ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


ALLAN THOMAS - MAKING UP FOR LAST TIME

STEVE STACEY & THE STUMP SPLITTERS - TALL TALES, FIBS & OUTRIGHT LIES

DAVE LIONELLI - ACID FOLK

THE SLAMMERS - JIVE TIME

FRED EAGLESMITH - LIVE BELOW SEA LEVEL (DVD)

WILY BROTHERS - WILY BROTHERS

J.T.LAURITSEN & THE BUCKSHOT HUNTERS - SQUEEZEBOXING

CLAUDE HAY - KISS THE SKY

STACY MITCHHART - GOTTA GET THE FEELING BACK AGAIN

NO BARBERS REQUIRED - HARD TO HOLD ON TO




ALLAN THOMAS
MAKING UP FOR LAST TIME
Website
Label: Black Bamboo Records
Cdbaby

 

 

Muziek die als een briesje door je kamer blaast. Zet een raam open en weg is ze. Gelukkig kun je steeds opnieuw genieten van dit kwikzilveren lichtgewichtje van Allan Thomas. Bescheiden naam, geen foto als cover, alleen een hemelsblauw hoesje met een paar surfers tegen een vloedgolf. De singer/songwriter Allan Thomas uit Kauai, een eiland uit de Hawaii - archipel, (ook bekend als het "Garden Isle" is van vulkanische oorsprong), brengt met "Making Up For Last Time" zijn vierde cd uit. Net zoals op de eerdere albums speelt Thomas op een unieke manier gitaar en percusie en weet hij er veel bijzondere geluiden uit te halen. Allan Thomas kan dan ook gezien worden als het brein achter zijn eigen persoon. Natuurlijk doet hij niet al het werk alleen, want op hulp kon hij rekenen uit vele Kauai's muzikanten, waaronder Graham Nash die we maar even horen als backing vocals in "Ray Of Hope", maar ook Tris Imboden (Chicago/Kenny Loggins/Al Jarreau) op drums, Jimmy Johnson (James Taylor) op bas, Bryan Kessler (Hawaiian Style Band) op gitaar, Michael Ruff (Bonnie Raitt/Randy Brecker) op keyboards & backing vocals, Ken Emerson (Jackson Browne/Todd Rundgren) op slide & lap steel, Kirk Smart (Donald Fagen) op gitaar, mandolin & lap steel, Anjela Rose (backing vocals) en JP Allen op harmonica zijn hier afwisselend van de partij. Er heeft een duidelijke groei plaatsgevonden in de periode na het vorige album, "Coconut Culture" (1996) zijn tweede cd voor het Black Bamboo label, want op zijn nieuwe album brengt Thomas veel meer emotie over in zijn liefde voor de ingenieuze muziek van deze eilandengroep en kan hij soms door enkele tonen enorme droefheid laten doorklinken. De meeste songs gaan over puurheid. Een gegeven waar Thomas op zoek was en dat hij niet kon vinden in het dagelijkse leven in New York City. Daarom vertrok hij naar deze eilanden rond Hawaii zodat hij zich kon ontdoen van alles wat de moderne mens bezig houdt en alles wat ons zo verontreinigt in deze industriële wereld. Allan Thomas slaagt er wederom in een album neer te zetten dat bol staat van strak geregisseerde en precies geproduceerde juweeltjes. En toch voel je de emotie en leef je met deze man mee als hij je vertelt over zijn pijn, de liefde en datgene wat hij mooi vindt. Hij klinkt eerder hoopvol en oprecht. Nee, dit is niet de zoveelste clichématige singer/songwriterplaat. Allan Thomas presteert het om prima songs te maken, in die geweldige sixties-stijl. Steely Dan en Crosby, Stills, & Nash druipen er dan wel van af, maar zij zouden het hem niet kwalijk nemen. Gelijkenissen met meerstemmige mooie liedjesmakers zijn er dus volop, maar nergens staan deze de eigenheid van Allan Thomas in de weg. Met "Making Up For Last Time" creëert hij een knusse huiskamersfeer, waarbij de nadruk van het songmateriaal komt te liggen op zijn favoriete band, het invloedrijke Crosby, Stills, & Nash.




 

STEVE STACEY & THE STUMP SPLITTERS
TALL TALES, FIBS & OUTRIGHT LIES
Myspace
Label: Carp Road Records

 

 

De Canadezen lijken onstuitbaar momenteel. Uit Ottawa meerbepaald komen deze jongens, Steve Stacey & The Stump Splitters. Wat een naam, ja, een Stump Splitter is een landbouwgereedschap om boomstronken te verwijderen uit een terrein, een gereedschap dat waarschijnlijk in de Canadese bossen even normaal is als hier een grasmachine of een snoeischaar. Zeg je landbouw dan denk je natuurlijk aan country, en dan denk je goed, want country is wat Steve Stacey brengt. Denk je een niet te stemvaste Bruce Springsteen in, met rugdekking van behoorlijk wat pedal steel en twangy gitaren en je hebt Steve Stacey & The Stump Splitters. Wel een sympathiek gezelschapje dat het nergens zo nauw mee neemt en dit cedeetje in een ontspannen, losse country party sfeertje laat baden. Daardoor neem je het zelf ook niet zo nauw met het feit dat Steve soms vocaal lichtjes de mist ingaat, net als bij Doug Sahm een valse noot erbij hoorde vanwege de spontaniteit. De teksten zijn spitsvondig en “tongue in cheek” en toveren regelmatig een glimlach op je lippen. “Dirty Little Mind” met zijn mandolines heeft bijvoorbeeld veel van de Asylum Street Spankers in zich. De opname is onderverdeeld in drie thema's: “Tall Tales” dat vier songs bevat, “Fibs” met vijf songs, en twee songs maken het laatste hoofdstuk af: “Outright Lies” getiteld. Van meerdere vrolijke drinking songs zoals ”Whiskey”, “Reasons” en “Kentucky Bourbon” tot ietwat diepzinnigere, droevigere songs zoals het verhaal van de terechtstelling van “James Parick Whelen”. De twee songs op “Outright Lies”, hoofdstuk drie om het zo te noemen, lijken me live opnames en unplugged, waarschijnlijk wel in de studio maar in alle geval in één take opgenomen, meer vertellend dan gezongen. “My Buck Owens Record” bijvoorbeeld, een humoristisch pleidooi voor de eenvoud van de platenspeler dat wat doet denken aan Jonathan Richman’s werk. Pretentieloze countrygetinte verhalen over drank, vrouwen en autos, deze plaat moet wel een succes worden bij het mannelijke publiek. Steve Stacey en zijn Stump Splitters verdienen het in alle geval met hun alternatieve en tegelijkertijd toch traditionele countryplaat.
(RON)




DAVE LIONELLI
ACID FOLK
Website - Myspace
Mail : dave@davelionelli.com
Label : Tiny Lion Records
CD-Baby

 

 

Een werkstuk van lange adem mag je “Acid Folk” van Dave Lionelli zeker noemen. Hij heeft zowat twee jaar aan dit album gewerkt in zijn eigen studio in Alameda, Californië. De cd bestaat uit 14 songs die een mengeling zijn van traditionele folk, country en rock’n’roll met als smaakmaker een snuifje soul. Al van in 2003 speelde hij live concerten met The Butter Band voor de lokale bevolking in San Francisco Bay. Dave Lionelli kreeg op 9-jarige leeftijd zijn eerste gitaar en groeide op in Connecticut alvorens naar Californië te verhuizen in 2000 waar hij gedurende zijn lange muzikale carrière op het podium stond met o.a. Crosby, Stills & Nash, Santana, Elvis Costello en Steve Winwood. Tussendoor speelde hij ook nog in twee groepen: een funkbandje genaamd Zigaboo Modeliste & The New Aahkesstra en in een rock-reggaegroepje dat Jethro Jeremiah Band heette. In 2004 stelde hij zich voor het eerst solo voor via een demo-album “There’s A First Time For Everything”. De 2007-release “Acid Folk” is zijn eerste full-cd en een unieke gelegenheid om zijn eigen talenten tentoon te stellen aan het brede publiek. De diversiteit in de liedjes is het eerste wat opvalt bij de beluistering van het album. “The Gala Affair” opent de rij in een modern jazzy kleedje met de opvallende aanwezigheid van een Hammondorgel waarna “Condemnation” de horizonten van countrypop verkent. Akoestische funkgeluiden hebben dan weer de bovenhand in “(Stuck Inside A) Glass Cage”, R&B-soulklanken vullen het leuk voortkabbelende “Be With Me” en afsluiter “The Great White Wail” is moderne rockabilly. Ook “Do We Really Need It?” leunt aan bij de moderne jazz en in “Happy Birthday Little Brother” en “Never Bothered To Try” gaat hij zelfs volledig akoestisch op gitaar. Misschien ligt in die grote diversiteit ook wel een klein probleempje omdat een luisteraar vaak niet dezelfde mate van interesse betoont voor al de verschillende genres die Dave Liondelli op dit album etaleert. Maar hij toont wel onomstotelijk aan dat hij die genres beheerst en songs kan schrijven in elke categorie. Laat dat dan meteen de belangrijkste verdienste zijn van “Acid Folk” en Dave Lionelli.
(valsam)


 

THE SLAMMERS
JIVE TIME
Website
E-mail: theband@slammersmaxjive.co.uk
Label: El Toro Records

 

 

EL Toro records, het label bij uitstek voor de rock 'n roll, rock-a-billy en jive blues fans, heeft in die laatste categorie een nieuwe release. The Slammers is een band die nu drie jaar bestaat. Zij begonnen in 2004, in feit kwam het idee van twee leden van de vroegere band Alabama Slammers, bassist Neil en pianist Claire, zij ontmoeten 2 leden van de Jive Cats, drummer Gary en gitarist Scott, zij zochten nog wat saxofonisten via een advertentie, en twee prima krachten werden gevonden bariton sax, harmonica en zang nam James voor zijn rekening en de alt en tenor sax was voor Big Man Scott. Het klikte meteen mooi in mekaar en er werd vlijtig gerepeteerd. Spijtig genoeg kon James door drukke werkzaamheden niet in de groep blijven, hij werd vervangen door de nieuwe gitarist Smokin Bob en de saxofonist Andy, die met zijn Sam Butera act de show tot grotere hoogten bracht. In 2007 kwamen er nog een trompetist en trombonespeler bij en het belangrijkste, de overstap van hun platenlabel dat hun aan hun lot overliet naar het professionele El Toro label. Het gevolg is deze "Jive Time!" en een nieuwe te verwachten live CD, opgenomen op het Warrington Blues Festival. Wat brengt "Jive Time!" ons? Wel, wat de titel ons belooft, Jive Time van begin tot einde, covers van de klassiekers van het genre, sommige overbekend, maar ook wat minder bekende parels. Niemand zat echt te wachten op Louis Prima's "Buona Sera "of "Just A Gigolo" denk ik, alhoewel prima nummers, maar "She Walks Right In" en "Good Mornin' Judge" of "5 Months, 2 Weeks, 2 Days" maar zeker "Stagger Lee" zijn allemaal nummers die dat Louis Jordan, Roomful Of Blues gevoel bovenhalen. Een kleine bemerking echter, al is die wel erg persoonlijk, dat besef ik: er waren reeds vele personeelswissels, maar ik mis in deze band nog een gitarist die wat op de voorgrond treedt. De Jivers zouden er mijn inziens baat bij hebben, het zou wat afwisseling brengen tussen al die blazers. Voor de rest: "Keep on Slammin'" Jivers, euh, ik bedoel "Keep On Jivin'', Slammers!
(RON)


 

FRED EAGLESMITH
LIVE BELOW SEA LEVEL (DVD)
Website
Label: Cobraside
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

Het lijkt wel een ware Canadese invasie van Canadese singer-songwriters. Ze overspoelden de Europese markt met, zoals ik onlangs hoorde, Canadiana Roots Muziek. Ik zal een lijstje onthouden maar neem van mij maar aan dat ze op het moment ontelbaar zijn. En van de grondleggers van de Canadese Roots invasie is ongetwijfeld singer-songwriter Fred Eaglesmith. Fred trekt zich al meer dan twintig jaar van niemand iets aan en gaat onvermoeibaar verder met het uitbrengen van eigenzinnige albums, maar ook DVD's. Eaglesmith's nieuwe DVD "Live Below Sea Level" die we nu krijgen voorgeschoteld is daarop beslist geen uitzondering. Na de twee voorgaande DVD's, een documentaire "There Ain't No Easy Road" die Huib Stam in 2002 over Eaglesmith maakte (verslag van Eaglesmith's eerste bezoek aan het Friese kerkdorp Schraard waar veel Elgersma’s vandaan komen, zoals zijn opa, die in 1939 Friesland voor Canada verruilde) en een solo-registratie "The Small Beers Tour" uit 2005, een DVD die twee concerten van Eaglesmith in Nederland vertoont, bewijst hij wederom dat zijn fanschare opvallend groot is met "Live Below Sea Level", want deze DVD is opgenomen in Haarlem en Spijkerboor. De liedjes van Eaglesmith zitten vol met stakkers die te maken krijgen met mislukte liefdes of verlies van hun inkomen, en met slimme boeren. Het zijn in feite allemaal korte verhalen, vol met onbetrouwbare vertellers en onverwachte wendingen. Veel van zijn liedjes hebben betrekking op machines en voertuigen als treinen, tractors, vrachtwagens, auto’s en motoren. Het plattelandsleven, de teloorgang van de kleine boerenbedrijven, honden, wapens, drank en het harde bestaan als boer zijn andere thema’s in zijn werk. Luister maar naar het warm openende "18 Wheels", waar Eaglesmith je mee neemt naar de snelweg, meteen het eerste nummer van de dertien die opgenomen zijn tijdens het Roots Of Heaven festival in Haarlem naast een viertal aanvullers van het concert in Spijkerboor, waarvan het afsluitende "Indian Motorcycles" ook aanleunt bij deze eerste song. Eaglesmiths band heet The Flying Squirrels of The Flathead Noodlers. Beide bands hebben dezelfde leden, maar spelen verschillende stijlen. The Flathead Noodlers spelen bluegrass, terwijl The Flying Squirrels meer folk en rock spelen. Willie P. Bennett, die 25 jaar mandoline speelde in de band, moest zich na een hartaanval in mei 2007 terugtrekken. Eaglesmith wordt in deze zeventien songs naast cult-held Bennett bijgestaan door Kori Heppner op drums en Luke Stackhouse op contrabas. Tussen de liedjes vertelt Eaglesmith amusante verhalen, waarin vaak zijn typische plattelandshumor zit verwerkt. Sommige critici noemen hem daarom een country-cabaretier. Met klassieke songs als "Spookin’ The Horses", "White Trash", "Alcohol And Pills" en "49 Tons", of het innemende "Tired", één van de vele sterke momenten hier, wordt pas goed duidelijk dat de unieke muziek van Fred Eaglesmith een genre op zich is. Al is de beeldvoering op deze DVD eerder sober, blijft Fred Eaglesmith een uitstekend voorbeeld van het proto-type singer songwriter en dergelijke optredens mogen dan ook gekoesterd worden. Een must natuurlijk voor Eaglesmith's fanatieke fans die in Nederland Fredheads worden genoemd en die - als het enigszins mogelijk is - alle optredens bezoeken.


 

 

WILY BROTHERS
Website
Myspace
Email: wily@wilybrothers.com
Cdbaby

 

 

Hun familie moest hen een half jaar missen, want onder de naam de Wily Brothers trokken de jongens zich maandenlang terug om zich zolang op hun debuutalbum voor te bereiden voor opname in de eigen Stillville Studio. De muzikanten uit Stillwater Oklahoma vonden elkaar in 2006 in hun drive om een band uit de grond te stampen die onafhankelijk van platenmaatschappijen zijn eigen weg kon bewandelen. Die weg is duidelijk geplaveid met een mix van stevige rock en wat countrystuf met de gitaren en mandoline als cement. Aanvankelijk denk je dat Yo La Tengo van leer gaat, want de gitaren van Mark Vaughan en Randy Hornberger klinken behoorlijk gruizig en de ritmesectie schuurt er hitsig tegenaan. Maar Mark Vaughn kan ook soulvol zingen en schreef daarnaast lyrische teksten, sommige samen met Hornberger. De Wily Brothers zijn met vier. Naast drummer Larry Hyde vervoegde ook de jonge Texaan en bassist Brad Tatum de band. Sindsdien treden zij vooral in de weekends op en hun eerste cd is een onafhankelijke productie. Elke muzikant afzonderlijk draagt bij tot die groepssound die het midden houdt tussen rock, punk, Americana en countrysoul. De lapsteelgitaar en de vocalen van Mark en Randy voegen er een ranchgeluid aan toe dat soms aan de Nitty Gritty Dirt Band doet denken, maar alle songs klinken origineel. In ‘Set Me Free’ versterken stem en gitaar elkaar om dit metafysisch verlangen uit te schreeuwen. ‘Blind’ drijft op de klaagzang en de zoektocht van een wanhoopsgebed. ‘Never Can Tell’ is meer laconiek in opbouw, terwijl ‘Bombs’ wordt uitgewerkt als een driftig verzet tegen het oorlogsgeweld in Irak. Een inlegboekje met de teksten was niet overbodig geweest, want soms overstemmen de gitaren de woorden van de zanger, wiens tenorstem soms wat weg wordt gedrukt door de elektrische gitaar. Dit album zit vol afwisseling en het is gemakkelijk te begrijpen dat deze aankomende band Live furore maakt op de podia. En al is het nog hun eerste cd, de groep komt ervaren over. Doorbraak is gegarandeerd, tenminste als de muziekbroers slim genoeg zijn om bijeen te blijven.
Marcie


J.T.LAURITSEN & THE BUCKSHOT HUNTERS
SQUEEZEBOXING
Website - Myspace
Label: Hunters Records Norway
Email: Huntersrecords@gmail.com
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3


De medische wereld is er nog niet van op de hoogte, maar sinds enige tijd bestaat er een goedkoop en effectief alternatief voor Prozac. Het heet "Squeezeboxing", werd vervaardigd in Noorwegen door J.T. Lauritsen, is eenvoudig verkrijgbaar, bevat een duidelijke bijsluiter, en dient slechts één keer te worden aangekocht. Aangezien de relevantie van een band of haar muziek zo vaak wordt afgemeten aan de mate waarin ze op de proppen komt met gimmicks die een schijn van originaliteit rond zich hebben hangen, is het een aangename belevenis om albums zoals die van J.T. Lauritsen tegen te komen. Wars van holle trends en navelstaarderij slaagt de Noor er al enkele jaren en albums in om onweerstaanbare retro te maken die put uit een paar decennia blues, soul, zydeco en rock ’n’ roll, en dan vooral die van de late jaren vijftig en vroege jaren zestig. J.T. Lauritsen is zich terdege bewust van het feit dat zijn muziek niet bijster hip is en weinig tot geen inspiratie haalt uit de hedendaagse tijdsgeest of muziek, maar hij beroept zich wel op oorspronkelijke rock-’n-roll intentie. "Squeezeboxing" is volledig doordrongen van de populaire muziek uit die wonderjaren: de hard swingende gospel & soul van Ray Charles, de zijdezachte klasse van Sam Cooke, de elegante R&B van Arthur Alexander en BB King's, pianist Charles Brown, zijn jeugdinvloeden. Daar zijn B3 Hammond tijdens zijn verplaatsingen naar vele optredens wat zwaar ging doorwegen maakte hij in 1989 de overstap naar accordeon en blues harp, instrumenten die nu nog steeds J.T.'s handelsmerk zijn. In 1991, startte hij de Buckshot Blues Band, met gitarist, Vidar Busk, Frode Larsen (bas), Per Eriksen (drums) en Paul Wagnberg (Hammond B3). Na enkele jaren, waren reeds enkele groepsleden solo gegaan en veranderde de band in The Buckshot Hunters, met als resultaat hun eerste release, "Buckshot Hunters" in 1995. Opvolger "My Kind of Blues" (1999) verscheen vier jaar later op hun eigen label, Hunter Records Norway. De volgense albums, het swingende "Make a Better World" (2001) en "Perfect Moves" (2004), met in dit laatste album reeds een scheutje Tex Mex leverde de band tal van optredens op in het buitenland. "Squeezeboxing", zijn vijfde plaat inmiddels, biedt zes zelfgeschreven songs, songs die hij samen schreef met zijn gitarist Arnfinn Torrisen, maar ook zes covers, zoals "Tell What’s The Reason" van T-Bone Walker. Naast Lauritsen zijn verfijnde mondharmonica- en accordeonwerk is het strak gitaarspel en energiek getoeter van de blazers, het frisse geluid, dat de muziek op deze plaat bepalen. De meeste songs voltrekken zich in een strak en energiek tempo zoals in de openende swingende zydeco-rocker "The Bug" en het volgende "Bald Headed Woman" dat naast een humoristische tekst ook met een prachtige solo van Arnfinn Torrisen wordt ingekleurd. In de volgende nummers neemt de gedreven zanger gas terug, als in de stemmige ballad "Help Me Through The Day" van Leon Russell, "That’s How I Got To Memphis" van Tom T Hall, dat we meer kennen in Solomon Burke's versie uit zijn album "Nashville" en "What Am I Living For" van Fred Jay met in dit nummer vocale backing van Stina Stenerud, allemaal songs die doen denken aan de muziek van Little Feat. Vaak doet J.T. Lauritsen & The Buckshot Hunters aan deze band denken, maar voornamelijk laten de nummers horen dat de zanger aan veelzijdigheid heeft gewonnen. The Buckshot Hunters bestaan verder uit Atle Rakvåg (bas,vocal), Jon Grimsby (drums) en Iver Olav Erstad (Hammond B3). Naast deze geweldige muzikanten en J.T.'s mooie rasperige stemgeluid worden ze op deze plaat bijgestaan door de beste gastmuzikanten van dat moment, waaronder Steve Gomes (bas), Robb Stubka (drums) en Benjie Porecki (Hammond B3, wurlitzer). Soms ietwat gladde en gepolijste muziek, maar wat klinkt het onweerstaanbaar goed. Zonder schroom borduurt J.T. Lauritsen op deze plaat voort op de klassieke R&B uit de late jaren vijftig en vroege jaren zestig, maar gedateerd klinkt de muziek geenszins en dat is een grote verdienste. De plaat werd opgenomen in de Severn Records studio als, maar toch zou je nu en dan willen dat de plaat iets "vuiler" klonk, iets meer punch had. Toch is "Squeezeboxing" een prettig album voor de hele familie en voor alle gelegenheden, óók als u niet de coolste moet uithangen. Een mix van blues & soul vormt de basis voor deze prachtige plaat, maar ook invloeden uit de zydeco en rock ’n’ roll bepalen de sfeer op "Squeezeboxing". J.T. is daarbuiten iemand die nog over een schitterende accordeon techniek beschikt en bovenop nog een begenadigd songschrijver is. Voor zo’n artiesten moet een grote carrière zijn weggelegd. Geloof ons vrij: dankzij J.T. Lauritsen & Co. zijn we de laatste tijd zelfs aanspreekbaar voor 16u. Ook op druilerige voorjaarsdagen zoals vandaag. Het wordt tijd dat België deze superbe zanger gaat ontdekken!


 

CLAUDE HAY
KISS THE SKY
Website - Myspace
Label: Eigen beheer
Cdbaby
VIDEO

 

Claude Hay uit Katoomba, New South Wales in Australie doet alles in zijn ééntje op het podium, en toch klinkt het alsof er een ganse band bezig is. Hij speelt namelijk met loops. Neen, geen voor opgenomen banden zoals sommige van de grote acts dat wel eens durven, neen, alles live. Hij legt eerst de ritme tracks vast, laat die in een "loop" de basis vormen en soleert dan daar boven op verschillende instrumenten. Er zijn nog wel artiesten die dit doen, maar meestal gaat 't dan om het blues-busker type van muziek, denk maar aan één van de pioniers, Duster Bennett, en onlangs besprak ik nog een one man band slide gitarist, ook uit Australie, Matt Corcoran. Wat Claude doet is echter lichtjes anders. Zijn muziek is, hoewel ook bluesgericht, veel moderner, meer funky en ritmischer. Je merkt invloeden van groepen als Parliament, Sly and The Family Stone, Bootsy Collins, maar ook van Xavier Rudd. De sound van Claude Hay houdt het midden tussen deze twee uitersten, aangevuld met een portie bluesy slide gitaar. Zo is het openingsnummer "Smile" vooral op een funky bluesritme gebaseerd met slidegitaar en unieke wah wah gitaar effecten. Meteen een sterk begin, en het gaat met de titelsong en zijn sterke baslijn, allesbehalve bergaf. De clip van de live versie van dit nummer kan je ook bekijken en dan zie je hoe alles in zijn werk gaat. Met zijn rechtervoet speelt hij de percussie, met zijn linker de “live loop” pedalen en daarover speelt hij bas, gitaar en doumbek (een soort djembé). Daarbij komt dan nog de zang natuurlijk, lead en backing. Door een handig wisselen van loops met de pedalen krijgen we toch een afwisselend geluid. Klinkt het allemaal vrij ingewikkeld, dat is het ook, maar allen voor Claude, niet voor de luisteraar, die krijgt een uiterst ritmische funky rootsplaat te horen, waarbij net nauwelijks voor te stellen is dat hier slechts een man aan het werk is die alles tegelijkertijd live speelt, enkel met de hulp van wat technische snufjes. Ik herhaal echter nog eens dat niets voor opgenomen is. Het Oosters klinkende "5 dollar 99 Toaster" waar Claude ook nog eens sitar speelt, gaat over het ontsporen van de consumptiemaatschappij. De enige instrumenten die door anderen bespeeld worden zijn repectievelijk, viool door Rachelle Wilmare en cello door Me-Lee in de nummers "Fade" en "Hope". Een zeer mooie song is "Grow Up" waar Claude weer een exotisch instrument meer bovenhaalt, een flutophone. Deze apart klinkende cd wordt afgesloten met de herneming van "Inside", maar de funky beats zijn ditmaal weg en het nummer krijgt nu een "Chilled" versie aangemeten. Dit is de zoveelste cd uit "Down Under" die me een aangename verrassing bezorgde, en ik weet zeker dat er nog zullen volgen, want die Australische sound heeft toch wel altijd dat eigen, moeilijk te beschrijven geluid.
(RON)


 

 

STACY MITCHHART
GOTTA GET THE FEELING BACK AGAIN
Website - Myspace
Email: office@stacymitchhart.com
label : Dr. Sam Records

 

 

Nashville lijkt een onwaarschijnlijke plaats om één van de beste country’s blues /R&B te huisvesten. Na jaren in LA en New York, verhuist Stacy Mitchhart naar Tennessee in 1996. Met een backing bestaande uit Jules Caldarera (sax, vocals), Don Adams (bas, vocals), Darin James (drums), Cory Distefano (trompet, flugelhorn, keyboards), Peter Burger (sax) en Paul Brown (toetsen) bracht hij zijn nieuw album "Gotta Get The Feeling Back Again" uit op zijn eigen label Dr.Sam Records. Deze plaat is de opvolger van "Midnight Breeze" (2004) en "I'm A Good Man" (2006) en bevat elf tracks met invloeden uit de country, R & B, de vroege rock 'n roll, eigentijdse jazz tot de Southern soul. Zeven van deze songs zijn originals. Stacy Mitchhart is een 'R&B' man in hart en nieren hetgeen zich weerspiegeld in het openende "Got To Get The feeling Back Again", een song waarin we dadelijk zijn grootste invloeden horen, nl. B.B. King, Delbert McClinton, Bobby Blue Bland en zelfs Stevie Wonder. Van Albert King's "I'll Play the Blues for You" zijn al zovele covers, maar de manier waarop deze inwoner van Cincinnati dit doet is werkelijk prachtig. Andere covers als Gregg Allman's "Whipping Post" en de klassieker, Led Zeppelin's "Black Dog/Whole Lotta Love" zijn misschien nog meer verrassender. Met Delta blues Led Zeppelin spelen, je moet het maar doen. Is daarom misschien wel het hoogtepunt van dit album met een groot Mississippi gehalte. Zo ook het instrumentale "Blow On 'Em Baby" dat hier op volgt is niet enkel een mooie Delta song, maar laat Mitchhart op slide gitaar schitteren. "This Blues Has Got You Bad" is zeer emotioneel en komt recht uit het hart. Zijn liefdevolle teksten bevatten woorden die wel iedere vrouw graag wil horen. De verfijnde sax weergalmt solo de emoties van de songs en brengen u tot tranens toe. "Gotta Get The Feeling Back Again" is niet uitsluitend een bluesalbum, de prachtige songwriting, de vaardigheden en de grote verscheidenheid van deze 'southern gentleman' geven aan dit album meer dan één uur bluesplezier. Hoewel Michhart's naam en faam grotendeels is gebaseerd op zijn unieke gitaarspel, zijn deze albums niet alleen maar geschikt voor gitaarfreaks. Op dit nieuwe album is te horen dat hij ook een prima zanger is, dat hij virtuoos uit de hoek kan komen maar ook dat hij kan ontroeren en provoceren. Mitchhart is eigenlijk altijd een complete muzikant geweest, die geniet van elke noot die hij speelt. Dat het publiek hem niet of nauwelijks kent, is zeer bizar als je weet dat "Gotta Get The Feeling Back Again" weer zijn negende album is. Het feit dat er prima muzikanten deel uitmaken van zijn begeleidingsband speelt hierbij zeker een rol, maar het is toch vooral de imposante stem van Stacy Mitchhart die "Gotta Get The Feeling Back Again" naar een hoger plan tilt. Een stem die nog krachtiger, warmer, soulvoller en sensueler klinkt dan op zijn vorige cd's. Klasse!


 

 

NO BARBERS REQUIRED
HARD TO HOLD ON TO
Website - Myspace
Email: info@nobarbersrequired.com
Label: Milagro Records
VIDEO

 

Heeft Montreal een offensief ingezet op Rootstime? Zo lijkt het wel want de laatste veertien dagen hebben maar liefst 4 groepen van daar ons hun nieuwe cd gestuurd. Eéntje daarvan is “No Barbers Required”, een zestal die hun honky tonk en bluegrass roots mengen met wat nieuwe ingrediënten en zo een soort high energy roots rock en punky bluegrass creëren. Hun grote voorbeeld is Hank Williams, maar zij nemen die muziek en gaan hiermee een stapje verder. Op “You Are So hard To hold On To” blijven ze nog in de omgeving van Hank, maar “If Both My Hands” heeft een krachtige “hook” en je bent zo aan ’t meezingen na de tweede beluistering, deze song heeft alles, sterke melodie, knappe dobro doorheen de hele song, een rockabilly bas en dan dat meezing refreintje “If both my hands are on your hips and my mouth is on your lips, can you guess what’s coming next ?” In dezelfde sfeer zit “My Honky Tonk Life”, die kruising tussen rockabilly ritmes en Hank Williams honky tonk stijltje. Maar ook langzame tranentrekkers worden niet geschuwd: “That Ain’t My Hat On Your Bed” en ”One Silent Tear” zijn er voorbeelden van. “Too Rowdy For Your Crowd” klinkt dan weer lekker uitbundig, een soort Johnny Cash meets Bob Willis. Zanger gitarist Philippe Hamelin klinkt regelmatig als Guy Swinnen van Scabs, zeker in “One for The Road”. Het optimisme ten top dan in de twee uitsmijters “I Lost My house, My Guitar And My Girl” (but I still have my beer) en “I Am Just Happy Being Blue”. Geen wereldschokkend album, deze “Hard To Hold On To” maar als debuut mag het er zeker wezen en “If Both My Hands” geeft de goeie richting aan.
(RON)