ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


MICROWAVE DAVE & THE NUKES - DOWN SOUTH NUKIN’

JACKSON SLADE - HOWLIN AT THE MOON

VARIOUS ARTISTS: HIGHTONE RECORDS ANTHOLOGY - ROCKIN' FROM THE ROOTS

RANDY THURMAN - ROUGH CUTS

SPANKING CHARLENE - DISMISSED WITH A KISS

DAVID EVANS - NEEDY TIME

JOHN BOTTOMLEY - SONGPOET

ARTHUR ALEXANDER - LONELY JUST LIKE ME: THE FINAL CHAPTER

BERNIE "GIBBS" KING - KING

TOWNE CRYER - GET READY



MICROWAVE DAVE & THE NUKES
DOWN SOUTH NUKIN’
Website
E-mail: info@rockincamel.com
Label: Rockin Camel Records
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Op het Rockin' Camel label van legendarische Johnny Sandlin, een man die via de band Hourglass verantwoordelijk was voor het onstaan van de Allman Brothers Band en later de ganse Capricorn stal, verscheen vorig jaar de meest recente cd van Microwave Dave & The Nukes:"Down South Nukin". Een live cd met opnames van optredens in 2nd street Music Hall, Sandlin's club om het zo te zeggen, in Gadsden Alabama. De stad waar ook het hoofdkwartier van deze kleine platenfirma ligt, die feitelijk het werk van Capricorn verderzet, en een aantal Southern bands onder zijn vleugels heeft. We bespraken de vorige weken al enkele releases, en ook de volgende weken zullen er nog een aantal volgen, dus Allman Brothers fans, blijf erbij. Via de vorige releases van Microwave Dave konden we al merken dat de man een voorliefde heeft voor onder andere Bo Diddley (hij fungeerde zelfs een tijdje als backing band voor de man), J.B Hutto en Hound Dog Taylor, en dat is op deze live cd natuurlijk niet anders. Laat er nu toevallig achter dit klavier een man zitten die alles van Hound Dog fantastisch vindt, dus komt dat mooi uit. Dave steekt explosief van wal met een daverend "I'm a roadrunner honeeeeeeeyyyy! beep beep!" dat ik veel draaide in zijn studioversie uit zijn debuut cd "Goodnight Dear", maar hij bevat de song nog wat extra live power. Het vettige, primitief rauwe J.B Hutto en Hound Dog Taylor slide geluid krijgt dan 2 nummers lang de volle ruimte in "Hip Shakin" en "20% alcohol", ook uit zijn debuut. "Got No Automobile" van de Vivino Brothers, de band die alle artiesten begeleid bij "Late Night with Conan" de Amerikaanse top talkshow, is ook een heel sterke song. De instrumental "Ray Brand" is back to basics, zo te horen is ’t enkel Dave op gitaar, maar met een geluid alsof de ganse band aan het werk is. Een nummer dat we kennen uit het debuut van Duke Robillard, geschreven samen met Doc Pomus, krijgt hier een funky Microwave Dave bewerking vol vuur. Ook Dylan bekende "From A buick 6" mag op een prima coverversie rekenen. "It Don’t Happen No More" heeft weer dat hakkerige geluid van de Hound Dog Taylor songs, een ruig, ruw, direct geluid dat we in veel van Dave’s nummers terugvinden. "Shot Gun Slim" heeft inderdaad dezelfde ingrediënten, tot de song plots stilvalt, verder gaat als een Allman Brothers instrumental, genre Elzabeth Reed, om even plots terug te vallen op het snelle, funky basisriffje. Van contrasten gesproken! De snelle shuffle, "Let’s Say Goodnight " van Los Lobos is een waardig afsluiter, waarna de Bo Diddley ritmes in het bisnummer "Hey Little Girl" zorgen voor een complete apotheose. Misschien niet het echte Southern geluid dat we op dit label gewoon zijn, maar ze gaan een lange weg terug, want Microwave’s debuut was ook al een productie van deze man, labelmanager Johnny Sandlin, en nu 17 jaar later hebben ze mekaar terug gevonden met "Down South Nukin".
(RON)



 

JACKSON SLADE
HOWLIN AT THE MOON
Website - Myspace
E-mail: jslade@cafes.net
Label: Cold Beauty Records
Cdbaby

 


Hij is afkomstig uit Florida uit de streek rond Gainesville, heeft Spaans bloed en dat toont zich in de ritme's en de melodie van zijn songs. Op zijn stijl is moeilijk een label te plakken, hijzelf noemt het Jazz / Rock / Country / Pop / Blues / Soul. Zo komen we er natuurlijk niet. Zijn vorige cd "River Of Gould" zat nog in het country hoekje, deze echter niet. Wat me onmiddelijk opvalt is dat Jackson's muziek nu superglad is, als ik het zo mag noemen. Het heeft iets van artiesten als een Michael Franks, Michael McDonald, Kenny Loggins, Jim Messina en aanverwanten, de sound van eind jaren zeventig, met gitaren die herinneren aan Larry Carlton en Lee Ritenour, saxofoons als David Sanborn en Kenny G, en koortjes uit die periode. Begrijp me niet verkeerd, dit is best een mooie plaat met perfecte muziek die zo af is dat zelfs vergelijkingen met Steely Dan zich opdringen, maar daardoor ook tegelijkertijd gedateerd klinkt. Dit is een cd die ik 30 jaar geleden de perfectie zou gevonden hebben, want 't was dit wat ik toen kocht, jazzy pop, perfect geproduced met een kristalhelder geluid. Neem bijvoorbeeld de titelsong 'Howlin' At The Moon" of "Paradise" beide heerlijke midnight music, een beetje blue-eyed soul waarvan Hall & Oates het monopolie hadden, heerlijk ook bij een goed boek, een goed glaasje wijn en met de schemerlamp aan. Dat is de sfeer waar deze cd bij past. In het voorlaatste nummer "Here To Love You" zou je zweren dat je naar een opname van The Doobie Brothers luistert. Eén uitzondering, "I Wanna See You Tonight" , een jazzy jive, pretentieloos en vrolijk, het enige nummer zonder de seventies stempel. Deze cd geeft me een dubbel gevoel, ze is mooi, zit vol vakmanschap, sterke songs en is pefect uitgevoerd, maar toch mis ik iets, misschien zegt de naam van het label alles: Cold Beauty, want dat is het. Als je nog steeds fan bent van de hogervernoemde artiesten, zeker kopen. Raar, de tijd leek even een uurtje lang 30 jaar stil te staan met deze "Howlin At The Moon".
(RON)



 

VARIOUS ARTISTS:
HIGHTONE RECORDS ANTHOLOGY
ROCKIN' FROM THE ROOTS

Label: HighTone Records / Time Life Records
Distr.: Rough Trade

 

Een label dat al ruim 25 jaar meegaat verdient een Anthology. Zo ook Hightone Records. Voor Time Life de tijd om een hommage te brengen met door een fijne dubbelaar op de markt te brengen met de prijsnummers van dit inmiddels al langlopende Americana-label. "Hightone Records Anthology" had dus niet beter betiteld kunnen worden dan met "Rockin' From The Roots". Bruce Bromberg en Larry Sloven leerden elkaar kennen zo'n kleine dertig jaar terug. Beide verdienden al de kost in de muziekindustrie en toen hun werkzaamheden elkaar kruisten werden ze al snel vrienden. Het was de gezamenlijke liefde voor Merle Haggard dat hen wist te verenigen en uiteindelijk deed leiden tot het oprichten van hun eigen HighTone Label in 1983. De voorkeuren gingen echter verder dan alleen country, want ook naar blues, rock en singer/songwriters ging hun aandacht uit. Op deze wijze werd dan ook deze dubbelaar ingedeeld. Een dwarsdoorsnede van het HighTone aanbod komt voorbij met grote namen uit de blues, als The Robert Cray Band, Otis Rush en Joe Louis Walker. Buddy Miller, Rosie Flores, Heather Myles en Dale Watson zijn de speerpunten in de country, zoals the Blasters, Dave Alvin, Dick Dale en P.F. Sloan dat zijn voor de rock. Maar de grootste aandacht gaat wel naar songwriters als Jimmie Dale Gilmore, Chris Smither, Geoff Muldaur, Tom Russell en Ramblin' Jack Elliott, want wie deze heren eens goed beluisterd, hoort de treffende uitwerking van de ontwapende eenvoud dat dit wonderschone ambacht al jaren kenmerkt. Het verzorgde boekje is een mooie aanvulling op het geheel want ook hierin is er voldoende aandacht aan de artiesten besteed. Een hoogwaardige cast als deze verdient dan ook deze respectvolle aandacht. Met "The Eyes of Roberto Duran" zijn de schijnwerpers ook even gericht op Chris Gaffney, die tegenwoordig succesvol furore maakt als de ene helft van de Hacienda Brothers. Meester-gitarist Redd Volkaert die de laatste tijd aan de zijde van Dale Watson en later Merle Haggard te vinden was, doet hier tijdens "Big, Big Love" enkele nuttige vingeroefeningen. Prijsnummers zijn vooral de song waarin Ramblin' Jack Elliott de Grateful Dead klassieker "Friend Of The Devil" in een folkjasje steekt met de hulp van de Dead's Bob Weir, naast "Marie Marie" van The Blasters hetgeen dit feestelijke geheel compleet maakt. Voor wie niet de reeds eerder verschenen box "The Hightone Records Story", die bij dit label in 2006 verscheen, in zijn bezit heeft is deze dubbelaar een aanrader, want ook deze Americana helden zijn hier ook op deze verzameling te traceren en dat maakt "Hightone Records Anthology" eveneens zo interessant.

TRACKS:
CD 1

1. Phone Booth (The Robert Cray Band)
2. Have Love, Will Travel (Big Sandy with the Calvanes)
3. Abilene (Dave Alvin)
4. Three Times a Fool (Otis Rush)
5. The Eyes of Roberto Duran (Chris Gaffney)
6. Can't Let Go (Randy Weeks)
7. Out in the Rain (Julie Miller)
8. Can't Shake These Blues (Chris Smither)
9. Marie Marie (The Blasters)
10. Soul of the Woman (P. F. Sloan)
11. 747 (Joe Louis Walker)
12. Settle for Love (Joe Ely)
13. The Wild Ox Moan (Geoff Muldaur)
14. Ghostriders in the Sky (Dick Dale)
15. Hot Rod Lincoln (Bill Kirchen)

CD 2

1. Corpus Christi Bay (Johnny Rodriguez)
2. Does My Ring Burn Your Finger (Buddy Miller)
3. Blue Highway (Rosie Flores)
4. Honkiest Tonkiest Beer Joint (Dale Watson)
5. In the Jailhouse Now (Hank Thompson)
6. Brand New Whiskey (Gary Stewart)
7. Big, Big Love (Redd Volkaert)
8. Keep Your Distance (Buddy & Julie Miller)
9. Goodbye Lonesome, Hello Baby Doll (The Lonesome Strangers)
10. Rum and Rodeo (Heather Myles)
11. Truck Drivin' Man (The Twangbangers)
12. That Hardwood Floor (Jimmie Dale Gilmore)
13. Friend of the Devil (Ramblin' Jack Elliott with Bob Weir)
14. You Took Advantage of Me (Hot Club of Cowtown)
15. When Sinatra Played Juarez (Tom Russell)



RANDY THURMAN
ROUGH CUTS
Website
Email: thurmanart@bellsouth.net
Label: ThurmanArt
Cdbaby

 

 

Als je genoeg miserie kent vind je vroeg of laat de blues op je weg, ook al voel je je daar aanvankelijk weinig toe aangetrokken. Want Randy Thurman, geboren in 1965, Rockwood, Tennessee, was een kind dat zich graag uitdrukte via de expressie van de dichtkunst of later via gitaarakkoorden toen hij als twaalfjarige Jimi Hendrix ontdekte. Als tiener speelde hij in een bandje dat zich toelegde op AC/DC covers en later volgde er een periode van klassieke muziek en jazzimprovisaties. De laatste tien jaar vond zijn artistiek talent een uitweg in de schilderkunst. Toen werd hij getroffen door de ziekte Morbus Menieres, waaronder ook Van Gogh gebukt ging. Vermits deze ziekte en zijn verstoorde evenwichtsbalans hem aan zijn huis kluistert zocht Randy een creatieve uitlaatklep in de blues. Met als eindproduct deze ‘Rough Cuts’, een verzameling van rauwe akoestische bluesfragmenten in dertig minuten afspeeltijd gebald. Het werd een primitieve opname, opgenomen met zijn Hewlett Packard PC en middels een gedownload programma van het internet. Het helpt natuurlijk als je een diploma van computerprogrammator hebt. Hij vertolkt daarop zijn blues met zijn akoestische Washburn gitaar zoals Charley Patton, Son House en Robert Johnson dit vóór hem deden, maar dan met eigentijdse herbronning. Van hen leent hij ‘John the Revelator’ en ‘Crossroad Blues’, maar de andere songs zijn persoonlijke bluesarrangementen met vaak religieuze inspiratie. De primitieve wijze van opname maakt dat deze cd klinkt als een veldopname van Alan Lomax, waarin dezelfde passie en gekweldheid doorsijpelt. Zijn ‘Home Sweet Home’ en ‘23rd Psalms’ kunnen gerust met de pré-war songs wedijveren. Ook de religie ontbreekt niet in zijn songs, die Randy transcendeert tot zijn eigen droevige vallei der schaduwen. Hij is ervan overtuigd dat muziek niet helpt om de realiteit te ontvluchten, maar deze juist definieert. Als filosoof/muzikant en schrijver dichter is Randy echter niet in zelfbeklag blijven steken, want de hoop houdt hij levendig. Hij aanroept de Lord, verwoordt zijn hoop in fragmentarische bluessongs en zegt dank in eenvoudige psalmen. Aldus alle songs herleidend tot het essentiële met alleen akoestische gitaar als begeleiding. Hoewel Randy de fysische en mentale grenzen moet aanvaarden, houdt hij het vertrouwen levendig via de creativiteit en de muziek, want ‘The Sun is Gonna Shine On Me Someday’.
Marcie



 

SPANKING CHARLENE
DISMISSED WITH A KISS
Website
Myspace
E-mail: info@spankingcharlene.com
Label: Slacker Music

 

 

“I was sick of getting excited to go out and see some great live music, only to find some sensitive, acoustic guitar playing girl bearing her soul to the audience and putting me to sleep in the process." Ziedaar waarom Charlene McPherson besloot beter te doen. Spanking Charlene uit New York (USA) zag het levenslicht in 2005. Een Spanking Charlene-demo kwam in handen van Eric Ambel, nu eigenaar van de New Yorkse Lakeside Lounge-club maar in een verleden gitarist bij Joan Jett & The Blackhearts. Ambel raakte gecharmeerd door de band en boekte hen voor zijn club. In het voorjaar van 2007 verscheen "Dismissed With A Kiss", het eerste album van de band dat niet enkel door Ambel geproduced werd maar waarop hij ook een aantal keren de gitaar voor zijn rekening nam. “Dismissed With A Kiss” staat vol pretentieloze (punk)rock met al even pretentieloze teksten (ondermeer over een hond aan de Prozac in “Fidgety”, imagine that!). Favorieten zijn “Field Trip”, “We’re all gonna die” en “Groundhogs Day”. Het album bevat met “Easy To Be Sad” en “Behind” twee country-ballads die de punkrockfeel van de plaat misschien doorkruisen, maar dat mag de pret niet bederven. “Dismissed With A Kiss” is een leuke plaat vol goeie feelgood songs met daaromheen een leuke hoes met daarop leuke benen die – diepgaand onderzoek van uw dienaar heeft zulks uitgewezen – wel degelijk de benen van frontvrouw Charlene McPherson zijn (Whatever!).
(Pieter Jan)



 

DAVID EVANS
NEEDY TIME
Website
Label: Inside Sounds
Cdbaby
VIDEO

 

Vanaf 1962 speelt Dave Evans al traditionele country blues, hij heeft het voorrecht het vak nog grotendeels van de echte vaders van de blues geleerd te hebben. Hij was namelijk een schrijver over alles wat met blues te maken had (zou er mij ook nog een carriere in't verschiet liggen in dat geval?). Hij schreef veel hoesnota's voor de LP's die op blueslabels verschenen en artikels in tijdschriften en zelfs een paar boeken over het thema. Zo kreeg hij o.a. een grammy award voor "Best Album Notes" voor de verzamelaar "Screamin' & Hollerin The Blues: The World Of Charley Patton" en schreef hij de gids "NPR Curious Listener Guide To Blues" en ontelbare artikels over blues. Als producer was hij o.a. betrokken bij de carrières van R.L Burnside, Junior Kimbrough, Johnny Shines, Jessie Mae Hemphill en vele anderen. Hij was ook een goede vriend van Alan Wilson, "The Owl" van Canned heat. Hij is professor in muziek aan de universiteit van Memphis waar hij een doctoraat heeft van ethomology, specialisatie regionale muziek van de zuiderse staten, zeg maar blues. Dus Dave Evans weet waar het allemaal vandaan komt, en kwa authenticiteit kan je geen betere hebben denk ik, je hoort 't dan ook op deze cd, dit is nog de echte traditional blues. Op deze cd helpen een hele waslijst namen, waarvan ik er maar enkele ga noemen want de lijst is te lang. Vooreerst is er zijn band: The Last Chance Jugband, die ook op zijn vorige cd, het in 2002 verschenen "Match Box Blues" van de partij was. Verder Little Victor, Billy Gibson, en zelfs een paar oude historische opnames die toegevoegd werden met Hammie Nixon en ook nog Alan Wilson van Canned Heat, opnames uit 1967. Eigenaardig genoeg niet op "On The Road Again" het enige modernere nummer met een volledige band op deze cd. Het daaropvolgende "Baby please Don't Go" bevat wel een knappe mondharmonicabijdrage van Alan Wilson en nog een nummer later speelt Alan gitaar in "Lovin"Blues". De song "Who's That Yonder", gebaseerd op de oude Tommy Johnson opname uit 1928 "Maggie Campbell Blues", is wat mij betreft één van de sterkere songs op deze cd. Het geëngageerde "Bring The Boys Back Home" een song tegen de oorlogspolitiek van Bush is een ander hoogtepunt. Je kan hier kijken naar een live registratie op het cognac blues festival. Hoewel ik meer hou van modernere bluesopnames, is 't af en toe eens heerlijk ondergedompeld te worden in die ouwe traditionele country blues waarmee 't allemaal begon, en was 't genieten geblazen met David Evans "Needy Time".
(RON)



 

JOHN BOTTOMLEY
SONGPOET
Website - Myspace
Mail : info@johnbottomley.net
Label : Crane/Bag Recordings
Distr. : Hemifran
CD-Baby

 

Onze Deense vriend Peter Holmstedt van Hemifran blijft gemotiveerd zijn best doen om ons massaal nieuwe producties toe te sturen en het dient gezegd dat er in zijn pakketjes regelmatig positieve verrassingen vanuit Canada zitten. Zoals deze al zevende cd van de uit Brits Columbia, Canada afkomstige en tot op heden voor mij volstrekt onbekende 47-jarige John Bottomley. Op zesjarige leeftijd vond zijn eerste kennismaking met de muziek plaats door zijn lessen klassieke piano en twee jaar later vond zijn eerste publieke optreden plaats. Hij was vijftien toen hij leerde gitaar spelen en met een groepje genaamd “Celcius” begon op te treden in het Zwarte Woud in Duitsland waar hij als zoon van een daar gestationeerde Canadese luchtmachtofficier zijn jeugdjaren doorbracht. In de eighties speelde hij in Canada enkele jaren in een punkbandje dat “Tulsa” heette. “Library In The Sun” was zijn eerste soloalbum uit 1990 dat uitkwam op het Latent label van Michael Timmins van Cowboy Junkies. Daarna volgden er dus nog zes andere waarvan er een het resultaat was van een samenwerking met T. Bone Burnett en deze “Songpoet” de meest recente is. Tussendoor schreef hij ook nog drie boeken waarvan “Star In The Singing Grove” het laatste was, en evenzo de titel van zijn voorlaatste album. “Songpoet” is een vrij kort durende cd met 8 rootsy en folkloristische singer-songwriterliedjes die uit Bottomley’s pen vloeiden tijdens zijn laatste tournee doorheen Canada. De eerste song op dit album is “Carry Carry Carry” - een meezingbaar niemendalletje - gevolgd door het poëtische “Mandolin Clown”. Daarna bewijst Bottomley dat hij ook humoristisch uit de hoek kan komen met “Ghosts Of Gold” met een vrolijk “ya ya yippie”-meezingrefreintje. De obligate zogeheten murder ballad op dit album heet “The Ballad Of Charlie Pillberry” en verhaalt gedurende bijna 6 minuten over het leven en de belevenissen van het hoofdpersonage. “I Drifted By The Creek” is een eerste echte liefdesliedje met emoties in stem en muziek. Ook song nummer 6 “Odyssey” is bijzonder beluisterenswaardig, net als de titeltrack en de mooie folksong-afsluiter “Trafalgar”, in duet gebracht met harpiste Ruth Sutherland en met bovendien The Hamilton Elgar Choir - een echt mannenkoor - tot een ultiem episch eindwerk verheven. Melancholie boven bij John Bottomley, een echte liedjesdichter of “Songpoet”.
(valsam)



 

ARTHUR ALEXANDER
LONELY JUST LIKE ME: THE FINAL CHAPTER
Website
Label: HackTone Records
Distr.: Rough Trade
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

De Amerikaanse zanger/componist Arthur Alexander overlijdt op 10 juni 1993 aan een hartaanval. Hij is ondermeer de componist van "Anna" dat door The Beatles is opgenomen en "You Better Move On" dat The Rolling Stones op de plaat hebben gezet, maar ook Bob Dylan en Elvis Presley genoten van zijn songwriting. Waren Redding en Pickett typische vertegenwoordigers van de deep soul, Arthur Alexander sloeg een brug naar de country & western en stond zo aan de wieg van de zogenaamde country-soul. "Lonely Just Like Me:The Final Chapter" is in vele opzichten een bijzondere plaat geworden. De plaat, die is uitgebracht op het HackTone-label, wil niet enkel zijn album "Lonely Just Like Me" uit 1993 in de belangstelling brengen maar voornamelijk Arthur Alexander alle eer toebrengen die hij wel verdiende. Vijftien jaar geleden verscheen van de in Alabama geboren Alexander het album "Lonely Just Like Me", een album waarin boven vermelde pop bands veel inspiratie putten. Onder productionele leiding van Ben Vaughn ontfermt Alexander zich met kennelijke gretigheid over zijn eigen songs, begeleid door dezelfde muzikanten die hem backing gaven op zijn hits uit de '60 en '70 jaren, zoals het hartgevoelige "Anna", het Ray Charles-achtige "You Better Move On" of het meer Sam Cooke-getinte "Every Day I Have to Cry". Juist bij de release van deze plaat stierf Alexander, hij was 53 jaar geworden. Op veertigjarige leeftijd keerde hij de muziekwereld de rug toe, dit omwille van een paar ontgoochelingen. In Cleveland ging hij zich inzetten voor minder bedeelde kinderen, en dit als buschauffeur, hetgeen ook de cover van deze cd verklaard, waarachter we tevens een zeer ruime selectie foto's krijgen voorgeschoteld. "Lonely Just Like Me:The Final Chapter" laat het hele verhaal horen, beginnende met dit fantastische Elektra/Nonesuch album. Aangevuld met nooit gehoorde lo-fi demos opgenomen in een hotelkamer in Cleveland, Arthur's live sessies voor NPR's "Fresh Air", liner notes van producer Ben Vaughn en om te besluiten een live versie van "Anna" uit het Bottom Line concert van 1991. Het meest bekoren de songs waarin Arthur Alexander en zijn begeleiders een laag tempo voeren. Hier legt de zanger een zekere dramatiek in zijn stem, luister maar eens naar het prachtige "All The Time", maar deze plaat is rijk aan afwisseling en boeit zo van de eerste tot de laatste noot. Dankzij HackTone leeft deze legende voort ... Een must-have!

Albums
1 You Better Move On (1962) Label: Dot Records
2 Arthur Alexander (1972) Label: Warner Brothers
3 Soldier of Love (1987) Label: Ace Records
4 Lonely Just Like Me (1993) Label: Elektra
5 Lonely Just Like Me: The Final Chapter (2007) Label: Hacktone



 

BERNIE "GIBBS" KING
KING
Website
Label: Eigen beheer
Cdbaby

 

Americana en alt.country is wat singer songwriter Bernie King ons laat horen op dit debuut. Hij begon als drummer en songwriter in een punk/garageband in Tucso, Arizona. Een vriend uit die band bleef hem maar herhalen dat hij moest leren gitaar spelen en zingen om de songs die in zijn hoofd zaten zelf te spelen. Hij gaf uiteindelijk toe, kocht diens oude gitaar en begon meer en meer te schrijven. "Ik moet de mensen van Fallstaff die hielden van traditionele muziek de schrik van hun leven bezorgd hebben" zegt Bernie "In het begin klonk mijn stem als die van Neil Young die met zijn younge-heer tussen de deur geraakt was". Maar hij werd verliefd op gitaarspelen met zijn vrienden Jeff Bennett en de fantastische mandolinespeler Rusty Tweed. Na een tijd begonnen de jongens met Virgil Caine, een band waarmee het over het ganse zuidwesten van Amerika reisden, Joshua Tree, de randen van de Grand Canyon, Santa Fe. Velen kwamen en gingen, maar Rusty en Bernie waren de kern die bleef. Hij verhuisde naar Minnesota en ontmoette nieuwe vrienden /muzikanten en heeft nu deze cd gemaakt met de gitaristen Mike Senkovitch en Ben Durrant, die ook zorgde voor de opnames en mix, en Jeff Waldeland op pedal steel. Vier gitaristen dus, samen met bassist Matt Smith en drummer Grant Thielen. Het scheppingsverhaal "Dirt and Dust" voorzien van een prachtige banjo - tokkel van Ben Durrant is een mooie rustige, verhalende song. Dat er vier gitaristen in de band zitten, krijgen we duidelijk te horen in "North Rim", een song die rockt als het betere werk uit Neil Youngs "Live Rust" periode. Meer ruige gitaargeluiden in "Highways Of Nebraska" een dreigende song over de gevaren van het reizen daar. Eén van de sterkste nummers op de cd is het van veel lapsteel voorziene en meer verteld dan gezongen "The Name That Is Never Spoken". Dit nummer roept soms de jongere Dylan in gedachten. Bernie's muziek lijkt ook regelmatig op die van Calvin Russell, alleen mist hij diens doorleefde ruige stem. Bernie's stem mag er anders ook zijn en zijn vergelijking met een gekwetste Neil Young doet ze zeker geen eer. Op "Every Little Diamond", de rustige Americana afsluiter krijgt hij vocaal nog hulp van gastzangeres Eliza Blue, terwijl de pedal steel van Jeff Waldeland voor een romantische noot zorgt. Zeker een naam die we in het oog moeten houden. Bernie King zorgt met deze "King" voor zijn eigen koninklijke entrée als singer songwriter.
(RON)



 

TOWNE CRYER
GET READY
Website
Label: Truth Serum
Cdbaby
VIDEO

"Extreme blues" staat er op het hoesje te lezen, en daar krijg je al dadelijk en voorbeeld van met het openingsnummer "Hyper Harp", een mondharmonica "full blast" zoals "Whammer Jammer" van J. Geilsband er ééntje was. Towne Cryer is één man, alhoewel deze cd klinkt alsof er een ganse band speelt, doet hij alles alleen. Natuurlijk is dit het resultaat van studiomaatwerk. Deze cd waarop een viertal Delta songs staan en vijf keiharde bluesrock songs, waarop de harp ook centraal staat, houdt weinig echte verrassingen in, behalve dan het feit dat 3 songs weigeren te spelen. Dan maar even op de site luisteren van CD baby, anders gaat deze bespreking wel heel kort worden. De Delta songs zoals "Catfish Blues" en "Been Down To Georgia", zijn natuurlijk overbekend, maar goed gebracht. In "All Jacked Up" een van de hardere nummers is de combinatie van slide gitaar en mondharmonica ook wel mooi, maar het geheel is te weinig roots en teveel pop. Van de traditional "John The Revelator" maakt hij wel een behoorlijke coverversie met die apart klinkende mondharmonica, maar Robert Johnson's "Walkin Blues" en "You got to Move" is goed gebracht, maar zonder er iets wezenlijks aan toe te voegen. Bij "The Devil Never Sleeps" is Towne wel sterk bezig op zijn resonator. Desondanks is het een vrij voorspelbare bluesplaat geworden, goed gebracht, maar met teveel overbekende covers, één van de vele valkuilen van het bluesgenre waarin al teveel jonge beginnende artiesten gesneuveld zijn. Hierdoor onderscheidt zich het kaf en het koren. Spijtig genoeg is dit eerder kaf, alhoewel moet gezegd worden deze multi-instrumentalist als muzikant veel respect afdwingt.
(RON)