ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


BOB WISEMAN - THEME AND VARIATIONS

ALLEGRA BROUGHTON & SAM PAGE - SOLID AIR

SEASICK STEVE AND THE LEVEL DEVILS - SPECIAL

STEVE MEDNICK - SPECIAL

JOE RICHARDSON - STRIPPED DOWN

AA SOUND SYSTEM - LAISSEZ FAIRE

DONOVAN WOODS - THE HOLD UP

THE GRYFYN BAND - NO APOLOGIES - AM I BLUE

NATHAN McEUEN - FESTIVAL

ROB SWEET - INTRODUCING ROB SWEET



 

BOB WISEMAN
THEME AND VARIATIONS
Website - Myspace
Mail : rockbobster@sympatico.ca
Label : Blocks Recording Club
Distr. : Hemifran VIDEO 1 - VIDEO 2

 

“Who Am I” vraagt de Canadese singer-songwriter en filmmaker Bob Wiseman zich af in de eerste song op het album “Theme And Variations”. Het antwoord komt van een waarzegster: “I see a man who dies in the dessert, slowly and for whom no one will wait”.Met deze niet zo positieve noot zet hij de toon voor de overige liedjes op deze plaat, die op zijn minst toch wel speciaal en extravagant kan genoemd worden. Als pianist en organist van de groep Blue Rodeo kwam Wiseman lang geleden in de muziekindustrie terecht en toerde hij nadien ook nog met andere artiesten zoals de Canadese groepen Slutarded en The Hidden Cameras of met artiesten zoals Michael Snow en Paul Dutton. Voor deze plaat heeft hij een beroep gedaan op enkele muzikanten die hij op die vele omzwervingen heeft leren kennen. Zo bespeelt James Anderson de zingende zaag, Julie Penner de viool, Don Kerr zorgt voor percussiewerk en o.a. Mary Margaret O’Hara en Sarah Harmer geven op enkele nummers wat vocale ondersteuning. De stem van Bob Wiseman is niet meteen de beste die ik al gehoord heb, maar het lijkt er op dat hij met deze plaat vooral zijn persoonlijke en intimistisch verhaal kwijt wil aan de luisteraar. Zo is het nummer “Man Of Misery” een heel lange beschrijving van zijn zelfbeklag over een misgelopen relatie uit het verleden. “Three Men” lijkt meer op een filmische beschrijving van een pijnlijke, onrealistische en moeilijke liefdesrelatie. Muzikaal blijft het allemaal heel beperkt, experimenteel, soms uitsluitend gelimiteerd tot wat gitaar, piano of orgelmuziek. Op dat vlak is deze cd niet zo verschillend van zijn eerste, wat meer toegankelijke, bluesy soloalbum “In Her Dream” dat binnenkort ook opnieuw door Blocks Recording Club zal worden uitgebracht. Het vlotst in het gehoor liggend zijn de songs “Search The World”, “Dead Inside” en ook “Passion Flowers” is wat meer radiogeschikt. Muzikaal beweegt Wiseman zich in de genres folk, rock jazz en heel af en toe klinkt hij als zijn Canadese collega singer-songwriter Ron Sexsmith voor wie hij in het verleden ooit een album produceerde. De artiest Bob Wiseman is uiterst moeilijk vast te pinnen op een bepaald genre omdat hij blijkbaar lak heeft aan succes en daarom van avant-gardemuziek vlotjes in folk en pop overgaat. “Theme And Variations” lijkt soms een luisterliedjesplaat te zijn maar is eerder een conceptplaat over falende relaties. En daarvoor zijn de teksten naar mijn gevoel soms te ruw, te provocatief en te direct.
(valsam)



 

ALLEGRA BROUGHTON & SAM PAGE

SOLID AIR
Website
Contact: solidairmusic@sbcglobal.net
Label - Cdbaby

 

 

Allegra Broughton en Sam Page komen beiden uit Californië. Wat zij nog gemeen hebben is dat zij van alle muzikale markten thuis zijn, te beginnen met hun geliefde folkrock muziek. Al vijfentwintig jaar trekken zij musicerend van club naar koffiehuizen, en van concertzaal naar festivals waar zij op een vaste schare fans mogen rekenen. Afzonderlijk speelden zij ook bij andere groepjes of ensembles, van psychedelische countryrock zoals Sam tot gospel zoals Allegra. In ‘The Wild Catahoulas’ waagden beiden zich zelfs aan cajun en zydeco. Flarden van al die genres wervelen rond in ‘Solid Air’ en toch is dit album merkbaar homogeen. ‘Cool Rain’ swingt jazzy met gedempt tromgeroffel in de regen. ‘Not A War Song’ walst zwierig de danszaal rond op accordeon en de vioolklanken van de Hot Frittatas en ‘Travelin’Child’ raast verder op de wielen van een rockabilly met een drummende Rick Cutler die het ritme aangeeft. Hun korte biografie leert dat beiden als kind met muziek zijn grootgebracht. Bij Allegra was dat een zingende moeder die van operadeuntjes hield en een vader die een voorliefde had voor Mahalia Jackson en Miriam Makeba. En Sam speelde als kind al bas. De waslijst van artiesten waarmee zij de festivalpodia deelden is lang. Maria Muldaur en Arlo Guthrie zijn er enkele van. In de loop van de jaren brachten zij als duo verschillende cd’s uit en deze ‘Solid Air’ kreeg een Grammy nominatie. Dit is mede te danken aan de begeleidende muzikanten. Gitarist Nina Gerber, Steve Barbieri met lapsteel gitaar, Gary Vogensen met harmonica, om er slechts enkele te vermelden. Daarnaast ook Rick Curtler die af en toe met voodooachtige drum het zompig sfeertje opklopt. ‘Don’t You Break’ neigt hierdoor naar swampblues, waar Allegra’s geschoolde stem dit element nog benadrukt. Want behalve een geïnspireerde songschrijfster is Allegra ook een solide zangeres, die stevig uit de hoek kan komen. Normaal dat hun mix van country en folkrock vaak op de radio wordt gespeeld. ‘Teach Me To Fly’ zou ik dan zeker op hoger geluidsvolume draaien om Sam’s elektrische staande bas nog beter te ontvangen. Want wat Sam met zijn bariton, bottleneck en andersoortige gitaren doet, is essentieel voor de rijkgeschakeerde groepssound. Vanaf nu mogen zij mij ook tot hun fans rekenen.
Marcie



SEASICK STEVE AND THE LEVEL DEVILS
Website - e-mail: steve@seasicksteve.com
Label: Bronzerat
Distr: Lowlands - VIDEO1 - VIDEO2

 

 

Dave Wold, bij het publiek bekend als "Seasick Steve" is een heel apart iemand. Hij werd geboren in de U.S.A, zijn ouders verlieten elkaar toen hij 4 was en op14 jarige leeftijd verliet hij zelf het ouderlijke huis en begon het leven van een dakloze hobo te leiden, sliep in kartonnen dozen, en reisde van stad tot stad door op goederentreinen mee te reizen, het zogenaamde “trainhopping”. Tegenwoordig leeft hij in Noorwegen. Nog voor zijn carriere als blueszanger, had hij tientallen jobs, waaronder cowboy en seizoensarbeider op plantages. Zijn grote doorbraak tot bekendheid kwam er met Jools Holland, die hem in 2006 bij zijn jaarlijkse Hootananny of nieuwjaarsshow (video) liet optreden voor een menigte bekendheden in de studio die met open mond luisterden naar wat hij uit zijn 3 snarige goedkope gitaar te voorschijn toverde tijdens zijn "Dog House Boogie". Deze gitaar of “Three-Stringed Trance Wonder” zoals hij ze gedoopt heeft is het onderwerp van een heel apart verhaal. Het is een heel normale, ordinaire gitaar, maar er staan slechts 3 snaren op, en ze zijn bovendien heel verkeerd getuned. Bij elk optreden vertelt hij het verhaal dat hij dit onding kocht voor 75 dollar van een man die Sherman Cooper heet, in Como, Mississippi. Hij zwoer om nooit iets te veranderen aan deze gitaar, en er zijn doel van te maken om de wereld te vertellen dat Sherman hem opgelicht heeft, bij elk optreden zegt hij dan ook, terwijl hij de gitaar ostentatief in de lucht steekt: “This is the biggest peace of s**t in the world!”

CHEAP
Verder heeft hij ook nog zijn exclusieve “Didley Bow”, in feite een éénsnarige slide, speciaal voor hem gemaakt en zijn MDM of “Mississippi Drum Machine” een unieke versie van een zogenaamde stomp box. “Cheap” was zijn eerste full cd, en deze laat ons een kruising horen tussen busker - stijl blues, hobo verhalen, John Lee Hooker achtige primitieve boogies en juke joint blues in de Fat Possum traditie, alles super primitief en bewust wat slordig opgenomen, zodat de titel “Cheap” volledig tot zijn recht komt, maar dat maakt juist ’t originele charme van dit soort opnames. Goedkoop, maar echter dan echt. Prachtige nummers op deze cd ook. De ruige opener “Cheap” met zijn vuile fuzzy gitaar en nog vuilere vervormde vocals zet al dadelijk de toon voor een originele bluesuitstap. Het daarop volgende “Rockin Chair” gaat met hetzelfde elan verder. In “Hobo Blues” hoor je de sfeer van de Mississippi Delta zo doorklinken en roept het treinritme zonder moeite beelden voor de geest van zwervers die in open treinwagons naar een voorbijreidend landschap turen. “Love Thing” is echte John Lee Hooker in zijn begindagen, met een mooie solo op de Didley Bow. Ongelooflijk dat je uit zo’n primitieve instrumenten zulke muziek kunt halen. ”8 Ball” is naar mijn mening een van de beste nummers op de cd, net als het daarop volgende “Xmas Prison Blues”. Beide nummers zijn verzorgder van opname en Steve’s warme stem komt nu volledig tot zijn recht in deze laidback songs. In het afsluitende “Rooster Blues” komt het bekende Jimmy Reed ritme aan de oppervlakte. Bovendien merk ik dat de cd nog een hidden track bevat van wel 7 minuten. Mooi meegenomen. De twee hobo verhalen die tussendoor nog verteld worden, geven een mooi beeld van deze man, die als een unieke, zonderlinge nieuwkomer aan het bluesfirmament mag gezien worden, we gaan zeker nog meer van hem horen!

DOG HOUSE MUSIC
Net als bij zijn voorganger begint deze cd superstevig met "Yellow Dog", alleen na 61 seconden is het plots gedaan, de schaar erin, weer een van die eigenzinnige aparte dingen die eigen zijn aan Seasick Steve. "Things go up" heeft wat van een slavensong zoals die vroeger op de plantages gezongen werd om 't tempo erin te houden. "Cut My Wings" is een echte delta blues, Mississippi Fred McDowell stijl, en eigenlijk zijn de meeste nummers op deze cd in deze stijl. Alleen de "Dog House Boogie" is weer iets harder van aanpak en zit weer in het Fat possum, White stripes, Black Keys, North Mississippi All Stars straatje. "Save me" is ook nog een buitenbeentje met het unieke geluid van de Didley Bow als leidraad. De overige songs zijn meer delta bluesnummers, rustiger van aard, met akoestische slide op de three stringed trance wonder en dikwijls de oudste J.L Hooker opnames, zoals "Hobo Blues" voor de geest roepend. Als we deze twee cd's moeten vergelijken verkies ik echter de re-release van "Cheap" boven de zeer geprezen "Dog House Music". Komt het omdat weinigen "Cheap" al gehoord hebben, wel dan zullen ze waarschijnlijk nog uitbundiger gaan doen dan over deze cd, want "Cheap" was veel avontuurlijker en uitbundiger van geluid dan deze "Dog House Music", die de reden was dat Seaside Steve naar de Humo Awards en Pukkelpop mocht en mag komen. Nu even luisteren naar zijn nieuwste werk.


E.P
Bronzerat Records was zo vriendelijk ons ook nog een E.P toe te sturen die echter geen titel nog hoes heeft en aan het labelnummer te zien de resentste opname van Steve is. Vier nummers slechts waarvan een 'n hobostory (spoken word) en ééntje de remix is van "Last Po' Man" uit Dog House Music. Als dit een voorloper is voor een nieuwe full cd, dan belooft die weer heel goed te worden, want Steve heeft terug het vuur van de eersteling "Cheap" teruggevonden, De Remix van Last po' Man is super en de overige twee songs zijn ook songs die erg R.L Burnside geinspireerd zijn. Seasick Steve, van hobo tot bluesster in één jaar tijd: terecht, volgens mij!
(RON)

 

SEASICK STEVE LIVE
+ THE BLACKBOX REVELATION
ABBox Brussel
maandag, 21 jan 2008, 20:00

 



 

STEVE MEDNICK
Website - Myspace


 

Ambling Toward The Unknow (2007)
Bucket of Steam (2006)
Dark Ages Reprise (2006)

We hebben het wel voor sympathieke antihelden zoals Steve Mednick. Mednick is een songwriter uit New Haven, Connecticut, die feitelijk nog niet zolang aan de weg timmert. Mednick is in het dagelijks leven advocaat maar wanneer je diep in zijn hart kijkt, wordt duidelijk dat hij zijn leven liever als fulltime muzikant zou slijten. Getuige zijn derde album "Ambling Toward The Unknow", dat enkele maanden geleden werd uitgebracht, is de kans voor Mednick op een succesvolle carrière dan minstens even groot als een carrière als jurist. Hij beschikt over een prachtige, fluweelzachte stem en zijn poëtische songs zijn zonder uitzondering van superieure kwaliteit. Daarbij heeft hij ook iets John Hiatt-achtigs, maar ook een stel ingetogen pareltjes roepen het werk van wijlen Warren Zevon in herinnering. Hij weet heel veel oprechte emotie in z'n helende stemgeluid te verwerken en daarmee zo'n beetje alle aandacht naar zich toe te trekken. Mednick is zo’n songwriter die zonder echt op te vallen de mooiste dingen maakt. "Dark Ages Reprise" (2006) bijvoorbeeld, zijn eerste release, een LP die nog altijd fris en sterk klinkt. Maar ook "Bucket of Steam" (2006), zijn tweede CD staat bij ons nog steeds in de boeken als één van de allermooiste Americanaplaten van de voorbije jaren. "Bucket of Steam" is een een plaat zonder toeters en bellen die uitblinkt in zijn subtiliteit. De songs hebben een relaxte sfeer en zijn ijzersterk. De sound is aangekleed met viool of een accordeon. Maar de basis is toch de stem van Mednick, zijn gitaar, zijn piano en een bescheiden ritmesectie. "Bucket of Steam" sluit eerder aan bij het werk van grote namen als het reeds vermelde duo John Hiatt/Warren Zevon zoals in "Second Heart" en "Roxbury Interlude" dan bij dat van Bob Dylan, in het verleden zo ongeveer het ideale referentiepunt volgens menig een recensent. En zoals het hoort in de folkwereld kon ook een anti-Bush song, "Sidestepping (in the Dark)" niet ontbreken op deze CD. Nu is er zijn nieuwe album "Ambling Toward The Unknow", en het is weer een bijzonder sfeerrijk, ongedwongen vervolg geworden. Op deze derde plaat in een tijdspanne van slechts 14 maanden staan dertien mooie, ingetogen Americana, roots en folk-liedjes, waarin de voornaamste kracht schuilt in de wat dromerige vocalen van Mednick. Ook de muzikale begeleiding is weer eens ijzersterk met o.a. Eddie Seville, Karl Allweier, Tony Casagrande, Chris DeFrancesco, Billy Kotsaftis, Bob Loveday, Andre Roman en Sallylu Sianni. Onmiskenbaar vanaf de eerste tonen op deze plaat horen we Mednick in optima forma. De liedjes zijn ijzersterk, melancholiek en vooral sentimenteel. De arrangementen zijn akoestisch en zijn teksten over de gewone mensen, het alledaagse leven en zijn politieke overtuigingen zorgen ervoor dat u van het ene pure genietmoment in het andere glijdt. En het is ook weer zo'n plaat die steeds beter lijkt te worden bij elke draaibeurt. Steve Mednick is gewoon een singer/songwriter die folkmuziek mooi maakt, beschaafd en gearrangeerd doet klinken. Daardoor hoor je pas na een aantal keren luisteren hoe goed hij eigenlijk is. Mednick schrijft teksten die gaan over dagelijkse zaken, maar hij weet er toch een universele draai aan te geven terwijl de liedjes tegelijkertijd licht blijven, en je regelmatig moet glimlachen, maar ook aangrijpende liedjes zoals "Wherever Paths Lead" en "Words". De meest uitschietende songs waarin hij uitblinkt in zijn storytelling zijn voornamelijk "Prelude to The Fall/Jacksonsville" en "A Lost Child", volgens mij de sterkste songs die hij ooit schreef. Nu kijk ik al uit naar zijn nieuwe album "Sunset At the Norht Pole" dat later dit jaar zal verschijnen, nieuwe songs waaraan hij nu samen met producer Eddie Seville (Steel Rodeo, Frank Carillo & The Bandoleros) naarstig zit te werken. Voorlopig zijn we zeer tevreden met: "Ambling Toward The Unknow", "Bucket of Steam", "Dark Ages Reprise", typische albums, die je voorzichtig voortkabbelend bij elke beluistering wat meer inpalmen. Waar ze het eerst eigenlijk maar heel gewoontjes lijken, nodigt het vervolgens uit tot keer op keer opnieuw beluisteren en worden het zelfs bijzonder graag geziene gasten in de late uurtjes. Als elke debutant met zo’n verdomd sterk materiaal zou uitpakken, het zou er ons leven als recensent absoluut niet gemakkelijker op maken. Laten we er niet omheen draaien: Moge vijftigplusser Steve Mednick nog een gouden toekomst tegemoet gaan!



 

JOE RICHARDSON
STRIPPED DOWN
Website
E-mail: JoeRichardsonExpress@hotmail.com
Label: Viewpoint records
Cdbaby

 

 

"Stripped Down" heet ze. Uitgekleed tot op het bot, dat is het dan ook helemaal, blues in alle eenvoud. Enkel die expressieve stem van Joe Richardson uit Austin en enkele vintage gitaren. Echter geen overbekende covers, wat je zou verwachten op zo een plaat. Geen Robert Johnson, Mississippi John Hurt of Son House, maar eigen composities met de geest van de Delta diep binnenin. Een expressieve stem, vol soul en verdriet, de ideale stem om de blues te zingen. Het gitaarwerk van Joe Richardson mag er ook zijn, hij maakt gebruik van een aantal vintage juweeltjes zoals een Gibson J-50 uit 1964, een zeldzame Martin R- 18 hole arch top en een metal dobro van 1932 om er maar een paar te noemen. Ik zie de gitaarkenners onder jullie al likkebaarden, ja jongens, droom er nog maar wat van. Dit draagt natuurlijk bij aan het prachtig volle geluid wat dankzij de "kale", stripped down productie extra tot zijn recht komt. Deze muziek is simpel en tegelijkertijd complex. De song waarmee het geheel van start gaat, "Killing In The Name Of The Lord", is een nummer met meesterlijk fingerpickin gitaar en Joe in zijn vertellende stijl met die aparte stem. De eerste zinnen, die niet gezongen, maar gesproken worden, lijken wel uit een John Lee Hooker plaat te komen. Prachtige song! Ook de tekst, een aanklacht tegen de waanzin van oorlogsgeweld. "Watcha Tryin' T' Do?" is ook apart, met zijn snelle ritme op National Steel. "I've Got One Thing" is een song over eenzaamheid, die wat herinnert aan het werk van Leon Redbone, klinkt ondanks het thema vrolijk vanwege een lustig gefloten deuntje doorheen de ganse song,... weird. "The Leprechaun" haalt zijn eigenheid dan weer uit de percussie op de body van de éénsnarige "gitaar" (of beter een "Diddley bow", zoals Seasick Steve die ook zelf maakte) in plaats van er gewoon op te spelen, de gezongen baslijn en bluesy "rap" vocals. In het langzame "I'll Be Going There" zijn er weer overeenkomsten, vooral qua stem, met Leon Redbone. Het is een zeer ingetogen, droeve blues die de titel van deze cd helemaal waarmaakt. Dit is blues in zijn soberste vorm en toch boordevol met emotie. Nog een laatste verrassing op deze speciale cd is "Praying" een soort slavensong - gospel combinatie met enkel Richards stem en geen verdere begeleiding dan wat "handclaps" meerdere malen opgenomen en samengevoegd tot een gospelkoor. Subliem... This is a "stripped down" beauty. Zo heb ik ze nog het liefst.
(RON)



AA SOUND SYSTEM
LAISSEZ FAIRE
Website - Myspace.
Mail : info@aasoundsystem.com
Label : Saved By Radio
Distr. : Hemifran
CD-Baby

 

 

Lily Plain, Saskatchewan, Canada is de thuisbasis van Ayla Brook en Marek Tyler, de twee stuwende krachten achter de in het gezegende jaar 2000 begonnen formatie AA Sound System. Brook schrijft de nummers en speelt gitaar, terwijl Tyler drumt en voor samples en vocoderklanken zorgt. Om de gezelligheid nog wat te verhogen en de muzikale kwaliteit nog wat te verbeteren werd er bovendien een beroep gedaan op Lane Arndt die basgitaar, keyboards en backing vocals toe komt voegen. Van het louter experimentele geluid werd overgegaan naar meer melodieuze nummers en ook de aandacht voor de teksten nam in grote mate toe, kortom het geheel werd meer toegankelijk voor het grotere publiek. In 2004 verscheen er een eerste cd van AA Sound System, getiteld “Lily Plain …You’re Hardly Poor”. Dit voornamelijk alt.country album kreeg ruime airplay in Canada en op enkele betere radiostations daarbuiten. De inspiratie voor deze eerste plaat vond Ayla Brook bij het levensverhaal en het overlijden van zijn moeder aan wie hij deze cd ook opdroeg. Onlangs verscheen het altijd moeilijke tweede album met de titel “Laissez-Faire”. Deze cd is wat meer folk en popgericht. De heren catalogeren hun band als een landelijk georiënteerde, stedelijke elektrische alt.rootsband, een definitie waarbij je je heel wat kan voorstellen, alleen niet wat het werkelijk betekent. Een andere naam voor het genre is “countronica”, een mix van elektronica en country. “Laissez-Faire” werd in een tijdspanne van 10 dagen opgenomen met de hulp van producer Danny Michel. Dit leidde tot negen vlot beluisterbare liedjes. Met “I Don’t Get You At All” wordt begonnen, een echte radiosong in de vorm van een leuke meezingertje op een simpele beat en nogal verschillend van de rest van de nummers op deze cd. Titeltrack” Laissez-Faire” is een rootsy song die gaat over hoe een vastgelopen relatie terug vlot kan getrokken worden. De meeste overige nummers leunen veel dichter bij indie dan bij elektropop. “Who’d Of Thought” is een nostalgische song die akoestisch gebracht wordt en “Raw Joy” een moderne popsong die drijft op een catchy pianoriff en plezant handgeklap. “Vermillion” verzoent elektronica met zachte gitaarklanken en dito vocalen. Een countrygetinte singalong wordt geserveerd in het nummer “Harmony” en “No Difference” vertoeft in sferen van eenzaamheid en verdriet met emotioneel zangwerk. Aan het einde gekomen wordt je nog even in een diepe depressie geduwd met het 9 minuten durende nummer “Date Palm” met een tragisch verhaal over een recent afgebroken liefdesrelatie wat tot hartverscheurende taferelen leidt. Wij denken dat AA Sound System een sfeervolle groep is die we graag wel eens live aan het werk zouden willen zien. Niets zou hen moeten tegenhouden om van Canada naar Europa af te zakken om hier hun kunstjes te komen vertonen.
(valsam)



 

DONOVAN WOODS
THE HOLD UP
Website - Myspace
Mail : donovanwoodsmailinglist@gmail.com
Label : Sunny Lane Records
Distr. : Hemifran

 

 

Net een half uurtje heeft Donovan Woods nodig gehad om ons te overtuigen van zijn kwaliteiten als zanger en liedjesschrijver. Zo lang duurt namelijk ook zijn eerste cd “The Hold Up” waarop hij liedjes brengt in het genre dat we kennen van Ryan Adams, Ani DiFranco, Ron Sexsmith en Bob Dylan. Geboren in Sarnia, Ontario, Canada kreeg de nu 27 jaar oude artiest zijn voornaam via Donovan Leich, de favoriete zanger van zijn vader. In zijn prille jeugdjaren kreeg hij reeds uitgebreide muziekbeluisteringsessies van zijn vader die hem zo in contact bracht met het rijke muziekverleden waarin zijn vader opgroeide. De microbe voor het maken van eigen liedjes was definitief overgebracht op Donovan Woods toen hij van zijn vader ook nog eens een eigen gitaar kreeg. Op de negen folk en popsongs die we op “The Hold Up” te horen krijgen begeleidt hij zichzelf op gitaar of banjo en zingt hij met zeemzoete stem zijn verhalen over relaties en liefde. “He Drinks Gas” en “Virginia Firm” zijn nog typische liefdesliedjes. “My Cousin Has A Grey Cup Ring” is een weergave van zijn kunst om grappig met woorden te spelen. “Brand New Gun” en “I Ain’t Saying She’s Better Than You” zijn gitaarsongs en verhalen over leven en liefde, reëel of onrealistisch. Een onweerstaanbare song is de pianoballade “Car Won’t Start” dat voortreffelijk gebracht wordt in onvervalste Damien Rice-stijl. Ook de cd-afsluiter “Wait And See” heeft hitpotentieel in een tijd waarin het singer-songwritergenre hoogdagen beleeft. Donovan Woods is een getalenteerde kerel die onverstoord hard moet blijven werken aan een toekomst in de muziek. Vroeg of laat moet en zal de erkenning volgen.
(valsam)



 

THE GRYFYN BAND
NO APOLOGIES / AM I BLUE
Website
E-mail: general@gryffyn.net
Label: Eigen beheer

 

 

Dit trio uit de omgeving van Seattle, opgebouwd rond zanger gitarist Sean Denton bracht in 2004 "AM I Blue" uit, hun debuut. Seattle is een stad van waaruit wij de laatste tijd heel wat goed materiaal binnenkregen, denk maar aan The Red Hotz en Lisa Kay Deeter. Nu is er dus deze band die ons hun nieuwste "No apologies" stuurde, en tevens deze 3 jaar geleden opgenomen eersteling. Als debuut is dit al een sterke cd. Sean Denton is zanger met een zeer melodische, toonvaste stem en bovendien een goed gitarist vooral op slide. De titelsong "Am I Blue" is een eerste uitschieter op deze productie. Ook mooi is het jazzy istrumentale "Earl's Boogie" waar de Hammond van Rick Mutter in dialoog gaat met Sean's gitaar. De grote kracht van de band is dat zij blues brengen die zich grotendeels buiten het gebruikelijke recht toe recht aan 12 maten schema begeeft. Neem nu bijvoorbeeld "Kickin You" met zijn funky, meer complexe ritme, of "Voodoo", een heel aparte en originele song, met duistere vocals en een mysterieus orgel als backing voor het mooie slidegeluid van Sean. Verdere sterke songs zijn "Baby 's On Fire" een Texaans aandoende shuffle à la Stevie Ray. De Little Feat song "Cold Cold Cold" ook door Bonnie Raitt gecoverd krijgt hier een prime uitvoering; maar de bewondering voor Lowell en de zijnen zullen we seffens in "No Apologies" nog meer merken. Eén van de mooiste songs op deze "Am I Blue " is voor mij echter "Footsteps" een nummer dat het moet hebben van het mooie rollende ritme van bas, piano en een prachtige gitaarlijn. Het wat psychedelische "Your Turn to Cry" is een vreemde eend in de bijt en de gitaarsolo met mouth tube klinkt wat passé, maar is daardoor toch wat apart. "Just Don"t Wanna Fight" een uptempo bluesnummer met slidegitaar dat de plaat afsluit brengt ons nog een laatste bevestiging dat dit een band is waar meer inzit dan de meeste bluesbandjes, al was 't maar door de vele eigen nummers en de afwisseling in stijlen. De stem en het gitaarspel van frontman Sean Denton, samen met het songschrijvers talent van duo Denton en drummer Talbott zijn daarbij nog een extra troef. De verwachtingen staan daarom tamelijk hoog gespannen voor "No Apologies".

Nieuweling Jim Collins, Sean Denton, Rick Mutter and Mark Talbott, of kortweg de Gryffyn band, hebben hun opvolger afgeleverd. Na het internationale succes van hun debuut, de net besproken, “Am I Blue”, is er nu “No Apologies”. Deze cd, die duidelijk een merkbare groei van de band aantoont niet alleen als muzikanten maar ook als schrijvers en producers. “No Apologies” is het resultaat van 2 jaar schrijven, repeteren optreden en studiowerk. De band heeft opnieuw een veelvoud aan stijlen in deze cd verwerkt, met het gevolg natuurlijk dat dit een zeer afwisselend werkstuk is geworden. De groep is ondertussen uitgegroeid tot een zeer hechte band, waar volgens velen die de band live bezig zagen, het spelplezier van afstraalt. Laten we even deze “No Apologies” evalueren. Het moet gezegd dat de cd niet echt sterk van start gaat. “Feedin The Cat” is een luchtig musical – achtig meezing niemendalletje dat mij het ergste deed vrezen, maar de heren herpakken zich vlug. In “I’m not Feeling Right” doet de blues zijn intrede, een langzame shuffle met een mooie melodielijn en fijn piano- en gitaarwerk in’t midden. Het wat grappige, maar tegelijkertijd droevige ”My Girlfriend Left Me For My Best Friends Dad” volgt. Dit nummer vertoont de eerste lichte New Orleans en Little Feat invloeden, en naarmate de cd vordert gaat het meer in die richting en gaan de songs van goed naar uitstekend. Het funky “Love Don’t Live Here Anymore” herinnert wat aan vroege Meters en Allan Toussaint nummers. “Messin Up My Home” met accordeon en prachtige slide die klinkt alsof Lowell George net teruggekomen is, is pure Little Feat. De volgende song “The Slider” is echter het klapstuk van “No Apologies”. Zoals de naam al zegt, is slide hier het hoofdinstrument, en al is de tekst lichtjes dubbelzinning en heeft het werkwoord “to slide” hier een meer erotiserende betekenis heb ik de indruk, maar toch is het volop genieten van 2 slidegitaren, die unisono voor het mooie weer zorgen. Goed gezongen bovendien. Hetzelfde sfeertje van Nawlins funk en slide gitaren in “Fool Me Once”, weer een uiterst sterke song. Tijd voor de slow blues, denk je als “Reborn In The Blues” begint, tot plots het tempo verandert in een swingende shuffle. “13 hours” gevolgd door “Troubles Ain’t hard To Find” allemaal sterke songs, met steeds wat dat sfeertje van New Orleans erdoor heen. Afsluiten doen de heren met een ouderwets, primitief klinkende Delta song “See Me No More”. Very well done, guys. “No Apologies” needed!
(RON)



 

NATHAN McEUEN
FESTIVAL
Website - Myspace
Label : Lint Records
Distr. : Hemifran
CD-Baby

 

Nathan McEuen heft net een tweede album uitgebracht dat wij maar al te graag even willen belichten bij Rootstime. De eerste plaat van deze artiest was “Grand Design” uit 2005 waarmee hij zich een plaatsje in de muziekscène wist te veroveren. De titel van deze nieuwe cd “Festival” omschrijft meteen wat we van dit album mogen verwachten via de vijftien nummers die er op terug te vinden zijn. De plaat werd zo goed als live in amper negen dagen opgenomen om zo goed mogelijk de ruwe energie van een live optreden te kunnen weergeven in combinatie met de mogelijkheden van een studio om het geluid te perfectioneren. “Friend Or Foe” is een uptempo-nummer met nadrukkelijk aanwezig vioolwerk van Paul Cartwright. De titeltrack “Festival” is vrolijke folkmuziek van de bovenste plank, net als “Moonrise”. Andere stijlen die we terugvinden op dit album zijn bluegrass in de instrumentale nummers “The Apple” en “Etude #1” naast rock- en popsongs. Een erg mooie liedje is “Kingdom By The Sea”, een romantische popballade die aantoont dat McEuen ook vocaal best zijn mannetje kan staan. Ook “Seattle” heeft zo’n onweerstaanbare riff die de song hitpotentieel bezorgt. Americana die eveneens terug te vinden is in “Save It All” en “We Both Lose” waarbij zangwerk in de stijl van een Ron Sexsmith te horen valt. Nathan McEuen groeide op in de Rocky Mountains en werd in zijn jeugd constant omgeven door topmuzikanten die tot de vriendenkring van zijn vader John McEuen behoorden. Zijn vader was een gewaardeerde muzikant en mede-oprichter van de bekende Nitty Gritty Dirt Band. Nathan wilde echter niet teren op het succes van zijn vader en stapte uit diens schaduw toen hij in de voorbije jaren zelf enkele voorprogramma’s mocht verzorgen voor David Crosby, Graham Nash, Kenny Loggins, Dave Mason en de inmiddels overleden John Denver. Zelf bespeelt Nathan viool, banjo, gitaar en mandoline hetgeen hem de bijnaam The String Wizzard bezorgde. Voor “Festival” kon hij een beroep doen op enkele uitstekende muzikanten zoals Paul Cartwright, drummer Mike Longoria en bassist Chuck Hailes. Nathan McEuen is een talentrijke en begenadigde liedjesschrijver en een uitstekende zanger. En zijn tweede cd “Festival” is een zeer onderhoudende plaat met een aantal liedjes die moeiteloos de tand des tijds zullen doorstaan.
(valsam)



 

ROB SWEET
INTRODUCING ROB SWEET
Website - Mspace
E-mail: mail@robsweet.com
Label: Uitgegeven in eigen beheer
Cdbaby

 

Rob Sweet, een singer-songwriter met thuisbasis in Florida (USA), wordt voorgesteld als het vers geweld dat de quasi-folk, de Americana en de neo-hippiesound van de vorige eeuw met een open vizier tegemoet wil treden. Zijn in 2007 uitgebrachte eerste album, “Introducing Rob Sweet” kon evenwel nooit echt boeien. Sweet is geen grote singer, en zijn songwriting-skills konden al evenmin overtuigen. Bondig samengevat is het album eerder eentonig te noemen. Dat het opnemen van een album nooit goedkoper was dan heden ten dage, heeft uiteraard ook een keerzijde. Te vaak pogen minder gezegende artiesten de wereld verblijden met de voortbrengselen van hun vaak te beperkte creativiteit. Mogelijk heeft Rob Sweet meer in zijn mars, maar voorlopig mist u weinig.


1 Me Like Everybody
2 Getting Strange
3 On The Rocks
4 Bleedin' The Blues
5 Live As Much As You Can
6 Silver Hair '49
7 Devil Music
8 Only If Only
9 Mass Confusion
10 The Political Thrill
11 Crossroads
12 Another Generic Song

(Pieter Jan)