ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008


TARI LACOURT - BETTER LATE THAN NEVER

JASON RINGENBERG - BEST TRACKS AND SIDE TRACKS 1979-2007

MIKE BROSNAN - BENEATH SOUTHLAND SKIES

JOE FOURNIER - DIRT ROAD JOYRIDE

CAROLANN AMES - SO LONG ABILENE

HATTIE WILCOX - RED BIRD TATTOO

CARROLL EASTMAN - WHOLE LIFE LONG

JASON SPOONER - THE FLAME YOU FOLLOW

NATHALIE NAHAI - FORTUNE TELLER

DAVID MACNEILL - MORNINGTOWN

 


 

 

TARI LACOURT
BETTER LATE THAN NEVER
Website - Myspace - Contact
Label: Swift Kick Music.
Cdbaby

 

 

Ja, beter laat dan nooit moet Tari Smith, die de artiestennaam Tari La Court aannam gedacht hebben. Na vanaf haar twaalfde begonnen te zijn met zingen, in de eerste plaats in koren, school musicals, zelfs klassieke zangwedstrijden en natuurlijk de plaatselijke rockbandjes, stopte ze met haar gewone dagelijkse job op haar negentiende en deed mee aan een auditie voor een plaatselijke club band. Ze werd aangenomen en zo begon haar carrière met bands als Logos, Hot Cider en een paar andere, om uiteindelijk gedurende 16 jaar in de Sotos te belanden, waar ze samen met de fantastische Calvin Tillery voor de vocals zorgde. “Ik heb veel inspiratie gehad van Calvin” zegt ze. Tari is een uitstekende zangeres, toen ik deze cd beluisterde, kon ik maar niet geloven dat ik nooit eerder van haar gehoord had. Zo ’n stem! Maar toch is het wel begrijpelijk want zoals de titel al aangeeft, is dit haar debuut nu pas. Eindelijk heeft Tari de beslissing genomen de studio in te trekken en haar eerste cd op te nemen. “Ik heb dat al heel lang willen doen” zegt ze, “de tijd is nu rijp ervoor, want ik heb de kans gekregen om met de beste muzikanten te kunnen samenwerken, waaronder de onovertroffen Tommy Castro. Ik denk dat het nooit te laat is om je dromen te volgen, vandaar deze titel ook. Ik was geboren om artiest te worden, dat heb ik altijd gevoeld en dat wil ik doen ook”. Tari trad onder meer reeds op als voorprogramma van John Mayall, Jackson Browne, Albert King, Tower of Power, Elvin Bishop en deelde samen het podium met Lydia Pense (zangeres van Cold Blood), Tommy Castro, Earl Thomas, Robben Ford en J..L. Hooker. Tari’s debuut is meteen een voltreffer geworden, laat me dat dadelijk duidelijk maken. Het heeft dus toch wel voordelen van even te wachten met je eerste plaat, je stem wat te laten rijpen en de kneepjes van het vak behoorlijk onder de knie te krijgen. Dat is dus wat Tari gedaan heeft, en met deze plaat laat ze horen een zangeres van topklasse te zijn, die de perfecte mix van soul en blues weet te brengen, en dat met zo een vanzelfsprekendheid dat je hoort dat dit een artieste is die duidelijk weet wat ze wil, hoe ze’t wil, en ’t zo kan brengen ook. Deze dame uit Pleasant Hill, heeft niet alleen een prachtstem, haar hele ziel ligt er in. Al dadelijk bij de eerste song op dit juweeltje van een cd “He’s Not Just Another Man” zit het al meteen goed. Dit nummer heeft al de kwaliteiten van een goede ouderwetse southern soulsong, net zoals Bonnie Bramlett die weet te brengen en Tari moet voor haar zeker niet onderdoen. In de volgende song, het onvolprezen “Easier To Say” hoor ik zelfs een grote overeenkomst met souldiva Betty Lavette, en samen met het gitaarwerk van grootmeester Tommy Castro geeft dit een resultaat waar ik maar één woord voor heb: superklasse. De Amerikaanse pers vergelijkt haar niet voor niets met Bonnie Raitt en Etta James. De Phoebe Snow compositie “Touch your Soul” krijgt ook een extra dimensie, het singer songwriter nummer is omgevormd tot een echte pure “seventies” klinkende soulsong. Ook in de songkeuze is Tari onvoltroffen, ze weet net de nummers te kiezen die haar op het lijf geschreven zijn en bovendien net niet té bekend zijn. Als ze een song van Anhn Peebles kiest is dat niet “I Can’t Stand The Rain” maar “I Don’t Lend My Man” wat ze op een sublieme manier brengt, of Paul Carrack’s “Oh Oh Oh, My My My”. We kunnen verder de hoogtepunten blijven opnoemen op deze meesterlijke soul/blues cd, maar we kunnen ons beperken door te zeggen dat de slogan “All Killers, No Fillers” in dit geval zeker meer dan waar is, niet één zwakkere song te bespeuren, luister anders maar naar meesterwerkjes als “Dying To Live” een compositie van Edgar Winter, bekend van Jony Lang of het prachtige “Have A Talk With God”. Hou je van goede soul met een flinke scheut bluesinvloeden, twijfel niet en schaf je deze “Better Late Than Never “ aan. En voor concertorganisatoren, Tari zit te wachten om Europa aan te doen. Boek ze nu het nog kan, niet janken achteraf, als iedereen haar wil. Luisteren naar waar toe ze live in staat is kan je op de laatste song ”Stormy Monday”.
(RON)


 

 

 

JASON RINGENBERG
BEST TRACKS AND SIDE TRACKS 1979-2007
Website
Label: Blue Rose Records
Distr: Sonic Rendezvous

 

 

De Amerikaanse groep Jason and the Scorchers werd omstreeks 1981 opgericht in Nashville, Tennessee. De band bouwde snel een goede live-reputatie op. In het midden van de jaren tachtig werd Jason and the Scorchers als één van de belangrijkste cow-punk bands beschouwd. De groep speelde een muziekstijl, waarin country en rock & roll een belangrijke rol speelden. De op een boerderij opgegroeide Jason Ringenberg was het middelpunt van Jason and the Scorchers. In zijn jeugd legden folk, bluegrass en countrymuziek de basis voor zijn muzikantschap. Na zijn verhuizing naar Nashville begin jaren tachtig ontmoette Ringenberg Hodges, Johnson, en Bags. Als Jason and the Scorchers werd een eerste EP opgenomen. Dankzij een tournee waarin de groep in het voorprogramma van R.E.M. speelde, brak zij door. Het eerste album van Jason and the Scorchers verscheen in 1983. Op "Fervor" (1984) zong Michael Stipe (R.E.M.) enkele achtergrondpartijen en droeg bovendien "Both Sides Of The Line" bij. "Lost and found" (1986) wordt door velen als het beste album van Jason and the Scorchers beschouwd. Dat kwaliteit niet automatisch hoge verkoopcijfers tot gevolg heeft, onderstreepten ook de volgende albums van deze band. Na een tournee met Bob Dylan ontbond Jason Ringenberg Jason and the Scorchers en begon aan een solocarrière. Niet dat Ringenberg zijn verleden helemaal weggooide, hij bracht er alleen meer vuur in. Van Jason Ringenberg is er dan nu "Best Tracks and Side Tracks 1979-2007" verschenen, en zoals de titel al suggereert, gaat het hier om een verzameling van tracks uit Ringenberg's solo carrière, herwerkte Scorchers klassiekers, samenwerkingsverbanden, remasterde originals, nieuwe songs en andere obscuriteiten uit hun succesperiode. We horen althans niks van plannen over een nieuwe cd, daarom is deze dubbelaar een verrekt aardig en gewenst tussendoortje. Fans zullen nogal wat liedjes bekend voorkomen, zoals de herwerkte Scorchers klassieker "Shop It Around", de opener op de eerste 'Best Tracks'-cd en "Help There's a Fire" van de tweede 'Side Tracks'-cd door Jason's pre-Scorchers band Shakespeare's Riot. Naast andere herwerkte nummers als "Lost and Found" en "Broken Whiskey Glass" komen ook veel nummers uit zijn solo albums. Uit zijn vierde solo-album, "Empire Builders" (2004) levert hij o.a. Melre Haggard’s "Rainbow Stew", "Tuskegee Pride", waarin hij het opneemt voor de kleine lui en "She Hung The Moon (Until It Died)", een pracht van een love ballad. Deze nummers zijn natuurlijk veel serieuzer van toon dan de songs op de kinderplaat "A Day at the Farm with Farmer Jason" (2006) waarvan we "Punk Rock Skunk" en "Moose on the Loose" met de hulp op dit laatste nummer van Todd Snider, krijgen te horen. Andere hoogtepunten zijn een geweldige versie van "Bible and a Gun" met Steve Earle, "The Price of Progress" dat oorspronkelijk verscheen op zijn "A Pocketful of Soul" album uit 2000, en "Prosperity Train", geschreven door Stace England. Omdat in vrijwel ieder nummer andere muzikanten meedoen, klinkt het geheel afwisselend en toch homogeen, niet in het minst door de sterke vocalen van Ringenberg zelf. De gedrevenheid spat dan ook van "Best Tracks and Side Tracks 1979-2007", of het nu bijna dertig jaar oude opnamen betreft of zeer recente. Hoogtepunten te over, maar tot mijn persoonlijke favorieten behoren "The Sailor's Eyes", "Born To Run", "Lovely Christmas" en "Prosperity Train", de meer gedreven songs van de meest gerespecteerde songschrijver van Amerika die hard op weg is zich een plaats te verwerven in de eregalerij der groten van het Amerikaanse levenslied, tussen Cash, Haggard, Woody Guthrie en Hank Williams in. Teveel verteld? Dan maar snel aanschaffen.

DISC ONE - BEST TRACKS

SHOP IT AROUND new lyrics and recording
THE LIFE OF THE PARTY new recording - listen
BIBLE AND A GUN with Steve Earle
CAMILLE with Swan Dive
PUNK ROCK SKUNK rawk remix
ONE LESS HEARTACHE with TheWildhearts
SHE HUNG THE MOON (UNTIL IT DIED)
RAINBOW STEW
FOR ADDIE ROSE
BORN TO RUN
THE PRICE OF PROGRESS
PROSPERITY TRAIN
A POCKETFUL OF SOUL
EDDIE RODE THE ORPHAN TRAIN
LINK WRAY
TUSKEGEE PRIDE
HALF THE MAN
CHIEF JOSEPH’S LAST DREAM
BROKEN WHISKEY GLASS new recording with The Woodbox Gang
THE LAST TRAIN TO MEMPHIS

DISC TWO - SIDE TRACKS

LOVELY CHRISTMAS! with Kristi Rose
MOOSE ON THE LOOSE extended Webb Wilder outro mix
THE SAILOR’S EYES
CAPPUCCINO ROSIE live country version with Arty Hill
MOM’S 70TH BIRTHDAY SONG
HELP THERE’S A FIRE Shakespeare’s Riot version
BUCKMINSTER FULLER WE NEED YOU NOW
WHO’S GONNA FEED THEM HOGS
PARADISE with R.B. Morris, Tom Roznowski and Janas Hoyt
JIMMIE RODGERS LAST BLUE YODEL with The Wildhearts


 

 

MIKE BROSNAN
BENEATH SOUTHLAND SKIES
Website - Myspace
Label: Flying Kiwi Records
Booking: Loecker Artists Bookings Events
Info: Info: Red Haired Girl Publicity
rhgpublicity@yahoo.com

 

 

Nieuw Zeelander Mike Brosnan bracht de voorbije jaren al vier albums uit. Afgaande op deze vijfde ‘Beneath Southland Skies’ moet ik al menig pakkend luisterevenement hebben gemist. Want in de traditie van zijn verre Keltische voorvaderen combineert Mike zingen met musiceren en beiden gaan hem evengoed af. Mike’s grootvader, afkomstig van County Kerry in Ierland, zal daar wel de strijkstokken hebben horen zingen. Maar Mike koos eerst voor de piano en speelde als toetsenist in een rockbandje tot hij bezweek voor de verlokking van de akoestische gitaar. Naast gitaarvirtuoos, zowel akoestisch als elektrisch, is Mike ook een gepassioneerde zanger. Met krachtige stem geeft Mike aan zijn folkrock een originele wending. Deze waar persoonlijke visie zich met de ‘rootsy feeling’ van countryblueszangers vermengt. Alle eigentijdse songs raken aan de emoties van de ‘oude’ muziek, waar breekbare gevoelens vooral authenticiteit uitstralen. In zijn songs hoor je dat de singer-songwriter zich totaal geeft –‘singing our heart out for the love of the song’. Meestal zijn het liedjes van gemis en verlangen, zoals in het gevoelvolle ‘Nowhere To Run’, het gejaagde ‘Gonna Run Away’ of het melancholische ‘Be With You’, begeleid door de harmonica van Marc Breitfelder. In het rebelse ‘Quiet Desperation’ neemt hij afstand van zijn verleden. De andere bandleden, Christian Spohn op bas en producer Recky Reck op gitaar, maken het kleurige countrypalet af. Met zijn diepe stem herinnert Mike aan die andere Keltische zangers die in the Batllefield Band, Runrig, The Tannehill Weavers en The Ron Kavana Band zo krachtig uit de hoek komen. Als tekstschrijver doet hij ook aan Richard Thompson denken. Zijn gitaarspel toont dan weer verwantschap met deze van Sonny Landreth of deze van Ry Cooder. Maar in de eerste plaats klinkt Mike Brosnan als zichzelf. Als zanger-gitarist toerde hij jarenlang door o.m. Europa, China en Nieuw-Zeeland. Soms reist hij solo, dan weer met versterking van een band, maar zowel op de grote als kleine podia maakte hij indruk met zijn songs, gaande van folk-americana tot rockende countryblues. Relativerende humor en wereldwijsheid zijn andere troeven. Op zijn palmares staan ook enkele eretitels zoals beste mannelijke Rhythm & Blues Vocalist, beste mannelijke Folk-Rock en Country Vocalist, hem toegekend in Duitsland, wat weer bewijst hoe breed het gamma is van Mike’s liederenschat. De song ‘Dave Said’ werd in Duitsland in 2007 uitgeroepen tot beste countrysong van dat jaar. Dit album werd Live opgenomen in de Wohnzimmer Studios in Darmstadt, Duitsland. Mike Brosman, die geboren is in Roturua in Nieuw Zeeland woont nu na wat omzwervingen in Duitsland, maar op 17 maart komt hij naar de Blauwe Wolk in Zottegem.
Marcie

MIKE BROSNAN LIVE
16 MAART : Triskell Winter Folk Festival NL
17 MAART : De Blauwe Wolk, Zottegem


 

 

JOE FOURNIER
DIRT ROAD JOYRIDE
Website - Myspace - Contact
Label: Dusty Records
Cdbaby

 

Joe Fournier heeft zich door de jaren heen weten te verzekeren van een plaatsje in het selecte legertje artiesten waarvan de fans niet meteen meer wereldschokkende dingen verwachten. Zo lang ze maar blijven doen waar ze goed in zijn zal het hun devote volgelingen worst wezen wat de dames en heren critici denken en schrijven over de voortbrengselen van hun idolen. Een gegeven dat je rol van recensent op losse schroeven plaatst natuurlijk… Toch willen we je hier onze mening over "Dirt Road Joyride" geven. Hetgeen ik al meteen wil verklappen, want zijn fans kunnen op beide oren slapen: deze Canadees zit dezer dagen bijzonder goed in zijn vel en zowat elke noot op "Dirt Road Joyride" straalt dat ook af. Dit is ook meteen zijn vierde cd voor het Zweedse Dusty Records label, de opvolger van "Raw Sugar Shed" (2002), "Whiskey Stars" (2003) en "Three Chord MacGyver" (2005). Hij maakt een mix van country- en rootsrock, soms overgoten met een rockabilly of blues/bluegrass sausje. Hoewel hij al op negentien jarige leeftijd zijn eerste plaat opnam, is Joe Fournier een laatbloeier. Een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken; hij was beurshandelaar, pizzabezorger, platenproducer, kok, discjockey ,meubelmaker, maar heeft nu zijn weg in de muziekbusiness blijkbaar gevonden. Joe komt uit een muzikale omgeving: zijn ouders bezaten een muziekcafé en hij werd beïnvloed door de vele bands die bij hem ‘thuis’ speelden en door de klanken van Merle Haggard en Creedence ClearWater Revival die uit de jukebox schalden. Een ruige stem die veel roots combineert met een lekker volwassen geluid. "Dirt Road Joyride" bevat twaalf eigen knappe rootsliedjes, het ene moment zit het dicht tegen Tom Petty en Dave Edmunds aan, het volgende moment is het meer Ronnie Elliott, weer iets later net zo makkelijk Graham Parker, maar bij nadere beluistering schieten me ook de namen van Elvis Costello, John Hiatt en Nick Lowe door het hoofd. Voorwaar geen lijstje om je voor te schamen en de afwisseling aan roots stijlen en de kwaliteit van de nummers op "Dirt Road Joyride", waarin de liefde meestal centraal staat, maken van deze plaat tot één van de betere roots platen van de laatste weken. Deze singer-songwriter manifesteert zich dus op dit album, in verschillende genres, waaruit we even de uitschieters plukken. Zo is hij in de openende "The Wreck Of Tammy Whelan" en "Stone Cold Hearts" op en top Americana met een bluegrass tintje, in "You're Still Everywhere" ontpopt hij zich als een vurig voordragend vertegenwoordiger van countryrock, maar ook de meer roots-pop gaat Fournier niet uit de weg in "I Drive A Wreck", "Gooned Up", "Juanita Dog Walk" en "Bigger Than Actual Size", zoals deze titels laten vermoeden, songs met extra peper, gewoon rockpile getinte rock n' roll. Voeg daarbij de enige prachtige ballade "Sang Like A Bird", dan weten we : wat hij ook brengt, het is allemaal van grote klasse! Kortweg: Joe Fournier is meer dan effectieve singer-songwriter / rootsrocker : Joe Fournier is niet enkel bij de Amerikanen in the picture gekomen maar ondertussen ook hier in de Lage Landen. "Dirt Road Joyride" is gewoon verplichte kost!


 

 

CAROLANN AMES
SO LONG ABILENE
Website - Myspace
Label : Ear Candy Records
CD-Baby

 

Vanuit San Diego, Californië bereikte ons een nieuwe cd van countryrockzangeres Carolann Ames, die in zuivere Shania Twain-stijl 12 loepzuivere hits opgenomen heeft op haar recente album “So Long Abilene”. Samen met haar 3 groepsleden brengt deze “woordensmid” - zoals ze zichzelf treffend noemt in haar biografie - een reeks mooie songs die voor het overgrote deel ook helemaal zelf neergepend werden. Carolann Ames won in 2004 de eerste prijs in de John Lennon Songwriting Contest en nadien kreeg ze ook nog een hele reeks eervolle vermeldingen, o.a. in de Billboard Song Contest 2006 en in de Great American Song Contest 2006. Haar radiovriendelijke liedjes lenen zich uitstekend voor de uitbouw van een carrière in een genre dat in Amerika nog steeds tot de best verkopende muziekstijlen behoort. “Almost Lucky” is een instrumentaal knap staaltje countryrock. “Love is A Wildfire” heeft ook zo’n rijke verzameling instrumenten en over al deze songs is de opvallende stem van Ames een leuke verfrissing voor de luisteraar. Muzikaal beweert ze beïnvloed te zijn door enkele andere countryzangeressen zoals Shawn Colvin, Dolly Parton en Sheryl Crow maar ook de muziek van Jayhawks laat haar niet onverschillig en dat kan je in enkele songs ook duidelijk terughoren. O.a. in de titeltrack “So Long Abilene” geeft Ames een heel gevoelig stukje emotioneel zangwerk weg. De typische Americana-sound is ook nooit veraf en de akoestische gitaar ligt aan de oorsprong van menig nummer op deze plaat. Op “Lavender Sky” - over het hectische leven tijdens een tournee - wordt de snelheid weer wat opgedreven. Het zijn vooral dit soort songs die de herinnering aan Shania Twain onwillekeurig oproepen. De cd werd opgedragen aan haar vader die onlangs plots overleed, hetgeen ze van zich heeft proberen af te schrijven in het emotionele nummer “I Remain”. Er staat ook een knappe cover op dit album: “Where To Now St. Peter” dat origineel uit het songboek van Elton John stamt. Al bij al is dit een aangename kennismaking met vlotte en gemakkelijk in het gehoor liggende deuntjes van een veelbelovende nieuwe ster aan het countryfirmament. So Long, Carolann.
(valsam).


 

 

HATTIE WILCOX
RED BIRD TATTOO
Website - Contact
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

Ze werd geboren in Raleigh, North Carolina, en tijdens haar jeugd hoorde ze veel klassieke pianomuziek, hillbilly blues en soul. De blues die ze nu zelf schrijft en zingt bevat dan ook veel piano, hillbilly elementen en soul. Ze leerde piano spelen van haar tante Hattie, van wie ze niet alleen de naam erfde, maar ook het talent, want Aunt Hattie was een concertpianiste, hoofdzakelijk rag-time. Bovendien kreeg ze ook nog les van de Hongaarse concertpianiste Lili Keleti, die 2 uur rijden ver woonde, in Greensboro. De hamburgers op de terugweg van haar wekelijkse les en het vreemde accent van haar lesgeefster zijn twee dingen die de jonge Hattie altijd bleef onthouden. Op haar dertiende mocht Hattie piano gaan studeren aan de universiteit van Duke, maar al vlug gaf ze op, de urenlange oefeningen waren haar te saai, ze ondekte de fiddle muziek van de Blue Ridge Mountains en tegelijkertijd iets veel belangrijkers voor haar: de soul muziek. Hoewel ze te jong was om binnen te mogen, sloop ze binnen bij concerten van onder meer Sam & Dave, die een diepe indruk op haar na lieten. Na haar studies keerde ze terug naar ’t pianospelen, maar niet meer het saaie klassieke gezwoeg. Ze ondekte Ray Charles, Etta James en Al Green om maar een paar namen te noemen. Nu is dan haar eerste cd klaar, een cd met de muziek die haar het nauwste aan het hart ligt, de blues. Op dit debuut krijgt ze hulp van Johnny Neel van de Allman Brothers op keyboards en voor enkele prachtige mondharmonicasolo’s. Verder speelt Brian Davidson op alle nummers gitaar en dat op voortreffelijke wijze, bijna elke song is voorzien van zijn prachtig soleerwerk. Als pianiste is Hattie geen speler van het barrelhouse, boogie - woogietype, neen, meestal speelt ze uiterst jazzy passages, en ook haar vocale bijdragen zijn eerder jazzy, hetgeen soms een Norah Jones, Diana Krall gevoel oplevert. Een naam komt echter meermaals in me op omdat ik vindt dat Hattie’s stem daar ’t meest op lijkt, namelijk Carly Simon. De mooie opener “Something Real” en het daarop volgende “Love Leave Me” zorgen voor een uitstekende start vol blues, terwijl “Go It Alone” haar jazzy benadering van de blues ten volle aantoont. Eén van de mooiste songs is echter “Red”. Sterke song, prachtig gezongen, Brian Davidson uitstekend op gitaar, deze song heeft alles. En het gaat verder op dit elan, op “I Don’t Belong To You” vergast Johnny Neel ons op een prachtig stukje bluesharp. De Norah Jones sfeer krijgen we voorgeschoteld in “You Save Me” met prachtig kristalhelder pianowerk van Hattie en een mooi jazzy gitaartje van meester Brian. “Deep Down”, een slow blues, krijgt opvolging van de honky tonk - gospel - country song “Cowby Man”. Als de ode aan tante Hattie en haar rag time song “Miss Hattie Moran’s Augusta Georgia Rag” de cd afsluit met een imitatie 78 toeren geluid, weet je dat er weer een originele blueszangeres haar plaats is komen opeisen. Nog even vermelden tot 2 euro van de opbrengst van elke cd naar één van de vijf goede doelen gaat die Hattie steunt. Ze is dus niet alleen een goede zangeres, maar nog een goed mens ook. Kopen, zou ik zeggen.
(RON)


 

 

CARROLL EASTMAN
WHOLE LIFE LONG
Website - Myspace - Contact
Label : Atomic Powered Records
CD-Baby

 

Alweer een talentvolle vrouwelijke Amerikaanse singer-songwriter uit Boston, Massachusetts komt ons zomaar tegemoet met haar eerste full-cd “Whole Life Long”. Haar naam: Carroll Eastman die in haar biografie vertelt dat ze nog maar sinds 2003 begonnen is met het schrijven van liedjes. Haar voorliefde voor artiesten die vocaal iets extra’s te bieden hebben blijkt uit het lijstje van mensen naar wie ze opkijkt: Tom Waits, Townes Van Zandt, Lucinda Williams, Los Lobos, Ray LaMontagne, Steve Earle, Bob Dylan, enz. Beroepshalve is Carroll Eastman een fulltime huisdokter naast vrouw en moeder. En zangeres dus. Naast 9 jaar klassieke piano-opleiding begon ze enkele jaren geleden te spelen op akoestische gitaar hetgeen het songschrijversproces voor haar drastisch vereenvoudigde. Voor “Whole Life Long” selecteerde ze 11 van haar zelfgepende liedjes die ze in de studio opnam onder de deskundige leiding van producer en buddy-muzikant Steve Sadler. Het is pas bij het derde nummer “Earthly Love” dat het me opvalt dat haar stem even broos en breekbaar klinkt als die van de jonge Marianne Faithfull en de meer recentere Thalia Zedek. Die knappe song lijkt overigens in één take opgenomen zonder teveel aandacht te besteden aan het wegwerken van onvolmaaktheden zoals het even naast de juiste toonaard zingen. En dat is een goede keuze omdat het de indruk versterkt dat je met een heel eerlijke en pure plaat te maken hebt. Enkele andere hoogtepunten uit dit album zijn “21st Century Blues”, de ballade “The Way It Was”, het van een groovy orgeltje voorziene “Everything I Wanted”, “My Sweet Guitar”, “Take Me” en “A Million Miles Away”. Wat opvalt bij de beluistering van het gehele album is dat er erg veel aandacht is besteed aan het simpel houden van de melodielijnen evenals de vrij monotone zangpartijen in elke song, hetgeen zeker niet als negatieve kritiek dient beschouwd te worden. Want ook dat past in het geheel van ruwheid die men blijkbaar aan deze cd heeft willen meegeven. “Whole Life Long” is geen plaat om levenslang terug bij te halen maar om hem af en toe terug in de cd-speler te stoppen is ie daarentegen uitermate geschikt. Deze dokter mag zich kandidaat stellen voor mijn jaarlijks medisch onderzoek, op voorwaarde dat ze ondertussen “Earthly Love” zingt.
(valsam)


 

JASON SPOONER
THE FLAME YOU FOLLOW
Website
Label: Eigen Beheer
Distr.: Sonic RendezVous
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

"Lost Houses" (2002) was zes jaar geleden zo’n akoestisch meesterwerk dat het onmogelijk leek om dezelfde pure diepgang en impact nog eens op te roepen. Dat moet ook Jason Spooner gedacht hebben, want bijna leek het inderdaad alsof er helemaal geen opvolger zou komen. Dat zou een van de meest gemiste platen van dit decennium geweest zijn, want weinigen hebben de afgelopen jaren zo mooi en treffend kunnen verwoorden dat alleen liefde je zo hard kan laten bloeden. Kwam dat nu door de songwriting, die soulvolle stem of door het fantastische slotnummer "Fall In Love With Time"? Opener "Black and Blue" leidt deze nieuwe plaat in een upbeat tempo in zoals na zoveel pracht op het debuut gehoopt mocht worden. Andy Rice (gitaar, upright bass, background vocals) en Reed Chambers (drums, percussion) zetten schuifelend in op de achtergrond en maken meteen duidelijk welke belangrijke rol ze in het spectrum van Spooner bekleden. Daarna treden zij hem bij in "All That We Know", ondersteund door een waarlijk prachtige melodie à la J.J. Cale. De toon is gezet, het diep gegraven pad door het woelige landschap van gevoelens loopt verder. Ook "Spaceship" had zo van de voorganger geplukt kunnen zijn en brengt rust tussen hoofd en hart. In navolging van "Lost Houses" is "The Flame You Follow" weer zo’n plaat die de luisteraar het afwisselend warm en koud doet krijgen, naargelang de gevoelens of herinneringen die naar boven komen bij het luisteren naar zoveel naakte melancholie. Maar de invalshoek van die melancholie is op deze plaat verschoven. Met zacht gitaargetokkel opent de titeltrack en als Spooner in de volgende song, "Hazel", bijgestaan door songwriter Kim Taylor, die invalt met tedere stem, verscherpt onze aandacht terstond. Haar fragiele stem vermengd met die van Spooner zorgt voor een verbluffend resultaat. Nog meer van die zalig zwiepende muziek horen we in het schitterende "Fight the Fire". Een song die we best kunnen omschrijven als "Hitchcock-meets-Tom Waits", een song waarin Spooner voor het eerst assistentie krijgt van Ryan Zoidis op sax. In "Simple Life" komt Zoidis opnieuw wonderlijke klanken rondstrooien. Occasioneel verliest Spooner zich in het soort bedrand-gepingel, als "Mirror This Morning" dat ons onberoerd laat, maar gelukkig is daar al snel een klepper als "Slippery People" van de Talking Heads, de enige cover van deze elf songs, om de sfeer er terug in te brengen. Het afsluitende "Hover" houdt zoals de meeste nummers het midden tussen de jonge Neil Young en Jack Johnson en smijt in dit nummer daar nog een prachtig traditioneel aandoende piano onder samen met Kim Taylor op vocals. Je zou er al bijna niet meer om malen als er platen als deze bestaan die zo mooi kunnen verwoorden en muzikaal vertalen wat je met lede ogen ziet. Geluk en schoonheid gaan toch zo zelden samen. Het zijn nummers als deze die de plaat van genoeg reliëf voorzien. Jason Spooner is een meer dan begenadigde tekstschrijver, met rake zinnen borstelt hij zijn verhalen en zet een gevoel in woorden om. Hij wikkelt zijn songs dan wel in een instrumentatie die soms erg traditioneel aandoet, maar "The Flame You Follow" klinkt verre van belegen. Voor wie zijn singersongwriters graag heerlijk klassiek heeft is dit een pareltje.


 

 

NATHALIE NAHAI
FORTUNE TELLER
Website - Myspace - Contact
Label : Fuzzy Muskrat Records
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Af en toe valt er een jong ding uit de boom met de stem van een nachtegaal. Zoals de frêle Nathalie Nahai, in Londen geboren, die zelf graag in haar illustraties de levensboom als metafoor gebruikt. Zij studeerde af in Londen aan de Art and Design afdeling in het Central Saint Martins College en verzorgt zelf de illustraties van haar albums. Maar meer nog dan in haar tekenkunst komt haar talent tot uiting in haar muziek en haar poëtische zelfgeschreven songs. Haar debuutalbum werd opgenomen in Amerika met Don McCollister als producer en kwam uit in 2006 op haar eigen label. Dit album vond overal positieve weerklank in pers en op radio. Nu in haar tweede ‘Fortune Teller’ komt haar singer-songwriterschap tot volle ontplooiing. Spontaan vloeien haar fragiele liedjes over verlies, treurnis en heimwee in elkaar over. De enige cover, Charles Aznavour’s ‘La Boheme’ is wellicht daarom juist de minste, want de gemoedsbewegingen die zijzelf in gang zet komen het meest emotioneel over. In het angelieke ‘Overboard’ gooit zij haar vleugels weg om zich aan de golven over te geven. Haar teksten zijn cryptisch en cirkelen rond desolate gemoedsstemmingen. Enkele daarvan zijn ronduit miniatuur-meesterwerkjes. Het terugblikkende en nostalgische ‘Where Children Play’ is er zo een. En nog meer ‘Only There’, waar de mellotron de weeklacht nog meer laat uitdijen. Multi-instrumentaliste Nathalie begeleidt zichzelf met gitaar, viool, banjo en Wurlitzer. Zij begon al heel vroeg met haar muzikale opleiding. Amper drie jaar oud pakte zij al een Suzuki viool op haar schoot. Gitaar spelen leerde zij op haar eentje. Nog later piano. Als zangeres bleek zij een natuurtalent, want haar folky stem raakte het gemoed van elke luisteraar, die destijds in café One in Birmingham haar eerste publiek optreden bijwoonde. De drie laatste jaren toerde zij door Amerika en Engeland, soms alleen, soms met band. Op dit album zijn er vier begeleiders, waarvan vooral Warren Ullom met piano het fraaie ‘Sly Girl’ meer jazzy maakt. Producer Ryan Pitchford vult aan met pedalsteel. Nathalie Nahai eindigt met ‘Softly Now’, daarmee beschermend het kantwerken gordijntje dichttrekkend rond tien delicate songs, het ene al breekbaarder dan het andere. Om te bewaren en te koesteren.
Marcie


 

 

DAVID MACNEILL
MORNINGTOWN
Website - Myspace - Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

Op de CD-Baby website wordt het album “Morningtown” van David MacNeill vergeleken met de grootse Amerikaanse songschrijverstraditie van mensen als Buddy Holly, Bruce Springsteen, Jackson Browne, Tom Petty en Steve Earle. Ik kan me hierbij voorstellen dat je als artiest wat stiller wordt als je dit hoort. De lat der verwachtingen wordt hierdoor meteen toch wel erg hoog gelegd voor een prille nieuwkomer. Anderzijds kan ik deze veelbelovende vergelijking alleen maar onderschrijven. Het is meteen duidelijk dat David MacNeill goed begrijpt hoe de structuur van een knappe song in elkaar zit en hoe je best het verhaal in de liedjesteksten opbouwt. Hij heeft dan ook bijna tien jaar gedaan over het schrijven van de elf songs op deze debuutplaat. De titeltrack “Morningtown” waarmee de cd begint etaleert meteen zijn vakmanschap als singer-songwriter. Ook in “It’s The Little Thing” wordt je geboeid meegenomen op de reis die de artiest in de woorden van het nummer wil verhalen. Nog boeiender wordt het in “Not Far Enough Away” dat drijft op een poepsimpele maar intrigerende combinatie van een zacht gitaargeluid met monotone drumbegeleiding, enkel even onderbroken door een golvend orgelklankje. Ook hier is de songtekst weer ijzersterk en meeslepend. MacNeill kan echter meer dan alleen maar emotionele en sentimentele songs brengen. In “Keeping Our Dream Alive” wordt het muzikale tempo wat opgedreven en ook dat gaat hem bijzonder goed af. Bij de akoestische gitaarsong “Ballerina” denk ik onwillekeurig even aan Luka Bloom en dat gevoel blijft nog even hangen bij het beluisteren van “Little Big Town” en “”Methuselah Wood”. Opvallend bij deze songs is hoe een subtiele instrumentatie de kracht van de gebrachte, vaak erg persoonlijke boodschap enkel maar versterkt. Nog snel enkele extra songtitels meegeven ter afsluiting: “Waiting To Fly”, “Swing Around The Sun” en de afsluiter “Keep This To Remember Me”, een loepzuivere pedalsteel countryballad. Deze aangenaam verrassende nieuwkomer uit het Amerikaanse Idaho kan je maar best in het oog houden. Als een toekomstige tweede cd kan bevestigen is zijn muzikale broodje allicht voor langere tijd gebakken.
(valsam)