OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007
SHAKURA S'AIDA - BLUEPRINT
BOBBY WAYNE - SOULSTATION
JEFF WOOD - UNDERNEATH ME
ROOT DOCTOR - CHANGE OUR WAYS
SCOTT ALBERT JOHNSON - UMBRELLA MAN
OLD RELIABLE - THE BURNING TRUTH
GABY JOGEIX - STEEL THE BLUES
THE ROBINS - I MUST BE DREAMIN’… THE ROBINS ON RCA, CROWN AND SPARK, 1953-1955
JEWLY HIGHT - DARLIN' UNDERSTAND
DEDE PRIEST - CANDY- MOON


SHAKURA
S'AIDA
BLUEPRINT
Website - Myspace
Email: shakura@shakurasaida.com
VIDEO
1 VIDEO
2
Toen
Solomon Burke enkele jaren geleden met "Don’t Give Up On Me"
zijn comeback maakte, konden we nog niet weten deze alom bejubelde plaat een
bescheiden soulrevival zou ontketenen. Het succes van deze plaat was aanleiding
de lang vergeten soulbroeders Charles Walker en Howard Tate naar de studio te
halen om hun vocale kunsten te vangen op tape. De soulmuziek was zo in korte
tijd drie mooie soulplaten rijker. Nu inmiddels ook Betty LaVette en Mavis Staples
hun beste cd's sinds tijden hebben gemaakt, zijn de laatste twijfels verdwenen:
de soul is terug! Het wachten was op de rentree van een nieuwe soulzuster: Shakura
S’Aida. Deze in Brooklyn, New York, geboren souldiva noemt Canada haar
thuishaven, want hier maakt ze al twintig jaar deel uit van voornamelijk de
Toronto muziek scene en dit in de wereld van de jazz, blues en R&B. Op haar
debuutalbum "Blueprint" (2006) laat Shakura haar machtige stem in
elf verschillende songs spreken. Prachtige, intense soul, blues en ballads van
een zangeres die kan fluisteren, grommen, schreeuwen of gewoon mooi zingen –
vaak tezamen in één en hetzelfde nummer. In diverse songs bezingt
Shakura het lot van de vrouw die bedrogen of verlaten is, verhalen over sterke
vrouwen die niet berusten in hun lot, maar vastbesloten zijn hun weg te vinden
in het leven. Songtitels als het openende "No More Trouble Out Of Me"
en het afsluitende "Gotta Live" laten hier weinig te raden over. Producer
James Bryan, drukt een groot stempel op de plaat. Niet alleen heeft hij het
album geproduceerd, maar maakt als uitblinkend gitarist deel uit van Shakura's
begeleiding die verder bestaat uit de veteranen Dennis Keldie (toetsen), Howard
Ayee (bas), Michelle Josef (drums) en Simon Wallis (sax), artiesten die op dit
debuut alle ruimte laten aan de machtige vocalen van de zangeres. Soulmuziek
in klassieke zin maakt Shakura S’Aida op deze plaat niet. Afgezien van
enkele bloedstollende ballads neigen de songs naar blues en soulblues. In Brownie
McGhee’s "I’m Living With The Blues" wordt zij vocaal
terzijde gestaan door de legendarische Harrison Kennedy, die ook op het vorig
nummer "Big City Lights" te horen was, maar dan op mondharmonica.
Soul, R&B en ballads – Shakura S’Aida zingt alles met evenveel
passie. Ze schreeuwt, kermt en kreunt zich een weg door haar songs en gunt ons
zo geen enkele rust. Pas nadat de laatste klanken van de slotsong "Gotta
Live", één van haar twee zelfgeschreven songs, zijn weggestorven,
zijgen we moe doch voldaan terug in de zachte kussens van onze fauteuil. "Blueprint"
is gewoon een grootse plaat van een grootse zangeres die duidelijk in de bloei
van haar muzikale leven verkeert.

BOBBY
WAYNE
SOULSTATION
Website
E-mail: hedbonedaddy@mojoboneyard.com
Label: Bonedog Records
Bobby
Wayne, of Wayne Boykin zoals hij echt heet, is zowat de belangrijkste soulzanger
van Pittsburg sinds meer dan 30 jaar. Hij was medeoprichter van het veelbelovende
soulkwartet The Exceptions in 1963, maar in 1964 kwamen twee leden kort na mekaar
om het leven in de Vietnam oorlog en het was gedaan met de groep, nog voor één
plaatopname kon plaatsvinden. Later dat jaar verhuisde Bobby naar Montreal,
waar hij in Rockhouse Paradise en The Silver Dollar samen werkte met The Dells
en Darell Banks als houseband. Darell Banks vroeg daarna Bobby als voorprogramma
voor zijn show in de Hurricane Grill in Pittsburg en zo kreeg hij waardevolle
lessen als artiest door iedere avond Darell's show te bekijken vanuit de coulissen.
Als Bobby & the Vanguards, kregen hij en zijn band een jaarcontract als
vaste band in de bekende Esquire Showbar in 1967. Zo deden zij het voorprogramma
van bekende soul- en bluesartiesten als Etta James, Carla Thomas en The Sweet
Inspirations, in 1968 splitte uiteindelijk de groep. In 1969, ging Bobby naar
L.A. en werkte vervolgens met een aantal soulbands zoals On The Corner en Takin'
Names en uiteindelijk The Rhythm Kings, die een LP opnamen die nooit uitgebracht
werd. Uiteindelijk werkte Bobby gedurende de jaren tachtig en negentig af en
toe met de Marcels. In 1999 nam hij dan voor dit label, Bonedog, een eerste
cd op, "Long Hard Road" een cd die vooral in Japan en Engeland veel
succes had. In 2004 volgde "Hit That Thing" en werd als tweede beste
soul cd van 2004 gekozen door bluescritic.com, een gespecialiseerde soul en
bluessite. Deze "Soul Station" is dus de derde release op Bonedog
en het is een pure soulplaat geworden, met hier en daar een paar snuifjes blues,
voornamelijk in het gitaarwerk. Beginnen doet Bobby met "Soul Station",
een verhaal over het radioluisteren in bed als jonge knaap met de transistor
onder het kussen, iets waaraan ik ook zalige herinneringen heb, en waarschijnlijk
zijn er tussen de vijftigplussers onder onze lezers nog wel een aantal zo. "Leaving
Sings" is een langzame bluesy soulsong met knappe gitaarinterventies van
Steve Delach. Deze twee uitstekende songs werden door Mike Sweeny geschreven,
de bassist van de band van de Bonedog studio. Hij tekent meestal ook voor een
aantal van de sterkere songs van andere artiesten van het label. Het droevig
klinkende "Rainbow Road" laat de krachtige stem van Bobby tot zijn
recht komen met regelmatige 'boze" grommende uithalen. Dit is een van zijn
handelsmerken, samen met hoge "Al Green" kreetjes. "Don't Make
No Promise" zit er vol van, en is een combinatie van funk en soul vol ingehouden
boosheid in de stem. Meer funk in "Diggin' Whatcha Do To Me" met James
Brown ritmes en blazers. Dit wordt steeds maar beter! Absoluut hoogtepunt is
echter "East End Avenue" een ode aan een toffe buurt, toevallig of
niet weer een song van Mike Sweeney, die tekende voor 6 songs, de eerste 3 zijn
al een schot in de roos. Het nummer doet denken qua sfeer aan "Groovin"
van de Rascals, het heeft datzelfde losse zomersfeertje van nietsdoen, wat rondhangen,
en genieten. Super! Ik ga in herhaling vallen, maar de volgende song die er
uitspringt "Right About The Rain" is van bassist Sweeney, een langzaam
"verhalend" nummer. Een paar songs verder is er het uptempo "Soul's
Got A Sound Of It's Own" met Wilson Pickett allures, geschreven door..,
jawel. In de mooie ballad "Over and Over", de eindsong, laat Bobby
Wayne ons die prachtstem van hem nog eens bewonderen, met diepe grommende passages
en hoge falsetto uithalen. Grote klasse. Bonedog is, na een paar minder sterke
popgerichte releases, met deze Bobby Wayne, right back on track.
(RON)

JEFF
WOOD
UNDERNEATH ME
Myspace
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO
2
Multi-instrumentalist Jeff
Wood, begon in zijn late tienerjaren op eigen houtje te oefenen met gitaar,
piano en bas. Later kwamen er nog meer instrumenten bij en op ‘Underneath
Me’ zijn dat naast zijn gitaren onder meer piano, viool, accordeon en
orgel. Jeff Wood zit al lang in de muziekbranche. Hij komt uit Springfield,
doorliep de Universiteit van Missouri Kansas City, en vond daarnaast nog de
tijd om een bandje op te richten. Met dat bandje reisde hij door alle Staten
van Amerika, van New York tot Los Angeles, 22 in totaal, wat hem de nodige podiumvastheid
en ervaring opleverde. Met de band bracht hij twee cd’s uit, maar zoals
vaak bij intensief toerende groepjes, splitste de band en ging ieder zijn eigen
weg. Bij Jeff Wood werd dit een amalgaam van country, folk en blues. Ook een
snuifje pop, temeer omdat zijn stem soms aan een kruising van Neil Sedaka en
David Gray doet denken. Maar wat deze cd zo aantrekkelijk maakt is de gloedvolle
begeleiding. Wat Denny Osburn doet met slidegitaar, bouzouki, piano, banjo,
mandoline, orgel en ukelele is een verhaal apart. Het mooie ‘Femella’
stroomt sfeervol uit de boxen met op de achtergrond de zuivere zang van Jeff’s
vrouw Amanda en een originele percussie die Arabische invloeden verraadt. ‘Ghosts’,
met pianoklanken als een weefgetouw van zilverdraden, creëert mysterie
en magie. En de banjo op ‘9 Months Away’ probeert de weemoed te
verzachten van dingen die nooit meer hetzelfde zullen zijn. In totaal veertien
songs, allen melodieus door Jeff Wood zelf geschreven, met een evenwichtige
balans van zwierige, elegante, soms melancholische songs, waarbij aanzwellende
violen, orgel en percussie het songmateriaal van Jeff Wood een warme aardkleurige
omlijsting geven. Soms zingt Jeff Wood’s wat te scherp, maar zijn stem
kan ook honingzacht worden, zoals in ‘Underneath Me’, ter afscheid
gezongen als een uitstervende hymne. Jeff Wood is een songwriter die vanuit
het hart zingt, wat zijn songs persoonlijk maakt en hij kreeg daarbij de hulp
van drie beregoede muzikanten.
Marcie

ROOT
DOCTOR
CHANGE OUR WAYS
Website - Myspace
Contact: listrd@rootdoctorband.com
Bookings: gregjames@big-o-records.com
Label : Big O Records
Cdbaby
Wie
herinnert zich nog anno 2007 de bespreking hun cd 'Been A Long Time Coming'
? Wel nu hebben de heren een nieuwe cd uit getiteld 'Change Our Ways'. Toen
ik de cd kreeg en de titel las dacht ik van “oh neen de heren hebben een
andere richting gekozen”, gelukkig is dit niet het geval en is deze cd
een mooi vervolg op hun voorganger. M.a.w. er wordt weer gezorgd voor mooie
zangpartijen, klasse blazerspartijen van o.a. The Motor City Horns en natuurlijk
mooi gitaarwerk en Hammond. Al deze ingredienten zorgen weer voor een mooie
aanvulling van de donkere en warme stem van Freddie Cunningham. De song die
me al dadelijk een goed gevoel geeft is track twee ‘Root Doctor', een
bijna zes minuten durende song vol lekker Hammondklanken, schitterende gitaarpartijen
en soulvolle zangpartij. Deze lijn wordt lekker doorgetrokken in het nummer
‘Keep Our Business Off The Street’. Beiden songs waarop je niet
kan stil zitten maar het gevoel krijgt te willen dansen en genieten. Tien songs
telt deze cd en weer wordt er blues gebracht met een lekkere mix van funk en
soul zoals in het nummer ‘Give Me Love’ met als gast Peter Madcat
Ruth op de bluesharp. Op elke song is te horen dat de band al weer gegroeid
is t.o.v. de vorige cd en ik vraag me stiekem af hoe dit allemaal live wel mag
klinken. Voor een rustpunt zorgt de gospelsong ‘Lucky One’, een
song die me zo doet denken aan de grote gospelzangers en duidelijk laat horen
wat Freddie Cunningham in zijn mars heeft. Elke song is voor mij weer een pareltje
op zijn eigen vol energie en netjes in elkaar gestoken. Op deze cd is er ook
veel ruimte gelaten voor Jim Alfredson en zijn mooie partijen op zowel Hammond
als piano, een voorbeeld hiervan is de song ‘People Say’. Even door
hun agenda lopen vertelt me dat deze heren tot nog toe de grote oversteek nog
niet gaan maken en toch zie ik deze band goed staan op een festival als Peer,
Ospel of Ecaussinnes.
Blueswalker

SCOTT
ALBERT JOHNSON
UMBRELLA MAN
Website - Myspace
E-mail: info@scottalbertjohnson.com
Label:Eigen beheer
Cdbaby
Singer
- songwriter en harmonicaspeler Scott Abert Johnson is altijd een reiziger geweest.
Hij heeft meer postnummers versleten in een paar jaar dan iemand anders in zijn
ganse leven. Uiteindelijk wist hij dan dat hij het meest succes zou hebben op
muzikaal en persoonlijk vlak door terug te keren naar zijn roots of beter zijn
thuis: Mississippi. Alhoewel zijn instrument zich voornamelijk richt naar een
bluespubliek hebben we hier niet te doen met een doordeweekse bluesharp speler,
zijn stijl zweeft eerder tussen pop, jazz en roots hoewel ook bluesinvloeden
rijkelijk aanwezig zijn. Dat merk je vooral als we zijn favoriete artiesten
bekijken: Mark Knopfler, Randy Newman, Bruce Hornsby en Van Morrisson. Eerst
en vooral moet gezegd: Scott is een begenadigd zanger, met een mooie, zuivere
wat aparte stem. Zijn harpspel varieert van stomende bluessolo's via Toots Thielemans
achtige jazzy stuff tot het subtieler sfeerwerk. Het eerste nummer "Spaceship"
bevat voornamelijk blueselementen, een Bo Diddley beat legt de basis voor scheurende
bluesharmonicasolo's terwijl de zanglijn daar dwars tegen in gaat door afwisselend
Bo Diddley met countryritmes te gebruiken. Raar, zo drie stijlen door elkaar
maar het werkt bij Scott wonderwel. De rootsrock Americana intro van "Turn
Out Fine" contrasteert ook weer mooi met de bluesharp die er volle kracht
tegenaan gaat. De cover van het bekende Wynton Marsalis nummer "In The
Court Of King Oliver" is een mooi gebrachte jazzy instrumental met medewerking
van een handvol New Orleans muzikanten. Nog meer jazz in het mooi gezongen "What
About Your Man", een droevige song over de eenzaamheid binnen een driehoeksverhouding,
met een harmonica die er hier perfect in slaagt die eenzame sfeer weer te geven.
Qua sfeer blijft alles een beetje hetzelfde in "Hollywood", waarin
een jongeman alles moet opgeven om de droom van succes waar te maken. In "Magnolia
Road" wordt een Midnight Cowboy sfeertje opgebouwd en vertelt Scott dat
"the road home" de enige goeie weg is, en "thuis" alles
is wat belangrijk is. Het luchtige "The Yuppie Husband's Lament" is
een mooie mix van sixties blues en de sound van de bekende surf instrumentals
van vroeger, waarbij Scott's stem klinkt als die van Kim Wilson. De didgeridoo
komt boven in het heel aparte "Walkabout", met Jeff Beck gitaren,
heavy vervormde mondharp en die mooie interventies van didgeridoo, heavy stuff
in verhouding met de rest, maar mijn favoriet. Het laat tevens horen dat Scott
weet hoe te "rocken". En hij gaat nog even door, heavy gitaren en
ruigere vocals in de titelsong "Umbrella Man", een nummer waar hij
zich nog even uitleeft op zijn mondharmonica. Om af te sluiten het wat alt.country
getinte "The Best Of Me", wat de veelzijdigheid van deze artiest nog
eens extra benadrukt. Scott Albert Johnson, een bluesharpspeler van grote klasse,
die daarenboven een subliem en veelzijdig zanger is en sterke song uit zijn
pen weet te toveren in de meest diverse genres. Drie jaar werk voor een cd,
maar je hoort 't er wel aan, het was 't wachten meer dan waard. Als Belgen hadden
we natuurlijk graag een verwijzing of eerbetoon aan onze Rene Magritte gezien
op het hoesje, het inlay boekje staat vol met imitaties van zijn werk, maar
ene James Harwell gaat met alle eer lopen, wij weten echter wel beter, "Ceci
n'est pas un peintre".
(RON)

OLD
RELIABLE
THE BURNING TRUTH
Website - Myspace
Label : Saved By Radio
Distr. : Hemifran
CD-Baby
Oud
en betrouwbaar of ook wel “Old Reliable” is het minst wat je van
deze formatie uit Edmonton, Alberta, Canada kan zeggen. In een periode van meer
dan 10 jaar werden er vier full-cd’s op de markt gebracht met daarop zuivere
rootsmuziek, gecombineerd met rock’n’roll en bluegrass. In hun teksten
gaat deze groep een behoorlijk stuk verder dan gebruikelijk is in de traditionele
countryliedjes en worden er ook al eens wat donkerdere onderwerpen aangehaald.
Op een zeer natuurlijke wijze combineren ze voor de hand liggende instrumenten
als gitaar, bas en drums met minder conventionele geluiden afkomstig van o.a.
viool en synthesizers. Na de albums “Pulse Of Light Dark Landscape”,
“The Gradual Moment” en “Gone Are The Days” werd onlangs
dus nummer vier “The Burning Truth” gelanceerd door Old Reliable,
een formatie rond songwriters Shuyler Jansen en Mark Davis, aangevuld met multi-instrumentalist
Shawn Jonasson, bassist Tom Murray en drummer Mike Silverman. Deze ex-Old Reliable-drummer
kwam er pas opnieuw bij nadat deze plaat was opgenomen. Het drumwerk op deze
vierde cd werd nog door Scott Lingley verzorgd. Jansen en Davis hanteren uiteenlopende
stijlen om hun liedjes te schrijven en ook hun stemmen verschillen behoorlijk.
De titeltrack “The Burning Truth” en ook “Face The Day”
zijn rootsrocksongs met een stevige portie countryinvloeden. Gitaarrock à
la AC/DC kan gehoord worden in “Before U C Me Explode” en is overduidelijk
een song uit de pen van Shuyler Jansen die meer tekent voor de rocksongs op
dit album. “Autumn Leaf”, geschreven door Mark Davis, is een rustiger
nummer met een goed verhaal. Old Reliable heeft in alle nummers toch wel voldoende
rockmuziek ingesloten om “The Burning Truth” in die afdeling van
de platenzaak onder te brengen en vergelijkingen met o.a. The Band en Tom Petty
te verrechtvaardigen. “For The Unforgiven” is een eerste echte ballad
op deze plaat waarbij overigens erg mooi gitaarspel valt waar te nemen. Op hun
vorige cd’s legde één van beide songschrijvers altijd exclusief
beslag op de microfoon als zanger. Voor het eerst wisselen ze af om hun nummers
te brengen en daarmee dragen ze in grote mate bij aan de grote diversiteit in
de nummers op “The Burning Truth”. Zo is het verschil tussen songs
als “Thoroughfare” en “Standing On The Earth Tonight”
of tussen countrysong “Out Of The Line” en rocksong “Trembling
Hand” echt wel immens en opvallend. Verdienstelijk hierbij is dat dit
helemaal nergens storend werkt en het de gehele cd veel aangenamer en beluisterbaarder
maakt. Ter afsluiting van het album blijkt dan toch dat de heren ook gewone
liefdesliedjes kunnen schrijven. “Bride” en “Dying 4 Love”
laten eens te meer horen dat Old Reliable geen simpele ééndagsgroep
is maar een “here to stay”-band met nog altijd een behoorlijke portie
groeipotentieel. “The Burning Truth” is een goede plaat, zonder
meer.
(valsam)

GABY
JOGEIX
STEEL THE BLUES
Website
E-mail: gaby@gabyjogeix.com
Label:Gaztelupeko Hotsak
Cdbaby
Deze
jonge Spaanse bluesgitarist, hij is bijna 29, leefde een tijdje in Belgie in
2002, tijdens een soort stage met Afrikaanse muzikanten. Half Spaans, half Frans
van afkomst had hij voorheen kennis gemaakt met de muziek via zijn moeder, die
erg hield van gospel. Hij kreeg zijn eerste gitaar op 17 jarige leeftijd van
zijn oudere broer, die het oefenen van dezelfde song die maar niet wou vorderen,
beu was. Hij begon met Elmore James en later de oudere blueslegendes, maar eerst
studeerde hij toneel in Engeland en terug in Madrid speelde hij ongeveer 2 jaar
in een funk band. Hij schreef de songs, zong en speelde gitaar. In 2001 verscheen
dan zijn debuut "Learning" en zoals de titel zegt was 't een zoeken
naar de eigen sound. Later dat jaar kwamen dan de optredens op festivals in
het gezelschap van onder andere Ian Siegal, Franck Ash, Phil Guy & Richard
Ray Farrell. Daarna kwam de hoger vermelde periode in Belgie, met ook hier veel
optredens en festivals, terwijl hij op en neer pendelde tussen Spanje en Belgie
en onder andere veel optrad met W.C Handy nominatie artieste Ann Rabson en de
bluesgitarist Kenny Neal uit Baton Rouge. Hij is ondertussen een virtuoos geworden
ook op de lap steel bluesgitaar en begin van dit jaar startte hij met de opname
van deze cd: "Steel The Blues" die live in de studio opgenomen werd
om een spontaan geluid te verkrijgen, iets waarin Gaby meer dan geslaagd is.
Al dadelijk vanaf de sterke opener "Calling" hoor je dat je niet met
de zoveelste stereotype bluesgitarist van 13 in een dozijn te doen hebt, de
song wijkt af van het normale bluespatroon, maar door het innovatieve gitaarwerk
van Gaby krijg je toch die extra bluesy feeling in het nummer. De invloed van
Elmore James slidewerk, aangevuld met wat Johnny Winter elementen drukt zijn
stempel op "TV Mama" en Gaby is ook vocaal sterk. De klassieker "Stormy
Monday" van T.Bone Walker is zo apart herwerkt dat 't nummer dat zo dikwijls
gecoverd is, hier een nieuw fris geluid heeft gekregen met funky invloeden.
"Slide It Down" is meteen mijn favoriete song, de slide hier klinkt
als bij de groten in het genre, zoals Sonny Landreth en Roberth Randolph, pure
energy. "San Diego" is een Texaans klinkende shuffle, en de slide
mag weer lustig scheuren in "Cuerdas Rotas" dat klinkt als een Little
Feat instrumental met Lowell George die even terug is. Het soulgetinte "Sleep
With Me" geeft Gaby de kans om de schijnwerper even op zijn zangkwaliteiten
te zetten, al heeft hij niet de krachtigste stem, wat betreft gevoel scoort
hij hier heel hoog, dit is een uiterst soulvolle blues, met prachtig gitaarwerk
halverwege. Een andere "klassieker" is "Saint James Infirmary"
en ook hier is de moeite gedaan om er wat origineels van te maken. De song is
gesplitst in part 1+ 2 , en is deel 1 nog tamelijk traditioneel dan krijgen
we in deel 2 een soort versnelde funky "reprise" met weer veel lapslide,
zodat 't weer een boeiende cover geworden is. Hetzelfde principe wordt gehanteerd
in de twee ander veel gecoverde songs, Hendrix "Voodoo Child" en "Wade
in The Water" van Ramsey Lewis. Als hidden track komt nog het mooie "Sad
Madrid", een korte instrumental met enkel Gaby op lap slide, intens mooi,
maar mooie liedjes duren niet lang, want na nog geen minuutje is 't alweer voorbij
en komt de totale stilte. Hopelijk wacht Gaby geen zes jaar meer met zijn opvolger
en vooral, nu hij heeft bewezen dat hij Belgie weet liggen: "Kom nog eens
optreden, Gaby, en breng je lapsteel mee"
(RON)


THE
ROBINS
I MUST BE DREAMIN’…
THE ROBINS ON RCA, CROWN AND SPARK, 1953-1955
Label: El Toro Records
E-mail: eltororecords@gmail.com
Cdbaby
The Robins waren het derde vocale ensemble dat in de States nationale bekendheid verwierf als ambassadeurs van het rijzende genre dat de R&B in de jaren ’50 was. Net zoals hun twee voorgangers, The Ravens (vertaald: De Raven) en The Orioles (vrij vertaald: De Wielewalen) ontleenden ook The Robins (vrij vertaald: De Roodborstjes) hun naam aan een vogelsoort. Hun geschiedenis begon in het San Fransisco van kort na de tweede wereldoorlog, waar zij onder de naam The A-Sharp Trio aan de weg timmerden. Ze verhuisden naar Los Angeles waar ze al snel deel uitmaakten van de ontluikende R&B scene die ontstond langs Central Avenue. Daar begon het trio op te treden in The Barrelhouse, de nightclub van Johnny Otis. Otis, een Amerikaanse blues en R&B multi-instrumentalist en impresario, was één van de meest prominente blanken in de geschiedenis van de ‘zwarte’ R&B. Hij was het die de jongens van The A-Sharp Trio voorstelde aan Bobby Nunn, waarna het trio een kwartet werd met naast Nunn verder nog Tyrone Terrell, Billy Richards en Roy Richards. Aanvankelijk noemde Otis het nieuwe kwartet The Four Bluebirds. Na gedurende vier jaar onder deze naam te hebben opgetreden kreeg de band de mogelijkheid een album op te nemen waarmee uiteindelijk geen potten gebroken werden. Naar aanleiding daarvan had de band haar naam wel naar The Robins veranderd. De eind 1949 opgenomen songs "If I Didn't Love You So" en "If It's So Baby" werden wel opgemerkt door R&B fans van over heel de States. Beide songs, keerzijdes van dezelfde single, bekleedden destijds een plaats in de toenmalige top tien van best verkopende R&B songs en geven een beeld van de kenmerkende sound van de typische vocal harmony van einde de jaren ’40, begin de jaren ’50. Van dat ogenblik af gaat het hard voor The Robins. Ze nemen – soms zelfs onder een andere naam – op voor verschillende labels en maakten onder impuls van het Savoy-label samen met ondermeer The Johnny Otis Orchestra deel uit van een toernee die de naam “The Savoy Barrelhouse Caravan” meekreeg en vooral in Atlanta een grote menigte op de been bracht. Na een breuk met Johnny Otis (naar verluidt tengevolge een ruzie over inkomsten uit optredens), liep ook de samenwerking tussen The Robins en hun platenlabel Savoy spaak zodat 1952 een annus horribilis was. Begin 1953 klaarde de lucht evenwel op voor The Robins. RCA Victor, een major, wilde een poot aan de grond krijgen in de R&B en bood hen een platendeal aan. Alhoewel ze live veel succes genoten, viel hun platenverkoop tegen. Na afloop van de deal met RCA, tekenden de jongens bij Spark Records, een jong en onervaren label dat pas was opgestart door twee ambitieuze songwriters uit Baltimore die later bij de grootsten van het gild zijn gaan horen: Jerry Leiber en Michael Stoller. Dit duo had tegen die tijd al bekendheid verworven met de song “Hound Dog”, die ze schreven voor Willie Mae Thornton en die later met succes door Elvis Presley gecoverd werd. In hun tijd bij Spark Records werden The Robins aangevuld met Carl Gardner and Grady Chapman. Met hun eerste release voor Spark Records was het al meteen raak: "Riot In Cell Block”/"Wrap It Up" was een gigantische hit aan de Amerikaanse Westkust en verkocht meer dan 100.000 exemplaren in een paar weken. De single gaf evenwel aanleiding tot controverse: CBS TV en radio gunden de song geen airplay wegens “niet conform de gangbare moraal”. Zoals vaker resulteerde ook in dit geval de controverse enkel maar in pijlsnel stijgende verkoopcijfers. El Toro Records releaste recent een compilatie van achtentwintig Robins-opnames uit hun periode bij RCA (mooie songs – geen verkoop) en Sparks (mooie songs – wel verkoop). Dit zeer leuke album bevat een perfecte mix van swing, jumpblues en ballads. Dat de opnames van uistekende kwaliteit zijn, bevordert het luisterplezier bijkomend. Met dit album bewijst het Spaanse El Toro Records eens te meer te beschikken over een goede smaak en een neus voor vergeten kwaliteit.
Tracklist:
1 My Heart's The Biggest Fool
2 A Fool Such As I
3 All Night Baby
4 Oh Why
5 Let's Go To The Dance
6 How Would You Know
7 My Baby Done Told Me
8 I'll Do it
9 Ten Days In Jail
10 Empty Bottles
11 Don't Stop Now
12 Get It Off Your MInd
13 Double Crossin' Baby
14 I Made A Vow
15 All I Do Is Rock
16 Key To My Heart
17 Riot In A Cell #9
18 Wrap It Up
19 Loop The Loop Mambo
20 Framed
21 If Teardrops Were Kisses
22 Whadaya Want?
23 I Love Paris
24 One Kiss
25 The Hatched Man
26 I Must Be Dreamin'
27 Just Like A Fool
28 Smokey Joe's Café
(Pieter Jan)

JEWLY
HIGHT
DARLIN' UNDERSTAND
Website - Myspace
Email: info@jewlyhight.com
Label: Jewly Hight Music
Distr. : Hemifran
Cdbaby
"Darlin’
Understand" is het debuutalbum van de uit Nashville komende singer-songwriter
Jewly Hight. Haar naam spreekt misschien nog niet echt tot de verbeelding, maar
zonder het zelf goed en wel te beseffen zou het best wel eens kunnen dat je
haar wel degelijk al kent, deze Jewly Hight. Zeker als je soms de tijd eens
neemt om wat te lezen in magazines als Paste en The Nashville Scene. Niet dus!
Jack Silverman, een andere recensent van dit laatste magazine prees zo onlangs
nog uitgebreid haar aanzienlijke talenten als: "Hight marries a Southern
literary sensibility with an ambient soundscape as languorous and pregnant with
secrets as an August Mississippi night". In The Tennessean schreef Nicole
Keiper: "…Stomps with the steady-pulsing sensibility of a drummer,
certainly, but howls and wails with the influence of some talented folks you
don’t associate with drumming, like Bonnie Raitt….”. En afgaande
op haar debuut "Darlin’ Understand" kunnen we dit alleen maar
beamen. Jewly Hight is een uitstekende liedjesschrijfster en een echte kanjer
van een zangeres. Twaalf van de dertien liedjes op dat visitekaartje leverde
ze zelf aan. Voor het overige tekende ze samen met Joshua Whitaker. Hight valt
te situeren ergens tussen een Lucinda Williams en Julie Miller aan de ene kant
en een Bonnie Raitt aan de andere. ’n Beetje roots, ’n beetje rock
en ’n beetje blues dus. En precies die drie genres sluipen ook zowat in
elk van haar liedjes binnen. De ene keer wat meer roots, zoals in het poppy
"Poke Salad" of het ragtime getinte "Guilt", rock in nummers
als "Knockin' " en "Tiger" of blues zoals in "Some
Things (Gonna Be Left Undone)". Haar liedjes, waarin deze invloeden nooit
ver weg zijn, zijn in feite allemaal toppers, met mooie intelligente teksten.
Het mooie is ook de soepelheid en de vanzelfsprekendheid waarmee hier muziek
gemaakt wordt. Die arrangementen zijn overigens soms heel minimaal, maar buitengewoon
effectief, en dit is voornamelijk het werk van de begeleiding zonder te nadrukkelijk
aanwezig te zijn. Zo kon ze rekenen op mede-producers Bob Nickerson en Chad
Watson (bassist van Charlie Rich, Ronnie Milsap, Janis Ian, Freddy Fender en
Delaney Bramlett). Verder komen de reeds vermelde Bob Nickerson (drums), Joshua
Whitaker (gitaren) en de andere gitaristen Todd Austin en Dave Perkins, Charlie
Rich, Jr. (B-3 orgel), Dwight McConnell (bas), Jason Goforth (lap steel) er
even bij; en zijn er nog backgroundvocalen hoorbaar van o.a. Delaney Bramlett,
Tara Austin en Jason Eskridge. Dat levert een prachtplaat op, spannend van begin
tot eind, maar door die stem ook enigszins verslavend. Jewly Hight is een schitterende
verhalenverteller, en als je deze cd gehoord hebt heb je meteen ook een paar
prachtverhalen gehoord. "Darlin’ Understand" is een absolute
aanrader, iets heel speciaals, niet alleen vanwege de bijzonder mooie warme
stem of haar lekker soepele manier van zingen, maar ook door de schitterende
arrangementen. Voor ons zondermeer één grote ontdekking. Gaan
we ongetwijfeld nog heel veel van horen!
DEDE
PRIEST
CANDY - MOON
Website
Contact: booking@dedepriest.com
Label : Creeping Fig Records
22
september 2007 hadden we het voorrecht om haar niet alleen live aan het werk
te zien tijdens het Binkom Bluesfestival maar ook om haar tijdens een interview
wat beter te leren kennen. En één van onze vragen was hoe en wanneer
komt je eerste cd uit, wel ondertussen is die cd er en zit hij in mijn speler.
Geopend wordt er met een traditioneel arrangement van Wille Mae Thornton genaamd
‘Wade In The Water’, een song die lekker rechtdoor gaat en vooral
stuwt op de vocale delen. Bij het bekijken van de CD-tray moet ik zeggen dat
deze mooi in elkaar zit en dat Dede Priest tekent voor het ontwerp en de foto’s.
Maar verder lees ik ook dat Dede op 11 van de 12 songs tekent voor zowel tekst
als muziek, zij het soms in samenwerking met andere muzikanten. Daar waar Dede
Priest live garant staat voor een act die vrij vloeiend en vlot in elkaar zit
is er op de cd toch gekozen voor een andere aanpak. Regelmatig komt er een nummer
met meer jazzy en soul invloeden om de hoek kijken, luister maar eens naar ‘Just
Splendid’ met mooi pianowerk van Govert Van Der Kolm. De song ‘Cotton
Candy’ brengt ons dan weer terug naar de traditionele blues van de States
en de cottonfields. Maar toch zijn het nummers als ‘Must’ve Figured
Wrong’, ‘Blues Wine’ en ‘I Met The Moon In Holland’
die ervoor zorgen dat deze cd uniek is geworden. Het zijn lekker cool en relaxte
songs die je doen achteruit zitten in je zetel om volop te genieten. Maar de
cd telt ook enkele meer up-tempo songs zoals o.a. ‘Jive Man / Save Me
From The Devil’ waar de Hammond de gitaarpartij lekker vet ondersteund.
Het zijn weer dit soort songs die van Dede Priest live een must see act maken.
Alle songs zijn goed uitgewerkt en doordacht in elkaar gestoken met nergens
een overvloed aan gesoleer of egotripperij. Dede Priest kan rekenen op een band
die perfect weet hoe een Dame met een stem als een dijk te begeleiden. De song
‘Needy Girl’ is hier een perfect bewijs van, gewoon weg lekker hoe
deze song van up naar down en weer up gaat. De dame en haar band zijn dit jaar
weer regelmatig op Belgische en Nederlandse podia te bewonderen en ik zou iedereen
toch aanraden om niet alleen deze cd eens te beluisteren maar ook om hen eens
live te gaan zien.
Blueswalker.