OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007
STOOK! - WHEN THE NEEDLE HIT THE WAX
ROB BARRACO - WHEN WE ALL COME HOME
B.B. & THE BLUES SHACKS - UNIQUE TASTE - EP
MOLLY MAHER & HER DISBELIEVERS - BALMS OF GILEAD
JENN GRANT - ORCHESTRA FOR THE MOON
MARK BOULLE - ALL THE LEAVES ARE FALLING DOWN
MARK BOULLE AND THE HABA DUDES - SHOOT TO KILL
NEW PRETORIA - THE BACKYARD’S LEGACY
ROCKY ZHARP - THE BEST OF ROCKY ZHARP - LIVE AT B B KINGS - STILL CRACKIN' - FISH OUT OF WATER
NATHANIEL JAFFE - SONGS OF HOPE

STOOK!
WHEN THE NEEDLE HIT THE WAX
Website - Myspace
Email : stook@stookmusic.com
Label : Draw Fire Records - Myspace
Email: drachac@rachac.com
Cdbaby
Joshua 'Stook' Stuckey verkaste een paar jaar geleden van Indiana naar Minneapolis om zijn geluk in de muziek te beproeven. Zijn debuut "The Soundtrack to My Minneapolis" was een eerste proeve van bekwaamheid, waarop hij bewees een voortreffelijk muzikant te zijn. Dit debuut was opgenomen in de kelder van bassist en producer Caleb Garn en kon zich meten met het beste wat o.a. Replacements, Jayhawks, Tom Petty, Hank Williams en Drive-by Truckers op muzikaal gebied hebben voortgebracht. Op het nieuwe album "When The Needle Hit The Wax" is dat eigenlijk nauwelijks anders, hoewel het misschien allemaal nog net iets lekkerder klinkt. Omgeven door het jonge rockersbloed van zijn band, de R&B - getinte Jukes en producer Caleb Garn is Stook! op zijn loom-zomerse best. Naast zijn bijtende sneerstem durft hij hier soms ook een tederder register te bespelen. Zijn teksten zijn verhalend, ontroerend en geestig als altijd. "When The Needle Hit The Wax" is meer van hetzelfde, dus meer van die luchtige songwriterpop en kalmerende Americana, met hier en daar uitspattingen naar folk- en rootsrock in de traditie van voorgaand werk. Deze plaat is beslist geen overrompeld meesterwerk, daarvoor vervalt Stook met weinigzeggende rocksongs teveel in de middelmatigheid. Toch klinkt deze herhalingsoefening niet vervelend voor de liefhebber. En hoewel nergens wereldschokkende dingen op "When The Needle Hit The Wax" gebeuren, is het prettig om te horen hoe Stook! & zijn Jukes moeiteloos rustige songwritersongs afwisselt met stevige rockers. Zijn genrestaalkaart varieert van een speeldoosjesballade als "Seasonal Affective Disorder" tot een alt.country rocker als "Diggin’ On Me". In feite vinden tussen het licht stomende openingsnummer "Lovesick Firecracker" en het afsluitende, het Otis Redding getinte "It’s Been So Long" geen aardverschuivingen plaats en worden geen levens veranderd. Toch zal je op "When The Needle Hit The Wax" ook geen niemendalletjes of slechte nummers aantreffen. Stook! blijft aan de safe side, met vertrouwde liedjes en een onmiskenbare groove, die als een Minneapolisse zomerwind door zijn nummers gaat. Zijn onopvallende doch aangename stemgeluid gedijt over het algemeen erg goed bij dit soort nostalgisch rockende Americanasongs dat doet denken aan het werk van de Tom Petty-achtige radiorock. Kortweg: Het plezier van de rootsrock van Stook! spat uit de liedjes en slaat al binnen één minuut over op de luisteraar.

ROB
BARRACO
WHEN WE ALL COME HOME
Website - Myspace
Mail: maria@powderfingerpromo.com
Label : Eigen Beheer
CD-Baby
Rob
Barraco uit Centerport, New York werd geboren op de tonen van muziek en heeft
die hardnekkig vastklampende microbe zijn hele leven meegedragen. Op zesjarige
leeftijd speelde hij al keyboards en gitaar en op vrij jonge leeftijd koos hij
voor een carrière als professioneel muzikant. In de jaren ’80 en
’90 speelde hij keyboards in de live tv-show “The Cosby Show”
en de daaruit ontstane tv-show “It’s A Different World”. Gedurende
zowat 10 jaar speelde hij bij de formatie The Zen Tricksters waarmee ook twee
cd’s werden opgenomen. Zo kwam hij onder de aandacht van Phil Lesh, de
bassist van de heropgerichte Grateful Dead. Hij werd in 2002 geselecteerd als
nieuwe lid van deze groep en mocht meteen op tournee door Amerika als voorprogramma
van Bob Dylan. Momenteel speelt Rob Barraco nog steeds met Phil Lesh and Friends
en ook bij Dark Star Orchestra en Government Mule. Met de hulp van Grateful
Dead-tekstschrijver Robert Hunter heeft hij nu een eerste soloalbum uitgebracht
onder de titel “When We All Come Home” met daarop 7 van de 10 tracks
die ze samen schreven. De meeste nummers reflecteren ook aan de muziek uit de
voorbije drie decennia en de sound van The Grateful Dead. Met zijn onafscheidelijke
bandana om het hoofd gewonden bespeelt Rob Barraco de toetsen van piano en keyboards
en elk nummer bevat wel een instrumentaal stukje muziek waarbij hij zijn kunstjes
overvloedig kan vertonen. Ook moderne jazzklanken in de stijl van de klankrijke
muziek van Steely Dan of John Coltrane kan je terugvinden in enkele nummers.
“Argentina” is een politiek geïnspireerd nummer waarin de gevoelens
worden bezongen over wat een inwoner van dat land allemaal dreigt mee te moeten
maken. Andere knappe nummers op deze cd zijn “Limbo Rag”, de gitaarballade
“Old Coast Highway” die op een rustig voortkabbelend ritme gespeeld
wordt, “Give It Up” en “Ride Ride Ride” dat samen met
Phil Lesh werd geschreven. De stem van Barraco lijkt in enkele liedjes zelfs
op die van de overleden Grateful Dead-zanger Jerry Garcia, wat best als een
compliment mag worden ervaren. De productie van “When We All Come Home”
lag in de deskundige handen van een andere grote toetsenist Rob Friedman die
op enkele songs ook piano speelt. Deze cd hoort thuis in de platencollectie
van liefhebbers van moderne jazzmuziek en natuurlijk ook in die van de oertrouwe
Grateful Dead-fans.
(valsam)

B.B.
& THE BLUES SHACKS
UNIQUE TASTE - EP
Website
Label: CrossCut Records
blues@crosscut.de
Distr.: Bertus
In
1989 richtte Michel Arit uit Niedersachsen samen met zijn drie jaar oudere broer
Andreas, B.B. & The Blues Shacks op, waarvan hij zanger/mondharmonicaspeler
en frontman is. Sindsdien hebben zij reeds meer dan negen CD's op hun palmares,
met als uitschieters "Midnight Diner" (2001) en "Blue Avenue"
(2003). Maar daarbuiten gaven zij ook vele concerten per jaar ten beste (nu
reeds in totaliteit meer dan 1500 shows), werden zij in 2003 uitgeroepen tot
best Live-bluesband van Europa en zijn zij ondertussen fulltime professioneel
met blues bezig. Vraagt dit nog meer uitleg? In elk geval éénmaal
het bluesshacks-virus je beet heeft laat het je niet meer los. B.B.& the
Blues Shacks brengen traditionele blues die men kan situeren in de jaren '40
-'50. Ze klinken zeer up-to-date en het R&B gevoel is uniek aan deze formatie.
In 2005 waren ze o.a. te zien op het Duvel Bluesfestival, Moulin Blues, Rhythm
& Blues Festival te Maastricht en in 2006 op het Belgium Rhythm 'n' Blues
Festival te Peer. Maar ook in de maand oktober 2005, na hun geweldige optredens
hier in de lage landen, waren ze live te zien en te horen in Hildesheim, in
hun thuisland, waar ze wederom een portie forties & fifties jump & swing
blues tenbeste gaven en liet dit Duits vijftal blijken op hun DVD "Live
at Vier Linden" (2005), dat inzake inpakken van een publiek deze band niet
veel meer te leren heeft. B.B. & The Blues Shacks kan gemakkelijk geboekt
worden als voorprogramma van Brian Setzer’s Orchestra want de mix van
old school blues en rockability brengt gegarandeerd de beentjes van de vloer.
Vooral de staande bas fungeert als de brommende motor die de andere instrumenten,
en dan vooral de tokkelende en hakkelende gitaar en de gemene smoelenschuiver
aka de harmonica, voortjaagt. CrossCut Records, dat eind februari 2008 hun tiende
CD, vierde voor dit Duitse label, op de markt gaat brengen, weet ons nu reeds
op te warmen met het EP-tje "Unique Taste". Op deze preview horen
we al dadelijk, de titeltrack van het nieuwe ter verschijnen album "Unique
Taste", gevolgd door twee songs van T-Bone Walker, "Too Fast Living"
en het niet eerder live uitgebrachte "Tell Me What’s The Reason".
De live atmosfeer van de DVD "Live at Vier Linden" komt met deze laatste
song prima terug. Vierde track "Three Handed Woman" is een in de studio
opgenomen video-track. Nieuwsgierig hebben ze ons zeker gemaakt om ons binnen
een maand te verrassen met het volledige resultaat van hun elektrische Blues
en Fifties R&B. B.B. & The Blues Shacks is een goed geoliede machine
die een authentiek aandoende sound produceert die staat als een huis hetgeen
ze op "Unique Taste" zeker zullen bewijzen. Daarover bestaat geen
twijfel!
B.B. & The Blues Shacks:
ANREAS ARLT - Guitar
MICHAEL ARLT – Vocals; Harmonica
HENNING HAUERKEN – Electric & Upright Bass
DENNIS KOECKSTADT – Grand Piano
BERNHARD EGGER - Drums & Percussion
SPECIAL GUESTS:
RAPHAEL WRESSNIG – Hammond B3
FRANK PETERS – Background Vocals
ANDREAS BOCK – Drums (replaces Bernhard Eggers)
JOHNNY FERREIRA – Tenor Sax

MOLLY
MAHER & HER DISBELIEVERS
BALMS OF GILEAD
Website
- Myspace.com/mollymaher
E-mail: molly@mollymaher.com
Label: House Of Mercy recordings
VIDEO 1
VIDEO 2
Met
een prachtstem die het midden houdt tussen Melanie, Rickie Lee Jones en Bonnie
Raitt brengt Molly Maher ons haar liedjes over zwerven, verloren liefdes, eenzaamheid
en afscheid nemen, dit alles tegen een achtergrond van twangy gitaren in mineur,
een melancholische accordeon en een zwaarmoedig klinkende percussie. Haar gitaarspel
is daarbij nogal onconventioneel, ze bepeelt haar gitaar ondersteboven (omdat
ze linkshandig is) en in ongewone toonaarden. De lijst van losse medewerkers
is lang en omvat topmuzikanten zoals Brad Konkel, John Molineen en Hutch Hutchinsen.
In feite zijn de Disbelievers geen echte vaste band, meer een soepel muzikantenverband
dat steeds wisselt. De muziek van Molly Maher lijkt in veel punten ook op die
van Lucinda Williams, vooral vocaal is er een overeenkomst, niet zozeer de stem,
maar de wat lijzige manier van zingen, het handelsmerk van Lucinda komt regelmatig
terug. De cd begint met "3200 Miles", een verhaal over de eenzaamheid
van het zwerversbestaan. "Its a long way to get loaded.. with no baby to
call home". Het mooie "Tugboat" is een dijk van een nummer, waarin
Molly zingt de steun en houvast te willen zijn van haar geliefde.Titelsong "Balms
Of Gilead" baadt in een dreigende, wat zwaarmoedige sfeer, maar vlak daarna
is de toon wat luchtiger in "Heart Of Defiance". Tweede hoogtepunt
is "Let's Pretend We Never Have Met" over een misgegane relatie, prachtige
song. "All Of The Secrets" zit in het Lucinda Williams hoekje en is
een "slepend" nummer dat langzaam sfeer opbouwt, met een eenzame accordeon,
knap gitaarwerk en doffe langzame percussie die de droeve sfeer extra benadrukt.
Van de cover "Soul Of A Man" van Blind Willie Johnson heeft ze zo
haar eigen song gemaakt dat ik pas halfweg merkte dat 't een cover was. Ook
"Wooden Boxes" bezit die Williams trekjes, waarschijnlijk het meest
van alle songs op de cd. Het gitaarwerk op dit nummer is uiterst sfeervol en
het tilt dit nummer naar een nog hoger niveau. Het up- tempo, vrolijk klinkende
"Monkey with a Tambourine" en de soulvolle ballad "Hang Your
Head" zijn nog twee bijzonder sterke nummers voor de cd afsluit met de
herneming van "Balms of Gilead" (slightly return). Molly Maher and
Her Disbelievers maken met deze cd de hooggespannen verwachtingen waar die ze
met hun debuut "Ghosts Of My Town" deden ontstaan.
(RON)

JENN
GRANT
ORCHESTRA FOR THE MOON
Website - Myspace
Mail : jenn@jenngrant.com
Label : Six Shooter Records / Rounder
Europe
Distr. : Bertus
Alweer
krijgen we hier zomaar ongevraagd een fantastische nieuwe stem aangereikt met
de cd “Orchestra For The Moon” van de in Halifax, Nova Scotia, Canada
wonende, maar in Prince Edward Island geboren singer-songwriter en schilderes
Jenn Grant. Dat haar talent niet uit het niets verscheen bewijzen de namen van
de vele Canadese artiesten die haar bijstonden voor de opnamen van dit debuutalbum
en waarvan David Christensen en Ron Sexsmith de bekendste zijn. Met Sexsmith
deelde ze al het podium, maar ook met Julie Doiron, Feist, Josh Ritter en op
haar recentste tournee doorheen o.a. Europa met Great Lake Swimmers en The Weakerthans.
Een lokale muziekrecensent omschrijft haar stem als ruwe zijde die ze stijlvol
rond haar moderne folk-popsongs flaneert. Heel fragiel zingt ze “Morning
Break” en “Dancin’ In The Wind”. Jenn Grant is ook de
zangeres van een groep genaamd The Night Painters” die hier ook meespeelt
op de nummers “Dreamer” - de eerste single -en op “Make It
Home Tonight”. Voor de afsluitende song “Blue Skies” doet
ze een beroep op een heus strijkersensemble waardoor dit nummer een klassiekere
tint meegegeven krijgt. “Rainy Day” is ook al zo’n symfonische
song met harpgeluiden. Het overal makkelijk herkenbare stemgeluid van Ron Sexsmith
duikt op in een mooi duet getiteld “In A Brown House”. De nu 26-jarige
Jenn Grant behaalde recent twee prijzen bij de Nova Scotia Music Awards als
beste nieuwe artiest en als beste vrouwelijke artiest. Waarempel knappe referenties
voor een beginnende zangeres. De opnames voor “Orchestra For The Moon”
duurden zes maanden en konden pas beginnen nadat Jenn haar studies aan de kunstacademie
beëindigd had, waarmee ze een advies van haar platenproducer Glen Meisner
opvolgde. Vocaal catalogeer ik Jenn Grant in de nabijheid van enkele straffe
zangeressen zoals Nathalie Merchant, Joanna Newsom en Regina Spektor. Vooral
in “Morning Break”, “At The Finish Line” en “Sound
Of Success” is deze vergelijking sterk terug te vinden. Heel aangenaam
om te beluisteren is het nummer “White Horses” dat door zijn ritmeveranderingen
een intrigerend muziekstuk is geworden omdat er constant wordt gebalanceerd
en gevarieerd van klassiek naar pop. Deze cd is in zijn geheel een subtiel stukje
meesterwerk geworden met uitstekende en opvallende vocalen waarbij Jenn Grant
haar stem als een uiterst plooibaar instrument gebruikt. Jenn Grant zou best
wel eens een rijzende ster aan het Canadese popfirmament kunnen worden. Eerst
nog heel even afwachten op de meestal moeilijke tweede cd de kwaliteit van dit
debuutalbum kan evenaren of - beter nog - overtreffen.
(valsam)

MARK
BOULLE
ALL THE LEAVES ARE FALLING DOWN
Website - Myspace
Contact: markboulle@hotmail.com
Cdbaby
Australiër Mark Boulle
komt van de Golf Coast en zocht aanvankelijk een uitlaatklep in de sport en
de tekenkunst. Maar toen vond hij de ware liefde in de gestalte van de muziekmuze.
Sindsdien vindt hij het ondenkbaar om zich bij het ontwaken niet meteen op zijn
muziek te kunnen gooien, zoals anderen op hun ontbijt. Die verknochtheid vind
je op zijn twee albums, beiden uitgebracht in het najaar 2007, resultaat van
een periode waarin hij productief aan het worstelen was met vroegere songcreaties.
Worstelen is veel gezegd, want sommige songs lagen al een tijdlang in zijn kistje
en anderen kwamen als vanzelfsprekend tot stand, wegvloeiend als een beekje
dat handig nieuwe beddingen zoekt. Want Mark Boulle combineert folk, reggae
en zigeunerspirit met zweverige melodieën, netjes geplaatst in een harmonisch
geheel. Hij kiest daarbij voor zijn eigen aanvoelen zonder zich iets aan te
trekken van raadgevers die hem een andere richting willen induwen. Zijn eerste
‘All The Leaves are Falling Down’ producete hijzelf in zijn huis
in het achterland van de Golf Coast, waarbij hij zich begeleidt met een Yamaha
akoestische gitaar, tamboerijn en een oude piano. Daren Williams speelt daarop
de bas. Daarbij volgt Mark Boulle met zijn intieme songs de afdruk van een ontroeringparcours,
waaraan violiste Elodie Mayberry subliem toe bijdraagt. Met haar prachtviool
omzwachtelt zij de lyrische -soms strijdbare songs- van Mark met de droeve glans
van vallende bladeren. Dit album roept eenzelfde sfeer op die ook de platen
van Josh Ritter, Tom McCray of de vroege Van Morrison kenmerken. Het nostalgische
‘People Stare at You’ met die pianoklanken als de eerste voorzichtige
regendruppels genereert a.h.w. de weemoed van een ochtendmis in een bos.
Marcie

MARK
BOULLE AND THE HABA DUDES
SHOOT TO KILL
Website - Myspace
Contact : markboulle@hotmail.com
Cdbaby
Bij het uitbrengen van zijn
tweede album ‘Shoot to Kill’, opgenomen met de Haba Dudes, zou je
denken dat dit voor een stijlbreuk zorgt, maar dat is buiten Mark’s warme
stem en Elodie’s viool gerekend. Mark Boulle stichtte deze Haba Dudes
in 2005, waarvan ook Elodie later deel uitmaakte. De band toerde regelmatig
in het clubcircuit en bracht een tweetal demo’s uit. Bandleden wisselden
en Jonno Harding-Clark is nu vaste drummer naast Elodie en Mark. Op deze full-cd,
studioalbum dat in oktober uitkwam, zijn enkele van de vroegere demosongs opgenomen.
Sommige zijn sociaal of politiek geïnspireerd. Op de titelsong vraagt Mark
zich af hoeveel mensen je moet doden in naam van de vrijheid. In ‘Cold
Sweat’ ageert hij tegen de plundering van de aarde. En op de verborgen
track dertien hoor je een oproep tot verzet tegen machthebbers die het zich
veroorloven andere landen binnen te vallen. Want Mark vindt dat je als musicus
gebruik moet maken van de mogelijkheid om publiekelijk je overtuiging uit te
dragen of je tegen het onrecht te verzetten. Toch overheerst de aanklacht niet.
Je zou de groepssound die Mark creëert kunnen omschrijven als ‘rebellennostalgie’.
Dat ook songs als ‘Sing a Little’, en ‘Stay With Me’
uit vorige demo’s zijn opgenomen, is een geschenk van de muziekgoden.
De sensualiteit waarmee verlatenheid en hopeloosheid worden aangeraakt komt
neer op een staaltje muzikale hoogbegaafdheid. In het prachtige ‘Static’
culmineert deze mood in een feller ritme, waarbij viool en de sax van Steve
Keys wedijveren om de beweging in gang te zetten. Want deze ‘Shoot to
Kill’ is een groepsproduct, waarbij, naast de drum en de bas, ook o.a.
de klarinet van Neil MacLeod de muzikale rijkdom vervolmaakt. En multi-instrumentalist
Mark Boulle vervolledigt met gitaren, melodica, harmonica, shakers, farfisa
en piano. De Australische versie van de Waterboys is opgestaan.
Marcie

NEW
PRETORIA
THE BACKYARD’S LEGACY
Website - Myspace
Mail : slipiansky@hotmail.com
Label : French Toast
CD-Baby
Moderne
popmuziek uit de Franse hoofdstad Parijs. De groepsnaam New Pretoria verwijst
echter naar Zuid-Afrika maar daar heeft deze 8-koppige formatie rond zanger
en liedjesschrijver Stéphan Lipiansky helemaal niets mee te maken. Muzikaal
zitten ze in hetzelfde vaarwater als The Goods Sons, The National, The Walkabouts
en Tindersticks. Deze laatste verwijzing is echter voornamelijk toe te schrijven
aan de diepe baritonstem van Lipiansky die erg fel lijkt op die van Stuart Staples.
Verdere links naar Frankrijk zijn er ook niet echt te maken voor “The
Backyard”s Legacy”, deze full-cd van New Pretoria die in oktober
2007 officieel internationaal gereleased werd. Ze klinkt behoorlijk Amerikaans
of Brits en flirt met de muziek die o.a. Calexico, Howe Gelb en Lambchop meestal
brengen. Voor mij leunt het in 2003 opgerichte New Pretoria echter het nauwst
aan bij The National omwille van de gelijkaardige sound en de vele herhalingen
in de teksten. Vooral “Cruising”, “Silly Place” en “Joining
Jack” bevestigen de reden voor deze vergelijking. Het hele album is een
artistieke mengelmoes van folk, country, indierock en Americana-muziek. In 2004
verscheen er al een eerste EP van deze formatie. “No Place For Such A
Band” kreeg vooral aandacht op het internet en werd ook regelmatig gedraaid
bij enkele Franse radiostations. De filmische Ennio Morricone-achtige songs
zouden de soundtrack voor een Amerikaanse western kunnen zijn en de vertellende
stem van Lipiansky geven een speciale mysterieuze cachet aan de liedjes. “Cruising”,
“Country Side” en “Town’s Down” illustreren het
best wat hiermee bedoeld wordt. Absolute uitschieter op deze cd is naar mijn
gevoel het nummer “The Sun” omwille van de knappe gitaarmuziek met
flarden schitterende dwarsfluit - door Benjamin L’Hoir - en de stuwende
opbouw van de melodie evenals de alweer sterk intrigerende baritonvocalen van
Stéphan Lipiansky. Het meer dan zes minuten durende “The Sound
And The Fury” ontleent zijn titel aan het mooie boek van William Faulkner
en begint ook met een stukje “spoken word” om daarna over te gaan
in een zorgvuldig georchestreerde epische popsong. Het afsluitende nummer “Bonnie”
bevestigt nog snel even dat deze groep een blijver zal worden, alsof dat nog
nodig zou zijn. New Pretoria, biensûr une vraie grande surprise très
agréable.
(valsam)




ROCKY
ZHARP
THE BEST OF ROCKY ZHARP - LIVE
AT B B KINGS - STILL CRACKIN'
- FISH OUT OF WATER
Booking: kinghuddrecorde@aol.com
- Label : King Hudd Records
Harmonicaspeler/songwriter/vocalist/gitaarspeler
Rocky Zharp, geboren in Indiana, kreeg zijn eerste instrument, een harmonica,
van zijn grootmoeder toen hij nog zeer klein was. Reeds op zijn vijftiende jaar
won hij een locale talentenjacht. Na zijn verhuis naar California, begon Rocky
harmonica te spelen met de Bodie Mountain Express, een bluegrass/country band,
die samenwerkte met Col. Tom Parker (Elvis' manager). Hier starte Rocky zijn
eerste opnames voor hij later aan zijn eigen carrière begon. Rocky won
de "Inland Theater League Award" voor zijn verdienste in de productie
van "The World of Carl Sandberg", en zeer goede recensies waren voor
hem weggelegd voor "Hard Travelin' a Tribute to Woody Guthrie". Rocky
speelde harmonica met zowel jazz als bluesartiesten, zoals Eric Burdon, The
Mighty Flyers, The Toller Brothers, Jerry Van Blair, Bill Shields en Big "J"
McNelly. En speelde ook samen met o.a. Don Ho, Freddy Fender, Rosie & the
Originals, Randy Fuller en Buddy Merrill. Samen waren er opnames met Junior
Watson, Larry Taylor, Honey Piazza, Jody Reynolds en Johnny Neal, Tevens kon
hij al aantreden als opener voor Rod Piazza & the Mighty Flyers, Canned
Heat, Corey Stevens, Molly Hatchet, the Crests, Utah Phillips en Highway 101.
Op de laatste cd's laat hij zich meestal begeleiden door zijn band The Blues
Crackers, hetgeen hem vele albums opleverde. In 2000 bracht Rocky twee releases
op de markt "The Best Of Rocky Zharp"
en "The Blair Zharp Project"
een cd voor kinderen samen met de Ierse folk zangeres Andrea Blair. "The
Best Of Rocky Zharp" is een verzameling van achttien nummers over de
jaren 1985-2000, waarin de bluesharp van Rocky Zharp een belangrijke rol speelt,
en dat levert een dik uur uur lekkere en ongepolijste blues op. Junior Watson,
Larry Taylore, Rod Piazza zijn enkele namen die voorbijkomen op deze verzamelaar.
Verder horen we vooral veel shuffles naast de harmonica, hetgeen van deze band
een echte live band maakt, want daar komt deze muziek ook eigenlijk het best
tot zijn recht, hetgeen u kan horen op zijn live cd "Live
At B B Kings" uit 2003. Dit is gewoon, Rocky Zharp & The Blues
Crackers, live en dampend. Voor de kritische luisteraar thuis bieden deze cd's
een weg naar de songs van Rocky Zharp. Een vernieuwer is Rocky Zharp niet, maar
het houdt hem duidelijk niet tegen om zelfs zonder het verrassingseffect van
zijn vorige albums terug met maar liefst twee even sterke albums voor de dag
te komen. Zijn country blues, jump blues tot jazzy blues met daarover een sausje
van vanalles en nog wat zijn wederom te horen op "Still
Crackin'" die vorig jaar verscheen samen met zijn Blues Crackers. Maar
daarnaast verscheen er ook een soloalbum, "Fish
Out Of Water" waarbij hij op steun kon rekenen van Johnny Neel op toetsen.
Als er zoiets bestaat als een typische bluesveteraan, is Rocky Zharp daar zo'n
beetje de type van: begenadigd songsschrijver, superieur harmonicaspeler, aansprekende
zanger, alom gerespecteerd, maar zelden de aandacht krijgend die hij op grond
van zijn kwaliteiten verdient. Centraal blijft Zharp's fabuleuze harmonicaspel
op deze cd's, maar zolang de blues in handen is van artiesten als hij, hoeven
we ons over het uitsterven ervan echt geen zorgen te maken.

NATHANIEL
JAFFE
SONGS OF HOPE
Website - Myspace
Label : Eigen Beheer
CD-Baby
“My
name is Nathaniel Jaffe and “Songs Of Hope” is my first CD.”
Zo begint deze singer-songwriter uit Reistertown, Maryland, USA zijn briefje
aan onze redactie. Blijkbaar is dit een album geworden waar hij alles zelf voor
gedaan heeft, van het schrijven van de muziek en de teksten tot de opnames en
de promotie. “Songs Of Hope” bestaat uit 15 liedjes waarbij Nathaniel
Jaffe zichzelf op akoestische gitaar begeleidt. Dat is nogal kaal qua muzikaliteit
en maakt het album uiteindelijk ook vrij monotoon. Temeer omdat de vocale capaciteiten
ook behoorlijk beperkt zijn en er eerder aan vertellen wordt gedaan dan aan
zingen. Ook zijn baritonstem is namelijk vrij monotoon en begint na een poosje
zelfs te vervelen. Er zijn wel een aantal nummers waarbij je die extra instrumenten
niet zo mist, zoals “Hope”, “It’s Lonely At The Bottom”,
“Have A Little Faith”, “Where Do We Go From Here?” en
“The Sun Will Come Out Today”. Het is al snel duidelijk dat Nathaniel
Jeffe zich vooral zelf wil amuseren met deze plaat en wellicht geen grote ambities
koestert om de wereld te veroveren via een platencontract. Hij beoogt eerder
om zelfstandig te blijven in de volle betekenis van het woord en daarom probeert
hij zijn publiek te bereiken via het medium internet en met verkopen van zijn
album via CD-Baby. Zijn teksten gaan over de onderdrukten, de armen, de angstige
mensen, de eenzamen en de slachtoffers van vooroordelen. Daarom wil hij met
zijn liedjes een sprankeltje hoop geven aan deze minder fortuinlijke medemensen
zodat ze ook wat blijdschap mogen ervaren en misschien een eerste aanzet vinden
om er aan te beginnen om hun dromen finaal toch waar te maken. De muziek is
zoals gezegd uitsluitend akoestische gitaar en beweegt zich in het folk, blues,
country en spirituals-genre. Ik denk dat muziek maken een hobby voor Nathaniel
Jaffe zal blijven en daar is eigenlijk niets mis mee. Als er op het einde van
de rit iemand een beetje hoop heeft uit gepuurd zijn we al lang tevreden.
(valsam)