ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008


VARIOUS ARTISTS - BLUES, SWEET BLUES

MAMIE MINCH - RAZORBURN BLUES

ELLIOTT BROOD - MOUNTAIN MEADOWS

ELEVEN HUNDRED SPRINGS - COUNTRY JAM

PETER MANDIC BAND - I USED TO WORK

DERRIN NAUENDORF - THE RATTLING WHEEL

DEDE PRIEST - CANDY - MOON

SCOTT McKEON - CAN'T TAKE NO MORE

CAMPER VAN BEETHOVEN - POPULAR SONGS OF GREAT ENDURING STRENGTH AND BEAUTY

MARY GAUTHIER - GENESIS (THE EARLYYEARS)

VARIOUS ARTISTS: THE ROUGH GUIDE TO THE MUSIC OF MALI


 

VARIOUS ARTISTS:
BLUES, SWEET BLUES
Label: Music Maker
Distr.: Blues Promotion

 

Tim Duffy en zijn Denise richtten in 1993 samen met Eric Clapton de een non-profit organisatie Music Maker Relief Foundation op. Het doel was de oude blueslegenden en vergeten helden uit de vergetelheid te halen door hen weer te laten optreden. De stichting wordt mede gefinancierd door muzikanten en acteurs als B.B. King, Morgan Freeman, Taj Mahal, Pete Townsend, Bonnie Raitt, ... Allen zijn er over eens dat muziek en de cultuur van de doelgroep van de stichting ertoe hebben geleid dat er een muziekindustrie is ontstaan waarmee miljarden dollars zijn verdiend. De Duffy's proberen daarvan iets terug te geven aan de morele erfgenamen, die vaak onder erbarmelijke omstandigheden leven. Immiddels heeft het echtpaar een honderdtal muzikanten financieel ondersteund. Daarnaast organiseerden zij duizenden concerten en brachten een zestigtal cd's uit op hun label Music Maker waarvan de distributie hier in Belgie gebeurt door Blues Promotion uit Lauwe.

Wederom zet Music Maker nog levende maar vergeten pioniers van de Southern Blues in het daglicht door een overzicht te maken op hun nieuwste compilatie: een dubbel-cd met 40 nummers waarvan de meeste muzikanten die voor Music Maker hebben opgenomen daarop vertegenwoordigd zijn. De bekenste namen zijn gitariste en banjospeelster Etta Baker, Jack Owens, welke tot aan zijn dood in 1997 in de Bentonia bluesstijl van Skip James speelde en natuurlijk zanger/gitarist Guitar Gabriel, de bluesman met de onafscheidelijke bontmus, die in 1996 overleed, en door de Duffy's wordt gezien als de muzikale grondlegger van hun stichting. Zijn output op dit label is daarom de meest prominente in de catalogus. Tussen de op dit dubbelalbum gepresenteerde artiesten zitten opvallend weing dames. Om er ééntje uit te pikken, Cora Mae Bryant bijvoorbeeld, de dochter van gitaarlegende Curley Weaver uit Georgia. Weaver werkte samen met onder meer Blind Willie McTell en Algia Mae Hinton. Cora Mae's muziek aan die van Mississippi John Hurt doet denken. Carl Rutherford die op cd2 opent met de titeltrack, is een ex-mijnwerker uit West Virginia, die de oude balladen uit zijn geboortestreek levend houdt. Een flink aantal van deze muzikanten is immiddels overleden, maar jonge muzikanten als Mudcat en de Indiaanse gitariste Pura Fé zetten de traditie op eigentijdse wijze voort. Niet alleen vinden we hier de artiesten die reeds een full-cd hebben op Music Maker, ook artiesten die voor het eerst cd geschiedenis maken, als Rufus Mckenzie, John Lee Zeigler, Ron Hunter, Elder Anderson, maar ook vinden we Albert White, Beverly Watkins, Pura Fé, Adolphus Bell, Macavine Hayes en Captain Luke, de artiesten die in augustus van dit jaar in het Rivierenhof zullen aanwezig zijn tijdens een wel heel speciale bluesavond met de Music Maker Relief Foundation en Roland van Campenhout. Namelijk op zaterdag 2 augustus 2008 organiseren ze in het Openluchttheater Rivierenhof (Deurne) deze bluesavond en Music Maker brengt zomaar zes solisten mee, die begeleid worden door directeur Tim Duffy (akoestische gitaar), Ardie Dean (drummer) en Hansel Creech (bassist). De eerste solist is Albert White. Deze zanger/gitarist heeft de legendarische Piano Red als oom. In de jaren ‘60 werd hij zelfs bandleader van de Piano Red's Dr. Feelgood and the Interns. De laatste decennia ontwikkelde Albert zijn eigen sound en toert hij de wereld rond met zijn feel good blues. Zangeres Beverly Watkins was in de jaren ‘60 één van de nurses van Dr. Feelgood and the Interns. Verder staat Watkins bekend voor haar gitaarervaring. Ze wordt dus niet voor niets Beverly ‘Guitar' Watkins genoemd. Ook werkte ze samen met James Brown, B.B. King en Ray Charles. In 2000 werd Beverly genomineerd voor een W.C. Handy Award. Zangeres/gitarist Pura Fé Crescioni staat niet alleen bekend als stichter van het vrouwentrio Ulali, maar is ook bekend door het creëren van een typische eigen stijl en genre dat de traditionele Amerikaanse en hedendaagse muziek mengt. In 1994 werd ze genomineerd voor een Juno Award voor Best Global Recording, en in 2006 won ze een NAMMY (Native American Music Award) voor Best Female Artist. Verder won ze een L'Académie Charles Cross Award voor Best Album. One-Man Band, Adolphus Bell, speelde gedurende 35 jaar op straat. Met zijn blues hits uit de jaren 50 en 60 veroverde hij het hart van iedereen in Atlanta (en omstreken). Na eerst gitaar te leren spelen, leerde hij zichzelf later ook drummen. Verder speelt Bell mondharmonica en is hij een voortreffelijke zanger. Macavine Hayes zingt en speelt akoestische gitaar. Met Macavine's muziek kun je niet anders dan lachen, je problemen vergeten en dansen. Via Guitar Gabriel, master in country blues, leerde hij zanger Captain Luke kennen, met wie hij later samen begon te spelen. De muziek van Captain Luke, ook wel Luther Mayer, vindt zijn roots bij de Afrikaans-Amerikaanse arbeiders en refereert continu naar de blues experience. Over de jaren heeft hij zijn stijl echter aangepast om zo te voldoen aan de noden en wensen van zijn publiek. Met John Ferguson daarentegen creëerde hij de combinatie jazzy soulful blues, soulful bluesy jazz en jazzy bluesy soul, die ze zelf ‘outsider lounge music' noemen. Label-eigenaar Tim Duffy omschrijft tenslotte "Blues, Sweet Blues" als: "This is a collection of the most exiting, unheralded, deep-rooted blues artists of modern times. All genuinely performed by men and women who know from the miseryand joys of life, what the blues is all about". Via twee cd’s en maar liefst 40 tracks maken we kennis met de hoogtepunten uit het imposante oeuvre van Music Maker, opnames uit de periode 1994 tot 2006. En dit van deze pioniers en vergeten helden van de muziek uit het Zuiden van de US, met als belangrijkste staten: Mississippi, Georgia, Alabama, Louisiana, Virginia, Washington, West Virginia, Texas, South & North Carolina. Kortom: Een zeer gevarieerde en erg boeiende verzameling 'roots'-muziek.

Blues
1/Willa Mae Buckner, Cootie Stark & Captain Luke/Let the Good Times Roll
2/Captain Luke/One of these Days
3/Drink Small/President Clinton Blues
4/Robert Wolfman Belfour/ Treat Me Mean
5/Guitar Gabriel/Blues Never Died
6/Guitar Gabriel/Welfare Blues
7/Mudcat/Big Fat Woman
8/Cootie Stark/Metal Bottoms
9/John Lee Zeigler/ Pretty Shoes
10/Albert Smith/Learning to Play Piano
11/Albert Smith/Big Belly Mamma
12/ Eddie Tigner/Slippin In
13/Rufus McKenzie/Mellow Peaches
14/Alabama Slim/I Got the Blues
15/JW Warren/John Henry
16/Carl Hodges/Meet Me in the Bottom
17/Paul Duffy/The Giant Squid
18/Cora Fluker/ Shotgun Boogie
19/Mr. Q/ Juice Headed Woman


Sweet Blues
1/Carl Rutherford/Blues, Sweet Blues
2/Guitar Gabriel/After Awhile
3/Pura Fe/ Hold the Rain
4/John Dee Holeman/One Black Rat
5/Cora Mae Bryant/ Cora's Escape
6/ Macavine Hayes, Whistlin' Britches & Cool John/Mac's Boogie
7/Samuel Turner Stevens/Baby 'O
8/Etta Baker/On the Banjo
9/Etta Baker/Cripple Creek
10/Benton Flippen & Smokey Valley Boys/Susanna Gal
11/Boo Hanks/Step it Up & Go
12/Neal Pattman/Ma's Apple Pie
13/Jack Owens/My Baby's Gone, Soon be Gone Myself
14/Elder James & Mother Pauline Goins/Old Time Religion
15/The Branchettes/One More Day
16/Albert White/A Rose For My Lady
17/Sweet Betty/Your Time To Cry
18/Adolphus Bell/Child Support
19/Ron Hunter/For Yourself
20/Elder Anderson Johnson/God Don't Like It
21/Pat Sky/Many a Mile

Bluesavond met Music Maker en Roland
Wanneer: zaterdag 2 augustus, 2008
Plaats: Openluchttheater Rivierenhof - Deurne

 


 

 

MAMIE MINCH
RAZORBURN BLUES
Myspace Contact CDBaby

 

 

Je moet het maar durven en ook kunnen om tegen alle moderne trends in te kiezen voor de bluessound zoals die bijna een eeuw geleden door Bessie Smith, Memphis Minnie of Reverend Gary Davis in het leven werd geroepen. Mamie Minch uit Brooklyn, geen Mamie zoals haar naam kan veronderstellen, maar een prille twintiger vond nochtans in die muziek haar expressievorm. Zowel haar gitaarspel als de wijze van zingen appelleren aan die periode dat je zonder elektronische hulpmiddelen het maximum aan gevoelens kon oproepen. Minch omvormt oud vinylmateriaal en traditionals tot iets eigens, alsof zij nooit anders gedaan heeft. Ooit was zij nochtans één van de Roulette Sisters, een kwartet dat zich in het spoor van de Andrew Sisters bekwaamde in een repertoire bestaande uit country, blues en harmoniezang en daarmee succes oogstte. Nadien trok zij nog een tijdje door Europa met een quasi anarchistisch straatbandje om vervolgens in New York City als busker meer de solotoer op te gaan. Het laatste jaar koos zij echter resoluut voor de oude blues, die a.h.w. een tweede natuur voor haar werd en waarmee zij in clubs en op diverse podia de nieuwe bluesrevelatie werd. Haar podiumervaring schemert door in deze elf songs, waarvan zij er vijf zelf schreef en anderen herbewerkte. Je kan ietwat oneerbiedig de bedenking maken waar zo’n jong wicht de maturiteit vandaan haalt om met haar Duolian gitaar of jaren 1937 National Resonator covers te brengen van o.m. Skip James, maar haar retro-sound doet nergens gekunsteld aan. Mogelijk dat haar vader daar voor iets tussen zit, want met zijn fingerpicking gitaarspel op zijn Martin gaf hij haar het voorbeeld en leerde hij haar o.m. Misissippi John Hurt waarderen. Daarnaast blijkt Minch een natuurtalent, want iemand die zo gevoelvol ‘Fortified Wine Widow’ weet te brengen mag je inschatten als een raspaardje. De viola en achtergrondzang van Karen Waltuch geven aan deze song de weemoed van een oeroude ballade. Met ‘Cake When I’m Hungry’ toont Mamie zich ook een originele songschrijver, waardoor je je afvraagt of zij soms ergens college gelopen heeft bij Son House in een andere tijd- of ruimtezone. Bassist Andy Cotton, die samen met Mamie deze Cd producete, begeleidt haar op enkele songs. Dit debuutalbum werd opgenomen in Brooklyn in 2007, maar dit had zich net zo goed kunnen situeren in 1935 in Memphis of Grafton, al maken de accordeon, de lapsteel en de viola de sound iets moderner. Maar het blijft authentieke folk/blues van het puurste soort.
Marcie


 

 

 

 

 

ELLIOTT BROOD
MOUNTAIN MEADOWS
Website Myspace
Label: Six Shooter / Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2


 

Elliott Brood heeft de toekomst en klinkt verdraaid goed. De werkelijkheid is dat Elliott Brood geen singer/songschrijver is, maar een drietal jonge honden uit Toronto, Canada. Het trio wordt gevormd door zanger Casey Lafore (gitaar en zang), Stephen Pitkin (percussie en zang) en Mark Sasso (zang, gitaar, banjo en ukulele). De band heeft een heel eigenzinnig soms zelfs mysterieus geluid dat bij vlagen diep graaft in de Amerikaanse roots traditie. Bluegrass, folk en country in de meest rauwe en elementaire vorm, zijn genres die allemaal van invloed lijken te zijn op het album "Ambassador" waarmee deze Canadezen in 2006 debuteerden, al verscheen in 2004 de zes nummers tellende EP "Tin Type", op het kunstzinnige label WeeWerk. Twee releases waarmee deze knapen een hoge waarding in de wacht wisten te slepen. Wat is er zo goed aan Elliott Brood? Dat moet de puurheid zijn van de rommelige en opwindende liedjes en de voortreffelijke zang, hoe ruw die ook is. Na het geweldige album "Ambassador" had ik niet anders verwacht dan een briljante opvolger. Toch verrassen de Canadezen me lichtjes met sferische songs die niet meteen na een eerste luisterbeurt alles prijs geven en alle verwachtingen inlossen. De beklemmende songs op dit nieuw album "Mountain Meadows" leunen veel meer op een duistere sfeer en hypnotiserende melodieën, zodat na een paar draaibeurten dit spannende album u wel volledig in zijn greep heeft. Als je eenmaal bent opgezogen door de adembenemende ambiance, stokoude muziek gegoten in rock 'n roll, dan lijkt er geen weg terug en wil je absoluut meer, want dit is werkelijk de muziek van het platteland uitgevoerd in de smerigste goot van de stad. De stembanden zijn ruw, de banjo krijgt er stevig van langs. Aardedonkere murder ballads met zo af en toe een beetje zonneschijn. Maar vooral gaat hartverscheurende passie bij Elliott Brood boven geluidskwaliteit en dat is een verademing. Het openende "Fingers and Tongues", "Garden River" en het radiovriendelijke "Miss You Now" zijn lekker opzwepend en "Notes", "31 Years" en "The Body" zijn juist zeer ontroerend. Elliott Brood kweekt een gitaarrockgeluid dat veel teruggrijpt naar het werk van 16 Horsepower of Wilco, een repertoire dat wat meer nostalgisch aandoet, maar toch van deze tijd is. "Mountain Meadows" is wederom een sterke plaat!


 

 

 

 

ELEVEN HUNDRED SPRINGS
COUNTRY JAM
Website Myspace
Info: Hemifran
Label: Palo Duro Records.

 

 

Het kleine Texaanse label Palo Duro Records dat de voorbije maanden ondermeer al uitpakte met interessante releases van Gary Nicholson, Buzz Cason en Walt Wilkins komt nu op de proppen met alweer de vijfde CD van Eleven Hundred Springs, waarvan dit nieuwe album "Country Jam", opvolger van "Bandwagon" uit 2004, geproduceerd is door Lloyd Maines die we op deze plaat horen op akoestische gitaar en banjo. Zanger/gitarist Matt Hillyer is in feite de man die als singer-songwriter van dienst al een klein decennium lang de lijnen uitzette binnen deze groep uit Dallas. Hij laat zich voor die plaat omringen door zijn eigen band bestaande uit Steven F. Berg (bas), Danny Crelin (pedal steel), Jordan W. Hendrix (viool) en Mark Reznicek (drums & percussie), de ideale buddy’s om zijn country songs tot leven te wekken. Met acht nieuwe originals van de hand van frontman Matt Hillyer en vier covers stalen ze immers vrijwel ogenblikkelijk weer het hart van deze liefhebber van in traditie gewortelde country met een honky-tonk en Waylon-esque Texas country rock tot rockabilly-gehalte. Songs als het Rodney Crowell-achtige "Every Time I Get Close To You", eerste single van deze plaat die wel veel doet denken aan Crowell’s "Ain’t Living Long Like This" en het openende "Texas Afternoon", een mooi mid-tempo nummer met een Flaco Jimenez-sfeertje maken het bijzonder moeilijk om dit album zomaar links te laten liggen. Voeg daarbij het duet met Heather Myles in "I’ll Be Here For You", gitarist/vocalist Nick Curran bijdrage in Ronnie Dawson's "V-8 Ford Boogie" en Matt Hillyer’s nonkel Robert Lockart zijn saxspel in "Rocket 88", een nummer van Jackie Brenston uit 1951. En geloof ons vrij, liefhebbers van acts als Jason Boland & The Stragglers, Cross Canadian Ragweed en Mike McClure Band: Dit is spek voor jullie bek.


 

 

 

PETER MANDIC BAND
I USED TO WORK
Website Myspace Contact CDBaby

 

 

Songs schrijven kan je blijkbaar ook leren en vervolmaken op een muziekschool, zoals in het Humber College, waar Peter Mandic het vak leerde. Los daarvan moet deze zanger/songschrijver een aangeboren talent hebben gehad voor deze kunst, want zijn lyrische pen en gevoelige wat lijzige stem brengen op zijn derde cd een dertiental songs bijeen, die je een voor een inpakken en bekoren. Ook de mandoline van George Douglas, een van de drie bandleden, brengt een fijne toets aan bij de songs. De band werd één jaar geleden opgericht. Daarvóór testte Peter Mandic zijn songs uit in Toronto en omgeving vooraleer deze op plaat te zetten. Geboren in Sydney, Australië, belandde Peter als tiener in Canada’s Ontario, waar hij de voorbije tien jaren zijn songschrijven vervolmaakte. Gitaar spelen deed hij al langer. De inspiratie komt van observaties, kleine en grote miseries, politieke en gevangenistoestanden of sociale plagen, waaronder drugmisbruik. Maar ook het liefdesthema schuwt hij niet. Hij zingt het allemaal met een verhalende hese stem. De drie Ontario muzikanten, George Douglas, bassist Paul McKeracher en Bruce Walton met occasionele harmonica en percussie dragen er met hun begeleiding toe bij om een recht door zee album te creëren dat eenvoud met gelaagdheid combineert. Peter’s songteksten verbergen een diepere bodem waarin eigentijdse ‘spleen’ en meewarigheid om het tevergeefse in het menselijke streven schuilgaan. Het trage ritme en Peter’s lijzige stem lenen zich uitstekend om de zanglijnen en deze mengeling van folk/country en singer-songwriter stuff een schaduwrandje te geven. Andere houden protest in of brengen hulde zoals in ‘Fred’ die countryzanger Fred J. Eaglesmith even in de schijnwerpers zet. Peter verpakt het allemaal in een opeenvolging van melancholische songs. Je hoort er de vage weerklank in van een Bob Dylan, Neil Young of Eric Andersen. Vooral ‘Razor Wire’, samen geschreven met gedetineerde/schrijver en inbreker/uitbreker Wayne Carlson, veroordeeld tot 44 jaar gevangenis, is omgeven met een weemoedsluier. De droefgeestige mandolinebegeleiding komt hier goed tot zijn recht om het verlangen naar vrijheid en de vermoeienis te omcirkelen. Je hoort dat Peter Mandic betrokken is bij de onderwerpen waarover hij zingt. Bij de Live optredens van Mandic en zijn Band loopt het zaaltje gewoonlijk vol, want alhoewel promotie bij hen bijkomstig is, toch weten zij een trouw publiek aan zich te binden. Je zou wensen om er Live bij te zijn toen Mandic en zijn muzikanten hun liedjes brachten in bijvoorbeeld Oakville’s ‘Moonshine Café’. En als het even kan ook bij de opname van deze dertien songs in de Freehouse Studio. Sfeer verzekerd.
Marcie


 

 

 

DERRIN NAUENDORF
THE RATTLING WHEEL
Website Myspace
Booking: Henni van Nieuwburg
Label: Rising Records

 

 

Derrin Nauendorf is geboren in Geelong, Australie en op dertienjarige leeftijd pakt hij voor het eerst een gitaar op en twee jaar later speelt hij reeds bij diverse locale bandjes om vervolgens zijn eigen drie-mans formatie op te richten. Deze is al direct succesvol en Derrin wint ondermeer een talentenjacht. Het gevolg is een tournee door de VS. Begin 2001 neemt Derrin samen met vriend en drummer David Downing de stap om Australie achter zich te laten en naar Londen te gaan. En het succesverhaal gaat door. Het Engelse publiek is razend enthousiast over het duo dat met minimale middelen, een gitaar, een stem en een houtje-touwtje drumkit, heel mooie muziek maakt. Als invloeden noemt hij zelf: Geoff Achison, Bob Dylan, Tom Waits, Jeff Lang, Martin Stephenson, Richard Thompson, Steve Earle, Jose Gonzalez, Marco Goldsmith, Stevie Wonder, Loudon Wainwright, Hendrix, Chris Whitley, James Brown. Na jaren van touren heeft hij deze invloeden tot een eigen geluid weten om te smelten. Nauendorf is daarbuiten nog iemand die over een schitterende gitaar techniek beschikt en bovenop nog een begenadigd songschrijver is. Voor zo’n artiesten moet een grote carrière zijn weggelegd. Hij bewees dit al op zijn vorige albums "Natural", "Boardwalk", "New History" (2005) en Wasteland (2003), waarvan deze laatste twee albums een container vol aan lovende recensies kregen. Gewoon omdat 't puur draait om de intensiteit die Nauendorf met zijn rauwe stem uitstraalt, gekoppeld aan het soort rootsmuziek dat verrekt slim is opgebouwd, maar uit de speakers knalt alsof het door een enthousiaste technicus tijdens repetities spontaan op tape is gezet. Bij de eerste keer draaien van zijn nieuwste CD, "The Rattling Wheel", pakt Derrin gelijk de aandacht. Hier moet je naar luisteren. Derrin heeft een krachtige stem en een dito manier van gitaarspelen met krachtige uithalen. Voor de nodige accenten zorgt de rest van de band: Jamie O'Keefe (drums), Rick Foot (double bass), Arnie Cottrell (mandolin), Ron Singh (harmonium) en de backing vocals van het producers duo Segrott/Cottrell. Derrin Nauendorf is moeilijk in een hokje te plaatsen. Hij zingt/speelt blues met folkinvloeden of rock met folkinvloeden. Het beste is Derrin maar zijn eigen hokje te geven. De CD start dus al meteen met een hoogtepunt: "Universe Demands", dat gelijk de toon voor de hele CD zet. Nauendorf beschrijft zijn muzek als: “A kind of post modern Steve Earle type thing - more energetic, with a rougher feel – I’m writing more for a band now, rather than just myself; exploring bigger sounds and arrangements”. Derrin heeft een grote stem en die moet de ruimte krijgen en zijn teksten zijn op de een of andere manier heel beeldend. Zeker met de minimalistische begeleiding zie je de plaatjes ontstaan. Naast een goede stem is de gitaartechniek van Nauendorf in orde. Hij bewijst dit nogmaals in het tweede nummer, "Shipwrecked", een song die zoals het eerste nummer voldoende single potentiaal hebben. Feitelijk kunnen we deze plaat aanschouwen als de 'best off' gezien we hierop vele songs terugvinden van zijn vorige albums, nl. 1 van "Natural", 2 van "Boardwalk", 3 van Wasteland en 3 van New History en twee nieuwe tracks: het openende "Universe Demands" en "My Hurricane". Maar ook enkele oudere tracks, als "Where Two Men Go Tonight" met hierin een groot aandeel voor de Singh brothers, en "Deliver Me An Angel", een nummer dat u beslist gaat meezingen. "The Rattling Wheel" bevat allemaal prachtige nummers die door Segrott/Cottrell geproduceerd werden, maar de absolute uitschieters blijven die twee openers. Na een flink aantal malen de CD beluisterd te hebben is er maar één conclusie mogelijk. Derrin Nauendorf gaat ook de Lage landen veroveren. Deze moderne troubadour, misschien het beste hokje voor hem, heeft alles in zich en biedt met deze mooi opgenomen CD alle mogelijkheden om hem beter te leren kennen.


 

DEDE PRIEST
CANDY - MOON
Website Label : Cool Buzz

 

22 september 2007 hadden we het voorrecht om haar niet alleen live aan het werk te zien tijdens het Binkom Bluesfestival maar ook om haar tijdens een interview wat beter te leren kennen. En één van onze vragen was hoe en wanneer komt je eerste cd uit, wel ondertussen is die cd er en zit hij in mijn speler. Geopend wordt er met een traditioneel arrangement van Wille Mae Thornton genaamd ‘Wade In The Water’, een song die lekker rechtdoor gaat en vooral stuwt op de vocale delen. Bij het bekijken van de CD-tray moet ik zeggen dat deze mooi in elkaar zit en dat Dede Priest tekent voor het ontwerp en de foto’s. Maar verder lees ik ook dat Dede op 11 van de 12 songs tekent voor zowel tekst als muziek, zij het soms in samenwerking met andere muzikanten. Daar waar Dede Priest live garant staat voor een act die vrij vloeiend en vlot in elkaar zit is er op de cd toch gekozen voor een andere aanpak. Regelmatig komt er een nummer met meer jazzy en soul invloeden om de hoek kijken, luister maar eens naar ‘Just Splendid’ met mooi pianowerk van Govert Van Der Kolm. De song ‘Cotton Candy’ brengt ons dan weer terug naar de traditionele blues van de States en de cottonfields. Maar toch zijn het nummers als ‘Must’ve Figured Wrong’, ‘Blues Wine’ en ‘I Met The Moon In Holland’ die ervoor zorgen dat deze cd uniek is geworden. Het zijn lekker cool en relaxte songs die je doen achteruit zitten in je zetel om volop te genieten. Maar de cd telt ook enkele meer up-tempo songs zoals o.a. ‘Jive Man / Save Me From The Devil’ waar de Hammond de gitaarpartij lekker vet ondersteund. Het zijn weer dit soort songs die van Dede Priest live een must see act maken. Alle songs zijn goed uitgewerkt en doordacht in elkaar gestoken met nergens een overvloed aan gesoleer of egotripperij. Dede Priest kan rekenen op een band die perfect weet hoe een Dame met een stem als een dijk te begeleiden. De song ‘Needy Girl’ is hier een perfect bewijs van, gewoon weg lekker hoe deze song van up naar down en weer up gaat. De dame en haar band zijn dit jaar weer regelmatig op Belgische en Nederlandse podia te bewonderen en ik zou iedereen toch aanraden om niet alleen deze cd eens te beluisteren maar ook om hen eens live te gaan zien in Hamme op zondag 3 augustus tijdens het BLUES OAN DAA STOAZZE festival.
Blueswalker.

BLUES OAN DAA STOAZZE
9220 HAMME
1 - 2 - 3 AUGUSTUS 2008


 

 

SCOTT McKEON
CAN'T TAKE NO MORE
Website
Label: Mascot Records / Provogue
Booking: Henni van Nieuwburg
Distr.: Bertus

 

 

Op je 21 op het podium in Peer en dat vlak na 't verschijnen van je debuutcd, je moet het maar doen. Scott is dan ook de nieuwe ontdekking in Engeland op bluesrockgebied. Zoals zovele jonge gitaristjes is hij natuurlijk beinvloed door SRV en Hendrix, maar met een groot verschil met de rest van de bende, hij heeft zijn debuutcd vol met eigen werk en is zoals vele anderen die ik het laatste half jaar mogen bespreken heb, geen kloon. Je hoort natuurlijk duidelijk de invloeden van zijn voorbeelden, maar daar houdt het op. Enkel het nummer "All The Same" is zo te horen een duidelijk tribute aan Stevie en Jimi. De gitaarstijl van beide heren is hier evenwichtig verdeeld aanwezig. Producer van dienst is Jesse Davey (Hoax), die gezorgd heeft voor een stevige mix van bluesrock die aangeeft in welke richting deze muziekstijl zou moeten evolueren. Scott is waarschijnlijk één van de jongste gitaristen die ooit op de BBC zijn ding mocht doen, want op 7 jarige leeftijd stond hij al voor de camera's, hij speelde dan ook al 3 jaar, of hij toen al bluesrock speelde kan ik je spijtig genoeg niet vertellen. Op zijn twaalfde won hij all de "Young Gitarist Of The Year" award, en voor zijn twintigste stond hij al in de befaamde "Antones" club in Texas en deelde het podium met Buddy Guy, Sonny Landreth en The North Mississippi All Stars (krijgen we een herhaling in Peer?). Het laatste jaar haalde Scott natuurlijk alle mogelijke gitaarbladen ter wereld en vele malen de frontpagina. "I Can All See Trough You" is met zijn Hendrix intro een van de betere songs op dit album, net als de slowblues "Last Thing I Do", dat erg schatplichtig is aan B.B King's "How Blue Can You Get", alleen krijgen we hier een Texaans aandoende bluesrock variatie op 't thema. Heel apart is ook de afsluiter, het instrumentale "Fuzz Six Six Six" dat best te beschrijven valt als: "distorted" Fat Possum music. Scott McKeon, een naam om te onthouden.
(RON)


 

 

 

 

CAMPER VAN BEETHOVEN
POPULAR SONGS OF GREAT ENDURING STRENGTH AND BEAUTY
Website Myspace Contact
Info: Pavement PR - Label: Cooking Vinyl - Distr.: V2

 

 

 

De groep Camper Van Beethoven vierde vorige maand zijn 25-jarige bestaan. Vanuit hun uitvalsbasis in Santa Cruz, Californië speelde deze formatie al die jaren rockmuziek op allerlei wijzen. Doorheen die periode hadden de groepsleden een knipperlichtrelatie en was het niet altijd duidelijk of de band nog wel of niet bestond. Zo waren er ettelijke jaren van complete stilte waarin de leden zich met zijprojecten of soloprojecten gingen bezig houden. Er zijn voortdurend wisselingen bij de groepsleden geweest maar de harde kern bestond al die tijd uit leadzanger en songschrijver David Lowery, violist en gitarist Jonathan Segel, bassist Victor Krummenacher, drummer Frank Funaro en leadgitarist Greg Lisher. David Lowery en Frank Funaro maken overigens ook nog steeds het mooie weer bij die andere populaire Amerikaanse alt-countrygroep Cracker. “Popular Songs Of Great Enduring Strength And Beauty” is het ultieme Greatest Hits-album geworden van Camper Van Beethoven en bevat 18 songs die her en der opgepikt werden uit de vele platen die ze in de voorbije 25 jaar hebben opgenomen. Hun debuutplaat was “Telephone Free Landslide Victory” uit 1985 en op de volgende platen kon je nummers in de meest diverse muziekgenres terug vinden, gaande van ska, punk, country, pop tot instrumentale meesterwerkjes. De songs van Camper Van Beethoven waren altijd uitermate geschikt om gespeeld te worden op de vele lokale popradiostations in Amerika. Als je deze plaat beluistert zal je zeker nummers herkennen als de countryballad “The Day Lassie Went To The Moon”, “Good Guys And Bad Guys” en hun bekendste song “Take The Skinheads Bowling” die een paar jaar geleden nog nieuw leven werd ingeblazen door een memorabele cover van Manic Street Preachers en ook al op de playlist van Teenage Fanclub was terug te vinden. Eind jaren tachtig zat de groep bij Virgin Records waarvoor ze twee albums hebben opnamen. Deze platenmaatschappij weigerde nu om songs van die albums af te staan voor deze compilatieplaat van Camper Van Beethoven. Dus besloot de groep om vijf nummers opnieuw op te nemen voor dit album en zo die dwarsliggende commerciejongens van de platenmaatschappij een hak te zetten. Wij genieten bij de beluistering vooral van het instrumentale nummer “Border Ska”, van het psychedelische punknummer “Opi Rides Again/Club Med Sucks”, van hun Status Quo-cover “Pictures Of Matchstick Men” en van het fiddle- en countrydeuntje “Sad Lovers’ Waltz”. De surrealistische, droge humor die David Lowery in zijn songteksten verwerkt is soms op het absurde af. Luister maar eens naar “When I Win The Lottery” en “All Her Favorite Fruit”. Wij houden bovendien veel van het populaire popschlagertje “Ambiguity Song” dat lekker swingt en tot meezingen en meedansen uitnodigt. Als afsluiter wordt nog snel een knipoogje op de luisteraar losgelaten in het nummer met de dubbelzinnige titel “Shut Us Down”. Wat ons betreft hoeft dit nog niet meteen te gebeuren want wij hopen dat de heren binnenkort ook met nieuw materiaal zullen komen aandraven. Tot dan zullen we het nog moeten doen met deze Greatest Hits-plaat van Camper Van Beethoven.
(valsam)


 

 

 

 

MARY GAUTHIER
GENESIS (THE EARLYYEARS)
Label: Proper Records Distr.: Rough Trade

 

 

We maken hier doorgaans weinig woorden vuil aan heruitgaven - voor je het weet, brengt Natalia haar eerste platen opnieuw uit - maar "Genesis (The EarlyYears)" van Mary Gauthier (spreek uit: 'Goo-schee'), verdient een uitzondering. Verstandige mensen als u en wij kennen haar inmiddels van "Drag Queens In Limousines" en "Filth & Fire", twee uit onversneden folk, duistere countryrock en beer bottle slide guitars opgetrokken odes aan de lovers en losers van het Amerikaanse Zuiden. "Dixie Kitchen", oorspronkelijk uit '97, klinkt lichtvoetiger dan de latere platen: vrij veel uptempo-werk en met de ogen vooral gericht op Nashville, al neigt het eindresultaat meer naar John Prine dan naar pure country. Dat hier een grande dame opgroeit, is toch al hoorbaar! Deze platen zijn inmiddels niet meer leverbaar. Het Engelse Proper label bewijst ons dan ook een grote dienst door met een compilatie van dat vroege werk te komen. Voor een schappelijke prijs kun je nu "Genesis (The EarlyYears), met de mooiste nummers van die eerste drie platen aanschaffen.

 

 

In 2001 overrompelde Mary Gauthier de American liefhebbers met "Drag Queens In Limousines". Hierop liet zij zich kennen als de vrouwelijke tegenhanger van Steve Earle. Beide troubadours hebben lange tijd aan de zelfkant van de maatschappij geleefd en beiden putten uit deze ervaringen de kracht en inspiratie voor hun muziek. De zangeres werd na haar geboorte afgestaan door een moeder die ze nooit gekend heeft, liep als tiener weg bij haar pleegouders, stal een auto en vierde haar achttiende verjaardag in de gevangenis. Achteraf moest ze nog een drugsverslaving overwinnen, ging ze filosofie studeren en begon ze haar eigen restaurant in Boston. Gauthier was al 35 toen ze haar eerste nummer schreef, en nu, tien jaar later, behoort ze tot de meest vooraanstaande singer- songwriters uit de Verenigde Staten. Natuurlijk verwijzen tal van songs op "Drag Queens In Limousines" over de zelfkant van het leven en verbroken relaties. Thema's die ook terugkomen op haar volgende cd's: "Filth & Fire" en "Dixie Kitchen", beiden uit 2002. Dit laatste album was feitelijk een re-release van haar eerste plaat, die in 1997 uitkwam. Ondertussen is onze koningin van de country noir verhuisd naar het Americana-label van de afgelopen jaren: Lost Highway, hetgeen meteen de doorbraak naar het bredere publiek betekende. Een overstap die Gauthier kracht bijzet met de albums "Mercy Now" (2005) en "Between Daylight And Dark" (2007), die wereldwijd met lovende kritieken ontvangen werden, al waren soms wel de meningen verdeeld. Nu ligt al een paar weken de compilatie -cd "Genesis (The EarlyYears)" in de rekken, met prachtige en vaak ontroerende liedjes, die veelal handelen over mensen en situaties die zij in de loop der jaren zelf meemaakte. Daarbij moraliseert Gauthier absoluut niet, maar is ze slechts een scherp observator, met liefde en compassie voor haar subjecten. De schrijfstijl doet aan John Prine denken, verhalend en direct, terwijl de muziek van de beste Americana is die een mens vandaag de dag kan vinden. De ene keer ingekleurd door orgel, een andere keer door mandoline, fiddle of steel guitar; hier door een simpele en subtiele drumpartij of een harmonium, daar door een mondharmonica, de steeldrum, een beer bottle slide guitar of hemelse harmonieën. Zo zingt onze kleine held Slaid Cleaves mee op de opener "A Long Way to Fall". En dan de scherpe observaties en frasen die Gauthier kwansuis achteloos uitstrooit: "I fell into the space between us, and that's a long way to fall" (uit "A Long Way to Fall") of "Good-bye could have been my family name", over een bastaard die door chronische onrust gedwongen wordt altijd maar weer verder te trekken en alles achter te laten ("Good-bye"). Of strofen als "There's a couple counting money in room 124, they're wrapping 10's and 20's, throwing 1's down on the floor. They're strung out and nervous, they jump at every little sound. He keeps picking up his pistol, then putting his pistol down" ("Camelot Motel") of "Sugar Cane" over de verstikkende vervuiling door de oogst en het raffineren van suikerriet in het Thibodaux van haar jeugd: "Mama said she don't give a damn what those people say/Cane smoke can't be good for you day after day/Every year at harvest time when the black smoke filled the sky/She'd pick me up and take me home and make me stay inside/From Thibodaux to Raceland there's fire in the fields/All the way up the bayou from Lafourche to Iberville/Dirty air, dirty laundry, dirty money, dirty rain/A dirty dark at daybreak, burning the sugar cane". Gauthier weet waarover ze zingt, want het zijn haar ouwe buddies, echte en ingebeelde. Hoogtepunten noemen is zinloos, dit zijn stuk voor stuk juweeltjes. "Genesis (The EarlyYears)" demonstreert de kunst van de eenvoud: in al zijn puurheid is dit een prachtig mooi album.

TRACKS:
1. Long Way To Fall
2. Our Lady Of The Shooting Stars
3. Evangeline
4. Camelot Motel
5. Sugar Cane
6. I Drink
7. Karla Faye
8. Drag Queens In Limousines
9. Different Kind Of Gone
10. Goodbye
11. Christmas In Paradise
12. GD HIV
13. Ways Of The World
14. I Ain't Got No Home
15. I Don't Know Nothing About Love


 

 

 

 

VARIOUS ARTISTS:
THE ROUGH GUIDE TO THE MUSIC OF MALI
Label:Rough Guides / World Music Network
Distr.: Music & Words

 

 

Een compilatie Cd heeft zo zijn voordelen en nadelen. Voordeel is dat je naast de al internationaal doorgebroken artiesten ook minder bekende muzikanten kan ontdekken. Nadeel is dat je van je eventuele voorkeurartiest dan maar één nummer krijgt. Maar dat is waarschijnlijk de bedoeling van ‘The Rough Guide’ om de luisteraar op zoek te laten gaan naar de ‘full lenght’ album van een artiest, al dan niet bekend. Wie van Mali houdt, kroonjuweel van West-Afrika, zal met dit album alleszins diepgaandere kennis opdoen van de rijkdom van de Malinese muziek, waarbij vooral de namen van Ali Farka Touré en zijn zoon Vieux Farka Touré in het oog springen, naast de vrouwelijke vocalen van Oumou Sangare en Rokia Traore. Nieuwkomer Tinariwen met hun originele woestijnblues vind je er ook op. In ons land zijn zij na hun doortocht en succesalbum ‘Amassakoul’ al lang geen onbekende meer, zoals trouwens ook Amadou & Mariam al langer bij ons bekend zijn. Het lijstje is op lange na niet volledig, maar meer informatie kan je altijd krijgen op de website van The Rough Guide en in het ‘booklet’. Intussen kan je alvast luisteren naar meer dan een uur gevarieerde Malinese muziek, akoestische blues, beat- en dansritmes, traditionele en modernere muziek waarbij de instrumentale variatie het allemaal boeiend houdt. De n’goni spelers, de kora van Toumani Diabate, de xylofoon en ook de saxofoon zijn allemaal vertegenwoordigd en brengen afwisseling in deze compilatie. Van elke zanger, zangeres of groep kom je ook de etnische afkomst, de achtergrond of bijzonderheden te weten met occasioneel een verwijzing naar de plaat waarmee zij de aandacht op zich vestigden. Wie van Malinese muziek houdt heeft echter al langer Toumani Diabate, Habib Koité, Boubacar Trarore of Kandia Kouyate in huis naast een reeks Ali Farka Touré albums. Activiste Oumou Singare met het mooie Baba -of Vader- op haar ’Worotan’ Cd verrijkt het album met meer vrouwelijke sensuele inbreng, zoals trouwens ook de hemels zingende Rokia Traore. Nieuw zijn ‘Les Ambassadeurs Internationales’ met hun dansbare muziek, alhoewel reeds in 1971 opgericht, maar de kleurrijke Tinariwen groep, Toearegs uit Mali, met hun leider Ibrahim Ag Alhabib, zorgt in deze compilatie voor originaliteit met hun strijdbare rappende Tamashek muziek. Wat deze Cd zo aantrekkelijk maakt is dat de encyclopedische kennis van ‘The Rough Guide’ omgezet wordt in auditieve verrassing en vervoering. En ja, ik zal op zoek gaan naar het album ‘Niger’ van Afel Bocoum, een van de neven van Ali Farka Touré, toch één van de doelstellingen van ‘The Rough Guide’ om muzikanten nu nog in de schaduw meer in het daglicht te trekken.
Marcie

TRACK LISTING:
01. Bala - Bassekou Kouyate & Ngoni Ba Feat Zoumana Tereta
02. Simbo - Ali Farka Touré & Toumani Diabate
03. Mali Ba - Habib Koité & Bamada
04. La Realité - Amadou & Mariam
05. Kalan Nege - Issa Bagayogo
06. Baba - Oumou Sangare
07. Ali Farka - Afel Bocoum
08. Kanan Neni - Rokia Traore
09. Tabara - Vieux Farka Touré Feat. Ali Farka Touré
10. San Barana - Kandia Kouyate
11. Djeli Baba - Babani Kone
12. Mousso Gnaleden - Les Ambassadeurs Internationales Feat Salif Keita
13. Mouso Teke Soma Ye - Boubacar Traore
14. Arawan - Tinariwen
15. Summertime In Bamako - Keletigui Diabate