ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


ROYAL WOOD - A GOOD ENOUGH DAY

JOHNNY BARBATO & THE LUCKY DOGGS - NO PAIN, NO GAIN

SHARRIE WILLIAMS & THE WISEGUYS - I'M HERE TO STAY

BOB COLLUM & THE WELFARE MOTHERS - SET THE STUPID FREE

FRODE LARSEN/LARSEN'S LAST CHANCE - HARD LUCK AND TROUBLE

JORDAN T WEST - AN ASYLUM AMONGST THE CONVULSIONS

CAPRICORN RHYTHM SECTION - ALIVE AT 2ND STREET MUSIC HALL

ZACH LUPETIN & THE ROYAL FAMILY - HEAVEN (I’LL MEET YOU THERE)

KENDEL CARSON - REARVIEW MIRROR TEARS

THE SMOKIN' MOJO KINGS - THE SMOKIN' MOJO KINGS


 

ROYAL WOOD
A GOOD ENOUGH DAY
Website - Myspace
Mail : royal@royalwood.ca
Label : Six Shooter Records / Rounder Europe
Distr. : Bertus
CD-Baby

 

 

Opnieuw een singer-songwriter, maar deze keer toch verschillend van de meeste artiesten in dit genre. Vooral omdat Royal Wood voor een keertje niet de gitaar als begeleidingsinstrument verkiest maar zijn nummers allemaal schrijft en brengt aan de piano. Vandaar allicht dat zijn voorbeelden en dus ook zijn muzikale vergelijkingspunten te vinden zijn bij artiesten als Randy Newman, Ron Sexsmith, Rufus Wainwright en Sufjan Stevens, allemaal zangers van straffe liedjes die bovendien ook regelmatig achter het klavier plaatsnemen. “A Good Enough Day” is de tweede full-cd van Royal Wood na “Tall Tales” uit 2004 en “The Milkweed EP” uit 2003. Dit album bevat 12 zorgvuldig gecomponeerde en gearrangeerde popsongs die met volle overtuiging en een behoorlijk grote portie gevoeligheid gebracht worden door een zanger die bovendien over een uiterst aangenaam stemgeluid blijkt te beschikken. Voor deze cd heeft hij enkele Canadese artiesten gevraagd om even mee te helpen. Zo is er hulp van Kurt Swinghammer, Harmony Trowbridge, Kevin Fox en het uit Toronto afkomstige muzikale genie Hawksley Workman. Je merkt in enkele nummers dat Royal Wood beïnvloed werd door muziekgenres als jazz en folk en sommige elementen hiervan in zijn moderne songs op een sublieme wijze verwerkt. Zijn muziek wordt in Canada ook regelmatig gebruikt voor diverse tv-series en filmsoundtracks. Zijn stem lijkt in enkele liedjes erg sterk op die van Ron Sexsmith, één van zijn muzikale idolen. Hij zal daar dus wellicht blij om zijn. Royal Wood speelt al piano vanaf zijn vierde levensjaar en bekwaamde zich nadien nog verder in het aanleren van andere muziekinstrumenten, waardoor hij het label multi-instrumentalist wist te verwerven. Op het podium deelde hij de publieke belangstelling al met namen als My Morning Jacket, Dan Bern, Sarah Slean en Sarah Harmer. De titeltrack “A Good Enough Day” is een pianoballad en ook de volgende nummers zijn knap gezongen, rustige liedjes die bij mij Ron Sexsmith in herinnering roepen. “Juliet”, “Safe Haven”, “Forever Were Tied” (met Howksley Worksman op drums), het epische “Acting Crazy (It’s A Breakdown)” en “A Mirror Without” kunnen zo allemaal op Sexsmith’s albums terecht. Een heel mooi liedje is het intimistisch gezongen en enkel op piano en gitaar gespeelde “I’m So Glad”. Ik heb het geluk gehad om Hawksley Worksman in Brussel ooit live aan het werk te zien – een onvergetelijke ervaring – en ik zie deze Royal Wood muzikaal regelmatig in de buurt van Worksman komen zoals in o.a. “Step Back” en “A Good Enough Day”. Ook dat zal Wood graag horen, want zowel Ron Sexsmith als Hawksley Worksman zijn voor hem als peetvaders die hem de weg wijzen in het grote muzikale Canadese doolhof. Hij besteed zorgvuldige aandacht aan simpele maar knap geschreven popsongs met gevoel voor melodie en sentiment. En dat is erg welkom in deze duistere tijden. Wij zijn dan ook in grote mate verheugd met “A Good Enough Day”.
(valsam)


 

 

JOHNNY BARBATO & THE LUCKY DOGGS
NO PAIN, NO GAIN
Website - Myspace
E-mail: info@rockincamel.com
Label: Rockin Camel
VIDEO

 

Johnny Barbato komt van Baton Rouge maar is opgegroeid in New Orleans. De Louisiana Roots zitten diep in zijn bloed, dat hoor je in zijn manier van zingen en de songs die hij schrijft, maar door te verhuizen naar Alabama kreeg hij toen een dosis Allman Brothers en Marshall Tucker invloeden erbij. Met zijn groep de Lucky Doggs reist hij heen en weer langs de kust. Nu hij ook getekend heeft voor het Rockin Camel label heeft dit label er weer een sterke southern band bij. Hun stijl leunt sterk aan bij de Allman Brothers, en de vroegere Marshall Tucker, dat wil zeggen zuiderse country rock met uitstekend gitaarwerk in die typische Macon traditie, met natuurlijk veel slide, zoals Duane Allman a.k.a. "Skydog" dat vroeger bracht. Voorbeelden genoeg op deze cd, neem bijvoorbeeld "Angelene", pure old style Southern rock. Hij is ondertussen zowat de vaste huisband van de Flora-Bama geworden, een bekende club op Perdido Key in Florida, een toeristenparadijs. De titelsong: "No Pain, No Gain" is de juiste combinatie van moderne country met het gitaargeluid uit Alabama, soms klinkt dit nummer alsof het de opvolger wil worden van de Allman's hit "Jessica". Uitstekend nummer is ook "Dead And Gone" waar Barbato samen met tweede gitarist Howie Johnson zich nog maar eens kunnen uitleven op hun slides. Eén van de beste songs is echter het rustige en uitstekend gezongen "Southbound Train", een juweeltje vol ingehouden schoonheid. Wat echter deze Johnny Barbato onderscheid van de andere bands op het Rockin Camel label is de portie country die in zijn sound gemengd is. Zijn stem lijkt erg op die van Charlie Daniels in de meer country getinte songs als "Protect & Serve" en "Cocaine and Jack Daniels". Grotendeels is het echter de slidegitaar die zoals dat hoort in de echte southern bands, de lakens uitdeelt. "Endless Highway" is daar nog eens een prima voorbeeld van, het lijkt even of Duane Allman en Dicky Betts terug bezig zijn tijdens de hoogdagen van de ABB. "On The Run" met zijn jagende tempo wat lijkend op "Baby Please Don't Go" van Them, is een echte driver's song en een nummer dat een energiek eindpunt plaats achter een hele reeks sterke song vol zuiderse gitaren die de sfeer van de vroegere Capricorn dagen volop terug brengen. Keep on Rockin, Camel.
(RON)


 

 

 

SHARRIE WILLIAMS & THE WISEGUYS
I'M HERE TO STAY
Website
Label : CrossCut Records
Distr.: Bertus

 

 

Als de Amerikanen ergens goed in zijn is het omschrijven van een artiest in een regel: 'Princess of the Rockin Gospel blues'. Zo’n omschrijving wekt verwachtingen! Sharrie Williams heeft haar muzikale achtergrond in de kerkmuziek in al zijn vormen. Geschoold door het harde leven en een onwrikbaar vertrouwen in de Allerhoogste heeft deze dame gemaakt tot één van de meest veelbelovende artiesten van de laatste jaren. Na een uitglijder in de sex, drugs en R&R wereld vormde ze in 1996 haar band The Wiseguys, met de energieke gitarist James Owen, funky bassist Marco Franco en drummer Sterling Lee Brooks. The Wiseguys is trouwens vernoemd naar de beroemde bluesclub uit Chicago waar ze wekelijks optreedt. Na enkele zeer gesmaakte concerten op o.a. BRBF in Peer, Spring Blues, Blues Estafette in Utrecht had ik vorig jaar op het (Ge)Varenwinkel festival iets wat ik al een tijd niet meer had meegemaakt: puur en onvervalst kippenvel! Wat een stem! Wat een presence! Maar liefst 3 keer heeft het publiek haar aldaar teruggeroepen, en tijdens één van die toegiften kwam er een versie van "Purple Rain" die het origineel wat mij betreft naar de kroon stak. Ook van het nummer "It’s Getting Late", een 20 minuten durende slow gospel kreeg ik zowaar een krop van in de keel. Maar goed, vele festivals en organisatoren weten haar nu wel graag te boeken. Want elk optreden is een orkaan. In 2003 verscheen op het Crosscut label van deze uit Saginaw, Michigan afkomstige "Princess" het album "Hard Drivin Woman". Voor haar een donkere periode, inclusief slechte vent, drank en andere drugs, hetgeen zich vertaalde in haar teksten en songs. En na haar CD/DVD "Live At Bay-Car Blues Festival" (2006) is er nu het nieuwe "I'm Here To Stay", opgenomen in Pennsylvania, met vijftien songs door haarzelf geschreven, waarvan enkele co-written met een paar bandleden. Samen met haar voortreffelijke begeleidingsband The Wiseguys brengt ze deze nummers die spontaan herinneringen oproepen aan de blues, funk en gospel van Etta James, Koko Taylor en Aretha Franklin. Exploderende funkblues en in gospel gedrenkte R&B, met als uitschieters de ballade "Will You Still Love Me, de up-tempo rocker "Power" en het New Orleans getinte "I Gotta Find Me A Mojo". Miss Williams heeft een adembenemende stem en een geheel eigen stijl. Hierin wordt ze vooral sterk ondersteund door gitarist Lars Kutsche, bassist Marco Franco, pianist/organist Pietro Taucher en de immer stuwende drummer Clifford Jackson, gasten die weldegelijk beter dan wie ook weten waar ze mee bezig zijn: een moddervette, funky bodem, stevig gitaarwerk en spitsvondige keyboards ten dienste stellen van Sharrie. Daarmee zorgt onze "Princess" met "I'm Here To Stay", wederom voor een album met een mix van soul, funk, gospel en R&B, een album dat de pan uit swingt.


SHARRIE WILLIAMS & THE WISEGUYS:

SHARRIE WILLIAMS - Lead & Background Vocals
RUDY BARNETT - Background Vocals [11,15]
CHARLES ROACH III - Background Vocals [4,8,12]
LARS KUTSCHKE - Guitar
MARCO FRANCO - Bass Guitar
PIETRO TAUCHER - Piano & Hammond B3 Organ
RUDY BARNETT - Keyboards [10,11,15]
CLIFFORD JACKSON - Drums & Percussion
SHARRIE WILLIAMS & CLIFFORD JACKSON - Handclaps & Small Percussion


 

BOB COLLUM & THE WELFARE MOTHERS
SET THE STUPID FREE
Website - Myspace
Mail: info@bobcollumonline.com
Label : Atomic Powered Records
CD-Baby

 

 

Album nummer 4 is dit voor Bob Collum, een Amerikaanse muzikant die al sinds 1997 op de podia staat. Ook zijn eerste cd dateert uit die tijd “More Tragic Songs Of Life”. Daarna volgden nog “Low Rent Romeo” uit 2001 en “The Boy Most Likely To …” uit 2004. Vooral dit laatste werkje bracht Bob Collum in de belangstelling en deed de muziekindustrie benieuwd uitkijken naar zijn nieuwe cd. Binnenkort verschijnt dus dit vierde album waarvoor hij ook nu weer in de hem zo vertrouwde Americana- en country- songvijver is gaan vissen. Je hoort in zowat alle liedjes invloeden van diverse artiesten uit de seventies en eighties zoals Neil Young, Graham Parker, Bob Dylan en Nick Lowe. De 12 songs op “Set The Stupid Free” kan je mits wat goede wil vergelijken met het oudere werk van o.a. Wilco, Green On Red en The Long Ryders. Bob Collum is een Amerikaan afkomstig uit Tulsa Oklahoma maar hij woont momenteel in Basildon, Essex, UK en heeft er zich een stevige plaats veroverd in de lokale muziekscène. In Engeland deelde hij het podium met a.o. Dave Alvin, Ron Sexsmith, The Handsome Family, Ben Weaver en Alejandro Escovedo. “The Welfare Mothers” zijn Bob Collum zelf, bassist Dan Wilkinson en drummer Paul Quarry. De eerste keer dat hij echt indruk maakt op deze cd is met de song “Mean River” die als moderne popsong door het leven kan gaan. De titeltrack “Set The Stupid Free” is eerder een mix van country en soulmuziek zoals ook de legendarische Byrds destijds wisten te brengen. Andere opvallende tracks zijn het rockende “Virginia Mystery”, de Nick Lowe-achtige rocksong en ode aan een Amerikaanse tv-showpresentatrice “Jennifer Jones”, de countryballad “Damaged One” en de erg mooie akoestisch gezongen tearjerker “Katie I Agree” waarmee dit album wordt afgesloten. Doorheen alle songs valt waar te nemen dat Bob Collum over goede songschrijvercapaciteiten beschikt en met zijn teksten ook af en toe buiten de traditionele en conventionele lijntjes kleurt. De oprechte aandacht voor een goeie riff en goede melodieën valt ook op, o.a. in het emotionele “Nevermore”, in de tributesong “Cemetery Blues” en in de swingende versie van de traditionale bluessong “Well Runs Dry”. Tenslotte zet Bob Collum met zijn band op deze cd ook nog een heel knappe versie neer van “A Little Wind”, de klassieker van Tom Russell. Al bij al is “Set The Stupid Free” een genietbaar album van een getalenteerde singer-songwriter die zijn toevlucht in Engeland zocht om zoals een missionaris Amerikaanse muziek in Europa te komen verkondigen.
(valsam)


 

 

FRODE LARSEN/LARSEN'S LAST CHANCE
HARD LUCK AND TROUBLE
Website
Email: frodelarsen@online.no
Cdbaby

 

 

Begin deze maand waren we al zeer verheugd met het album "Squeezeboxing" van J.T. Lauritsen . Deze noor startte in 1991, de Buckshot Blues Band, dit samen met gitarist Vidar Busk, Per Eriksen (drums), Paul Wagnberg (Hammond B3) en bassist Frode Larsen. Het duurde echter niet lang, want na enkele jaren, waren reeds enkele groepsleden solo gegaan, waaronder ook deze laatste, Frode Larsen. Deze zanger/bassist is dus ook afkomstig uit Noorwegen en richte zijn band op in 1996, het jaar dat ook zijn debuut "Chicago Bound" verscheen. Vervolgens is er nu na de albums "Rockin' Feet" (1997) en "Jukeboxman" (2002) zijn nieuwe album "Hard Luck and Trouble", waarvan de meeste tracks live zijn opgenomen. De band bestaat uit Helge Hovland (gitaar), Knut Erik Paulsen (gitaar), Espen A. Moen (drums), Brynjulf Blix (keyboards) en Eirek Sandnes (harmonica), gedreven muzikanten die ieder op hun beurt ervaring hebben opgedaan in zowel binnen- als buitenlandse bands. Met hun eigenzinnige combinatie van rock en Rhythm & blues hebben ze deze prima cd uitgebracht, waarop acht van de tien nummers van de hand zijn van Frode Larsen. De cd staat vol met rockin' tunes, blues & ballads die buitengewoon goed klinken. Soms doet het me denken aan de Chicago blues van Muddy Waters, Little Walter Jacobs en soms aan Jimmy Rogers, maar je proeft toch hun eigen inbreng. Met hun recht toe recht aan blues zorgt de band voor een eigen identiteit. Overigens is er niets mis mee om bluesgrootheden zoals hierboven genoemd te refereren in je eigen nummers. Dat komt ook door het harpspel van Eirek Sandnes en het stemgeluid van Larsen. Een stemgeluid dat ietwat geknepen klinkt maar wel uitstekend past bij hun songs. De opening begint zeer sterk met het nummer "Love Games" een erg sterk nummer dat nog eens extra aangedikt wordt door de twee gitaristen, Helge Hovland en Knut Erik Paulsen. Een bijzonder fraai nummer, dat mij doet denken aan het unieke stemtimbre van Luke Walter Jr., is de titeltrack. Een uptempo nummer dat met prima gitaarwerk van Knut Erik Paulsen wordt opgevijzeld tot een swingend geheel. Het sterke begin van de cd zet zich over de gehele linie door er is nergens een dip te herkennen. Songs die dan iets meer weghebben van Tony Joe White zijn "Big Town Blues" en "Mr. Jukeboxman". Deze laatste is een zeer gevoelige song die na de vorige ruigere nummers meer rust brengt en dat wordt opgevolgd door het even rustige nummer "Black Night" waarin Eirek Sandnes éénmalig de zang voor zijn rekening neemt. "Hard Luck and Trouble" is een bijzonder gevarieerde cd waarbij de band op een prima manier de muziekstijlen shuffle en rock ’n roll combineert tot een warm rockin' bluesgeheel waar je absoluut niet bij in slaap valt. Uitstekende muzikanten die prima blues spelen op een frisse en vooral aanstekelijke manier. Eens te meer een reden om deze band in levende lijve te gaan zien.


 

JORDAN T WEST
AN ASYLUM AMONGST THE CONVULSIONS
Website
Email: jordantwest@gmail.com
Cdbaby
VIDEO

 

Jordan T West songs situeren zich in de schemerzone waar droefheid, schoonheid, smart en leniging om voorrang strijden. Lach en traan vermengen zich. De gevoelswereld van de nog jonge Canadees is er duidelijk een van verwarring. De vraag is dan wat er zich allemaal binnen zijn blikveld heeft afgespeeld. Als kind groeide hij op in Abbodsford in Brits Columbia, maar het gezin verhuisde vaak zodat hij vele regio’s in Canada leerde kennen en vooral de binnenstad van Winnipeg. Daar trok hij enkele maanden op met randfiguren en ontheemden, verstoken van de gunsten van de samenleving. Zijn teksten gaan over deze misdeelden, maar ook over gebroken relaties en het leven zoals het is. Daarin ook de betrachting hoe hij deze wereld zou willen ombuigen om meer ruimte aan de liefde te geven. Want liefde maakt de weg vrij naar vrijheid. Meer nog dan zijn teksten voeren de melodielijnen je mee naar een landschap waar het meestal mistroostig regent. Zijn karakteristieke hoge stem, soms ijl, soms klagend doet denken aan dat gevoelstimbre waar ook Vic Chesnutt, Damien Rice en Bright Eyes patent op hebben. Ook zij weten moeiteloos stem aan hartzeer te koppelen. Jordan zingt zijn gekwelde folksongs zoals een John Keats of een Walt Whitman deze zouden zingen, indien zij tenminste ook over de hulplijn zouden beschikken van vrouwelijke vocalen en een viool. Want de songs waarop Lindy Enns meezingt, met die weemoedige stem die zelfs een stenen hart kan doen smelten, hebben een hoog dichtersgehalte. En de prachtige vioolbegeleiding van Nicki Wiebe roept op tot loutering en bezinning. Voeg daarbij nog de cello van Lisa Nazarenko en de discrete percussie van Caleb Friesen en deze cd groeit uit tot een zich opende schuchtere bloem in de eerste ochtenddauw. ‘Heart Hurts’, ‘Ways’, ‘Can’t Make You Love Me’ en ‘Dave’s Song’ zijn daarvan de geplukte blaadjes. Jordon West hanteert daarbij zijn gitaar als een primitief middel om zijn gekweldheid uit te bannen met een zekere ruwe gejaagdheid en expressieve uithalen als van een jonge wolf. Alsof muziek de catharsis moet brengen voor de songwriter verscheurd tussen liefde en afwijzing. Jordan T West bracht, amper 20 jaar oud, al een eerste cd uit in 2006 met als raadselachtige titel ‘What I Learned From The Prostitute’. In deze recente ‘Asylum’ cd, geproducet door Paul Riemer, overheersen ook de gepijnigde zielsroerselen van een jong iemand, zich bewust van zijn beperkingen. Hopelijk werkt zijn artistieke integriteit voor hem als een reddingsboei in zijn woelige beleveniswereld. Mooie cd zoals een beeltenis van treurwilgen bij maanlicht.
Marcie


 

CAPRICORN RHYTHM SECTION
ALIVE AT 2ND STREET MUSIC HALL
Website - Myspace - 2ndstreetmusic
Label: Rockin Camel Music
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 


Een droombezetting. Hoe noem je anders een band waarin Scott Boyer en Tommy Talton gitaar spelen, met extra gastoptredens van Lee Roy Parnell, op keyboards Paul Hornsby, Bill Stewart op drums en Johnny Sandlin op bas. Deze muzikanten waren onder andere verantwoordelijk voor de begeleiding van de Capricorn artiesten, zoals de Stax studio dat had met de Muscle shoals band. De Capricorn Rhythm Section dus, en deze live cd werd net als die van Microwave Dave, die we onlangs bespraken, opgenomen in Second Street Music Hall in Gadsden Alabama. De zangpartijen en het schrijven van songs zijn grotendeels voor Scott en Tommy, die samen de Capricorn formatie Cowboy vormden, een band die cult following kreeg eind jaren zeventig, en binnenkort voor dit Rockin Camel label terug opgericht wordt. Onnodig te zeggen dat deze band de hoogdagen van de Allman Brothers terug laat herleven, vooral in het fantastische, door Gary Nicholson en Dan Penn geschreven nummer dat zo prachtig door Lee Roy Parnell gezongen wordt en tevens zijn meesterschap op slide toont, een nummer dat op geen enkele Allman Brothers cd zou misstaan. Zo mogelijk nog mooier wordt het wanneer Scott Boyer het hemels mooie "Please Be With You" brengt, een nummer door hemzelf geschreven en waarvan op de originele versie uit hun (zeldzame) debuut-LP "Five 'll Get You Ten" de dobro toen gespeeld werd door Duane Allman. De LP versie was grijsgedraaid, dus is deze live versie met slide meer dan welkom. Een paar songs op deze CD zijn ook composities van Eddie Hinton, een man die nu pas na zijn dood op waarde geschat wordt. Jimmy Hall, nog een artiest van deze stal, weidde zijn laatste CD volledig aan Hinton en op deze cd staan dus drie covers van zijn songs. Het sterke "Everybody Needs Love", "Where You Come From" en "300 Pounds". Voor elk wat wils hier, want na "Please Be With Me" slaat het tempo om in een stomende boogie "Watch Out Baby", een nummer dat wat Angelsaksisch pub-rock achtig klinkt tussen deze real Southern stuff. Zo is "Don't Hit Me No More" weer raak, Jimmy Hall bracht ook al een sterke versie op zijn laatste CD " Build Your Own Fire", maar deze heeft toch nog wat meer Southern slidegitaar erin, datgene waar Capricorn zo bekend voor was. En het genieten gaat maar verder, in de prachtige ballad "All My Friends" trekken de gitaristen nog maar eens alle registers open op slide, het zuiden van zijn meest bluesy kant is dit. De pure bluesritmes in "Where you Go" van Tommy Talton worden al bij de intro op herkenningapplaus onthaald, en inderdaad, op deze CD vol hoogtepunten is dit nummer de "Cream Of The Crop", de slagroom op deze Georgia Peach, served in Gadsden Alabama. Voor de mensen die nog altijd droomden van een nieuwe plaat zoals "Allman Brothers Live At The Fillmore East" er één was, ze is er eindelijk!
(RON)


 

ZACH LUPETIN & THE ROYAL FAMILY
HEAVEN (I’LL MEET YOU THERE)
Website
Mail : znlupetin@gmail.com
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Zach Lupetin And The Royal Family is de naam van een muziekgroep die koninklijke ambities lijkt na te streven. Ook de titel van hun eerste cd “Heaven (I’ll Meet You There)” zoekt het al in hogere regionen. Of dit terecht zo is proberen we even uit de doeken te doen in de volgende bespreking. Zach Lupetin is een 22-jarige Amerikaanse singer-songwriter geboren in Chicago en momenteel verblijvend in Los Angeles, California. Op zijn website belooft hij ons dat we helemaal weg zullen zijn van deze cd, net zoals overigens ook je grootmoeder, je hond, je redneck-oom, je blauwharige baas en je ex-vrouw. Kwestie van even duidelijk te maken dat dit heerschap niet om een grapje verlegen zit. “The Royal Family” blijkt bovendien zijn begeleidingsgroep te zijn bestaande uit 7 muzikanten die gebruikelijke instrumenten zoals gitaar, bas en drums bespelen maar daarnaast ook veel minder gebruikelijke zoals het glockenspiel, wasbord en lepels. Voor de productie van “Heaven” werd een beroep gedaan op beste vriend en drummer Mark Swiderski. Hij superviseerde de opnames van de zestien nummers op deze cd met songs in diverse stijlen zoals country, Chicago blues, gospel, jazz, Dixieland honky-tonk en swing. Zach Lupetin toert momenteel doorheen L.A. met zijn nieuwe groep “The Dustbowl Revival”, een goeie ouwe snarengroep zoals hij ze noemt. Op “Heaven” kan je heel catchy nummers terugvinden in elkaar snel afwisselende muziekstijlen waarbij de knap uitgewerkte teksten gezongen worden door een over behoorlijke stembanden beschikkende zanger. Ik verdenk Zach Lupetin ervan dat hij diep in zijn ziel een echte bluesfanaat is en daarom deze muziekstijl in diverse vormen in zijn eigen liedjes verwerkt. Toen hij nog aan de universiteit van Michigan studeerde speelde hij al in “The Midnight Special”, een schoolbluesband waarvan hij voor deze cd enkele muzikanten recruteerde. Zijn muzikale voorbeelden zijn John Prine, Wayne Hancock, Ramblin’ Jack Elliot, Django Reinhardt, Muddy Waters, Leadbelly, Jimmie Rodgers en The Carter Family. De eerste song op deze plaat heet “Maybe Babe” en is een bluesgetinte meezingertje met gitaar, upright bass en softdrums-begeleiding dat uitmondt in vrolijk gospelachtig gezang en handgeklap. Enkele liedjes stralen ook de sfeer uit van de vooroorlogse jaren ’20 tot ’40, wat toch niet echt gebruikelijk is voor een early-twenty kerel. Liedjes als “Mama Said”, “End Of The Road” en “Get Out” illustreren nadrukkelijk wat we hiermee bedoelen. Tekstueel zit er ook een behoorlijke portie verfijnde humor in de songs verwerkt en dat ze veel plezier hadden bij de opnames straalt ook al van enkele nummers af, zoals bijvoorbeeld in “I Wish That I Never Had Met You” en in het zeven minuten durende “Get Out”. “Say You Will” is dan weer een meer traditionele ballade en de basics van de blues worden bovengehaald in “Boo Hoo Blues”. De titeltrack “Heaven (I’ll Meet You There)” appelleert op de beginselen van storytelling blues. Vrolijker is “Another I Don’t Love You Song” en “Superkiller #405”. Als ik ook even mijn persoonlijke favoriete nummer mag selecteren, dan ga ik resoluut voor “La Sangre Lake” dat eigenlijk helemaal anders is dan de rest op deze cd. Dit is een heel apart plaatje dat ik voornamelijk mag aanbevelen aan liefhebbers van nostalgische blues met een vrolijk randje. Doe zo voort, Zach.
(valsam)


 

 

KENDEL CARSON
REARVIEW MIRROR TEARS
Website - Myspace
Mail : info@roundereurope.com
Label : Train Wreck Records
Distr. : Rounder Europe

 

 

Vanuit ons interview dat we in oktober 2007 hadden met Chip Taylor ter gelegenheid van zijn optreden in België wisten we al dat er een nieuwe ontdekking uit zijn muziekstal Train Wreck Records zat aan te komen. Die andere rising star – violiste Carrie Rodriguez - konden we diezelfde avond al aan het werk zien. Maar tijdens ons gesprek verwees Chip Taylor ook naar Kendel Carson, een groot talent waarmee hij een nieuwe cd aan het opnemen was. Deze uit British Columbia, Canada afkomstige schoonheid - want ook daar heeft good old Chip nog steeds een kennersoog voor - is ook al een violiste die we vorig jaar tijdens Blue Highways naast Chip op het podium zagen optreden en een schitterende versie van “Angel Of The Morning” hoorden vertolken. Als kleuter begon ze al viool te spelen en in de jeugdjaren maakte ze deel uit van enkele Canadese groepen zoals “The Paperboys” en “Outlaw Social” en ook in de groep “Kid Carson” samen met broer Tyler. Haar muzikale invloeden kreeg ze van bekende singer-songwriters zoals Lucinda Williams, Emmylou Harris, Gillian Welch, Ryan Adams, Damien Rice, Neil Young en Bob Dylan. In 2004 kruisten haar wegen met die van Chip Taylor op het Canmore-festival waar ze in een vioolworkshop samen speelde met Carrie Rodriguez. Hij nodigde haar uit naar New York waar ze samen werkten aan het schrijven van nummers en aan de opnames voor deze cd. Op “Rearview Mirror Tears” laat deze pas 23-jarige dame horen dat ze over een prachtig stemgeluid beschikt en dat ze ook songschrijverstalent heeft. Met name in de nummers “Ribbons & Bows” en “Child All Over Again” die ze samen met Chip Taylor schreef en die niet moeten onderdoen voor de elf andere liedjes die allemaal door Taylor alleen geschreven werden. De liedjes zijn een mix van folk, country en rocknummers en tonen aan dat we met Kendel Carson een opvallend muzikaal volwassen jongedame aangeboden krijgen. Opvallend vrolijk en aanstekelijk is de meezinger en single “I Like Trucks” evenals “I Certainly Know Why” waarop ook de stemmen van Carrie Rodriguez en broer Tyler Carson te horen zijn. Chip Taylor op gitaar, mondharmonica en backing vocals, zijn vaste gitarist John Platania (ook bekend van bij Van Morrison), Seth Farber op orgel en acordeon, Tony Mercadante op bas en drummer Dan Rieser (ook slagwerkspecialist bij Norah Jones) vervolledigden de exclusieve muzikale begeleidingsgroep voor de opnames van dit album. Bijzonder gevoelig gezongen is het nummer “Gold In The Hills (of Saltery Bay)”. Maar er bevindt zich ook vlotte countryswing op deze cd in o.a. “In The Middle Of A Think About You” en “Especially For A Girl” waar de viool een vooraanstaande rol mag spelen. En leuke popsongs zijn “Run To The Middle Of The Mornin’” en “Child All Over Again”. Op het einde van dit lichtjes fantastische debuutalbum gaan we terug de emo-toer op met “Ain’t That A Sun” en zijn heerlijke vioolklanken en “Just What Happened To The Moon”. En als toetje op de taart brengt Kendel Carson nog even twee topsongs als bonus tracks: het ijzersterke “There’s No Angel On My Shoulder” dat Chip Taylor in de beginjaren ’70 schreef ten tijde van “Angel Of The Morning” en daar ook heel sterk op lijkt en het swingende “Who Wants To Ride This Train”. Ter afsluiting nog even vermelden dat je dit supertalent live aan het werk kan gaan zien in het CC Leopoldsburg op dinsdag 22 april 2008. Kom maar best nu kijken want binnenkort zal je een fortuin moeten betalen om haar opnieuw bezig te zien als ze de status van beroemdheid heeft bereikt.
(valsam)

KENDEL CARSON LIVE

CC Leopoldsburg op dinsdag 22 april 2008

 


 

 

THE SMOKIN' MOJO KINGS
Website
Label: Ass Spankin' records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Deze band is nog zo nieuw dat ze weinig op hun palmares staan hebben, zelfs hun bijgevoegd persbericht bij de in een wit papieren hoesje gestoken cd is ultraschaars. Dank U voor de belangstelling. Wij bestaan een jaar en zijn reeds bezig aan onze tweede cd. Alle materiaal is zelfgeschreven. Wij zijn die en die... Nogmaals bedankt. Geen langerekte mysterieuze nietszeggende info zoals bij sommigen, geen bladzijden vol personeelswissels (ook al geen goed teken als je het mij vraagt), geen halve bladzijden vol met grote namen die hoofdact waren, terwijl zij in de morgen als eerste het festival mochten openen voor 3 man en een paardekop. Neen, niks van dit alles, no nonsense, dit is onze muziek, luister ernaar en zeg wat je ervan vindt a.u.b. Wel, Dennis Albee (gitaar/vocals), John Wentzien (Bas/vocals), Jim French (harmonica) en Eric Bartholomew (drums), als debuut mag het er zeker zijn. De sound die deze jongens uit Fort Madison, Iowa, laten horen, is funky en apart. Dit is geen 12 bar bluesband die enkel bekende cover speelt. Zoals ze zelf al aangaven, eigen materiaal dus, en met een eigen gezicht. Toen ik de eerste song "Shut Yo' Yap" hoorde en vanwege de neutrale hoes geen idee had wie deze jongens waren, klonken ze zo zwart en funky dat ik dacht dat minstens de twee zangers die in dit nummer wat ruzie maken, zwart waren. Hun "rap" was authentiek en grappig. Groot was dan ook mijn verwondering toen ik op MySpace de foto van de vier heren zag. Alle vier witter dan wit. Wel, nogmaals, zo klinken ze alleszins niet. Ook de rest van de nummers heeft een echt funky bluessoundje, met gitarist Dennis en Jim met zijn mondharmonica in de voorste linies. De superstrakke ritmesectie legt die funky grooves voor hun klaar waarover zij beiden kunnen soleren. Vooral in de song "Blues Gutter" levert dat knappe reultaten op, en maakt dit dat deze song het hoogtepunt van de cd vormt. Klein minpunt is echter de korte duur van de cd, 8 song op net 30 minuutjes, niet wat je noemt waar voor zijn geld, gelukkig zijn die dertig minuten goed besteed en is deze eersteling van deze Smokin' Mojo Kings een mooi, zei het wat klein visitekaartje. Maar niet getreurd, ze hebben zo al weer een nieuwe als we ze mogen geloven.
(RON)