ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008 - JUNI 2008


MIC HARRISON AND THE HIGH SCORE - ON THE RIGHT SIDE OF THE GRASS

LYNNE HANSON - ELEVEN MONTHS

SILVER JEWS - LOOKOUT MOUNTAIN, LOOKOUT SEA

MARKUS JAMES - SNAKESKIN VIOLIN

ANTON WALGRAVE & THE NEPHEWS - EVERY NIGHT YOU PRAY

J.J. APPLETON - BLACK & WHITE MATINEE

THE FABULOUS CARL SONNY LEYLAND MEETS JOEL PATERSON - BEAU SAMPLE - ALEX HALL -
‘A CHICAGO SESSION’

IAN FOSTER - ROOM IN THE CITY

EL PERRO DEL MAR - THE VALLEY OF THE STARS

JOHN HARLEY WESTON - WELCOME BACK TO REALITY

 


 

 

 

 

 

 

 

MIC HARRISON AND THE HIGH SCORE
ON THE RIGHT SIDE OF THE GRASS
Website Myspace
Label: Real Much Records - CDBaby

 

 

Mic Harrison and the High Score zijn vrienden op afstand. Van het type dat je tijden niet tegenkomt en soms ook niet echt mist. Maar als je elkaar dan weer ziet, weet je ook direct weer waarom je het zo goed met elkaar kon vinden. Je valt in een warm bad, het is weer als vanouds en je gaat meteen weer verder waar je de laatste keer bent afgehaakt. Er verandert weinig en dat is maar goed ook. Zo is het ook met "On The Right Side Of The Grass" de opvolger van "Push Me On Home" (2007) van dit gezelschap. We gaan gewoon weer verder waar we gebleven zijn. Er figureren als vanouds weer talloze armoedzaaiers en mislukkelingen in de teksten, die teveel drinken, teveel werken (of niet voldoende) en eindigen met de verkeerde vrouw, maar het lijkt wel alsof ze met meer empathie worden neergezet. Al aan de cover, die doet denken aan het album van Waylon Jennings en Willie Nelson uit 1978, met een foto van de band in een groot oud redneck's riemgesp, denken we aan Southern rock. Dit gevoel krijgen we dan ook onmiddellijk bij de opener, het Skynyrd-achtige "Satan Lives in Arkansas" en de flashy twang van "He Gets High". Dit wil wel niet zeggen dat we de andere negen songs ook kunnen klasseren onder Southern rock, laat het ons maar gewoon houden bij Southern. Ook muzikaal zijn er een paar kleine veranderingen te bespeuren. Heel voorzichtig proberen Harrison, de liedjesschrijver en RobbieTrosper, de gitarist/producer van de band wat meer variatie in het geluid aan te brengen. Zo roept de muziek vaker associaties op met Drive-By Truckers, als in deze twee vernoemde songs. Harrison is echter het laatste jaar een beetje geobsedeerd door de groten uit de country, denkende aan een Charley Pride, Roger Miller, Waylon en Willie, hetgeen dan ook te horen is in zijn songs als het gedreven "Never Gonna Drink Again" ("I’m never gonna drink again today"), de klassieke honky tonk van "I Get the Booze" en het rockend autobiographische "Leaving Gibson County", songs die tot de hoogtepunten van deze plaat behoren, dit is good-time honky-tonk country en roots rock op zijn best. Het zijn de bekende en vertrouwde elementen, die ook weer het verwachte en vertrouwde resultaat opleveren, met misschien iets meer country gerichte songs op deze plaat dan bij de voorganger. "On The Right Side Of The Grass" is weer een plaat om blij van te worden. En dat is knap, want Mic Harrison and the High Score bedienen zich wederom van hetzelfde trucje: licht belegen muziek zó mooi en zó levendig neerzetten dat je oren er van klapperen. Net als met die vriend op afstand verandert er weinig, en de veranderingen die er zijn kunnen geen kwaad. Die houden het juist levendig. Eenmaal aan Mic Harrison and the High Score en je komt er nooit meer vanaf. Gelukkig niet.

 


 

 

 

 

LYNNE HANSON
ELEVEN MONTHS
Website Myspace Contact

 

De openbare diensten van Ottawa in Canada voegen blijkbaar iets speciaals toe aan het drinkwater aldaar want wij worden bijna overspoeld door jong muzikaal talent uit die stad. Zo slaagden reeds eerder Kathleen Edwards en Lynn Miles er in om onze aandacht op hun kunnen te vestigen. Nu voegt zich daar probleemloos nog een vrouwelijke singer-songwriter aan toe, met name Lynne Hanson. Net als haar collega’s en stadsgenoten bestaat haar muziek uit folk en countrygetinte liedjes die elk een eigen verhaal beogen te vertellen. De soulvolle stem van Lynne Hanson lijkt wat op die van grote zangeressen in het genre als Gillian Welch en Mary Chapin Carpenter. Haar jeugd werd gekenmerkt door het feit dat ze de jongste van acht kinderen was en dus alle mogelijke muzikale stromingen aangereikt kreeg via haar vele broers en zussen. Die invloeden van jazz, blues, folk en country absorbeerde zij maar al te graag en nu gebruikt ze al het geleerde bij het schrijven van haar eigen nummers. Met de cd “Things I Miss” uit 2006 maakte zij haar debuut en de nieuwe plaat “Eleven Months” is daar een natuurlijk verlengde van geworden. Twaalf liedjes die conventionele thema’s als verliefdheid, verlies van liefde en het omgaan daarmee beschrijven. Kortom, de ideale onderwerpen om in tekstvorm te presenteren in een folk- of countryballade. Tot deze categorieën behoren dan ook de meeste liedjes op deze knappe plaat. De mooie nummers “More Of The Same” en het doorleefd emotionele “Days Keep Coming” typeren het best wat we hiermee bedoelen. Misschien ligt het tempo van de muziek over het algemeen eerder aan de lage kant maar af en toe wordt het ritme toch wat opgedreven voor songs als “Nazareth Bound”, “Movie Queen”, “Cold Touch” en “How Little I Sleep”. In “Tears In Your Rain” bewandelt Lynne Hanson het pad van de politiek geëngageerde artiest met een maatschappijkritisch nummer dat over de teloorgang van ons milieu gaat. En in “Willow Tree” zijn het invloeden uit de bluesmuziek die het ritme van de song bepalen. We kunnen ons perfect voorstellen dat Lynne Hanson het liefst van al in een intieme kring zou optreden waar haar persoonlijke verhalen in de liedjes het best tot hun recht zouden komen. De liedjes zijn door hun intimistische stijl dan ook ideaal als soundtrack bij reflectiemomenten over het leven en over wat er in zo’n leven allemaal gebeurt of kan gebeuren. Ondanks een uitgebreide lijst van muzikanten en instrumenten die voorkomen op dit album blijft toch steeds de indruk overheersen dat je naar iets heel persoonlijks zit te luisteren en dat is een verdienste die we graag toewijzen aan deze artieste. Gezien de cd-titel “Eleven Months” is stellen wij voor dat ze die twaalfde maand reserveert voor een trip naar Europa om hier haar songs in de clubs te komen spelen. Er is hier zeker een publiek dat dit werk kan appreciëren.
(valsam)


 

 

SILVER JEWS
LOOKOUT MOUNTAIN, LOOKOUT SEA
Website Myspace Contact
Label: Drag City Distr.: Munich Records

 

Silver Jews is een Amerikaanse indie rockgroep die in 1989 werd opgericht door David Berman samen met Stephen Malkmus en Bob Nastanovich die nu de band weer verlaten hebben en ofwel solo ofwel als duo in Pavement door het leven gaan. David Berman ging daarna alleen verder met Silver Jews en valt nu voornamelijk terug op de welwillende hulp van zijn vrouw en bassiste Cassie voor de vocale ondersteuning op de tien songs die we op de nieuwste en zesde Silver Jews-schijf “Lookout Mountain, Lookout Sea” kunnen terugvinden. De pers verheerlijkt zijn baritonstem door ze te vergelijken met o.a. Johnny Cash, Lee Hazlewood en Lou Reed. De voorbije jaren moest David Berman ook nog een hardnekkige drank- en drugsverslaving overwinnen maar daar komt hij nu heel gelouterd uit met deze cd die als ideale soundtrack voor een autorit dienst kan doen, al mag die dan niet te lang duren want het beluisteren van het gehele schijfje neemt amper een half uurtje van je tijd in beslag. Zijn songteksten zijn knap in elkaar gestoken literaire gedichten die van een ideaal en sfeervol muzikaal kleedje voorzien worden, haast allemaal melodieën in de alt.countrysfeer. Dit album boeit door de ijzersterke songs die er op terug te vinden zijn. Wij laten de voetjes alvast met veel plezier meeschuifelen op nummers als “What Is Not But Could Be If”, “Strange Victory, Strange Defeat”, “San Francisco B.C.” en het op een schitterende gitaarriff drijvende “We Could Be Looking For The Same Thing”. Stuk voor stuk songs die hadden geschreven kunnen zijn door wijlen songsmid Lee Hazlewood en die gezongen worden met een stem die inderdaad heel nauw aansluit bij die van ook al wijlen Johnny Cash. Beide muziekiconen kunnen dus gerust zijn dat hun muzikale erfenis professioneel wordt overgenomen door deze Silver Jews. Onweerstaanbaar is ook het korte maar intens mooie meezingertje “Suffering Jukebox” over de teloorgang van het prachtige toestel dat de jukebox doorheen de geschiedenis toch wel is gebleken. Dit liedje mag alvast een lange toekomst als popklassieker tegemoet zien en zal wellicht op meerdere coverversies kunnen rekenen in de loop der jaren. Ook heel grappig en cynisch is het snelle maar korte “Aloysius, Bluegrass Drummer”. De typische countryinvloeden komen vooral aan bod in liedjes als “My Pillow Is The Threshold” en in het subtielere “Candy Jail”. David Berman heeft zeven maanden lang hard gewerkt aan de nummers op deze plaat. Een simpel rekensommetje laat dus vermoeden dat we tegen de zomer van 2009 een hopelijk even goede opvolger mogen tegemoet zien. Ondertussen genieten we tenvolle van deze cd.
(valsam)


 

MARKUS JAMES
SNAKESKIN VIOLIN
Myspace
Label: Firenze Records
CDBaby VIDEO

 

 

Blues uit West-Afrika op een inventieve manier laten samensmelten met de Mississippi blues is een kunst apart. Je moet dan doordrongen zijn van de spirit, de verhaaltradities en de poëzie van het West-Afrikaanse muzikale erfgoed. Markus James slaagde daar wonderwel in op deze inmiddels al vierde Cd. Net als in zijn vorige albums vermengt hij Afrikaanse ritmes en traditionele instrumenten met de authentieke Amerikaanse deltasound. Meesterlijk hoe hij kleurige bruggen weet te construeren tussen oudere en nieuwe opnames in Californië, Mississippi en Mali met telkens andere instrumentalisten. In het melancholische ‘Drivin By’ vermengt zich de stem van James met deze van Zoumana Tereta en zijn viool in wonderlijke harmonie, eensgezind in hun oproep voor meer menselijkheid. In ‘So Much Soul’, opgenomen in Bamako, Mali, draagt hij deze song op aan Hassi Sare, oude vriend die nooit meer met zijn éénsnarige ‘njarka’ viool zal spelen, waarbij Mama Sissoko met n’goni de hunkering begeleidt. En in ‘Soon’ is het vooral het obsessioneel drumritme van Kinney Kimbrough dat zich naast de n’goni en bolon van Mamadou Sidibe plaatst. In alle songs staat de magische sfeermuziek voorop met de mens en zijn landschap in het middelpunt. Waar hij zich ook bevindt de zwerver of ontheemde gaat zijn droom achterna, wat Markus muzikaal goed weet uit te lichten. Afkomstig van Virginia, maakte bij Markus het beeld van een blinde passerende blueszanger een diepe indruk op zijn prille geest, toen amper vier jaar oud. Die muziek bleef hem bij en heeft hem nooit meer losgelaten, ook niet toen hij in de regio van San Francisco in Rock- en R&B bandjes speelde. Later reisde hij vanuit Californië naar Haïti en West-Afrika, waar zijn ontvankelijkheid voor de muziek van de lokale artiesten hem een nieuwe muzikale richting deden inslaan. Vooral zijn ontmoeting met de Malinees Ali Farka Toure in 1994 verruimde zijn muzikale visie, waarna hij zich onderdompelde in de West-Afrikaanse mondiale blues. Ook in ‘Snakeskin Violin’ is de instrumentale sfeerschepping bepalend voor de ongewone variatie in de songkeuze, soms meer bluesy wanneer de opnamen plaats vonden in Como, Mississippi. In ‘Are You Ready’ bijvoorbeeld hoor je naast de house drum van veteraan Calvin Jackson zowel de echo’s van Mali als dat gejaagde gitaarritme dat ook aan Jessie Mae Hemphill herinnert. Markus’ schorre stem zingt het allemaal aan elkaar en begeleidt zich daarbij met gitaar, harmonica of met Malinese percussie-instrumenten zoals calabas of karinye. Betoverend is ook de lyriek die doorheen de teksten schemert, soms cryptisch, soms mystiek. Een zanglijn als ‘wat ga je doen als je de mysteries die in je overvolle koffer meedraagt allemaal de vrijheid geeft’ creëert visuele schoonheid. Markus James die met zijn wereldmuziek al op menig festival indruk maakte, doet hetzelfde op dit album waarin hij 15 songs bijeenbrengt tussen 2003 en 2007 opgenomen. Daarin trekken als in majestueuze optocht wereldmuzikanten voorbij zoals o.m. The Donzo Group of Madou Sangare, de African Diaspora muzikanten uit Amerika, violisten als Zoumana Tereta en Hassi Sare en de old-school drummers uit Como, Mississippi. De namen alleen al houden een belofte in voor universele kwaliteit en caleidoscopische muzikale rijkdom.
Marcie


 

 

ANTON WALGRAVE & THE NEPHEWS
EVERY NIGHT YOU PRAY
Website Myspace Contact
Label : No Circus - Distr. : PIAS

 

Hij was nauwelijks negen jaar toen hij zijn eerste demo’s begon op te nemen met eenvoudige liedjes over onderwerpen waar negenjarige kinderen zoal mee bezig zijn. In de tienerjaren werd dan een eerste groepje gevormd genaamd The Rollers en wat later volgde groep nummer 2 onder de naam The Same met daarin al wat oudere pubers. Intussen is Anton Walgrave - die woonachtig is in Leuven - 35 jaar geworden en zoekt hij nog steeds naarstig naar het ware hitsucces. Zijn debuutalbum “The Hum” en opvolgers “Before The Dawn” uit 2003 en “Shine” uit 2005 - geproduceerd door ‘De Mens’ Frank Van der Linden en met het nummer “Lost Soul” dat in de soundtrack van de tv-serie “De Parelvissers” werd opgenomen - gingen toch vooral aan de aandacht van het grote publiek voorbij. Het ziet er echter naar uit dat dit hitsucces er in 2008 zal gaan zitten aankomen met de song “When She Calls” uit zijn cd “Every Night You Pray”. In een herbewerkte versie van dat nummer werd er operazangwerk door Tineke Van Ingelgem toegevoegd aan de originele versie uit de plaat. Eén optreden in april tijdens de uitzending “De Zevende Dag” op tv was genoeg om te zorgen voor een frequente airplay op de nationale radiostations. De cd werd opgenomen met The Nephews, zijnde gitarist en bassist Jelle Van den Bergh en pianist en drummer David Vertongen. De nieuwe cd werd voorafgegaan door een eerste single uit het album: “Don’t Let Me Go” werd vooral op StuBu gedraaid. De cd is een uitermate aangenaam luisterwerk geworden met 10 songs die stuk voor stuk op single kunnen belanden. Uitschieters zijn de twee eerder genoemde songs en “Ready When You Are”, “Since You’ve Been Gone”, “The One You Need”, de erg mooie liefdesverklaring “Noone But You” en de titeltrack “Every Night You Pray”. Afwisselend ballads en uptempo popwerk zorgt voor een ideale mix van tempo’s op dit album dat vooral heel internationaal klinkt door de uitstekende productie die overigens door Anton Walgrave zelf ter harte werd genomen in zijn eigen Sugarbeat studio. Hij is vooral een begenadigde songschrijver van gevoelige popsongs die op Belgisch niveau naast de Antwerpse Admiral Freebee en stadsgenoot Milow kan geplaatst worden. De melancholie in zijn moderne melodieuze popnummers overheerst en sleept de luisteraar mee in een bad vol sfeertjes en emoties. Als we in ons Belgenlandje als eens muzikaal talent mogen aanprijzen, dan doen we dat met veel plezier: hier is Anton Walgrave. Geniet ten volle van zijn vierde cd “Every Night You Pray”.
(valsam)


 

 

J.J. APPLETON
BLACK & WHITE MATINEE
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer CD-Baby

 

 

Als singer-songwriter van nummers die gebrandmerkt worden als een mix van rock, Americana en soul zwerft J.J. Appleton doorheen de wereld om zijn muziek overal ten gehore te brengen. Hij heeft in de voorbije jaren al enkele platen op de markt gebracht: zo was er het debuutalbum “500 Moments” in 2003, nummer twee “Uphill To Purgatory” in 2005 en de derde full-cd “Someone Else’s Problem” in 2006. Geboren als rasechte Amerikaan spendeerde hij geruime tijd in Engeland waar hij in de herfst van 2007 in Londen een uit zes nummers bestaande ep opnam onder de titel “Black & White Matinee”. Zelf speelde hij samen met de Britse producer Stephen Lironi alle instrumenten in voor de plaatopnames en hij kon nadien regelmatig de kwaliteit van zijn liedjes toetsen tijdens de vele voorprogramma’s die hij in Engeland speelde voor artiesten als Jamie Cullum, Joan Osborne, Pete Yorn en Newton Faulkner. Recent keerde J.J. Appleton terug naar de thuisbasis in New York City waar hij verder begon te werken aan nieuwe nummers voor een volgende plaat. Uit deze nieuwe ep verscheen onlangs ook een eerste single getiteld “Today Today Today” dat melancholisch de dagelijkse drukte in een grootstad beschrijft en waarbij de vocale prestaties ons meteen aan John Lennon doen denken. Dat gebeurt opnieuw in het popperige en Beatles-schatplichtige titelnummer “Black & White Matinee”. Qua stem lijkt die van J.J. Appleton trouwens erg sterk op deze van de overleden ex-Beatleszanger , o.a. in het nummer “Falling Down”. In de songteksten worden gevoelens van emotie, humor, hoop en andere zielenroerselen verwerkt tot een knap geheel dat sterk muzikaal wordt ondersteund door catchy melodieën en voornamelijk gitaar en pianoklanken. Nochtans is het niet allemaal vrolijkheid in de songs op deze plaat. “Coming Back Alone” beschrijft het verhaal van een vriend die de moeilijke strijd om van zijn vernietigende verslaving af te komen heeft verloren. En in het intimistische “You’re Sweet On Him” worden de gevoelens beschreven van een jongen die verliefd is op een meisje dat deze affectie straal negeert en meer interesse voor een ander vertoont. Afsluiter “Caledonia Road” drijft op een soulvolle beat en J.J. zingt de songtekst met evenveel soul in de stem. Deze J.J. Appleton blijkt overigens ook een groene jongen te zijn want hij vermeldt trots dat het hoesje van zijn ep uit 100% recycleerbaar materiaal is samengesteld en bedrukt werd met inkt op basis van soya-olie. Daardoor wordt dit misschien een plaat om vingers en duimen … en hoesje af te likken.
(valsam)


 

THE FABULOUS CARL SONNY LEYLAND
MEETS JOEL PATERSON - BEAU SAMPLE - ALEX HALL
‘A CHICAGO SESSION’

Website Myspace
Label: Ventrella Records CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

 

Boogie-woogie pianist Carl ‘Sonny’ Leyland speelde al piano vanaf zijn vijftiende en die vloeiende vanzelfsprekende bedrevenheid hoor je in deze ‘Chicagosessie’, opgenomen op een blauwe maandagnamiddag in ‘Bernie’s Place’. In deze vermaarde jazzclub gaf Leyland met zijn swingende ‘The Modern Sounds’ een erg levendige uitvoering van jazz, rock ‘n’ roll en boogie, waar je vrolijk van wordt ondanks het meer bluesy ‘Teddy Bear Blues’ dat er tussenin werd gesmokkeld. Carl Leyland, afkomstig van Southhampton in Engeland, begon vooreerst in een bluesbandje te Engeland, maar was gefascineerd door de boogie-woogie piano. Albert Ammons en Jimmy Yancey maakten indruk op hem en toen hij naar de USA verhuisde bleef deze pianostijl hem aantrekken. Roosevelt Sykes en Little Brother Montgomery werden eveneens rolmodellen. Zijn eerste vestingplaats was New Orleans, waar de piano traditioneel al lang tot het amusementinstrumentarium behoort. Nadien vestigde Leyland zich in Californië om van daaruit op tournee te gaan doorheen de USA en Europa. Met zijn pianoblues en -boogie maakte hij o.m. een sterke indruk op het West Coast Ragtime Festival, het Rocky Mountain Ragtime Festival en tijdens de jaarlijkse concerten ‘Les Nuits Jazz & Boogie Woogie" te Parijs. Naast bijdragen aan filmsoundtracks bracht hij drie solo en vier trio cd’s uit en zijn specifieke dynamische pianostijl is een lust om naar te luisteren. Op dit album gaat het er eveneens erg swingend aan toe met zijn ‘Rockin’ The House’ en ‘Rockin’ With Red’, a.h.w. een gezamenlijke feestbeleving die het samenzijn of het ‘joie de vivre’ viert. Want zonder drummer Alex Hall uit Chicago en bassist Beau Sample uit Texas zou dit album niet dezelfde uitstraling geven. Het duo weet met hun ritmes deze ‘Chicago Sessie’ een spontaneïteit te geven die de luisteraar willens nillens meesleept. Vooral op ‘Bernie’s Place’ komt de ritmesectie goed tot zijn recht door de wijze waarop Beau Sample met zijn ‘slapping’ techniek de bassnaren beroert en het vuur weet aan te porren. Verrassing op dit album is nog de aanwezigheid van Joel Paterson uit Madison, Wisconsin. Voor mij althans, want ik kende deze muzikant vooral als bluesartiest. Met zijn countryblues op zijn soloalbum ‘Down At The Depot’ had hij mij al ingepalmd en ook op dit album weet hij met intrigerend gitaarspel een bluesy toets aan enkele nummers te geven. Maar vooral het meesterlijk pianospel van Leyland zelf en zijn innemende zangstijl verleiden onvoorwaardelijk. Met daarbij de essentiële bijdragen via contrabas, gitaar en drum van het begeleidend trio wordt hier op het originele ‘Ventrella’ label een verrukkelijk retro-album afgeleverd dat a.h.w. de zon laat doorbreken op bewolkte dagen of verstokte apathici kan doen dansen. Juke Joint muziek met een bruisend gehalte.
Marcie


 

 

IAN FOSTER
ROOM IN THE CITY
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer CD-Baby

 

 

Ian Foster is een muzikant uit St. John’s, Newfoundland, Canada die we vorig jaar voor het eerst tegen kwamen toen we zijn debuutalbum “Through The Wires” met de Ian Foster Band mochten bespreken bij Rootstime. Toen al schreven we dat Ian Foster volgens ons wel eens een blijvertje in de muziekscène zou kunnen worden. “Room In The City” is de recentste worp van deze getalenteerde gedreven zanger en muzikant en bevestigt onze eerder geuite verwachtingen. Als romanschrijver en leraar Engels komt het hem zeker goed uit om de verhalen neer te pennen die hij op muziek zet voor zijn cd’s. Deze beschrijvende teksten werden geschreven tijdens het vele toeren doorheen Canada voor de promotie van zijn debuutalbum. Ze vertellen gebeurtenissen die uit het leven gegrepen zijn of in het muzikale brein van Ian Foster verzonnen werden. Centrale thema is het voortdurende verhuizen naar de steden en terug weg van de stad naar het platteland wat een favoriete bezigheid van vele mensen lijkt te zijn. Er kunnen natuurlijk vele redenen zijn om te verhuizen. In de erg knappe eerste song “A Lesson In Geography” is de verliefdheid de drijfveer om naar de stad te trekken. Maar dat loopt niet altijd even goed af en de gevolgen worden nadien weer bezongen in het zachtjes rockende “No Fool For You”. Het liedje “Sodium” is erg mooi en muzikaal tragisch opgebouwd waardoor de eerlijke emoties doorklinken in de melancholische stem van Ian Foster. Daarna horen we de eerste single uit dit album: “If The Weather Holds”, een akoestisch gebracht laid back nummer met een behoorlijk hoog Jack Johnson-gehalte. Eén van de mooiste songs volgens onze bescheiden mening is “Map Of a City” waarin je ten volle kan genieten van het knappe tekstschrijverswerk van Ian Foster. Melancholie en melodie zijn twee belangrijke onderdelen van alle songs die Ian Foster schrijft. Daardoor draagt elk nummer op de plaat bij tot het creëren van een bepaalde sfeer waarin reflectie en verwerking centraal staan. In de song “Berlin” horen we ook erg mooie harmony vocals van Melanie O’Brien waarbij ze zich even aan opera waagt en er moeiteloos in slaagt om onze nekharen te doen rijzen. Andere leuke liedjes op dit album zijn “After Evelyn”, het popperige “Without a Mark”, het dramatische “The Favorite Game” en het reflecterende “End Of The Year”. Op het einde van de plaat krijgen we nog een toemaatje in de vorm van de beklijvende song “Decisions” waarvoor de lokale singer-songwriter Ron Hynes als gastvocalist werd uitgenodigd. Met dit tweede album laat Ian Foster horen dat hij nog in volle evolutie is. Maar we blijven graag bij onze eerdere stelling: dit is een man met alle potentieel om een blijvertje te worden. Hij zal zich binnenkort wellicht een plaatsje toeëigenen naast zijn huidige idolen Ron Sexsmith, Josh Ritter en Ryan Adams, alwaar hij volgens ons thuishoort.
(valsam)


 

 

EL PERRO DEL MAR
THE VALLEY OF THE STARS
Website Myspace Contact
Label : Memphis Industries
Cooperative Music
Distr. : V2 Benelux

 

 

We waren in 2006 al redelijk onder de indruk van de titelloze debuutplaat van El Perro Del Mar. Toen dachten we nog dat er één of andere Spaanse groep ons probeerde in te palmen, maar nu weten we wel beter. El Perro Del Mar komt uit het Zweedse Gotenburg en is eigenlijk niet meer of minder dan het alter ego van zangeres Sarah Assbring. Zij levert nu “From The Valley To The Stars” af als waardige opvolger voor het debuutalbum. In 2003 begon zij met het project El Perro Del Mar met als doel muziek te brengen zoals zij vond dat die onvoldoende werd aangeboden in de hedendaagse muziekscène. Zij trok eerst nog een tijdje met singer-songwriter en landgenoot Jens Lekman op tournee in Zweden om wat podiumervaring op te doen en om haar muzikale ideeën te toetsen aan een kritisch luisterpubliek. Dat bleek succesvol te zijn en toen kregen we dus die debuut-cd. Op “From The Valley To The Stars” krijgen we meer van hetzelfde: zweverige popsongs gezongen met een kinderlijk onschuldig fluisterstemmetje, haast filmische tracks die altijd tussen 1 en maximaal 3 minuten duren. Een eerste single uit deze plaat werd gelanceerd met “How Did We Forget?” dat begin dit jaar al succesvol was in thuisland Zweden. Sommige nummers lijken zelfs op religieuze liedjes die meestal in laid back gearrangeerde lounge versie gezongen worden. Soms denken we vlaagjes jazzy kamerpop à la Nouvelle Vague te herkennen maar even later krijg je dan weer een chansonachtig pianonummer of een droevige melodie die dienst kan doen als begrafenismuziek. Daardoor is het niet zo eenvoudig om de muziek van El Perro Del Mar een correcte label op te spelden. Je zal alvast nooit zweten van het dansen op deze liedjes, daarvoor zijn ze te zacht, te droef en te experimenteel. Met deze plaat kan je meer van een intimistisch conceptalbum spreken dan bij de debuut-cd. We weten uit ervaring dat er mensen zweren bij dergelijke muziek om er zachtjes bij weg te dromen. Wij moeten er toch nog even aan proberen te wennen maar dat komt misschien omdat wij al te lang niet meer in de kerk geweest zijn en dergelijke hymnes op kerkorgelmuziek niet meer vaak te horen krijgen. Van de betere songs op deze plaat onthouden wij de single “How Did We Forget?”, “Glory To The World”, het monotone “Inner Island”, het opvallend vrolijke “Somebody’s Baby” en dito “You Can’t Steal A Gift” en het doo-wop moment “Into The Sunshine” dat op de soundtrack van de film ‘Twin Peaks’ had kunnen staan omwille van het repetitieve zangwerk. Even wennen en dan kan je toch wel genieten van deze tweede plaat van El Perro Del Mar. Het hoeft natuurlijk toch ook niet altijd even gemakkelijk te zijn.
(valsam)


 

 

JOHN HARLEY WESTON
WELCOME BACK TO REALITY
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer CD-Baby

 

 

Van John Harley Weston wordt gezegd dat zijn stem een kruising is tussen Neil Diamond, Paul Carrack en Paul Rodgers en dat zijn muziek aanleunt bij wat we kennen van Bruce Springsteen en John ‘Cougar’ Mellencamp. En eerlijk is eerlijk, die vergelijkingen kloppen grotendeels want ook wij horen flarden van dergelijke referenties duidelijk terug bij het beluisteren van de cd “Welcome Back To Reality” van deze naar Australië geëmigreerde Schot. De eerste song “Whatever Makes You Happy” heeft alles van deze beroemde heren in zich verenigd. Neil Diamonds’ stem, de sound van Springsteen en de swingende handclaps en cajunachtige accordeon die zo vaak opduiken in Mellencamp’s liedjes. De tien tracks zijn nummers die op akoestische gitaar ontstonden en later in de studio afgewerkt werden door toevoeging van een hele reeks extra instrumenten die bijna allemaal door deze singer-songwriter zelf worden ingespeeld. Toch zijn het vooral de vocale prestaties van John Harley Weston die het grootste deel van de aandacht opeisen. Zijn stem is erg krachtig en haalt moeiteloos een breed bereik waardoor de songs iets majestueus krijgen zoals ook Neil Diamond zijn soms bombastische liedjes pleegt te brengen. Het is al van 2004 geleden dat wij voor het eerst iets van deze artiest mochten horen via zijn album “Hope Harbour” dat overliep van op gitaarklanken gebaseerde rocksongs met invloeden uit de blues, country en rootsmuziek. Die trend wordt gewoon doorgezet op deze opvolger waar de liedjes misschien nog wat sterker zijn dan op het vorige album. “Believe In Yourself” en “I’ll Never Leave You Lonely” hebben zo’n stevige beat en rocken zoals de groten dat voornamelijk doen. Alle nummers werden opgebouwd rond een catchy melodie en knappe gitaarriffs ter ondersteuning van de uitstekende stem van John Harley Weston. “Picklefork” gaat er bij ons alvast in als zoete broodjes. Wat een heerlijke song is dat: sterk gezongen (alweer héél veel Neil Diamond in de stem) en instrumentaal zeer hoogstaand (met ook alweer opduikende Mellencamp-herinneringen) en met prachtige accordeonklanken. Op de oorspronkelijk uit Australië stammende klassieker “Waltzing Matilda” horen we hoe knap hij kan omgaan met het accordeon. Ondanks de ontelbare versies die er al zijn van dit nummer hoort Weston’s intimistische versie zeker bijgezet te worden in de galerij der groten. Andere favoriete songs uit dit album zijn de titeltrack “Welcome Back To Reality (Foundation)” en het aan Paul Rodgers en Free schatplichtige “Let Your Life Begin”. Ook opvallend tussen de tien songs is een ode aan Van Nguyen - een Australiër die in Singapore werd opgehangen omdat hij drugs bij zich had - in het emotioneel geladen akoestisch gebrachte nummer “Righteous Son”. Dit lijkt wel op Johnny Cash revisited en de schitterende harmony vocals zullen Bruce Springsteen groen van jalousie doen kijken. Ik zou alvast niet te lang nadenken over een beslissing om dit album aan de cd-collectie toe te voegen. Je zal er nog vaak plezier aan beleven.
(valsam)