nowhere”. Het sterkst komt deze bende echter uit de hoek in de meer uptempo, ambiancevolle nummers, zoals het naar The Pogues ruikende “Fight ‘Til You Die”, dat elke zaal gegarandeerd uit zijn dak laat gaan op uitbundige “Yihaa” kreten die de met bier morsende dronkaards hun meid de dansvloer doet opsleuren. Scheurende, duelerende gitaren van Pat Kirchner en Slam Gorgone en een stevige Drive By Truckers sound verheffen, samen met de klagende stem van frontman Joey , “Pony Up” tot een zoveelste pareltje op het album. Slimfit is er met “Make It Worse” in geslaagd een zeer aanstekelijke altcountryplaat in elkaar te boksen met een ruw kantje dat het genre zo groot heeft gemaakt. Hun debuutplaat is gewoon top of the bill en we kijken al benieuwd uit naar de opvolger.
Blowfish



 

 

 

 

JJ MILTEAU
SOUL CONVERSATION
Website VIDEO 1 VIDEO 2
Label: Dixiefrog Distr.: Parsifal

 

Parijzenaar Jean-Jacques Milteau, geboren in 1950, met minstens een dozijn albums op zijn naam, grijpt op dit album terug naar zijn eerste invloeden: blues, soul, rock en folk. Toch overheerst de soul in deze ‘conversation’, waartoe vooral de vocalen van Michael Robinson en Ron Smyth bijdroegen. De eerste stond als tiener tussen de Staples Singers, de tweede begeleidde Peter Tosh. Beiden Afro-Amerikanen belandden na omzwervingen in Frankrijk. Hun stemmen vertonen verwantschap met Curtis Mayfield, Earl Green en Davell Crawford of nog met een der Neville Brothers. Terwijl Michael de hoogte kiest in ‘It’s So Real’, heeft Ron Smyth een hesere stem die de song laat glijden naar oevers waar de wind fluistert of herinneringen zich nestelen. Hierdoor krijgt ‘You Can’t Always Get Wat You Want’ een gevoelvollere uitvoering, die de ‘original’ van het duo Jagger/Richards spirituele adem geeft. Behalve een viertal covers of bewerkingen, zijn alle songs het resultaat van een samenwerking tussen Milteau, zangers en gitarist. Manu Galvin en Gilles Michel etaleren hun kunde als gitarist en bassist des te feller als de nummers meer rockend worden. ‘Rock’n’ Roll Will Never Die’, ‘Hole In The Wall’ of het zwierige ‘Beaumont Lafayette’ illustreren dit met drive en warme gloed. Milteau met zijn bluesharp speelt grotendeels de hoofdrol. Alomtegenwoordig maakt hij nochtans met zijn bluesharp subtiel duidelijk wat al lang geweten is maar zelden wordt toegepast, namelijk ‘less is more’. Zich telkens aanpassend aan de gevoelsinhoud van de song of het stemtimbre van de zanger toont hij zijn intuïtief meesterschap. Bovendien bezit hij de wijsheid om essentiële vragen te stellen liever dan antwoorden te poneren, zoals blijkt in ‘Is This The Way?’. De eigen songteksten zijn betekenisvol, maar ook die van de covers zoals ‘People Get Ready’ van Mayfield of ‘the darkest hour is always just before the dawn’ uit Crosby’s ‘Long Time Gone’. Deze song drijft op een aanvurend ‘Canned Heat’ ritme. Dit album werd opgenomen in Studio Pigalle in Parijs en is net zoals de titel zegt een ‘Soul Conversation’ waar elke muzikant essentieel in geïnvolveerd is. Het album eindigt met een schitterende folky uitvoering van ‘Will You Come’. Na Joan Baez’ versie van deze traditional onder de titel ‘Wild Mountain Thyme’ hoorde ik zelden nog een intensere vertolking. Het zestal met de stemmen van Michael en Ronald tillen deze song op naar een hoogte waar de woorden ‘ the rays of hope keep shining’ aan de horizon blijven glansen. Milteau’s harmonica blaast er een ziel in.
Marcie



 

 

 

HILLBILLY CASINO
THREE STEP WINDUP
Website Myspace CDBaby VIDEO

 

Zanger NIc Roulette stelde in 2004 de Rockabilly band ‘Hillbilly Casino’ samen met Geoff Firebaugh (bas), Ronnie Crutcher (gitaar) en Andrew Dickson (drums). Zonder enige hulp van een manager of een platenfirma versierden deze jongens uit Nashville optredens in het voorprogramma van oa Brian Setzer of speelden ze samen met ‘sterren’ als Wanda Jackson, The Cramps en Billy Burnette. Zo stonden ze onder meer op de planken van de legendarische ‘Ryman’ in Nashville. In 2007 brachten ze, in eigen beheer ,‘Sucker Punched’ uit en nu presenteren deze jongens, nog steeds als onafhankelijken, ‘Three Step Windup’. Wie naar de plaat luistert , denkt in eerste instantie ontegensprekelijk aan The Stray Cats, maar verder ook aan The Ramones, The Clash en zelfs Johnny Cash. Dit verraadt meteen waarom ‘Three Step Windup’ zo’n gevarieerde plaat is geworden. De openingstrack ‘Don’t Stick Around’ is er meteen boenk op: de snerpende Gretsch gitaren en het wild gepluk aan bassnaren leveren rockabilly volgens het boekje op. Prijzen voor originaliteit zullen hiermee nauwelijks verdiend worden, but what the hell: we like it! In ‘One Cup Beyond’, een 1’ 47’’ durende uppercut, deelt de zanger ons op niet mis te verstane wijze mede dat hij aan een straffe kop koffie toe is. ‘Big Dan’ is een ode aan de wispelturige gilde der truckdrivers uit Tennessee. In ‘Have To Tell It All’ veranderen de Hillbillies het geweer even van schouder om ons een een mooie plak countryrock te serveren op grootvaders wijze. Het onweerstaanbare ‘I’d Rather Be Lonely’ is iets om massaal van de daken te brullen. Dit terwijl het jazzy ‘Whiskey’ ons naar de fles doet grijpen en het lekker rockende ‘Spank Me’ naar euh, .. iets anders. ‘You’ll Have Me’ is een door Johnny Cash geïnspireerde ‘I Walk The Line’-poging. Op andere momenten doet de groep ons een beetje aan de psycho-rockabilly van de jaren ’80 denken (‘The Hole’) of zelfs even aan de metal van Black Sabbath (‘Iron Fist’). En wat hebben we geleerd vandaag Piet? Dat dit alles niet resulteert in zomaar een doordeweekse hutsepot, maar wel degelijk in een goed gedoseerde en gezonde maaltijd voor onze beide oren. Hillbilly Casino live zien spelen moet de moeite zijn. Bewijze hiervan is het enige livenummer van de plaat ‘Shoe Leather’, dat zanger Nic Roulette als volgt introduceert: ‘There’s a reason why guys like me can’t keep a pretty woman at home. It’s called ‘money’ or ‘cash’. I ain’t got any.’ Het goede nieuws is dat u hier natuurlijk gemakkelijk iets kan aan verhelpen door simpelweg deze plaat aan te schaffen. Laat uw liefdadigheid spreken. Hallelujah!
Shake


 

 

 

MARK "STARDOG" ISAIAH
POOR BOY BLUES
Website Label: Bow Records

 

Mark werd geboren in Charlotte, North Carolina, bracht daarna een aantal jaren door in Dallas Texas en woont nu terug in North Carolina, in wat men de "Foothills" noemt. Meestal beperken wij ons tot het bespreken van full cd's, maar zijn 4 nummers tellende E.P "Walk Up To The Bar" bevalt me echter wel, voor Mark willen we daarom wel een uitzondering maken, en we hopen dat dit schijfje slechts een teaser, een voorloper, is van een volwaardige cd waar zijn gitaarspel en laid back vocals nog beter tot zijn recht gaan kunnen komen. Met beperkte financiële middelen (Poor Boy is geen modieuze titel, maar de bittere waarheid in dit geval) en hulp van wat vrienden spaarde hij nummer voor nummer de songs voor deze E.P bij elkaar. Het geld raakte op en van een full cd kon niks meer terecht komen. Bassist Tim Pardue, en drummer Lee White zorgden voor de backing, terwijl vooral de steun van Mike Griffin, een bevriend geluidstechnicus deze opnames mogelijk maakten. De combinatie van Mark half gedeclameerde teksten over zijn bluesy gitaarwerk geven de nummers op zijn mini album een sterke sfeervolle draagkracht. Vooral "Rich" is een prachtig nummer, met sterke, dreigende gitaarlijnen die de spanning opbouwen, terwijl Mark zijn teksten declameert. Mooi! Het akoestische instrumentaaltje "Stomp" is een bluesy sfeermaker, net als ook "Way I Am" dat live in een take opgenomen werd. Wanneer Mark echter teruggrijpt naar dezelfde "talking" stijl in "Better Days" maakt hij van een van zijn zwakkere kanten, zijn minder krachtige stem, een pluspunt en net als "Rich" is dit weer een sterke song. Johnny Cash deed het, Mark Knopfler deed het, beiden met succes, waarom dan Mark "Stardog" Isaiah niet! Dus doorgaan Mark, die full cd die komt er wel eens!
(RON)



 

 

MEGAPUSS
SURFING
Website Myspace Contact
Label : Vapor Records
Distr. : Rough Trade

 

Megapuss is de naam van een nevenproject van singer-songwriter Devendra Banhart waarbij Greg Rogove (van de rockformatie Priestbird), Fabrizio Moretti (van The Strokes en Little Joy), Noah Georgeson (lid van Banhart's groep en producer) en Aziz Ansari (acteur/komiek) z’n partners-in-crime zijn. Met hun vijven hebben ze van “Surfing” een knotsgek plaatje gemaakt waarop 14 nummers vol grappen en grollen staan en waarbij er naar willekeur wordt gesampled en ook gestolen uit alles wat er ook maar beschikbaar is in de grote boze wereld van de muziek. Deze groep ontstond uit een vrijblijvende jamsessie in Los Angeles en zelf noemen ze hun experimentele muziek toch gewoon pop. Volgens onze bescheiden mening is “Surfing” echter een nieuwe Devendra Banhart-cd met een paar weirdo gastmuzikanten. Het risico dat je de plaat te ernstig zou nemen is haast onbestaand want in zowat elke song wordt er gegrapt, is de parodie overduidelijk of is er iets komisch toegevoegd aan de muziek. De teksten zijn nergens platvloers of schokkend maar subtiel grappig. Fans van Banhart zullen ook aan deze cd hun hartje kunnen ophalen. Songs als “Crop Circle Jerk ‘94”, “Adam & Steve”, “Hamman” en “Theme From Hollywood” konden onversneden op zijn soloplaten gestaan hebben. Af en toe wordt er wel heel zwaar geëxperimenteerd en klinken de nummers meer als onafgewerkte demo’s. Dat geldt ondermeer voor de titeltrack “Surfing”, “Duck People Duck Man”, “To The Love Within” en “Mister Meat (Hot Rejection)”. Echt komisch wordt het in “A Gun On His Hip And A Rose On His Chest” waarbij ze zowat alles wat slecht is in de aars van de president of van de politie willen laten verdwijnen. Dit allemaal op een “Hey Bo Diddley”-gitaarriff waardoor het een swingend rocknummer lijkt te zijn. De tekst is echter nogal expliciet en laat weinig over aan de verbeelding. Er is ook een pseudo-romantisch melodietje waarop de tekst met zeemzoete stem wordt gezongen maar waarbij alleen de titel “Chicken Titz” laat vermoeden dat Megapuss met deze song toch een iets andere boodschap wilde verkondigen. “Surfing” is een cd vol met freaky spul waar je als luisteraar met een open geest dient naar te luisteren. Anderen zullen dit te ver gaand vinden en ook dat kunnen wij wel begrijpen.
(valsam)




 

 

GREG LOFTUS
NO TAKING PRISONERS TONIGHT
Myspace Label: Big Bullet Records
CDBaby

 

Wie had ooit kunnen denken dat een overdosis van The Replacements, Jeff Tweedy, Lucero, Cory Branan en Uncle Tupelo platen beluisteren nog tot iets goeds zou leiden. De ouders van de schoolvrienden Jay Farrar en Jeff Tweedy vast niet. Toch inspireerde hen dat tot het starten van Uncle Tupelo en het maken van "No Depression", het album dat het Americana-genre startte. Zo vele jaren later is de vlam ervan nog steeds niet gedoofd en heeft het zelfs een der meest geprezen bands en artiesten van de laatste jaren voortgebracht. Ook Greg Loftus is schatplichtig aan de Tupelo erfenis. Op hun debuutalbum "No Taking Prisoners Tonight" horen we alles waarom we zo van dit genre houden: stampende rocksongs zonder opsmuk uit volle borst gespeeld en akoestische balladen met een authentieke eerlijkheid die we in deze geplastificeerde wereld nog maar weinig tegenkomen. De oprechtheid die Greg Loftus (vocals, gitaren, banjo), Nick Sundman (gitaar, background vocals), Bobby Blegen (drums) en Tim Perry (bas) laten horen doen je dan ook onmiddellijk de (luide) echo's naar hun inspirators vergeven. Ze spelen alsof hun leven ervan afhangt. Volgens henzelf is dat ook het geval. De muziek is hun enige uitweg uit het verlaten Sagamore Beach ergens in Massachusetts. Dus moet het gaspedaal maar worden ingedrukt en dat doen ze dan ook. In de up-tempostand komen het openende "Swingset Renegades" en het opwindende "Drawn and Quartered" voorbij. Zanger Greg Loftus heeft in deze gedreven songs een meer schreeuwende stem en bij de ballads doet zijn hartenleed niet onder voor die van Slobberbone's Brent Best, als je die u nog tenminste kunt herinneren. Hoewel geen slecht nummer aanwezig, refereren de uitschieters toch naar "Two-Faced Heart", "You're a Trainwreck Darling", "Hopefully the Good Lord Goes to Bed By Ten" en "The Darkest of Wines", de meer rustige nummers op deze plaat waarmee ze The Replacements, Lucero en Uncle Tupelo ten tijde doen herleven. Zijn terughoudend stemgeluid en de voorzichtige probeersels in de hoek van countryrock vinden aansluiting bij Jeff Tweedy, zo ook de donkere gitaarsongs, die ook weer veel bol staat met invloeden van hoger vernoemde bands. En is dat niet waar iedereen die zijn hart aan Uncle Tupelo gaf, niet gewoon naar opzoek is? Zo dus ook Greg Loftus, die met deze heerlijke debuutplaat "No Taking Prisoners Tonight" het verleden eer aan doet en mensen weer hoop voor de toekomst geeft. De erfenis is in goede handen.



 

 

 

 

SHERYL CROW
HOME FOR CHRISTMAS
Website Myspace
Label : A & M Records
Distr. : Universal

 

De Amerikaanse blues- en rockzangeres Sheryl Crow is een populaire artieste in eigen land en kan ook terugvallen op een brede kern van fans in Europa. Haar intussen voorbije relaties met Eric Clapton en wielrenner Lance Armstrong haalden in de afgelopen jaren echter vaker de internationale pers dan haar prestaties op muzikaal gebied. Toch is ze ook op dat vlak nog steeds heel actief. Sinds 1994 - toen ze een Grammy Award als ‘beste plaat van het jaar’ kreeg voor haar uitstekende album “Tuesday Night Music Club” - heeft Sheryl Crow een vijftal platen uitgebracht waarvan wij graag haar popalbum “C’Mon C’mon” uit 2002, haar terugkeer naar het betere singer-songwriterwerk met de cd “Wildflower” uit 2005 en haar recentste 2008-cd “Detours” mogen onthouden. Op die laatste plaat komt ze sterk uit de hoek als politieke activiste en zingt ze over o.a. de orkaan Katrina in New Orleans, de oorlog in Irak en over haar gezondheidsproblemen veroorzaakt door de inmiddels overwonnen borstkanker. Sheryl Crow is daarnaast ook een dame met een sterke zangstem en ze schrijft uitstekende songs, getuige daarvan “All I Wanna Do”, “If It Makes You Happy”, “Everyday Is A Winding Road”, “My Favorite Mistake” en de laatste radiohit “Soak Up The Sun”. Zij was professioneel actief als lerares toen ze haar muzikale loopbaan begon als achtergrondzangeres tijdens de “Bad”-tournee van Michael Jackson. Na een periode van diepe ontgoochelingen over het reilen en zeilen in de muziekbusiness leidden enkele jamsessies tot de songs die terecht kwamen op haar succesplaat “Tuesday Night Music Club” en al snel kwam haar muzikale carrière definitief uit de startblokken. Nu verrast Sheryl Crow ons opnieuw met “Home For Christmas”, een cd gevuld met elf kerstliedjes. In Amerika is dit album enkel in de populaire Hallmark-shops te koop maar bij ons zal je het schijfje in de rekken van elke platenzaak terugvinden. Er staan elf liedjes op deze kerst-cd: enkele traditionals waaronder “Go Tell It On The Mountains” (met echt gospelkoor), “The Bells Of St. Mary’s”, “O Holy Night” en “All Through The Night”. Daarnaast ook enkele typische kerstliedjes zoals “The Christmas Song”, “White Christmas” (met een jazzy tintje door de opvallende inbreng van bassist David Hayes) en “Blue Christmas” aangevuld met enkele bij ons minder gekende songs voor onder de kerstboom. En er is ook één nieuwe song die Sheryl Crow zelf heeft geschreven en waarin ze achter de piano gezeten een oproep tot wereldvrede plaatst: “There Is A Star That Shines Tonight”. Een opvallende gastmuzikant bij vier liedjes is organist Booker T. Jones (van Booker T. & The MJ’s) die met zijn heerlijk toetsenwerk voor een geheel specifiek geluid zorgt bij deze songs. Haar warme stem gekoppeld aan een behoorlijke portie big band-blazerswerk geven een originele kwinkslag aan de meeste van deze liedjes waardoor je dit album niet zomaar als een ordinair kerstplaatje kan gaan rangschikken maar eerder als een volwaardige cd van een zeer goede zangeres. Misschien zat de wereld er niet helemaal op te wachten maar ik zal “Home For Christmas” toch een paar keer gaan beluisteren in de eindejaarsperiode. Als onze man hierboven nog voor wat sneeuw zou kunnen zorgen, dan zullen deze liedjes nog beter tot hun recht komen bij het traditionele kerstkalkoengerecht.
(valsam)



 

MARK OLSON & GARY LOURIS
READY FOR THE FOOD
Myspace
Label: New West
Distr.: Sonic Rendezvous

 

Pianist Mark Olson en gitarist Gary Louris begonnen met altcountry band The Jayhawks, opgericht door Olson in 1985, en werken nog steeds samen. Want samen hebben ze een album opgenomen onder productie van Chris Robinson van The Black Crowes en draagt de naam "Ready for the Flood". Van 1985 tot 1995 vormden dit duo de ruggengraat van de Amerikaanse countryrockband The Jayhawks en zij waren degenen die het erfgoed van Gram Parsons, Neil Young en The Birds in ere hielden. Gestripte songs, spaarzaam in alles. Fraaie, wat melancholische muziek waar zelfs mensen die niet van 'ouderwets' hielden wel warm voor lopen. Vooral door hun messcherpe samenzang wisten ze de band tot grote hoogten te stuwen, met tranentrekkend mooie albums als "Hollywood Town Hall" (1992) en "Tomorrow The Green Grass" (1995), mijlpalen die behoren tot de canon van alt. country. In 1995 houdt de eigenzinnige Olson het voor gezien, om voor zijn echtgenote Victoria Williams te zorgen. Later brengt hij enkele voortreffelijke albums uit met The Original Harmony Ridge Creek Dippers. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus bleven de twee voormannen elkaars gezelschap opzoeken en is "Ready for the Flood" een volstrekt logische conclusie. De muziek van Olson en Louris moeten we plaatsen binnen het Roots/Americana genre, en dat is al gelijk duidelijk te horen bij opener "The Rose Society" waarbij ze elkaar slechts met akoestische gitaar begeleiden. Die begeleiding wordt op andere tracks beperkt tot drums, elektrische gitaar en een subtiel orgel. Let wel, het gaat in de eerste plaats om het samenspel en samenzang van Olson en Louris en pas een heel eind verder in de mix komen de andere instrumenten eens op duiken. Het fraaie "Turn Your Pretty Name" en "Kick the Wood" zijn daar goede voorbeelden van. Een vleugje country en bluegrass ontbreekt echter ook niet, getuige "Chamberlain SD" en "Bloody Hands". Andere invloeden, hoe gek het ook klinkt, lijken van Pink Floyd te komen. "My Gospel Song For You" had ook zomaar op een oude plaat van hen gestaan kunnen hebben. Niettemin blijft de ruggengraat van de band Olson en Louris op de akoestische gitaar. En daar zijn ze verdraaid goed in. Daarnaast zijn er niet veel stemmen die zo voor elkaar gemaakt lijken te zijn dan die van Olson en Louris, en als ze elkaar op gitaar dan ook nog eens ragfijn aanvullen, dan kan het niet meer stuk, getuige het meer gedreven en mijmerende "Black Eyes". Kortom: "Ready for the Flood" laat weer eens goed horen hoe de Jayhawks uit hun begintijd eigenlijk gemist dienen te worden.