ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


DRIVE - BY TRUCKERS - BRIGHTER THAN CREATION'S DARK

JW ROY - JW ROY

MANTECA BEAT - MANTECA-LICIOUS

COLLIN CABLE - FROM THE ASH TREE

DEROMANTIC - DEROMANTIC

LOST COMPADRES - DENSE

STEVE EARLE - WASHINGTON SQUARE SERENADE

BIG WOODY - GOIN' HOME

STEVEN ZUNKER - WINDIGO

PHANTOM BLUES BAND - FOOTPRINTS


 

 

 

 

 

 

 

DRIVE - BY TRUCKERS
BRIGHTER THAN CREATION'S DARK
Website Myspace Contact
Label : New West Records
Distr: Sonic RendezVous

 

 

Na "Gangstabilly", "Pizza Deliverance", "Alabama Ass Whuppin'", brak de vanuit Athens opererende Drive-By Truckers zo'n zes jaar geleden door met het meesterwerk "Southern Rock Opera". Van meesterwerk gesproken, het achtste album "Brighter Than Creation’s Dark", hun nieuwe, kunnen we ook volkomen terecht als meesterwerk bestempelen, na hun eerder matige album "A Blessing And A Curse" uit 2006. Na deze plaat laste de band een pauze in om met verschillende solo-projecten te kunnen starten. Vorig jaar verliet songwriter-gitarist Jason Isbell de Truckers om een uitstekend solo-album op te nemen, een tot nu toe artistiek geslaagde solocarrière. Deze onderbreking heeft de Truckers blijkbaar goed gedaan, want het maakt niet uit dat Isbell weg is, ze zijn niet klein te krijgen en de nieuwe nummers zitten hen als gegoten. Wederom mengt de band op indrukwekkende wijze Southern rock met alt-country en hardrock en voegt het daar ook nog iets van zichzelf aan toe. De Drive-By Truckers zijn alshetware de cultuurdragers van het diepe Amerikaanse Zuiden in de rock 'n' roll. Met bassiste Shonna Tucker, die nu Isbell vervangt hebben ze een nieuwe troef. Ze debuteert als componiste met drie songs op deze overtuigende plaat die maar liefst 19 tracks telt en zo’n 75 minuten klokt. Sinds "Decoration Day" bestaat de band uit drie gitaristen/songschrijvers/zangers, waar dus nu geen verandering in komt met het trio Patterson Hood, Mike Cooley en Shonna Tucker, en mede daardoor behoren deze nummers op dit album tot de beste en gevarieerdste van de band. Patterson Hood, zoon van bassist David Hood uit de befaamde Muscle Shoals band en leider van de Truckers, schrijft zulke hartverscheurende verhalen die worden afgelost door fraaie portretten en zoete herinneringen. En dit naast loeiers van rocksongs waarin Mike Cooley grossiert. De terugkeer van John Neff zorgt niet voor onoverkomelijke hindernissen, zijn pedalsteel werk is samen met de befaamde orgel van Spooner Oldham, deels verantwoordelijk voor de frisse wind die door hun muziek waait. De synthese van rootsrock, countryrock en Southern rock blijft intrigeren en vermaken in de strijdvaardige rockers, zoals in de Patterson Hood-compositie "The Righteous Path" of de overstuurde rock in "3 Dimes Down", een nummer dat ons zoals ook "A Ghost To Most", sterk naar The Rolling Stones in véél betere tijden laat lonken. Na het stevige beukwerk is er altijd tijd voor een rustpuntje, zoals in de tranentrekkende plattelandspoëzie van het nummer "Bob" en het adembenemende "Daddy Needs A Drink", met de inbreng van Spooner Oldham gaat niet onopgemerkt voorbij. Maar ook in songs als "Checkout Time In Vegas" en "You And Your Crystal Meth" heeft deze legende hoe dan ook de hand in gehad. Cooley komt hier aanzetten met zeven prachtnummers, waarvan we naast het reeds vernoemde "Bob", "Lisa's Birthday", "Self Destructive Zones" en de countrystamper "Perfect Timing" bij de uitschieters mogen rekenen. Shonna Tucker levert steeds de perfecte backingvocals en van haar eigen songs kan de lijzige rocker "Home Field Advantage" ons het meest bekoren. Op "Brighter Than Creation’s Dark" overtreft de Southern rockgroep zichzelf, allemaal sterke songs, gepassioneerde zang en heel veel muzikaal vuurwerk maken ook het beluisteren van dit album weer een waar genoegen. Drive-By Truckers klinken veelzijdiger dan ooit tevoren, de melodieën zijn toegankelijker geworden voor een breder publiek, ze behoren gewoon tot het beste dat de Amerikaanse roots en rockmuziek momenteel te bieden heeft.


 

 

 

JW ROY
Website
Mail: info@monkeyman.nl
Label : Munich Records

 

 

 

Nederlandstalige muziek uit het Hoge Noorden van een rasartiest, JW Roy. Met dit titelloze album zorgt Jan Willem Roy voor een hoogwaardige opvolger voor “Laagstraat 443”, zijn vorige plaat die hij voor het eerst in zijn moedertaal had gebracht. Dat is hem blijkbaar goed bevallen want hij levert met “JW Roy” - zijn zesde soloplaat - een prachtplaat af met 11 liedjes waarbij hij telkens tekende voor de muziek en vaak ook voor de teksten. Op vier songs laat hij het schrijven van de teksten echter over aan zijn goede vriend Rick De Leeuw die wij vooral kennen als schrijver van gedichten en uit zijn tijd als frontman bij Tröckener Kecks. De Leeuw declameert eerst zijn gedicht “Mijn Vriend” uit zijn dichtbundel “Planeet Jeugd” waarna JW Roy diezelfde tekst als liedjestekst inzingt op een knap muzikaal bedje, overigens vocaal ondersteund door die andere Nederlandstalige zanger Guus Meeuwis. Een hoogtepunt en mooi vakwerk. JW Roy kennen we al sinds meerdere jaren als zanger van engelstalige, soulvolle songs op albums als “Round Here”, “Deeper Shades” en de akoestische soloplaat “Kitchen Table Blues”. Die soul kan je ook in enkele liedjes op deze plaat moeiteloos terugvinden. De overschakeling naar het Nederlands neemt niets weg van die intense beleving die JW Roy kenmerkt in al zijn liedjes. De echte emoties zitten knap ingekapseld in mooie songs als “Niet Alleen” en in het beklijvende “Tijd”. Een ander hoogtepunt op deze cd is alweer het resultaat van een eerder onverwachte samenwerking met Ilse Delange in het softcountry nummer “Ik Weet Dat Jij Er Bent” dat schittert door de vocale hoogstandjes van beide zangtalenten. Ook een pluim voor de alweer prachtige tekst van Rick De Leeuw. Op nauwelijks één heel klein tegeltje kan je de erg fraaie liefdesverklaring “Ik Blijf Bij Jou” helemaal uitdansen, dicht aangeschurkt tegen de golvende vormen van je geliefde. Romantiek en emoties van het hart zijn troef in de liedjes van JW Roy. Maar Jan Willem is van meerdere markten thuis. Zo beheerst hij ook het ietwat vlotter swingende genre perfect. “Om Me Heen” rockt vlotjes weg en de gitarensong “Is Het Echt” kan zo onze nationale radiozenders op. JW Roy houdt van optreden en biedt zelfs aan om bij u thuis in de living een akoestisch huiskamerconcert van 2 maal 40 minuten te komen geven. Hierbij mag je persoonlijke verzoeknummers aanvragen. Ik vermoed dat er daar vele nummers van deze cd zullen bij zijn. Dit jaar wordt Jan Willem Roy 40 jaar. De goede jaren kunnen daarmee aanvangen. Wij kijken er naar uit.
(valsam)


 

 

MANTECA BEAT
MANTECA-LICIOUS
Website Myspace Contact
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

 

Manteca Bay werd door Paul Klemperer opgericht om zijn muzikale roots terug te vinden. Paul is een meer dan uitstekend saxofonist, die thuis is in zowel Soul, Jazz , Blues en R&B. "Voor mij is toon, energie en expressie belangrijker dan de stijl": zegt Paul. Hij brengt dan ook een soort muziek die niet in een hokje te plaatsen valt, deze Texaan speelt sax met veel New Orleans invloeden, doorspekt met St Louis stijlelementen, New York Jazz en Cubaanse Salsa trekjes, een relaxte, laid back stijl, zoals je die hoort in rokerige late night jazz- en bluesclubs. Hij krijgt veel erkenning van collega's, de meeste staan vol bewondering voor zijn kunnen en aparte sound. Malford Milligan, de bekende vocalist uit Austin, Wayne Jackson van de Memphis Horns, beide noemden hem "The Man", maar sommigen laten het niet bij wat wierrook en bieden op deze cd hun welwillende medewerking aan. Zo zijn niemand minder dan de topgitarist James Hinkle, zangeres/bluespianiste Marcia Ball en de nieuwe ontdekking Seth Walker (nummer 1 in mijn jaarlijstje van 2007) op meerdere nummers van de partij. "I-10", de song die het rijtje van 14 nummers opent, is een swingde jump blues, met James Hinckle op gitaar en vocals en Marcia Ball aan de piano, en beide zijn ingrote doen, evenals Paul Klemperer die als een Junior Waker op sax, de soul injecties aanbrengt. Seth Walker is de gitarist op "Five Minutes More", terwijl Malford Milligan hier als een volleerd crooner de jazzy stem neerzet bij Paul's sax. Nog knapper is "I know You don't Love Me No More", de stem van Stanley Smith, die hier klinkt als Dr.John, een sfeervolle Hammond B3 en dan die hemels klinkende sax van Paul Klemperer, zorgen voor een prima Nawlins song met hier en daar Stax trekjes en datzelfde Muscle Shoals geluid krijgen we eveneens in het instrumentale "Take Your Time". De zwoele sax lijkt er tussen haakjes (to undress) bij te schrijven, want dit is een ideale ouderwetse strip instrumental, die sax tegen een langzame Jimmy Reed riff. Mooi. De traditional "Careless Love" brengt ons terug naar New Orleans in een sfeertje als in de beste Dave Bartholomew, Fats Domino traditie, een sax die me weer aan grootmeester King Curtis herinnert doet de rest. Uitstekende blues met weer Stanley Smith als zanger en op de klarinet, lange tijd bekend als topmuzikant bij Asylum Street Spankers, naast Wammo en Christina Marr, tot ziekte hem het toeren onmogelijk maakte. Blij hem hier terug aan 't werk te kunnen horen. Malford mag nog eens crooner spelen in het rustige jazz "Silver Bird", een taak waarvan hij zich prima kwijt, zo kenden wij hem nog niet. In de titelsong "Manteca-licious" is de sfeer plots heel anders, dit is een pure jazz instrumental en een eigen compositie, maar niet minder knap. Nog vreemder klinkt "Plus ça Change" een Afrikaans Suku ritme, een parlando tekst met chique frans accent, très speciale, très beau. "My Blue Angel", met Seth Walker nog eens op gitaar, lijkt zo weggelopen uit een Cab Calloway show, een lekker ouderwetse revuemuziek. Dat heerlijke Stax / Muscle Shoals soundje krijgen we weer opnieuw in de uitstekende zelfgeschreven instrumental "Make It All Right". Pianist Mark Goodwin zorgt daarna nog voor een onovertroffen jazzy zangprestatie in "I Don't Worry about A Thing". Als er iets is waar deze plaat genoeg van heeft is 't wel afwisseling want "Plus la même" is een Afrikaans klinkende instrumental, die van eigen hand is met wat invloeden à la Fela Kuti erin verwerkt. Om af te sluiten een jazzy "Hot Club de France" zigeunerritme in het overbekende "Please don't Talk about Me When I'm Gone". Zoals een paar kenners voorheen al zeiden: Paul Klemperer is the man, he has the sound!
(RON)


 

 

COLLIN CABLE
FROM THE ASH TREE
Website Myspace
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

In dezelfde muzikale omgeving als Jesse Malin en Ryan Adams, daar kan je deze jongeheer Collin Cable terugvinden en situeren. Zijn natuurlijke habitat is Dallas, Texas van waaruit hij zijn eerste groepje oprichtte onder de naam “Greater Good”. Voor dit project werkte hij samen met de Britse muzikant Graham Gouldman, die wij vooral kennen van zijn periode bij de succesvolle formatie 10cc en van de hit “For Your Love” die hij schreef voor de Yardbirds. Collin Cable was nog maar net 16 jaar geworden toen hij zijn eigen liedjes begon te schrijven en te zingen. Zijn vader John Cable was zijn muzikale voorbeeld als lid van de Nitty Gritty Dirt Band en van hem erfde hij de liefde voor folk-rockmuziek. Vorig jaar trok Collin Cable de studio in met producer Taylor Tatsch om zijn eerste solo-cd op te nemen die hier nu ter bespreking voorligt: “From The Ash Tree”. De twaalf songs op dit album zijn een blend van indie folk en pop, opgebouwd rond een sterke melodie en doorleefde en volwassen teksten. Zijn indrukwekkende live optredens tonen aan hoezeer Cable meeleeft met zijn liedjes en zijn muzikale loopbaan als performer. Ondanks zijn jeugdige leeftijd weet hij ontzettend goed intense emoties doorheen zijn liedjes te verweven. De meeste songs zijn traag van opbouw en beogen voornamelijk de nadruk op de inhoud van de songteksten te leggen. Toch zit er ook een behoorlijke portie rock in de nummers, zoals in “You’re Not The One”, “Girl From Across The Room”, de single “Damage” en “Invincible”. Maar op zijn allersterkst is Collin Cable in het echte singer-songwriterwerk. De ballads “From The Ash Tree”, “Courtship Calls”, de Ryan Adams look-a-like “Cover Me Up”, “Closer” en de gitaarsong “Something Big Goes Wrong” zijn uitermate geschikt voor beluistering bij schemerlicht. Onze favoriete song is echter “Certain Sounds” dat op een zeer emotionele wijze en met de nodige tremelo’s in de stem wordt gezongen. Ook “Welcome To Grey Morning” kabbelt verder op dezelfde emoties. Het debuutalbum “From The Ash Tree” bestaat uit een serie fraaie en toucherende liedjes die je zo’n jonge artiest normaal nog niet zou toedichten. Dat is absoluut een verdienste en een grote pluim op de hoed van Collin Cable die met zijn brede toekomstperspectief veelbelovend mag genoemd worden. Dat vraagt om snelle bevestiging via een goede opvolger.
(valsam)


 

DEROMANTIC
Website Myspace
Contact 1 Contact 2
Label : Familiar Music

 

 

De Canadese artiest Steve Puchalski droomde ervan om zoals zijn held Kris Kristofferson liedjes te schrijven en films te maken. Hij speelt al een tiental jaren in tv-commercials en in Toronto werkte hij intensief aan zijn debuutalbum dat eind 2007 titelloos gereleased wordt onder het groepsnaam-pseudoniem Deromantic. Dat is een bijzonder knappe cd geworden met twaalf zelfgeschreven liedjes die bulken van melodie, romantiek en uitstekend zangwerk. Zijn beste vriend en multi-instrumentalist Jesse Laine stond Puchalski bij in de studio voor de opnames en voor de productie van het album. Het label Familiar Music is trouwens eigendom van Puchalski en zijn vrienden Megan Hamilton, Shelby Lamb en Gary Peter (die ook allemaal mogen meedoen op deze plaat) en heeft als doel goede muziek een eerlijke kans te geven. De stijlen die worden beroerd in de nummers kan je omschrijven als folk, country, pop en soul. De wat hese baritonstem van Steve Puchalski brengt de poëtische verhalen op een emotionele wijze, verhalen over gebroken harten en liefdesverdriet, maar ook hoopvolle, passionele en ambitieuze beeldspraak. Een eerste keer wordt me de keel toegeknepen met de hartverscheurende ballade “Ephedrine Days” die me even aan Mark Lanegan en Richard Hawley doet denken en die de zeer mooie stem van Steve Puchalski in volle glorie op je loslaat. Hij houdt echter ook wel op tijd en stond van een stevige rocksong zoals blijkt in “Under City Lights”, “Please Forget” en “Drunk & 35” dat gelijkenissen vertoont met een swingende Ryan Adams. Wat opvalt is dat deze artiest ontzettend veel moeite gedaan heeft om zijn liedjes te voorzien van een ijzersterke onderliggende melodie die stuk voor stuk een serieuze meerwaarde aan de nummers verleent. Zijn gitaarspel en de pianoklanken geven een bijzonder jazzy tintje aan het nummer “Dusty Suit”. “Easy There, Chico” is een instrumentale gitaarsong die uitermate geschikt lijkt voor één of andere spaghetti-westernfilm. In de meer countrygetinte songs speelt pedal steel en Hammondorgel meestal een hoofdrol. Bij de betere songs selecteerden we “Ephedrine Days”, “Thousand Dreams”, de donkere en haast depressieve folksong “Coward’s Serenade” en “Mood Lights”. “Deromantic” is zeker een geslaagd debuut te noemen en ik heb zo een vaag vermoeden dat we in de volgende maanden en jaren nog veel meer van deze Steve Puchalski zullen gaan horen.
(valsam)


 

 

LOST COMPADRES
DENSE
Website
Label: Buntspecht
VIDEO

 

Ergens in 2003 , kwamen vijf muzikanten uit de omgeving van Wenen samen die allemaal met hun indivduele projecten gestopt waren, en alle viijf één gemeenschappelijke wens hadden, echte muziek maken: rootsmuziek met invloeden uit het alternatieve country en het Americana milieu, iets wat in Oostenrijk niet zo voor de hand liggend is. Maar ze begonnen met repeteren en het klikte dadelijk. Met een repertoire bestaande uit covers van mensen als Townes Van Zandt, Guy Clark en andere singer songwriters die relatief onbekend waren in Oostenrijk werden optredens gedaan, met groot succes, en ze werden zowat de ambassadeurs van de Americana in Oostenrijk, met gevolg dat ze begonnen met het schrijven van hun eigen songs. Nu is hun debuut er, met enkel eigen materiaal. Het hoofdaandeel van de songs is geschreven door Robert Tauber, de gitarist en voornaamste zanger van Lost Compadres. Ook Phlo Kraemmer, multi instrumentalist en zanger schreef een aantal nummers, terwijl bassist Kurt Schmutzer ook een song bijdroeg, en nog ééntje op naam van hun drieën staat. Dat hun roots ver van de States liggen is echter nergens te merken, want deze eersteling is een afwisselingsvolle en boeiende rootsplaat geworden. De titel van hun debuut "Dense" omschrijft 't prima, dit is een hecht geheel geworden. "Sunday Pickin" is een mooie goodtime song over de geneugten van een doodgewone zondag op het platteland, wel ergens in Texas en niet in Wenen. Ook "Broken Love", een hartenbreker, genre "Take It Easy" van het Eagles debuut, verwerkt heel wat staten van Amerika in zijn tekst. De onmiskenbare Johnny Cash sound komt boven in 't sterke "Find Myself". Wanneer de sfeer meer naar het echte singer-songwriter werk verschuift, zoals in "So Much Between Us" en het daarop volgende "Full Moon", merk je pas dat deze jongens het genre volledig onder de knie hebben. Sobere ingetogen songs, die echter van begin tot einde weten te boeien. Afwisselingsvol zei ik ... na deze twee dromerige songs vliegen ze er volop in met de stevige rootsrocker "My Family", een uptempo song vol ritme. "Frank" is misschien wel de apartste song op "Dense". Met een als een coyote jankende pedal steel en een stemgeluid dat wat herinnert aan Chris Isaak en Buddy Holly tegelijkertijd. Een speciale vermelding nog voor de geslaagd treinsong die ook op de sound van de "Man In Black" geinspireerd is: "L & N Blues".
(RON)


 

 

 

STEVE EARLE
WASHINGTON SQUARE SERENADE
Website - myspace
Label: New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

Steve Earle werd op 17 januari 1955 geboren in Fort Monroe Virginia. Op jonge leeftijd verhuist het gezin naar San Antonio Texas waar Steve opgroeit. Hier ontmoet hij voor het eerst Townes Van Zandt en Guy Clark, van onschatbare waarde voor een beginnend singer-songwriter maar geen goeie opvoeders. Hij debuteert op Guy Clark’s klassieke album "Old No 1" als achtergrondzanger en speelt zelf voornamelijk rockabillynummers met zijn band The Dukes. Voor Nashville is deze muziek te ruig en derhalve lukt het hem niet om een platencontract te krijgen. Ondertussen zijn er al vele cd's van Earle verschenen en is hij ook het levende bewijs dat er in het zuiden van de States niet alleen godvrezende boeren wonen die kritiekloos de regering Bush napraten. Nee, hij heeft zich de afgelopen tijd ontpopt als een soort muzikale Michael Moore die zijn muziek gebruikte als vehikel voor zijn politieke boodschap: het wippen van Bush en het afschaffen van de doodstraf. Maar goed, op deze manier maakt Earle niet alleen maar vrienden maar ook muziek met een politieke boodschap hetgeen zeer duidelijk te horen was op zijn vorige albums "Jerusalem" (2002) en "The Revolution Starts Now" (2004). Ondertussen is Earle ook de echtgenoot van Allison Moorer geworden en om zijn onderhoudsgeld voor zijn vorige vrouwen te kunnen betalen verscheen er zopas een nieuw studioalbum "Washington Square Serenade", en neemt onze ruwe-bolster-blanke-pit wederom geen blad voor de mond, al is deze plaat niet zo politiek geladen als zijn voorgangers. Zoals "Washington Square Serenade" reeds doet vermoeden, woont Earle tegenwoordig in de altijd hippe New Yorkse wijk Greenwich Village, alwaar hij een nieuw platencontract tekende met het New West-label. Opgenomen in de Jimi Hendrix’ gerenommeerde Electric Lady studios en geproduceerd door Dust Brother John King (Beastie Boys, Beck, The Rolling Stones), is er op deze twaalfde studioplaat, twintig jaar na zijn debuut "Guitar Town", extra aandacht besteed aan de ritmiek. Zoals in het nummer "City Of Immigrants", waarin hij op een treffende wijze het Amerikaanse immigratiebeleid aan de kaak stelt, is opgenomen met het hippe Braziliaanse combo Forro In The Dark. John King slaagt in deze song door toevoeging van Braziliaanse ritmes, dit nummer van een wat scherper randje te voorzien. Maar naast deze Zuid-Amerikaanse ritmes flirt Earle in andere songs eveneens met hiphop ritmes ("Satellite Radio") als met countryrock ("Jericho Road") en folk ("Sparkle And Shine"). Allison Moorer is één van de gasten op het album, en is te horen op de track "Days Aren't Long Enough", een nummer dat ze schreef met haar levensgezel en deze lovesong is volstrekt de uitschieter van de elf eigen songs en een knappe versie van Tom Waits’ "Way Down The Hole". "Washington Square Serenade" is niet zo spectaculair als zijn voorgangers, meer persoonlijk dan politiek, maar wel uitzonderlijk sympathiek vanwege de nieuwe wegen die Earle in slaat. Zolang er ergens ter wereld onrecht is, zal Steve Earle cd's blijven maken. "Washington Square Serenade" is alweer een reden om onze troubadour te blijven koesteren, want dit is echt vakwerk!

Steve Earle (& Allison Moorer) LIVE
31 jan Amsterdam NL Paradiso
1 feb Rijssen NL, Lucky
2 feb Gent, Handelsbeurs


 

 

 

BIG WOODY
GOIN' HOME
Website Cdbaby

 

 

Chicago blues, Memphis soul, R&B en funk geinspireerde blues: drummer Big Woody draait er zijn hand niet voor om, met een puike band, bestaande uit Eugene Smiley, Sr. : gitarist & background zanger, Dewey Rucker : alt & tenor sax, , Bobby Adams : drums, Jason Goudeau : trombone, Kevin Hoover : trompet, James Gilbert : bass, lead & background zang en "Memphis" Mike McDaniel / lead gitaar extra-ordinaire. Met als grote voorbeelden de bebop jazz drummer Max Roach die augustus vorig jaar stief en saxofonist Gene Ammons, Willie Dixon in de blues en soul groten als Sam Cooke en Jerry Butler, merk je wel dat "Big" een uitgebreide interessesfeer heeft. Al dadelijk in het eerste nummer hoor je zonder de bezetting te moeten raadplegen, wat Big Woody doet voor zijn beroep, de drums zijn ostentatief aanwezig op de voorgrond en leggen samen met de bas een funky bluesbeat neer in "Help Me" . Heel wat traditioneler gaat 't er aan toe op de slepende blues - klaagsong "Blues This Morning". "I Believe" met flarden Albert King gitaar of "Ooh Baby" met zijn melodielijn die wat aan "634-5789" herinnert van Wilson Pickett. Een knappe soulsong is "People Are Talking", waar James Gilbert laat zien een sterke soulstem te bezitten. In "Please Come Back Home" kan gitarist Mike Mc Daniel zich volledig uitleven, spijtig echter dat dit gewoon "Honest I Do " van Jimmy Reed is met een andere tekst. "A Real Good Sign" is "Some kind of Wonderful" van Grand Funk Railroad lichtjes aangepast, en zo gaat het nog even door, ook de volgende songs heb je al wel ergens met een andere titel en tekst tegengekomen. Versta me niet verkeerd, dit (korte cd'tje) is goed gebracht, vooral de soulsongs erop zijn vrij sterk, maar op de cd staat dat Eugene Smiley alle nummers geschreven heeft maar de meeste songs lijken me te erg op bekende songs, dan lijkt een cover me toch beter. Ere wie ere toekomt. De sticker op de hoes met "Have You Had your Woody Today?" is wel grappig. No morning without! Ik hoop voor jullie hetzelfde, mannen.
(RON)


 

 

STEVEN ZUNKER
WINDIGO
Website
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

Country en folk in zijn meest alternatieve vorm. Dat is zowat de muziek die "Windigo", het debuut van Steven Zunker uit Kentucky, bevat. En Steven doet het allemaal heel alleen, alle instrumenten en de stemmen op de 12 songs van deze plaat. Hij schilderde zelfs de smaakvolle hoes. Een multitalent dus, da’s wel het minste wat je kan zeggen. Ook de songs zijn zowat schilderijtjes met geluid. Tegen een achtergrond van piano, akoestische gitaren en wat ijl klinkend keyboards komen zijn intrigerende sfeervolle composities als gotische geluidstaferelen te voorschijn. Zijn invloeden zijn divers, Ryan Adams, maar ook Bonnie Prince Billy, maar het meest overeenkomst hoor ik met een band als Woven Hand. Een erg mooie song is "Australian Wine" net als de traditional "Wayfaring Stranger", de enige niet zelfgeschreven song, die we ook kennen van onder meer de Lecroy Sisters en de Barnstormers. Windigo is net als de Yeti, Bigfoot of Beowulf een soort half mens, half dier volgens de legendes van de eerste inwoners van Ontario, maar het geeft ook de angst aan van de mensen die ooit in een woud verdwaalden, het is een feit, dat als je de Windigo ooit ontmoette, echt of in je verbeelding je nooit nog dezelfde zult zijn. Die desolate sfeer omgeeft soms de teksten en de sound van Steven Zunker, luister maar naar The Magistrate: "Nobody ever falls alone, shadows can stay inside for long", zingt Steven tegen een dreigende achtergrond. "Carry On" of "The Man Of Meung" ademen ook die sfeer, soms ijl als berglucht, even later dreigend als naderend onweer, met teksten die je nooit echt zult doorgronden. Meteen de meest aparte en "eigenzinnige" plaat die ik ’t laatste jaar mocht bespreken, vol onverwachte wendingen. Deze Windigo is net als die uit legendes, eens hij je pad kruist, ben je nooit nog dezelfde, want deze intrigerende plaat blijft je achtervolgen, en hij blijft groeien, net als die reuzen uit het bos, de Windigo. Voor hen die houden van het onvoorspelbare en aparte, een aanrader.
(RON)


 

 

 

PHANTOM BLUES BAND
FOOTPRINTS
Website myspace Contact
Label: Delta Groove Productions
Distr.: Coast to Coast

 

 

 

De Phantom Blues Band bestaat uit muzikanten die hun sporen verdienden bij grootheden als Bonnie Raitt, Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, B.B. King, Andrew Tosh, Eric Burdon, Smokey Robinson, Buddy Guy en the Rolling Stones. Maar deze band is een soort bluesband waarvan hun meeste invloeden te vinden zijn bij maar één legende nl. Taj Mahal, want deze band heeft reeds tweemaal een Grammy Award gewonnen als 'Best Contemporary Blues Album' ("Senor Blues" in 1997 en "Shoutin’ In Key" in 2001) en in 2001 de W.C. Handy Award als 'Band Of The Year' en die allemaal met Taj Mahal, die op hun album "Out Of The Shadows", maar even te horen is op harmonica in het krachtige Sam & Dave-stijl gebrachte "I Only Have Love". Wat hier aan vooraf ging, zijn vele optredens op grote festivals in Europe, Japan en Australia als de backingsproep van Mahal. The Phantom Blues Band released hun eerste cd "Limited Edition" in 2003, gevolgd door het reeds vernoemde "Out Of The Shadows" (2006), en nu één jaar later kunnen liefhebbers van onvervalste R & B hun oor best eens te luisteren leggen bij "Footprints", hun tweede plaat bij het Delta Grove label. The Phantom Blues Band bestaan voornamelijk uit succesvolle sessie muzikanten, producers, componisten, arrangeurs, ... allemaal leden die stuk voor stuk hun sporen ruimschoots verdiend hebben. Buiten keyboardist/vocalist Mike Finnigan (Jimi Hendrix, Stills and Nash, Dave Mason, Etta James, Dr. John, Carlos Santana) bestaat de band uit gitarist/vocalist Johnny Lee Schell (Bonnie Raitt, Taj Mahal, Ron Wood, John Fogerty), bassist Larry Fulcher (Smokey Robinson, The Crusaders), drummer Tony Braunagel (Eric Burdon, Rickie Lee Jones, Bette Midler, Bonnie Raitt) en onze vrienden van de The Texacali Horns, saxophonist Joe Sublett (The Cobras, The Rolling Stones, Bonnie Raitt, Little Feat, B.B. King) en Darrell Leonard (Delaney and Bonnie, Dr. John, Little Feat, Glen Frey, Henry Mancini, The Rolling Stones, Solomon Burke). Iedere muzikant brengt in de band zijn soulvolle sound die hij door de jaren heeft weten te vergaren, gaande van Memphis Soul tot New Orleans Funk, van blues naar swing, en veel meer zelfs. Op het nieuwe album spelen ze naast vier originals, hoofdzakelijk covers van artiesten als o.a. Freddie King, Rufus Thomas en Ray Charles, maar dan zo gebracht dat de meest swingende rhythm & blues echt hun handelsmerk is, de muziek die The Phantom Blues Band zo groot maakt. De band weet duidelijk de bluessound van de jaren '50-'60 terug te doen herleven en weet daardoor een zekere meerwaarde aan deze plaat te geven, mede ook door de aanwezigheid van drie vocalisten die afwisselend de nodige impulsen geven. The Phantom Blues Band maakt muziek die kan worden omschreven als een energieke en meedogenloze mix van blues, funk, soul, R & B, gospel en jazz. Dertien songs worden met passie gespeeld en met emotie gezongen met als uitschieters: de R&B-song "Leave Home Girl" van Earl Randle, een nummer dat we hier in een meer reggae versie kunnen van genieten. Maar ook een nummer "When The Music Changes" geschreven door Tony Braunagel en Larry Fulcher heeft eveneens zo'n Jamaica-gevoel. Ook "Barnyard Blues" is een eigen nummer en misschien wel het absolute hoogtepunt, en dit voonamelijk door de uitmuntende blazerssectie. Maar luister ook maar eens naar het soulvolle "Chills And Fever", een song gezongen door Finnigan, de Ray Charles R&B-ballade "A Fool For You", het relaxte "A Very Blue Day", een meer jazzy nummer met een prachtige trompet solo van Darrell Leonard, en de betere uptempo-blues vinden we in Freddie King's "See See Baby", met hier dan een sax solo van Sublett naast Johnny Lee Schell die hier als gitarist de aandacht naar zich toe trekt. "Footprints" heeft alles wat de muziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten zo bijzonder en opwindend maakt. Bezwerende soul, doorleefde blues, dampende funk en rhythm & blues die New Orleans in de oude glorie doet herleven. Beter dan dit hoor je dit soort muziek momenteel echt niet. The Phantom Blues Band had er natuurlijk wereldberoemd mee moeten worden, maar recht bestaat niet in de muziekwereld. Ons respect en waardering verdient deze band zonder meer.