ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


2000 LBS OF BLUES - LIVIN’ LARGE (1999) - KING SIZE (2001) - ALMOST THE GREATEST SHOW ON EARTH! (2003)

WILLY DEVILLE - PISTOLA

MARAH - ANGELS OF DESTRUCTION!

DELTA MOON - CLEAR BLUE FLAME

ROOMFUL OF BLUES - RAISIN’ A RUCKUS

JUSTIN JUDE - TRUCE

GUITAR RAY & THE GAMBLERS - POORMAN BLUES

GRAINNE DUFFY - OUT OF THE DARK

PERRY FOWLER - PERRY VS. THE RED ROBOT

ALVIN JETT & THE PHAT NOIZ BLUES BAND - HOW LONG


 

 

 

 

 

 

2000 LBS OF BLUES
LIVIN’ LARGE (1999) - KING SIZE (2001) - ALMOST THE GREATEST SHOW ON EARTH! (2003)
Website - Myspace - Contact - Label: Murray Brothers Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

2000 LBS Of Blues komt uit Californië en wordt al sinds 1999 geleid door Michael "Pink" Arguello en brengt rasechte West-Coast Blues en jump - barrel - house - boogie - woogie -blues. Naast Pink bestaat deze West -Coast All Stars Band meestal uit vele gastartiesten zoals Kid Ramos, Henry Carvjhal, Junior Watson, Janiva Magness, Sue Palmer, Kirk Fletcher, James Harman, Johnny Dyer, Lynwood Slim, Robert Lucas en Carl "Sonny" Leyland en staat gemiddeld meer dan honderd keer per jaar op het podium. Hun stijl is vroege jaren 40, piano gedreven jump-blues in de geest van Big Joe Turner, Wynonie Harris, Amos Milburn en Louis Jordan. In 2003 kwam hun laatste CD, "Almost The Greatest Show On Earth" uit, maar eigenlijk moet je 2000 LBS Of Blues live aan het werk zien en vooral horen! Zij speelden op een heleboel festivals in de States, zo waren ze in 1999, 2001 & 2003 op het Doheny Blues Festival, in 2002 Doheny Days Music Festival, Long Beach Festival, Brea Jazz Festival, Irvine Lake Blues Festival en vele anderen. "Dynamite stage show, fresh lively blues groovers,..." lezen we in persteksten. Dat bewijzen ze al drie platen lang, "Livin' Large" uit 1999, "King Size" uit 2001 en het reeds vernoemde "Almost The Greatest Show On Earth", CD's die in ieder geval alle lovende recensies bevestigen. Drie uitmuntende cd’s van deze sympathieke heren, maar deze laatste CD, trekt er nog eens een vette streep onder. 2000 LBS Of Blues trakteert z’n fans en sowieso iedereen die uitbundige West-Coast Blues genegen is op deze CD met een compleet nieuwe verzameling songs om "U" tegen te zeggen. Een mix van down & out stompin’ rhythms and outrageous swingin’ blues met soms wat meer boogie woogie blues als in "Boogie Monster" en "I Like My Baby's Puddin'", met uitstekend blaas- en harmonicawerk als in "Walking Downtown", wat meer jazz getint in "TV Mama", tot zelfs de vroege rockabilly in de opener "Lil' Elvis". Naast wat covers, ongelooflijk uitbundige eigen werk dat in wezen zich met gemak kan meten met de beste cd’s van Rod Piazza & The Mighty Flyers, puike West-Coast Jump gekoppelt aan rock ’n roll en partymuziek. Jan & Suzy van de Crossroads in Antwerpen hebben dit geweten want 2000 LBS Of Blues behoort momenteel tot een van de hoogtepunten binnen het huidige aanbod van dit genre en staat zondag 27 januari bij hun op het podium. Voor enkele exclusieve concerten in Frankrijk en België, en met het vooruitzicht van hun nieuwe album "American Monster" die deze zomer op de markt komt, stelt Arguello een indrukwekkende band samen met Kirk Fletcher (Fabulous Thunderbirds) op gitaar, Johnny Mastro (Mama's Boys) op harmonica, bassist Paul Loranger (Eric Sardinas), drummer Max Bangwell (Robert Lockwood Jr.), Johnny Viau (William Clarke, Rod Piazza, 2000 LBS) op saxofoon en Rich Wenzel (2000 LBS, JJ Bad Boy Jones) op keyboards. Met hun onweerstaanbare West-Coast Jump mikken deze Californische heren resoluut op de dansspieren. Ze staan in de States dan ook bekend om hun opwindende live-act: hun muziek is namelijk feestmuziek bij uitstek. Zondag 27 januari zullen zij zeker en vast zorgen voor een stomende en een dorst- en dansverwekkende show ... zorg dat jij er bij bent! Niet te missen!

2000 LBS OF BLUES LIVE
ft. KIRK ELI FLETCHER
INFO: www.crossroadscafe.be


 

WILLY DEVILLE
PISTOLA
Website - Contact
Label : Eagle Records
Distr. : PIAS

 

 

William Borsay werd op 25 augustus 1950 geboren in Stamford, Connecticut, USA. Midden jaren zeventig nam hij een artiestennaam aan. Als Willy DeVille voerde hij de punkrockband Mink DeVille aan, die in de New Yorkse nachtclub CBGB pionierswerk verrichte voor de punkmuziek. Doorheen zijn succesvolle carrière bracht De Ville nummers in diverse muziekstijlen, gaande van latin, blues tot country en oogstte hij veel bijval met zijn ellenlange reeks hitsingles. Iedereen kent toch wel “Spanish Stroll”, “Storybook Love” (samen met Mark Knopfler en ooit genomineerd voor een Oscar), “Just To Walk That Little Girl Home” en zijn cover van de Arthur Alexander-klassieker “You Better Move On”. Als notoir drugsverslaafde stond hij in de eighties vaker stoned en dronken dan nuchter op het podium en zouden vele fans geen cent hebben ingezet op het bereiken van een oudere leeftijd voor Willy DeVille. Maar zie, 57 jaar is hij ondertussen geworden en hij staat nog steeds als een kasteel op het podium voor uitverkochte zalen. In de voorbije jaren legde hij zich toe op het coveren van zijn favoriete bluessongs en met de live-cd “Acoustic Trio - Live In Berlin” leverde hij een absolute must-have af voor de bluesfanaten onder ons. Onder andere Allen Toussaint, Dr. John en Eddie Bo stonden hem allemaal ooit bij tijdens live shows. Zowat tien jaar geleden wandelde ik nog voorbij zijn huis in het French Quarter in New Orleans, Louisiana waar hij vaak verblijft. Men zegt dat hij er uit pure goesting soms gewoon onaangekondigd een live optreden geeft in één van de vele clubs op Bourbon Street. Maar ook in Europa heeft hij een kasteel gekocht in Frankrijk van waaruit hij zijn Europese tournees voorbereidt en waar hij zijn nieuwe liedjes schrijft. Met het album “Coup De Grâce” uit 1981, gevolgd door “Where Angels Fear To Tread” uit 1983, bereikte hij het absolute hoogtepunt in zijn lange muzikale loopbaan. De salsa-song “Demasiado Corazon” en de verrassende mariachi-cover van Jimi Hendrix’ “Hey Joe” bereikten de top van de hitlijsten in de hele wereld. Toch is DeVille altijd veel populairder geweest in Europa dan in zijn thuisland Amerika. Zijn respect voor de grote stemmen in de muziek toont hij regelmatig door zijn selectieve keuze van covers op zijn albums en door zijn samenwerking met o.a. Brenda Lee voor het nummer “You’ll Never Know” op “Loup Garou” uit 1995. In 2004 verscheen zijn laatste studioalbum “Crow Jane Alley”, een muzikale ode aan zijn pas overleden producer en beste vriend Jack Nitzsche met daarop de medewerking van David Hidalgo van Los Lobos en ijzersterke covers van “Come A Little Bit Closer” van Jay & The Americans en “Slave To Love” van Brian Ferry. En op 4 februari 2008 zal de nieuwste cd van Willy De Ville op de markt verschijnen onder de titel “Pistola”. Als producer koos hij deze keer voor John Philip Shenale die eerder samenwerkte met The Bangles, Tori Amos en Robert Cray. Wie verwacht of hoopt dat Willy DeVille met deze cd de ingeslagen weg van “Crow Jane Alley” voortzet heeft pech. Dit album is helemaal anders van opzet. Op de vorige cd koos hij resoluut voor romantiek. Op “Pistola” krijgt de bluesmuziek een veel groter aandeel in songs als “So So Real”, “Been There Done That”, “You Got The World In Your Hands” en “I’ll Do Something The Devil Never Did”. Er staan zelfs twee volledige spoken word-songs op in typische Leonard Cohenstijl: “The Stars That Speak” wordt verteld terwijl je op de achtergrond continu de voetstappen van een stevig doorwandelende DeVille hoort. Ook afsluiter “The Mountain Of Manhattan” wordt helemaal als een verhaal gebracht en ingesproken in plaats van gezongen, wat ik toch wat jammer vind. Een opvallende song op “Pistola” is “The Band Played On”, waarin Willy De Ville zijn verhaal brengt over de verschrikkelijke problemen die het overstroomde New Orleans kent na de tornado Katrina in augustus 2005 en waarbij een groot deel van die mooie stad voorgoed verwoest werd. Zoals gebruikelijk staan er ook weer enkele instant classic ballads op deze cd: “When I Get Home”, “I Remember The First Time”, “The Stars That Speak” en “Louise”, een cover van een nummer van Paul Siebel en meteen de enige niet zelf geschreven song op “Pistola”. Als verstokte DeVille-fan moet zelfs ik nog even wennen aan deze nieuwe cd, maar daar hebben we nog ruim de tijd voor alvorens deze muzieklegende volgende maand live te gaan bekijken tijdens één van zijn 3 komende optredens in België: op 13 februari in het CC te Brugge, op 16 februari in de AB te Brussel en op 19 februari in het CC te Hasselt. Wij zullen bij Rootstime zeker ook daarvan een concertverslag voor de lezers verzorgen. Tot ziens op één van deze optredens.
(valsam)


 

 

MARAH
ANGELS OF DESTRUCTION!
Website - Myspace - Contact
Label : Phidelity Records
Distr.: Munich Records

 

 

De Europese tournee werd onlangs nog “on hold” gezet wegens interne strubbeling in de groep, maar het ziet er toch naar uit dat Marah naar ons continent zal gaan komen om hun nieuwe cd “Angels Of Destruction!” te komen promoten via optredens in diverse Europese steden. Marah is de Armerikaanse rootsrockgroep van David Bielanko en zijn oudere broer Serge, die samen de meeste nummer schrijven en het podium delen met Christine Smith, Adam Garbinski, Dave Petersen en Kirk Henderson. De groep werd opgericht in 1990 en opereert vanuit Philadelphia, Pennsylvania en Brooklyn, New York en is vooral gekend omwille van hun intense live optredens. Ze mogen zich ook vrienden noemen van enkele grootheden uit de popmuziek zoals Bruce Springsteen, die meezong op hun 2001-album “Float Away With The Friday Night Gods” en Steve Earle in wiens studio ze hun cd “Kids In Philly” opnamen. In 2005 verscheen hun album “If You Didn’t Laugh, You’d Cry” dat voor vergelijkingen zorgde met U2. Een jaar later verscheen er een DVD “Sooner Or Later In Spain” met daarop een registratie van hun live optreden in Mataro, Spanje. Begin januari 2008 verscheen dan uiteindelijk de nieuwste cd van Marah met de titel “Angels Of Destruction” die in de 16 Ton Recording Studio in Nashville werd opgenomen. Deze schijf werd voorafgegaan door een eerste single uit het album met de titel “Can’t Take It With You …”. “Angels Of Destruction” is hun zesde full-cd en bestaat zoals ongeveer alle voorgaande platen uit voornamelijk rockmuziek recht voor de raap gebracht en in de gebruikelijke chaotische scrupulesvrije stijl. “Coughing Up Blood”, het Stonesachtige “Old Time Tickin’ Away” en de titeltrack kan je zonder verpinken typische Marah-songs noemen. In “Wild West Love Song” voegt Christine Smith extra mooie pianoklanken toe en dat komt de song absoluut ten goede. Het bluesy “Jesus In The Temple” doet sporadische herinneringen opduiken aan de betere Led Zeppelin-songs in de seventies. Afsluiter “Wilderness” duurt zowaar volle 10 minuten en lijkt daardoor een episch meesterwerkje van Marah geworden te zijn. Ook loepzuivere popsongs zoals “Santos De Madera” en “Angels On A Passing Train” en een moderne popballad als “Blue But Cool” dragen ten volle bij aan de diversiteit van de 11 songs op “Angels Of Destruction”. Verwacht niets nieuw van deze groep, maar aan de gekende degelijkheid van hun albums en de songs erop wordt hier ook zeker niet geraakt. Fans horen dit album dus zonder verdere voorbeluistering aan te schaffen.
(valsam)

MARAH Live
13 Maart A'dam, Paradiso
14 Maart Den Bosch, W2
15 Maart Weert Bosuil


 

 

DELTA MOON
CLEAR BLUE FLAME
Website - Contact
Label: Jumping Jack Records
Cdbaby - VIDEO

 

Delta Moon, de groepsnaam alleen al klinkt mooi, maar wacht tot je hun muziek hoort. "Clear Blue Flame" heet de cd, ondertussen reeds de vijfde van deze groep uit Atlanta. De eerste twee cd's met zangeres Gina Leigh, en toen die de band verliet kwam vervangster Kristen Markiton voor de zangpartijen zorgen en toen deze wat later ook vertrok, zorgden de twee oprichters Mark Johnson en Tom Gray, samen een super slide tandem, niet meer voor vervanging, en nam Tom Gray de vocals voor zijn rekening, en je vraagt je af waarom niet eerder? Tom's stem, een beetje gruizig aan de rand, klinkt perfect bij die dubbele slidegitaren en die roepen bij mij steeds David Lindley en Ry Cooder voor de geest, hun geluid is bijna identiek.Op de vroegere platen waren de stemmen van de zangeressen prima, maar dit is nog zoveel beter. Nu weten jullie ondertussen dat ik moeilijk kan weerstaan aan het hemelse geluid van een goede slidegitaar, maar als er dan zo twee getalenteerde en perfect op elkaar ingespeelde "sliders" het mooie weer maken ben ik compleet voor de bijl. Deze twee namen mogen bij mij dadelijk in het rijtje van mijn favoriete gitaristen, zoals Duane Allman, Derek Trucks, Warren Haynes, Sonny Landreth en de twee bovenvernoemden: Lindley en Cooder. Tom Gray blijkt naast een prachtig gitarist ook nog een goede songwriter te zijn. Hij schreef vroeger ondermeer: "Money Changes Everything", waar Cindy Lauper een hit mee had. Hier op deze cd staat 't nummer ook, en krijgt het een zéér hoog Springsteen gehalte, en is 't tevens de enige song waar de slidegitaren zich koest houden. De cd baadt in een sfeer van de bayou en de swamps, je kan de broeierige vochtige hitte zo voelen, bij wijze van spreken. "Trouble In The Home" is daar een voorbeeld van. In "Jessie Mae" zit wat van de hypnotiserende ritmes van de Burnside platen, alleen wat verzorgder gebracht en met dat volle, vette geluid van de duo-slides. Voor gitaarliefhebbers zoals ik is "Cool Your Jets" een song om vingers en duimen af te likken, hetzelfde voor "Lap Dog" dat die Texaanse groove van Z.Z Top bij zich draagt, terwijl het geluid van de echte "Southern" bands duidelijk aanwezig is in "I'm A Witness". Als afsluiter de enige cover, Mississippi Fred Mc Dowell's: "You Done Told Everybody" een echte Delta song op traditionele wijze gebracht, meesterlijk. "Delta Moon" is een band die verdient heel wat meer naambekendheid te krijgen, vooral hier in Europa, want hun releases worden steeds maar beter, en hebben hun nu op een niveau gebracht dat ik zonder blozen de top durf noemen. Voor fans van slidegitaren, absolute aanrader! Waar zit hier die replay knop, verdorie.
(RON)


 


ROOMFUL OF BLUES

RAISIN’ A RUCKUS
Website
Label: Alligator Records
Distr. : Munich Records

 

 

Al sinds haar ontstaan koestert de blues een bepaalde vorm van hoop. Niet voor niets is het de muziek voor de 'restless survivors', gemaakt door artiesten met slechts één doel: doorgaan, vooral doorgaan! Dat laatste gaat zeker op voor Roomful of Blues, dat nooit heeft stil gestaan sinds haar oprichting in 1968. Ondanks de talloze bezettingswisselingen door de jaren heen is dit gezelschap eigenlijk nooit van haar oorspronkelijke koers afgeweken. Tot op de dag van vandaag is het dan ook de ultieme bluesrock formatie met die kenmerkende blazersectie in de gelederen. De kiem voor deze band werd dus gelegd in 1968. Duke Robillard en Al Copley richtten toen een band op, die zich toelegde op Chicago Blues. Na driejaar echter besloten ze het accent te verleggen naar swing, jump, R&B en jazz, waartoe ze de band uitbreidden met een blazersectie. In 1977 verscheen op Island het immiddels enkele malen heruitgebrachte debuutalbum "Roomful of Blues". Sinsdien hebben vele (een veertig tal) muzikanten deel uitgemaakt van dit momenteel achtkoppige gezelschap. Onder de naam Roomful of Blues verschenen vele albums, maar ook andere albums waarop de band anderen begeleidde, namen die me meteen naar boven komen zijn Eddie Cleanhead Vinson, Joe Turner, Earl King en Colin James. Anno 2008 is van de line-up van het eerste album alleen Rich Lataille (alt- en tenorsax) over. Trompetist Bob Enos doet mee vanaf "Dressed Up To Get Messed Up" (1984), terwijl gitarist Chris Vachon, de huidige bandleider, in 1990 toetrad. - Bob Enos (4 juli '47 - 11januari '08) is bij het verschijnen van dit nieuw album overleden aan een hartaanval. Hij was 60. - Sinds de vorige albums "That’s Right!" (2003) en "Standing Room Only" (2005) wordt de band, na opnieuw drastische wisselingen, gecompleteerd door: Travis Colby (piano), Dimitry Gorodetsky (upright en elektr. bas) en Ephraim Lowell (drums). Zanger Mark DuFresne heeft voor het nieuwe album "Raisin' A Ruckes", zijn plaats moeten afstaan aan de voortreffelijke Dave Howard. Met deze line - up klinkt Roomful of Blues weer zo vintage als het maar kan, waar het speelplezier en een denderende mix van blues, jump, swing, R & B en jazzyblues hand in hand gaan. De blazersectie swingt vet. Vachon soleert alsmaar overtuigender en Howard heeft veel kracht in zijn soulvolle stem, hetgeen al dadelijk te horen is in de opener "Every Dog Has Its Day", een nummer dat blaakt van enthousiasme. Zoals steeds komt het collectief uit Rhode Island met geïnspireerde uitvoeringen van gedreven swingende blues met T-Bone Walker, Count Basie, Big Joe Turner en Louie Jordan als grote invloeden. Hierbij komen ze dan ook bijzonder overtuigend uit de hoek in de rockende nummers "Lower on Your List of Priorities", "Sweet Petite" en "Big Mamou". Heerlijke New Orleans klanken zijn verder terug te vinden in "I Would Be a Sinner", "Solid Jam", "New Orleans" en "Every Dog Has Its Day". Old fashion jazzyblues is te horen in de swingende titeltrack, deze track doet niet enkel denken aan Count Basie's klein jazz ensemble met een Lester Young, maar ook aan de arrangementen van Ray Charles ten tijde dat David "Fathead" Newman en Hank Crawford tot de blazers behoorden, want in dit een nummer is de stuwende blazerssectie echt op zijn best. Roomful Of Blues -fans kunnen op beide oren slapen. De band staat er als nooit voorheen. Vernieuwd, teruggaand naar de muziek die hun eerste albums zo kenmerkte. En dat heeft opnieuw een prachtig album opgeleverd, dat we hier in Rootstime graag promoten.


 

JUSTIN JUDE
TRUCE
Website - Myspace - Contact
Label : Blue Tent Records
CD-Baby

 

 

“Truce” is het tweede album van de uit Portland, Oregon, USA stammende Justin Jude. Reeds in 2005 verscheen een eerste in eigen beheer uitgegeven cd met de titel “It’s Love It’s Love It’s Love”. In zijn nog vrij korte muzikale carrière mocht hij toch al het podium delen met enkele bekendere artiesten zoals Lisa Loeb en Lucy Kaplansky. Vorig jaar werd hij ook beloond met de titel “Oregon’s Best Singer/Songwriter 2007” en zijn mix van folk, rock en pop valt in de smaak bij een breed publiek. Na zijn klassieke piano-opleiding besloot hij om zelf zijn weg proberen te banen in het grote bos van singer-songwriters met liedjes over de goede en kwade dingen in het leven die hij met zijn krachtige soulvolle stem declameert. “Pete Yorn meets Pete Seeger” schrijft een andere recensent, daarmee doelend op de folkrocksongs die ook in het repertoire van beide artiesten terug te vinden zijn. Justin Jude is ook een begenadigde gitarist waardoor hij moeiteloos diverse stijlen aankan, hetgeen de grote diversiteit van de songs op zijn “Truce”-album allicht kan verklaren. Hij wordt vergeleken met Ryan Adams, David Gray en Bruce Springsteen waarmee eigenlijk alleen maar bevestigd wordt dat hij een goede zanger is en verschillende genres moeiteloos beheerst. Opener “Out Of State” stuwt zich vlotjes rockend vooruit. “This Ring” is een knappe popballade met klagende vioolmuziek en mooie backing vocals van Stephanie Schneiderman. Gitarist en producer Rob Stroup – bekend van Scott Fisher en The Imprints - zorgde voor professionele arrangementen o.a. duidelijk hoorbaar in “Cemetery Song” en “Aching Days”, beiden pure rocksongs. Countrypop valt te beluisteren in “Half A Mile” en laat de luisteraar genieten van het ruime stembereik van Justin Jude. Mijn favoriete song op “Truce” heet “Complain Lane”, een jazzy piano- en upright bass-song met o.a. deze tekst: “Go back to your house on Complain Lane, where everything is always the same, and I don’t have to feel your pain”. Ook uitermate genietbaar is de song “Summer Hill”, een nostalgische terugblik op zijn zorgeloze jeugdjaren met het alweer mooie meezingwerk van Stephanie Schneiderman. Ook in de soulballade “New House” - met een knappe saxsolo en heerlijke Hammondorgel-muziek en een ronduit prachtige cd-afsluiter - horen we opnieuw profetische woorden: “My daddy he told me, said boy take every chance you get, cause if the bad times ain’t got you down, just means they haven’t found you yet”. Dit album bevat 11 songs die men typisch Amerikaanse muziek zou kunnen noemen. En dat dergelijke muziek geschikt is voor een ruim publiek is algemeen gekend. De toekomst ziet er dus bijzonder rooskleurig uit voor Justin Jude.
(valsam)


 

GUITAR RAY & THE GAMBLERS
POORMAN BLUES
Website - Myspace - Contact
Label:Eigen beheer
Cdbaby

 

 

 

Toen Rootstime op het Duvel festival vorig jaar de kans kreeg om Otis Grand te mogen interviewen, en we hem de vraag stelden of er jonge bands waren waar hij wat in zag begon hij heel enthousiast over een Italiaanse band waarmee hij aan het samenwerken was. Toen wij de naam van die band snel wilden noteren zei hij onmiddellijk: "Laat maar, ik zorg wel dat je er ééntje krijgt als hij verschijnt". Dat hij een man van zijn woord is bleek toen wij een tijdje geleden van hem enkele exemplaren ontvingen van deze "Poorman Blues" van Guitar Ray & The Gamblers. Natuurlijk staan er op deze schijf een aantal songs van Otis zelf, hij was ook de producer en arrangeur van de CD. De bekende Bobby Blue Bland cover “Teach Me How To Love You” dat we ook kennen van Otis’ oude Sequel CD uit 1990, “He Knows The Blues”, is hier met een enorme flair gebracht en al mis ik hier de stem van Jimmy ”T-99 “Nelson, toevallig een van mijn favoriete shouters, toch mag gezegd worden dat Guitar Ray zelf ook een behoorlijke zanger is, om van zijn kwaliteiten als gitarist nog maar te zwijgen. Ook “That Lonesome Road” waarop vooral de slide gehanteerd word, is een nummer van Otis. “Darling Wait For Me” leunt wel sterk op de riff van Guitar Slim’s “The Things That You Used To Do”, de one-two punch zoals men dat wel eens noemt, is met zoveel meesterschap gedaan, en zo blijft het nog even duren, nummer voor nummer, negen songs, zijn van de hand van Otis. Zo krijgen we vervolgens nog de knappe instrumental “Everything Is Gonna Be Alright” met een epiloog op ‘t einde dat de naam “Cry for Jerusalem“ meekreeg. Pianist Henry Carpaneto mag zich vervolgens uitleven in het swingende ”The Conspiracy Boogie” samen met de blazerssectie, terwijl Ray zelf even uit de spotlights stapt. Het Tex- Mex getinte “A Poor Man Like Me” laat horen dat deze band alle genres moeiteloos aankan. Een van de knapste songs op de CD is het langzame “You’re Still The One” een ballade in T-Bone Walker stijl, niet te geloven dat dit uit hartje Italië komt. “The Hoist” contrasteert vlak daarna sterk met deze ballade, en is een snelle gitaarshuffle waarop Ray in duel gaat met Henry’s piano en de heren elkaar het vuur aan de schenen proberen te leggen. De Jimmy McCracklin compositie “One Track Lover” is vanwege zijn hoge soulgehalte een song waarop de blazerssectie (Manny Carozzo en Syl Cafaro) voluit zijn gang kan gaan. Als laatste Otis Grand compositie, de “Grand Finale” om het zo te zeggen dus, volgt “Shoulda Had Some More” een song waarin Otis zijn bewondering voor Ike Turner wat laat doorschemeren, dit is blues en rock ‘n’ roll tegelijkertijd, net zoals “Rocket 88” dat was, een song die nog steeds aanzien wordt als de eerste rock ‘n’ roll song, geschreven door Ike, maar Jackie Brenston, de zanger van de band kreeg de credits. Sam Cooke’s “Somebody Have Mercy” is een ijzersterke cover, en als afsluiter krijgen we dan een eigen compositie van Ray Scona, “The A.K Stomp” waar A.K. voor staat, hoor je dadelijk, als de eerste gitaarklanken van deze instrumental weerklinken, dit is Albert King, rockin like hell, de gitaar zwaar op de voorgrond, lichtjes overstuurd, goddelijk! Guitar Ray & The Gamblers, zonder twijfel de beste Italiaanse band ever. Of om de jongens een hart onder de riem te steken, zodat ze het ook begrijpen, in mijn beste Italiaans : La fascia Italiana migliore da un molto tempo, lo ha lasciato vi dice.  
(RON)


 

 

GRAINNE DUFFY
OUT OF THE DARK
Website - Myspace - Contact
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4 VIDEO 5

 

Het debuut van deze jongedame uit Ierland zal stof laten opwaaien, wees maar gerust. Toen ik, lang geleden, want ik ben niet meer van de jongsten, de debuut-LP van Bonnie Raitt voor het eerst hoorde was ik compleet van de kaart. Het gevoel in Bonnie's stem was ongeëvenaard, en sinds heeft geen enkele zangeres dat bluesy gevoel in haar stem samen met die mooi klinkende slide voor mij nog kunnen evenaren. Tot nu, Grainne Duffy brengt blues met een stem die afwisselend neigt naar Bonnie Raitt en Susan Tedeschi, en waar het soulvolle bluesgevoel als het ware van afdruipt. Als gitarist is haar talent al even groot. Twaalf songs staan er op dit debuut, "Out Of The Dark", met tien songs zijn van eigen hand. Voor de twee covers koos ze voor "I'd Rather Go Blind" en "The Thrill Is Gone", twee songs die ze al onmiddelijk naar haar hand zet. Ze begon in de band Shanco waarmee ze het voorprogramma van Van Morrison verzorgde op het Warrenport Blues Festival. Maar natuurlijk was zo'n talent vlug aan haar eigen solo carrière toe. Haar band bestaat uit Ronnie O Flynn op bas en drums, hij komt van de Sharon Shannon Band en Donal Lunny, Richard Nelson op lap en pedal steel en dobro, voorheen bij Van Morrison's band, John Mc Cullagh, piano en Paul Sherry op ritme guitar, een getalenteerde gitarist die mee overkwam van Shanco. De CD opent met "Each And Everything" een prachtsong in de stijl van Bonnie Raitt's ballads en met een stem die dicht in haar buurt komt. Het is echter, het gevoel, de passie in die stem die het doet, dit is een stem waarvan de nekharen rechtop gaan staan, een stem waarvoor ik smelt. "Drivin Me Crazy" dan, ik wil niet in herhaling vallen, meer uptempo, maar dit is zo mogelijk nog beter. De song "Bring It All Together" met zijn mooie dobro, mijn lievelingssong op deze release, herinnert sterk qua sfeer aan "Been too Long at The Fair" van Bonnie uit haar plaat "Give It Up". Het stevig rockende "Bad To Worse", de uitstekend gebrachte cover "Rather Go Blind", prachtig allemaal, ik kan niet anders dan met superlatieven blijven strooien. De slide wordt bovengehaald in "Meant To Break" en natuurlijk is het resultaat dat de gelijkenis met de rosse dame uit L.A nog groter wordt, hoeft het nog gezegd dat dit weer een zeer sterke song is. Alle songs verder apart bespreken zou toch telkens hetzelfde resultaat opleveren: kwaliteit zoals ik dat nog maar zelden meemaakte op een debuut van een zo jonge artieste. "Good Love Had To Die", "I Don't Know Why" maar vooral "Time Is Not Enough", allemaal zelfgepende meesterwerkjes, sterke composities en vertolkt op sublieme wijze. Neen, er is weinig kans dat er dit jaar voor mij nog een sterker debuut dan dit in mijn cd speler gaat belanden. Zou het dan toch zo zijn dat de beste zangereesen in Ierland zitten? Een absolute aanrader is dit. Something beautiful has come "Out Of The Dark" ... and into the spotlights.
(RON)


 

PERRY FOWLER
PERRY VS. THE RED ROBOT
Website - Myspace
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Als je cd’s bespreekt voor Rootstime krijg je van alles in de handen gestopt. Soms moet je even diep nadenken wat voor zinnigs je over iemand of over diens cd kan gaan vertellen. En dan ga je plichtsbewust op de elektronische snelweg zoeken naar informatie. Meestal met succes, maar soms valt ook dat een beetje tegen omdat er gewoon geen gegevens op het internet zijn terug te vinden over de betreffende artiest. Als er dan ook al geen gedetailleerde biografie of informatiepakket bij de cd werd gevoegd moet je de verbeeldingsmachine aan het werk zetten om toch nog een acceptabele bespreking af te leveren. Of gewoon even aandachtig naar het schijfje zelf luisteren, hetgeen mijn enige overblijvende optie was in dit geval. Perry Fowler groeide op in een klein dorpje in South Carolina en zong als kind in het koor van de lokale baptistenkerk. In de jeugdjaren leerde hij piano spelen en omstreeks de tijd dat hij 20 jaar werd greep hij voor het eerst naar de akoestische gitaar en begon er eigen liedjes mee te componeren. Momenteel woont Perry Fowler in Charlotte en werkte hij samen met zijn vriend Melvin Jewett aan de opnamen van zijn debuutalbum “Perry vs. The Red Robot”. Jewett zorgde naast het drumwerk ook voor de opname van de cd waaraan ook “Keeping On” - een nummer dat samen met de groep “Sol Fonky” live werd opgenomen in de “Double Door Inn” - werd toegevoegd. Deze eerste plaat bevat zeven liedjes die Fowler zelf schreef en die voornamelijk op een akoestische manier te berde gebracht worden. Op het nummer “Lay” worden enkele instrumenten toegevoegd en dat draagt positief bij aan de kwaliteit van de song. “Type Of Girl” en “Recipe” zijn eerder bluesy en worden qua instrumenten met gitaar, mondharmonica en drums gepresenteerd. De stemvastheid van Perry Fowler kan nog verbeteren maar stoort toch nergens echt. Een andere goede raad van “ome Kaat” is dat hij de kwaliteit van de nummers zeker nog kan verbeteren door ze met een wat ruimere band te brengen. Nu zijn enkele liedjes nog te naakt. In principe heb ik daar nooit wat op tegen, maar hier vind ik toch dat ze wat meer aangekleed beter tot hun recht zouden komen.
(valsam)


 

ALVIN JETT & THE PHAT NOIZ BLUES BAND
HOW LONG
Website - Contact
Label: Music Avenue

 

 

Alvin Jett is al 25 jaar lang een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de St. Louis blues scène. Hoewel hij pas op zijn twintigste gitaar leerde spelen, leerde hij al vlug de finnesses van de bluesgitaar. Die leerde hij van de toenmalige bandleader van de groep waarin hij zijn eerste stappen in de muziekwereld zette, namelijk Tommy Bankhead en zijn Blues Eldorados. Wat later begon hij dan zijn eigen richting te kiezen, die van hardere Saint Louis blues. Hij ontmoette de saxofonist Frank Bauer die al een vijftal jaren zijn eigen band "Blues Atttitude" leidde, en het klikte meteen. Bauer was een fan van jazz en funk en zijn invloeden waren onder meer Dexter Gordon, Gene Ammons maar ook Maceo Parker en de tijdsgenoten uit Chicago Corky Blake en Dennis Lansing. Op deze "How Long" staan 15 zelfgeschreven songs van diverse bandleden, gaande van "high-energy rockers tot pure blues ballades en alles daar tussen in, doorspekt met de nodige humor in de teksten. De combinatie van Jetts vinnige gitaarsolos en Bauer's jazzy saxofooninterventies worden ondersteund door de hechte ritmesectie van Matt Davis op bas en de drums van Corey Woodruff. Wat Alvin Jett wat uniek maakt is het combineren van zijn band met de vroegere traditionele blues uit St. Louis en zijn moderne stijl van spelen, hierdoor vormt hij de verbinding tussen twee blues generaties, die van de jaren 70 en de hedendaagse. Met het harde, ritmische "Boogie To The Blues" wordt al dadelijk de toon gezet voor een werkstuk boordevol energie, dit klinkt als Hooker meets Canned Heat and Maceo Parker. Die boogie-drive gaat zonder dralen verder in "Ain't Been The Same", waar Alvin en Frank driftig tegen elkaar aan soleren en het tempo hoog houden. Dat tempo vertraagt slechts gedeeltelijk in de shuffle "How Long" met weer die mooie inter-actie tussen sax en gitaar. "Angels Sing The Blues" wat dan volgt is een soulvolle slow blues met een spotlight op Fank Bauer, maar ook Alvin toont zich hier als vocalist en gitarist van zijn allersterkste zijde. Begrijpelijk dat deze song een winnaar was in de categorie "Blues" op de Grammy awards, zeker een verdiende award. "Your Blues Ain’t Like Mine" en "My Baby’s place" blijven die slowblues lijn verder zetten voor even, De grappige Chinese melodielijn, het sensuele gekreun en de furieuze gitaarsolo op ’t einde maken van "China Doll" wel een heel aparte bluessong en het instrumentale "7-47 Central Time" heeft gewoonweg alles om het ideale funky thema te worden van een flitsende detective tv reeks. Toch moeten we wachten tot het einde van deze (lange) cd om het beste nummer te horen: "Down In The Delta", en vooral door de speciale geluidsmix is ’t nummer extra mooi, links een mondharmonica prominent op de voorgrond gemixt, rechts hetzelfde met een boogieënde slidegitaar, en midden daartussen een zingende Alvin met een koortje aangevuld met speciale geluiden, roepen, handclaps, lachen, fluiten enzovoort. Het resultaat is opzwepend, en dat hoor je ook in de studio, want het lachen, roepen en pleziermaken gaat nog een tijdje door als de muziek stopt. Als ze hun maar geamuseerd hebben, zegt men dan, wij in ieder geval wel!
(RON)