ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


ROBERT LIGHTHOUSE - DRIVE - THRU LOVE

ROBERT LIGHTHOUSE - DEEP DOWN IN THE MUD

STEVIE TOMBSTONE - DEVILS GAME

SWAMPCANDY - THE DIRTY SUITE

BUTTERCUP - EVIL FOR YOU

ROB LAUFER - THE IRON AGE

GYPZEE HEART - GYPZEE HEART

OR, THE WHALE - LIGHT POLES AND PINES

ROBERT BOBBY - POSITIVELY CHILLY

FOGDAN - INSTRUMENTAL


 

ROBERT LIGHTHOUSE
DRIVE - THRU LOVE
Website
E-mail:info@robertlighthouse.com
Label: Right on Thythm
Cdbaby
VIDEO

 

Robert Palinic, bij de bluesfans beter bekend als Robert Lighthouse is oorspronkelijk van Zweedse afkomst. Hij woont nu in Washington DC, en kreeg de kans van Wayne Kahn om op zijn "Right On Rhythm" label de cd "Drive -Thru Love" af te leveren. Deze talentvolle zanger gitarist en mondharmonicaspeler met een grote voorliefde voor het werk van Isaiah Ross, beter bekend als Dr. Ross. Robert is het best live, daarom zijn deze en zijn nieuwste cd "Deep Down In The Mud" ook live cd's. De kwaliteit van de opnames zijn echter uitstekend, met Roberts' stem, die lichtjes overstuurde, ouderwets klinkende mondharmonica en zijn gitaarspel mooi op de voorgrond. Eveneens bevatten beide cd's een aantal akoestische en een aantal zwaardere elektrische songs, covers van zijn grote voorbeelden en wat eigen songs. Met deze cd uit 1998 bleek dat een succesvolle formule, en dus werd die op "Deep Down In The Mud" herhaald. (zie verder). Robert zou echter Robert niet zijn, als hij ons niet verraste met eigenzinnige bewerkingen, zo is er Jimi Hendix "Voodoo Child", hier gebracht als Delta blues song en Robert Johnson's "Crossroads" krijgt een licht funky modern jasje met de volledige band en wat slidegitaar om van te watertanden. Zo goed, dat iedere song op deze cd een voltreffer is. De voorliefde voor Dr. Ross levert ons de uitstekende "Going To The River" en "Goin' Back South" op, beide van die typische boogies, waar de slide, harmonica en stem van Lighthouse zo voor geknipt zijn. Een buitenbeentje is het hemels mooi gezongen "She's The One I love" een eigen song met akoestische fingerpickin' slide. Echte singer-songwriter blues stuff. Ook de bewerking van Elmore James "Talk To Me Baby" is heel apart, die typische slide riff die het nummer tot een klassieker maakte is nergens te bespeuren. Willie Dixon's "Shake For Me" krijgt de Dr. Ross treatment met zijn pikante tekst en mondharmonica. Zoals gezegd zijn de laatste vier songs "Electrified" en dan krijgen we een gans andere Robert Lighthouse te horen. Na "Crossroads" dat ik hierboven al aanhaalde, komt "Machine" een eigen song die al wat de Hendrix richting inslaat en "Lost en Found" gaat er dan helemaal voor, dit is pure Hendrix. De afsluiter "Riding Into The Sun" doet er nog een schepje bovenop, en is de enige studiosong. Naar mijn mening is dit echter de zwakste song op deze cd, het is met zijn ”fusion” gerichte sound net iets te ver verwijderd van de rest van het materiaal op deze overigens uitstekende "Drive - Thru Love". Robert Lighthouse, die bovendien in de lente naar België komt, moet je zien als je de kans krijgt, want hij is een zeer veelzijdig talent. Hou onze agenda in de gaten.
(RON)


 

ROBERT LIGHTHOUSE
DEEP DOWN IN THE MUD
Website
E-mail:info@robertlighthouse.com
Label: Right On Rhythm records
Cdbaby
VIDEO

 

Robert Lighthouse voelt mee met de onfortuinlijke inwoners van New Orleans, vandaar de titel van zijn nieuwste cd "Deep Down In the Mud", tevens één van de twee eigen composities op deze schijf. De tweede heet "Stuck In The Mud". Zo weet je meteen wat de mensen van New Orleans bezighoudt momenteel. Toen wij deze zomer NOLA inwoner Spencer Bohren interviewden was "Mud" en de "Long Black Line", de vuile lijn op de huizen die het water achterliet toen het wegtrok, ook het onderwerp van het gesprek. De hoesfoto met een verwoest huis boven op een wrak van een wagen drukt je nog eens extra met je neus op de feiten. De cd is een mix van live opnames, sommige akoestisch, opgenomen in Chief Ikes Mambo Room en een ander gedeelte met band (drummer Mike Sedgely en bassist Tom Kirk) in de Zoo Bar. De akoestische songs en die met groep op één cd zorgen dat het geheel wat meer diversiteit krijgt. Die is er anders ook al voldoende door de keuze van het covermateriaal. Net als op de voorganger "Drive-Thru Love", zijn er dus drie constanten: liveopnames, covers van (dezelfde) artiesten die hem beinvloeden, en wat eigen werk. Zo krijgen we Robert Johnson, R.L.Burnside, maar evenzeer Elmore James, Magic Sam en Jimi Hendrix, songs te horen of nog verrassender: George Clinton. Onnodig nog te vermelden dat afwisseling hier troef is. Het begint heel traditioneel met "Last Fair Deal Goin' Down" van Robert Johnson, met al de authenticiteit die je kan verlangen. De eerste eigen compositie dan "Stuck in The Mud" met een meesterlijke "warm" klinkende mondharmonica van Robert (hierin is hij echt heel sterk) gevolg door "Preachin The Blues", die sobere Delta blues van Robert Johnson. De titelsong, het zelf gepende "Deep Down In The Mud" is een bijtende politieke aanklacht die geschoeid is op een als Phil Ochs of Woody Guthrie gelijkende folkie stijl. Burnside mag tegenwoordig ook nergens ontbreken: het minder bekende "Long Haired Dony" deze keer en geen zoveelste "Going down South". De lekker swingende boogie "Turkey Leg Woman" van Dr. Ross, the Harmonica Boss, opent de "groepsset", en weer laat Robert horen dat hij uitstekend overweg kan met de mondharmonica. Ook in Muddy Waters "Champagne & Reefer" speelt die smoelschuiver een grote rol. Het volle groepsgeluid komt er dan met "Red Hot Mama", een moderne bluesversie van dit oude Elmore James nummer. Twee nummers verder dan een tweede "Red Hot Mama" maar Monthy Pyton zou zeggen "Something completely different", Funk blues met hoofdletter, George Clinton tekende hiervoor, en de P- funk is duidelijk aanwezig, met zijn stem die net als in de Elmore James song met dezelfde titel erg Hendrix achtig klinkt en gitaarfragmenten die ook erg die richting uitgaan is de toon aangegeven voor de finale. Het voorlaatste nummer, de Willie Dixon compositie "Meet Me In The Bottom" is ook erg modern van aanpak, met een gitaar die het midden houdt tussen Hendrix en Hounddog Taylor’s slide sound. De afsluiter "Spanish Castle Magic" is dus de logische opvolger in deze muzikale reis. Robert's stem is hier het evenbeeld van die van Jimi en zijn gitaar evenzeer. Van de Delta naar de Electric Ladyland Studios in 60 minuten! Zo een einde had je bij het begin van deze cd nooit verwacht, van diversiteit gesproken.
(RON)


 

 

 

STEVIE TOMBSTONE
DEVILS GAME
Website - Myspace
Label: Saustex

 

De Texaanse muzikant Stevie Tombstone leverde een jaar of drie geleden het uitstekende "7.30 AM" af. Een plaat die hier en daar treffend wordt omschreven als Bruce Springsteen met een flinke dosis country en Tex-Mex en een depressie. "Devils Game" is niet de opvolger van 7.30 AM, maar een samenvoegsel van zijn vorige cd's, "Second Hand Sin" uit 1999, "Acoustica" uit 2000, enkele live tracks als "I Didn't Mean To Hurt You" met Tony Fox op sax en viool en een vijftal bonus tracks. "Second Hand Sin" bevat negen nummers en horen we Tombstone (gitaren, harmonica, bas, keyboards) met een sobere Texaanse begeleiding. Prijsnummers zijn hier vooral het Springsteenesque "Highways Made To Run", "Same Old Tune" met Pants Willdrop op steel gitaar en "Dark Shines Through" met Tony Fox op viool. Van "Acoustica" zijn er een viertal live-opnames van een optreden op het Atlanta Tattoo Arts Festival. Deze songs zijn nog soberder als het vorige album maar daarom soms net zo mooi, net zo explosief. Materiaal dat gezien moet worden als een voorstudie op het helaas nauwelijks opgemerkte "7.30 AM". Daar het Saustex label uit Antonia in Texas, deze songs op deze plaat verzamelden tot één geheel vinden we niet enkel dat deze songs niet alleen maar opwarmen, maar bij iedere beluistering steeds maar groeien. Songs waarin de donkere en vaak wat beklemmende klanken van Stevie Tombstone ook nog eens een stevige blues en gospelinjectie hebben gekregen. Rauwe muziek zonder opsmuk die direct effect weet te sorteren. Muziek die meerdere malen laat horen dat we hier te maken hebben met een groot talent. In de rockers doet Tombstone ons denken aan de reeds vermelde Springsteen of een Mellencamp, maar in de singer-songwritersstukken staat hij geheel op zichzelf: namelijk als een groot muzikaal talent. Stevie Tombstone gaat het maken, vast en zeker. Dat moet er maar eens uit gaan komen op de langverwachte opvolger van "7.30 AM", maar voorlopig vermaken we ons uitstekend met dit hele aardige tussendoortje. Zorg wel dat je "Devils Game" te pakken krijgt, voordat de cd in de obscuriteit verdwijnt.


 

 

SWAMPCANDY
THE DIRTY SUITE
Myspace
E-mail: swampcandy@gmail.com
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

"The Dirty Suite" is het debuutalbum van Swampcandy (aka Ruben Dobbs). Veel toepasselijker kan de plaat niet heten. De Amerikaanse bluesman klinkt namelijk zo rauw en gruizig als een zwerver. Een zwerver die zich voedt met brokken vlees en melige aardappels. Op slechts een dik half uurtje laat Ruben Dobbs horen dat hij rauwheid op alle mogelijke manieren ten gehore kan brengen in zijn rurale blues. Rauw als Tom Waits, R.L. Burnside of Howlin’ Wolf, Ruben Dobbs wisselt het met zijn krachtige stem schijnbaar moeiteloos af. Het album opent met het nummer "South County", waarin zwerver Dobbs onder een dik aangezette bluesharp en banjo letterlijk zijn voeten door het stof lijkt te slepen. Al even slepend is "If You See My Baby", een klassiek bluesarrangement, compleet met trekkende en zuigende gitaar. Het meest duistere - en tevens haast dansbare - nummer van de plaat is "So Low". Deze songs zijn de openers van "The Dirty Suite" waarvan tien eigentijdse bluessongs geschreven door Dobbs zelf en twee covers, "Get Me Religion" van Son House en "Sissy Man Blues" van de linkshandige slide - gitarist Kokomo Arnold. Dit laatste nummer is ééntje dat hij op zijn eigen wijze speelt maar dan wel op een prima wijze. Overigens bespeelt Dobbs alle instrumenten op deze cd, alleen mondharmonica en wasboard laat hij aan Kevin Lebling. De opbouw van de nummers is niet zo gevarieerd, want me horen voornamelijk één-akkoord-songs, zoals we die kennen als de traditionele worksongs. maar laat dit geen minpunt zijn, want "The Dirty Suite" staat vol met opwindende en buitengewoon rauwe blues, twaalf juweeltjes die aantonen dat we hier te maken hebben met een topmuzikant die schitterende songs kan componeren en arrangeren en daarbij ook nog een diversiteit aan instrumenten bespeelt. Uitschieters zijn vooral "Texas Sun" en de eerder vernoemde songs, "South Country" en "Sissy Man Blues". Het maakt niet zoveel uit of Ruben Dobbs eigen songs vertolkt of zich waagt aan klassiekers uit de bluesgeschiedenis; alles wordt op even intense en imponerende wijze vertolkt. Ondanks dat de cd slechts een totale speelduur van vijfendertig minuten heeft, durf ik dit album zonder blikken of blozen het predikaat ‘meesterwerkje’ op te prikken.


 

 

BUTTERCUP
EVIL FOR YOU
Website - Myspace
Mail: info@buttercupmusic.com
Label : Timanco Music
CD-Baby

 

Buttercup is de naam van een honky tonk-groep uit Richmond, Virginia die samengesteld is uit twee toffe dames zijnde de zussen Cassandra Cossitt en Octavia Carpin, een violist Mike Tighe, een leadgitarist John Hanor en een drummer David Stover. Zelf zeggen ze dat ze “drink, cheat and cry”-muziek uit de oude doos brengen die zijn oorsprong vindt in de hillbilly-sound van de jaren 40,50 en 60. De veertien nummers op “Evil For You” zijn een mix van covers van dergelijke klassiekers en eigenhandig geschreven liedjes. De countrymuziek primeert in deze liedjes die zowel uit vrolijke deuntjes als uit emotievolle ballades bestaan. De groep vindt dat zij veel eerlijkere muziek brengen dan de sterk gecommercialiseerde en onechte Nashville-countrymuziek die dezer dagen op de countryliefhebbers wordt losgelaten. “Patsy Cline meets Tom Waits” is een andere omschrijving die ik ergens op de elektronische snelweg heb teruggevonden. Er wordt gelachen en gehuild in de songs die allemaal opgebouwd zijn rond onweerstaanbare ritmes die er voor zorgen dat je voeten altijd wel een beetje in beweging blijven. Er zit inderdaad veel bezieling in deze muziek waarbij je een gevoel krijgt dat Buttercup in je eigen living staat op te treden. Vaak kan je lekker meezingen en swingen op eigen nummers als “Walk Away”, “Half Empty” en het walsje “Queen For A Day”. Ook mooi zijn enkele covers zoals “Walking The Dog” van Webb Pierce en de Cindy Walker-raritysong “It’s The Bottle Talking”. Zoals elke countryband heeft ook Buttercup hun murder ballad geschreven via het nummer “The Ballad Of Katie Gallows”. De titeltrack “Evil For You” is een rasecht honky tonk lied dat gesmaakt kan worden door alle country-linedansers. Son Of The Pioneers-lid Tim Spencer schreef het meezingnummer “Don Juan” (“he’s a gentleman from Mexico, he’s a mucho playing Romeo”), een echte funsong en voor mij ook het beste nummer op deze plaat, samen met de schitterende cover van de Kitty Wells-countryklassieker “Makin’ Believe”, een nummer dat we ook kennen in andere versies van Emmylou Harris en Roy Orbison. “Evil For You” van Buttercup is een plaat die je ofwel niets vindt of geweldig vindt omdat je een liefhebber van dit genre bent. Ik kan me er in ieder geval fijn mee amuseren. En ik hoop van u hetzelfde.
(valsam)



ROB LAUFER
THE IRON AGE
Website - Myspace
Mail : info@roblaufermusic.com
Distr.: Hemifran
Label : Eye Records
CD-Baby

 

Rob Laufer speelde vroeger al mee op albums van Frank Black, Fiona Apple en Katell Keineg. Midden in de jaren negentig verschenen er 2 succesvolle cd’s van zijn hand: “Swimming Lessons” (1993) en “Wonderwood” (1995). Beroepsmatig schrijft hij voornamelijk muziek voor tv-commercials die o.a. werden ingezongen door Johnny Cash, Shawn Colvin en B.B. King en ook melodieën voor tv-series zoals “Melrose Place” en voor films als “American Wedding”. Als tiener speelde Rob Laufer tevens de rol van George Harrison in de theaterproductie “Beatlemania” en in Amerika verzorgde hij in de voorbije jaren het voorprogramma van o.a. Jeff Beck en Santana. “The Iron Age” is zijn eerste solo-cd na elf jaar en verscheen in de States reeds in 2006. Na het lokale succes wordt het album nu internationaal gelanceerd. Als multi-instrumentalist neemt hij zowat alle instrumenten op dit album voor zijn rekening. “In The Frame” is een track uit dit album dat onlangs alweer werd geselecteerd voor een tv-commercial van computergigant Hewlett Packard. Rob Laufer beweegt zich in het muzikale vaarwater van folk, pop en klassieke rockmuziek en voorziet die melodieën van knap geformuleerde en weldoordachte teksten. De gitaar is duidelijk zijn populairste instrument en speelt een vooraanstaande rol in haast alle liedjes op deze plaat. Qua stemgeluid dienen er zich vergelijkingen aan met Tom Petty, Neal Casal en The Devlins. Enkele liedjes op “The Iron Age” zijn bijzonder catchy en blijven meteen in het hoofd hangen na een eerste beluistering. Zoals “Did You See Her Dance” en “Mr. Perry”, allebei met een gemakkelijk herkenbare Beatlesmelodie, het swingende “Inside Story” en “Open”, beiden Tom Petty-lookalikes en ook enkele nummers die zich spiegelen aan de melodramatische deuntjes zoals Ron Sexsmith ze placht te brengen. “Sweet Downfall”, “Backseat” en “Girl In Garnets” zijn hiervan de typische voorbeelden. De diversiteit in de veertien songs wordt nog eens geïllustreerd door “In The Frame”, “Angelyne” en de prachtige maar trieste afsluiter “Minute To Cry”. “The Iron Age” is een erg mooie cd geworden gevuld met klassesongs afkomstig uit de pen van een professionele vakman-songsmid.
(valsam)


 

GYPZEE HEART
Website - Myspace
Zhenya Kolykhanov
Leeann Atherton
Label: RainStorm Records

 

Gypzees Heart is een pittig cd’tje, amper dertig minuten lang, maar fris en sprankelend als een beekje in de lente. De songs vlieden dartel als visjes in een bedding, waar balalaika, bongos, banjar en een 12-snarige Martin gitaar de instrumentale choreografie op zich nemen. ‘Live Musical Capital of The World’ zweemt naar reggae, het hees gezongen ‘Time’ neigt naar countryjazz en het bluesy ‘Lazy Sunday’ doet denken aan een Braziliaanse zonsondergang. De samenzang in ‘From The Heart’ is een dartel liefdeslied. De meeste songs ontstonden in co-schrijverschap door het duo Zhenya Kolykhanov en Leeann Atherton, behalve ‘Romale’ dat gebaseerd is op een traditioneel Russische zigeunersong. Zhenya Rock, zoals hij ook genoemd wordt, komt van Rusland en ontdekte als puber al de bluegrass via een tijdschrift met bijhorende plaat, wat hem direct bekoorde. Maar eerst speelde hij als anarchistische gitarist in een Russische rock ’n roll bandje met Chuck Berry trekjes. De band tooide zich met de toepasselijke groepsnaam ‘Red Elvises’ en bracht een achttal cd’s uit. Later stichtte Zhenya zijn eigen platenlabel en begon hij voor film en tv-shows te schrijven. Bedrijvig in de muziekscène kan hij ogenschijnlijk ook nu niet kiezen tussen de groep Zeegras, The Flying Balalaika Brothers, die Russische folkmuziek vertolken of voor een duo-carrière met Leeann. Zangeres en gitariste Leeann is al evenzeer door de muziekmicrobe gebeten. Al 18 jaar reist zij al zingend en soms ook dansend de wereld rond vanuit haar biotoop Austin in Texas. Haar warme stem doet wat aan de Indigo Girls denken. Onder haar internationale muzikale vrienden mag zij zowel Papa Mali als Alejandro Escovedo rekenen. Ook in deze ‘Gypzee Heart’, geproducet door Zhenya, weet het duo hun originele bluegrass een multiculturele uitstraling te geven met vitaminerende zigeunersongs. Een plaatje om verliefd op te worden met de zwierige driehoekige contrabasbalalaika als koppelaar.
Marcie


 

OR, THE WHALE
LIGHT POLES AND PINES
Website - Myspace
Email: orthewhale@gmail.com
Label: eigen beheer
Cdbaby
VIDEO

 

Het zijn intelligente jongens, die gasten van Or, The Whale. Feitelijk een zeven man/vrouw tellende band uit San Francisco die hun bandnaam zochten bij het klassieke Amerikaanse literaire werk van Moby Dick. Maar dit gezelschap schrijft niet zo maar liedjes. Geen standaard couplet-refrein-couplet. Nee. Ze draaien complete literaire werken in elkaar. Ik bedoel maar. Pure poëzie gewoon. Soms zijn de songs op hun debuutalbum "Light Poles and Pines" almachtig en episch als in "Life and Death at Sea" of pijnlijk reflecterende als in "Rope Don’t Break" of beide in "Fight Song". Maar verwacht nu niet een album vol zweverige diepzinnigheden. Op "Light Poles And Pines", staan alleen Hele Mooie Liedjes vol vrij traditionele countryrock, deels up-tempo, deels wat meer ingetogen. Uitstekende zang en vakkundig bespeelde instrumenten, en met de composities zit het ook wel snor. Op deze plaat draait alles om vocale harmonieën en ze zijn werkelijk wonderschoon. De muzikale begeleiding is sober en vooral akoestisch. Dit om de stemmen alle ruimte te geven. Dit is een wijs besluit, want wat zingen ze mooi. De muziek is soms honigzoet, maar wel puur en eerlijk. De composities lijken daardoor in dienst te staan van de samenzang van dit zevental, want zingen doen ze allemaal. De belofte van de aanstekelijke opener "Call And Response" zet meteen de toon van de plaat en vormt met "Rope Don´t Break" en “Fight Song” de hoogtepunten uit deze dertien songs. Die stemmensymfonieën vinden we hierin terug door de band voorzichtig over akoestische gitaren en een intimistisch streepje mondharmonica gedrapeerd, je voelt je hier als luisteraar ogenblikkelijk thuis. Maar ook pedal steel hier, banjotje daar. Héérlijk. De perfecte muziek voor een lange roadtrip door The States. Of Canada, wat je wil. En je kunt natuurlijk de songteksten gaan bestuderen. Je laten beïnvloeden door hun denkbeelden en overtuigingen. Maar je kunt dat ook gewoon laten voor wat het is, en genieten van schitterende liedjes. Wat vooral opvalt, is dat de hele band zo ontzettend zelfverzekerd is, vergelijk dat met een rijp indiebandje zoals The Weakerthans en je hoort het verschil tussen een twijfelende pre-puber en een cynische dertiger die het nooit kan laten zijn mening te geven. Toch weten ze van die pakkende melodieën en riffs te verzinnen, waardoor het album de indruk maakt veel te snel in elkaar gezet te zijn. Niet dat dat een probleem is voor Or, The Whale maar je vergroot de kans dat je toch gaat voor wat middelmaat, al is dit album wel een bovengemiddeld album, waarin country-rock en indie pop mooi samengaan. Zeer geniaal is het fraaie artwork van de cd, maar de inhoud bestaat uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "Light Poles And Pines" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Zet de cd op, sluit je ogen en je waant je in de late jaren 60 of de vroege jaren 70. De jaren waarin de West-Coast pop, Amerikaanse country- en folkmuziek, werden bedacht en waarin vocale harmonieën tot kunst werden verheven.


 

ROBERT BOBBY
POSITIVELY CHILLY
Website - Myspace
Email: mrbobby@robertbobby.com

 

Robert Bobby is een Amerikaanse singer-songwriter die tegenwoordig behoort tot de categorie muzikanten waartoe ook onder andere John Prine wordt gerekend of zijn grote voorbeeld Bob Dylan. Maar zoals veel muzikanten in dit genre, die in de Verenigde Staten met veel succes aan de weg timmeren, worden ze in Europa helaas niet op de juiste waarde geschat. "Positively Chilly" van Robert Bobby is de perfecte plaat om eens af te rekenen met de vooroordelen ten opzichte van deze categorie Amerikaanse singer-songwriters. "Positively Chilly" is immers een geweldige door Bobby zelf samengestelde plaat. Hij maakt geen spectaculaire muziek, maar wel ontspannen liedjes met een ruw randje die je als luisteraar, zeker na een paar keer luisteren, dierbaar worden. Vertrouwd klinkende muziek, maar juist daardoor bijzonderder dan je in eerste instantie geneigd bent te denken. Muziek die je voert langs desolate oorden en de plaatsen waar de happy few zich ophouden. Muziek die direct bij eerste beluistering aanspreekt, maar ook muziek die zijn diepste geheimen pas prijs geeft als je er vaak en intensief naar hebt geluisterd. Typisch zo’n plaat die we hier in Europa de grond in trappen, maar zou hier onterecht zijn. "Positively Chilly" is een compilatie van songs uit zijn eerste eerste vinyl platen: "Chilly Wind" uit 1987 en "Positively James Street" (1989). Dit laatste album was samen met The Speedboys, de band die hij in 1978 in Lancaster, Philadelphia vormde. Songs die laten horen dat hij toen al een bijzonder getalenteerd en veelzijdig muzikant was. Zet je vooroordelen opzij en ga dit downloaden! Jawel alleen maar te downloaden! En kunnen deze pretentieloze liedjes van Robert Bobby u overtuigen, zal u beslist meer recenter werk willen aanschaffen en tippen we graag zijn laatste cd's: TODAY! (2006) - "The Robert Bobby Quartet" (2004) - "S*N*A*F*U" (2004) en "F*U*B*A*R" (2001).


 

 

FOGDAN
INSTRUMENTAL
Website - Myspace
Label: eigen beheer
Cdbaby

 

De titel zegt het al, een cd vol met instrumentale blues, of "thema's" is beter gezegd, want in feite is deze mini cd (minder dan een half uurtje) een soundtrack voor race beelden. Fogdan is naast muzikant ook een fan van autoracen en van de band Foghat. Vooral Rod Price en Lonesome Dave, die beiden overleden zijn, waren vrienden van hem. Door de vriendschap met Price kwam 't idee om ook bluesgitarist te worden. Dit is dus zijn debuut en het is dus niets meer of minder dan een halfuurtje bluesritmes spelen zonder de minste afwisseling. Zeven nummers, zeven ritmes, en telkens 3 a 4 minuten dezelfde riff van begin tot einde, één langgerekte intro is ieder nummer op deze cd. Ook al klinkt elk nummer de eerste vijftien seconden best leuk, je hebt het dan wel gehad. Het enige nut wat deze cd kan hebben is dan ook voor de sonorisatie -afdeling van Pitsstop of een of ander autoprogramma om de beelden te begeleiden van rondjes racen op één of ander circuit. De titels zeggen genoeg "Checker Flag" en "Lil’ Red Sportscar Blues" . De artiest zelf noemt het een beetje optimistisch op zijn website: "Great driving music". Als je met stockcars rijden mag en overal tegen botsen, geen probleem, voor het stadsverkeer is het echter geen aanrader, tenzij je over stalen zenuwen beschikt.
(RON)