JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008
JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008
EACH
MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
|
BRADEN LAND - STUMBLE AND GLOW
MARY COUGHLAN - THE HOUSE OF ILL REPUTE
THREE DAY TRESHOLD - LOST IN BELGIUM
MEN OF ACTION - COUNTRY FOR GROOVERS
BIG BOB YOUNG - HARD WAY TO MAKE A DOLLAR
LUKE POWERS - TEXASEE
VARIOUS ARTISTS - (WEEWERK) IS 6!
MARIËLLA TIROTTO & THE BLUES FEDERATION - SOMEWHERE DOWN THE ROAD
CANNED HEAT - THE BOOGIE HOUSE TAPES - VOL 1 : 1967-1976 (2000), VOL 2 : 1969-1999 (2004), VOL 3: Recorded Electrically (2008)
MAMA' S COOKIN' - MAMA' S COOKIN'

BRADEN
LAND
STUMBLE AND GLOW
Website Contact
Label : Exodus Records
CD-Baby
Toen
in 2006 “Dirt” verscheen was de Amerikaanse country-folkzanger Braden
Land een nobele onbekende. Maar onze teamleider Freddy was destijds bij de eersten
om een lovende recensie over die cd te schrijven met commentaren als “Braden
Land overtreft zichzelf met een serie fantastische songs. De kracht van zijn
muziek schuilt in de eenvoud. Zijn liedjes bestaan uit simpele, catchy melodieën
die zich onmiddellijk in je hoofd nestelen”. We konden het zelf niet beter
verwoorden want deze herhaling van lof is eveneens van toepassing op zijn recentste
album “Stumble And Glow”. Op dit werkstuk wordt de in dit voorjaar
versgehuwde Braden Land op enkele songs vocaal bijgestaan door Dan Baird, die
andere sterke stem uit het Amerikaanse zuiden. En als er op een paar songs een
vrouwelijk stemgeluid subtiel wordt toegevoegd is die afkomstig van Carey Kotsionis.
Een ander recensent schrijft over deze cd dat de muziek klinkt als het tot nu
toe ontbrekende finale album van Lindsay Buckingham. Ook daarin schuilt een
grote portie waarheid want qua stem en qua sound leunt Braden Land zeer nauw
aan bij de Fleedwood Mac-zanger en gitarist. Muzikale ondersteuning op deze
cd wordt verleend door keyboardspeler Tyson Rogers (van Tony Joe White en Yo
La Tengo), drummer John Gardner (zie Bob Dylan en the Dixie Chicks) en Bucky
Baxter (ook al Dylan, R.E.M. en Beastie Boys) die de pedal steel op meesterlijke
wijze bespeelt. Shane McMullen en James Haggerty spelen afwisselend basgitaar
op deze liedjes. En voor de producerstoel wist Braden Land Ray LaMontagne-producer
Adam Landry op de kop te tikken. De overwegend op folk georiënteerde liedjes
zijn staaltjes van knappe hedendaagse muziek en de sterke stem van Braden Land
zorgt ervoor dat songs als “Holy”, “Jackson Town” en
“Cocaine In Her Kiss” vlot in het gehoor liggen en eigenlijk niet
meer uit je geheugen geraken. “The Angel’s Fault” roept bij
ons herinneringen op aan Warren Zevon maar de rest van het album vertoont meer
raakvlakken met Bob Dylan in zijn hoogdagen en met Neil Young ten tijde van
zijn akoestische Crazy Horse-periode. “El Camino” is een uit de
band springende rocker en heeft een herkenbare “The Jean Genie”-riff
(naar de song van David Bowie) met bijhorende scheurende mondharmonica-klanken.
Braden Land schrijft ook knappe songteksten die door hem op mooie rootsy deuntjes
gezongen worden. Verwijzingen in de pers naar Townes Van Zandt en J.J. Cale
zijn derhalve zeker niet onterecht. Hij heeft een stem die boeit en die dwingt
om te luisteren naar wat hij met zijn gepassioneerde zang te vertellen heeft.
Ons favoriete nummer is “Better Than You (The Jimmy)” waarin wij
weer die link naar de ook wat heesjes zingende Warren Zevon opnieuw menen te
mogen leggen. En ook het muzikaal zeer knap in elkaar geknutselde “Silver
And Gold” draagt onze absolute goedkeuring mee. De op vrolijke banjomuziek
geënte cd-afsluiter “Green As The Vine” vat nog eens helemaal
samen wat we eigenlijk al de hele tijd proberen te vertellen: haal “Stumble
And Glow” van Braden Land gewoon zelf in huis en geniet er elke dag opnieuw
van. Het zal gegarandeerd afwisselend voor vrolijke noten en emotionele momenten
zorgen. En dat is toch wel de belangrijkste bestaansreden om muziek te maken.
Tot slot nog een korte boodschap voor Europese concertpromotoren: haal dit talent
naar onze contreien, want hij verdient een veel bredere bekendheid.
(valsam)

MARY
COUGHLAN
THE HOUSE OF ILL REPUTE
Website Myspace
Label: Westpark Music
VIDEO
1 VIDEO
2
Over
deze Ierse roodhartige schone uit Galway, haar turbulent leven en wisselvallige
muziekcarrière kan je inmiddels een boek vol schrijven. Al vanaf haar
debuut ‘Tired and Emotional’ uit 1987 ben ik een fan van haar en
dat is zo gebleven over alle hoogtes en laagtes heen. Wat haar problemen met
drank en gebroken relaties betreft kan je haar vergelijken met Amy Winehouse
en zelfs met Billie Holiday, wiens songs zij in 2000 op een dubbel-cd vertolkte.
Uitgeweken naar Nieuw Zeeland keerde Mary vaak genoeg naar Ierland terug, meestal
om er een album op te nemen, allemaal even persoonlijk. Weinig zangeressen kunnen
in hun songs dergelijke passie en woede als geleiders inzetten om hun demonen
uit te drijven en dat vanuit schitterende arrangementen en songteksten. Haar
dubbelzinnige versie van ‘Mother’s Little Helper’ van de Rolling
Stones is nog steeds ongeëvenaard. Ook op dit album staan covers die je
niet gauw zal vergeten zoals de ‘Antarctica’ ballade, als het ware
een metafoor voor haar bevroren pijn. Een Keltische doedelzak hecht er een tragische
dimensie aan. Het album kwam er dank zij de Nederlandse muzikant Eric Visser
die zij opnieuw op haar weg vond, dezelfde die twintig jaar eerder haar carrière
lanceerde. Mary greep dit aan als een reddingsboei na het afbreken van een relatie
die dertien jaar duurde en waarvan de scherven nog niet zijn opgeruimd. Eric
Visser voelt de gemoedstoestand van de zangeres goed aan, zoals uit de arrangementen
en de songselectie blijkt. Haar woede en frustratie vinden zo een uitweg in
enkele songs die aan Bertolt Brecht herinneren, zoals ‘Love Is Extra’
en ‘Tootsies’. Ook het cabaretachtige ‘The House of Ill Repute’
spreekt boekdelen. Soms lijkt het alsof zij rakelings langs de waanzin scheert.
‘Sleep On It’ zweemt naar een ‘Torch’ song en in ‘Moon
In A Taxi Car’ schreeuwt de viool het uit alsof de duivel zelf zich van
dit gipsy instrument bedient. Het mooie ‘Mary Mary’ dat zij zelf
schreef neemt een duik in de blues en in ‘In Your Darkened Room’
lijkt zij geïsoleerd van de rest van de wereld. De vervreemding en de woede
steken beurtelings de kop op. In het heftige ‘Whore of Babylon’
wordt de woestheid met drums, djembe, bongo en oriëntaalse backgroundzang
nog extra aangewakkerd. De arrangementen zijn grotendeels van de hand van Erik
Visser, die met zijn ‘Flairck’ achtergrond wel weet hoe muzikaal
alles te doen passen. Mary wordt immers begeleid door een schare van uitstekende
instrumentalisten, waarbij vooral de elektrische gitaren en violen de emoties
verhevigen. Maar ook de sax van Michael Buckley en de contrabas van Rod Patterson
drijven de hartstocht op, zoals in ‘Bad’, cover van Kirsty MacColl.
Wat en in welke toonaard Mary Coughlan ook zingt, - bluesy, venijnig, neerslachtig,
vinnig, sarcastisch of vereenzaamd -, zij doet dit met een puurheid die eigen
is aan haar Iers vrouwelijk temperament. Al haar jarenlange opgekropte emoties
geeft zij in dertien songs ruim baan, zodat de luisteraar overrompeld wordt
door dit krachtveld dat soms op een slagveld gaat lijken, zoals in ‘Pornography’.
Temidden van dit alles blijft de jazzy zangeres Mary fier overeind, die zich
via de muziek lijkt te bevrijden van alle sloppenmiserie en herinneringen aan
misleiding en uitbuiting. Toen haar omgeving haar aanmoedigde met ‘Go
For It, Mary’, heeft zij dat blijkbaar voor honderd procent gedaan.
Marcie

THREE
DAY TRESHOLD
LOST IN BELGIUM
Website Myspace
Label: Hi-n-dry Records
Distr.: I Scream Records
CDBaby VIDEO
1 VIDEO 2
Heeft
de lovende bespreking van hun voorganger "Against The Grain" op deze
website er mee te maken dat de jongens hier sindsdien zo goed aan de bak komen?
Laat ons bescheiden blijven en alle eer aan deze jongens uit Boston zelf toeschrijven.
Feit is dat ze dit jaar alleen al voor de tweede maal ons kleine landje aandoen.
Net na Kerstmis gaan ze weer een weekje onze podia op stelten zetten, zoals
ze dat in het verleden ook al regelmatig met volle overtuiging deden. Met songs
uit de opnames van deze Belgische concerten werd deze dan ook cd samengesteld.
De lijst is te lang om volledig te noemen, maar enkele plaatsen, zoals "'t
Goor" in Wuustwezel en "Het zevende zegel" in Kluisbergen zijn
bij onze muziekliefhebbers genoeglijk bekend. De opnames zijn zeer basic gehouden,
met enkel twee “condenser” microfoons en zonder een enkele overdub.
Het resultaat is een eerlijk live geluid, of voor de liefhebbers een "heerlijk"
live geluid. Zeker is dat de sfeer van de kleine clubs en café's in België
en Nederland waar de opnames gebeurden mooi mee ingebakken zit in dit schijfje.
Voor wie de jongens nog niet mocht kennen, Three Day Treshold is een band die
de mix van bluegrass, Keltische invloeden, rock'n' roll en punk tot een eigen
genre hersmolten heeft en daarmee nummers als "You Look Like Rain"
en het grappige "Compass" over de sexy stem van het onbekende GPS
meisje, een rustige, akoestische, pas geschreven song, die hier zijn eerste
try-out krijgt, dezelfde dag van zijn ontstaan. Van direct-recording gesproken!
Het rare is dat het nog lekker klinkt ook, hoe "groen" de song ook
mag zijn. Natuurlijk zijn er ook de onvermijdelijke covers, of beter gezegd
bewerkingen van songs van anderen. Een prachtig voorbeeld is "Smoke On
The Undisclosed Location Breakdown" een combinatie van "Smoke On The
Water" en "Foggy Mountain Breakdown". Verder komen er nog een
behoorlijk herbouwde "Folsom Prison" van J.Cash en "Roll In My
Sweet Baby's Arms" in een hillbilly jasje. Ambiance troef natuurlijk, de
banjo's gieren de bocht uit om het zo te zeggen, terwijl ook de He-Haws niet
van de lucht zijn. Neem nu even "Billy", waar het publiek aangezet
wordt tot het brullen van "No S**T" en "F**K Yeah" en het
redneck sfeertje hoogtij viert. Het nummer "Gone" loopt als een rode
draad door de shows en komt in versie 1,2 en 3 naar boven. Party punk, cow punk,
trash rock, western rockabilly, je kan het noemen wat je wil, een zaak is zeker,
zij die erbij waren op al die locaties hebben genoten van een fijn concert die
avond. Je kunt ook bij die gelukkigen horen binnen enkele weken. Ik stel voor
dat je gaat kijken naar de “gratis” show op 2 januari 2009 speciaal
voor gevangenen in "Het Prison" te Mechelen. Wel zorgen dat je binnenraakt!
(RON)
|

MEN
OF ACTION
COUNTRY FOR GROOVERS
Website Myspace
CDBaby
Hier zijn een
paar stellingen. ‘Wie niet van countrymuziek houdt, heeft geen oren aan
zijn hoofd.’En: ‘Wie geen oren aan zijn hoofd heeft, en een Stetson
opzet, wordt ziende blind’... Gaat u hiermee nu eens creatief-filosofisch
aan de slag en ondertussen bericht ik u over de nieuwste plaat van ‘Men
of Action!’, getiteld ‘Country For Groovers’... Brian Hartley
en db Harris van Men of Action! dragen hun Stetson met evenveel trots als uw
dienaar en vanonder die hoed hebben ze een steengoede plaat opgenomen. Al van
bij de openingssong ‘One Time Offer’ wordt duidelijk gemaakt wat
de heren van plan zijn: geen complimenten, niet rond de pot draaien. Wij houden
van dit genre en brengen het in alle eenvoud. Wat volgt is een staalkaart van
alles wat naar Texas ruikt en deugt – toegegeven, deze vermelding is noodzakelijk,
want niet alles wat uit Nashville aangewaaid komt, ruikt even fris als ‘Country
for Groovers’... Deze jongens hebben zeer goed opgelet toen het op school
ging over Buddy Holly, Buck Owens, The Byrds en de Everly Brothers. Maar de
basis van hun sound (en hoesfoto) hebben ze van bij Augie Meyers en Doug Sahm
van The Sir Douglas Quintet. En dan weet u dat dat betekent: twang, pedal steel
en heerlijk dreinende orgelpartijtjes. db Harris voegt aan die sound een paar
hele mooie streepjes Rickenbacker toe, bijvoorbeeld in ‘If Memory Serves
Me Well’. Dit wordt gevolgd door ‘We’ve Been Here Before’,
dat klinkt als een authentieke Buddy Holly, terwijl de opener ‘One Time
Offer’ een song van The Mavericks had kunnen zijn, kitscherige blazers
incluis. Af en toe valt er een accordeon uit de kast, zoals bij de Tex Mex stamper
‘Shame On You’.. Shame, shame, shame on you for making me fall in
love… De teksten zijn bijna altijd van een bedrieglijke eenvoud. db Harris
en Co beschikken over voldoende lef, humor en vakmanschap om deze nummers te
schrijven en te brengen zonder uit te schuiven. ‘If I Were a Cheater’
en ‘Just In Case’ zijn opgebouwd als zeer traditionele coutrysongs,
zoals ze vandaag ook nog door Jim Lauderdale geschreven worden. Deze songs beluisteren
zonder deftige boots aan is even zondig als Blackberryen in de Mis. De apotheose
van de plaat is ‘Tremble’, live opgenomen op het Blue Highways festival
in Nederland in 2004. Als u dít net kan smaken, dan weten wij het ook
niet meer. Voor een song als deze zou Roy Orbison uit zijn graf krabbelen om
nog een keer zijn nachtegalenstem te laten schallen. Zijn er nog vragen?
Duke J

BIG
BOB YOUNG
HARD WAY TO MAKE A DOLLAR
Website VIDEO
Info: So Much Moore Media Contact
Label: Man Around The House Records
Het
lijkt of zowat het merendeel van de mensheid tegenwoordig dat lot beschoren
is in deze crisistijden. It's a "hard way to make a dollar", en als
je zo gelukkig was om die dollar op een gemakkelijke manier te verdienen en
je deed wat beleggingen met je spaarcentjes, dan ben je er waarschijnlijk nog
meer kwijtgeraakt. Erover zingen kan helpen, moet Big Bob Young gedacht hebben
toen hij deze cd maakte. Toen ik tussen de muzikanten op slide en dobro de naam
van Colin Linden ontdekte was mijn aandacht onmiddellijk getrokken, maar ook
de rest van de band levert prima werk, in totaal 9 leden telt deze begeleidingsband,
blazers en backing vocals meegeteld. Stck Davis van de Amazing Rhythm Aces is
erbij, Rick Lanow van Poco op drums, Carlton Moody van Burritto Deluxe en Micheal
Webb van de Terry Allen band op toetsen en bovendien de blazers Rusty Russell
en Dennis Taylor, ook niet van de minsten. Muzikanten van het hoogste niveau
dus. Big Bob's debuut heeft het allemaal, het is een bluesy, roots rockin' country
plaat geworden, met 10 uitstekende songs. Na een tamelijk bewogen leven, en
nu zijn 4 kinderen opgevoed waren, nam hij eindelijk de tijd om zijn droom te
verwezenlijken en zijn eerste cd uit te brengen. De opener "Ship Of Fools"
is een gevoelige song over een mislukte liefde. De rootsrocker "Best Of
A Bad Situation" vertelt over het moeilijke muzikantenleven, iets waarvan
Robert zijn deel had, vermits hij drie maal hertrouwd is. Ook is dit debuut
opgedragen aan zijn overleden vrouwtje Liz, te vroeg gestorven aan kanker. Big
Bob laat horen alle stijlen moeiteloos aan te kunnen, zelfs een pure traditionele
"hoe-down" in het luchtige "Green Country Stomp". Het bluesy,
dromerige "I Call It Love" en "Mississippi Nights" een andere
ballade, laten zijn stem schitteren, een doorleefde stem die me herinnert aan
Russell Smith van Amazing Rhythm Aces, maar vooral aan Dann Penn. In deze songs
komen ook de songschrijverkwaliteiten van Robert L. Young (want dat is zijn
ware naam) het best naar boven. "Somewhere Tonight " is daar nog een
prachtig voorbeeld van, de song gaat over de moeilijke taak je kinderen goed
op te voeden en wat liefde te geven. "Bury me In Dixie", nog zo 'n
heerlijke song qua tekst en uitvoering, pure emotie! Het "western swing"
geïnspireerde "Can I Take You Home" met zijn lichtjes ondeugende
tekst en het gospelsfeertje in "Stand Up" vervolledigen deze sterke
eersteling van Big Bob Young, een man waar we vanaf nu terdege rekening moeten
mee houden.
(RON)

LUKE
POWERS
TEXASEE
Website Myspace
Contact
Distr. : Phoebe Claire Publishing, LLC
CD-Baby
“Texasee”
lijkt een samenvoeging te zijn van de namen van twee Amerikaanse staten Texas
en Tennessee en misschien was dat ook wel de bedoeling van universiteitsprofessor
Luke Powers toen hij een titel bedacht voor zijn nieuwste album dat trouwens
werd opgenomen in twee studios, één in elk van deze staten. Hijzelf
noemt “Texasee” een kunstmatig land ergens tussen Austin (TX) en
Nashville (TN) waar de zonde en de verlossing er in slagen om broederlijk naast
elkaar te leven. In dat sfeerbeeld komt hij zijn verhalen vertellen op muziek
die hij zelf gecomponeerd heeft op één van zijn akoestische of
elektrische gitaren. De titeltrack is een op countrymuziek gebaseerde song waarin
Luke Powers de vocale hulp krijgt van zangeres Suzi Ragsdale, die trouwens later
ook op een reeks andere nummers zal opduiken. Ook zijn goede vriend sinds vele
jaren Tommy Spurlock - steun en toeverlaat bij Powers’ debuutplaat “Picture
Book” en zijn muzikale partner in het project “Kakistocracy”
(beide cd’s werden vorig jaar al bij Rootstime besproken) - is opnieuw
van de partij als gitarist en als co-producer van dit album. In totaal haalden
uiteindelijk zestien liedjes de plaat, allemaal songs in de vertrouwde stijl
die we van Luke Powers verwachten. “Texasee” is een muzikaal eerbetoon
aan een eindeloos groot en mythisch land vol muziek en verbeelding in onvervalste
Americana-stijl. Hoewel Luke Powers professioneel vooral professor Engels aan
de universiteit is geldt hij ook als een begenadigde muzikant en songschrijver
die al mocht samenwerken met grote namen als Roseanne Cash, The Band en Rodney
Crowell en platen mocht produceren voor Rick Danko, David Olney en Chip Taylor.
Qua stem doet Luke Powers me trouwens meer dan eens denken aan deze Chip Taylor,
een man die ook al vele watertjes doorzwommen heeft in zijn meerdere decennia-lange
muzikale loopbaan. “Bily The Kid Rides Again”, “Selmer Tennessee”,
“Indian Eyes”, “Tops Of The Trees”, “In The Real
World” en “My Hero” zijn liedjes waarbij die vergelijking
met “grey old Chip” me al gauw voor de geest komen. “Texasee”,
“Million Ways To Die” en “Paul Is Dead” roepen dan weer
eerder herinneringen op aan Johnny Cash, hoewel de stem van Luke Powers niet
zo doorleefd klinkt, zo doorzopen of zo diep en rauw als die van “the
man in black”. Het album “Texasee” wordt toegevoegd aan de
twee andere platen die we al van deze man in ons bezit hebben. Het schijfje
dient dan ook als een vanzelfsprekende voortzetting van de muzikale loopbaan
van prof Luke Powers gezien te worden.
(valsam)

VARIOUS
ARTISTS:
(WEEWERK) IS 6!
Website Myspace
Contact Label : (weewerk)
(Weewerk)
is een onafhankelijk Canadese platenlabel dat gevestigd is in Toronto, Ontario,
Canada. De initiatiefnemers zijn Phil Klygo en Germaine Koh die in 2002 besloten
om de vele jonge startende muzikanten die actief waren in de Canadese scène
een forum te geven en te ondersteunen bij het opnemen en uitbrengen van hun
creatieve werk. Hun doelgroep waren bands die zich toespitsten op folk, bluegrass,
alt.country en rockmuziek. (weewerk) nam ook het agentschap en management voor
deze groepen voor hun rekening. Ter gelegenheid van de zesde verjaardag van
dit dynamische label wordt er nu een compilatiealbum uitgebracht met daarop
23 tracks van de verschillende artiesten die onder het label gehuisvest zijn.
De bekendste groep bij (weewerk) is de formatie rond Tony Dekker: “Great
Lake Swimmers”. Zij tekenen voor 3 nummers op deze compilatie: een speciale
versie van hun “Song For The Angels”, “Hands In Dirty Ground”
dat eerder enkel op een 12”-single te horen was en “Gonna Make It
Thru This Year”, een demo-song die voorheen alleen digitaal kon beluisterd
worden. Tony Dekker speelt ook nog mee op een paar andere nummers o.a. van Audiotransparent,
Julie Fader en The United Steel Workers Of Montreal. Andere artiesten op (weewerk)
zijn wat minder bekend: Elliott Brood, Barzin, The Burning Hell en nog een hele
reeks anderen. Doorheen de voorbije jaren zijn er ook een aantal niet-Canadese
bands die zich bij de (weewerk)-club hebben aangesloten en zich door het label
laten vertegenwoordigen. Zo zijn er de Nederlandse band “Audiotransparent”,
de Britse groepen “Two-Minute Miracles” en “The Travelling
Band”, de Duitse zangeres “Susie Asado”, de Noorse groep “Harmonica”
en de Franse zanger “H-Burns”. Zij krijgen allemaal één
track toegewezen op deze verzamelplaat. Sommige nummers zijn selecties uit hun
officiële cd’s en andere liedjes zijn rarities of demo-opnames. De
muzikale stijlen van de diverse artiesten op deze compilatie zijn nogal uiteenlopend
en daarom is een beschrijving van het soort muziek dat je als luisteraar aangeboden
krijgt eerder een onbegonnen werk (waar we dan ook maar niet aan zullen beginnen).
We heffen natuurlijk wel graag het glas op het zesjarige bestaan van dit sympathieke
Canadese label en willen de noeste werkers in dit team nog een succesvolle nieuwe
periode van minstens zes jaar toewensen.
(valsam)

MARIËLLA
TIROTTO & THE BLUES FEDERATION
SOMEWHERE DOWN THE ROAD
Website Myspace
Wat
enkele jaren terug begon als een groepje vrienden dat voornamelijk muziek wilde
maken is ondertussen uitgegroeid tot een heuse band. Niet alleen een naamsverandering
van Nederblues naar Mariëlla Tirotto & TBF maar ook hier en daar een
groepslid gewijzigd en ook wat aan de songkeuze gesleuteld. Of het allemaal
loont weten jullie pas na het beluisteren van hun eerste CD of na het verder
lezen van wat mijn bevindingen zijn. 12 songs plus een bonustrack telt dit kleine
schijfje, waarvan 3 niet zelf gepende nummers. Voor al de andere songs tekende
Mariëlla, soms alleen en dan weer samen met gitarist Harald Koll en/of
bassist Heins Greten. Enkel de bonustrack ‘After Hours’ werd geschreven
door de gitarist alleen en is dan ook een knap staaltje geworden van muzikaal
kunnen van zowat heel de band. En zo verklap ik al meteen een groot deel van
deze cd, nml. Dat hier wel degelijk een heuse band aan het werk is, een band
die muzikaal heel wat in hun mars hebben. Zo kun je deze cd moeilijk alleen
klasseren onder de noemer blues, er komt heel wat meer dan enkel blues om de
hoek kijken. Vocaal reikt het stembereik van Mariëlla Tirotto veel verder
dan enkel blues en doet ze met momenten zelfs denken aan Nina Simone. Of het
nu jazz, funk, rock of blues is, haar stem dekt alle ladingen. En als ik toch
één minpuntje zou moeten aanhalen dan is het dat ze een beetje
moet uitkijken met de manier waarom ze elke zin uitzingt. Wat het gitaarwerk
betreft hoor ik hier niet echt een bluesgitarist maar een gitarist die zijn
oor overal zowat te luisteren heeft gelegd, zelfs bij Ygnwie Malmsteen. Knap
soleerwerk zonder meer en zeker in de meer uptempo nummers. Voortreffelijke
Mississippi saxofoon hoor je dan weer van Michel de Kok. En dit alles wordt
netjes en strak ondersteund door een ritmesectie die retestrak zit. Aan de songs
is ook wel degelijk gewerkt en gesleuteld en dat kan je zeker als positief beschouwen
maar toch af en toe opletten met overproducing. Verder nog een chapeau voor
de blazerarrangementen, iets wat zeker meer kleur geeft aan bepaalde songs.
Voor een debuut is dit zeker meer dan geslaagd te noemen, nu op naar de podia
en live bevestigen zou ik zo zeggen.
Blueswalker
MARIELLA TIROTTO & THE BLUES FEDERATION Dec 13 2008 5:00P Radio
Apeldoorn, Apeldoorns Podium, interview + nieuwe CD, Apeldoorn |

CANNED
HEAT
THE BOOGIE HOUSE TAPES
VOL 1 : 1967-1976 (2000)
VOL 2 : 1969-1999 (2004)
VOL 3: Recorded Electrically (2008)
Website
Label : Ruf Records
Distr. : Munich Records
Herinnert u zich nog het legendarische Woodstock en de gelijknamige film? De film begon met een introductie op de tonen van "Going Up The Country". Dit was één van de eerste succesnummers van Canned Heat, een groep waarvan de naam verwijst naar een soort alcohol en een bluesnummer van Johnson (1928). De groep bestaat nog steeds, maar het noodlot heeft in al die jaren verschillende malen toegeslagen en enkel Adolfo 'Fito' de la Parra kan er zich nog op beroemen quasi van bij het begin deel te hebben uitgemaakt van Canned Heat. Canned Heat werd beschouwd als een groep die boogie-blues speelde (met psychedelische inslag). De groep werd in 1965 opgericht door Bob 'The Bear' Hite en Alan 'Blind Owl' Wilson. In 1966 vervoegden Henry 'Sunflower' Vestine, Frank Cook en Larry Taylor de rangen. De groep liet zich vervolgens opmerken op het Festival van Monterey en kregen de kans om een eerste album op te nemen, die ze simpelweg "Canned Heat" doopten. Het was een album met remakes van bluesklassiekers. De grote doorbraak volgde met het tweede album "Boogie with Canned Heat" met hun bekende versie van "On the Road Again". Ook deze gigantische hit was eigenlijk een remake, deze keer een nummer van Jim Hoden. Frank Cook werd nog voor de concerttour vervangen door Adolfo "Fito" de la Parra. Tijdens deze tour maakte de groep kennis met de legendarische Britse bluesman John Mayall. Deze blueslegende werkte vervolgens mee aan het dubbele album "Living the Blues". Een nummer van deze plaat groeide uit tot een hooglied van de hippies, "Going Up The Country" (het nummer werd ook gebruikt in de originele versie van "Easy Rider", de cultfilm van Dennis Hopper). Verder nog een schitterend nummer op deze plaat : "Let's Work Together". Woodstock betekende voor de groep ongetwijfeld de tijd van hun grootste triomfen. Hierna staken ze de Atlantische Oceaan over om de Europese podia plat te spelen. In september 1970, na de terugkeer in de VS, overleed Alan Wilson aan een overdosis. In 1981 werd hij door Bob Hite vervoegd, die overleed als gevolg van een hartziekte (gerelateerd aan zijn drugsgebruik). In 1997 verwisselde ook Vestine het tijdelijke voor het eeuwige. Een hartaanval werd hem fataal. Op dit moment bestaat de groep nog altijd uit een verzameling uitstekende muzikanten met vreemde bijnamen (The Baron, Dallas, The Gator) en dito referenties. Toch moeten we erop wijzen dat enkel Fito de la Parra nog met de oorspronkelijke bezetting speelde.



Al deze hoger voornoemde hits zijn terug te vinden op hun eerste compilatiealbum uit 2000 : "The Boogie House Tapes" 1967-1976 (VOL1) en op het tweede deel van deze collectors choice met opnames van deze seminale bluesband horen we daarbuiten ook een reeks outtakes, commercials, rehearsel tapes….uit de periode 1969-1999 (VOL 2). Uitschieters op dit vervolg zijn wel "Sloppy Drunk", "Death Bed Blues" en "Blind Melon" waarin de perfecte vibrato stem van Wilson het best tot uiting komt. Het album bevat ook de laatste 'roadhouse recording' van de bandleider Bob "The Bear" Hite opgenomen enkele dagen voor zijn tragische dood. Voor dit verzamelwerk zorgden drummer/producer Fito de la Parra en Walter "Dr. Boogie" de Paduwa die op een stereo cassette recorder twee live shows uit de vroege 90's had opgenomen met het prachtige gitaarspel van Henry "Sunflower" Vestine. "The Boogie House Tapes" VOL 3: Recorded Electrically, is alweer de nieuwste verzamelaar met 25 tracks op 2 cd's, boogie songs, zoals boogie moet klinken. Meteen ook het laatste deel in het drieluik van deze legendarische bluesband. Beginnende met de originele 1967 line-up, met Alan Wilson en Bob "The Bear" Hite tijdens het Woodstock festival (1969) in het korte "Alan's Intro". Maar ook special guests als John Lee Hooker, Curtis Mayfield, Sunnyland Slim, Wolfman Jack, Clarence Gatemouth Brown, en the Chambers Brothers komen langs op deze studio en live opnames uit de periode 1967 tot 1978. Allerlei obscure opnames die naast deze Woodstock intro ook outtakes en allerlei andere live opnames laat horen, zoals het nummer “You Don’t Have To Go”, opgenomen in 1969 tijdens het Filmore East festival. Het eerste optreden met Harvey Mandel. Omdat het de originele band betreft en de opnames over het algemeen een alleszins acceptabele geluidskwaliteit hebben, is dit voor de echte Canned Heat liefhebber dan haast ook niet te vermijden. Heerlijke eerlijk blues zoals waartoe alleen Canned Heat in staat leek te zijn. Don't Forget To Boogie!

MAMA'
S COOKIN'
Website Myspace
Info: Powderfinger Promotions
Label: MC Records
Mama's
Cookin', een quartet uit Colorado, is op de proppen gekomen met weer een nieuwe
mengvorm van verschillende genres. Momenteel is er zowat een modeverschijnsel
in het creeëren van nieuwe stijlen door het mengen van rockabilly met bluegrass
of punk met country, het kan alle kanten op tegenwoordig, en dat is mooi, muziek
moet zichzelf vernieuwen, alle genres die we nu kennen zijn tenslotte ook zo
ontstaan door het mixen van verschillende invloeden. Wat Mama's Cookin doet
is het samenvoegen van hip-hop, R&B met doordachte teksten op een basis
van Delta blues en stevige rock, dit is blues van de 21ste eeuw. Dansbare songs,
"blues for the dancefloor" kan je het noemen, soms wat herinnerend
aan wat Jamiroquai doet. Vorige week hadden we ook al zo'n Duitse Band ,T-Sonic,
die dit soort muziek maakte. Dat ze niet alleen onze aandacht getrokken hebben,
merken we aan de producer die ze kunnen binnenhalen hebben, namelijk Chuck Zwicky,
een man die zich enkel met de besten wil bezighouden, hij heeft ondermeer Prince
en Jeff Beck geproduced. De mastering gebeurde door Dave McNair, overbekend
door het masteren van cd's van Springsteen, Miles Davies, Stevie Ray Vaughan
en Willie Nelson. Zowat de sterkste songs hier zijn "Tough Times"
en "Black Reign". Ik vertelde al dat de teksten belangrijk waren,
de meeste gaan over wereldbeschouwende dingen, of ze zijn filosofisch en doen
nadenken, maar het kan ook luchtig, zo is "Postman" gewoon een ode
aan de postbode, zonder meer. Maar meestal is er wel degelijk goed over nagedacht,
als je naar "Black Reign" luistert. Bijvoorbeeld , een song over oorlog
en wapenindustrie, dan staat de tekst wel loodrecht op het dansbare van de song,
maar dat moet kunnen vind ik! In alle geval, we hebben hier te maken met een
heel originele band, die met deze derde cd zijn eigen aparte stijl gevonden
heeft, de groep is afgeslankt tot vier manen dat is zeker een verbetering in
vergelijking tot de vorige twee cd's: gitarist/zanger Zebuel Earley, op keyboards
is er Todd Holway, Steve La Bella speelt bas en dan is er ook nog drummer Mike
Adamo. Ik kan maar besluiten met één vaststelling en dat is deze:
"Cookin' is Kickin' "
(RON)