ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007


DANNY BROOKS - NO EASY WAY OUT

MICHAEL WESTON KING - THE CROWNING STORY

Z.Z HILL.JR - GOING TO MISSISSIPPI

TWILIGHT HOTEL - HIGHWAY PRAYER

VELVETONE - YIP YIP!

TIM CARROLL - THE DEVIL IS A BUSY MAN

BILLY JOE SHAVER - EVERYBODY'S BROTHER

DAVID KRAAI & THE SADDLE TRAMPS - HIGH & LONESOME

DON AMERO - CHANGE YOUR LIFE

BARBARA BLUE - LIVE Volume 1



DANNY BROOKS
NO EASY WAY OUT
Website
Email: info@dannybrooksmusic.com
Label : Rockin' Camel Records
Cdbaby
VIDEO1 VIDEO2 VIDEO3 VIDEO4 VIDEO5

 

 

Het verhaal achter de Canadese singer-songwriter Danny Brooks is lang. Brooks groeide op in de jaren vijftig en rebelleerde ergens in de jaren zestig. Kortom het zoete leven in de wereld van seks, drugs en rock 'n' roll. Op een zeker moment belandde hij in de drugsscene en raakte zwaar verslaafd. Zelfs geraakte hij in de bajes en dat laatste zag hij als een laatste waarschuwing van God. Eind jaren tachtig kickte hij af en schonk zijn leven aan Jezus Christus. Vanaf dat moment predikt hij "Keep the Soul and faith alive" in de muziek die hij nu maakt. Muziek met invloeden van o.a. Taj Mahal, John Lee Hooker, Blind Boys, Solomon Burke, Otis Redding, Sam Cooke, Bobby Blue Bland en Hank Williams. "No Easy Way Out", opvolger van "Souled Out ’N Sanctified" uit 2004 en "Soulsville: Rock This House" uit 2005 is de titel van zijn zesde nieuwe album, als we "Rough Raw & Simple" mee rekenen. De vonken springen letterlijk en figuurlijk van dit, door de legendarische Capricorn producer Johnny Sandlin geproduceerde schijfje af. Daarbij kreeg hij backing van de beste muzikanten uit de Muscle Shoals. Brooks (lead vocals, dobro, harmonica, ak.gt.) kon namelijk rekenen op David Hood (bas), Bill Stewart (drums), Spooner Oldham (Wurlitzer/B3), Kelvin Holly (gitaren,lapsteel), Scott Boyer (elek.gt., vocals), James Pennebaker (pedal steel), Kevin McKendree (piano/B3), Bonnie Bramlett (vocals), Tina Swindell (vocals), Charles Rose (trombone), Harvey Thompson (tenor-baritone sax), Vinnie Cieleski trrompet) en Ken Watters (trompet) naast wat percusiewerk en handengeklap van het trio Johnny Sandlin/Ann Sandlin/Jeff Coppage. De omgeving van deze Muscle Shoals en zijn vriendschap met Johnny Sandlin waren redenen genoeg om deze plaat te laten verschijnen bij Carl Weaver’s Rockin’ Camel label dat ondertussen een modern Capricorn Records label is geworden, want ondertussen behoren ook Jimmy Hall van Wet Willie, the Capricorn Rhythm Section, Cowboy en Bonnie Bramlett ook al tot deze stal, waarvan we nog veel moois mogen van verwachten. Met een soulvolle stem, kiepert hij op zijn nieuwe plaat "No Easy Way Out", wederom een volle emmer met Southern R&B, blues, country en gospel over ons uit. Op deze plaat treffen we elf nummers waarvan hij negen songs zelf heeft geschreven, "Where Sinners And Saints Collide" is co-written met Dean McTaggart en voor het afsluitende "Carry Me Jesus" tekenen Ann Sandlin - Johnny Sandlin en Carla Russell. De plaat trapt af met swingende soul nummer "Ain't That The Truth" een tribute tot Danny's vele muziekhelden die hij in zijn jeugd in Toronto, allemaal aan het werk zag. Up-tempo nummers en ballads wisselen elkaar mooi af, waarvan de reeds vermelde opener en het rockende "Bama Bound", een tribute aan de American South en tevens een nummer waarvan Springsteen zou kunnen fier zijn, tot de grootste uitschieters. Onder de ballads waren voornamelijk de songs "All God's Children", "Miracles For Breakfast" en de bluesy titeltrack, het verhaal over een gebroken relatie met vocale inbreng van Bonnie Bramlett, de songs die onze aandacht trokken. Zeer mooi geschreven is het nummer "Where Sinners and Saints Collide". Hij kwam op het idee om deze song te schrijven bij een optreden van the Blind Boys of Alabama en Susan Tedeschi. En dat de stem van Brooks veel weg heeft van een soulcocktail met Hinton, Redding en Pickett is best te horen in "All God's Children". Nummers als "Miracles for Breakfast" en "Carry Me Jesus" hebben dan weer dat typisch Brooks-gospel-gevoel. En ik heb het gevoel dat de soulvolle Rhythm & Blues weer helemaal in is. Want Danny Brooks slaat duidelijk een brug tussen Detroit Motown, Philly sound of Philadelphia en de Deep Southern Mississippi blues die je ook wel aantreft in New Orleans. Absolute aanrader dit album en oversteek naar Europa drongend gewenst!

 



 

 

MICHAEL WESTON KING
THE CROWNING STORY
From A Good Son To A Decent Man 1993-2005
Website - Myspace
Label : Borderdreams
Distr. : Sonic Rendezvous

 

 

Vorig jaar mochten wij bij Rootstime 2 cd’s van Michael Weston King bespreken, te weten “A New Kind Of Loneliness” en “Love’s A Cover” en beide albums werden bedacht met uitstekende kritieken. Het was dus met meer dan gewone belangstelling dat ik uitkeek naar een DVD over de carrière van deze richtingbepalende Britse alt.countryfiguur. De subtitel van de DVD “From A Good Son To A Decent Man 1993-2005” verwijst naar de periode dat Michael Weston King als leadzanger van The Good Sons sinds 1993 een aantal schitterende popalbums uitbracht tot aan het verschijnen van zijn solo-cd uit 2003 die de titel “A Decent Man” meekreeg en de promotie van dat album tot in 2005. Deze laatste cd werd overigens ook al door een levende legende geproduceerd, namelijk door Jackie Leven met wie MWK even het duo “The Decent Men” vormde. In 2002 besloten The Good Sons er mee op te houden als groep en toen gooide MWK zich op een indrukwekkende solocarrière. Hij werkte samen en trad zowel in Europa als in de States op met enkele groten der aarde, zoals Nick Cave, Nick Lowe, John Cale, Steve Earle, Roger McGuinn, Chris Hillman (ex-Byrds & ex-Flying Burrito Brothers), Rodney Crowell, Peter Case, Guy Clark, Joe Ely, Joe Henry, Ron Sexsmith en de legendarische Townes Van Zandt. Deze DVD “The Crowning Story” verhaalt zijn levensloop in die 12 jaren aan de hand van 24 liedjes die MWK in die periode heeft gezongen. Het is een verzameling van filmpjes van live opnamen in diverse grote en soms ook obscure zaaltjes doorheen Europa en Amerika. Bijzonder origineel aan deze DVD is dat Michael Weston King zelf bij elk nummer een introductie geeft waardoor je wat meer te weten komt over de omstandigheden waarin de songs werden geschreven en waarbij hij een eigenzinnige kijk geeft op de verschillende concertzalen waarin hij doorheen de vele jaren is opgetreden. In het bijhorende tekstboekje schrijft MWK dat hij in die 12 jaar meer dan 400.000 mijlen heeft gereisd en meer dan 1400 optredens heeft gegeven, meestal alleen met zijn gitaar, maar af en toe ook samen met enkele begeleidende muzikanten. De kwaliteit van de filmpjes is niet altijd bijster schitterend, zeker niet diegene van de periode met The Good Sons maar de gehele verzameling is een waar collector’s item. Onvergetelijke momenten op dit schijfje zijn de mooie video van “Riding The Range” samen met Townes Van Zandt, 2 versies van de song “Tim Hardin ‘65”, de versie van de T. Bone Burnett-klassieker “Any Time At All”, “A Song For”, die andere prachtsong van Townes Van Zandt en de traditional “The Water Is Wide”. Maar ook de eigenhandig geschreven songs zijn stuk voor stuk van hoogstaande kwaliteit. Tenslotte ook nog even vermelden dat er nog 5 bonus tracks toegevoegd zijn op deze DVD en het allerbelangrijkste nieuws is dat je Michael Weston King binnenkort op 15 februari 2008 ook live kan gaan bewonderen in Toogenblik te Haren (nabij Brussel). Ik hoop dat we elkaar daar mogen ontmoeten en samen van een schitterend concert kunnen genieten.
(valsam)

MICHAEL WESTON KING LIVE

Jan 23 2008
Patronnat in Haarlem, Haarlem
Jan 30 2008
Barebones Acoustic Cafe, Alkmaar
Feb 3 2008
Het Gouden Hoofd, Gent
Feb 15 2008
Toogenblik, Brussels

Feb 18 2008
Muziekcentrum, Eindhoven



Z.Z HILL.JR
GOING TO MISSISSIPPI
Website
E-mail: deltarootsrecords@hotmail.com
Label: Delta Roots Records
Cdbaby

 

 

Als zoon van een van de grootste soulzangers aller tijden, heb je wanneer je in de voetsporen van je vader treedt natuurlijk voor en nadelen. Als Jr. gaan er natuurlijk vele deuren voor je open die anders gesloten zouden blijven. Aandacht voor je product heb je natuurlijk dadelijk, aandacht waar anderen hard moeten voor vechten. Anderzijds is er natuurlijk dat ene, vergeleken worden met het fenomeen dat je vader was en dat je nu moet evenaren of als het kan zelfs overtreffen. Minder kan niet, want dan krijg je alleen maar negatieve opmerkingen die je tenslotte nekken. Nu ben ik in een goede en tegelijkertijd minder goede positie om deze "Goin' To Mississippi" te beoordelen. Ik heb een viertal van de vinylplaten van vader Hill, de vier essentiële, maar ik heb door de jaren beluistering een band met die platen gekregen en ben zowat een fan geworden van wijlen Z.Z Hill. Deze songs die je door en door kent vergelijken met het nieuwe materiaal van Jr. is natuurlijk moeilijk. Of net niet, want dit is zeer goed, Southern soul op zijn best, bovendien voorzien van een goede portie blues. Topmusikanten uit blues en soulmiddens hebben er toe bijgedragen om van deze cd één van de beste van het jaar te maken, namen als Melvin Taylor en Maurice John Vaughn op gitaar bijvoorbeeld. Dit is kwaliteit die we enkel gewoon waren van het toplabel Malaco, waar ook vader Hill thuis was. Het Delta Roots label heeft hiermee zijn naam bevestigd. Toegegeven, Jr. heeft niet die typische rasp in zijn stem waar vader zo beroemd voor was. Hij probeert 't soms, maar langer dan een paar zinnen duurt 't niet. Hier had ik wat voor gevreesd! Een van de negatieve opmerkingen is dan ook dat hij in sommige songs zoals "Now That I've Gone" heen en weer schakelt van zijn normale stem naar zijn wat "geforceerde" imitatie van zijn vaders stem. 12 songs waarvan er tien gepend zijn door de bekende schrijver/producer Twist Turner, die veel nummers schreef en producete voor allerlei Chicago bluesartiesten. Ook hier deed hij de productie, echter over een periode van 12 jaar. Ja, je leest het goed, en daardoor zijn er ook een paar songs waar de backing vocals nog door Sr. gedaan worden. Toch heeft deze plaat een eenheid in zich en kan je nergens merken dat er zo een groot tijdsverschil tussen de opnames is. Beste songs zijn de sterk bluesgetinte en op Albert King's stijl geënte "Caught In The Trap" en "Down Home Girl", niet toevallig 2 songs die Z.Z. Jr. op "normale" wijze zingt, wat bewijst dat zijn stem mooi genoeg is zo, en dat hij die pogingen om te klinken als zijn vader beter achterwege laat. Er was maar een Z.Z Hill, maar de opvolging is wel verzekerd bij deze.
(RON)



TWILIGHT HOTEL
HIGHWAY PRAYER
Website _ Myspace
Email: zdanquanbury@hotmail.com
Label: eigen beheer
Distr.: KillBeat Music
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Twilight Hotel is een Canadees echtpaar bestaande uit Brandy Zdan en Dave Quanbury en op hun nieuwe CD "Highway Prayer" maken ze rootsmuziek met zo nu en dan een alternatief randje. Het echtpaar Quanbury wist met hun debuutplaat "Bethune" (2006) de nodige deuken in de boter te slaan om te kunnen spreken van een lichte sensatie en bevestigt eigenlijk alleen maar al het goede wat we toen al in hun meenden te mogen horen. In Canada werden ze overladen met goede kritieken, reden genoeg om hun horizon te verbreden. Zo tourden ze in 2006/2007 in Amerika ter ondersteuning van hun debuut, waardoor ze met deze North American tour maar liefst meer dan 200 optredens op hun agenda hadden staan. Reden genoeg om daar verder te werken aan hun versie van de roots met als gevolg deze nieuwe plaat "Highway Prayer", opgenomen in Nashville, TN, met Colin Linden als producer. "Highway Prayer" verwijst zodoende hun lange verblijf in Amerika. Knappe liedjes, twee uitstekende stemmen, prachtige samenzang, bij momenten heerlijk rinkelende gitaartjes, een gevarieerd instrumentarium, een cleane productie, alle ingrediënten om van een geslaagde Americanaplaat te mogen spreken. Over alle twaalf tracks ligt een dikke deken van geluid die is toe te schrijven aan de productie van Colin Linden. Maar naast Linden (gitaren, dobro, bas) zelf, wisten ze zich ook daarbij gesteund door enkele gastmuzikanten waaronder de late Richard Bell (Janis Joplin, The Band), Stephen Hodges (Tom Waits) en Dave Roe (Johnny Cash). "Highway Prayer" is dan ook de toepasselijke titel van de nieuwe plaat die zich als een forse stap voorwaarts laat horen. De liedjes zijn allen van grote klasse zoals de openende rockabilly jumper "Viva la Vinyl", over de prachtige ballade "Impatient Love", naar het grensverleggende "The Ballad Of Salvador & Isabelle" tot de hartverscheurende afsluiter "Sand In Your Eyes". Er staat gewoon niet één slecht liedje op "Highway Prayer". De inhoud van deze CD bestaat gewoon uit adembenemende samenzang met sterke staaltjes songschrijverij die van "Highway Prayer" tot een vaak kippenvel opwekkende belevenis maken. Met een flinke dosis live ervaring is het duo duidelijk gegroeid en de begeleiding is gewoon een ingespeelde groep klasse muzikanten. Gelukkig wordt er naast deze ballads ook een potje gerockt en dat maakt dit album tot een prettig afwisselende plaat en bewijst nogmaals dat we in de toekomst wellicht rekening moeten gaan houden met Twilight Hotel. Op "Highway Prayer" brengt dit duo in zijn songs gewoon zoveel boeiends te berde, dat een beoordeling op eigen merites niet anders dan zeer positief kan uitvallen.



VELVETONE
YIP YIP!
Website
Myspace
E-mail: info@velvetone.de
Label: CrossCut Records

 

 

Nog voor de officiële release (gepland voor 25 januari 2008) bereikte ons zopas in primeur “Yip Yip!”, de nieuwste worp van Velvetone. Deze vierkoppige band uit het Noord-Duitse Bremen brengt een mix van rootsrock, rockabilly, americana en rhythm & blues en is met “Yip Yip!” niet aan haar proefstuk toe. Eerder verschenen op het (overigens zeer fijne) Crosscut-label ook al de albums “Dark Blossom” en “Switchback Ride” en de single “Lil’ Bad Thing / Seven”. Rootstime-recensent Swa was in zijn recensie van oktober 2004 (op deze site terug te vinden) zeer lovend over “Switchback Ride”. Ik kan alleen maar vaststellen dat zijn hoge inschatting van de band terecht was. Ook “Yip Yip!” is immers op alle vlakken een sterk album geworden. De inhoud is muzikaal hoogstaand: sterke songs, sterke muzikanten, en een leuke zangstem die nergens kan betrapt worden op grammaticale fouten in de lyrics of slechte uitspraak van het Engels. Ook daarvoor verdient de band – die de teksten op dit punt bijzonder onder loep liet nemen – een pluim voor: het geeft een blijk van hun streven naar perfectie (of die typische “Deutsche Grundlichkeit”?). Velvetone kan ook buigen op een super sound: twangende fender-amps, micro delay op de stem, reverb-boxes uit de goeie ouwe tijd… Op drie songs na werd het veertien nummers tellende album volledig door Velvetone zelf bijeengeschreven. Velvetone is échte rockabilly cool. Hun songs hebben altijd wel één of ander duister kantje (is het niet de muziek, dan zeker de tekst) en doen allicht daarom onmiddellijk aan een donkere film denken. Dit verklaart mogelijk waarom Velvetone al vergeleken werd met The Blasters, de Californische rockabilly-helden wiens muziek door pulp-regisseur Quentin Tarantino gebruikt werd voor diens film “From Dusk Till Dawn”. Hun vakmanschap levert de heren van Velvetone al langer tot ver buiten de eigen heimat lovende recensies op. Als Velvetone uit de States zou komen, zou U ze zeker al kennen. Moge 2008 en het schitterende “Yip Yip!” de jongens van Velvetone veel aandacht en (Belgische) optredens opleveren, zodat U de band binnen afzienbare tijd in een club in uw buurt aan het werk zal kunnen zien. Deze CD is in elk geval een must-have!

Tracklist:

1. Desperate Heart
2. The Kooler
3. Lil’ Bad Thing
4. Mighty Hand
5. Smuggle
6. It Ain’t Right
7. Guess Things Happen That Way
8. Limbo Moon
9. Paycheck
10. Seven
11. Hot Rod Killer
12. Hurt Me No More
13. Go On Home
14. Yip-Yip!


(Pieter Jan)



 

 

 

 

TIM CARROLL
THE DEVIL IS A BUSY MAN
Myspace
Label : Eigen Beheer

 

 

Tim Carroll is een beetje een gespleten persoonlijkheid, aan de ene kant is hij een metal rocker en anderzijds schuilt er ook een humorist in hem als hij rootsy folksongs brengt. Op zijn credits-lijst staat o.a. dat niemand minder dan John Prine zijn nummer “If I Could, I Would” heeft opgenomen. Op zijn gitaar tokkelde hij 13 liedjes bij elkaar die nu samengebundeld werden op zijn solo-cd “The Devil Is A Busy Man” en waarop hij probeert om die twee uitersten te verenigen. Dit album - het eerste na 5 jaar stilte - is al zijn vijfde full-cd en verschilt in dat opzicht dus een beetje van vroeger werk waarbij hij meestal voor één van deze beide stijlen koos. Deze cd werd al opgenomen in de herfst van 2005 maar moest nog geruime tijd op de plank blijven liggen wachten vooraleer ze op de markt kon verschijnen omdat het geplande platenlabel onverwacht overkop ging. Na het bekomen van de auteurs- en opnamerechten rechten brengt de in Nashville wonende 45-jarige Tim Carroll dit album nu in eigen beheer uit. Al van bij het eerste nummer “The Guy For The Job” wordt er stevig gerock’n’rolled en tovert hij een indrukwekkende reeks speciale klanken uit zijn Telecaster-gitaar. Het nummer betekent natuurlijk ook een duidelijk statement aan de muziekindustrie door te zeggen dat hij en niemand anders de geschikte persoon is om deze songs te brengen en het kot op z’n kop te zetten. “Almost There” toont daarna die andere Tim Carroll via een folk-rocknummer met violen en met speciaal uitgewerkte teksten over een recent verloren liefde waarmee hij zijn schrijverscapaciteiten in de verf komt te zetten. In “Icing On The Cake” komt de echte rocker in Tim Carroll weer naar boven op een bedje van stuwende drum & bassritmes. De meeste liedjes op deze cd zijn korte nummers van amper 2 à 3 minuten, zoals de funky titeltrack “The Devil Is A Busy Man” en “Montgomery”. Het swingende “So Stupid It’s Cool” - dat deels met megafoon gezongen wordt - slaagt er zelfs in om onder die 2 minutengrens te blijven. Een zee van distortion-gitaarklanken vormen de basis van het nummer “Feels No Pain”. Tim Carroll brengt ook zijn knappe echtgenote Elizabeth Cook, een countryzangeres, voor de microfoon in 2 nummers “Montgomery” en “Elmwood”, songs die beiden ook humoristische songteksten hebben meegekregen. Normaal gezien staat hij in haar begeleidingsgroep in de achtergrond uitstekend gitaarwerk te verrichten. Nu waren de rollen dus even omgekeerd. Deze cd moet luid gespeeld worden om de ingesloten energie ten volle tot uiting te laten komen. Na enkele beluisteringen zal je trouwens merken dat enkele liedjes klemvast op de harde schijf van je geheugen worden opgeslagen en onweerstaanbaar uitnodigen tot meebrullen.
(valsam).



 

 

BILLY JOE SHAVER
EVERYBODY'S BROTHER
Website
Label : Compadrerecords.com
Distr.: Rough Trade

 

 

Als Billy Joe Shaver 16 augustus 1939 te Corsicana, Texas wordt geboren, is zijn vader al vertrokken. Hierdoor is zijn moeder genoodzaakt als serveerster in een honkytonk-bar te werken, waar de kleine Billy Joe haar af en toe bezoekt en voor de klanten bij de jukebox zingt en danst. Om het hoofd boven water te houden gedurende de Great Depression moet Billy Joe meehelpen met katoenplukken. Het gezang van de zwarte arbeiders op de plantage, maakt diepe indruk op hem. Vanaf dan begint hij zijn eigen nummers te maken, verhalen die hij zingt op melodietjes die hij in zijn hoofd hoort. Regelmatig loopt Billy Joe op blote voeten de vijf mijl over de spoorlijn naar The Wonder Bread Company, waar muzikanten spelen. Een van de indrukwekkendste ervaringen heeft hij wanneer hij Hank Williams ziet optreden voor een ongeïnteresseerd dronkemanspubliek. Na zijn diensttijd in Californië keert hij terug naar Texas, waar hij in een rodeo gaat werken. Daar ontmoet hij zijn dan zestienjarige vrouw Brenda, waarmee hij zijn hele leven een woelige stoplichtrelatie zal hebben. Samen krijgen ze één kind, Eddy. Op zesentwintigjarige leeftijd verliest hij twee vingers van zijn rechterhand bij een ongeluk met een zaagmachine. Vanaf dat moment besluit hij zijn lotbestemming te volgen: muziek maken en songs schrijven. Hij leert zichzelf gitaar spelen en vertrekt naar Nashville, waar hij zijn nummers aan de man probeert te brengen. Na maanden tevergeefs leuren keert hij terug naar Texas, waar hij een baan als dakbedekker neemt. Tot hij naar beneden valt en zijn rug breekt. Dit is voor hem een volgend teken van God en zodra hij genezen is vertrekt hij wederom naar Nashville, waar Bobby Bare hem inhuurt als songschrijver. "Shaver’s Ride Me Down Easy", wordt Bobby’s eerste nummer één hit. Zijn eigen platencarrière begint in 1972. Na Shaver’s eerste optreden voor een groot publiek, tonen zowel Waylon Jennings als Tom T. Hall interesse in zijn op Willie Nelson geïnspireerde nummer "Willy The Wandering Gypsy And Me". Samen met Shaver neemt Jennings zijn historische album Honky Tonk Heroes (’73) op. Shaver’s eigen debuutalbum "Old Five And Dimers Like Me", geproduceerd door Kris Kristofferson, komt ook in 1973 uit, gevolgd door "When I Get My Wings" (’76) en "Gypsy Boy" (’77). Als hij in 1978 door zijn rock & roll life-style op het randje van de goot beland, krijgt hij een visioen, komt tot inkeer en schrijft het prachtige nummer "I’m Just An Old Chunk Of Coal…But I’m Gonna Be A Diamond Someday", wat tevens de titel van zijn volgende album is. Hij vertrekt opnieuw naar Nashville waar Johnny Cash hem inhuurt als songwriter. Vanaf dan gaat het beter. Zijn zoon Eddy is een door collega’s Dickey Betts en Duane Allman hoog gewaardeerd gitarist. Vanaf zijn veertiende zal hij, op een onderbreking van drie jaar na, waarin hij tourt met Dwight Yoakam, meespelen in de band Shaver. Het album "Tramp In Your Street" (’93) krijgt lovende recensies en ook de volgende platen, inclusief het "The Earth Rolls On", opgedragen aan zijn in december 2000 overleden zoon Eddy, vallen uitstekend bij collega’s, pers en publiek in de smaak. "Freedom’s Child" is dan in 2002 de eerste plaat op het Texaanse independent label, Compadre Records, een label waar Billy Joe Shaver de laatste tijd met enige regelmaat albums uitbrengt. Want nu al een vijftal platen verder is er het nieuwe "Everybody’s Brother" van deze sympathieke poëet van de country. Op de door John Carter Cash geproduceerde CD staan een groot aantal duetten met een aantal prominente gastartiesten uit de countryscene met wie hij in de afgelopen jaren podium en studio’s heeft gedeeld zoals John Anderson, Marty Stuart, Kris Kristofferson, Tanya Tucker en legende Johnny Cash. Het zware leven heeft zijn tol geëist, maar hebben de stem en voordracht van deze sympathieke Texaan naar ontroerende hoogte getild. Als Billy Joe zingt, gaat hij helemaal in zijn songs op. Behalve het nummer "No Earthly Good" van de pen van Johnny Cash zijn alle andere tracks door Shaver geschreven en veel van de nummers zou je kunnen omschrijven als een soort van ouderwetse country gospel met als uitschieters "Get Thee Behind Me Satan" een duet met John Anderson en de daaropvolgende track "When I Get My Wings". Het afsluitende duet met Johnny Cash "You Just Can’t Beat Jesus Christ" is een nummer daterend uit 1970. Op gitaar speelt de toen 15-jarige zoon Eddy. "Everybody’s Brother" is een aangrijpende en vermakelijke countryplaat, maar bewijst dat het verleden niet vergeten is.



 

DAVID KRAAI & THE SADDLE TRAMPS
HIGH & LONESOME
Website
Label: Eigen beheer.
Cdbaby

 

De seventies: Country rock, Flying Burrito Brothers, Poco , Neil Young, New Riders of The Purple Sage en vooral de onvoltroffen Gram Parsons. Als je van de dingen die hier juist werden genoemd hield is er zeer veel kans dat je ook zult vallen voor deze David Kraai en zijn Saddle Tramps, want als geen ander weet deze man die sfeer van de hoogdagen van de country rock op te roepen. Dat had hij al bewezen met "A Denim Fall" uit 2004 waar hij met ingetogen songs als "Can You Hear My Guitar?", "Cracks in a Straw House" en "Chuck's Song" onze aandacht wist te trekken. Nu, drie jaar later is David verder geëvolueerd in de goede richting, het groepsgeluid is voller en diverser geworden, de songs (nog) sterker. Neem nu "Had Been" met zijn Neil Young mondharmonicaklanken, of het duet met gastvocaliste Alexandra Jornov "You Cant Trust", ijzersterke songs. De nostalgie is zelfs zover doorgedreven dat de cd op het hoesje een A en B zijde heeft, hopelijk heb je ze halverwege niet omgedraaid, want anders heb je de beste songs nog tegoed. In "Leading Ladies & Final Bows" is de geluidmix surrealistisch, met extra reverb en lichtjes vervormde zangpartijen en zodoende doorbreekt hij hier het seventies geluid. Wat later in "Cornflower" is echter alles weer terug bij het oude, en krijgen we een David zoals wij hem gewend zijn. Het lijkt ook wel of hij de beste songs tot het laatst bewaard heeft, want "The Roof Star" is zeer sterk, maar mijn lievelingssong op deze is toch "Angels In Her eyes, But The Devil In Her Grin" een zeer sterke song waar de pedal steel en de Dylan-esque mondharmonica voor de ideale sfeer zorgen. Het debuut was sterk, deze deed meer dan bevestigen, nummer drie zal dan de doorbraak van David Kraai wel betekenen zeker. Verdienen doet deze New Yorker het zeker en vast.
(RON)



DON AMERO
CHANGE YOUR LIFE
Myspace
Contact: donamero@gmail.com
Cdbaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

 

Met je eerste album al direct een aantal nominaties binnenrijven, dat overkwam Don Amero’s debuut. Als jonge singer-songwriter in Canada met Aboriginal roots koos hij resoluut voor de muziek, vanuit de overtuiging dat je met muziek de wereld ten goede kunt beïnvloeden. Zijn lyrische songs raken een gevoelige snaar en dat niet alleen door de aangeraakte thema’s maar ook dank zij zijn zoetgevooisde folky stem. Met akoestische gitaarbegeleiding en af en toe met harmonica creëert hij een intieme sfeer en geeft uiting aan zijn geloof dat de mens in staat is om de wereld te veranderen, indien hij maar niet langer stilzwijgend staat toe te kijken. Al tien jaar draagt Don Amero deze boodschap uit in koffiehuizen, theaters en op festivals. Of bij bijzondere gebeurtenissen zoals bij de Pan Am Games ceremonies in 1999. Op het ‘Vancouver Island Musicfest’ juli 2007 kreeg de talentvolle songwriter zowel het jong als oudere publiek achter zich zodat de nominatie voor een Award als ‘Best New Artist’ niet uit de lucht komt gevallen. Op originele wijze weeft Don Amero nostalgie en hoop in de melodielijnen. In ‘You Know Love’ huldigt hij het vertrouwen dat liefde in staat is om muren af te breken. In ‘Help This World’ doet hij een oproep om de wereld veiliger en leefbaar te maken. Zijn Aboriginal afkomst versterkt ongetwijfeld dat idee van een spirituele driehoek -mens, hemel en aarde- waar hogere krachten aan het werk zijn. Want al is Winnipeg zijn ‘Hometown’, stad die hij in de openingssong koestert, toch liggen zijn roots in dat verre voorouderlijke land waar respect voor de wereld en het leven voorop staan. Vandaar ook zijn idee om een workshop te organiseren waar songwriters hun krachten bundelen om een zieke wereld terug te genezen. Soms zoekt hij de inspiratie bij Johnny Cash of bij Rev. Sam Shoemaker en diens gedicht ‘Stand By The Door’. Maar los van het ideologische, bevat dit album tien gevoelige songs met een combinatie van passie en mildheid gezongen. Als je het zuiverende ‘Wash Away’ beluistert of het intense en toch breekbare ‘Sometime’ dan kan je alleen maar besluiten dat hier een artiest aan het werk is die zijn songs en de muziek gebruikt om de mens aan zijn oorsprong en zijn bestemming te herinneren, wat het behoud van een leefbare aarde inhoudt. Een gevoelvol debuutalbum, dat naar een opvolger doet uitkijken.
Marcie



 

BARBARA BLUE
LIVE Volume 1
Website
Mspace
Email: bblueproductions@aol.com
Label: Big Blue Records

 

 

 

Na het verschijnen van haar cd's: haar debuut "Out Of The Blue" (1994) en de drie opvolgers "Sell My Jewelry" (2001), "LOVE Money Can't Buy" (2003) en "Memphis 3rd & Beale" (2004), die allemaal opgenomen zijn met Taj Mahal’s bekende Phantom Blues Band, was het tijd, om met een live-cd op de proppen te komen, hetgeen wat Barbara Blue nu ook doet met "Live - Vol 1". Deze opnames zijn tot stand gekomen @ Silky O'Sullivans 183 Beale Street, Memphis, TN en waarbij Barbara Blue zich presenteert als een waar podiumact. Geboren in Pittsburgh Pa, Barbara heeft de blues al sinds haar geboorte. Naast Taj Mahal & The Phantom Blues Band met wie ze veel heeft opgetreden was ze ook veel te zien met Jeff Healey, Marcia Ball, Delbert McClinton, Maceo Parker, Al Jackson, Pinetop Perkins, James Cotton, Tab Benoit, The Nighthawks, en vele anderen en dit gaande van Pittsburgh tot Detroit, Chicago, Boston, New Orleans, LA en Memphis. Maar de laatste tien jaren was @ Silky O'Sullivans the place to be. Vele bezoekers in Memphis konden al die jaren genieten van al haar songs die ze steeds met evenveel passie zingt. Barbara start meteen na de introductie ommiddelijk met twee eigen nummers, "Low Down Dirty Dawg" en "The Road Comes To Me" respectievelijk uit "Love Money Can't Buy" en "Memphis 3rd & Beale". En wat meteen opvalt is dat buiten het prachtige stemgeluid van Barbara de sound ook gedomineerd wordt door het aanstekelijke pianogeluid van Nat Kerr. Met haar messcherpe vocalen doorklieft ze het hart van de luisteraar in dertien covers die hier op volgen. Schreeuwend, kermend, kreunend en dan weer gewoon zingend baant zij zich een weg door de songs en legt zij haar ziel ondubbelzinnig bloot. Bekende bluessongs als "Hound Dog", "Woman Be Wise", "Wang Dang Doodle", "Stormy Monday" en , "Rainy Night in Memphis" passeren hier één na één de revue. Pas na dat de laatste klanken van de slotsong, de traditional "Oh Holy Night", zijn weggestorven, zijgen we moe doch voldaan terug in de zachte kussens van onze fauteuil. Al krijgen we nog een onverwachte toegift, "Me and Bobby McGee" dat geschreven is door Kris Kristofferson en Fred Foster, maar dat we het best kennen in de uitvoering van Janis Joplin. Alle nummers beroeren je omdat deze ofwel swingen of je emotioneel beroeren. Want dat is wat Barbara Blue kan, je beroeren en emotioneren. Haar stem staat als een dijk en of het nu soul, blues, gospel of R & B is, ze heeft er de passende stem voor. Vergelijk haar gerust met Etta James of Janis Joplin, zij zit op gelijk niveau als deze diva’s. De zangeres wordt hier naast Nat Kerr bijgestaan door Lannie McMillan op sax en Corey Osborn op gitaar. Voorts verlenen Nat Kerr, Nancy Apple & Reba Russell de nodige backing vocals. Met een flinke dosis blues en rockin' blues weet de begeleiding te overtuigen dat ze tot de top behoren. Noemenswaardig is ook het gitaarspel van Corey Osborn zoals op het swingende "Can't Get Your Loving Off Of My Mind", terwijl op het volgende nummer, de ballade "Wild Stage of Life", Lannie McMillan op sax met het applaus gaat lopen. Afgezien van enkele bloedstollende ballads, zoals deze laatste, neigen de songs steeds naar blues en R & B. De zangeres betrekt het publiek veelvuldig bij een song, praat met het publiek, zet de liedjes volledig naar eigen hand en smeedt die allemaal tot een volmaakte eenheid. En dat Barbara Blue in de bloei van haar muzikale leven verkeert gaat ze nu ook verder bewijzen, want als we het moeten geloven komen Vol 2 en Vol 3 er ook al aan. Vol 2 is voorzien voor volgende maand en Vol 3 in de maand mei. Natuurlijk als je meer dan 10 jaar lang, 5 nachten per week weet op te treden in Beale Street bestaat uw repertoire snel uit duizenden songs. En als de keuze uit die songs het niveau halen van het gebodene op deze eerste liveplaat, dan staat er ons nog veel moois te wachten, want deze cd staat meteen al als een huis.