OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007
MICROWAVE DAVE & THE NUKES - DOWN SOUTH NUKIN’
JACKSON SLADE - HOWLIN AT THE MOON
VARIOUS ARTISTS: HIGHTONE RECORDS ANTHOLOGY - ROCKIN' FROM THE ROOTS
RANDY THURMAN - ROUGH CUTS
SPANKING CHARLENE - DISMISSED WITH A KISS
DAVID EVANS - NEEDY TIME
JOHN BOTTOMLEY - SONGPOET
ARTHUR ALEXANDER - LONELY JUST LIKE ME: THE FINAL CHAPTER
BERNIE "GIBBS" KING - KING
TOWNE CRYER - GET READY


MICROWAVE
DAVE & THE NUKES
DOWN SOUTH NUKIN’
Website
E-mail: info@rockincamel.com
Label: Rockin Camel Records
Cdbaby
VIDEO
1 VIDEO
2
Op
het Rockin' Camel label van legendarische Johnny Sandlin, een man die via de
band Hourglass verantwoordelijk was voor het onstaan van de Allman Brothers
Band en later de ganse Capricorn stal, verscheen vorig jaar de meest recente
cd van Microwave Dave & The Nukes:"Down South Nukin". Een live
cd met opnames van optredens in 2nd street Music Hall, Sandlin's club om het
zo te zeggen, in Gadsden Alabama. De stad waar ook het hoofdkwartier van deze
kleine platenfirma ligt, die feitelijk het werk van Capricorn verderzet, en
een aantal Southern bands onder zijn vleugels heeft. We bespraken de vorige
weken al enkele releases, en ook de volgende weken zullen er nog een aantal
volgen, dus Allman Brothers fans, blijf erbij. Via de vorige releases van Microwave
Dave konden we al merken dat de man een voorliefde heeft voor onder andere Bo
Diddley (hij fungeerde zelfs een tijdje als backing band voor de man), J.B Hutto
en Hound Dog Taylor, en dat is op deze live cd natuurlijk niet anders. Laat
er nu toevallig achter dit klavier een man zitten die alles van Hound Dog fantastisch
vindt, dus komt dat mooi uit. Dave steekt explosief van wal met een daverend
"I'm a roadrunner honeeeeeeeyyyy! beep beep!" dat ik veel draaide
in zijn studioversie uit zijn debuut cd "Goodnight Dear", maar hij
bevat de song nog wat extra live power. Het vettige, primitief rauwe J.B Hutto
en Hound Dog Taylor slide geluid krijgt dan 2 nummers lang de volle ruimte in
"Hip Shakin" en "20% alcohol", ook uit zijn debuut. "Got
No Automobile" van de Vivino Brothers, de band die alle artiesten begeleid
bij "Late Night with Conan" de Amerikaanse top talkshow, is ook een
heel sterke song. De instrumental "Ray Brand" is back to basics, zo
te horen is ’t enkel Dave op gitaar, maar met een geluid alsof de ganse
band aan het werk is. Een nummer dat we kennen uit het debuut van Duke Robillard,
geschreven samen met Doc Pomus, krijgt hier een funky Microwave Dave bewerking
vol vuur. Ook Dylan bekende "From A buick 6" mag op een prima coverversie
rekenen. "It Don’t Happen No More" heeft weer dat hakkerige
geluid van de Hound Dog Taylor songs, een ruig, ruw, direct geluid dat we in
veel van Dave’s nummers terugvinden. "Shot Gun Slim" heeft inderdaad
dezelfde ingrediënten, tot de song plots stilvalt, verder gaat als een
Allman Brothers instrumental, genre Elzabeth Reed, om even plots terug te vallen
op het snelle, funky basisriffje. Van contrasten gesproken! De snelle shuffle,
"Let’s Say Goodnight " van Los Lobos is een waardig afsluiter,
waarna de Bo Diddley ritmes in het bisnummer "Hey Little Girl" zorgen
voor een complete apotheose. Misschien niet het echte Southern geluid dat we
op dit label gewoon zijn, maar ze gaan een lange weg terug, want Microwave’s
debuut was ook al een productie van deze man, labelmanager Johnny Sandlin, en
nu 17 jaar later hebben ze mekaar terug gevonden met "Down South Nukin".
(RON)

JACKSON
SLADE
HOWLIN AT THE MOON
Website - Myspace
E-mail: jslade@cafes.net
Label: Cold Beauty Records
Cdbaby
Hij is afkomstig uit Florida uit de streek rond Gainesville, heeft Spaans bloed
en dat toont zich in de ritme's en de melodie van zijn songs. Op zijn stijl
is moeilijk een label te plakken, hijzelf noemt het Jazz / Rock / Country /
Pop / Blues / Soul. Zo komen we er natuurlijk niet. Zijn vorige cd "River
Of Gould" zat nog in het country hoekje, deze echter niet. Wat me onmiddelijk
opvalt is dat Jackson's muziek nu superglad is, als ik het zo mag noemen. Het
heeft iets van artiesten als een Michael Franks, Michael McDonald, Kenny Loggins,
Jim Messina en aanverwanten, de sound van eind jaren zeventig, met gitaren die
herinneren aan Larry Carlton en Lee Ritenour, saxofoons als David Sanborn en
Kenny G, en koortjes uit die periode. Begrijp me niet verkeerd, dit is best
een mooie plaat met perfecte muziek die zo af is dat zelfs vergelijkingen met
Steely Dan zich opdringen, maar daardoor ook tegelijkertijd gedateerd klinkt.
Dit is een cd die ik 30 jaar geleden de perfectie zou gevonden hebben, want
't was dit wat ik toen kocht, jazzy pop, perfect geproduced met een kristalhelder
geluid. Neem bijvoorbeeld de titelsong 'Howlin' At The Moon" of "Paradise"
beide heerlijke midnight music, een beetje blue-eyed soul waarvan Hall &
Oates het monopolie hadden, heerlijk ook bij een goed boek, een goed glaasje
wijn en met de schemerlamp aan. Dat is de sfeer waar deze cd bij past. In het
voorlaatste nummer "Here To Love You" zou je zweren dat je naar een
opname van The Doobie Brothers luistert. Eén uitzondering, "I Wanna
See You Tonight" , een jazzy jive, pretentieloos en vrolijk, het enige
nummer zonder de seventies stempel. Deze cd geeft me een dubbel gevoel, ze is
mooi, zit vol vakmanschap, sterke songs en is pefect uitgevoerd, maar toch mis
ik iets, misschien zegt de naam van het label alles: Cold Beauty, want dat is
het. Als je nog steeds fan bent van de hogervernoemde artiesten, zeker kopen.
Raar, de tijd leek even een uurtje lang 30 jaar stil te staan met deze "Howlin
At The Moon".
(RON)

VARIOUS
ARTISTS:
HIGHTONE RECORDS ANTHOLOGY
ROCKIN' FROM THE ROOTS
Label: HighTone Records / Time
Life Records
Distr.: Rough Trade
Een label dat al ruim 25 jaar meegaat verdient een Anthology. Zo ook Hightone Records. Voor Time Life de tijd om een hommage te brengen met door een fijne dubbelaar op de markt te brengen met de prijsnummers van dit inmiddels al langlopende Americana-label. "Hightone Records Anthology" had dus niet beter betiteld kunnen worden dan met "Rockin' From The Roots". Bruce Bromberg en Larry Sloven leerden elkaar kennen zo'n kleine dertig jaar terug. Beide verdienden al de kost in de muziekindustrie en toen hun werkzaamheden elkaar kruisten werden ze al snel vrienden. Het was de gezamenlijke liefde voor Merle Haggard dat hen wist te verenigen en uiteindelijk deed leiden tot het oprichten van hun eigen HighTone Label in 1983. De voorkeuren gingen echter verder dan alleen country, want ook naar blues, rock en singer/songwriters ging hun aandacht uit. Op deze wijze werd dan ook deze dubbelaar ingedeeld. Een dwarsdoorsnede van het HighTone aanbod komt voorbij met grote namen uit de blues, als The Robert Cray Band, Otis Rush en Joe Louis Walker. Buddy Miller, Rosie Flores, Heather Myles en Dale Watson zijn de speerpunten in de country, zoals the Blasters, Dave Alvin, Dick Dale en P.F. Sloan dat zijn voor de rock. Maar de grootste aandacht gaat wel naar songwriters als Jimmie Dale Gilmore, Chris Smither, Geoff Muldaur, Tom Russell en Ramblin' Jack Elliott, want wie deze heren eens goed beluisterd, hoort de treffende uitwerking van de ontwapende eenvoud dat dit wonderschone ambacht al jaren kenmerkt. Het verzorgde boekje is een mooie aanvulling op het geheel want ook hierin is er voldoende aandacht aan de artiesten besteed. Een hoogwaardige cast als deze verdient dan ook deze respectvolle aandacht. Met "The Eyes of Roberto Duran" zijn de schijnwerpers ook even gericht op Chris Gaffney, die tegenwoordig succesvol furore maakt als de ene helft van de Hacienda Brothers. Meester-gitarist Redd Volkaert die de laatste tijd aan de zijde van Dale Watson en later Merle Haggard te vinden was, doet hier tijdens "Big, Big Love" enkele nuttige vingeroefeningen. Prijsnummers zijn vooral de song waarin Ramblin' Jack Elliott de Grateful Dead klassieker "Friend Of The Devil" in een folkjasje steekt met de hulp van de Dead's Bob Weir, naast "Marie Marie" van The Blasters hetgeen dit feestelijke geheel compleet maakt. Voor wie niet de reeds eerder verschenen box "The Hightone Records Story", die bij dit label in 2006 verscheen, in zijn bezit heeft is deze dubbelaar een aanrader, want ook deze Americana helden zijn hier ook op deze verzameling te traceren en dat maakt "Hightone Records Anthology" eveneens zo interessant.
TRACKS:
CD 1
1. Phone Booth (The Robert
Cray Band)
2. Have Love, Will Travel (Big Sandy with the Calvanes)
3. Abilene (Dave Alvin)
4. Three Times a Fool (Otis Rush)
5. The Eyes of Roberto Duran (Chris Gaffney)
6. Can't Let Go (Randy Weeks)
7. Out in the Rain (Julie Miller)
8. Can't Shake These Blues (Chris Smither)
9. Marie Marie (The Blasters)
10. Soul of the Woman (P. F. Sloan)
11. 747 (Joe Louis Walker)
12. Settle for Love (Joe Ely)
13. The Wild Ox Moan (Geoff Muldaur)
14. Ghostriders in the Sky (Dick Dale)
15. Hot Rod Lincoln (Bill Kirchen)
CD 2
1. Corpus Christi Bay (Johnny
Rodriguez)
2. Does My Ring Burn Your Finger (Buddy Miller)
3. Blue Highway (Rosie Flores)
4. Honkiest Tonkiest Beer Joint (Dale Watson)
5. In the Jailhouse Now (Hank Thompson)
6. Brand New Whiskey (Gary Stewart)
7. Big, Big Love (Redd Volkaert)
8. Keep Your Distance (Buddy & Julie Miller)
9. Goodbye Lonesome, Hello Baby Doll (The Lonesome Strangers)
10. Rum and Rodeo (Heather Myles)
11. Truck Drivin' Man (The Twangbangers)
12. That Hardwood Floor (Jimmie Dale Gilmore)
13. Friend of the Devil (Ramblin' Jack Elliott with Bob Weir)
14. You Took Advantage of Me (Hot Club of Cowtown)
15. When Sinatra Played Juarez (Tom Russell)

RANDY
THURMAN
ROUGH CUTS
Website
Email: thurmanart@bellsouth.net
Label: ThurmanArt
Cdbaby
Als
je genoeg miserie kent vind je vroeg of laat de blues op je weg, ook al voel
je je daar aanvankelijk weinig toe aangetrokken. Want Randy Thurman, geboren
in 1965, Rockwood, Tennessee, was een kind dat zich graag uitdrukte via de expressie
van de dichtkunst of later via gitaarakkoorden toen hij als twaalfjarige Jimi
Hendrix ontdekte. Als tiener speelde hij in een bandje dat zich toelegde op
AC/DC covers en later volgde er een periode van klassieke muziek en jazzimprovisaties.
De laatste tien jaar vond zijn artistiek talent een uitweg in de schilderkunst.
Toen werd hij getroffen door de ziekte Morbus Menieres, waaronder ook Van Gogh
gebukt ging. Vermits deze ziekte en zijn verstoorde evenwichtsbalans hem aan
zijn huis kluistert zocht Randy een creatieve uitlaatklep in de blues. Met als
eindproduct deze ‘Rough Cuts’, een verzameling van rauwe akoestische
bluesfragmenten in dertig minuten afspeeltijd gebald. Het werd een primitieve
opname, opgenomen met zijn Hewlett Packard PC en middels een gedownload programma
van het internet. Het helpt natuurlijk als je een diploma van computerprogrammator
hebt. Hij vertolkt daarop zijn blues met zijn akoestische Washburn gitaar zoals
Charley Patton, Son House en Robert Johnson dit vóór hem deden,
maar dan met eigentijdse herbronning. Van hen leent hij ‘John the Revelator’
en ‘Crossroad Blues’, maar de andere songs zijn persoonlijke bluesarrangementen
met vaak religieuze inspiratie. De primitieve wijze van opname maakt dat deze
cd klinkt als een veldopname van Alan Lomax, waarin dezelfde passie en gekweldheid
doorsijpelt. Zijn ‘Home Sweet Home’ en ‘23rd Psalms’
kunnen gerust met de pré-war songs wedijveren. Ook de religie ontbreekt
niet in zijn songs, die Randy transcendeert tot zijn eigen droevige vallei der
schaduwen. Hij is ervan overtuigd dat muziek niet helpt om de realiteit te ontvluchten,
maar deze juist definieert. Als filosoof/muzikant en schrijver dichter is Randy
echter niet in zelfbeklag blijven steken, want de hoop houdt hij levendig. Hij
aanroept de Lord, verwoordt zijn hoop in fragmentarische bluessongs en zegt
dank in eenvoudige psalmen. Aldus alle songs herleidend tot het essentiële
met alleen akoestische gitaar als begeleiding. Hoewel Randy de fysische en mentale
grenzen moet aanvaarden, houdt hij het vertrouwen levendig via de creativiteit
en de muziek, want ‘The Sun is Gonna Shine On Me Someday’.
Marcie

SPANKING
CHARLENE
DISMISSED WITH A KISS
Website
Myspace
E-mail: info@spankingcharlene.com
Label: Slacker Music
“I
was sick of getting excited to go out and see some great live music, only to
find some sensitive, acoustic guitar playing girl bearing her soul to the audience
and putting me to sleep in the process." Ziedaar waarom Charlene McPherson
besloot beter te doen. Spanking Charlene uit New York (USA) zag het levenslicht
in 2005. Een Spanking Charlene-demo kwam in handen van Eric Ambel, nu eigenaar
van de New Yorkse Lakeside Lounge-club maar in een verleden gitarist bij Joan
Jett & The Blackhearts. Ambel raakte gecharmeerd door de band en boekte
hen voor zijn club. In het voorjaar van 2007 verscheen "Dismissed With
A Kiss", het eerste album van de band dat niet enkel door Ambel geproduced
werd maar waarop hij ook een aantal keren de gitaar voor zijn rekening nam.
“Dismissed With A Kiss” staat vol pretentieloze (punk)rock met al
even pretentieloze teksten (ondermeer over een hond aan de Prozac in “Fidgety”,
imagine that!). Favorieten zijn “Field Trip”, “We’re
all gonna die” en “Groundhogs Day”. Het album bevat met “Easy
To Be Sad” en “Behind” twee country-ballads die de punkrockfeel
van de plaat misschien doorkruisen, maar dat mag de pret niet bederven. “Dismissed
With A Kiss” is een leuke plaat vol goeie feelgood songs met daaromheen
een leuke hoes met daarop leuke benen die – diepgaand onderzoek van uw
dienaar heeft zulks uitgewezen – wel degelijk de benen van frontvrouw
Charlene McPherson zijn (Whatever!).
(Pieter Jan)

DAVID
EVANS
NEEDY TIME
Website
Label: Inside Sounds
Cdbaby
VIDEO
Vanaf
1962 speelt Dave Evans al traditionele country blues, hij heeft het voorrecht
het vak nog grotendeels van de echte vaders van de blues geleerd te hebben.
Hij was namelijk een schrijver over alles wat met blues te maken had (zou er
mij ook nog een carriere in't verschiet liggen in dat geval?). Hij schreef veel
hoesnota's voor de LP's die op blueslabels verschenen en artikels in tijdschriften
en zelfs een paar boeken over het thema. Zo kreeg hij o.a. een grammy award
voor "Best Album Notes" voor de verzamelaar "Screamin' &
Hollerin The Blues: The World Of Charley Patton" en schreef hij de gids
"NPR Curious Listener Guide To Blues" en ontelbare artikels over blues.
Als producer was hij o.a. betrokken bij de carrières van R.L Burnside,
Junior Kimbrough, Johnny Shines, Jessie Mae Hemphill en vele anderen. Hij was
ook een goede vriend van Alan Wilson, "The Owl" van Canned heat. Hij
is professor in muziek aan de universiteit van Memphis waar hij een doctoraat
heeft van ethomology, specialisatie regionale muziek van de zuiderse staten,
zeg maar blues. Dus Dave Evans weet waar het allemaal vandaan komt, en kwa authenticiteit
kan je geen betere hebben denk ik, je hoort 't dan ook op deze cd, dit is nog
de echte traditional blues. Op deze cd helpen een hele waslijst namen, waarvan
ik er maar enkele ga noemen want de lijst is te lang. Vooreerst is er zijn band:
The Last Chance Jugband, die ook op zijn vorige cd, het in 2002 verschenen "Match
Box Blues" van de partij was. Verder Little Victor, Billy Gibson, en zelfs
een paar oude historische opnames die toegevoegd werden met Hammie Nixon en
ook nog Alan Wilson van Canned Heat, opnames uit 1967. Eigenaardig genoeg niet
op "On The Road Again" het enige modernere nummer met een volledige
band op deze cd. Het daaropvolgende "Baby please Don't Go" bevat wel
een knappe mondharmonicabijdrage van Alan Wilson en nog een nummer later speelt
Alan gitaar in "Lovin"Blues". De song "Who's That Yonder",
gebaseerd op de oude Tommy Johnson opname uit 1928 "Maggie Campbell Blues",
is wat mij betreft één van de sterkere songs op deze cd. Het geëngageerde
"Bring The Boys Back Home" een song tegen de oorlogspolitiek van Bush
is een ander hoogtepunt. Je kan hier kijken naar een live registratie op het
cognac blues festival. Hoewel ik meer hou van modernere bluesopnames, is 't
af en toe eens heerlijk ondergedompeld te worden in die ouwe traditionele country
blues waarmee 't allemaal begon, en was 't genieten geblazen met David Evans
"Needy Time".
(RON)

JOHN
BOTTOMLEY
SONGPOET
Website - Myspace
Mail : info@johnbottomley.net
Label : Crane/Bag Recordings
Distr. : Hemifran
CD-Baby
Onze
Deense vriend Peter Holmstedt van Hemifran blijft gemotiveerd zijn best doen
om ons massaal nieuwe producties toe te sturen en het dient gezegd dat er in
zijn pakketjes regelmatig positieve verrassingen vanuit Canada zitten. Zoals
deze al zevende cd van de uit Brits Columbia, Canada afkomstige en tot op heden
voor mij volstrekt onbekende 47-jarige John Bottomley. Op zesjarige leeftijd
vond zijn eerste kennismaking met de muziek plaats door zijn lessen klassieke
piano en twee jaar later vond zijn eerste publieke optreden plaats. Hij was
vijftien toen hij leerde gitaar spelen en met een groepje genaamd “Celcius”
begon op te treden in het Zwarte Woud in Duitsland waar hij als zoon van een
daar gestationeerde Canadese luchtmachtofficier zijn jeugdjaren doorbracht.
In de eighties speelde hij in Canada enkele jaren in een punkbandje dat “Tulsa”
heette. “Library In The Sun” was zijn eerste soloalbum uit 1990
dat uitkwam op het Latent label van Michael Timmins van Cowboy Junkies. Daarna
volgden er dus nog zes andere waarvan er een het resultaat was van een samenwerking
met T. Bone Burnett en deze “Songpoet” de meest recente is. Tussendoor
schreef hij ook nog drie boeken waarvan “Star In The Singing Grove”
het laatste was, en evenzo de titel van zijn voorlaatste album. “Songpoet”
is een vrij kort durende cd met 8 rootsy en folkloristische singer-songwriterliedjes
die uit Bottomley’s pen vloeiden tijdens zijn laatste tournee doorheen
Canada. De eerste song op dit album is “Carry Carry Carry” - een
meezingbaar niemendalletje - gevolgd door het poëtische “Mandolin
Clown”. Daarna bewijst Bottomley dat hij ook humoristisch uit de hoek
kan komen met “Ghosts Of Gold” met een vrolijk “ya ya yippie”-meezingrefreintje.
De obligate zogeheten murder ballad op dit album heet “The Ballad Of Charlie
Pillberry” en verhaalt gedurende bijna 6 minuten over het leven en de
belevenissen van het hoofdpersonage. “I Drifted By The Creek” is
een eerste echte liefdesliedje met emoties in stem en muziek. Ook song nummer
6 “Odyssey” is bijzonder beluisterenswaardig, net als de titeltrack
en de mooie folksong-afsluiter “Trafalgar”, in duet gebracht met
harpiste Ruth Sutherland en met bovendien The Hamilton Elgar Choir - een echt
mannenkoor - tot een ultiem episch eindwerk verheven. Melancholie boven bij
John Bottomley, een echte liedjesdichter of “Songpoet”.
(valsam)

ARTHUR
ALEXANDER
LONELY JUST LIKE ME: THE FINAL CHAPTER
Website
Label: HackTone Records
Distr.: Rough Trade
VIDEO 1 VIDEO
2
De
Amerikaanse zanger/componist Arthur Alexander overlijdt op 10 juni 1993 aan
een hartaanval. Hij is ondermeer de componist van "Anna" dat door
The Beatles is opgenomen en "You Better Move On" dat The Rolling Stones
op de plaat hebben gezet, maar ook Bob Dylan en Elvis Presley genoten van zijn
songwriting. Waren Redding en Pickett typische vertegenwoordigers van de deep
soul, Arthur Alexander sloeg een brug naar de country & western en stond
zo aan de wieg van de zogenaamde country-soul. "Lonely Just Like Me:The
Final Chapter" is in vele opzichten een bijzondere plaat geworden. De plaat,
die is uitgebracht op het HackTone-label, wil niet enkel zijn album "Lonely
Just Like Me" uit 1993 in de belangstelling brengen maar voornamelijk Arthur
Alexander alle eer toebrengen die hij wel verdiende. Vijftien jaar geleden verscheen
van de in Alabama geboren Alexander het album "Lonely Just Like Me",
een album waarin boven vermelde pop bands veel inspiratie putten. Onder productionele
leiding van Ben Vaughn ontfermt Alexander zich met kennelijke gretigheid over
zijn eigen songs, begeleid door dezelfde muzikanten die hem backing gaven op
zijn hits uit de '60 en '70 jaren, zoals het hartgevoelige "Anna",
het Ray Charles-achtige "You Better Move On" of het meer Sam Cooke-getinte
"Every Day I Have to Cry". Juist bij de release van deze plaat stierf
Alexander, hij was 53 jaar geworden. Op veertigjarige leeftijd keerde hij de
muziekwereld de rug toe, dit omwille van een paar ontgoochelingen. In Cleveland
ging hij zich inzetten voor minder bedeelde kinderen, en dit als buschauffeur,
hetgeen ook de cover van deze cd verklaard, waarachter we tevens een zeer ruime
selectie foto's krijgen voorgeschoteld. "Lonely Just Like Me:The Final
Chapter" laat het hele verhaal horen, beginnende met dit fantastische Elektra/Nonesuch
album. Aangevuld met nooit gehoorde lo-fi demos opgenomen in een hotelkamer
in Cleveland, Arthur's live sessies voor NPR's "Fresh Air", liner
notes van producer Ben Vaughn en om te besluiten een live versie van "Anna"
uit het Bottom Line concert van 1991. Het meest bekoren de songs waarin Arthur
Alexander en zijn begeleiders een laag tempo voeren. Hier legt de zanger een
zekere dramatiek in zijn stem, luister maar eens naar het prachtige "All
The Time", maar deze plaat is rijk aan afwisseling en boeit zo van de eerste
tot de laatste noot. Dankzij HackTone leeft deze legende voort ... Een must-have!
Albums
1 You Better Move On (1962) Label: Dot Records
2 Arthur Alexander (1972) Label: Warner Brothers
3 Soldier of Love (1987) Label: Ace Records
4 Lonely Just Like Me (1993) Label: Elektra
5 Lonely Just Like Me: The Final Chapter (2007) Label: Hacktone

BERNIE
"GIBBS" KING
KING
Website
Label: Eigen beheer
Cdbaby
Americana
en alt.country is wat singer songwriter Bernie King ons laat horen op dit debuut.
Hij begon als drummer en songwriter in een punk/garageband in Tucso, Arizona.
Een vriend uit die band bleef hem maar herhalen dat hij moest leren gitaar spelen
en zingen om de songs die in zijn hoofd zaten zelf te spelen. Hij gaf uiteindelijk
toe, kocht diens oude gitaar en begon meer en meer te schrijven. "Ik moet
de mensen van Fallstaff die hielden van traditionele muziek de schrik van hun
leven bezorgd hebben" zegt Bernie "In het begin klonk mijn stem als
die van Neil Young die met zijn younge-heer tussen de deur geraakt was".
Maar hij werd verliefd op gitaarspelen met zijn vrienden Jeff Bennett en de
fantastische mandolinespeler Rusty Tweed. Na een tijd begonnen de jongens met
Virgil Caine, een band waarmee het over het ganse zuidwesten van Amerika reisden,
Joshua Tree, de randen van de Grand Canyon, Santa Fe. Velen kwamen en gingen,
maar Rusty en Bernie waren de kern die bleef. Hij verhuisde naar Minnesota en
ontmoette nieuwe vrienden /muzikanten en heeft nu deze cd gemaakt met de gitaristen
Mike Senkovitch en Ben Durrant, die ook zorgde voor de opnames en mix, en Jeff
Waldeland op pedal steel. Vier gitaristen dus, samen met bassist Matt Smith
en drummer Grant Thielen. Het scheppingsverhaal "Dirt and Dust" voorzien
van een prachtige banjo - tokkel van Ben Durrant is een mooie rustige, verhalende
song. Dat er vier gitaristen in de band zitten, krijgen we duidelijk te horen
in "North Rim", een song die rockt als het betere werk uit Neil Youngs
"Live Rust" periode. Meer ruige gitaargeluiden in "Highways Of
Nebraska" een dreigende song over de gevaren van het reizen daar. Eén
van de sterkste nummers op de cd is het van veel lapsteel voorziene en meer
verteld dan gezongen "The Name That Is Never Spoken". Dit nummer roept
soms de jongere Dylan in gedachten. Bernie's muziek lijkt ook regelmatig op
die van Calvin Russell, alleen mist hij diens doorleefde ruige stem. Bernie's
stem mag er anders ook zijn en zijn vergelijking met een gekwetste Neil Young
doet ze zeker geen eer. Op "Every Little Diamond", de rustige Americana
afsluiter krijgt hij vocaal nog hulp van gastzangeres Eliza Blue, terwijl de
pedal steel van Jeff Waldeland voor een romantische noot zorgt. Zeker een naam
die we in het oog moeten houden. Bernie King zorgt met deze "King"
voor zijn eigen koninklijke entrée als singer songwriter.
(RON)

TOWNE
CRYER
GET READY
Website
Label: Truth Serum
Cdbaby
VIDEO
"Extreme blues"
staat er op het hoesje te lezen, en daar krijg je al dadelijk en voorbeeld van
met het openingsnummer "Hyper Harp", een mondharmonica "full
blast" zoals "Whammer Jammer" van J. Geilsband er ééntje
was. Towne Cryer is één man, alhoewel deze cd klinkt alsof er
een ganse band speelt, doet hij alles alleen. Natuurlijk is dit het resultaat
van studiomaatwerk. Deze cd waarop een viertal Delta songs staan en vijf keiharde
bluesrock songs, waarop de harp ook centraal staat, houdt weinig echte verrassingen
in, behalve dan het feit dat 3 songs weigeren te spelen. Dan maar even op de
site luisteren van CD baby, anders gaat deze bespreking wel heel kort worden.
De Delta songs zoals "Catfish Blues" en "Been Down To Georgia",
zijn natuurlijk overbekend, maar goed gebracht. In "All Jacked Up"
een van de hardere nummers is de combinatie van slide gitaar en mondharmonica
ook wel mooi, maar het geheel is te weinig roots en teveel pop. Van de traditional
"John The Revelator" maakt hij wel een behoorlijke coverversie met
die apart klinkende mondharmonica, maar Robert Johnson's "Walkin Blues"
en "You got to Move" is goed gebracht, maar zonder er iets wezenlijks
aan toe te voegen. Bij "The Devil Never Sleeps" is Towne wel sterk
bezig op zijn resonator. Desondanks is het een vrij voorspelbare bluesplaat
geworden, goed gebracht, maar met teveel overbekende covers, één
van de vele valkuilen van het bluesgenre waarin al teveel jonge beginnende artiesten
gesneuveld zijn. Hierdoor onderscheidt zich het kaf en het koren. Spijtig genoeg
is dit eerder kaf, alhoewel moet gezegd worden deze multi-instrumentalist als
muzikant veel respect afdwingt.
(RON)