ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008


 

TIM HARDEN - TIM HARDEN

THE MANNISH BOYS - LOWDOWN FEELING

EMMYLOU HARRIS - ALL I INTENDED TO BE

JON JUSTICE - THE REBOUND

WILLIAM SOUFFREAU & THE MOONLOVERS - WILLIAM SOUFFREAU & THE MOONLOVERS

CHIP TAYLOR - NEW SONGS OF FREEDOM

MONICA DUPONT - LIFE GOES ON

T BONE BURNETT - TOOTH OF CRIME

DONAL HINELY - BLUE STATE BOY

THE HORSE FLIES - UNTIL THE OCEAN

 



 

 

TIM HARDEN
Website Myspace Contact
Label: Studio de la Saw CD-Baby

 

In het Texaanse stadje Round Rock nabij San Antonio woont een gedreven muzikant samen met zijn lieftallige echtgenote en familie. Professioneel is hij dagelijks actief in de audio- en visuele kunsten. Toen ik dit debuutalbum van deze niet meer zo jonge musicus in de cd-speler stak en de eerste song – het schitterende meezingertje “Remind Me Of You” - hoorde moest ik onverwijld denken aan de liedjes en de soms komisch lijkende zangpartijen van Beatles-drummer Ringo Starr. Stuwende rock- en popsongs zijn het handelsmerk van deze sympathieke bard die zelf beweert vooral muzikale beïnvloeding van Alan Parsons, John Entwistle en Tom Petty te hebben ondergaan. Vocaal leunt hij eveneens sterk aan bij iemand als Who-gitarist Pete Townshend. Ook in de song “So Far Away” kiest hij voor een vlotte popsong met dito melodie en een lekker meezingbare tekst. “Tongue In Cheek”-songs is de Engelstalige uitdrukking voor dit soort liedjes met de nodige dosis sarcasme en cynisme. Tim Harden kan daarnaast ook een aardige gevoelsgeladen ballad uit zijn mouw schudden zoals hij laat horen in “Coming Home” en in zijn op reggaeritmes gebaseerde coverversie van “Wicked Game” uit het songrepertoire van Chris Isaak. Drie jaar heeft Tim Harden gesleuteld aan de liedjes voor deze titelloze plaat en hij heeft de elf songs ongeveer even lang uitgetest op zijn publiek tijdens vele live optredens. Daardoor weet hij natuurlijk wel welke songs er staan en wat aanslaat bij de luisteraars. Voor de opname van de liedjes in de studio speelde hij een hele reeks instrumenten zelf in, gaande van elektrische tot akoestische gitaren, basgitaren, piano, synthesizer, drums en andere percussie. Daarenboven voegde hij de lead vocals en de harmony vocals aan de muziek toe en voor enkele andere instrumenten zoals viool of mondharmonica deed hij een beroep op bevriende musici. De trombones in het vrolijk swingende nummer “No More” nam hij echter weer zelf voor eigen rekening. Om het werk af te maken deed hij zelf ook de mixing, de engineering en de productie van het album. Je kan deze feelgood-cd dus probleemloos een levenswerk noemen waar hij terecht fier op kan zijn. Wij amuseerden ons alvast heel goed tijdens de beluistering en het schrijven van deze cd-recensie.
(valsam)




 

THE MANNISH BOYS
LOWDOWN FEELING
Label: Delta Groove
Distr: Coast To Coast

 

 

Dat de hedendaagse West Coast blues scene zeer rijk is aan blues talenten, dan kunnen we die zeker terugvinden in de West Coast super groep die hunzelf The Mannish Boys noemen. En met hun debuut "That Represent Man" uit 2004 brachten ze één van de beste albums van het jaar op de markt. Als u weet dat u in The Mannish Boys de absolute top van de West Coast blues veteranen en de jonge garde spelen, weet u dadelijk wat u te wachten staat. Deze groep bestaat nl. uit : Finis Tasby (vocals), Kirk Fletcher (gitaar), Frank Goldwasser (gitaar), Leon Blue (piano), Ronnie Weber (bas) en June Core (drums), maar ook de 'special guests' op dit debuut waren niet de minste, o.a. Roy Gaines (vocals & gitaar), Johnny Dyer (vocals & harmonica), Mickey Champion (vocals), Paul Oscher (gitaar) en Randy Chortkoff (harmonica). Finis Tasby is zowat de spil van deze groep, Tasby's stem weet duidelijk de bluessound van de jaren '40 terug te doen herleven en weet daardoor een zekere meerwaarde aan deze plaat te geven. Na "Live In Demand" (2005) en "Big Plans" (2007) is er nu het nieuwe album "Lowdown Feeling", waarop de reeds uitgebreide bezetting van de Mannish Boys, nog maar eens gegroeid is. Bobby Jones, de wat vergeten Chicago blues shouter, komt de rij vervoegen en krijgt binnenkort een solo cd op zijn actief, want Randy Chortkoff, met wie we een geprek hadden tijdens het Ospel festival in de maand mei van dit jaar (zie interviews), kon maar niet zwijgen over de kwaliteiten van deze man. Een band als deze, daarvoor mogen we de term "supergroep" voor éénmaal wel gebruiken. Finis Tasby, Kid Ramos, Richard Innes, Johnny Dyer, Kirk “Eli” Fletcher, Frank Goldwasser, wat een kwaliteit op één klein schijfje. Buiten de normale bezetting is er op deze sterke release ook nog plaats voor een portie special guests zoals Lynnwood Slim, die op mondharmonica sterk is op "Woodchuck" een boogie met John Lee Hooker allures. Randy Chortkoff speelt een knap stukje mondharmonica op het toepasselijk getitelde “Rude Groove”, ik denk dat de andere blueslabels Delta Groove zo wel zullen noemen binnenkort, want één voor één halen ze alle grote vissen binnen. Kijk maar wat er in de volgende maanden nog allemaal via deze stal op de wereld losgelaten gaat worden. Al Blake en Junior Watson zijn ook van de partij en zo komt het totaal van deze band met de blazerssectie erbij op niet minder dan 20 topmuzikanten. The Mannish Boys kregen al verscheidene nominaties voor hun vorige drie releases, maar hopen nu toch op die Blues Foundation Award, iets wat ze inderdaad verdienen. Randy zei met niets minder tevreden te zijn. Op Howlin Wolf’s "Chocolate Drop" is Bobby Jones in grote doen, ik ben dan ook benieuwd naar diens eigen cd binnenkort. De titelsong waar Finis in ware T- Bone stijl zingt over een "cold hearted woman, who got ice water in her veins" behoort tot één van de hoogtepunten. Er zijn er echter meerdere "Fine Looking Woman" bijvoorbeeld, ook grote klasse. Niet minder dan 17 sterke songs op deze bluesplaat die de sfeer uitstraalt van de vroegere bluesrevues zoals Johnny Otis of Ike Turner ze vroeger brachten. Zonder twijfel één van de meest indrukwekkende bluesreleases van 2008. Deze "Lowdown Feelin" had beter "Mighty Good Feeling!" geheten.
(RON)



 

 

 

 

EMMYLOU HARRIS
ALL I INTENDED TO BE
Website Myspace
Label : Nonesuch Records
Distr. : Warner Music

 

 

Sinds meer dan dertig jaar is Emmylou Harris er in geslaagd om steeds vernieuwend en modern uit de hoek te komen. De onlangs 61 jaar geworden dame die geboren werd in Birmingham, Alabama kan terugblikken op een ronduit indrukwekkende carrière waarin ze in de schijnwerpers verscheen aan de zijde van Gram Parsons en in de daaropvolgende jaren de studio mocht intrekken met zowat alle groten der aarde voor duetten en werk als backing vocaliste. Haar bijdragen aan songs van artiesten als Roy Orbison, Mark Knopfler, Willie Nelson, Johnny Cash, Bob Dylan, The Band en Ryan Adams en haar muzikale uitstappen met Linda Ronstadt en Dolly Parton zijn gedoemd om voor altijd in de gouden boeken van de muziekgeschiedenis opgenomen te worden. Het is een indrukwekkende prestatie dat ze daarbij doorheen al die jaren nooit heeft ingeboet aan geloofwaardigheid en ook nooit heeft gekozen voor de commerciële roem. Daarbij heeft ze ook nooit vergeten dat ze met haar liedjes kan bijdragen aan diverse goede doelen zoals dierenrechten en de strijd tegen allesvernietigende landmijnen. Niemand zingt als Emmylou Harris. Dat kunnen we nu alweer horen op haar recentste album “All I Intended To Be” waarvoor ze met haar ex-man Brian Ahern de studio introk. Daar nam hij de honneurs waar als producer en medemuzikant. Haar liedjes mikken ook op deze plaat weer recht naar het hart met uit het leven gegrepen verhalen in songs als “Hold On”, “Moon Song”, “Gold”, “All That You Have Is Your Soul”, “Not Enough” en “Beyond the Great Divide”. Ook op deze plaat selecteerde Emmylou Harris weer een mooie ruiker coversongs zoals Patty Griffin’s “Moon Song”, Tracy Chapman’s “All That You Have Is Your Soul”, Merle Haggard’s “Kern River” en Billy Joe Shaver’s “Old Five And Dimers Like Me”. Haar bijdrage is dat ze er in slaagt om aan elk van deze songs een persoonlijke toets mee te geven waardoor de liedjes een uiterst interessante interpretatie meekrijgen. Zij blijft ook nog steeds graag samenwerken met haar hartsvriendinnen Kate en Anna McGarrigle die twee songs samen schreven en ook zingen met Emmylou Harris. Daarnaast waagt zij het ook weer om drie eigen liedjes op deze cd te plaatsen, iets wat ze vroeger nooit durfde te doen, volledig onterecht overigens. Want “Gold”, “Take That Ride” en “Not Enough” misstaan helemaal niet tussen de overige ijzersterke nummers op “All I Intended To Be”. Voor de zoveelste keer kunnen we dus weer onomwonden zeggen: topplaat en een verrijking van je platencollectie. Aanschaffen, dus.
(valsam)

Emmylou Harris LIVE
25 Sep 2008 - Paleis voor Schone Kunsten, Brussel



 

JON JUSTICE
THE REBOUND
Website Myspace
Info: Blind Raccoon
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

De eerste tonen van Jon Justice's nieuwste album lijken de aanzet voor een onvervalst bluesrock album. De in Chicago, Illinois, geboren (1982) jongeman bewijst met deze plaat als gitarist en zanger ruimschoots zijn ongeëvenaarde veelzijdigheid. Het gemak waarmee hij stijlen afwisselt op zijn tweede cd is indrukwekkend. De blues blijft echter de boventoon voeren, en hoe... Justice's gitaarspel is virtuoos, maar verzandt nergens in de overdreven krachtpatserij die sommige bluesrockalbums zo kenmerkt. De song blijft het belangrijkste. De ritmesectie is dan weer strak, dan weer stuwend, zoals het moet zijn op een album als dit. Na zijn vorige album "Forget About Time" uit 2004, vinden we op zijn nieuwste, "The Rebound", wederom een mix van soulballads, funky shuffles en slow blues. Ondersteund door een klasseband toont hij de persoonlijkheid van een goede singer-songwriter door het precieze spel en zijn smartelijke, soms schorre stem. Daarmee legt hij een sterke persoonlijke lading in de teksten. Onwillekeurig doet hij zo denken aan de soulvolle blues van het veel te vroeg overleden bluestalent, Sean Costello. Zijn zelf geschreven nummers mengen blues en energieke rock, terwijl zijn zang bovendien fantastisch is. Zijn stem kan rauw en dan weer gevoelig zijn en is beïnvloed door soulzangers als Otis Redding en Wilson Pickett. Samen met zijn band maken ze dampende bluesrock, waarbij zijn gitaarspel veel doet denken aan Derek Trucks. Met krachtige songs, weet Justice hierbij zijn gitaarkunsten nooit te laten domineren boven zijn songs en hun soulvolle arrangementen. Het is razend knap hoe Jon muzikale clichés tot een eigenzinnig en verfrissend geheel samensmeedt. Ook de heldere no nonsense productie van Phillip Wolfe (Alabama, Trick Pony, Dickey Betts) werkt mee, maar vooral de uitstekende begeleiders maken van dit album een waar feestje. Zoals ook in zijn vorige album zijn het voornamelijk blues, R&B en swamp-invloeden die zijn songs zo geweldig maken, met hier dan als uitschieters de soulvolle ballads: "All in My Head", "Lose it All", "Get You Good" en "Brighter Day". Maar het rauwe geluid van Justice's stem leent zich daarnaast ook prima voor de onvervalste rockers als "Mean Old World", "Working Girl" en de titeltrack. Hij brengt bluessongs van een heel hoog niveau, want hij mist de irritante neiging om de gitaarbeul uit te hangen, waardoor de liedjes lekker compact blijven, en gezien de progressie van deze plaat zal ik met gepast enthousiasme uitkijken naar de zoveelste redder van de blues zijn volgende release. Jon Justice wordt veelvuldig gerangschikt onder de noemer blues, maar dat genre dekt de lading niet. Justice is vooral soul! "The Rebound" is een cd waar de soul en het spelplezier van afdruipt. Voor zowel de blues-, de soul- als de rootsliefhebber een aanrader en dus alle reden om dit album aan te schaffen. Jon Justice geeft hiermee opnieuw een indrukwekkend visitekaartje af, één van de nieuwe vaandeldragers van de blues dient zich aan!



 

 

 

 

 

 

WILLIAM SOUFFREAU & THE MOONLOVERS
Website Myspace

 

 

De groepjes waarin William, muzikant, singer-songwriter en gereputeerde ‘seventies’ poprocker, in gespeeld heeft is reeds lang niet meer bij te houden. ‘The Blue Jets’, ‘Blink It’ en vooral de hardrockband ‘Irish Coffee’ zijn er enkele van. Eén ding is zeker, deze geroutineerde muzikant uit Erembodegem heeft de muziek in zijn bloed en het is nog zeer de vraag of hij ooit van deze heilzame verslaving af zal geraken. Hopelijk nooit want met dit nieuwe album heeft William Souffreau weer een gevarieerde plaat uitgebracht, dat hij zelf opnam in de ‘Soundhill Studio’ samen met The Moonlovers. Van de acht of negen soloalbums die van hem op de markt kwamen, koester ik nog steeds zijn ‘In My Room’ die de singer-songwriter in Souffreau goed profileerde. In dit laatste titelloze album gaat hij echter meer de rockende richting uit, normaal voor iemand die in België de reputatie heeft van rockicoon. In de Belgische muziekscène speelde hij zowat met alle bekende muzikanten, Philip Catherine, Wigbert, Lange Polle, Bruno Deneckere, Jan De Wilde, enz. om er slechts enkele op te noemen. Op dit nieuw album zijn de Moonlovers de drie muzikanten van dienst: gitarist Jan Blieck, bassist Dieter De Mits en percussionist Gino Campenaerts. Maar constanten zoals steeds zijn Souffreau’s gruizige stem, de soulvolle vertolking van eigen teksten en de schurende gitaren. Rockblues, swamprock en vitale countryblues wisselen elkaar af. Maar ‘Doesn’t Bother Me’ klinkt sfeervol jazzy, het equivalent van een viriele Cassandra Wilson, zoals trouwens ook ‘I Want Your Love Right There’ met discrete pianobegeleiding van gastmuzikant Bas Bulteel. Radio1 zou wat meer airplay moeten geven aan dergelijke songs om het jazzblues gehalte van hun top 20 wat op te krikken. Daartegenover staat dan weer het opzwepende ‘Keep Your Head Cool’ dat juist tegendraads een verhittingseffect geeft door de passie die er vanaf spat. En gastmuzikant Jan Oelbrandt veegt met pedalsteel en dobro wat Nashville verfstroken doorheen ‘’Under A Moonlit Sky’. Het cajun sprankelende ‘Dancing On His Tomb’ met mandoline en accordeon zou zelfs een doemdenker terug happy maken en ‘Music Maker’ klinkt als de eindgeneriek bij een fictieve documentaire over de laatste uurtjes van de uitstervende Gentse feesten. De nostalgische kant van Souffreau laat zich horen in het dromerige slotnummer ‘Like Kerouac’, met gevoelvolle pianobegeleiding van Bulteel, waarin de dichter/zanger naar een lichtpunt zoekt wanneer donkere wolken zijn richting uitdrijven. In al die combinaties en afwisseling van genres hoor je dat Souffreau passioneel bezig is met alle soorten muziek, wat ook weer dit album ten goede komt. Hopelijk zijn hij en zijn maanaanbidders nog lang niet uitgespeeld.
Marcie

WILLIAM SOUFFREAU LIVE

Jul 6 2008 8:00P - OLD SCHOOL - BURST(Kerkplein)
Jul 9 2008 8:00P - OLD SCHOOL - ANTWERPEN (KING KONG)
Jul 11 2008 8:00P - William Souffreau / SOLO ZARLARDINGE
Jul 22 2008 8:00P - THE COCHRANS - HERZELE (Burchtfeesten)
Aug 16 2008 8:00P - THE COCHRANS - EREMBODEGEM (TC BYBLOS)
Aug 17 2008 8:00P - THE COCHRANS - MELLE (Buurtfeesten)
Aug 30 2008 8:00P - OLD SCHOOL - LICHTERVELDE (MIDLIVEROCK°)
Sep 5 2008 8:00P - OLD SCHOOL - ST.AGATHA.BERCHEM( CG.De Kroon)
Dec 4 2008 8:00P - WILLIAM SOUFFREAU & THE MOONLOVERS - GENT (Charlatan)

 



 

CHIP TAYLOR
NEW SONGS OF FREEDOM
Myspace
Label : Trainwreck Records
Distr. : Rounder Europe

 

 

Chip Taylor is back in town. Deze “éminence grise” slaat weer toe met een schitterend werkstukje in de vorm van een ep getiteld “New Songs Of Freedom” die in beperkte oplage wordt aangeboden tegen een schappelijk prijsje. Daarvoor krijg je als luisteraar echter alweer een prachtige selectie liedjes van deze meester-songsmid. Op zijn eigen platenlabel “Trainwreck Records” heeft hij zichzelf de vrijheid gegund om zijn ongezouten mening te verkondigen over de regering in Amerika en over de oorlogen waarin zijn land steeds maar opnieuw verwikkeld lijkt te geraken. De politieke rampspoed veroorzaakt door president Bush en zijn Republikeinse regering wordt uitgeschreeuwd in 7 nummers die een paar keer worden voorafgegaan door een gesproken intro waarin Chip Taylor het verhaal brengt dat aanleiding heeft gegeven tot de daaropvolgende song. Van deze 7 nummers zijn er ook nog enkele heruitgegeven liedjes van zijn niet meer verkrijgbare protestplaat “Black And Blue America” uit 2001. Interessant is ook een 25 minuten durende weergave van het opnameproces van een song in de studio waarin je kan horen hoe Chip Taylor de verschillende takes zingt en opneemt totdat hij uiteindelijk tevreden is met het geleverde resultaat. De betreffende song is “Dance With A Hole In Your Shoes”, niet toevallig ook het nummer waarmee de ep begint. “Former American Soldier” gaat over een zwaar genegeerde Vietnam-veteraan die zijn droevig maar realistisch verhaal mag brengen. Met deze ep verrast Chip Taylor ons alweer omwille van het feit dat je een dergelijke themaplaat niet direct van deze romanticus die ooit “Angel Of The Morning” schreef zou verwachten. “New Song Of Freedom” over de situatie in Tibet en “Sunshine’s A Waterfall” over het vernietigende godsdienstterrorisme zijn behoorlijk kritisch qua tekst maar proberen ook een positieve boodschap mee te geven. En “Black And Blue America” over het racisme en de uitbuiting van de zwarten door de eeuwen heen en “Dance With Jesus” zijn niet mis te verstane politieke opiniestukken. De aandachtige luisteraar zal door deze songs uitgenodigd worden om eens even diep na te denken over het bezongen onderwerp. En wij denken dat het Chip Taylor daar in de eerste plaats om te doen was met deze tussendoorplaat. En bij Rootstime zijn we nog een beetje meer vereerd dat we vorig jaar een lang interview met deze muzieklegende hebben mogen hebben tijdens zijn doortocht door België.
(valsam)



 

MONICA DUPONT
LIFE GOES ON
Website
Label: Modern Blues Productions
CDBaby

 

 

Gezegend zijn met een unieke stem, zoals ook Nina Simone die had, heeft zo zijn voordelen. Als je de Amerikaanse Monica Dupont uit Californië hoort zingen dan denk je aan een diepdonkere bluesstem die bijvoorbeeld aan Howlin’ Wolf herinnert, maar minder aan vrouwelijke bluesvocalen. In het muziekwereldje is dat meegenomen, want dan gaan er waarschijnlijk enkele achterpoortjes meer open. Want als je geen jong attractief ‘babe’ talent bent maar een bluesveterane van het eerste uur dan moeten er toch meer muurtjes worden gesloopt. Natuurtalent Monica Dupont heeft nochtans een bluesverleden die jaloers kan maken al heeft zij in de voorbije vijfentwintig jaren geen cd meer uitgebracht. Al vanaf haar dertigste maakte zij naam als blueszangeres/gitariste in de Oakland bluesscène. Zij trad op met haar eigen band of stond beroemdheden als o.a. Mel Brown en Luther Tucker terzijde. Een beroerte deed haar afhaken met een laatste optreden in 1983 tijdens het San Francisco Bluesfestival, waarna zij als productief schrijfster een andere weg insloeg. Maar zoals dat gaat, de blues laat iemand niet los vooral als men weet waarover men zingt. Toen haar oudere werk in 2004 werd heruitgebracht in het album ‘Early Eighties’, kwam er terug belangstelling voor haar eigensoortige blues. Producer Gary Novak, die als multi-instrumentalist/basgitarist zelf meespeelt, zorgde dat dit ‘Life Goes On’ album, na 25 jaar stilte, tot stand kwam met daarop heel wat bevriende muzikanten die een rol speelden in de bluescarrière van Monica, jaren 1970-’80. Onder hen o.m. gitarist Ron Thompson, harpist Mark Hummel, Mitch Woods met piano en Blaine Hoopes met saxofoon, die van ‘Mr. Cool’ iets jazzy pittigs maakt. Het resultaat is een afwisselend geheel met up tempo songs, boogie, authentieke Delta en moderne Westcoast blues, waarop de soulblues en jazzy touch niet ontbreken. Monica speelt zelf gitaar, wat zij opnieuw heeft moeten leren en met haar doorleefde stem weet zij alle gevoelsschakeringen diepgang te geven. Hoe Monica aan zulke stem gekomen is doet minder terzake. Kettingroken of de baritonpartij zingen in de opera lijkt me nogal vergezocht, een originele speling van de natuur ligt meer voor de hand. Op enkele na, schreef zij ook alle songs zelf, waarbij ik vooral haar dubbel gelaagde ‘Shakin’ The Sheets’ met Mitch Woods’ pianobegeleiding weet te appreciëren. Maar ook J.B. Hutto’s ‘To Much Alcohol’ met de slidegitaar van Microwave Dave geeft luisterplezier. Topper blijft haar eigen ‘The Man From New Orleans’ in een spontane Live versie, die de oude Deltablues ontroerend laat herleven. Maar alle tien nummers op dit album hebben iets aparts, waar vermoedelijk Eric Dolphy deels verantwoordelijk voor is. Want naast de invloeden van Nina Simone, James Brown en Weather Report was deze jazzmuzikant haar tot voorbeeld in zijn eigengereidheid om ‘buiten de lijntjes te kleuren’, wat ook ‘Life Goes On’ zo speciaal maakt.
Marcie



 

T BONE BURNETT
TOOTH OF CRIME
Website
Myspace
Label : Nonesuch Records
Distr. : Warner Music

 

 

Joseph Henry Burnett werd net zestig jaar. Interessant zal je denken, maar wat kan je met dit nieuwtje aanvangen. Dit heerschap is in de muziekwereld veel beter bekend als T-Bone Burnett, een Texaanse songschrijver, muzikant en producer met een indrukwekkende track record in de business. 14 jaar na zijn laatste soloplaat “The Criminal Under My Own Hat” uit 1992 bracht hij in 2006 plots een nieuwe plaat uit “The True False Identity” die hem weer helemaal centraal in the picture plaatste. Nu is er al een opvolger voor die plaat, getiteld “Tooth Of Crime”. Hij toert momenteel door de wereld met Robert Plant en Alison Krauss voor wie hij de succesvolle cd “Raising Sand” produceerde. T-Bone Burnett heeft zich overigens een oersterke reputatie opgebouwd als platenproducer van o.a. Bob Dylan, Elvis Costello, k.d. Lang, Roy Orbison, The Wallflowers, Tony Bennett en Los Lobos. Zijn erkenning als songschrijver blijkt ook uit de ontelbare covers die van zijn liedjes gemaakt werden door deze zelfde artiesten maar ook door Arlo Guthrie, Warren Zevon, Peter Case en Emmylou Harris. En hij was ook de producer voor de soundtrack van de films “O Brother, Where Art Thou?” (waarvoor hij een Grammy-award in de wacht sleepte), de Johnny Cash-biografie “Walk The Line” en “The Big Lebowski”. De nieuwe plaat “Tooth Of Crime” is het resultaat van een lange samenwerking met Sam Shepard die al in 1996 begon toen ze in New York samen werkten aan de muziek voor Shephard’s toneelstuk “Tooth Of Crime (Second Dance)”. Dit theaterstuk vertelt het verhaal van een ouder wordende rockster wiens roem tanend is en die geconfronteerd wordt met een jongere acteur die zijn rol probeert in te nemen in een musical. In de “spoken word”-openingstrack op deze cd “Anything I Say Can And Will Be Used Against You” peutert T-Bone Burnette de vinger meteen diep in de gapende wonde met de woorden “You’re my friend but I’m going to kill you”. Ook in enkele andere nummers gaat het er behoorlijk rauw en ruw aan toe, zoals in de spaghetti-westernsong “Dope Island” waarin zijn ex-vrouw Sam Phillips deels voor de vocalen zorgt of in het brutale “The Rat Age” en het sfeerstukje “Telepresence”. Sam Phillips verzorgt de lead vocals in het filmische nummer “Blind Man”. Een sprankeltje blues is aanwezig in de afsluitende song “Sweet Lullaby”. Mijn favoriete song is echter “Kill Zone”, een prachtige ballad die geënt werd op een melodie die T-Bone Burnett samen met Roy Orbison had gecreëerd net voor diens plotse overlijden eind 1988. Die invloed van de “Big O” op dit nummer is overduidelijk hoorbaar: gewoon topklasse. Muzikaal wordt druk geëxperimenteerd met theatrale en dramatisch klinkende geluiden waarbij je de acties op de scène er dan maar zelf moet bij bedenken. Voor de opnames deed T-Bone Burnett een beroep op zijn oude muzikale vrienden: gitarist Marc Ribot en drummer Jim Keltner. De overige muzikanten werden geselecteerd uit de begeleidingsgroep voor de Plant & Krauss-tournee. “Vakmanschap is meesterschap” en deze T-Bone Burnett is een vakman die met deze “Tooth Of Crime” zijn meesterschap in songwriting nog maar eens etaleert.
(valsam)



DONAL HINELY
BLUE STATE BOY
Website
Myspace
Label: Scuffletown Records / ATOM records
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

 

Onbekend maakt onbemind. Ook de in Denton, Texas opgegroeide Donal Hinely kan bijvoorbeeld niet bogen op een grote naamsbekendheid. Vorige jaren probeerde Rootstime in elk geval zijn naam én zijn talent onder het voetlicht te brengen met zijn albums, "We Built A Fire" (2002) en "Giants" (2005), zijn derde CD die de nodige complimenten scoorde. Nu dan nieuw werk, "Blue State Boy" geheten. En om maar met de deur in huis te vallen: mooie cd: de songwriting; het gitaarspel en ook die aangename stem geeft een zeer positief gevoel dat liefhebbers van het singer/songwriter- genre in de orde van een Steve Earle of een Robert Earl Keen zeker zal bevallen. Voor de productie van die plaat kon Hinely zoals steeds wederom beroep doen op David Henry die we ondermeer kennen voor zijn werk met de Cowboy Junkies, Josh Rouse en Vienna Teng. Deze multi-instrumentalist zorgde geluidsgewijs voor een sierlijke strik rond dertien liedjes, heerlijke Americana. Naast Henry (elektrische gitaar, mandolin, cello, orgel, piano, trompet, percussie en zang) en Hinely zelf (zang, gitaren & ukelele) leveren daaraan ook de onvolprezen gitarist Will Kimbrough (Rodney Crowell, Todd Snider), Steve Bowman van The Counting Crows (drums & percussie) en Fats Kaplin (pedal steel) een substantiële bijdrage. "Blue State Boy" komt net iets steviger over als zijn kalere voorganger "Giants". En daar zijn we tevreden mee, want zoals gesteld: Hinely beheerst zijn gitaar als geen ander, zijn storytelling klopt en hij heeft een zeer vertrouwde stem. Zoals bij de meeste singer-songwriters uit Texas reflecteren ook Hinely's messcherpe songteksten zijn politieke meningen ("Amerigo Vespucci") en persoonlijke gevoelens. Dat hij goed geluisterd heeft naar hun muzikale voorbeelden is te horen in de opener "Song for Bob", een song gericht aan Mr. Dylan, refererend aan diens "Times Are Changing". Vocale bijdrage van Tommy Womack maakt van deze song meteen een prijsnummer, maar met zijn andere hartverwarmende songs staat hij toch heel dicht bij de mensen. Een sporadische poging tot rocken in "Cecilia's Kitchen" pakt minder goed uit, maar dat herstelt hij weer met meer ingetogen werk als "Dream Going Down", "Half as Cool as Nick Lowe" en "Winds of Change", met in deze laatste twee songs wederom vocale steun van Womack. Opvallende liedjes zijn verder zeker ook het zalige rootsrockertje "She Comes Around", het met pedal steel, viool en cello opgeluisterde "Nashville Blues" en de zeer verhalende titeltrack, waarin hij zingt: "My neighbors a liberal. I just want to live free". Naast valse dromen en verloren liefdes, is die vrijheid het thema over de hele CD. Ik wens dat op voorhand te geloven, in een kleine, intieme setting -de zogenaamde luisterconcerten- zal deze Texaan zeker goed tot zijn recht komen. Toch is "Blue State Boy" weer een bijzonder exportproduct uit onze favoriete muziekstaat Texas en lijkt de Texaanse intellectueel Hinely steeds meer vrienden te maken aan de andere kant van de Atlantische oceaan.

 



 

THE HORSE FLIES
UNTIL THE OCEAN
Website Myspace Contact
CDBaby

 

 

 

Het is ongewoon om bij een bespreking van een Cd met superlatieven te beginnen, maar subliem, magistraal, innovatief, adembenemend en beklijvend zijn termen die spontaan opkomen bij beluistering van dit studioalbum van ‘The Horse Flies’, het eerste sinds lange tijd. Sinds hun bassist overleed ontbrak het de bandleden aan animo om zonder hun muziekmaat gezamenlijk verder te doen. Deze fantastische New Yorkse band, die akoestisch met synthetisch en folk met improvisatie verenigt, werd opgericht in 1981. Sindsdien trokken zij met hun vernieuwende muziek door de USA, Canada en Europa, waar zij overal op festivals of op radio met hun eigensoortige muziek verbluften. Hoofdrolspelers zijn Richie Stearns met zijn emotionele zang en banjo, Judy Hyman met haar pakkend vioolspel en ook zang en Jeff Claus met ebow, uke en akoestische hetzij elektrische gitaar. Maar ook de drie andere muzikanten zijn essentieel voor het begeesterende groepsgeluid via de aanwending van percussie, accordeon, bas en Moog. Het obsederende tranceachtige ritme met dat opzwepend banjogetokkel doet meer dan eens aan de blues van Otis Taylor denken, ook qua thema’s. In ‘Veins Of Coal’ of ‘Baghdad Children’ wordt de tragiek belicht van het mijnwerkersbestaan of het lot van kinderen overal ter wereld die door het terroristisch geweld worden bedreigd. ‘Veins Of Coal’ roept dat desolate en onrechtvaardige op dat ook Taylor met zijn banjoritmes zo meesterlijk kan opwekken. Het duo Stearns-Claus weet als rasechte poëten trouwens ook met een minimum aan beelden het maximum aan gevoelens in beweging te zetten. Het huiveringwekkend mooie vioolspel van Judy fungeert als katalysator om al die gevoelens vrij baan te geven of nog meer te intensifiëren. Wie bij ‘Drunkard’s Child’ ongevoelig kan blijven is niet van deze wereld. Maar het album ‘Until the Ocean’ is vooral een groepsproduct, vernieuwend zoals ook de instrumentale ‘The Penguin Café’ dat was. Oud en nieuw worden vermengd met een gedrevenheid die a.h.w. de grenzen van het verbeeldbare doorbreekt. Het opjagende instrumentale ‘Rafting’ doet filmisch aan. De band maakte trouwens al enkele filmscores naast minimalistische dansmuziek, samengebracht in een zevental albums. En Richie Stearns en violiste Judy Hyman speelden mee met Natalie Merchant op haar alom geprezen plaat ‘The House Carpenter’s Daughter’. Het talent barst gewoon langs alle kanten uit zijn voegen en ook Taki Masuko met zijn energetische percussie mag ik niet onvermeld laten. Want dat is de kracht van deze ‘Horse Flies’ die in hun samenspel een voortstuwende hypnotische muziek weten te creëren die nog lang nazindert in gehoor en ziel, ook als de laatste noten weggestorven zijn.
Marcie