ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


GOV’T MULE - A TAIL OF TWO CITIES

MARTYN JOSEPH - VEGAS

MARTY FINKEL - MARTY FINKEL

SETH WALKER - SETH WALKER

BOOKER BROWN - A NEW BEGINNING

IRON AND WINE - THE SHEPHERD’S DOG

JENNY GUNN - ONE THOUSAND WORDS

GERRY HUNDT - SINCE WAY BACK

DALLAS HODGE - REELIN’

LAURIE JONES - LAURIE JONES



 

 

 

GOV’T MULE
A TAIL OF TWO CITIES
Website
Label: Blue Rose
Distr: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Kan je het jaar nog beter beginnen? Je mag een dubbele DVD bespreken van je favoriete band, totale speelduur iets meer dan vijf uur. Ik kan me zo dadelijk niets leukers indenken, tenzij... Maar terzake, er is dus een prima nieuwe DVD van Warren Haynes en zijn companen, of Goverment Mule, bij de fans beter bekend als Mule of ook wel Govt. "A Tail Of Two Cities" heet het kleinood (merk de subtiele woordspeling) en die twee cities zijn Boston, meer bepaald het Orpheum Theatre op 15 november 2004 en de tweede is Chicago, 9 december 2006 het Rivera Theatre. Ik heb dus bekend, ik ben een fan, objectief blijven is dan moeilijker natuurlijk, maar we gaan ons best doen. Twee lange concerten die met twee jaar verschil geregistreerd werden maken het natuurlijk moeilijk om geen herhalingen te krijgen, maar dit werd tot het minimum beperkt, slechts een paar van de 42 songs in totaal komen twee maal aan bod, namelijk "Slackjaw Jezebel", "Bad Little Doggie" en "Blind Man In The Dark". Een echte Jam band waardig zijn natuurlijk nooit 2 concerten hetzelfde, zodat het zelfs interessant is om de nummers tweemaal op deze DVD tegen te komen en de verschillen te merken in uitvoering. Ik vertel natuurlijk niets nieuws als ik je zeg dat het prachtige gitaarspel van Warren centraal staat. Na een paar concerten live meegemaakt te hebben, daarbij het Rockpalast concert op TV en de DVD van "The Deepest End" gezien te hebben, meen ik wel te mogen zeggen dat er hier meer dan in die concerten gesoleerd wordt door Warren. Vooral in de blues ”Mother Earth” is hij fantastisch bezig. Weinig of geen belangrijke songs ontbreken, al mis ik zelf wel de weinig gespeelde cover van “Goning Back To Georgia” van Hound Dog Taylor, nog steeds mijn persoonlijke Gov’t Mule live favoriet. Het is een ongeschreven wet van nooit het eerste of het laatste concert te registreren van een toer. Een vanzelfsprekendheid, omdat de band bij een openingsshow meestal nog niet echt op elkaar ingespeeld is in de nieuwe podiumsetting en de bij laatste zit iedereen met zijn gedachten meer thuis en is behoorlijk moe. Wat deden echter de heren voor deze DVD? Ze maakten opnames van de openingsshow van de “Déja Voodoo” tour (Boston) en de laatste show van de “High & Mighty” tour (Chicago). Zo doen ze de naam “Mule” daarmee alle eer aan door koppig tegen de gangbare normen in te gaan. Helemaal mooi wordt het als plots, tegen ’het einde van ’t Chicago concert er een algemene stroompanne plaatsvindt tijdens de “Mountain Jam”, die net overgegaan was in “Gameface”. Na een minuutje komplete duisternis, terwiijl Matt Abs subtiel wat percussie verder laat horen, zwelt plotseling, in het licht van een paar cameralampen met batterijen, de percussie aan en staat het viertal achter het drumstel een geimproviseerde solo weg te geven. Geimproviseerd, maar perfect gesyncroniseerd, alsof het allemaal gepland was. Na een zestal minuten stoppen ze dan en nemen afscheid met de mededeling dat de ganse blok zonder “power” zit en de zaal moet ontruimd worden voor veiligheidsredenen. Net als ze op de rand van het podium zijn om weg te gaan, is er terug stroom en ze beginnen onmiddellijk verder te spelen, precies op ’t moment waar ze de duisternis ingingen. “Gameface“ gaat verder alsof er niks gebeurd was. En er komt later nog een mooie reggae versie van Soulshine als “Encore”. Dat is pas vakmanschap. Ben ik te enthousiast geweest, zo ja, vergeef me dan als fan. Of koop deze DVD en je bent meteen er ook één.
(RON)



 

MARTYN JOSEPH
VEGAS
Website - Myspace
www.martynjoseph.co.uk
Label: Pipe Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

 

Als je Martyn Joseph beluistert denk je soms dat hij het gewicht van de hele wereld meedraagt. Zijn teksten zijn behoorlijk donker en er zitten weinig zonneglimpjes tussen. Poëet en troubadour Martyn klinkt als een cryptische beatdichter, met zijn trouwe Lowden gitaar als enig gezelschap, op zoek naar de zin in de chaos van het leven. Want de man uit Wales schreef alle songs zelf, sommigen met de hulp van Stewart Henderson. Als twaalfjarige zat de schrijfdrang al in zijn bloed en tussen zijn debuut ‘I’m Only Beginning’ in 1983 en vandaag bleef de dichter in hem wakker, al kwam er aanvankelijk weinig respons op zijn songs. Erkenning kreeg hij in 2004 met de eretitel van beste mannelijke solo-artiest, althans in Wales. Maar ook daarbuiten groeide Martyn’s faam, vooral in Canada en Europa waar hij veel rondtoerde in clubs, op festivals en soms in kerken. Nu is er zijn ‘Vegas’ waarin Martyn’s kenmerkende aspiraties weer zo mooi worden verklankt. De singer-songwriter zou graag een hoge vlucht nemen, maar de aardse ‘condition humain’ belet dit. In ‘Coming Down’ verwoordt hij dit treffend met de droefgeestige begeleiding van de tenorsax van Mike Haughton die een sublieme hoogte zoekt. Zijn sopraansax op ‘Invisible Angel’ weeft mysterie rond Martyn’s engelen en op ‘Fading Of Light’ reikt hij naar de onmogelijkheid om Martyn’s emoties een uitweg te bieden. Het saxinstrument, tenor of sopraan, is blijkbaar de ideale begeleidingsvorm bij Martyn’s melancholische of grimmige teksten. Je kan hem daarbij naast Richard Thompson, Bruce Cockburn of Luka Bloom plaatsen. Of naast zijn voorgangers Ewan McColl en Woody Guthrie die als protestzangers de zwakheden in de maatschappij wisten bloot te leggen. ‘Vertrouwen, de keerzijde van weten’, Martyn heeft er moeite mee. Maar zoals in al zijn vorige cd’s -na 25 tel ik niet meer op- spreekt uit zijn teksten ook een zekere verzoenende vriendelijkheid, ondanks alle sarcasme dat in de witlijnen verscholen zit. In ‘Kindness’ geeft Nigel Hopkins met pianoklanken een zuiverende dimensie aan dat verlangen om één bloem te laten overleven temidden van alle verwoesting, zoals Martyn elders tot afscheid zingt. Over elke song valt qua sfeer wel iets te zeggen, wanhopig of visionair, droefgeestig of contesterend. Duidelijk is dat de dichter/songwriter, na een carrière die al twintig jaar duurt, nog lang niet uitgezongen is en dat met elke nieuwe cd een schepje goudstof aan zijn rijke songschat wordt toegevoegd.
Marcie



 

MARTY FINKEL
Website - Myspace
Mail : martyfinkel@hotmail.com
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Marty Finkel maakt ons het leven als schrijver van cd-recencies wel erg gemakkelijk. Samen met alle cd’s die hij tot op heden heeft opgenomen stuurt hij ons een zelfgetypte beschrijving van zijn loopbaan tot nog toe. Vandaar de voor mij uiterst eenvoudige taak om vanuit zijn Engels naar ons Nederlands te vertalen. Hij is woonachtig te Madison, Wisconsin en is nog maar net 21 jaar geworden maar hij stuurde ons toch al een pakketje met 4 cd’s toe. Drie albums verschenen onder zijn eigen naam en één cd werd uitgebracht onder zijn alter ego Spinning Swords. Marty Finkel is een zeer productieve singer-songwriter die onlangs nog een finalist was bij de jaarlijkse “songoftheyear.com”-wedstrijd met zijn liedje “I Ain’t Been Sleeping At All”. Dit nummer is terug te vinden op zijn recentste titelloze album “Marty Finkel” dat hij o.a. via CD-Baby aan de man probeert te brengen. De muziek op alle platen is een verzameling van zelfgeschreven pop-, rock-, folk- en countryliedjes. Inspiratie voor zijn liedjes haalt hij bij zijn muzikale voorbeelden Elliott Smith, Neil Young, Ryan Adams, The Beatles, Bright Eyes en Paul Simon. Zijn eerste - thuis opgenomen - cd heet “Sleeping With The Stars” uit 2005 met dertien zelfgeschreven songs waarbij hij alles zelf heeft gedaan: schrijven, zingen, alle muziekinstrumenten spelen, opnames maken, productie, hoesdesign en verkoop. Van dit album onthouden we vooral de songs “New Life”, “Becoming You”, “Good-Bye” en “Nomadic Heart”. In 2006 bracht hij onder het pseudoniem Spinning Swords de cd “We’re Trying So Hard” uit met alweer twaalf songs waarvoor Marty Finkel opnieuw alles zelf heeft gedaan. Opvallendste songs hier zijn “Allamy Park”, “Howling At The Moon” en “Rock And Roll”. In hetzelfde jaar nam hij ook nog een ep-tje op onder eigen naam met de titel “Songs My Mom Likes”. Die titel kwam er omdat zijn moeder hem vertelde dat ze “Sleeping With the Stars” niet zo mooi vond. Voor dit 8 nummers omvattende werkje werd voor het eerst beroep gedaan op andere muzikanten en werden de opnames ook voor het eerst in een professionele opnamestudio gedaan bij Jackpot! in Portland, Oregon waar eerder ook al The Decemberists, Cat Power en The Shins platen hadden opgenomen. En mama vond dit achteraf ook veel beter, allicht omwille van songs als “Worst Kind There Is”, “I’m Going With You” en “Dance With Me”. Dus trok hij in 2007 opnieuw diezelfde studio in voor een eerste echte volledige studioalbum getiteld “Marty Finkel”. Het professionele opnamegeluid op deze plaat overstijgt gemakkelijk de zwakkere kwaliteit van de voorgaande platen en dat zorgt er dan ook voor dat de liedjes vlotter in het gehoor komen te liggen. De aftrap wordt genomen met “Come On” dat kort maar leuk swingend en lekker meezingbaar is, wat altijd kan tellen voor een entrée. Dat vlotte tempo blijft nog even aangehouden in “Don’t Forget Me” om daarna wat te vertragen naar een rustiger balladeformaat voor “It’s Gonna Be Alright” en “Baby Boy”. Daarna volgens enkele potentiële hitsingels met “Would You Be Mine” met mooie gitaarriff en drumbeat, het eerder vermelde “I Ain’t Been Sleeping At All” met intrigerend mandoline intermezzo door Adam Pike en “Just Tell Me When It’s All Over” met dezelfde Adam Pike op eerder ongebruikelijke instrumenten als timpani en sitar. En dan komt het absolute hoogtepunt van deze cd in de vorm van het nummer “Nothing Left To Lose”, een droevige pianoballade met voortreffelijk zangwerk van Marty Finkel. Ook “When I Sleep” en afsluiter “Bound To Break Your Heart” zijn uiterst genietbaar en tonen aan dat deze jonge artiest de toekomst breed lachend kan tegemoet gaan. Zijn kwaliteiten als songschrijver zijn alvast in voldoende mate aanwezig en mits wat airplay zou deze “Marty Finkel”-cd al voor de definitieve doorbraak kunnen zorgen.
(valsam)



SETH WALKER
Website
E-mail: hyenarecords@aol.com
Label: Hyena records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Je zou verwachten dat dit 't debuut is van deze bij het grote publiek minder bekende artiest, temeer omdat deze cd titelloos is, maar niks is minder waar. Nummer vijf is dit reeds voor Seth Walker. Verschenen slechts enkele maanden voor het jaareinde en dadelijk tot nummer één in mijn jaarlijstje gebombardeerd, waar hij zelfs over Ian Siegal en de Subdudes heensprong, die zich vroeger gedurende het jaar op 1 en 2 genesteld hadden. Mijn verrassing van 2007, en mijn eerste CD- bespreking in 2008. "Change My Way" is al dadelijk een mooie, wat vertraagde boogie die het midden houdt tussen John Lee Hooker en Canned Heat. De prachtsong "Kick it Auround", bekend van James Hunter, met pianist Stefano Intelsano in een belangrijke rol, laat de veelzijdigheid van die lichtjes gruizige super soulvolle stem van Seth extra uit de verf komen, evenals het langzame "Steady" met het warme, romige geluid van de Hammond B3. Even wat old style jumpgeluiden in "Miss Ann" en dan de topsong op deze CD, de New Orleans ballad, van Dave Bartholomew, waar Seth laat horen wat zingen is en een Ray Charles geluid neerzet om duidelijk "U" tegen te zeggen, terwijl hij bovendien nog eens gitaar speelt als T-Bone himself. Dit is grote klasse, je begint stilaan te beseffen dat je naar een van de beste releases van het jaar aan het luisteren bent, wat mij betreft zelfs dé beste. Het gaat inderdaad maar door, Jimmy Reed's "It's A Sin" met Kim Wilson als gast, de stampende Texas boogie "Gone Before I Knew It", dat me sterk herinnert aan het werk van die twee andere Texanen, Marc Benno en Doyle Bramhall. Op zijn best blijft Walker echter in de Ray Charles achtige ballades, en een tweede prachtvoorbeeld hiervan is "So Far Gone" waar stem en gitaar weer absolute topklasse uitstralen. Om af te sluiten blijft dan nog de Tom Waits klassieker "Picture In A Frame" ook gecoverd door Randy Newman, het tikkeltje "Ray" dat Seth er nog bovenop doet, maakt dat dit mijn favoriete versie van de drie is. Die unieke stem, dat superbe soulgevoel, de eigen sterke composities (met hulp van drummer Mark Hays) en de covers die soms zelfs het origineel overtreffen, dit alles maakt waarom dit mijn plaat van het jaar werd. Hij is te bewonderen op Moulin Blues op 2 en 3 mei, de organisatoren bewezen hiermee over een goede bluesneus te beschikken met deze man te boeken, maar dat bewezen zij met hun programmatie in het verleden ook al. Zorg gewoon dat je erbij bent die dag, maar begin gewoon met deze plaat te kopen, bij wijze van "voorspel" tot dan. Ondertussen "voorspel" ik deze man een grote doorbraak binnenkort. My Record Of The Year 2007! - (Ron)

23e editie Moulin Blues

De eerste namen van het Moulin Blues Festival zijn inmiddels bekend. Nederlands grootste bluesfestival zal plaatsvinden op 2 en 3 mei 2008 te Ospel. De organisatie heeft inmiddels beslag weten te leggen op de volgende bands:

Dirty Sweet (USA)
Jeff Healey Band (CAN)
Seth Walker (USA)
Ian Siegal Band (UK)
Ray Collins’ Hot Club (GER)
Lester Butler Tribute Band
The Hoax (GB)

Zorg dat je erbij bent!

 



 

BOOKER BROWN
A NEW BEGINNING
Website
Label: Steel Groove Records
Cdbaby

 

 

Op het gloednieuwe soul-blues label van Pernell Garrisson "Steel Groove records" rolde zonet het eerste schijfje uit de persen. Om het label te introduceren heeft Pernell een prachtzanger kunnen strikken: namelijk Booker Brown. Heel toepasselijk heet zijn eerste cd op dit label dan ook "A New Beginning". Booker brengt downhome soul en blues van de bovenste plank in de traditie van de oude soulzangers zoals Tyrone Davis, de Southern Soul King, niet te verwonderen dat op deze cd "Tyrone Lives On", ook een ode aan deze man staat. Die typische Southern stijl vinden we het best terug in het nummer met het beste dansritme en radiopotentie "Stir It Up". Booker begon vroeg in koren en gospel groepen, maar zoals zovelen, ging hij langzamerhand over op blues en soul, net als zijn moeder, die backing zangeres was bij de Staple Singers en later bij Muddy Waters. Al vlug werd hij gevraagd om als openingsact te fungeren bij top soul acts als Johnny Taylor, Ben E. King en Tyrone Davis. Hij toerde ook nog een tijdje met Latimore, van wie ik enkele maanden geleden de come back cd mocht bespreken die hij bij Henry Stone, huidige soulproducer nummer één uitbracht. Na op vier andere labels als Booker "Blues" Brown minder succesvol bezig te zijn, heeft deze uitstekende zanger resoluut gekozen voor de soul en is de nickname "Blues" verdwenen. Bij het nieuwe "Steel Groove" krijgt hij nu de aandacht en promotie die een artiest als hij nodig heeft. Dat ze het menen bij dit label getuigt het feit dat wij als Europese website dadelijk de kans krijgen om hun artiest te beoordelen. En ons oordeel is unaniem positief, sterke songs, Booker heeft een prachtstem, hij schrijft goede, grappige "chitlin circuit” teksten, luister maar naar "Don't Get Your Meat Where You Bake Your Bread" en het wat dubbelzinnige "Fishin At The Hole In The Wall" . Er is echter één opmerking, de productie: vooral de geluidskwaliteit in een aantal nummers is wat dof en wazig. Maar de echte soulfans gaan voor het gevoel dat in een nummer zit en daar is gelukkig geen gebrek aan. De songs en de stem zijn doordrongen van soul en gevoel en dan is High Fidelty minder belangrijk. Maar toch, het is een klein schoonheidsfoutje op dit labeldebuut van Steel Groove, Booker zelf kon ons daartegen geheel overtuigen. Benieuwd naar wat er volgt.
(RON)



 

 

IRON AND WINE
THE SHEPHERD’S DOG
Website - myspace
Mail : info@inlandempiretouring.com
Label : Sub Pop Records / Distr. Konkurrent

 

Ik ken Sam Beam toch al enkele jaren van EP-tjes en singles die hij uitbracht onder de naam “Iron And Wine”. Die naam vond hij terug op een voedingssupplement “Beef Iron & Wine” dat hij in een lokale winkel had zien liggen tijdens de opnames van een film waarin hij meespeelde. Gelukkig heeft hij het woord “Beef” achterwege gelaten, het ware zijn credibiliteit absoluut niet ten goede gekomen. Zijn verschijning en zijn stijl laten echter in het geheel niet vermoeden dat achter deze immense baard een topartiest schuilgaat. Maar toen ik deze uitermate sympathieke Texaanse folk-rock-singer-songwriter twee jaar geleden aan het werk zag in Brussel als voorprogramma van Calexico en toen hij nadien ook samen het podium deelde met deze band liet hij een onuitwisbare indruk na als songschrijver en zanger van schitterende songs. Samen brachten Calexico en Iron And Wine eind 2005 de EP “In The Reins” uit die geheel terecht schitterende perskritieken mocht ontvangen. Nu is er zijn derde full-CD “The Shepherd’s Dog”, de opvolgers van “The Creek Drank The Cradle” uit 2002 en “Our Endless Numbered Days” uit 2004. Deze 2 albums werden geheel onterecht uit de spotlights gehouden, waardoor Iron And Wine voor velen nog steeds vrijwel onbekend is gebleven. En dat is ontzettend jammer want “The Shepherd’s Dog” is net als de 2 voorafgaande albums een opvallend meesterwerkje geworden. Voor de opnames kreeg hij muzikale hulp van Joey Burns en Paul Niehaus van Calexico en van jazzmuzikanten Matt Lux en Rob Burger. De nummers op dit album zijn wat vrolijker en voller gearrangeerd dan gebruikelijk maar soms komt hij ook heel minimalistisch en intiem uit de hoek. Af en toe valt er ook een politiek statement – weliswaar humoristisch of cynisch verpakt – waar te nemen in enkele nummers. Als singer-songwriter begint Sam Beam zich een plaatsje af te dwingen in de gallerij der groten waar o.a. ook Nick Drake, Tom Waits en Neil Young een vaste stek hebben verworven. Hij noemt Tom Waits en diens topalbum “Swordfishtrombones” dan ook grootmoedig als zijn voorbeeld en inspiratie voor dit album. Producer Brian Deck en geluidsspecialist Colin Studybaker zorgden voor de uitstekende muzikale productie van de nummers op deze CD. In “White Tooth Man” en “The Devil Never Sleeps” durft Sam Beam het zelfs even aan om swingende rockmuziek te brengen en het speelse “Boy With A Coin” met een leuke handclap-hook en een verslavende melodie is goed om meteen gelanceerd te worden als eerste single uit dit nieuwe album. Inventieve ritmes zijn te horen in “Pagan Angel And A Borrowed Car” en met “Flightless Bird, American Mouth” (absolute topsong en duidelijke favoriet van ondergetekende) kan je je geliefde partner in een superromantische bui ten dans vragen voor een first class-walsje. Andere aanraders zijn het duidelijk door Calexico-geïnspireerde, schitterende “Lovesong Of The Buzzard” en “Wolves (Song Of The Shepherd’s Dog)”, “Carousel”, “Innocent Bones” en “Resurrection Fern”. “The Shepherd’s Dog” is tot nader order ongetwijfeld de beste CD van Iron And Wine, zowel muzikaal als compositorisch en de zeer goed verzorgde zang en diversiteit in de songs zorgt voor de rest. Geen verdere commentaar nodig, dus. CD snel aanschaffen en dan gestaag richting jaarlijstjes 2007.
(valsam)

IRON AND WINE LIVE
AB BRUSSEL
vrijdag, 18 jan 2008, 20:00


Sam Beam - vocals/guitar
Sarah Beam - violin/vocals
LeRoy Bach (ex-Wilco, momenteel in Beth Ortons band) - keyboards/guitar Chad Taylor (Chicago Underground Duo) - drums Matt Lux (Isotope 217) - bass Patrick McKinney - guitar Paul Niehaus (Calexico, Lambchop) - pedal steel/guitar Ben Massarella (Califone, Red Red Meat) percussion



JENNY GUNN
ONE THOUSAND WORDS
Website
Mail : songs@jennygunn.com
Label : Eigen Beheer
CD-Baby : http://cdbaby.com/cd/jennygunn

 

 

“One Thousand Words” van Jenny Gunn wordt opgedragen aan haar vader die haar een gitaar gaf toen ze 13 werd samen met de dromen van een dromer en aan haar moeder die haar het leven gaf. Deze hoesnota’s illustreren de verbondenheid van de zangeres met haar roots, die ergens in een klein dorpje in het Canadese Ottawa Valley liggen. Haar hele jeugd bracht ze door tussen muzikanten die in de studio onder haar slaapkamer kwamen oefenen en opnemen. Er hoeft dus niet zo ver gezocht te worden naar de muzikale invloeden die haar eigen toekomstige carrière bepaalden. Ze was gewoon voorbestemd om songschrijver te worden en dat heeft ze nu verzilverd door tien van die afgewerkte producten op een eerste cd op te nemen. Hoewel ze niet allemaal gezongen zijn want “Bigger Faster Stronger” is een gesproken rijmpje dat ze declameert alsof ze een sprookje vertelt aan haar kinderen. “Daffodil Girl” en “Hi Heels” zijn typische gitaarsongs waarbij de stem van Jenny Gunn sterke gelijkenissen vertoont met die van Natalie Merchant. Het stemgeluid van die Canadese 10.000 Maniacs-zangeres is nog duidelijker aanwezig in “Rem Man” en dat mag als een compliment gezien worden omdat het erg aangenaam luisteren is naar die mooie stem. Ondanks het feit dat ze nooit een muzikale opleiding genoten heeft ontstonden de liedjes haast automatisch door het uitproberen van diverse akkoorden op de gitaar en er dan later een melodielijn bij uit te werken. Deze manier van werken geeft een speciaal cachet aan haar liedjes die altijd een beetje onconventioneel maar net daardoor origineel van opbouw zijn. De liedjesteksten zijn verhalen die vanuit haar gedachten ontsproten zijn tijdens de afgelopen jaren en nu een finale bestemming hebben gekregen op deze plaat. Muzikale ondersteuning bij de opnamen van dit album kreeg ze van enkele gevestigde waarden in de Canadese muziekgeschiedenis zoals Errol Francis op gitaar en bas en ook de producer van het album, Glenn Woods op keyboards, Mike Martell op drums en Robbie Anderman die fluit speelt op o.a. “Daffodil Girl”. Vooral het orgel van Woods neemt af en toe een vooraanstaande rol in op enkele nummers zoals “Sam” en “Sound Man”. Mijn persoonlijke favoriet op “One Thousand Words” is het nummer “Storm”, een knap opgebouwde song met heel wat geluidseffecten. Deze hele cd is een genietbaar luisterplaatje van een zangeres die nog veel in haar mars lijkt te hebben. Ze werkt momenteel hard aan de songs voor een opvolger die al het goede van hierboven zal komen te bevestigen. Wij kijken er alvast naar uit.
(valsam)



 

GERRY HUNDT
SINCE WAY BACK
Website
Label: Blue Bella Records
VIDEO

 

 

Tussen mijn oude lp's zit een beduimeld exemplaar van een plaat van een zekere Johnny Young "Fat Mandoline" heet ze, uitgebracht op het legendarische "Blue Horizon" label. Met mijn favoriete song "Deal The Cards" er op. Ik heb ze veel gedraaid want wat ze zo speciaal maakte was het instument wat op deze plaat de hoofdrol speelde, de mandoline, een instrument dat je vaak tegenkomt in de country en bluegrassmiddens, maar in de bluesmuziek zo zeldzaam is als een witte raaf. Johnny Young heeft een opvolger gekregen in deze Gerry Hundt, want de bluesmandoline spelers zijn op één hand te tellen en bovendien allemaal overleden: Willie Hatcher, Ted Bogan, Carl Martin, allemaal namen uit lang vervlogen tijden, zelfs Rory Gallagher, die ook wel eens regelmatig de mandoline hanteerde is al jaren lid van de "Paradise blues band". Dat maakt de muziek van Gary zo goed als uniek. De kenners onder jullie weten natuurlijk wie Gerry Hundt is, hij is de bassist en tevens rechterhand van Nick Moss. Rechterhand omdat hij naast bas en mandoline nog tal van andere instrumenten beheerst. In de beste Chicago blues traditie vliegt Gerry er in met "Since Way Back", tevens de titelsong. Heel sterk is ook "Bad Water", een song over de ervaring van drummer Bob Carter en zijn familie met een vergiftigde waterput, hier helemaal in echte Muddy Waters’ Chicago stijl gebracht, (Muddy Waters?…ook toevallig bij een nummer over slecht water). Nog meer authenticiteit in "Burnin Fire", het enige niet zelf geschreven nummer hier. Otis Spann schreef het en het is voor pianist Willie Oshawny ook het moment om zijn kunnen te tonen. De swingende jive –instrumental "Union Boogie" en het boogieritme in "Whiskey Makes Me Mean" zijn nog een paar hoogtepunten op dit kleinnood Maar.. "You're The One" mag dan wel door Hundt geschreven zijn, het in het begin van dit artikel genoemde "Deal The Cards" van Johnny Young was er meer dan duidelijk de inspiratiebron voor om het zacht uit te drukken, buiten een nieuwe tekst en titel is er weinig werk aan geweest voor Gerry als je het mij vraagt. De grote verdienste van dit nieuwe Chicago blues album is misschien wel de revival van dat lang vergeten instrument, de blues-mandoline, en daar ben ik heel blij om.
(RON)



 

DALLAS HODGE
REELIN’
Website
Email: dallas@dallashodge.com
Label: Meg Records
Cdbaby

 

 

Eind vorig jaar verscheen op Meg Records : "Reelin'", de nieuwe CD van Dallas Hodge. Hij speelde in de jaren ’70 samen met zijn broer Catfish Hodge in de Catfish Hodge Band waarmee hij meerdere albums opnam. Een verhuis naar Santa Cruz, California bracht hem in 1978 in contact met Steve Marriott, de betreurde gitarist van de Britse supergroepen The Small Faces en Humble Pie, waarin ook Peter Frampton (The Herd) speelde. Alhoewel het grote Atlantic Records (van de legendarische platenbaas Ahmed Ertegun, die ondermeer Ray Charles en Led Zeppelin in zijn stal had) hen initieel een contract had aangeboden, liep de samenwerking tussen Hodge en Marriott spaak wanneer Atlantic Marriott op zeker ogenblik opeiste om een band samen te stellen met zoveel mogelijke originele Humble Pie-leden. Hodge ging op eigen houtje door met zijn band Deluxe en begeleidde andere artiesten zoals Johnny Winter, Delbert McClinton en Bonnie Raitt. In 1983 verhuisde Hodge naar Los Angeles waar hij en zijn broer de handen nog een keer in elkaar sloegen voor het vormen van the Hodge Brothers Band, die vooral in het lokale circuit brokken maakte, ondermeer omdat ze enkele van de beste muzikanten uit LA in haar rangen had. Bezige bij Hodge zat ook met Drew Abbott en Chris Campbell (Bob Seger's Silver Bullet Band) in de Detroit Allstars, een “supergroep” die een tweetal keer per jaar optrad in de omgeving van Michigan. In 2000 werd Hodge de positie van lead-gitarist en frontman bij de legendarische band Canned Heat aangeboden. Naast zijn job bij Canned Heat toerde Hodge ook met zijn Detroit Allstars. In Europa speelt Hodge met Grand Theft, een band die speciaal voor deze toernee samengesteld werd, met een aantal bekende muzikanten uit de Belgische bluesscene: Helix en JB (Blues Lee), Jan Ieven (El Fish / the Rhythm Junks / Jim Cofey’s), Patrick Cuyvers (Soul Spirit / Hideaway / Jim Cofey’s) en Dynamite Steve (Last Call / Jim Cofey’s). Terug naar "Reelin’". Hodge steekt van wal met Diving Duck, een bluesstamper in het genre Traveling Riverside Blues (Robert Johnson, zoals terug te vinden op "Me & Mr. Johnson" van Eric Clapton). In dit nummer valt vooral het pianospel van Rick Solem op. Wat ondergetekende betreft heeft Hodge zich daarna ‘vergrepen’ aan een cover van de overbekende Beatles-song "Love Me Do", die hij tot een country slow vertimmerd heeft. Hodge corrigeert zich onmiddellijk met "Take That Baby Home", een uptempo swing waarin pianist Solem en de blazerssectie Woodford-Thornburg-Adkins zich zeer positief laten opmerken. Deze song – gekruid met een snelle en goed uitgevoerde solo van Hodge zelf – rockt! In "In The Wind" heeft Hodge klaarblijkelijk getracht het verlies van een goede vriend van zich af te schrijven. Alhoewel zeker goedbedoeld, valt deze song wat uit de toon op de CD. De song is melig en de tekst is té direct. Niemand slaat klaarblijkelijk ongestraft het ‘schoenmaker, blijf bij je...’-principe ‘in the wind’. Alsof hij er een patent op heeft scheve situaties onmiddellijk weer recht te trekken, wordt het zwakkere In The Wind onmiddellijk opgevolgd door een sterk Don’t Want Nobody, een Hodge-versie van een bluesklassieker waarin de bedrogen man zijn echtgenote laat weten dat hij haar overspel in het snuitje heeft. Een type-song waarvan vooral B.B. King enkele (tekstueel) sterke versies schreef onder de namen "Outside Help" en "I Got Some Help I Don’t Need" (The iceman came by this morning and you know he didn't leave no ice, the postman came by later baby, and he didn't even ring twice... – een echte aanrader). "Up The Country", een cover van de overbekende Canned Heat-song, laat pianist Rick Solem andermaal de kans te schitteren naast de bottleneck slide van Tom Maclear, die het album ook producete. "Reelin’" en "Holiday" zijn songs in de echte motor city rockin’ blues-traditie waarvoor Hodge gekend is. Weerom een glansrol voor rock n’ roll-pianist Rick Solem. "High Roller" – mét leuke backings – is een lekker swingende bluessong zonder meer... "Rock me Babe" is een goed gebrachte cover van de bluesstandard waarmee B.B. King zijn liveshows zo vaak spetterend afsloot. Weerom pianist Solem... Hodge heeft met "Reelin’" een pretentieloos album gemaakt dat muzikaal van hoge kwaliteit is. Men kan hem enkel ten laste leggen een foute keuze te hebben gemaakt door "Love Me Do" en "In The Wind" op de tracklist te zetten. Om in het "Motor City"-jargon te blijven: dit is een album dat elke bluesliefhebber in de auto moet hebben zitten. Wel zeer opletten met de rechtervoet!
(Pieter Jan)



 

LAURIE JONES
Website - Myspace
Mail : info@lauriejones.org
Label : Reversing Recordings
CD-Baby

 

 

Deze naar zichzelf getitelde cd brengt Laurie Jones - een zangeres en songschrijfster uit New England in de States - in de schijnwerpers. Dit is al haar derde album waarbij eens te meer haar sterke en krachtige stemgeluid ten volle tot uiting komt. Op haar MySpace-site geeft ze aan beïnvloed te zijn door artiesten als Pretenders, Blondie, Lucinda Williams, Ani DiFranco, Johnny Cash, Nirvana en Counting Crows. In het korte openingnummer “It Is Well With My Soul” - een 19e eeuwse hymne die a capella wordt gedeclameerd - geeft Laurie Jones al aan dat het haar momenteel goed vergaat. Daarna gaat ze meteen behoorlijk stevig tekeer in de eerste single uit het album “Overrated” waarin ze de muziekindustrie een serieuze veeg uit de pan geeft en klaagt over het feit dat je van muziek alleen niet kan overleven en een vaste dagjob noodzakelijk blijft. Daarna etaleert het verhalende “Give Me A Moment” haar vocale kwaliteiten. De muzikale begeleiding op deze cd komt van haar vaste begeleidingsband bij live-optredens (Walter Howland, Neil Salisbury en Steve Peer) en enkele gastmuzikanten. De songs blenden op een knappe wijze gospel- en countryinvloeden met stevige rockmuziek. “Hey My DJ”, “Goat Dance”, “Another Road Trip” en “Paradise” zijn daarvan duidelijke illustraties. Maar ook emotionaliteit komt aan bod in enkele nummers die een wat rustiger tempo aanhouden, zoals “Torin’s Revolution” met Keltische fiddle-muziek en het mooi gezongen liedje ‘I Only Wanted You”. Ook afsluiter “Wonderful And Cheaper” is een ballade die zorgt voor een rustig einde van deze cd. Qua stem kan Laurie Jones vergeleken worden met Chrissie Hynde en hier en daar met de soulvolle stembanden van Ani DiFranco. Dit energieke album krijgt het label Americana Roots mee van de redactie maar kan evengoed in de rekken van de popmuziek geklasseerd worden.
(valsam)