OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007
DANNY BROOKS - NO EASY WAY OUT
MICHAEL WESTON KING - THE CROWNING STORY
Z.Z HILL.JR - GOING TO MISSISSIPPI
TWILIGHT HOTEL - HIGHWAY PRAYER
VELVETONE - YIP YIP!
TIM CARROLL - THE DEVIL IS A BUSY MAN
BILLY JOE SHAVER - EVERYBODY'S BROTHER
DAVID KRAAI & THE SADDLE TRAMPS - HIGH & LONESOME
DON AMERO - CHANGE YOUR LIFE
BARBARA BLUE - LIVE Volume 1


DANNY
BROOKS
NO EASY WAY OUT
Website
Email: info@dannybrooksmusic.com
Label : Rockin' Camel Records
Cdbaby
VIDEO1 VIDEO2
VIDEO3 VIDEO4
VIDEO5
Het
verhaal achter de Canadese singer-songwriter Danny Brooks is lang. Brooks groeide
op in de jaren vijftig en rebelleerde ergens in de jaren zestig. Kortom het
zoete leven in de wereld van seks, drugs en rock 'n' roll. Op een zeker moment
belandde hij in de drugsscene en raakte zwaar verslaafd. Zelfs geraakte hij
in de bajes en dat laatste zag hij als een laatste waarschuwing van God. Eind
jaren tachtig kickte hij af en schonk zijn leven aan Jezus Christus. Vanaf dat
moment predikt hij "Keep the Soul and faith alive" in de muziek die
hij nu maakt. Muziek met invloeden van o.a. Taj Mahal, John Lee Hooker, Blind
Boys, Solomon Burke, Otis Redding, Sam Cooke, Bobby Blue Bland en Hank Williams.
"No Easy Way Out", opvolger van "Souled Out ’N Sanctified"
uit 2004 en "Soulsville: Rock This House" uit 2005 is de titel van
zijn zesde nieuwe album, als we "Rough Raw & Simple" mee rekenen.
De vonken springen letterlijk en figuurlijk van dit, door de legendarische Capricorn
producer Johnny Sandlin geproduceerde schijfje af. Daarbij kreeg hij backing
van de beste muzikanten uit de Muscle Shoals. Brooks (lead vocals, dobro, harmonica,
ak.gt.) kon namelijk rekenen op David Hood (bas), Bill Stewart (drums), Spooner
Oldham (Wurlitzer/B3), Kelvin Holly (gitaren,lapsteel), Scott Boyer (elek.gt.,
vocals), James Pennebaker (pedal steel), Kevin McKendree (piano/B3), Bonnie
Bramlett (vocals), Tina Swindell (vocals), Charles Rose (trombone), Harvey Thompson
(tenor-baritone sax), Vinnie Cieleski trrompet) en Ken Watters (trompet) naast
wat percusiewerk en handengeklap van het trio Johnny Sandlin/Ann Sandlin/Jeff
Coppage. De omgeving van deze Muscle Shoals en zijn vriendschap met Johnny Sandlin
waren redenen genoeg om deze plaat te laten verschijnen bij Carl Weaver’s
Rockin’ Camel label dat ondertussen een modern Capricorn Records label
is geworden, want ondertussen behoren ook Jimmy Hall van Wet Willie, the Capricorn
Rhythm Section, Cowboy en Bonnie Bramlett ook al tot deze stal, waarvan we nog
veel moois mogen van verwachten. Met een soulvolle stem, kiepert hij op zijn
nieuwe plaat "No Easy Way Out", wederom een volle emmer met Southern
R&B, blues, country en gospel over ons uit. Op deze plaat treffen we elf
nummers waarvan hij negen songs zelf heeft geschreven, "Where Sinners And
Saints Collide" is co-written met Dean McTaggart en voor het afsluitende
"Carry Me Jesus" tekenen Ann Sandlin - Johnny Sandlin en Carla Russell.
De plaat trapt af met swingende soul nummer "Ain't That The Truth"
een tribute tot Danny's vele muziekhelden die hij in zijn jeugd in Toronto,
allemaal aan het werk zag. Up-tempo nummers en ballads wisselen elkaar mooi
af, waarvan de reeds vermelde opener en het rockende "Bama Bound",
een tribute aan de American South en tevens een nummer waarvan Springsteen zou
kunnen fier zijn, tot de grootste uitschieters. Onder de ballads waren voornamelijk
de songs "All God's Children", "Miracles For Breakfast"
en de bluesy titeltrack, het verhaal over een gebroken relatie met vocale inbreng
van Bonnie Bramlett, de songs die onze aandacht trokken. Zeer mooi geschreven
is het nummer "Where Sinners and Saints Collide". Hij kwam op het
idee om deze song te schrijven bij een optreden van the Blind Boys of Alabama
en Susan Tedeschi. En dat de stem van Brooks veel weg heeft van een soulcocktail
met Hinton, Redding en Pickett is best te horen in "All God's Children".
Nummers als "Miracles for Breakfast" en "Carry Me Jesus"
hebben dan weer dat typisch Brooks-gospel-gevoel. En ik heb het gevoel dat de
soulvolle Rhythm & Blues weer helemaal in is. Want Danny Brooks slaat duidelijk
een brug tussen Detroit Motown, Philly sound of Philadelphia en de Deep Southern
Mississippi blues die je ook wel aantreft in New Orleans. Absolute aanrader
dit album en oversteek naar Europa drongend gewenst!

MICHAEL
WESTON KING
THE CROWNING STORY
From A Good Son To A Decent Man 1993-2005
Website - Myspace
Label : Borderdreams
Distr. : Sonic Rendezvous
Vorig
jaar mochten wij bij Rootstime 2 cd’s van Michael Weston King bespreken,
te weten “A New Kind Of Loneliness” en “Love’s A Cover”
en beide albums werden bedacht met uitstekende kritieken. Het was dus met meer
dan gewone belangstelling dat ik uitkeek naar een DVD over de carrière
van deze richtingbepalende Britse alt.countryfiguur. De subtitel van de DVD
“From A Good Son To A Decent Man 1993-2005” verwijst naar de periode
dat Michael Weston King als leadzanger van The Good Sons sinds 1993 een aantal
schitterende popalbums uitbracht tot aan het verschijnen van zijn solo-cd uit
2003 die de titel “A Decent Man” meekreeg en de promotie van dat
album tot in 2005. Deze laatste cd werd overigens ook al door een levende legende
geproduceerd, namelijk door Jackie Leven met wie MWK even het duo “The
Decent Men” vormde. In 2002 besloten The Good Sons er mee op te houden
als groep en toen gooide MWK zich op een indrukwekkende solocarrière.
Hij werkte samen en trad zowel in Europa als in de States op met enkele groten
der aarde, zoals Nick Cave, Nick Lowe, John Cale, Steve Earle, Roger McGuinn,
Chris Hillman (ex-Byrds & ex-Flying Burrito Brothers), Rodney Crowell, Peter
Case, Guy Clark, Joe Ely, Joe Henry, Ron Sexsmith en de legendarische Townes
Van Zandt. Deze DVD “The Crowning Story” verhaalt zijn levensloop
in die 12 jaren aan de hand van 24 liedjes die MWK in die periode heeft gezongen.
Het is een verzameling van filmpjes van live opnamen in diverse grote en soms
ook obscure zaaltjes doorheen Europa en Amerika. Bijzonder origineel aan deze
DVD is dat Michael Weston King zelf bij elk nummer een introductie geeft waardoor
je wat meer te weten komt over de omstandigheden waarin de songs werden geschreven
en waarbij hij een eigenzinnige kijk geeft op de verschillende concertzalen
waarin hij doorheen de vele jaren is opgetreden. In het bijhorende tekstboekje
schrijft MWK dat hij in die 12 jaar meer dan 400.000 mijlen heeft gereisd en
meer dan 1400 optredens heeft gegeven, meestal alleen met zijn gitaar, maar
af en toe ook samen met enkele begeleidende muzikanten. De kwaliteit van de
filmpjes is niet altijd bijster schitterend, zeker niet diegene van de periode
met The Good Sons maar de gehele verzameling is een waar collector’s item.
Onvergetelijke momenten op dit schijfje zijn de mooie video van “Riding
The Range” samen met Townes Van Zandt, 2 versies van de song “Tim
Hardin ‘65”, de versie van de T. Bone Burnett-klassieker “Any
Time At All”, “A Song For”, die andere prachtsong van Townes
Van Zandt en de traditional “The Water Is Wide”. Maar ook de eigenhandig
geschreven songs zijn stuk voor stuk van hoogstaande kwaliteit. Tenslotte ook
nog even vermelden dat er nog 5 bonus tracks toegevoegd zijn op deze DVD en
het allerbelangrijkste nieuws is dat je Michael Weston King binnenkort
op 15 februari 2008 ook live kan gaan bewonderen in Toogenblik te Haren (nabij
Brussel). Ik hoop dat we elkaar daar mogen ontmoeten en samen van een
schitterend concert kunnen genieten.
(valsam)
MICHAEL WESTON KING LIVE
Jan 23 2008
Patronnat in Haarlem, Haarlem
Jan 30 2008
Barebones Acoustic Cafe, Alkmaar
Feb 3 2008
Het Gouden Hoofd, Gent
Feb 15 2008
Toogenblik, Brussels
Feb 18 2008
Muziekcentrum, Eindhoven

Z.Z
HILL.JR
GOING TO MISSISSIPPI
Website
E-mail: deltarootsrecords@hotmail.com
Label: Delta Roots Records
Cdbaby
Als
zoon van een van de grootste soulzangers aller tijden, heb je wanneer je in
de voetsporen van je vader treedt natuurlijk voor en nadelen. Als Jr. gaan er
natuurlijk vele deuren voor je open die anders gesloten zouden blijven. Aandacht
voor je product heb je natuurlijk dadelijk, aandacht waar anderen hard moeten
voor vechten. Anderzijds is er natuurlijk dat ene, vergeleken worden met het
fenomeen dat je vader was en dat je nu moet evenaren of als het kan zelfs overtreffen.
Minder kan niet, want dan krijg je alleen maar negatieve opmerkingen die je
tenslotte nekken. Nu ben ik in een goede en tegelijkertijd minder goede positie
om deze "Goin' To Mississippi" te beoordelen. Ik heb een viertal van
de vinylplaten van vader Hill, de vier essentiële, maar ik heb door de
jaren beluistering een band met die platen gekregen en ben zowat een fan geworden
van wijlen Z.Z Hill. Deze songs die je door en door kent vergelijken met het
nieuwe materiaal van Jr. is natuurlijk moeilijk. Of net niet, want dit is zeer
goed, Southern soul op zijn best, bovendien voorzien van een goede portie blues.
Topmusikanten uit blues en soulmiddens hebben er toe bijgedragen om van deze
cd één van de beste van het jaar te maken, namen als Melvin Taylor
en Maurice John Vaughn op gitaar bijvoorbeeld. Dit is kwaliteit die we enkel
gewoon waren van het toplabel Malaco, waar ook vader Hill thuis was. Het Delta
Roots label heeft hiermee zijn naam bevestigd. Toegegeven, Jr. heeft niet die
typische rasp in zijn stem waar vader zo beroemd voor was. Hij probeert 't soms,
maar langer dan een paar zinnen duurt 't niet. Hier had ik wat voor gevreesd!
Een van de negatieve opmerkingen is dan ook dat hij in sommige songs zoals "Now
That I've Gone" heen en weer schakelt van zijn normale stem naar zijn wat
"geforceerde" imitatie van zijn vaders stem. 12 songs waarvan er tien
gepend zijn door de bekende schrijver/producer Twist Turner, die veel nummers
schreef en producete voor allerlei Chicago bluesartiesten. Ook hier deed hij
de productie, echter over een periode van 12 jaar. Ja, je leest het goed, en
daardoor zijn er ook een paar songs waar de backing vocals nog door Sr. gedaan
worden. Toch heeft deze plaat een eenheid in zich en kan je nergens merken dat
er zo een groot tijdsverschil tussen de opnames is. Beste songs zijn de sterk
bluesgetinte en op Albert King's stijl geënte "Caught In The Trap"
en "Down Home Girl", niet toevallig 2 songs die Z.Z. Jr. op "normale"
wijze zingt, wat bewijst dat zijn stem mooi genoeg is zo, en dat hij die pogingen
om te klinken als zijn vader beter achterwege laat. Er was maar een Z.Z Hill,
maar de opvolging is wel verzekerd bij deze.
(RON)

TWILIGHT
HOTEL
HIGHWAY PRAYER
Website _ Myspace
Email: zdanquanbury@hotmail.com
Label: eigen beheer
Distr.: KillBeat Music
VIDEO
1 VIDEO
2
Twilight
Hotel is een Canadees echtpaar bestaande uit Brandy Zdan en Dave Quanbury en
op hun nieuwe CD "Highway Prayer" maken ze rootsmuziek met zo nu en
dan een alternatief randje. Het echtpaar Quanbury wist met hun debuutplaat "Bethune"
(2006) de nodige deuken in de boter te slaan om te kunnen spreken van een lichte
sensatie en bevestigt eigenlijk alleen maar al het goede wat we toen al in hun
meenden te mogen horen. In Canada werden ze overladen met goede kritieken, reden
genoeg om hun horizon te verbreden. Zo tourden ze in 2006/2007 in Amerika ter
ondersteuning van hun debuut, waardoor ze met deze North American tour maar
liefst meer dan 200 optredens op hun agenda hadden staan. Reden genoeg om daar
verder te werken aan hun versie van de roots met als gevolg deze nieuwe plaat
"Highway Prayer", opgenomen in Nashville, TN, met Colin Linden als
producer. "Highway Prayer" verwijst zodoende hun lange verblijf in
Amerika. Knappe liedjes, twee uitstekende stemmen, prachtige samenzang, bij
momenten heerlijk rinkelende gitaartjes, een gevarieerd instrumentarium, een
cleane productie, alle ingrediënten om van een geslaagde Americanaplaat
te mogen spreken. Over alle twaalf tracks ligt een dikke deken van geluid die
is toe te schrijven aan de productie van Colin Linden. Maar naast Linden (gitaren,
dobro, bas) zelf, wisten ze zich ook daarbij gesteund door enkele gastmuzikanten
waaronder de late Richard Bell (Janis Joplin, The Band), Stephen Hodges (Tom
Waits) en Dave Roe (Johnny Cash). "Highway Prayer" is dan ook de toepasselijke
titel van de nieuwe plaat die zich als een forse stap voorwaarts laat horen.
De liedjes zijn allen van grote klasse zoals de openende rockabilly jumper "Viva
la Vinyl", over de prachtige ballade "Impatient Love", naar het
grensverleggende "The Ballad Of Salvador & Isabelle" tot de hartverscheurende
afsluiter "Sand In Your Eyes". Er staat gewoon niet één
slecht liedje op "Highway Prayer". De inhoud van deze CD bestaat gewoon
uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "Highway
Prayer" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Met een flinke
dosis live ervaring is het duo duidelijk gegroeid en de begeleiding is gewoon
een ingespeelde groep klasse muzikanten. Gelukkig wordt er naast deze ballads
ook een potje gerockt en dat maakt dit album tot een prettig afwisselende plaat
en bewijst nogmaals dat we in de toekomst wellicht rekening moeten gaan houden
met Twilight Hotel. Op "Highway Prayer" brengt dit duo in zijn songs
gewoon zoveel boeiends te berde, dat een beoordeling op eigen merites niet anders
dan zeer positief kan uitvallen.

VELVETONE
YIP YIP!
Website
Myspace
E-mail: info@velvetone.de
Label: CrossCut Records
Nog
voor de officiële release (gepland voor 25 januari 2008) bereikte ons zopas
in primeur “Yip Yip!”, de nieuwste worp van Velvetone. Deze vierkoppige
band uit het Noord-Duitse Bremen brengt een mix van rootsrock, rockabilly, americana
en rhythm & blues en is met “Yip Yip!” niet aan haar proefstuk
toe. Eerder verschenen op het (overigens zeer fijne) Crosscut-label ook al de
albums “Dark Blossom” en “Switchback Ride” en de single
“Lil’ Bad Thing / Seven”. Rootstime-recensent Swa was in zijn
recensie van oktober 2004 (op deze site terug te vinden) zeer lovend over “Switchback
Ride”. Ik kan alleen maar vaststellen dat zijn hoge inschatting van de
band terecht was. Ook “Yip Yip!” is immers op alle vlakken een sterk
album geworden. De inhoud is muzikaal hoogstaand: sterke songs, sterke muzikanten,
en een leuke zangstem die nergens kan betrapt worden op grammaticale fouten
in de lyrics of slechte uitspraak van het Engels. Ook daarvoor verdient de band
– die de teksten op dit punt bijzonder onder loep liet nemen – een
pluim voor: het geeft een blijk van hun streven naar perfectie (of die typische
“Deutsche Grundlichkeit”?). Velvetone kan ook buigen op een super
sound: twangende fender-amps, micro delay op de stem, reverb-boxes uit de goeie
ouwe tijd… Op drie songs na werd het veertien nummers tellende album volledig
door Velvetone zelf bijeengeschreven. Velvetone is échte rockabilly cool.
Hun songs hebben altijd wel één of ander duister kantje (is het
niet de muziek, dan zeker de tekst) en doen allicht daarom onmiddellijk aan
een donkere film denken. Dit verklaart mogelijk waarom Velvetone al vergeleken
werd met The Blasters, de Californische rockabilly-helden wiens muziek door
pulp-regisseur Quentin Tarantino gebruikt werd voor diens film “From Dusk
Till Dawn”. Hun vakmanschap levert de heren van Velvetone al langer tot
ver buiten de eigen heimat lovende recensies op. Als Velvetone uit de States
zou komen, zou U ze zeker al kennen. Moge 2008 en het schitterende “Yip
Yip!” de jongens van Velvetone veel aandacht en (Belgische) optredens
opleveren, zodat U de band binnen afzienbare tijd in een club in uw buurt aan
het werk zal kunnen zien. Deze CD is in elk geval een must-have!
Tracklist:
1. Desperate Heart
2. The Kooler
3. Lil’ Bad Thing
4. Mighty Hand
5. Smuggle
6. It Ain’t Right
7. Guess Things Happen That Way
8. Limbo Moon
9. Paycheck
10. Seven
11. Hot Rod Killer
12. Hurt Me No More
13. Go On Home
14. Yip-Yip!
(Pieter Jan)

TIM
CARROLL
THE DEVIL IS A BUSY MAN
Myspace
Label : Eigen Beheer
Tim
Carroll is een beetje een gespleten persoonlijkheid, aan de ene kant is hij
een metal rocker en anderzijds schuilt er ook een humorist in hem als hij rootsy
folksongs brengt. Op zijn credits-lijst staat o.a. dat niemand minder dan John
Prine zijn nummer “If I Could, I Would” heeft opgenomen. Op zijn
gitaar tokkelde hij 13 liedjes bij elkaar die nu samengebundeld werden op zijn
solo-cd “The Devil Is A Busy Man” en waarop hij probeert om die
twee uitersten te verenigen. Dit album - het eerste na 5 jaar stilte - is al
zijn vijfde full-cd en verschilt in dat opzicht dus een beetje van vroeger werk
waarbij hij meestal voor één van deze beide stijlen koos. Deze
cd werd al opgenomen in de herfst van 2005 maar moest nog geruime tijd op de
plank blijven liggen wachten vooraleer ze op de markt kon verschijnen omdat
het geplande platenlabel onverwacht overkop ging. Na het bekomen van de auteurs-
en opnamerechten rechten brengt de in Nashville wonende 45-jarige Tim Carroll
dit album nu in eigen beheer uit. Al van bij het eerste nummer “The Guy
For The Job” wordt er stevig gerock’n’rolled en tovert hij
een indrukwekkende reeks speciale klanken uit zijn Telecaster-gitaar. Het nummer
betekent natuurlijk ook een duidelijk statement aan de muziekindustrie door
te zeggen dat hij en niemand anders de geschikte persoon is om deze songs te
brengen en het kot op z’n kop te zetten. “Almost There” toont
daarna die andere Tim Carroll via een folk-rocknummer met violen en met speciaal
uitgewerkte teksten over een recent verloren liefde waarmee hij zijn schrijverscapaciteiten
in de verf komt te zetten. In “Icing On The Cake” komt de echte
rocker in Tim Carroll weer naar boven op een bedje van stuwende drum & bassritmes.
De meeste liedjes op deze cd zijn korte nummers van amper 2 à 3 minuten,
zoals de funky titeltrack “The Devil Is A Busy Man” en “Montgomery”.
Het swingende “So Stupid It’s Cool” - dat deels met megafoon
gezongen wordt - slaagt er zelfs in om onder die 2 minutengrens te blijven.
Een zee van distortion-gitaarklanken vormen de basis van het nummer “Feels
No Pain”. Tim Carroll brengt ook zijn knappe echtgenote Elizabeth Cook,
een countryzangeres, voor de microfoon in 2 nummers “Montgomery”
en “Elmwood”, songs die beiden ook humoristische songteksten hebben
meegekregen. Normaal gezien staat hij in haar begeleidingsgroep in de achtergrond
uitstekend gitaarwerk te verrichten. Nu waren de rollen dus even omgekeerd.
Deze cd moet luid gespeeld worden om de ingesloten energie ten volle tot uiting
te laten komen. Na enkele beluisteringen zal je trouwens merken dat enkele liedjes
klemvast op de harde schijf van je geheugen worden opgeslagen en onweerstaanbaar
uitnodigen tot meebrullen.
(valsam).

BILLY
JOE SHAVER
EVERYBODY'S BROTHER
Website
Label : Compadrerecords.com
Distr.: Rough Trade
Als Billy Joe Shaver 16 augustus 1939 te Corsicana, Texas wordt geboren, is zijn vader al vertrokken. Hierdoor is zijn moeder genoodzaakt als serveerster in een honkytonk-bar te werken, waar de kleine Billy Joe haar af en toe bezoekt en voor de klanten bij de jukebox zingt en danst. Om het hoofd boven water te houden gedurende de Great Depression moet Billy Joe meehelpen met katoenplukken. Het gezang van de zwarte arbeiders op de plantage, maakt diepe indruk op hem. Vanaf dan begint hij zijn eigen nummers te maken, verhalen die hij zingt op melodietjes die hij in zijn hoofd hoort. Regelmatig loopt Billy Joe op blote voeten de vijf mijl over de spoorlijn naar The Wonder Bread Company, waar muzikanten spelen. Een van de indrukwekkendste ervaringen heeft hij wanneer hij Hank Williams ziet optreden voor een ongeïnteresseerd dronkemanspubliek. Na zijn diensttijd in Californië keert hij terug naar Texas, waar hij in een rodeo gaat werken. Daar ontmoet hij zijn dan zestienjarige vrouw Brenda, waarmee hij zijn hele leven een woelige stoplichtrelatie zal hebben. Samen krijgen ze één kind, Eddy. Op zesentwintigjarige leeftijd verliest hij twee vingers van zijn rechterhand bij een ongeluk met een zaagmachine. Vanaf dat moment besluit hij zijn lotbestemming te volgen: muziek maken en songs schrijven. Hij leert zichzelf gitaar spelen en vertrekt naar Nashville, waar hij zijn nummers aan de man probeert te brengen. Na maanden tevergeefs leuren keert hij terug naar Texas, waar hij een baan als dakbedekker neemt. Tot hij naar beneden valt en zijn rug breekt. Dit is voor hem een volgend teken van God en zodra hij genezen is vertrekt hij wederom naar Nashville, waar Bobby Bare hem inhuurt als songschrijver. "Shaver’s Ride Me Down Easy", wordt Bobby’s eerste nummer één hit. Zijn eigen platencarrière begint in 1972. Na Shaver’s eerste optreden voor een groot publiek, tonen zowel Waylon Jennings als Tom T. Hall interesse in zijn op Willie Nelson geïnspireerde nummer "Willy The Wandering Gypsy And Me". Samen met Shaver neemt Jennings zijn historische album Honky Tonk Heroes (’73) op. Shaver’s eigen debuutalbum "Old Five And Dimers Like Me", geproduceerd door Kris Kristofferson, komt ook in 1973 uit, gevolgd door "When I Get My Wings" (’76) en "Gypsy Boy" (’77). Als hij in 1978 door zijn rock & roll life-style op het randje van de goot beland, krijgt hij een visioen, komt tot inkeer en schrijft het prachtige nummer "I’m Just An Old Chunk Of Coal…But I’m Gonna Be A Diamond Someday", wat tevens de titel van zijn volgende album is. Hij vertrekt opnieuw naar Nashville waar Johnny Cash hem inhuurt als songwriter. Vanaf dan gaat het beter. Zijn zoon Eddy is een door collega’s Dickey Betts en Duane Allman hoog gewaardeerd gitarist. Vanaf zijn veertiende zal hij, op een onderbreking van drie jaar na, waarin hij tourt met Dwight Yoakam, meespelen in de band Shaver. Het album "Tramp In Your Street" (’93) krijgt lovende recensies en ook de volgende platen, inclusief het "The Earth Rolls On", opgedragen aan zijn in december 2000 overleden zoon Eddy, vallen uitstekend bij collega’s, pers en publiek in de smaak. "Freedom’s Child" is dan in 2002 de eerste plaat op het Texaanse independent label, Compadre Records, een label waar Billy Joe Shaver de laatste tijd met enige regelmaat albums uitbrengt. Want nu al een vijftal platen verder is er het nieuwe "Everybody’s Brother" van deze sympathieke poëet van de country. Op de door John Carter Cash geproduceerde CD staan een groot aantal duetten met een aantal prominente gastartiesten uit de countryscene met wie hij in de afgelopen jaren podium en studio’s heeft gedeeld zoals John Anderson, Marty Stuart, Kris Kristofferson, Tanya Tucker en legende Johnny Cash. Het zware leven heeft zijn tol geëist, maar hebben de stem en voordracht van deze sympathieke Texaan naar ontroerende hoogte getild. Als Billy Joe zingt, gaat hij helemaal in zijn songs op. Behalve het nummer "No Earthly Good" van de pen van Johnny Cash zijn alle andere tracks door Shaver geschreven en veel van de nummers zou je kunnen omschrijven als een soort van ouderwetse country gospel met als uitschieters "Get Thee Behind Me Satan" een duet met John Anderson en de daaropvolgende track "When I Get My Wings". Het afsluitende duet met Johnny Cash "You Just Can’t Beat Jesus Christ" is een nummer daterend uit 1970. Op gitaar speelt de toen 15-jarige zoon Eddy. "Everybody’s Brother" is een aangrijpende en vermakelijke countryplaat, maar bewijst dat het verleden niet vergeten is.

DAVID
KRAAI & THE SADDLE TRAMPS
HIGH & LONESOME
Website
Label: Eigen beheer.
Cdbaby
De
seventies: Country rock, Flying Burrito Brothers, Poco , Neil Young, New Riders
of The Purple Sage en vooral de onvoltroffen Gram Parsons. Als je van de dingen
die hier juist werden genoemd hield is er zeer veel kans dat je ook zult vallen
voor deze David Kraai en zijn Saddle Tramps, want als geen ander weet deze man
die sfeer van de hoogdagen van de country rock op te roepen. Dat had hij al
bewezen met "A Denim Fall" uit 2004 waar hij met ingetogen songs als
"Can You Hear My Guitar?", "Cracks in a Straw House" en
"Chuck's Song" onze aandacht wist te trekken. Nu, drie jaar later
is David verder geëvolueerd in de goede richting, het groepsgeluid is voller
en diverser geworden, de songs (nog) sterker. Neem nu "Had Been" met
zijn Neil Young mondharmonicaklanken, of het duet met gastvocaliste Alexandra
Jornov "You Cant Trust", ijzersterke songs. De nostalgie is zelfs
zover doorgedreven dat de cd op het hoesje een A en B zijde heeft, hopelijk
heb je ze halverwege niet omgedraaid, want anders heb je de beste songs nog
tegoed. In "Leading Ladies & Final Bows" is de geluidmix surrealistisch,
met extra reverb en lichtjes vervormde zangpartijen en zodoende doorbreekt hij
hier het seventies geluid. Wat later in "Cornflower" is echter alles
weer terug bij het oude, en krijgen we een David zoals wij hem gewend zijn.
Het lijkt ook wel of hij de beste songs tot het laatst bewaard heeft, want "The
Roof Star" is zeer sterk, maar mijn lievelingssong op deze is toch "Angels
In Her eyes, But The Devil In Her Grin" een zeer sterke song waar de pedal
steel en de Dylan-esque mondharmonica voor de ideale sfeer zorgen. Het debuut
was sterk, deze deed meer dan bevestigen, nummer drie zal dan de doorbraak van
David Kraai wel betekenen zeker. Verdienen doet deze New Yorker het zeker en
vast.
(RON)

DON
AMERO
CHANGE YOUR LIFE
Myspace
Contact: donamero@gmail.com
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO
2
Met
je eerste album al direct een aantal nominaties binnenrijven, dat overkwam Don
Amero’s debuut. Als jonge singer-songwriter in Canada met Aboriginal roots
koos hij resoluut voor de muziek, vanuit de overtuiging dat je met muziek de
wereld ten goede kunt beïnvloeden. Zijn lyrische songs raken een gevoelige
snaar en dat niet alleen door de aangeraakte thema’s maar ook dank zij
zijn zoetgevooisde folky stem. Met akoestische gitaarbegeleiding en af en toe
met harmonica creëert hij een intieme sfeer en geeft uiting aan zijn geloof
dat de mens in staat is om de wereld te veranderen, indien hij maar niet langer
stilzwijgend staat toe te kijken. Al tien jaar draagt Don Amero deze boodschap
uit in koffiehuizen, theaters en op festivals. Of bij bijzondere gebeurtenissen
zoals bij de Pan Am Games ceremonies in 1999. Op het ‘Vancouver Island
Musicfest’ juli 2007 kreeg de talentvolle songwriter zowel het jong als
oudere publiek achter zich zodat de nominatie voor een Award als ‘Best
New Artist’ niet uit de lucht komt gevallen. Op originele wijze weeft
Don Amero nostalgie en hoop in de melodielijnen. In ‘You Know Love’
huldigt hij het vertrouwen dat liefde in staat is om muren af te breken. In
‘Help This World’ doet hij een oproep om de wereld veiliger en leefbaar
te maken. Zijn Aboriginal afkomst versterkt ongetwijfeld dat idee van een spirituele
driehoek -mens, hemel en aarde- waar hogere krachten aan het werk zijn. Want
al is Winnipeg zijn ‘Hometown’, stad die hij in de openingssong
koestert, toch liggen zijn roots in dat verre voorouderlijke land waar respect
voor de wereld en het leven voorop staan. Vandaar ook zijn idee om een workshop
te organiseren waar songwriters hun krachten bundelen om een zieke wereld terug
te genezen. Soms zoekt hij de inspiratie bij Johnny Cash of bij Rev. Sam Shoemaker
en diens gedicht ‘Stand By The Door’. Maar los van het ideologische,
bevat dit album tien gevoelige songs met een combinatie van passie en mildheid
gezongen. Als je het zuiverende ‘Wash Away’ beluistert of het intense
en toch breekbare ‘Sometime’ dan kan je alleen maar besluiten dat
hier een artiest aan het werk is die zijn songs en de muziek gebruikt om de
mens aan zijn oorsprong en zijn bestemming te herinneren, wat het behoud van
een leefbare aarde inhoudt. Een gevoelvol debuutalbum, dat naar een opvolger
doet uitkijken.
Marcie

BARBARA
BLUE
LIVE Volume 1
Website
Mspace
Email: bblueproductions@aol.com
Label: Big Blue Records
Na
het verschijnen van haar cd's: haar debuut "Out Of The Blue" (1994)
en de drie opvolgers "Sell My Jewelry" (2001), "LOVE Money Can't
Buy" (2003) en "Memphis 3rd & Beale" (2004), die allemaal
opgenomen zijn met Taj Mahal’s bekende Phantom Blues Band, was het tijd,
om met een live-cd op de proppen te komen, hetgeen wat Barbara Blue nu ook doet
met "Live - Vol 1". Deze opnames zijn tot stand gekomen @ Silky O'Sullivans
183 Beale Street, Memphis, TN en waarbij Barbara Blue zich presenteert als een
waar podiumact. Geboren in Pittsburgh Pa, Barbara heeft de blues al sinds haar
geboorte. Naast Taj Mahal & The Phantom Blues Band met wie ze veel heeft
opgetreden was ze ook veel te zien met Jeff Healey, Marcia Ball, Delbert McClinton,
Maceo Parker, Al Jackson, Pinetop Perkins, James Cotton, Tab Benoit, The Nighthawks,
en vele anderen en dit gaande van Pittsburgh tot Detroit, Chicago, Boston, New
Orleans, LA en Memphis. Maar de laatste tien jaren was @ Silky O'Sullivans the
place to be. Vele bezoekers in Memphis konden al die jaren genieten van al haar
songs die ze steeds met evenveel passie zingt. Barbara start meteen na de introductie
ommiddelijk met twee eigen nummers, "Low Down Dirty Dawg" en "The
Road Comes To Me" respectievelijk uit "Love Money Can't Buy"
en "Memphis 3rd & Beale". En wat meteen opvalt is dat buiten het
prachtige stemgeluid van Barbara de sound ook gedomineerd wordt door het aanstekelijke
pianogeluid van Nat Kerr. Met haar messcherpe vocalen doorklieft ze het hart
van de luisteraar in dertien covers die hier op volgen. Schreeuwend, kermend,
kreunend en dan weer gewoon zingend baant zij zich een weg door de songs en
legt zij haar ziel ondubbelzinnig bloot. Bekende bluessongs als "Hound
Dog", "Woman Be Wise", "Wang Dang Doodle", "Stormy
Monday" en , "Rainy Night in Memphis" passeren hier één
na één de revue. Pas na dat de laatste klanken van de slotsong,
de traditional "Oh Holy Night", zijn weggestorven, zijgen we moe doch
voldaan terug in de zachte kussens van onze fauteuil. Al krijgen we nog een
onverwachte toegift, "Me and Bobby McGee" dat geschreven is door Kris
Kristofferson en Fred Foster, maar dat we het best kennen in de uitvoering van
Janis Joplin. Alle nummers beroeren je omdat deze ofwel swingen of je emotioneel
beroeren. Want dat is wat Barbara Blue kan, je beroeren en emotioneren. Haar
stem staat als een dijk en of het nu soul, blues, gospel of R & B is, ze
heeft er de passende stem voor. Vergelijk haar gerust met Etta James of Janis
Joplin, zij zit op gelijk niveau als deze diva’s. De zangeres wordt hier
naast Nat Kerr bijgestaan door Lannie McMillan op sax en Corey Osborn op gitaar.
Voorts verlenen Nat Kerr, Nancy Apple & Reba Russell de nodige backing vocals.
Met een flinke dosis blues en rockin' blues weet de begeleiding te overtuigen
dat ze tot de top behoren. Noemenswaardig is ook het gitaarspel van Corey Osborn
zoals op het swingende "Can't Get Your Loving Off Of My Mind", terwijl
op het volgende nummer, de ballade "Wild Stage of Life", Lannie McMillan
op sax met het applaus gaat lopen. Afgezien van enkele bloedstollende ballads,
zoals deze laatste, neigen de songs steeds naar blues en R & B. De zangeres
betrekt het publiek veelvuldig bij een song, praat met het publiek, zet de liedjes
volledig naar eigen hand en smeedt die allemaal tot een volmaakte eenheid. En
dat Barbara Blue in de bloei van haar muzikale leven verkeert gaat ze nu ook
verder bewijzen, want als we het moeten geloven komen Vol 2 en Vol 3 er ook
al aan. Vol 2 is voorzien voor volgende maand en Vol 3 in de maand mei. Natuurlijk
als je meer dan 10 jaar lang, 5 nachten per week weet op te treden in Beale
Street bestaat uw repertoire snel uit duizenden songs. En als de keuze uit die
songs het niveau halen van het gebodene op deze eerste liveplaat, dan staat
er ons nog veel moois te wachten, want deze cd staat meteen al als een huis.