JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008
JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
MICHAEL VERMILLION - LAST NIGHT ON EARTH
BIRDWATCHERS OF AMERICA - THERE HAVE BEEN SIGHTINGS
SLIMFIT - MAKE IT WORSE
JJ MILTEAU - SOUL CONVERSATION
HILLBILLY CASINO - THREE STEP WINDUP
MARK "STARDOG" ISAIAH - POOR BOY BLUES
MEGAPUSS - SURFING
GREG LOFTUS - NO TAKING PRISONERS TONIGHT
SHERYL CROW - HOME FOR CHRISTMAS
MARK OLSON & GARY LOURIS - READY FOR THE FOOD

MICHAEL
VERMILLION
LAST NIGHT ON EARTH
Website CD-Baby
Vanuit
Seattle, Washington hebben we de afgelopen jaren al heel wat leuke muzikale
verrassingen mogen ontvangen. Michael Vermillion is ook een inwoner van die
stad en mag toegevoegd worden aan het lijstje aangename kennismakingen met muzikanten
uit Seattle. Zijn muziek concentreert zich op het wat donkerdere alt.country-genre.
Akoestische en elektrische gitaar en pedal steel zijn onafscheidelijke instrumenten
in dit genre en mogen dus ook niet ontbreken op de songs die te horen zijn op
“Last Night On Earth”. Meerdere nummers zijn schatplichtig aan het
vroegere werk van Townes Van Zandt en Neil Young die hun verhalen op gelijkaardige
soundscapes plegen te brengen. Michael Vermillion is al vele jaren actief in
de muziek als bassist bij de rockgroep Vendetta Red. De gekozen blues- en countrystijl
voor zijn solodebuut dat in eigen beheer werd gereleased is daardoor eens temeer
verrassend te noemen. Voor deze debuutplaat trommelde hij een hele reeks muzikale
vrienden op die allemaal hun steentje aan de opnamen kwamen bijdragen. Qua sound
sluit hij nauw aan bij het werk van Zuid-Amerikaanse artiesten en bij momenten
lijken de Mexicaanse geïnspireerde blazers naar het typische geluid van
bands als Calexico en Beirut te verwijzen. Vooral “I Hate Losin’”
en “Lonely Heart” roepen die herinneringen op. Maar Michael Vermillion
heeft veel meer in zijn mars. De titeltrack “Last Night On Earth”
is een ijzersterke song. De Townes Van Zandt-cover “Waiting Around To
Die” is ronduit prachtig. Voor ons had anderzijds de bij bluegrass aanleunende
banjosong “Moses” niet op deze plaat moeten staan. Maar dit schoonheidsfoutje
wordt graag vergeven als je vlak daarna “Lonely Heart” krijgt voorgeschoteld
waarin de Mariachi-blazerssectie weer aan het werk wordt gezet. Het beeld van
de eenzame cowboy die in een verlaten woestijn treurt omwille van de verre afstand
van zijn geliefde kan je er probleemloos bij fantaseren. Dat gevoel wordt nog
even verlengd via het nummer “Maria”, een op countryrock gebaseerde
liefdesliedje. Tenslotte willen we ook nog even aanhalen dat de cd-afsluiter
“I Wasn’t Alone With You” vocaal doet denken aan Jeff Buckley
en qua songstijl Nick Drake met zijn naakte akoestische gitaar + zang voor de
geest roept. Michael Vermillion heeft een verdienstelijk plaatje gemaakt waarmee
hij zich rustig kan ontspannen na het doordrammen met zijn rockband. En mooie
songs componeren is een gave die hij van ons ook al op zijn conto mag bijschrijven.
(valsam)

BIRDWATCHERS
OF AMERICA
THERE HAVE BEEN SIGHTINGS
Website CD-Baby
Label : Raise Giant Frogs Records
Is
dit nu een full-cd of een wat ruim uitgevallen ep. Ik ben er nog niet helemaal
uit hoe we “There Have Been Sightings” van de formatie ‘Birdwatchers
Of America’ gaan bestempelen tijdens deze bespreking. Er staan namelijk
12 tracks op deze schijf maar 5 daarvan zijn oude geluidsopnamen van flarden
radiofragmenten waarin een stem vertelt over ornithologie of vogelkunde om aansluitend
vlekkeloos over te gaan in wat we kort en bondig als prachtige, moderne popsongs
kunnen omschrijven. Dit viertal uit Boston, Nashville bestaat uit zanger Marc
Hutton, bassist Pat MacDonald, keyboardspeler Jon Rosen en drummer Adam Goodwin.
Hun flyer spreekt over een “supersonische uitbarsting van lyrische popsongs
die op intrigerende wijze gefusioneerd werden met folkrock en psychedelische
muziekinvloeden”. En dat is absoluut geen gemakkelijke omschrijving voor
wat wij eerder simpelweg als goede popmuziek zouden willen bestempelen. Deze
jongens zijn fans van bands als Wilco en The Jayhawks maar hen dezelfde stijl
toeschrijven zouden wij hierbij toch niet echt willen doen. De vier muzikanten
hebben allemaal hun roots in groepen uit de nineties die ver uit elkaar liggende
genres speelden. ‘The Red Telephone’ en ‘Permafrost’
waren daarvan het meest succesvol, zij het in zeer beperkte kring van college-radios
en lokale pers. ‘Birdwatchers Of America’ moest vanaf de oprichting
in 2006 dan ook enige tijd proefdraaien in de clubscène van Boston vooraleer
ze voldoende gepolijst hadden aan de zeven echte nummers die op hun debuutalbum
“There Have Been Sightings” een plaatsje kregen. Ze zijn realistisch
genoeg om te beseffen dat ze de grote wereldroem wellicht niet zullen bereiken
met dit album. Vandaar dat het feit dat ze zelf graag naar de cd zouden moeten
willen luisteren hun belangrijkste criterium voor de songkeuze was. Rootsy folkrocksongs
vormen de basis van dit zeer lovenswaardige album waarop de klassieke rockinstrumenten
de bovenhand hebben maar waarbij er ook een speciale plaats is weggelegd voor
de keyboards van Jon Rosen. Vooral “The Boy Emperor And G.I. Joe”
is gebaseerd op orgelklanken à la Booker T. Jones. Ook de zangprestaties
van Matt Hutton maken vooral in dit nummer indruk waardoor wij deze song graag
willen selecteren als de beste track uit het album. Maar ook de andere nummers
zijn heel sterk opgebouwd. Zo bekoren “Rain Down The Chimes”, “
Save The Berlin Wall Committee Blues”, “Call From Virginia”
en “My Stolen Bird” ons het meest tijdens het beluisteren van dit
album, wat we voor deze gelegenheid gecombineerd hebben met het stilletjes begluren
van de activiteiten van de vele vogeltjes in onze tuin. Kwestie van zich zo
goed mogelijk in te leven in de sfeer die deze ‘Birdwatchers Of America’
ambiëren met hun plaat. “There Have Been Sightings” is een
heel mooie cd die we u graag zouden willen aanbevelen. Misschien best eerst
even de tracks voorbeluisteren op CD-Baby.
(valsam)

SLIMFIT
MAKE IT WORSE
Website Myspace
Info: Jeff Royer - Black Lodge PR
Contact
Label : Don’t You Hate Pants? Music
CDBaby
Wat spreekt je aan bij de eerste oogopslag van een cd? Het brave borduursel
op de cd-hoes van Slimfit’s eersteling ziet er heel onschuldig uit, de
titel “Make It Worse” wekt al enige nieuwsgierigheid, maar eens
dit schijfje in je cd-speler belandt spits je automatisch je oren. Deze bloedbroeders
en altcountryrockers uit Lancaster, Pennsylvania zijn er in geslaagd om van
hun primeur een perfect klinkend en zeer afwisselend geheel te maken. Slimfit
is een band van vrienden onder elkaar, wat duidelijk hoorbaar is aan de enthousiaste
en directe livesound van het album. In ieder nummer lijkt ook wel één
of andere verwijzing naar een bekende muzikale grootheid voorbij te flitsen,
maar elk van de twaalf songs heeft wel een Slimfit jasje aangemeten gekregen
met eigen karakter. Het op akoestische gitaar openende “Midnight Blues”
doet ons in weemoed wegglijden op de mooie slepende viooltonen in de achtergrond
en herinnert aan een beste Steve Earl. Onmiddellijk wordt je geraakt door het
rauwe, iets dissonante stemgeluid van leadzanger Joey Mc Monagle, dat goed tot
zijn recht komt in de rustige nummers, maar pas volledig openbloeit in het stevigere
werk zoals de vuile Stonesachtige rocker “Wrong Is Wrong”. Wat zou
de East-Coast zijn zonder de typische Tom Petty klanken die we duidelijk horen
in “Easy To Talk To”. Slimfit is zijn roots niet vergeten en de
titelsong “Make It Worse” heeft alles waarmee een goede bluegrass
gekruid dient te worden: tokkelende mandolines in duel met akoestische gitaren,
snerende violen, een slepende pedalsteel en prachtige harmonische zangpartijen.
“Wich Way You Gonna Go” doet het originele Crazy Horse met Danny
Whitten herleven met dezelfde tele-twang als in “Everybody Knows This
Is Nowhere”. Het sterkst komt deze bende echter uit de hoek in de meer
uptempo, ambiancevolle nummers, zoals het naar The Pogues ruikende “Fight
‘Til You Die”, dat elke zaal gegarandeerd uit zijn dak laat gaan
op uitbundige “Yihaa” kreten die de met bier morsende dronkaards
hun meid de dansvloer doet opsleuren. Scheurende, duelerende gitaren van Pat
Kirchner en Slam Gorgone en een stevige Drive By Truckers sound verheffen, samen
met de klagende stem van frontman Joey , “Pony Up” tot een zoveelste
pareltje op het album. Slimfit is er met “Make It Worse” in geslaagd
een zeer aanstekelijke altcountryplaat in elkaar te boksen met een ruw kantje
dat het genre zo groot heeft gemaakt. Hun debuutplaat is gewoon top of the bill
en we kijken al benieuwd uit naar de opvolger.
Blowfish

JJ
MILTEAU
SOUL CONVERSATION
Website VIDEO
1 VIDEO
2
Label: Dixiefrog Distr.: Parsifal
Parijzenaar
Jean-Jacques Milteau, geboren in 1950, met minstens een dozijn albums op zijn
naam, grijpt op dit album terug naar zijn eerste invloeden: blues, soul, rock
en folk. Toch overheerst de soul in deze ‘conversation’, waartoe
vooral de vocalen van Michael Robinson en Ron Smyth bijdroegen. De eerste stond
als tiener tussen de Staples Singers, de tweede begeleidde Peter Tosh. Beiden
Afro-Amerikanen belandden na omzwervingen in Frankrijk. Hun stemmen vertonen
verwantschap met Curtis Mayfield, Earl Green en Davell Crawford of nog met een
der Neville Brothers. Terwijl Michael de hoogte kiest in ‘It’s So
Real’, heeft Ron Smyth een hesere stem die de song laat glijden naar oevers
waar de wind fluistert of herinneringen zich nestelen. Hierdoor krijgt ‘You
Can’t Always Get Wat You Want’ een gevoelvollere uitvoering, die
de ‘original’ van het duo Jagger/Richards spirituele adem geeft.
Behalve een viertal covers of bewerkingen, zijn alle songs het resultaat van
een samenwerking tussen Milteau, zangers en gitarist. Manu Galvin en Gilles
Michel etaleren hun kunde als gitarist en bassist des te feller als de nummers
meer rockend worden. ‘Rock’n’ Roll Will Never Die’,
‘Hole In The Wall’ of het zwierige ‘Beaumont Lafayette’
illustreren dit met drive en warme gloed. Milteau met zijn bluesharp speelt
grotendeels de hoofdrol. Alomtegenwoordig maakt hij nochtans met zijn bluesharp
subtiel duidelijk wat al lang geweten is maar zelden wordt toegepast, namelijk
‘less is more’. Zich telkens aanpassend aan de gevoelsinhoud van
de song of het stemtimbre van de zanger toont hij zijn intuïtief meesterschap.
Bovendien bezit hij de wijsheid om essentiële vragen te stellen liever
dan antwoorden te poneren, zoals blijkt in ‘Is This The Way?’. De
eigen songteksten zijn betekenisvol, maar ook die van de covers zoals ‘People
Get Ready’ van Mayfield of ‘the darkest hour is always just before
the dawn’ uit Crosby’s ‘Long Time Gone’. Deze song drijft
op een aanvurend ‘Canned Heat’ ritme. Dit album werd opgenomen in
Studio Pigalle in Parijs en is net zoals de titel zegt een ‘Soul Conversation’
waar elke muzikant essentieel in geïnvolveerd is. Het album eindigt met
een schitterende folky uitvoering van ‘Will You Come’. Na Joan Baez’
versie van deze traditional onder de titel ‘Wild Mountain Thyme’
hoorde ik zelden nog een intensere vertolking. Het zestal met de stemmen van
Michael en Ronald tillen deze song op naar een hoogte waar de woorden ‘
the rays of hope keep shining’ aan de horizon blijven glansen. Milteau’s
harmonica blaast er een ziel in.
Marcie

HILLBILLY
CASINO
THREE STEP WINDUP
Website Myspace
CDBaby VIDEO
Zanger
NIc Roulette stelde in 2004 de Rockabilly band ‘Hillbilly Casino’
samen met Geoff Firebaugh (bas), Ronnie Crutcher (gitaar) en Andrew Dickson
(drums). Zonder enige hulp van een manager of een platenfirma versierden deze
jongens uit Nashville optredens in het voorprogramma van oa Brian Setzer of
speelden ze samen met ‘sterren’ als Wanda Jackson, The Cramps en
Billy Burnette. Zo stonden ze onder meer op de planken van de legendarische
‘Ryman’ in Nashville. In 2007 brachten ze, in eigen beheer ,‘Sucker
Punched’ uit en nu presenteren deze jongens, nog steeds als onafhankelijken,
‘Three Step Windup’. Wie naar de plaat luistert , denkt in eerste
instantie ontegensprekelijk aan The Stray Cats, maar verder ook aan The Ramones,
The Clash en zelfs Johnny Cash. Dit verraadt meteen waarom ‘Three Step
Windup’ zo’n gevarieerde plaat is geworden. De openingstrack ‘Don’t
Stick Around’ is er meteen boenk op: de snerpende Gretsch gitaren en het
wild gepluk aan bassnaren leveren rockabilly volgens het boekje op. Prijzen
voor originaliteit zullen hiermee nauwelijks verdiend worden, but what the hell:
we like it! In ‘One Cup Beyond’, een 1’ 47’’ durende
uppercut, deelt de zanger ons op niet mis te verstane wijze mede dat hij aan
een straffe kop koffie toe is. ‘Big Dan’ is een ode aan de wispelturige
gilde der truckdrivers uit Tennessee. In ‘Have To Tell It All’ veranderen
de Hillbillies het geweer even van schouder om ons een een mooie plak countryrock
te serveren op grootvaders wijze. Het onweerstaanbare ‘I’d Rather
Be Lonely’ is iets om massaal van de daken te brullen. Dit terwijl het
jazzy ‘Whiskey’ ons naar de fles doet grijpen en het lekker rockende
‘Spank Me’ naar euh, .. iets anders. ‘You’ll Have Me’
is een door Johnny Cash geïnspireerde ‘I Walk The Line’-poging.
Op andere momenten doet de groep ons een beetje aan de psycho-rockabilly van
de jaren ’80 denken (‘The Hole’) of zelfs even aan de metal
van Black Sabbath (‘Iron Fist’). En wat hebben we geleerd vandaag
Piet? Dat dit alles niet resulteert in zomaar een doordeweekse hutsepot, maar
wel degelijk in een goed gedoseerde en gezonde maaltijd voor onze beide oren.
Hillbilly Casino live zien spelen moet de moeite zijn. Bewijze hiervan is het
enige livenummer van de plaat ‘Shoe Leather’, dat zanger Nic Roulette
als volgt introduceert: ‘There’s a reason why guys like me can’t
keep a pretty woman at home. It’s called ‘money’ or ‘cash’.
I ain’t got any.’ Het goede nieuws is dat u hier natuurlijk gemakkelijk
iets kan aan verhelpen door simpelweg deze plaat aan te schaffen. Laat uw liefdadigheid
spreken. Hallelujah!
Shake

MARK
"STARDOG" ISAIAH
POOR BOY BLUES
Website Label: Bow Records
Mark werd geboren in Charlotte, North Carolina, bracht daarna een aantal jaren
door in Dallas Texas en woont nu terug in North Carolina, in wat men de "Foothills"
noemt. Meestal beperken wij ons tot het bespreken van full cd's, maar zijn 4
nummers tellende E.P "Walk Up To The Bar" bevalt me echter wel, voor
Mark willen we daarom wel een uitzondering maken, en we hopen dat dit schijfje
slechts een teaser, een voorloper, is van een volwaardige cd waar zijn gitaarspel
en laid back vocals nog beter tot zijn recht gaan kunnen komen. Met beperkte
financiële middelen (Poor Boy is geen modieuze titel, maar de bittere waarheid
in dit geval) en hulp van wat vrienden spaarde hij nummer voor nummer de songs
voor deze E.P bij elkaar. Het geld raakte op en van een full cd kon niks meer
terecht komen. Bassist Tim Pardue, en drummer Lee White zorgden voor de backing,
terwijl vooral de steun van Mike Griffin, een bevriend geluidstechnicus deze
opnames mogelijk maakten. De combinatie van Mark half gedeclameerde teksten
over zijn bluesy gitaarwerk geven de nummers op zijn mini album een sterke sfeervolle
draagkracht. Vooral "Rich" is een prachtig nummer, met sterke, dreigende
gitaarlijnen die de spanning opbouwen, terwijl Mark zijn teksten declameert.
Mooi! Het akoestische instrumentaaltje "Stomp" is een bluesy sfeermaker,
net als ook "Way I Am" dat live in een take opgenomen werd. Wanneer
Mark echter teruggrijpt naar dezelfde "talking" stijl in "Better
Days" maakt hij van een van zijn zwakkere kanten, zijn minder krachtige
stem, een pluspunt en net als "Rich" is dit weer een sterke song.
Johnny Cash deed het, Mark Knopfler deed het, beiden met succes, waarom dan
Mark "Stardog" Isaiah niet! Dus doorgaan Mark, die full cd die komt
er wel eens!
(RON)

MEGAPUSS
SURFING
Website Myspace
Contact
Label : Vapor Records
Distr. : Rough Trade
Megapuss is de naam van een nevenproject van singer-songwriter Devendra Banhart
waarbij Greg Rogove (van de rockformatie Priestbird), Fabrizio Moretti (van
The Strokes en Little Joy), Noah Georgeson (lid van Banhart's groep en producer)
en Aziz Ansari (acteur/komiek) z’n partners-in-crime zijn. Met hun vijven
hebben ze van “Surfing” een knotsgek plaatje gemaakt waarop 14 nummers
vol grappen en grollen staan en waarbij er naar willekeur wordt gesampled en
ook gestolen uit alles wat er ook maar beschikbaar is in de grote boze wereld
van de muziek. Deze groep ontstond uit een vrijblijvende jamsessie in Los Angeles
en zelf noemen ze hun experimentele muziek toch gewoon pop. Volgens onze bescheiden
mening is “Surfing” echter een nieuwe Devendra Banhart-cd met een
paar weirdo gastmuzikanten. Het risico dat je de plaat te ernstig zou nemen
is haast onbestaand want in zowat elke song wordt er gegrapt, is de parodie
overduidelijk of is er iets komisch toegevoegd aan de muziek. De teksten zijn
nergens platvloers of schokkend maar subtiel grappig. Fans van Banhart zullen
ook aan deze cd hun hartje kunnen ophalen. Songs als “Crop Circle Jerk
‘94”, “Adam & Steve”, “Hamman” en “Theme
From Hollywood” konden onversneden op zijn soloplaten gestaan hebben.
Af en toe wordt er wel heel zwaar geëxperimenteerd en klinken de nummers
meer als onafgewerkte demo’s. Dat geldt ondermeer voor de titeltrack “Surfing”,
“Duck People Duck Man”, “To The Love Within” en “Mister
Meat (Hot Rejection)”. Echt komisch wordt het in “A Gun On His Hip
And A Rose On His Chest” waarbij ze zowat alles wat slecht is in de aars
van de president of van de politie willen laten verdwijnen. Dit allemaal op
een “Hey Bo Diddley”-gitaarriff waardoor het een swingend rocknummer
lijkt te zijn. De tekst is echter nogal expliciet en laat weinig over aan de
verbeelding. Er is ook een pseudo-romantisch melodietje waarop de tekst met
zeemzoete stem wordt gezongen maar waarbij alleen de titel “Chicken Titz”
laat vermoeden dat Megapuss met deze song toch een iets andere boodschap wilde
verkondigen. “Surfing” is een cd vol met freaky spul waar je als
luisteraar met een open geest dient naar te luisteren. Anderen zullen dit te
ver gaand vinden en ook dat kunnen wij wel begrijpen.
(valsam)

GREG
LOFTUS
NO TAKING PRISONERS TONIGHT
Myspace Label: Big Bullet
Records
CDBaby
Wie had ooit kunnen denken dat een overdosis van The Replacements, Jeff Tweedy, Lucero, Cory Branan en Uncle Tupelo platen beluisteren nog tot iets goeds zou leiden. De ouders van de schoolvrienden Jay Farrar en Jeff Tweedy vast niet. Toch inspireerde hen dat tot het starten van Uncle Tupelo en het maken van "No Depression", het album dat het Americana-genre startte. Zo vele jaren later is de vlam ervan nog steeds niet gedoofd en heeft het zelfs een der meest geprezen bands en artiesten van de laatste jaren voortgebracht. Ook Greg Loftus is schatplichtig aan de Tupelo erfenis. Op hun debuutalbum "No Taking Prisoners Tonight" horen we alles waarom we zo van dit genre houden: stampende rocksongs zonder opsmuk uit volle borst gespeeld en akoestische balladen met een authentieke eerlijkheid die we in deze geplastificeerde wereld nog maar weinig tegenkomen. De oprechtheid die Greg Loftus (vocals, gitaren, banjo), Nick Sundman (gitaar, background vocals), Bobby Blegen (drums) en Tim Perry (bas) laten horen doen je dan ook onmiddellijk de (luide) echo's naar hun inspirators vergeven. Ze spelen alsof hun leven ervan afhangt. Volgens henzelf is dat ook het geval. De muziek is hun enige uitweg uit het verlaten Sagamore Beach ergens in Massachusetts. Dus moet het gaspedaal maar worden ingedrukt en dat doen ze dan ook. In de up-tempostand komen het openende "Swingset Renegades" en het opwindende "Drawn and Quartered" voorbij. Zanger Greg Loftus heeft in deze gedreven songs een meer schreeuwende stem en bij de ballads doet zijn hartenleed niet onder voor die van Slobberbone's Brent Best, als je die u nog tenminste kunt herinneren. Hoewel geen slecht nummer aanwezig, refereren de uitschieters toch naar "Two-Faced Heart", "You're a Trainwreck Darling", "Hopefully the Good Lord Goes to Bed By Ten" en "The Darkest of Wines", de meer rustige nummers op deze plaat waarmee ze The Replacements, Lucero en Uncle Tupelo ten tijde doen herleven. Zijn terughoudend stemgeluid en de voorzichtige probeersels in de hoek van countryrock vinden aansluiting bij Jeff Tweedy, zo ook de donkere gitaarsongs, die ook weer veel bol staat met invloeden van hoger vernoemde bands. En is dat niet waar iedereen die zijn hart aan Uncle Tupelo gaf, niet gewoon naar opzoek is? Zo dus ook Greg Loftus, die met deze heerlijke debuutplaat "No Taking Prisoners Tonight" het verleden eer aan doet en mensen weer hoop voor de toekomst geeft. De erfenis is in goede handen.

SHERYL
CROW
HOME FOR CHRISTMAS
Website Myspace
Label : A & M Records
Distr. : Universal
De
Amerikaanse blues- en rockzangeres Sheryl Crow is een populaire artieste in
eigen land en kan ook terugvallen op een brede kern van fans in Europa. Haar
intussen voorbije relaties met Eric Clapton en wielrenner Lance Armstrong haalden
in de afgelopen jaren echter vaker de internationale pers dan haar prestaties
op muzikaal gebied. Toch is ze ook op dat vlak nog steeds heel actief. Sinds
1994 - toen ze een Grammy Award als ‘beste plaat van het jaar’ kreeg
voor haar uitstekende album “Tuesday Night Music Club” - heeft Sheryl
Crow een vijftal platen uitgebracht waarvan wij graag haar popalbum “C’Mon
C’mon” uit 2002, haar terugkeer naar het betere singer-songwriterwerk
met de cd “Wildflower” uit 2005 en haar recentste 2008-cd “Detours”
mogen onthouden. Op die laatste plaat komt ze sterk uit de hoek als politieke
activiste en zingt ze over o.a. de orkaan Katrina in New Orleans, de oorlog
in Irak en over haar gezondheidsproblemen veroorzaakt door de inmiddels overwonnen
borstkanker. Sheryl Crow is daarnaast ook een dame met een sterke zangstem en
ze schrijft uitstekende songs, getuige daarvan “All I Wanna Do”,
“If It Makes You Happy”, “Everyday Is A Winding Road”,
“My Favorite Mistake” en de laatste radiohit “Soak Up The
Sun”. Zij was professioneel actief als lerares toen ze haar muzikale loopbaan
begon als achtergrondzangeres tijdens de “Bad”-tournee van Michael
Jackson. Na een periode van diepe ontgoochelingen over het reilen en zeilen
in de muziekbusiness leidden enkele jamsessies tot de songs die terecht kwamen
op haar succesplaat “Tuesday Night Music Club” en al snel kwam haar
muzikale carrière definitief uit de startblokken. Nu verrast Sheryl Crow
ons opnieuw met “Home For Christmas”, een cd gevuld met elf kerstliedjes.
In Amerika is dit album enkel in de populaire Hallmark-shops te koop maar bij
ons zal je het schijfje in de rekken van elke platenzaak terugvinden. Er staan
elf liedjes op deze kerst-cd: enkele traditionals waaronder “Go Tell It
On The Mountains” (met echt gospelkoor), “The Bells Of St. Mary’s”,
“O Holy Night” en “All Through The Night”. Daarnaast
ook enkele typische kerstliedjes zoals “The Christmas Song”, “White
Christmas” (met een jazzy tintje door de opvallende inbreng van bassist
David Hayes) en “Blue Christmas” aangevuld met enkele bij ons minder
gekende songs voor onder de kerstboom. En er is ook één nieuwe
song die Sheryl Crow zelf heeft geschreven en waarin ze achter de piano gezeten
een oproep tot wereldvrede plaatst: “There Is A Star That Shines Tonight”.
Een opvallende gastmuzikant bij vier liedjes is organist Booker T. Jones (van
Booker T. & The MJ’s) die met zijn heerlijk toetsenwerk voor een geheel
specifiek geluid zorgt bij deze songs. Haar warme stem gekoppeld aan een behoorlijke
portie big band-blazerswerk geven een originele kwinkslag aan de meeste van
deze liedjes waardoor je dit album niet zomaar als een ordinair kerstplaatje
kan gaan rangschikken maar eerder als een volwaardige cd van een zeer goede
zangeres. Misschien zat de wereld er niet helemaal op te wachten maar ik zal
“Home For Christmas” toch een paar keer gaan beluisteren in de eindejaarsperiode.
Als onze man hierboven nog voor wat sneeuw zou kunnen zorgen, dan zullen deze
liedjes nog beter tot hun recht komen bij het traditionele kerstkalkoengerecht.
(valsam)

MARK
OLSON & GARY LOURIS
READY FOR THE FOOD
Myspace
Label: New West
Distr.: Sonic Rendezvous
Pianist
Mark Olson en gitarist Gary Louris begonnen met altcountry band The Jayhawks,
opgericht door Olson in 1985, en werken nog steeds samen. Want samen hebben
ze een album opgenomen onder productie van Chris Robinson van The Black Crowes
en draagt de naam "Ready for the Flood". Van 1985 tot 1995 vormden
dit duo de ruggengraat van de Amerikaanse countryrockband The Jayhawks en zij
waren degenen die het erfgoed van Gram Parsons, Neil Young en The Birds in ere
hielden. Gestripte songs, spaarzaam in alles. Fraaie, wat melancholische muziek
waar zelfs mensen die niet van 'ouderwets' hielden wel warm voor lopen. Vooral
door hun messcherpe samenzang wisten ze de band tot grote hoogten te stuwen,
met tranentrekkend mooie albums als "Hollywood Town Hall" (1992) en
"Tomorrow The Green Grass" (1995), mijlpalen die behoren tot de canon
van alt. country. In 1995 houdt de eigenzinnige Olson het voor gezien, om voor
zijn echtgenote Victoria Williams te zorgen. Later brengt hij enkele voortreffelijke
albums uit met The Original Harmony Ridge Creek Dippers. Maar het bloed kruipt
waar het niet gaan kan, dus bleven de twee voormannen elkaars gezelschap opzoeken
en is "Ready for the Flood" een volstrekt logische conclusie. De muziek
van Olson en Louris moeten we plaatsen binnen het Roots/Americana genre, en
dat is al gelijk duidelijk te horen bij opener "The Rose Society"
waarbij ze elkaar slechts met akoestische gitaar begeleiden. Die begeleiding
wordt op andere tracks beperkt tot drums, elektrische gitaar en een subtiel
orgel. Let wel, het gaat in de eerste plaats om het samenspel en samenzang van
Olson en Louris en pas een heel eind verder in de mix komen de andere instrumenten
eens op duiken. Het fraaie "Turn Your Pretty Name" en "Kick the
Wood" zijn daar goede voorbeelden van. Een vleugje country en bluegrass
ontbreekt echter ook niet, getuige "Chamberlain SD" en "Bloody
Hands". Andere invloeden, hoe gek het ook klinkt, lijken van Pink Floyd
te komen. "My Gospel Song For You" had ook zomaar op een oude plaat
van hen gestaan kunnen hebben. Niettemin blijft de ruggengraat van de band Olson
en Louris op de akoestische gitaar. En daar zijn ze verdraaid goed in. Daarnaast
zijn er niet veel stemmen die zo voor elkaar gemaakt lijken te zijn dan die
van Olson en Louris, en als ze elkaar op gitaar dan ook nog eens ragfijn aanvullen,
dan kan het niet meer stuk, getuige het meer gedreven en mijmerende "Black
Eyes". Kortom: "Ready for the Flood" laat weer eens goed horen
hoe de Jayhawks uit hun begintijd eigenlijk gemist dienen te worden.