ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


PAUL JONES & DAVE KELLY - LIVE AT THE RAM JAM CLUB VOLUME TWO

PAUL JONES & DAVE KELLY - AN EVENING WITH PAUL JONES & DAVE KELLY VOLUME TWO - DVD

JOSEPH DEEB - LITTLE BABY

NAOMI ASHLEY - ANOTHER YEAR OR SO

STEVE CARLSON - PLEASANTVILLE

MIKE CULLISON - BLUE COLLAR TIRED

JOHN COMMON - WHY BIRDS FLY

JANIS MARTIN & ELVIS PRESLEY - JANIS & ELVIS

DARYL PIERCE - DARYL PIERCE

ALBERT STORO & THE SOUL HUSTLERS - GETTIN' DOWN & NASTY



PAUL JONES & DAVE KELLY
LIVE AT THE RAM JAM CLUB VOLUME TWO
Website
www.thebluesband.com
Label: Blue Label - SPV
Distr.: Petting Zoo Propaganda

 

Eind jaren 1970 doken zij op onder de naam ‘The Blues Band’. Meteen vestigden zij op de Britse bluesscène hun reputatie van een solide bluesband die het erfgoed van de blues in de rugzak meedroeg. Vooral Dave Kelly, die er later bijkwam had affiniteit met de traditionele folkblues die uit Amerika kwam overgewaaid. Hij kreeg de bijnaam van Delta Dave, al was hij dan geboren ten zuiden van Londen. Paul Jones, die er in de Blues Band als eerste bij was naast Tom McGuinness, voelde zich meer aangetrokken tot de stedelijke blues en de bigband muziek, al had hij een uitgebreide platencollectie van bluesartiesten, meestal met harmonicaspelers. Als acteur en theaterman was blueszanger worden echter niet zijn eerste ambitie ofschoon hij zich voordien al had geëngageerd als één van Manfred Mann’s popmuzikanten. De bandleden in The Bluesband wisselden. Dave ging een tijdje solo met zijn Dave Kelly Band en Paul had zijn ups en downs en zocht het in de theaterwereld of sloot aan als sessiemuzikant. Na vele omzwervingen vind je Paul en Dave anno 2005 opnieuw verenigd op het podium in een club te Kingston, waar zij, als een eigentijdse Sonny Terry en Brownie McGhee, enkele akoestische sets spelen. Deze cd is daarvan een weergave, met twaalf geselecteerde akoestische songs, al Volume Twee in de reeks, omwille van het succes van voorganger1. Paul speelt meesterlijk op zijn mondharp, discreet en toch met overgave. Soms neemt hij de leadzang over en treft daarbij de juiste diepgang. Dave zingt scherper maar zijn gitaartechniek op slidegitaar en bottleneck is een klasse apart. ‘Without You’ van Paul Jones weergalmt bluesy alsof deze ergens uit de katoenvelden stoffig opstuift. De mengeling van religiositeit en werkmansklacht is goed gedoseerd. Van de twaalf songs zijn er zes door de blueskompanen geschreven. Maar hoe authentiek ook geschreven, er gaat niets boven het uitgepuurde Blind Willie Johnson’s ‘Nobody’s Fault But Mine’, of ‘Skin Game Blues’ van Peg Leg Howell. Beide zangers weten dit schrijnend te vertolken alsof de emoties uit hun eigen gemoed worden bevrijd. De slidetechniek en de bottleneck van Dave dragen uiteraard bij tot het oproepen van die ongecompliceerde zuiverheid van de préwar-blues die stand houdt omwille van de integere gevoelsbodem. Als je dit hoort wil je hen onvermijdelijk Live aan het werk zien en naar hun DVD ‘An Evening with Paul Jones & Dave Kelly’ grijpen, want vier songs op deze cd vertolken zij tevens op hun DVD.
Marcie



 

PAUL JONES & DAVE KELLY
AN EVENING WITH PAUL JONES & DAVE KELLY VOLUME TWO - DVD
Website
www.thebluesband.com
Label: Blue Label - SPV
Distr.: Petting Zoo Propaganda

 

Deze dvd biedt de kans om het akoestische duo Paul en Dave Live aan het werk te zien in The Ram Jam Club in Kingston, waar zij in 2005 op het clubpodium plaats namen in hemdsmouwen en met de nachtelijke skyline als decor. Twee achtereenvolgde avonden traden zij daar op en daarvan werden twaalf songs gefilmd, voornamelijk standaardsongs uit de tijd dat Blind Willie McTell, Sleepy John Estes en Robert Johnson nog op deze aardbol rondzwierven met hun gitaarkoffer onder de arm. Paul Jones eigen ‘Noah Lewis Blues’ past daar naadloos tussen evenals Dave’s ‘D Day Blues’, al is het thema moderner. Hen deze nummers zien vertolken met die broederlijke flair van goede verstaanders, zich inlevend in de muziek van hun oude idolen, doet warm aan als een avondakker vol vuurvliegjes. Als je luistert naar ‘Come On In my Kitchen’ met ‘slide’ gitaarbegeleiding en Paul’s sensitief harmonicaspel dan maak je gemakkelijk die tijdsprong naar de veranda’s waar hun leermeesters met harmonica of gitaar voor het weekendamusement zorgden. Maar hun vertolking van deze bluessongs komt niet over als kopiëren, integendeel het duo absorbeert het materiaal en brengt het dan als een hommage. Tussen de songs in vertellen de artiesten weetjes of geven zij een imitatie van bijv. Big Bill Broonzy. Paul vertelt hoe moeilijk het is om een song in de tijd te traceren en wanneer hij ‘Stranger Blues’ aanheft dat teruggaat tot 1923 of vroeger, doet hij dit in een eigen arrangement. Hoe hij dit nostalgisch weet te zingen, het desolate versterkt door de gitaarklanken van Kelly’s slide, komt qua intensiteit over als een ‘spooky’ bruggetje naar een ver verleden. En wanneer Dave Kelly met zijn Resonator ‘Skin Game Blues’ speelt, één van de vier die ook op cd staan, dan is het zuiders verandaplaatsje compleet. Als bonus krijg je ook een twintig minuten durend interview, waarin Dave en Paul keuvelend herinneringen ophalen, doorspekt met humor, introspectie en weemoed over Memphis, Lowell Lewis, het huis van Sonny Boy Williamson, Jo-Ann, de zus van Dave Kelly, enz., want wat documentaire achtergrond is mooi meegenomen.
Marcie



 

JOSEPH DEEB
LITTLE BABY
Website
Mail : josephkdeeb@yahoo.com
Label : Lila Records
CD-Baby

 

 

Rootsrock uit Austin, Texas afkomstig van Joseph Deeb, een nieuwe naam aan het firmament van de melodieuze singer-songwriters. Deel uitmakend van meerdere groepen gedurende de laatste 10 jaar vergaarde deze nu 35-jarige muzikant sinds 2002 lokale roem als voorman, gitarist en songschrijver van Micky and The MotorCars, een Texaanse rockgroep. Begin 2007 besloot hij die groep te verlaten om wat meer tijd te besteden aan zijn vrouw en zijn dochtertje van 4 jaar oud. Maar ook als family-man blijft zijn muzikale bloed vloeien en dit leidde tot de opnames voor “Little Baby”, zijn eerste soloalbum dat hij nu aan de buitenwereld voorstelt. Wat voor muziek die cd bevat wordt meteen duidelijk gemaakt in de rockende opener “Meteor Shower” waarop ook de hartslag van dochtertje Lila te horen is. Zijn bewondering voor andere Amerikaanse rockers in dit genre zoals bvb. Tom Petty kan hij ook niet echt wegsteken. “Baby Tonight” zou zo geplukt kunnen zijn van één van diens albums en dat geldt evenzo voor “Miracle”, “La-La Land” en “Without Love”. Als slide-gitarist kan hij zich ten volle uitleven in enkele songs op deze cd, zoals op de titeltrack “Little Baby” - met harmony vocals van echtgenote Mollie Deeb - en op “Playbacks Are Hell”. Als liedjesschrijver besteedt Joseph Deeb bijzondere aandacht aan de melodie van het nummer en ook de songteksten dienen voorzien te zijn van enige vorm van zinnige betekenis. Of wat dacht je van deze tekst: “Baby you smell just right, I’ve never seen your sweater so tight, girl you know it’s more than I can do, trying to keep these trembling hands from you”, een zinsnede uit “Tonguey Is So Tacky (At The Bar)”. Daarna wordt er weer stevig gerockt op “’Round Town Jack”, “I Know A Liar” en “Sunburn”. Aan het einde van deze cd zit er nog een aangename verrassing in de vorm van “The Countdown”, een leuke meezinger die dit toffe en zeer verdienstelijke debuutalbum waardig afsluit.
(valsam)



 

NAOMI ASHLEY
ANOTHER YEAR OR SO
Website - Myspace
Mail : naomi.ashley@gmail.com
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Ze is afkomstig uit Iowa maar verblijft al meer dan 10 jaar in Chicago van waar Naomi Ashley op haar eigenzinnige wijze probeert om de wereld langzaam maar zeker te veroveren, oorspronkelijk gefocust op een carrière als actrice. De liefde voor de muziek kwam er toen ze op een dag haar kans waagde op een vrij podium in de bekende FitzGerald’s Nightclub in Chicago. Als singer-songwriter bezingt ze een brede waaier van onderwerpen in verband met de liefde en relaties, soms in emotionele teksten maar af en toe ook doorspekt met de nodige grappige knipoogjes. “Another Year Or So” is haar tweede full-cd na “Small Town Thing”, uitgebracht onder de naam “Naomi Ashley and County Fair” in 2002 en een voorafgaand ep-tje uit 2001: “Love And Other Crap”. De knap uitgewerkte teksten worden muzikaal ondersteund door folk- en countrygetinte muziek in de stijl van John Prine, Lucinda Williams en Fred Eaglesmith, niet toevallig artiesten waar Naomi Ashley ook zelf naar opkijkt. Door haar wat klagerige zangstijl lijkt het soms of de songs droevige verhalen zijn, gezongen door iemand die voornamelijk een donkere kijk op het leven heeft, maar dat is gelukkig niet altijd correct. Dit geldt echter wel voor de titeltrack “Another Year Or So” maar in “Dangerous” zitten er al enkele sprankeltjes optimisme verwerkt waardoor de trage song langzaamaan naar vrolijkheid begint af te glijden. “Big Ed’s Suicide Note” is ook al geen vrolijke titel maar gelukkig is ook dit nummer één grote knipoog waarbij de duo-vocalen en de mondharmonica van Tim Menard voor een erg mooie verrassing zorgen. Een echte levensles is het droevige verhaal dat gebracht wordt in het nummer “Linda”. Ook haar interpretatie van een “Lullaby” is nogal cynisch en lijkt vooral op een aanzetting tot zelfmoordpoging: “you and me we’re a lullaby, you and me are a bottle of pills, I’m tired of you and I’m tired of me, and I just wish that I could go to sleep”. Erg mooie covers werden ook geselecteerd voor dit album: “Soft On My Shoulder” van Fred Eaglesmith en het swingende “All The Best” van John Prine. Beide liedjes worden op bijzonder intieme en innemende wijze gebracht als een eerbetoon van Naomi Ashley aan haar muzikale helden. “Let’s Pretend It’s Love” wordt geserveerd in een bluesy sausje vooraleer over te gaan tot het mooiste nummer van deze cd: “Slow Train”, een liedje vol emoties en gevoelens van eenzaamheid. Een heel speciaal nummer met schitterend zangwerk, prachtig minimalistisch qua muzikale omlijsting en met een gedicht “Mamie” van Carl Sanburg verwerkt in de song als spoken word door Mark Smith. Naakt maar prachtig. Ook “That Kind Of Girl” bevat enkele scherpe bewoordingen aan het adres van een geliefde die het wat minder nauw neemt met de trouw aan zijn partner. “Another Year Or So” is een album dat me heeft kunnen boeien van bij het begin tot het einde en – het dient eerlijk gezegd te worden – dat overkomt me maar zelden.
(valsam)



 

STEVE CARLSON
PLEASANTVILLE
Contact: bottomrungproductions@hotmail.com
Label : Bottom Rung Productions
Cdbaby

 

 

De luchtfoto van PleasantVille op de cover doet ogenschijnlijk een rustiek vreedzaam stadje vermoeden met mededeelzame mensen, maar Steve Carlson helpt je vlug uit die droom. In zijn elf zelf geschreven songs krijg je fragmentarisch het wereldbeeld van Steve uitgevouwen dat allesbehalve rooskleurig is. Nochtans zat Steve blijkbaar goed in zijn vel tijdens zijn jeugd, op één na de oudste van vijf kinderen. Geboren in Minnesota, met hardwerkende liefhebbende ouders, een moeder die van country en psalmen houdt, op tijd en stond naar de kerk wandelen, dit lijkt toch veeleer op een gelukkig familietafereel. Daarna kwam er meer turbulentie in zijn leven met theaterwerk, verbroken relaties en een leven op de road. Maar Steve Carlson groeide uit tot een observator en een getalenteerd schrijver. Hij gebruikt zijn pen om de kleine en grote miseries uit te beelden, zoals Henry Miller, Melville en Faulkner dit voor hem deden. Want Carlson is een echte songsmid die met zijn akoestische gitaar beeldrijk zijn figuren weet te typeren, meestal randfiguren, dronkaards, wapenbezitters, verschoppelingen ‘met HIV of cocaïne in hun ogen’. Zijn warme stem, soms scherp, soms verhullend weet dit ook goed te verklanken. Soms denk je daarbij aan Eric Andersen wiens pen ook met fluwelen stem in gal wordt gedoopt. De klemtoon ligt natuurlijk op de zwarte teksten en minder op de begeleiding, al komen ritmegitaren, piano en viool af en toe het onheilsgevoel versterken. Vooral de elektrische gitaar van Jordan Grunow speelt een belangrijke rol in het opwekken van woede of deernis, vooral bij het heftige ‘Sorry Sons a Bitches’, het enige dat echt wil uitbreken. De cd werd opgenomen in de Sacred Heart Studio in Duluth, Minnesota, met Tom Fabjance als producer. Voordien verscheen er al het album ‘Lotto Jezus’, een nummer dat ook op deze cd een uitvoering krijgt. De meeste songs hebben dat trage verhaalritme dat meevoert en doet reiken naar de heilbrenger. Het beeld van een gezin dat Carlson schetst in ‘Pleasantville’, één van de mooiste songs, is alles behalve verkwikkend. ‘Evening Sun’ is als een nachtmerrie van Dali, maar gelukkig breekt er in het verzachtende ‘Molly’s Eyes’ toch een sprankeltje hoop door. Steve’s teksten, op ‘Hey Ho’ na dat van Dave Carter is, zijn duidelijk beïnvloed door literatuur, waarbij John Steinbeck mogelijk zijn lichtend voorbeeld is. Maar ook Bruce Springsteen liet een afdruk na in Steve’s ziel, evenals de psalmen van zijn moeder. Dat dit album toch een poëtisch muzikaal kleinood geworden is, komt door de melancholische stem van Carlson die niet alleen weet waarover hij zingt, maar zich daarbij ook weet in te leven, met mededogen voor de solitairen op zoek naar een uitbraak uit het neerslachtige Pleasantville.
Marcie



 

MIKE CULLISON
BLUE COLLAR TIRED
Website
E-mail: mikecullison@comcast.net
Label: Cullison Music
Cdbaby

 

Met Johnny Neel als producer, je kent 'm wel, de Allman Brothers duivel doet -al, die trouwens bij zijn voorgaande cd ook al de productie deed, kon je verwachten dat dit een goed product zou worden. Met hun tweetjes schreven ze het overgrote deel van de songs op deze cd, die gevuld is met hoofdzakelijk good old honky tonkin' country. Veel pedal steel van Neel, wat 't country gevoel nog meer aandikt. Zo is de binnenkomer "Wish I Didn't Like Whiskey" een mooie country song die helemaal drijft op de gitaren, pedal steel en slide. De titelsong "Blue Collar Tired" met een apart hamerend "fabrieksritme" is ook weer voorzien van uitstekende southern slides door beide heren. En dan een cover, het bluesnummer wat 'The Owl" schreef voor zijn band Canned Heat:"Going up The Country", is bijna onherkenbaar in zijn country jasje. De rockende honky tonk songs "Break My Fall" en "More Of The Same" zijn nummers dat ik me zo kan voorstellen, gezongen door Delbert McClinton of Lee Roy Parnell. De tweede cover is "Waitin In Your Welfare Line", en die Buck Owens original is uitstekend bewerkt. "Where's Joe Friday" is een soort Bo Didley meets the Allman Brothers song waar de slide gitaar lekker scheurt. Zulke dingen worden dan weer afgewisseld met sentimentele tearjerkers waar een pedal steel het droevige sfeertje oproept. Zo ééntje is "Miss Magie Rose". Luister naar die song en je ziet de eenzame cowboy aan de toog in zijn whisky zitten staren terwijl barman de glazen spoelt, de ultieme bar song. "Pour Hank On The Pain" de tweede broken - heart song, met origineel klinkende Hank Williams gitaartjes en een Ernest Tubb gevoel is zo mogelijk nog droeviger, maar dat is weer even snel vergeten, want "This Old Heart" en "The Grapes Of Wrath Are Ripe Again" de twee laatste songs op de cd, zijn beide door het typische slide werk en Hammond van een hoog Allman gehalte en brengen weer wat leven in de keet. Twee kerels die samen prima werk afleveren, die Cullison en Neel.
(RON)



 

JOHN COMMON
WHY BIRDS FLY
Website - Myspace
Mail : letters@johncommon.com
Label : Free School Records
CD-Baby

 

 

John Common was ook graag cineast of schilder geworden maar nadat hij in de platencollectie van zijn broer had zitten grasduinen kreeg de muziekmicrobe hem te pakken en verloor hij zijn hart aan het schrijven en zingen van eigen liedjes. Verhalen die volledig verzonnen zijn of soms ook situaties uit zijn persoonlijke leven beschrijven, het zit er allemaal in verwerkt. John Common groeide op in Florida en vond er op dertienjarige leeftijd een onder het stof zittende akoestische gitaar van zijn broer waarop hij zijn eerste liedjes begon te schrijven. Sindsdien heeft hij bijna elke dag aan één of ander nummer gewerkt en maakt liedjesschrijven een wezenlijk onderdeel van zijn leven uit. Hij woont momenteel in Denver, Colorado van waar hij zijn muziek uitstuurt over de wereld. Na een periode van vijf jaar gespeeld te hebben in een groepje met de naam Rainville en het uitbrengen van 2 platen met die band ging hij voor het eerst solo optreden en werd er in 2006 een eerste cd gereleased met de titel “Good To Be Born”. De momenteel ter bespreking voorliggende “Why Birds Fly” is de opvolger van dat album en bevat 12 zelfgeschreven liedjes die opgenomen werden met een aantal lokale, bevriende muzikanten die hem ook live bij de optredens begeleiden. John Common beweert dat je kunt horen dat de groep uit vrienden bestaat die het leuk vinden om samen muziek te spelen. In de pers worden vlotjes vergelijkingen getroffen met bands als Wilco, Jayhawks en Radiohead. De catchy melodieën zitten vol vitaliteit en energie en worden gebracht in verschillende stijlsoorten en tempos. De teksten roepen gevoelens van hoop, reflectie en provocatie op bij de luisteraar en elke song lijkt wel een scène uit een film te beschrijven. “Already There” valt meteen in huis als Radiohead-lookalike. “Do You Hate” is eerder singer-songwritermateriaal en “Moonlight” bevat elektronica in een rockkleedje. Enkele liedjes zijn ook een stuk ruwer van aard zoals “Flesh Wound” en “Moonlight”. Opvallend tussendoortje is een gospelkoortje dat op het tsjilpende geluid van krekels “Unseen Things” zingt als in een kerk. In “LGM”, “You Stay” en “Not So Bad” meen ik flarden intimistisch zangwerk à la Ryan Adams waar te nemen. Op het einde van deze plaat swingt “Wrong Number” wat meer dan de andere songs. Tenslotte is er nog een uitnodiging aan de luisteraar om zelf de vocale capaciteiten uit te testen op een karaoke-versie van “Do You Hate”. Boeiend plaatje van John Common, maar ik weet toch nog steeds niet waarom de vogels vliegen. Het antwoord volgt misschien later op een nieuwe cd.
(valsam)



 

JANIS MARTIN & ELVIS PRESLEY
JANIS & ELVIS
Website - elvis.com
Label: El Toro Records
Cdbaby

 

Elvis Presley behoeft geen voorstelling. Janis Martin (°27/03/2007 - +03/09/2007) is U daarentegen misschien onbekend. Zij was één van de weinige vrouwelijke rock n’ roll artiesten die de kans kreeg een album op te nemen en het door mannen gedomineerde rock n’ roll-circuit bewees dat ook vrouwen hits konden scoren en stapels platen konden verkopen. Zo opende zij deuren voor latere rock n’ roll-zangeressen zoals ondermeer Brenda Lee. Vanwege de indrukwekkende danspasjes die ze op het podium etaleerde kreeg Martin snel de bijnaam “The Female Elvis”. In 1955 nam de vijftienjarige Martin een single op waarvan een voor die tijd fenomenale 750.000 stuks verkocht werden. Op dat ogenblik was Elvis Presley de grootste rock n’ roll-artiest van de States. Net zoals Janis lag hij onder contract bij RCA Victor. Elvis en RCA waren zodanig onder de indruk van Janis’ prestatie dat haar de officiële toestemming gegeven werd om de titel van vrouwelijke Elvis Presley te gebruiken. In 1957 werd door Teal Records, het label dat RCA-artiesten verdeelde in Zuid-Afrika, een 10” LP op de markt gebracht met de naam Janis & Elvis. De plaat bevatte vier nummers van elk van beide artiesten. De vier nummers van Elvis dateren allemaal uit zijn tijd bij Sun Records, waarin hij geflankeerd werd door Scotty Moore en Bill Black. Martin zou zelf ooit gezegd hebben dat de LP louter uitgebracht werd om de kosten van één van haar opnames te kunnen terugverdienen. De plaat was niet lang beschikbaar. Ze werd gereleased op een vrijdag en tegen de namiddag van de volgende dag had Colonel Parker, de gekende manager van Elvis, al bekomen dat RCA de verdere verspreiding van de plaat onmiddellijk stopzette. Hij had hiervoor twee redenen: 1) niemand neemt op met Elvis en 2) het album heette Janis & Elvis en niet Elvis & Janis. Het snelle verdwijnen maakte dit album tot een uiterst gewild object bij (vooral Elvis-)verzamelaars, die voor een exemplaar in goede staat bedragen tot 5.000 $ neertellen. Om de vijftigste verjaardag van dit unieke verzamelobject te vieren, heeft het Spaanse platenlabel El Toro Records een re-issue van de plaat op de markt gebracht. De originele acht tracks werden aangevuld met een handvol andere nummers van beide artiesten. Deze plaat brengt uiteraard niets nieuws onder de zon, maar als geheel is het een leuk hebbeding. Het is vrij uitzonderlijk een vrouwelijke rock n’ roll-performer uit die tijd te vinden, en het is al helemaal uitzonderlijk dat er ééntje ooit een zijde van een LP met de enige echte King heeft gedeeld. Alhoewel de LP wel een aantal bekendere Elvis-tracks bevat (“Mystery Train”, “Good Rockin’ Tonight”) is het duidelijk niet de bedoeling van El Toro Records geweest om een Elvis-Best Of op de markt te brengen. Terecht wordt de aandacht gelegd bij Janis Martin, een mogelijk ietwat vergeten vrouwelijk rock n’ roll-icoon dat verrast met goeie songs en een verdomd aanstekelijke stem. Alhoewel deze plaat niet onbegrijpelijk tot een verzamelobject verworden is, hoort Janis & Elvis vooral thuis in de CD-speler, waar de plaat ook vandaag nog kan bekoren. Waar dit kleinood in zijn originele LP-hoesje enkel aan astronomische bedragen van eigenaar verandert, kan hij in CD-vorm nu aan een democratische prijs de jouwe zijn.

Tracklist:
1 Elvis - I'm Left, You're Right, She's Gone
2 Janis - Ooby-Dooby
3 Elvis - Milk Cow Blues Boogie
4 Janis - Let's elope Baby
5 Elvis - Baby Let's Play House
6 Janis - One More Year To Go
7 Elvis - You're A Heartbreaker
8 Janis - Barefoot Baby
9 Elvis - Mistery Train
10 Elvis - Good Rockin' Tonight
11 Janis - Will you, Willyum
12 Elvis - Tryin' to Get to You
13 Elvis - I'll Never Let You Go, Little Darlin'
14 Janis - Little Bit
15 Elvis - How Do You Think I Feel?
16 Elvis - Anyway You Want Me (That's How I Will Be)
17 Janis - Drugstore Rock And Roll
18 Elvis – Paralyzed
19 Elvis - I'm Counting On You
20 Janis - My Boy Elvis
21 Elvis - Anyplace Is Paradise
22 Elvis - Playing for Keeps
23 Janis - Little Bit (Alternative Take)
24 Elvis - My Baby's Gone (I'm Left, You're Right, She's Gone) – Alternate Take
25 Elvis - First In Line
26 Elvis - How's The World Treating You

(Pieter Jan)



 

DARYL PIERCE
Website - Myspace
Mail : info@darylpierce.com
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Daryl Pierce komt uit Saskatoon, Saskatchewam in het verre Canada. Dit zijn te mooie plaatsnamen om ze niet even te vermelden bij het begin van deze cd-bespreking. Samen met zijn broers Mike en Kevin, gitarist Kimbal Siebert en percussionist Joseph Ashong vormt hij al enkele jaren een groepje onder zijn naam waarbij Daryl Pierce vocaal aanleunt bij o.a. Paul Simon, Sting en XTC. Zelf beweren ze de mosterd gehaald te hebben bij enkele idolen uit de popmuziek zoals The Police, Muse, Daniel Lanois en Massive Attack. Daryl Pierce bespeelt zelf de upright bass en de synthesizer en in elf songs etaleert hij zijn kunstjes op deze eerste titelloze cd. Zijn stem is soulgetint en de muziek bestaat uit moderne pop met akoestische instrumenten, maar ook met een reeks elektronische computerklanken die samen voor een vol geluid zorgen, deels ook te wijten aan de uitstekende arrangementen van de liedjes op dit album. Verzorgde popsongs zoals de upbeat-opener “Objectify” en “Blanket” zijn uitermate geschikt voor airplay op de populaire radiostations. “Fame”, “Iceberg”, “Expatriate” en “Conviction” zijn wat experimenteler en bevat meerdere samples en etherische klanken. Als we zo vrij mogen zijn om een favoriete song uit het album te selecteren dan gaan we voor “Innocence” dat erg laid back wordt gezongen en van een minimalistische muzikale begeleiding wordt voorzien. In dit nummer hoor ik voornamelijk de orkestratie zoals Daniel Lanois die aan zijn nummers weet mee te geven. Ook het instrumentale en zeer klankenrijke sfeernummer “Watering Hole” verdient een eervolle vermelding. De inspiratie voor de teksten haalt Daryl Pierce uit de dingen die hem overkomen in het dagdagelijkse leven, zijn liefdesleven en wat hij in zijn directe omgeving zoal kan waarnemen. Deze sfeervolle debuut-cd is al enkele jaartjes geleden opgenomen en wordt momenteel internationaal gereleased. We wensen Daryl Pierce het succes toe waar hij allicht al enige tijd van zit te dromen.
(valsam)



 

ALBERT STORO & THE SOUL HUSTLERS
GETTIN' DOWN & NASTY
Website
E-mail: albertstoro@sbcglobal.net
Label:Eigen beheer
Cdbaby

 

 

"Gettin' Down & Nasty" is het debuut van de Texaanse gitarist Albert Storo. Houston is zijn thuisbasis. Als je de openingssong "That's Allright" hoort weet je al direct waar het Albert om te doen is, hij herwerkte deze song van Jimmy Rogers naar een seventies - klinkende Freddie King stijl zoals we die kennen uit de "Texas Cannonball" periode. Een langzame Chicago blues, de Willie Kent cover "All My Life" heeft heel veel Otis Rush gitaarinvloeden en het is niet allen zingen en gitaarspelen wat Albert hier doet, ook de drum - en bastracks zijn van hem. Hij was trouwens lang genoeg drummer bij onder andere Sherman Robinson, Bobby Parker, W.C Clark en nog een hele rits namen met faam. Natuurlijk konden bij een jonge Texaanse gitarist de Stevie Ray Vaughan elementen niet wegblijven: "Hipshakin' Woman" is dan ook een nummer met veel gitaarwerk in Stevies stijl, een uptempo shuffle met veel power. De stem van Albert lijkt regematig op die van Popa Chubby, op een paar andere nummers zit er wat Hendrix bij, zeker die typische intonatie die Jimi bij het zingen had. Het funky "Sugar Sweet" gaat vooraf aan de langzame live song "Chicken Heads" met een intro die weggelopen lijkt uit "Voodoo Child" maar even later ook een 15 minuten durende funk-blues blijkt te worden, zonder in de stereotype bluesrock val te trappen. De enige eigen compositie "Lovin You" laat blijken dat Albert ook best zijn eigen stijl gaat vinden, al is er weer veel Stevie Ray invloed te bespeuren, maar ook wat Z.Z Hill soul. in de zangpartijen. Raar nummer om te eindigen is de bluesversie van de Rogers en Hammerstein compositie "My Favourite Things" uit "The Sound Of Music", een instrumentale, wat Santana - achtige versie, maar wel geslaagd. Dat is ook de eindconclusie voor dit korte debuut van Albert Storo en zijn Soul Hustlers, een geslaagde, uiterst modern klinkende bluesplaat van deze nieuweling uit Texas.
(RON)