ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008


TIM MANN - DISTANT STRANGERS

R.G. STARK - NOT CRAZY TONIGHT

LEON LAUDENBACH - THE GOSPEL TRUTH ACCORDING TO LEON

BLACK FRANCIS - BLUEFINGER

JIM BYRNES - HOUSE OF REFUGE

PAUL REANEY - A TOWN LIKE THIS

BIG SUGAR - BIG SUGAR

MARTIN NELSON - SIT BACK AND SMILE

RIC - E BLUEZ - SEXY SOUL

CANNED HEAT - CHRISTMAS ALBUM


 

 

TIM MANN
DISTANT STRANGERS
Website - Myspace - Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

In zijn jeugdjaren beïnvloed door sixties-artiesten als The Beatles, Bob Dylan, Neil Young en The Byrds begon singer-songwriter Tim Mann in 2003 aan een eigen muzikale loopbaan via de toen opgerichte groep “The Diamond Hearts”, waarin hij samen speelde met Greg Hawkes en David Rizzuti. Eind 2004 sloten Hawkes en Mann zich aan bij een groepje ukelele-spelers uit Boston, genaamd “Ukelele Noir”. Dit kleine snareninstrument speelt een belangrijke rol in het leven van Tim Mann en wordt ook uitgebreid gebruikt op deze nieuwe cd “Distant Strangers”. Het was George Harrison die Mann tot de ukelele bekeerde en van hem een verwoed fanatieke speler van het instrument maakte. “Distant Strangers” bestaat uit elf akoestische rootsrocksongs met popperige melodieën gespeeld op ukelele en akoestische gitaar. Hawkes en Rizzuti spelen ook weer mee met bovendien ook enkele bijdragen van basspelers Tom Bianchi en Zack Hickman. De klank van het album is overheersend intimistisch met een eenvoudige en minimale productie en doet wat denken aan Elliott Smith of The Byrds. In 1999 had Tim Mann al een eerste keer van zich laten horen via een eerste solo-cd “The Tim Mann Expedition”, gevolgd door een ep-tje in 2002: “Hillside Sessions” met een viertal Amerikaanse rootssongs. Een eerste hoogtepunt op “Distant Strangers” is de titelsong, gevolgd door “Mystery” dat hij helemaal solo en akoestisch brengt. Ook knap gebracht zijn de songs “Café Girl”, “Sunset” en “Over Here” waarin Tim Mann ook zijn zangerscapaciteiten laat horen en de ukelele alweer een vooraanstaande rol speelt. Momenteel wordt ook samen met zijn vaste partners de laatste hand gelegd aan een volledig album met ukelele-liedjes. “Distant Strangers” is vooral een album met traditionele muziek en melodieuze songs die gekruid zijn met een nostalgische terugblik naar de good old sixties.
(valsam)


 

R.G. STARK
NOT CRAZY TONIGHT
Website
Myspace
Mail : knapp@shuteyerecords.com / j.rgstark@yahoo.com
Label : Whole Note Records
CD-Baby

 

 

R.G. (…van zijn bijnaam “Receiving Genius”) Stark zag het levenslicht in Austin, Texas en groeide op in de prairie van Noord-Texas. Met zijn groep “Blue Diamond Shine” - waar hij de rol van leadzanger en liedjesschrijver voor zijn rekening neemt - bracht hij drie albums uit waarvan “Shrimp Boat Town” de meest succesvolle was. Zijn dagdagelijkse leven in Denton County als vorkheftruckchauffeur in een biotech-bedrijf zag hij al snel niet meer zitten. Hij kocht een reistrailer en besloot om onderweg zijn levenservaringen op tekst en muziek te zetten met als finale doel het opnemen van een eerste solo-cd “Not Crazy Tonight” die nu in de winkels ligt. Op zijn website zegt hij dat als je ooit in eenzaamheid een nacht hebt doorgebracht nadat je hart pas werd gebroken en je alleen nog de jukebox als vriend hebt, dan ben je terecht gekomen in de wereld van R.G. Stark. Vanzelfsprekend onderging hij doorheen de voorbije jaren de muzikale invloeden van de grote Texaanse namen als Sir Douglas Quintet, Gram Parsons, Raul Malo & The Mavericks en zelfs de grote Roy Orbison (van wie hij blijkbaar ook die donkere bril imiteert). Zijn bariton-stem leent zich uitstekend voor de melodierijke muziek die hij bij elkaar gepend heeft voor “Not Crazy Tonight”. “Adembenemend prachtige countrymuziek” is de kwotering die Okkervil River-zanger Will Sheff aan R.G. Stark geeft. Dat is een referentie waar je mee onder de mensen kan komen. De cd start met een uiterst aangenaam tex-mex-deuntje “Mineral Wells” waarbij je even good old buddies Doug Sahm en Augie Meyers (met zijn Vox Continental keyboards) denkt te horen. Ook “Coyote” en “Monterrey” behoren tot diezelfde categorie. In zijn teksten heeft R.G. Stark het meermaals over het harde leven en de wisselende emoties van de mensen die in het uitgestrekte grensgebied tussen Texas, Louisiana en Mexico wonen. Als grote liefhebber van conjunto, cajun en countrymuziek kiest hij vanzelfsprekend voor die genres om zijn eigen songs te ondersteunen. De gelijkenis met The Big ‘O’ komt bovendrijven in de tragere songs “Secret Girl”, “The Brutal Truth (In September)”, “Too Proud” en “She Comes And Goes”. Borderland roots- en soulmuziek zit vervat in “Narcocorrido Nuevo Laredo” met stevige porties accordeon. Om elke twijfel omtrent zijn afkomst definitief weg te nemen maakt R.G. Stark in de titeltrack “Not Crazy Enough” waarmee de cd afsluit nog even duidelijk dat tex-mex zijn roots zijn. Erg leuk gedaan, zegt (valsam).


 

 

LEON LAUDENBACH
THE GOSPEL TRUTH ACCORDING TO LEON
Website - Contact
Label: 2012 records
Cdbaby

 


We kennen hem natuurlijk al van de fantastische Buddwa Mambos, wiens “Work Songs” we onlangs mochten bespreken, maar ook de band Taboo Blue is zijn geesteskind. Deze bezige bij voorziet ons dus rijkelijk van goede muziek de laatste jaren. Dit nieuwe werkstuk verschijnt nu onder zijn eigen naam. Als je de titel hoort verwacht je deze keer een gospel plaat van deze man met de vele aliassen, maar hoewel hij dikwijls van naam verandert, blijft zijn muziekstijl onveranderd. Dat is maar goed ook, want de mix van blues, rock en folk, rijkelijk voorzien van mooie gitaren, slide, dobro en banjo is een ideale muziekvorm waar hij met zijn sterke songschrijverstalent zijn ideeën in kwijt kan. Net als op de eerder besproken Buddwa Mambo’s krijgen we hier een soundje met gitaristische verwijzingen naar J.J Cale, Mark Knopfler en op enkele momenten zelfs Richard Thompson. Alles zit in een laid back, easy, relaxed sfeertje en de cd kabbelt op een aangename wijze verder naar zijn eindpunt. De titelsong “The Gospel Truth..” met Tiny Tim achtige koortjes is grappig, “Barb Wire” is prachtig in zijn eenvoud, JJ Cale kon het niet beter. Een beetje gospel sfeer krijgen we wel in “No Shade For The Stone” waar de pedal steel van Andy Dee een mooie aanvulling vormt voor Leon’s slide gitaar, die klinkt alsof Ry Cooder wat komen helpen is. Of het bluesgetinte: “Half The Way There” waar een mondharmonica en banjo voor een apart sfeertje zorgen. We krijgen uiteindelijk iets meer tempo in “Iron Lungs Cold” maar het Ierse tintje in “Mc Donalds Pub” maakt toch weer plaats voor het lazy Knopfler gitaartje in “Pretty Name For Whiskey”. Begrijp me echter niet verkeerd, de muziek die Leon maakt is zeker geen Dire Straits imitatie, integendeel, al klinken de gitaren soms wat in die richting, Leon’s muziek heeft meer dan alles een eigen gezicht, zijn vocals zijn direct herkenbaar en hebben iets unieks, en al heeft hij 3 of vier verschillende bands, zijn stempel drukt hij steevast op elk van hen. Ik hou van deze man zijn muziek, ben benieuwd naar Taboo Blue, hoewel ik nu al weet dat ik daarvan zal genieten, want na de “Buddwa Mambos” en deze “The Gospel Truth” ben ik onvoorwaardelijk fan van Leon Laudenbach.
(RON)


 

BLACK FRANCIS
BLUEFINGER
Website
Label: Cooking Vinyl
Distr.: V2 Records

 

Charles Thompson IV is dezelfde persoon als Frank Black, die op zijn beurt weer dezelfde persoon is als Black Francis. En laat die man nu net het bekendst zijn als de frontman van de legendarische band The Pixies. Het laatste wat we solo van hem mochten horen was zijn 2005-album “Honeycomb”. Onder het laatstgenoemde pseudoniem brengt hij het album “Bluefinger” uit, een ode aan de uit het Nederlandse Zwolle (“blauwvingers” is de bijnaam van de inwoners) afkomstige Herman Brood, die op 55-jarige leeftijd - nu al weer zes jaar geleden - deze wereld ruilde voor een betere plaats in het universum door van het dak van het Hilton-hotel in Amsterdam te springen. In zijn binnenzak stak een briefje met daarop de tekst “Maak er nog een groot feest van”. Symboliek troef want het was ook in dit hotel dat John Lennon en Yoko Ono hun beroemde sleep-in hadden als protest tegen de oorlog in Vietnam. Deze tribute-opnames zijn over het algemeen nogal ruige rocksongs en leunen vrij nauw aan bij het vroegere werk van de Pixies. 10 van de elf nummers werden door Black Francis geschreven en de elfde song is een cover van een vrij onbekende Herman Brood-rock’n’rollsong “You Can’t Break A Heart And Have It”. Met gitaarrock wordt afgetrapt in “Captain Pasty” waarna “Treshold Apprehension” - genoemd naar een schilderij van Brood - nogal punkerig en schreeuwerig wordt gebracht, zoals Brood ook wel eens placht te doen. De ganse plaat klinkt overigens als één grote demo-opname, wat een stijl is die Brood helemaal niet vreemd was. Toch staan er ook een paar bijzonder leuke, sterke songs op “Bluefinger” zoals “Test Pilot Blues”, “Angels Come To Comfort You”, een rocksong tegen het establishment waarin Black Francis bij het begin van de song beleefd vraagt: ”mag ik engels spreken” en de ingetogen ode aan “Lolita”, Broods’ dochter. Andere verwijzingen naar het leven van het beroemdste Nederlandse symbool van seks, drugs en rock‘n’roll zijn terug te vinden in de song ”Discotheque 36”, zijnde de plaats waar hij als jonge punker zijn vrouw ontmoette. Nog meer gitaarlawaai in “Tight Black Rubber” en “Your Mouth Into Mine”. Afsluiters “She Took All The Money” en titeltrack “Bluefinger” zijn beiden mooie, melodieuze songs die hij samen zingt met Violet Clark. Als Herman Brood een voorbeeld is voor Black Francis hopen we maar dat deze genoegen neemt met diens muziek en dat hij niet beslist om zijn levensstijl en zijn levenseinde te kopiëren. Daarvoor maakt Charles Thompson IV teveel goede songs, die we nog niet willen missen.
(valsam)

BLACK FRANCIS (USA) & BOBBIE PERU (UK)
* DINSDAG 26 FEBRUARI 2008
Botanique, Brussel


 

 

JIM BYRNES
HOUSE OF REFUGE
Website
Label: Black Hen Music / Rounder
Info: Killbeat Music
Cdbaby

 

3 Maple Blues Awards!
Male Vocalist of the Year
Entertainer of the Year
Songwriter of the Year

 

De blanke bluesman/acteur Jim Byrnes, die opgroeide in St. Louis maar al jaren in Vancouver woont, deelde in zijn rijke carrière het podium met grootheden als Muddy Waters en John Lee Hooker. En dat hoor je aan zijn album, "House Of Refuge". Alles klopt aan deze twaalf van gospel en duistere Deltablues druipende tracks, of "Songs of Hope, Longing, Sin and Redemption", zoals het op het hoesje afgebeelde kerkbord ze noemt. Dit is een zware pot gospelblues zoals ik hem het liefst heb. Weinig mensen zullen er meteen van houden, maar de mensen die het mooi vinden, zullen het ook meteen geweldig vinden. In de band die Jim Byrnes om zich heen verzamelde, zijn de glansrollen voor Chris Gestrin op orgel en producer Steve Dawson op gitaar, maar ook zijn er de bijdragen van het hemelse gospeltrio The Sojourners. En vooral de gruizig soulvolle stem van de man zelf. Die stem is een heerlijk, gitzwart instrument, waarmee hij even overtuigend de extatische kerkzang van de traditional "Didn't It Rain", de akoestische blues van Big Bill Broozy in "Big Bill’s Blues", Skip James' "Be Ready When He Comesen", Robert Johnson's "Last Fair Deal Gone Down", als songs van Hoagy Carmichael (het vet gecroonde "Stardust") en Nick Lowe ("The Beast In Me") naar zijn hand zet. Drie eigen composities mogen er ook wezen, met als hoogtepunt het Mexicaans gekruide "The Death Of Ernesto Guevara". Rootsmuziek de je de vrieskou doet vergeten en je hart verwarmt. De twaalf ijzersterke gospel/rootssongs die Byrnes op "House Of Refuge" serveert behoren in dit genre zondermeer tot het beste wat we vorig jaar te horen kregen. Hopelijk krijgen meer mensen dat door dit jaar.

 


 

 

PAUL REANEY
A TOWN LIKE THIS
Website - Myspace - Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Paul Reaney werd geboren op het Britse eiland The Wirral in het noord-westen van Engeland. Zijn carrière is een aaneenschakeling van rock‘n’roll en country rock. Hij speelde ook begeleidingsmuziek voor comedy-shows en in bluesgroepen. Naast zijn hedendaagse solo-optredens speelt hij ook in de groep “The Hambone Band” uit Liverpool. Daarnaast is hij actief als studiomuzikant in welke hoedanigheid hij voor een hele reeks bekende Britse artiesten gitaarwerk verrichtte. Zijn specialisme ligt bij snaarinstrumenten als hobo, slide gitaar, mandoline, banjo, akoestische en elektrische gitaar. Dat deze 50-jarige ingenieur ook een getalenteerde songschrijver is bewijst hij nu met zijn eerste solo-cd “A Town Like This”, die eind 2007 werd uitgebracht. Dit album bevat 13 liedjes die voornamelijk op akoestische wijze worden gebracht in een Americana-stijl. Sommige liedjes zijn duidelijk geïnspireerd op zijn persoonlijke leven, andere songteksten ontstonden eerder in zijn fantasie. De emotionele nummers die over een echtscheiding of over het verlies van een kind gaan beroeren het hart van alle luisteraars. Titelsong “A Town Like This” verhaalt over zijn kinderjaren in het stadje waar hij met zijn ouders woonde en waar nauwelijks iets te beleven viel, behalve in het weekend als ze naar een rock’n’rollgroepje gingen kijken in het plaatselijke café. “Whisper In The Wind” gaat over het onprettige gevoel dat je krijgt als je geliefde doorheen je dagelijkse leven dwaalt alsof je er al niet meer bent. Smart en verdriet in “Flowers By The Roadside” over het verlies van een kind. Hierin gaat Paul Reaney op zoek naar het waarom van zo’n onrecht en stelt hij het geloof in een goede God ook in vraag. In de meeste nummers laat hij ook horen dat hij over een uitstekende stem beschikt. In “The Touch Of An Angels Wing” beschrijft hij hoe zijn geliefde hem op een zachte maar toch ook doortastende manier vertelde dat ze vond dat er een einde aan hun relatie moest komen. In het daaropvolgende “Daddy’s Girl” gaat het over hoe hij zijn dochtertje over die scheiding informeerde, dat zij bij mama moest blijven en hij haar enkel nog in de weekends zou terugzien. Na al die ellende toont Pauk Reaney dat hij ook grappig uit de hoek kan komen via de songs “Suburban Cowboy” en “Take My Revenge” dat als meezingertje gebracht wordt. En ook nieuwe verliefdheid komt aan bod in “Those Eyes” waarin hij beschrijft hoe hij zich had laten verleiden tot een one night stand en de volgende morgen ontdekte dat hij door die vrouw bestolen was. Er zijn duidelijk nog wat levenslessen te volgen voor Paul Reaney maar als artiest heeft hij blijkbaar zijn in te slagen weg gevonden. “A Town Like This” is een behoorlijk intrigerende debuutalbum dat naar meer van deze muzikant laat uitkijken.
(valsam)


 

 

 

BIG SUGAR
Website
Label: Hypnotic Records/Bread & Butter/A&M
Distr.: ZYX - Contact

 

Big Sugar is ongetwijfeld de beste en meest legendarische Canadese bluesband aller tijden. Begin 1991 besloten drie muzikanten, zanger/gitarist Gordie Johnson, bassist Terry Wilkins en drummer Al Cross om nu eindelijk eens de muziek te spelen waar ze echt van hielden: authentieke, onversneden blues en boogie, gestoken in een swingend jazzy jasje. In datzelfde jaar verscheen ook hun eerste titeloze cd, die onthaald werd op wild enthousiaste recensies in de gespecialiseerde pers. Enkele maanden na hun oprichting speelden ze al iedereen van het podium op festivals in Canada tot ze jaren later te gast waren op het prestigieuze Belgium Rhythm 'n' Blues Festival in Peer. Sindsdien waren ze niet meer weg te denken uit de internationale blueswereld. Eind 2004 kwam er een eind aan het succesverhaal. Na een lange periode van intensief toeren, wilden de bandleden wel eens "wat anders" en de split was een feit. Nu dus eindelijk ook bij ons verkrijgbaar is de rerelease van dit debuutalbum van deze Canadese groep die in die aktieve periode 1991 - 2004 verder nog een vijftal albums uitbracht: nl. "Five Hundred Pounds" – 1993, "Hemi-Vision" – 1996, "Heated" – 1998, "Brothers and Sisters, Are You Ready?" – 2001 en "Hit & Run" – 2003, waarvan ze maar liefst 100.000 albums in de Verenigde Staten en Canada verkochten. De band legt op dit debuut een voortreffelijke sound neer, soms zeer jazzy getint, als "Stardust" van Hoagy Carmichael, "Bemsha Swing" en "Round Midnight" van Thelonious Monk, waardoor deze nummers dat heerlijke, rokerige nachtclubsfeertje mee krijgen. In dit laatste nummer horen we tevens ook de prachtige stem van Molly Johnson. Gaaf! Gaaf en nog eens gaaf! In de andere nummers maakt de warme stem van Gordie Johnson het vervolgens helemaal af tot een bluesprodukt waar ik wel dagen achter elkaar naar kan luisteren. Om de twaalf nummers op dit album te gaan ontleden is voor mijn gevoel overbodig, want werkelijk elk nummer heeft zijn eigen charme en zijn unieke sound. Ondanks een aantal stevige pareltjes blijven de reeds vermelde nummers voor mij persoonlijk de hoogtepunten van deze schijf. Grandioos uitgevoerde smooth jazz, met wisselende muzikanten op sax, waarbij de band het onderste uit de kan mag halen. Geweldig!


Tracks:
1. "Sleep in Late" (Dave Wall, Andrew Whiteman)
2. "Come Back Baby" (B.B. Arnold)
3. "Motherless Children" (traditional)
4. "So Many Roads" (Marshall Paul)
5. "Bemsha Swing" (Denzil Best, Thelonious Monk)
6. "Stardust" (Hoagy Carmichael, Mitchell Parish)
7. "Groundhog Day" (Gordie Johnson)
8. "Just About Sunrise" (Johnson)
9. "Goodbye Train" (Johnson)
10. "Nowhere to Run" (Colin Linden)
11. "'Round Midnight" (Bernie Hanighen, Monk, Cootie Williams)
12. "Devil Got My Woman" (Skip James)


 

 

MARTIN NELSON
SIT BACK AND SMILE
Website - Myspace - Contact
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

Sereen en intiem, zo kan je Martin Nelson’s tweede album omschrijven. Na zijn eerste ‘Sentiments’, met alleen instrumentale nummers, is er nu dit album met de sfeer van een herfstig najaar. Maar ondanks de droefgeestig teksten doet deze cd warm aan en dat is de verdienste van zijn Takamine gitaar. Hiermee viel Martin al in 1998 in de prijzen, toen hij zich onderscheidde op het internationaal gitaarfestival in Bath. De titel ‘Takamine Guitarist of the Year’ werd hem toen volkomen terecht toegekend. Maar ook zijn stem draagt bij om die gloed te creëren die je doet wegdromen als bij een eilandje van waterlelies, zich koesterend in de laatste zon. Martin zet in met ‘Breaking Dawn’, met ritmische percussie en geheimvol vingergetokkel verwachting creërend. Alle volgende songs kabbelen verder op die gitaarklanken van zijn Takamine om bij ‘Lost Emotions’ in een meer van nostalgie te verzanden. Bij ‘Not Asking Much’ zingt de Engelsman met honingzoete stem een song van deemoed. Heel intiem ook ‘A Little After 1’o’Clock’ dat de tederheid uitstraalt van een jongeman die eindelijk zijn geliefde in zijn armen mag sluiten. Want Martin schreef dit instrumentaaltje vlak nadat hij zijn liefste Jen tot zijn echtgenote maakte. Je hoort dat Martin met zijn gitaar is opgegroeid en zich constant heeft bijgeschoold. Soms doet zijn gitaarspel aan John Renbourn denken en soms aan Sigi Schwab, ook akoestische gitaarvirtuozen. Zijn stem zweeft ergens tussen Josh Rouse en Tim Hardin in. Op het allermooiste ‘Walking With George’ hoor je dat Martin in de leer is geweest bij Jacques Stotzem, want dezelfde warme sound spreidt zich als lava alle richtingen uit. Alle invloeden en ervaringen van Martin komen in deze cd samen als lijnen naar een voorlopig hoogtepunt. Want Martin, die als sessiegitarist in een theatergezelschap actief was en in workshops zijn gitaartechniek vervolmaakte, laat nog heel wat divers scheppingspotentieel vermoeden. Iemand die zo evocatief gemoedsstemmingen uit zijn Takamine kan toveren en zowel glimlach als ontroering kan opwekken, houdt een belofte in voor de toekomst.
Marcie


 

RIC - E BLUEZ
SEXY SOUL
Website - Contact
Label: Betty Lowe Records

 

 

We hebben het er al meer over gehad en het is zowat het thema van veel gesprekken en discussies over blues. De grote misvatting over blues is dat het oude-mannen muziek is. Nu begin ik wel stilaan tot die categorie te behoren, dat kan ik niet ontkennen, maar vergeet niet dat ongeveer vanaf mijn veertiende de blues tot mijn dagelijks vitaminenbestand behoorde en ik tot op heden nog geen luistermoeiheid vertoon, alhoewel zij die me kennen weten dat ik dagelijks grote hoeveelheden ervan tot mij neem. Dat komt vooral omdat de blues zich, ondanks wat anderen beweren, zich toch steeds verjongt en vernieuwd, zich vermengt met andere muziekvormen en zodoende toch weer boeiend blijft. Een goed voorbeeld hiervan is deze artiest. Ric-E Blues. Wat hij doet is: de blues, die toch de basis is van veel andere muziek injecteren met hedendaagse elementen als moderne soul en R&B en funky ritmes. Deze rustige, verlegen jongen verandert op het podium in een volbloed entertainer, die daar echt in zijn element is en een soort blues brengt die een stap verder gaat in de richting waarin bijvoorbeeld Robert Cray gaat met zijn muziek. Dit is Southern Soul met een grote portie bluesinvlouden. Deze 38 jarige jongen uit de Mississippi Delta is zo te horen evenzeer beïnvloed door de vroegere Delta blues artiesten als door Funkadelic of George Clinton. Als de eerste tonen van “Somebody’s Cheating” weerklinken hoor je al dadelijk de moderne aanpak van deze cd: zware bassen een knappe blazers leggen een mooie basis met sterke hooks, waarover de “sexy soul” stem van Ric. E een mooie songlijn brengt die lang daarna nog in je hoofd blijft hangen. Meer echte soul in de volgende song “I Want To Love You” met een prima sax solo van Ronnie Allan. Al snel wordt duidelijk dat dit een cd is die een ruim publiek kan bereiken, zowel soul, blues als R & B fans en het beste bewijs hiervan komt even later als mijn 20 jarige dochter haar hoofd binnensteekt om te vragen wat ik draai, iets wat nooit gebeurt. Muziek voor oude mannen? Neen, hoe langer deze cd draait hoe meer ze me overtuigd dat dit een sterke plaat is op alle gebied. Instrumentaal is dit heel erg sterk, vooral gitarist Gerald Jackson is opvallend goed, de cd staat vol sterke composities en op vocaal gebied overtuigen vooral de songs met de 60’s soul sfeer herinnerend aan Sam Cooke en Jerry Butler me het meest, zoals het heel sterke “If I Were You”. De funk invloeden zijn dan weer het sterkst op “Shake” en “Pink Panties” met bassist Herman Echols in goeden doen. Blues zal altijd een toekomst hebben zolang er artiesten als Ric E. Bluez bestaan.
(RON)


 

CANNED HEAT
CHRISTMAS ALBUM
Website
Label: Ruf Records
Distr.: Munich Records

 

Wellicht onder invloed van de gebruikelijke eindejaarsdrukte bij onze redaktie heeft deze plaat er een stuk langer over gedaan om op onze schrijftafel te belanden dan voorzien. Maar ach, wat geeft het ook. Ons geduld wordt wederom rijkelijk beloond. Al is de tijd voor een kerstalbum nu wel voorbij, een album dat meestal een samengeraapt, glad geheel is bedacht om mensen een kunstmatig gevoel van vrede rond de kerstboom te geven, moeten we echter dit "Christmas Album" van Canned Heat meer als een rariteit beschouwen. Herinnert u zich nog het legendarische Woodstock (1969) en de gelijknamige film? De film begon met een introductie op de tonen van "Going Up The Country". Dit was één van de eerste succesnummers van Canned Heat, een groep waarvan de naam verwijst naar een soort alcohol en een bluesnummer van Johnson (1928). De groep bestaat nog steeds, maar het noodlot heeft in al die jaren verschillende malen toegeslagen en enkel Adolfo "Fito" de la Parra kan er zich nog op beroemen quasi van bij het begin deel te hebben uitgemaakt van de band. Canned Heat werd beschouwd als een groep die boogie-blues speelde met psychedelische inslag en Woodstock betekende voor de groep ongetwijfeld de tijd van hun grootste triomfen. Algemeen genomen kunnen we zeggen dat Canned Heat één van de hardst werkende bands van de late zestiger en zeventiger jaren was. Geleidt door de onnavolgbare Bob "The Bear" Hite, een enorme man met een bijpassende persoonlijkheid, ontwikkelden zij zich tot één van de beste witte bluesbands ooit. En nu anno 2008, omringt door de vaste hand van de drummer Adolfo "Fito" De la Parra weet Canned Heat de Boogie-Blues tot in de 21ste eeuw te leiden. Op dit "Christmas Album", staan een aantal mooie nummers opgenomen door de laatste Canned Heat incarnatie, zijnde naast Adolfo "Fito" De la Parra: Barry Levenson (gitaar), Robert Lucas (vocals, gitaar, harmonica) en Greg Kage (bass, vocals). Goed voor zes nummers waarbij ze ook op hulp konden rekenen van pianist Jay Spell. Maar het interessantste op deze cd zijn ongetwijfeld de andere opnames, want naast een livetrack uit 1998 met Eric Clapton en John Popper van Blues Traveler is de slagroom dat er op deze plaat ook drie nummers in de klassieke 1968 bezetting terug te vinden zijn: "The Christmas Song" met The Chipmunks, op zijn zachtst gezegd een echte rariteit, maar ook de bluesballade "Christmas Blues" en een prachtige lange versie van hetzelfde nummer met Dr. John. Deze bezetting was toen, veertig jaar geleden, het jaar voor Woodstock: Bob "The Bear" Hite, Henry "Sunflower" Vestine, Alan "Blind Owl" Wilson, Larry "The Mole" Taylor en natuurlijk Adolfo "Fito" De la Parra. In september 1970 overleed Alan Wilson aan een overdosis. Voor de Canned Heat liefhebbers, een must-have CD!

Tracklist

1. Deck the Halls
2. Christmas Boogie with the Chipmunks
3. Christmas Blues
4. Santa Claus is coming to town
5. I won't be home for Christmas
6. Boogie at Christmas
7. Santa Claus is back in town
8. Jingle Bells
9. Christmas Blues featuring Dr. John
10. Boogie Boy
11. Christmas Blues featuring Eric Clapton and John Popper