ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008


JACO PASTORIUS-BIRELI LAGRENE-SERGE BRINGOLF - SMOKE ON THE WATER

MATT COSTA - UNFAMILIAR FACES

JASON RICCI - ROCKET NUMBER 9

CORB LUND - HORSE SOLDIER , HORSE SOLDIER

THE NINE VOLTS - SAME

JAMES GILBERT - BEST KEPT SECRET

RUSTY ROOTS - ELECTRIFIED

BILL COFFEY & NED EVETT - THESE DREAMS OF MINE

TOMMY KEYS - SIDE STREET BOOGIE

NATE WAKE - DEATH AIN'T NO SURPRISE


 

 

JACO PASTORIUS – BIRELI LAGRENE – SERGE BRINGOLF
SMOKE ON THE WATER
Website
Label: JazzDoor - JD 12158
Distr. : Codaex
VIDEO 1 VIDEO2

 

Jaco Pastorius (1951-1987) groeide op in Miami. Alhoewel hij zou uitgroeien tot één van de grootste bassgitaristen ter wereld, speelde hij eerst saxofoon, piano, gitaar en drums. Op zijn dertiende raakt Pastorius ernstig gewond bij het spelen van Armerican Football. Bijna raakte hij zo zijn linkerhand kwijt. Door het ongeluk moest hij het drummen, zijn eerste liefde, opgeven omdat zijn linkerhand niet sterk genoeg meer bleek voor een krachtige backbeat. Pastorius deed massa’s live-ervaring op vooraleer hij zijn platencarrière begon. Hij speelde in een groot aantal soulgroepen en zei dan ook zelf dat hij zon’n betje elk soulnummer uit de jaren zestig wel heeft gespeeld. Het spelen van popmuziek ging hem zeer gemakkelijk af. Het keerpunt kwam toen hij zich toelegde op jazz. Zijn doorbraak kwam er in 1976 toen hij toetrad tot Weather Report, een groep die was opgericht door Joe Zawinul en Wayne Shorter, die beiden bij Miles Davis hadden gespeeld. Pastorius nam dan een solo-album op, “Jaco Pastorius”, waarop hij werd bijgestaan door Herbie Hancock, Don Alias en Mike Gibbs. Bekend is zijn werk met Pat Metheny en zijn bijdragen aan twee albums van Joni Mitchell. Zijn speelstijl was bekend wegens de bijzondere solo’s, vaak in de hoge registers, voor zijn gebruik van boventonen en voor de zangerige melodieën in zijn spel. In 2006 werd Pastorius verkozen tot “grootste bassist ooit” door de lezers van Bass Guitar Magazine. De neergang en het einde van Pastorius waren tragisch: zowel mentale problemen als druggebruik droegen bij tot zijn dood. Rond het midden van de jaren ’80 werd Pastorius manisch depressief gediagnosticeerd. Deze toestand werd verergerd door zwaar drug- en alcoholgebruik. Zijn gedrag werd zeer onvoorspelbaar en zijn performance leed hieronder. In die periode werd hij door zijn medische problemen en zijn verslaving een banneling van de muziekgemeenschap. Hij was dakloos, bankroet en gescheiden van bijna iedereen die hem ooit in het hart hadden gesloten. Ook zijn platenlabel Warner Records liet hem uiteindelijk vallen. Tijdens het Playboy Jazz Festival van 1982 werd hij dronken van het podium gehaald, waarvoor Bill Cosby, die het festival presenteerde, zich ten aanzien van het publiek verontschuldigde. Hij slaagde er in die periode in toch een derde solo-album op te nemen, al raakte dat project niet verder dan een aantal onafgewerkte demotapes waarop Pastorius zelfs geen enkele basspartij inspeelde. Op dat ogenblik zat Jaco harder aan de grond dan ooit tevoren. Hij moet op zeker ogenblik zelfs toegeven dat hij er niet meer in slaagt sommige van zijn oude licks te spelen. Omdat hij stiekem het podium opklauterde waarop Carlos Santana op dat ogenblik optrad, werd Pastorius op 11 september 1987 van het festivalterrein gezet. Hij trok naar de Midnight Bottle Club in Wilton Manors (Florida) waar hij een glazen deur ingetrapt zou hebben. Het kwam tot een handgemeen met Luc Havan, de buitenwipper van de club. Pastorius lag in het ziekenhuis wegens meervoudige schedelbreuk en schade aan zijn rechteroog en –arm. Hij liep onomkeerbare hersenschade op. Pastorius raakte in coma en werd aan de beademing gehangen. Alhoewel er aanvankelijk hoopgevende tekens waren dat Pastorius uit coma zou komen en volledig zou herstellen, werd hij enkele dagen later hersendood verklaard. Na een stemming besloot zijn familie de machines stop te zetten zodat Pastorius stierf op 21 september 1987. “Smoke On The Water” werd live opgenomen in Rome in december 1986. Jaco speelt samen met Bireli Lagrene op gitaar en met Serge Bringolf op drums. Opener ‘Bluma’ van Lagrene is nog aan de lichte kant, en gaat langzaam zwaarder worden tot het overgaat in de Deep Purple klassieker ‘Smoke On The Water’, waarop drums en bas invallen. Daarna gaat het trio verder met een appreciatie van Jimi Hendrix met een medley van ‘Purple Haze/The Third Stone From The Sun/Teen Town’. Dit klinkt als hard rock, en niet als jazz hoor! Dit leidt dan weer tot hun versie van ‘Star Spangled Banner’, ook al zo heavy. ‘Reza’ en ‘Invitation’ zijn van hetzelfde gehalte. ‘Honestly’ laat Pastorius solo aan het werk, en ‘Broadway Blues’ sluit af. Naar het schijnt zou deze cd niet zo coherent aanvoelen als ‘Live In Italy’. Dit album zal door liefhebbers bijzonder gesmaakt worden.


Tracklist:
1. Bluma / Smoke On The Water
2. The Medley
a. Purple Haze
b. The Third Stone From The Sun
c. Teen Town
3. Star Spangled Banner
4. Reza
5. Honestly
6. Invitation
7. Broadway Blues

(Pieter Jan)


 

MATT COSTA
UNFAMILIAR FACES
Website - Myspace
Mail : chris@mattcosta.com
Label : Brushfire Records
Distr.: Universal Music

 

 

Elders op deze pagina’s kan je een recensie lezen van de nieuwe cd van Jack Johnson en zie: ook maatje en protegé Matt Costa heeft op Brushfire Records, het platenlabel van Johnson een nieuwe full-cd uitgebracht onder de titel “Unfamiliar Faces”. Zijn eerste album “Songs We Sing” uit 2006 was eerder ook al bij Rootstime de hemel in geprezen en van deze nieuwste wordt niets meer of minder dan bevestiging verwacht van de artistieke kwaliteiten van deze uit Portugese ouders geboren 25-jarige singer-songwriter uit Huntington Beach, Californië. Na een zware blessure bij het skateboarden zat hij lange tijd vast gekluisterd aan bed of zetel en besloot Matt Costa om de gitaar ter hand te nemen en te proberen om eigen nummers te schrijven. Nadat zijn eerste cd verschenen was mocht hij het voorprogramma tijdens Jack Johnson’s Europese tournee verzorgen. Daar ontstond hun grote toekomstige vriendschap en maakte hij deel uit van een kliekje waartoe ook Donavon Frankenreiter en G. Love behoren. Op “Unfamiliar Faces” wordt begonnen met de vorig jaar in oktober uitgekomen single “Mr. Pitiful”, een stuwende en grappige honky-tonk pianosong. De nummers op dit tweede album zijn t.o.v. “Songs We Sing” wat complexer qua instrumentatie en allen voorzien van knappe arrangementen. Daardoor duurt het allemaal wat langer vooraleer je door hebt dat ook de songs op deze cd langzaam maar zeker onder je huid kruipen. Liedjes als het country georiënteerde “Never Looking Back”, het loungeachtige en romantische bossanovalied “Vienna”, de naar David Gray klinkende sixties feel-good folksong “Lilacs”, de melodieuze Beatlesque titeltrack “Unfamiliar Faces” en de tekstueel wat donkerdere nummers “Cigarette Eyes” en “Trying To Lose My Mind” zijn erg mooie popsongs die vertrouwd in de oren van de luisteraar klinken. Allicht omdat ze allemaal opgebouwd zijn rond vlotte riffs die hier en daar in het muziekarchief werden (op)gepikt en samengebundeld tot een nieuw geheel. Gevolg hiervan is dat je regelmatig de indruk krijgt dat de liedjes gekopieerd werden van de seventies & eighties hits uit het repertoire van Paul Simon, Donovan of de Beatles. Als dat goed gedaan wordt is er echter niets mis mee. De bluegrass en upbeatsong “Miss Magnolia” die overigens erg hard op “In The Summertime” van Mungo Jerry lijkt - weliswaar zonder auteursrechten te betalen! -, “Heart Of Stone” en het Ryan Adamsachtige “Bound” illustreren wellicht het best wat we met deze omschrijving bedoelen. In enkele liedjes wordt er ook wat harder op de elektrische gitaar getokkeld, zoals in de powerpopsong “Emergency Call”. In Amerika tourde Matt Costa vorig jaar een hele tijd als voorprogramma van Elvis Perkins. Als je naar “Unfamiliar Faces” luistert begrijp je meteen dat zijn liedjes heel complementair zijn aan die van Perkins en dat hij vocaal erg kort in de buurt van deze uitstekende zanger komt. “Unfamiliar Faces” is de plaat die zal zorgen voor de finale bevestiging dat Matt Costa een blijver is in de muziekscène. Veel plezier bij de beluistering toegewenst, vanwege (valsam)


 

JASON RICCI
ROCKET NUMBER 9
Website
E-mail: pr@jasonricci.com
Label: Electro Groove Records
Dist: Coast To Coast
Cdbaby

 

Jason Ricci is een van die muzikanten wiens invloeden zo breed zijn dat het onmogelijk is er een duidelijk beeld van te schetsen of ergens in een hokje te plaatsen, hij is een blueskameleon. Hoe noem je anders iemand waarbij je tijdens het beluisteren afwisselend dingen hoort die klnken als de jam bands zoals Gov't Mule, Phish, Derek Trucks maar even later de pure blues van Liitle Walter, en wat verder hoor je dan de jazz elementen van Sun Ra en pop bands als the Pixies. Jason Ricci moet het vooral hebben van zijn live performances. Minimum 300 optredens per jaar gedurende 10 jaar en een verkoop van hun in eigen beheer opgenomen en uitgebrachte live cd "Blood On The Road" van meer dan 12.000 stuks, dat zegt genoeg. Daarbij komt dat Jason Ricci het charisma van Jagger en Steven Tyler samen in zich draagt, en zijn band "New Blood" als een tweede Grateful Dead, concerten van drie tot vier uur niet schuwt, maar toch van begin tot einde superstrak en energiek bezig is. Ook op deze cd hoor je dat, nergens valt de band ook maar af te remmen. Nu het blueslabel bij uitstek, Electro Groove Records, de band onder zijn hoede heeft genomen kan het moeilijk anders of deze band gaat een nog grotere naambekendheid tegemoet. De cd neemt dadelijk een vliegende start met "The Rocker" en rocken doet de boel zeker, maar de titel is misleidend, want rock is ook een andere naam voor crack en over de gevaren hiervan die Jason aan de lijve ondervonden heeft. De song "I'm A New Man" werd geschreven op weg naar een gevangenisstraf van zes maanden, waar Jason met zekerheid weet dat hij zijn lesje geleerd heeft en overtuigd is dat dit hem niet meer zal overkomen. Dan neemt Jason Ricci toch wat gas terug voor "Loving Eyes" in het begin maar al snel verandert het nummer in een prachtig lange jam met hemels mooie mondharmonica-improvisaties, het hoogtepunt van de cd. Het jazzy en funky "Dodecahedron" toont nog maar eens de virtuositeit van Jason als bluesharpspeler als hij tegen de sax van Michael Pelloquin duelleert. In "The Blow Zone Layer" neemt Jason Ricci de super bluesharp boogie van J.Geils’ smoelschuiver Magic Dick’s "Whammer Jammer" nog een stapje verder. Virtuositeit alom in "The Eternal Is", op deze instrumental is de hechtheid van de groep ten voeten uit te horen en grenst aan het ongeloofelijke. Het rockerige "Snowflakes and horses" is weer een waarschuwende drugsong en werd geschreven door David Kimbrough, Junior’s zoon. Het rustige en sfeervolle instrumentale "Sonja" is volgens Jason Ricci zowat de moeilijkst te spelen song om muzikaal technische redenen waar ik weinig van begrijp als niet muzikant, maar één ding is zeker, hij bracht dit huzarenstukje tot een perfect einde. Het free jazz nummer en titelsong "Rocket nr 9" van Su Ra heeft iets Zappiaans zoals wel meer Ra nummers en is een gewaagde afsluiter van deze eigenzinnige maar grootse cd van Jason Ricci, voor mij dè vernieuwer van de bluesharp.
(RON)



 

CORB LUND
HORSE SOLDIER , HORSE SOLDIER
Website - Myspace
Info: Killbeat Music
Label: Stony Plain

 

 

Edmonton, Canada, dat is waar Corb Lund vandaan komt, momenteel één van de beste songwriters van het c&w en alt country genre. Jawel, als één van de weinigen heeft Corb de gave om beide uiteenlopende genres te vertegenwoordigen en fans van beide stijlen aan te trekken en te verenigen. Waarschijnlijk komt het door de teksten van Lund, zijn kwaliteiten als verhalenverteller die beide fans aanspreekt. Je zou vergeten dat Corb een Canadees is, want zijn songs over cavaleristen en de oorlog tussen Noord en Zuid zijn typisch Amerikaans. Zijn afkomst zou ook teruggaan tot de pioniers en soldaten uit het zuiden, Alberta dus. Zoals de titel het overduidelijk aangeeft is dit dus een plaat die volledig over paarden en soldaten gaat. Dat hij vorig jaar tot Indie Country Artist of the year gekozen werd in Canada is dan toch een erkenning van zijn talent, maar die bekendheid is er ondertussen. Hij speelde zelfs op het hoofdpodium in Glastonbury in Engeland (grootste festival ter wereld) na the Waterboys en voor de Who. De cd bevat ook een song die we kennen van zijn oude punk rock band the Smalls: “My Saddle Horse has Died” maar Corb zorgde deze keer voor een Cubaans sfeertje in de remake, en ook “Lament For Lester Cousins” van zijn debuut is herwerkt op deze cd. Dit is zijn vijfde cd, en voor het eerst is die enkel onder zijn eigen naam uitgebracht, de vier voorgaande waren altijd voorzien van de vermelding van de groepsnaam: “The Hurtin’ Albertans”, dit betekent niet dat de heren nu verdwenen zijn, want net als voorheen kan Corb op hun steun rekenen. Tussen de oude oorlogsverhalen, één hedendaagse song, al is het ook een oorlogssong, over Nicaragua. Lund vraagt “Did Reagan give the order, did cocaine pay the bill?” Lund weet te boeien met zijn verhalen, of die nu in een country kleedje steken of met Latin vermengd zijn, of wat Keltische trekjes vertonen, hoe dan ook, qua storytelling is hij bijna ongeëvenaard. Country en Western hoeft niet altijd saai te zijn.
(RON)


 

 

THE NINE VOLTS
SAME
website - Myspace
E-mail: contact@theninevolts.com
Cdbaby

 

Een mini cd met slecht vijf songs erop, maar beter vijf goede songs en niks meer, dan een schijf met twaalf songs waarvan er maar een drietal het beluisteren waard zijn, en geloof me, we krijgen het regelmatig nog voor. Ze komen uit Cape Canaveral (Florida) en zijn maar met zijn tweetjes: gitarist James Mitchell en voor de songs en zowat al wat overblijft zorgt Conrad Wilson. Ze maken echte alt.country en Americana getinte songs met sterke Apalachian en wat Southern invloeden, want laat dat nu ook hun wederzijdse interesses zijn: Conrad is afkomstig van de heuvels aan de voet van Appalachians en heeft zodoende de bluegrass en mountain music met de moedermelk binnengekregen. Na zijn verhuis naar California ontmoette hij daar gitarist James Mitchell die vooral luisterde naar Allman brothers en aanverwante southern roots bands. Ze begonnen elk met eigen bandjes en na een tijd bracht de liefde voor Americana en alternatieve country er hun toe samen een eigen groep op te richten: "the Nine Volts". Dat de jongens de dingen serieus nemen is reeds te merken aan de zorg die besteed is aan de pers kit (luxueus, alles bij de hand, geen gezoek). Een voorbeeld hoe het moet. Het mooie hoesje getuigt van diezelfde zin voor kwaliteit en de gedrevenheid om er te komen. Zoals ik reeds liet doorschijnen in het begin van deze bespreking is deze E.P met zijn vijf song er ééntje zonder zwakke momenten. Het lijkt wat op Drive By Truckers en Son Volt, maar hier en daar laat zanger Conrad Wilson flarden Graham Parsons en Townes Van Zandt in zijn stem doorklinken, zoals in "All From here". In de teksten staan de bergen in het middelpunt, "Mountain Gin", over de geneugten van het nuttigen van dat alcoholisch goedje in de heuvels van Carolina als de zon ondergaat. Of "B. Jolene" the Apalachian queen, en "River", rollin' down this hills. Sterke songs met melodieën die je dadelijk bijblijven. De lovende perskritieken over hun optredens in Californië late vermoeden dat deze band het wel eens zou kunnen maken als die eerste full cd er gaat komen en ze de ingeslagen weg van dit debuut verzetten. Klasse... top of the mountain.
(RON)


 

 

JAMES GILBERT
BEST KEPT SECRET
Website
Label: K.City Records
Cdbaby

 

Als kind van strenge ouders was de methode van James Gilbert om zichzelf uit problemen en van de straat weg te houden, uren en uren oefenen op allerhande instrumenten. Het heeft geholpen. James werd zodoende niet alleen een brave jongen, maar ook een uitstekend muzikant. Doordat zijn moeder continu gospels en spirituals zong, leerde hij ook nog behoorlijk zijn stembanden gebruiken. Als muzikant had hij het geluk het podium te kunnen delen in 1979 met John Lee Hooker, toen werd zijn voorliefde voor de blues versterkt. In 1990 was hij als bassist aan het werk en werd plots gevraagd voor een tournee van 6 weken met B.B King, en in 1991 werd hij gevraagd om mee te gaan naar het Amsterdam Blues Festival, samen met een aantal Amerikaanse artiesten. Hij speeld daarna nog als voorprogramma van of samen met artiesten als Bobby Blue Bland, Johnny Winter, Delbert Mc Clinton, Doyle Bramhall, Screamin Jay Hawkins, Koko Taylor en vele anderen. Zijn bluesmuziek vermengt hij met een flinke portie funk en soul, en levert zo een hedendaagse sound af die afwisselend en boeiend is. Momenteel zit hij ook in de vaste begeleidingsband van Big Woody, waarvan ik toevallig de nieuwe cd een maand geleden besproken heb. De cd opent met een pure soulballad met heel veel sfeer, voor mij direkt de beste song op deze productie "Breakin My Heart Again", een nummer in echte Aaron Neville stijl, en een song die verhuist naar mijn Mp3 speler, hoofdstuk "Soul". Dat hij sterk wil van start gaan, bewijst hij met de volgende song "Catchin' Hell Tonight", funky Johnny Guitar Watson ritmes, daarboven zijn stem die hier echt klinkt als Swampdogg himself , en een gitaarsolo à la Isley Brothers, een perfecte mix als je 't mij vraagt. In "Shady Side Of Town" klinkt zijn stem dan weer erg diep, als Brook Benton, en James bewijst hier een kameleon-effect in zijn stem te hebben, want hij klinkt iedere keer weer compleet anders. De funky blazers krijgen de hoofdrol in "Stop Sign", een bluesy soulshuffle. In de volgende songs "Goin' Home", "I Wanna Know" en "Busted" is het funk en soul gehalte extra hoog, zodat we hier met moeite nog van blues kunnen spreken, en ook de funky baslijn in "Think About Love" leunt wat aan bij de hedendaagse R&B, ondanks de bluesy sfeer. De gelijkenis met die stem van soullegende Swampdog is er weer in "Try It Again", een mix van funk, blues, soul en zelfs wat reggaeritmes. Even komen de Meters om de hoek kijken in de afsluiter "Keep On Keepin' On" een nummer vol Nawlins funktrekjes. James Gilbert levert met deze funky blues en soul-escapade een knap debuut af, waar zowel de bluesfan, maar meer nog de liefhebbers van hedendaagse soul graag regelmatig zullen naar teruggrijpen, ik toch alleszins!
(RON)


 

 

RUSTY ROOTS
ELECTRIFIED
Website - Myspace
Label: Naked Productions
Distr.: Bertus

 

‘Rusty Roots, vijf man sterk, vond inmiddels vaste voet in het Belgische bluescircuit. Weinig bluesfestivals in Limburg of Brabant waarin zij niet openden of afsloten, te beginnen in 2005 op het Rhythm & Bluesfestival in Peer, hun memorabele startbasis. Hun Swing & West-Coast Blues wordt overal gesmaakt met als gevolg dat een grote schare fans al maanden zit uit te kijken naar hun nieuwe cd. Die is er nu met ‘Electrified’, net zoals hun eerste geproducet door Mark Thijs, wat een garantie is voor zorgvuldigheid en inventiviteit. Op deze cd spijtig geen Steven Scheelen meer, die met zijn sax het jumping element aanblies. Toetsenist J.J. Louis met zijn Hammond B3 orgel is echter een waardige vervanger, want op ‘I Found My Soul Last Night’ van Louise Brown en Milton Bland komt dat instrument volledig tot zijn recht, alsof hij een Afro-Amerikaanse vieringdienst inleidt met gelijkgestemde gelovigen. Van de twaalf nummers schreef het Rusty Roots team er acht. Met ‘Can You Dig It’ en ‘Cut Back On Love’ bewijzen zij dat de funky blueserfenis van de West-Coast muzikanten jaren 1940-’50 geabsorbeerd is. Als je er hun website op naleest merk je dat zij praktisch allemaal een boontje hebben voor T-Bone Walker, naast hun empathie voor Lowell Fulson, Floyd Dixon en niet te vergeten Willie Dixon. De mannen uit Peer, Diepenbeek, Meeuwen en omstreken komen uit voor hun invloeden. Willie Dixon’s ‘Hidden Charms’ krijgt het respect van de Limburgse bluesmannen alsof zij hem een ver eretribuut toesturen als liefdevolle Valentijnskaart. Naast BeeJee of Jan Bas met zijn hoge stem, ergens verwant aan Neville van The Meters, zorgen vooral bassist Stefan Kelchtermans en drummer Nico Vanhove alias mr. Tutt voor de up tempo zwier en een heerlijk stoomketeltje ambiance. Bij mijn favoriet ‘Don’t Cry No More’ laat een zeer geïnspireerde drummer alleszins een flinke dosis temperament in zijn drummersticks overvloeien. En dat Mr. Bob een uitstekende gitarist is die met zijn Fender aan het jaren 1950 stuff een vernieuwend randje toevoegt staat buiten kijf. In ‘Come Back Baby’, nog een favoriet, speelt hij met elegant naturel. Met de gevoelvolle soulballade ‘I’ve Grown’ wordt hun tweede album in schoonheid afgerond. De bluesmannen uit Limburg, nog aspiranten in 2004 zijn inmiddels echte profs geworden, maar hun speelplezier dateert nog van hun jongensjaren, als adolescenten die zich eindelijk mogen uitleven na een wekenlange retraite.
Marcie

Tracks:
1.Electrified
2.It's yours to spend
3.I found my soul last night
4.Can you dig it
5.Don't cry no more
6.Cut back on love
7.Come back baby
8.Fingerlickin' good
9.On top of the world
10.Hidden charms
11.Two-timing woman
12.I've grown

CD- VOORSTELLING MUZIEK-O-DROOM 14 FEB.2008

RUSTY ROOTS LIVE

Feb 28 2008 8:00P - nekkersdal brussel
Mar 14 2008 8:00P - benefiet te kuringen kuringen
Mar 18 2008 8:00P - durango sessions Paal Beringen
Mar 22 2008 8:00P - Radio modern Antwerpen
Mar 29 2008 9:00P - Billy Blues Night te Gourdinne charleroi
May 11 2008 8:00P - Belgian roots night *16 antwerpen
May 16 2008 8:00P - seaking blues koksijde
Aug 29 2008 8:00P - (GE) Varenwinkel more info coming soon
Nov 15 2008 8:00P - Atticblues wilsele dorp


 

 

BILL COFFEY & NED EVETT
THESE DREAMS OF MINE
Website - Myspace
Label: Bee House records
Cdbaby

 

Singer songwriter Bill Coffey, die geboren werd in Californië maar momenteel in Idaho woont, en zijn collega Ned Evett, een gerenomeerd fretless gitarist, werkten voor deze cd samen, maar de cd bevat enkel songs van Bill Coffey. Om de energie goed kunnen in te blikken, werd er gekozen voor een live in de studio-concept met een publiek van vrienden, familieleden en collega-muzikanten. De opname bestond erin de band te starten en te stoppen, geen overdubs, geen remix, puur the real thing. Men vergelijkt Bill regelmatig met artiesten als John Prine, Townes Van Zandt en Gram Parsons. Zijn muziek is vooral in de rustige singer-songwriter, Americana en zachtere roots rock hoek te zoeken. Zijn mooie zachte stem combineert perfect met zijn rustige gitaarspel dat elementen verenigd van bluegrass, country-rock en allerhande andere Amerikaanse rootsy muziekvormen. De aparte fretless gitaar van Bill Coffey neemt hier de lead voor zijn rekening, maar steeds op een discrete manier, nergens opdringerig, maar to the point. Al meer dan ongeveer twintig jaar timmert Bill om het zo te zeggen aan de weg, dikwijls als voorprogramma van grote namen als John Hiatt, John Hammond, Peter Case, maar ook van echte country artiesten als Dwight Yoakum, George Jones en Hal Ketchum. Maar Bill was niet altijd een singer songwriter, zoals velen startte hij met een rock band, in dit geval the Mudheads, een psychedelische roots rock band in Californië en wat later The Third Man, een akoestische folk rock combinatie, beiden bestonden 6 jaar, en ondertussen waren we in 2000. Een jaar later vormde hij dan een achtkoppige country-soul band met blazers en een Hammond, the Boxer Rebellion, gevolgd door een wat uitgedunde versie, Seven Devils, die meer country en roots brachten. Nu dus het duo dat we hier bespreken, maar beiden samen, aangevuld met bassist John Warfel en drummer Tim Willis vormen ook nog de band Soft Gong, die meer popgerichte muziek maakt. Zoals je ziet is Bill Coffey dus niet voor een gat te vangen. Maar deze live cd, hoor ik U vragen, wel, die bevat prima songs, en inderdaad, de vergelijking met John Prine is terecht en hier en daar zou ik daar nog Loudon Wainwright willen aan toevoegen. Zo is er het humoristische verhaal “U-turns Are Illegal” dat zo uit een Wainwright cd schijnt weggelopen. Andere aanraders zijn “Cantamos Eche Noche” en het in tegenstelling met de titel vrolijk klinkende luchtige bluesnummer “Dark Is How I feel Tonight”. Ook “Sky Blue Dress” met de resonator van Ned Evett is uitstekend. Nu ik de cd voor de derde maal beluister beginnen de songs echt aan te spreken, iets wat wel meer gebeurt met de rustige akoestische singer songwriterstuff, zo een soort plaat moet groeien, een eerste beluistering zegt weinig, maar nu kan ik met overtuiging zeggen: goede sterke songs, knap gebracht door deze twee heren, een voorzichtige aanrader.
(RON)


 

 

TOMMY KEYS
SIDE STREET BOOGIE
Website
Label: Eigen beheer
Cdbaby
VIDEO

Met “Side Street Boogie” brengt pianist Tommy “Keys” Lippis een mix van New Orleans blues en barrelhouse boogie. Gevraagd naar zijn invloeden noemt hij de groten van het genre: Otis Spann, Professor Longhair, Pinetop Perkins, Johnnie Johnson, Champion Jack Dupree, and Dr. John. In het verleden mocht Tommy het voorprogramma verzorgen van ondermeer Bryan Lee, Studebaker John, The Kinsey Report, Big Bill Morganfield, en (hier misschien nog het bekendst) Sister Sledge. Met de titel van het album wil Keys verwijzen naar de clubs in de zijstraten van New Orleans waar aanstormend talent hard timmert aan de weg richting de clubs op Main Street. En dat is wat ook Tommy met succes doet… “Side Street Boogie” werd door de Long Island Blues Society genomineerd in de categorie van “Best Self-Produced CD”. Tommy nam niet alleen de productie van zijn album voor zijn rekening, maar is ook verantwoordelijk voor de bass, drums, harmonica en percussie. De helft van de nummers op “Side Street Boogie” zijn van Keys’ hand, de andere zes zijn goeie tradionals of covers van iconen als Robert Johnson en Sunnyland Slim. Mijn favorieten zijn “High Blood Pressure”, “Rum Boogie Woogie”, “Singin’ The Blues”, “Boogie Man” en “When The Saints”. Deze tweede plaat van Tommy Keys smaakt naar meer. Warm aanbevolen!

Tracklist:
1. High Blood Pressure
2. Rum Boogie Woogie
3. Singing The Blues
4. Lazy Day Blues
5. Oh Marie
6. Boogie Man
7. Blue Moon River
8. All My Life
9. From Four Until Late
10. When The Saints Go Marching In
11. Early In The Morning
12. A Song For You

(Pieter Jan)


 

 

NATE WAKE
DEATH AIN'T NO SURPRISE
Website - Myspace
E-mail: management@natewake.com
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

Als een mengeling van vroege Stones, oude blues en een portie Black Keys zo zou ik de cd beschrijven van Nate Wake. Voornamelijk rock en blues zit er in deze "Death Ain't No Suprise", maar everzeer reggae en ska, country en Noord Amerikaanse indianenritmes kan je in zijn blues ontdekken. De cd werd volledig in eigen beheer gemaakt en bevat geen covers, enkel eigen werk. Nate zorgt voor de zang, gitaar, mondharmonica, drums, en indiaanse fluit en percussie. Zijn broer Matt zorgt hoofzakelijk voor de gitaren en backing vocals. Nate schreef de titelsong, een verhaal in de eerste persoon over sterven in een opwelling op een avond en begreep zelf niet waarom hij dat schreef, tot hij de volgende ochtend vernam dat zijn grootvader op dat moment toen hij het nummer schreef overleden was. Luguber, en weer één van die verhalen die bewijzen dat er soms onverklaarbare dingen gebeuren op deze aardkloot. Het is alles behalve een "gewone" plaat geworden, deze "Death Ain't No Surprise", dat zal je al beginnen vermoeden. Aparte vocals, ritmes en instrumenten zijn er bijgehaald, en ook de opnamemethodes zijn onorthodox, een oude acht-trackrecorder in een kelderstudio legde het geheel vast en voor de mastering werd in New York de Avator studios van Fred Kevorkian gebruikt. Ik vernoemde reeds de sound van de Black Keys, maar ook White Stripes, Jimmy Reed,R. L Burnside, en zelfs de stem van Marc Bolan (T-Rex) zijn dingen die me te binnen schieten bij de beluistering van deze eigenzinnige cd. Beginnen doet de plaat veelbelovend, een gitaarriff die ruikt naar vroege Stones of Faces, geholpen door zware drums als van Black keys, een scheurende mondharmonica en ruige vocals. Stevige rockende blues! Maar "Miss Oregon" is een akoestische Delta style song, met zoals ik al zei "Tyrannosaurus Rex" achtige zang. "Rearview Mirror" dan, weer iets compleet anders, reggae, rocksteady beat ritmes, dub effecten, weer even wennen toch. Dan de titelsong "Death Ain't No Surprise", slide gitaren, mondharmonica, toch weer de vertrouwde bluesgeluiden terug. Maar Nate zou Nate niet zijn moest hierna wat volgen wat in dezelfde lijn lag. Noppes dus. Indianensong "The Indians were right", met de originalieit van een echte fiedrecording brengt Nate Indiaanse trommels en fluiten tot leven, het verwondert me dan ook dat de tekst in het Engels en niet in een Native- American taaltje gezongen is. Er blijkt echter toch een constante te zijn: de blues, want "Whiskey Kisses" is een (redelijk) normaal klinkende bluessong, die betrekkelijk tussen de lijntjes kleurt. Het kan nog even zo doorgaan want de juke joint Jimmy Reed ritmes van "Lovers Or Just Under The Covers" zijn mooi zij het toch ook weer wat apart. De "reprise" van de titelsong sluit deze aparte plaat af en de vraag is: is dit een goede plaat? Ik zou er eerlijk gezegd, voor het eerst zou ik er op dit moment niet echt kunnen op antwoorden, spijt me, slecht is hij zeker niet, maar hij zal nog even op me moeten inwerken, denk ik. Een ding is deze cd echter zeker, uitermate origineel, zo origineel dat het even wennen is. Een echte groeiplaat.
(RON)