ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008


 

J-HENRY - CODE RED - ANOTHER LONG DAY

MICHAEL UBALDINI - STREET SINGIN' TROUBADOUR

KENN MORR - MOVE ON

BERNIE PEARL - OLD SCHOOL BLUES

STEWED ROOTS - IN THE MIDDLE OF THIS

CHRISTINE VASKAS - STEPPING OUTSIDE MYSELF

CIRO MANNA - FEEL 'N' GROOVE

SHANE ALEXANDER - THE SKY BELOW

DEKE DICKERSON - KING OF THE WHOLE WIDE WORLD

CONGREGATION - SAME



 

J-HENRY
CODE RED (2008) + ANOTHER LONG DAY (2005)
Website Myspace Contact
Label : Adrenaline / Warner Brothers
CD-Baby

 

 

Twee cd-tjes zaten er in het pakket dat we toegestuurd kregen vanuit New York, samen met een handgeschreven briefje van J-Henry met de vraag of we zijn platen even in de schijnwerpers wilden zetten. Nu zijn wij meestal best aardige mensen en als de muziek op die schijfjes ons een beetje kan bekoren verzorgen we met veel plezier een goede recensie. De eerste cd is “Another Long Day”, het oudere werk van J-Henry uit 2005. Omdat hij opgroeide in een arbeidersgezin met 5 kinderen in de landelijke streek rond New Jersey en rocksongs brengt lijkt het onvermijdelijk dat hij vergeleken wordt met andere artiesten die een gelijkaardige weg hebben afgelegd in hun muzikale loopbaan. Dan hebben we het over mensen als Bruce Springsteen, John Mellencamp en Bob Seger. Americana vermengd met blues, pop en rock is doorheen de vele jaren ook hun handelsmerk geworden. J-Henry vist in dezelfde vijver, laat dat meteen duidelijk zijn. Ook de recht-voor-de-raap teksten roepen vergelijkingen met zijn vernoemde tijdsgenoten op. Alleen het succes laat nog even op zich wachten. De verwachtingen waren nochtans al zeer hoog gespannen bij het verschijnen van “Another Long Day” en daar was toen zeker ook alle aanleiding toe. De titeltrack, “Long Gone”, “On The Horizon” en “Let’s Cruise” kunnen zo op de setlist van Bruce Springsteen terecht en andere songs zoals “Come On” en “City Girl” konden bijvoorbeeld ook door John ‘Cougar’ Mellencamp gebracht worden. “When It’s Raining”, “Back To LA” en “In The End” passen dan weer in het songbook van Bob Seger. Die eerdere vergelijkingen waren dus zeker niet misplaatst. Nu gaan we even verder luisteren naar de nieuwste cd “Code Red” die na een periode van drie jaar zwoegen en zweten tot stand kwam en nu dus op een groot afzetgebied mikt. Elf van de 12 songs op dit album zijn zelfgeschreven en variëren ook nu weer van rock over ballad naar muzikaal epos. De enige cover op dit album is een riskante versie van “Whole Lotta Love” dat enkele decennia geleden al door Led Zeppelin de onsterfelijkheid werd ingezongen. In vergelijking met “Another Long Day” zijn hier wat zachtere instrumenten aan de songs toegevoegd zoals accordeon, violen en de voor countrysongs onmisbare pedal steelgitaar. De eerste single uit het album is een erg mooie song: “I Love My Nascar Weekends” over het leven op en rond de circuits waar de Nascar-races plaatsvinden en waar mensen van totaal uiteenlopend pluimage met elkaar verbroederen rond de snelle wagens. Veel zachter en emotioneler gaat het er aan toe in liedjes als “I Want You To Stay”, “Indiana”, “She Is My Home” en afsluiter “Snapshot Of My Life”. Hier laat J-Henry horen dat zijn stem er ook kan staan als ze meer op het voorplan moet treden en niet door zware instrumentatie naar de achtergrond verwezen wordt. De titeltrack “Code Red” is een rechttoe rechtaan rocker die samen met producer Anthony Kirzan (van de ninetiesband The Spin Doctors) werd geschreven. Bij dit nummer denk ik even aan de dansrock van de Stones. Bruce Springsteen’s “Nebraska” is even heel dichtbij in de song “All The Gods”. Sinds enige tijd worden de live shows van J-Henry afgesloten met “Whole Lotta Love” van Led Zeppelin. Wat zou je er van denken als we met deze song ook een punt achter de bespreking van een aangename en aan te bevelen cd zouden zetten.
(valsam)



 

 

MICHAEL UBALDINI
STREET SINGIN' TROUBADOUR
Website
Myspace Contact Contact2
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Folkmuzikant - singer/songwriter Michael Ubaldini is wat men noemt een troubadour in de klassieke betekenis van het woord. De laatste jaren als reizende muzikant (waaronder landen als Engeland, Canada, Duitsland en ons eigen Belgenland) is hij nauwelijks van het rechte pad afgeweken, zodoende lukte het de Amerikaanse folkzanger om een niet gering aantal trouwe volgelingen om zich heen te kweken. De vele cd's die op zijn naam staan, worden telkens weer gebrandmerkt door het warme stemgeluid. Het spaarzame geluid van zijn vingers die langzaam maar uiterst behendig over de snaren van een mahoniehouten westerngitaar bewegen, is naast zijn mondharmonica het enige gezelschap op zijn nieuwste cd, "Street Singin' Troubadour". Na "Acoustic Rumble" (1999), "Rock & Roll Saloon" (2001), "Avenue Of Ten Cent Heart" (2004), "Empty Bottles & Broken Guitar Strings" (2006) en "Storybook" (2007) is dit nu zijn zesde cd, die hij zelf produceerde. Een singer-songwriter die al 10 jaar lang onafgebroken liedjes schrijft en vertolkt loopt kans creatief uitgeput te raken. Wonderlijk is het dan ook dat Ubaldini op deze nieuwste plaat, bezield klinkt als nooit tevoren. De liedjesschrijver moet zich hebben laten inspireren door het geloof, want alle dertien nieuwe liedjes van deze plaat draaien rond dit thema. De liedjes zijn voorzien van sobere arrangementen en de meeste voltrekken zich in een laag tempo. Deze context biedt Ubaldini alle gelegenheid zijn stem te laten spreken en zijn gedachten toe te vertrouwen aan de luisteraar. Zijn liedjes op deze plaat zijn geënt op folk, zelf klinkt de zanger een plaat lang goedgeluimd, alsof hij behagen schept in zijn eigen gevoelens en mijmeringen. Ubaldini is geen optimist, maar weet de spaarzame momenten van geloof in zijn leven te koesteren. Bij de eerste beluistering van zijn nieuwe verzameling troubadoursongs valt ons meteen op dat zijn muziek was en blijft folk met alle kleine variaties in tempo, toon en stemming die hierbinnen mogelijk zijn. Ubaldini schrijft en zingt mooie luisterliedjes die de luisteraar eerder licht raken dan diep in het hart snijden. Zijn zang is even ingetogen als zijn liedjes zelf. Onnadrukkelijkheid troef dus. Maar ook zijn poëtische teksten en de vaak ingetogen, soms bijna stilistische folkliedjes zijn karakteristiek. Zo ook nu op zijn nieuwste cd. De fascinerende opener "The Sound of the Age", zet de toon. Prijsnummers zijn deze opener, de songs "World Peace in 10 Easy Lessons" en "Sidewalk Musician", drie songs die hij dit jaar nog schreef. De anderen waren allen reeds vorig jaar neergepend waaronder "Dem' Ol' Pneumonia Blues", "Ballad of Father Patrick" en "Sad Empty Streets of Sunday" ons zeer konden bekoren. Doordat akoestische gitaar en harmonica mooi afgewisseld worden, valt zelfs het afsluitende nummer "Well of Salvation" prima op z'n plaats. Kortweg: Michael Ubaldini is een folkmuzikant met een imponerende staat van dienst. Sinds zijn debuut, "Acoustic Rumble", nu bijna tien jaar geleden, maakt hij platen van een constant hoog niveau, die zich kunnen meten met de betere Americana-platen. Luister naar deze dertien akoestische juweeltjes die in kwaliteit niets voor elkaar onderdoen en je bent verkocht.



 

KENN MORR
MOVE ON
Website Contact
CD-Baby

 

 

Op een bijgevoegde flyer wordt de volgende vraag gesteld: wat heeft Kenn Morr gemeen met Bob Dylan, Simon & Garfunkel, Leonard Cohen, The Byrds, Johnny Cash, Louis Armstrong, Jimmy Cliff, Carl Perkins & Willie Nelson? Hebt u misschien enig idee? Wel, hier is het antwoord: hun platen werden allemaal ooit geproduceerd door de legendarische knoppenspecialist Bob Johnston. Ontgoocheld door dit antwoord? Dat hoeft niet echt want Bob Johnston heeft het allerbeste uit Kenn Morr gehaald en samengebundeld op diens album “New Moon Rising” uit 2004. De originaliteit van zijn songschrijverstalent, de melodieuze vlot in het gehoor liggende muziek en zijn muzikale, maniakale drang naar perfectie zitten vervat in dit werkje. Dat album betekende de grote doorbraak voor de uit Connecticut stammende Kenn Morr die in 2006 nog een album onder de titel “Coming Home” uitbracht en ons nu zijn nieuwste cd “Move On” heeft toegestuurd. Deze keer heeft hij de plaat zelf geproduceerd en voller doen klinken door toevoeging van een groter instrumentarium, inclusief piano, mandoline, viool, lap steel, mondharmonica en subtiel aanwezige percussie. Voor drie van de nummers zocht en kreeg hij sterke vocale ondersteuning: Rex Fowler zingt mee op het nummer “Don’t Turn Around” en de unieke stem van Annie Golden prijkt trots op “Still Need You Near” (een absoluut hoogtepunt op deze plaat) en op “Girl With The Auburn Hair”. Die kleine dame zal voor eeuwig in onze herinneringen blijven dankzij het liedje “Tell Me Your Plans” dat ze de hitlijsten inzong met The Shirts in 1978, alweer 30 jaar geleden. Dat leverde haar toen een glansrol op in de musical en in de film “Hair”. Maar we zouden het hier voornamelijk over Kenn Morr hebben en diens nieuwe cd “Move On”. Wel, dit werkje bevat 12 zelfgeschreven goede liedjes die stuk voor stuk een gedreven zanger laten horen met een pakkend stemgeluid. De meeste van deze nummers kan je na een paar beluisteringen probleemloos meeneuriën. De liedjes hebben een intiem karakter en bestaan uit eerlijke en op het persoonlijke leven geïnspireerde teksten. De titeltrack “Move On” is een muzikale brief aan een vriend met de raad om het trieste verleden te vergeten en optimistisch naar de toekomst te kijken. Ditzelfde onderwerp komt aan bod in de song “Don’t Turn Around”. Het liedje “Blue Morn” is een autobiografisch verhaal over hoe Kenn Morr de gebeurtenissen van 9/11 persoonlijk ervaren heeft. Hij bevond zich op die bewuste dag heel dicht bij Ground Zero en beschrijft in dit liedje hoe zijn vlucht uit New York verliep en wat zijn gevoelens bij dit weerzinwekkende gebeuren waren. Muzikaal verloopt de reis doorheen deze cd ook over diverse paden. Zo komen vleugjes reggae (“Get Back”), rock (“Let’s Take Tonight”), country (“River Song”) en Keltische invloeden aan bod en toont Kenn Morr ons dat hij een artiest met vele talenten is en in al die verschillende stijlen moeiteloos weet stand te houden. “Move On” is een heel mooie en aangename plaat van een man wiens stem mij steeds doet denken aan Elliott Murphy in zijn ballads. En dat is toch al een hele grote mijnheer, niet? “Everything Will Be Fine” zingt Kenn Morr in het laatste liedje op deze cd. Daar zijn wij inmiddels voor hem toch van overtuigd.
(valsam)



BERNIE PEARL
OLD SCHOOL BLUES - Acoustic/Electric
Website
Contact
Info:Teresa Conboy
Label: Bee Bump Music
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

De in Los Angeles opgegroeide Bernie Pearl heeft een nieuwe cd uitgebracht met als titel "Old School Blues - Acoustic/Electric". Een titel die volledig op hem van toepassing is, getuige ook deze muziekdrager. Deze uitstekende gitarist kun je ieder gitaar in de hand stoppen en hij speelt er mee alsof hij nooit anders heeft gedaan. Als je weet dat hij zijn gitaarlessen kreeg van o.a. Lightnin’ Hopkins, Mance Lipscomb, Fred MacDowell met wie hij samen speelde, dan kan het ook niet anders: Alles is gewoon top van deze muzikant. Hetzelfde geldt ongetwijfeld voor "Old School Blues" dat vol staat met werkelijk een keur uit prachtige songs die begin dit jaar in de Pacifica Studios in Los Angeles werden opgenomen. Zowel de eerste akoestische tracks op CD1 als de elektrische tracks op CD2 zijn van superbe klasse en slechts in twee dagen opgenomen. Op de solo akoestische kant, speelt hij 7 songs op een Martin en 3 songs op een National gitaar, waarvan twee met Michael Barry op staande bas. De elektrische kant is opgenomen samen met zijn muzikale vrienden, als Barry (staande en elektrische bas), Albert Trepagnier Jr. op drums en Dwayne Smith aan de piano. Het is een goed klinkende cd geworden waarop ik geen enkele voorkeur voor een bepaald nummer kan noemen, gewoonweg omdat ieder nummer erg sterk is. Mede ook door de kwaliteiten van de muzikanten maar zeer zeker ook door de goed gekozen covers. Zo horen we prima vertolkingen, als Mance Lipscomb’s "Blues in the Bottle", Bernie’s versie van "Goin’ Down Slow", geinspireerd door Mance en Lightnin’, Muddy Waters’ "I Be’s Troubled", een instrumentale versie gespeeld op een National gitaar van "I’ll Fly Away", "God Moves On the Water” van Blind Willie Johnson en Mance Lipscomb, met Bernie's mooie slidespel, "Country Sugar Mama" gebaseerd op een Little Son Jackson song, Big Boy Crudup’s "Rock Me Mama", "Pawnshop Blues", een nummer dat Bernie leerde van Brownie McGhee, "Shake ‘Em Down" - Mississippi dance muziek dat hij leerde van zijn mentor, Fred MacDowell en het instrumentale "Berlin Rag". Op CD2 "Old School Blues/Electric", een kant die we gerust wat meer volume mogen geven, start met een vroege Lightnin’ Sam Hopkins klassieker, "Automobile Blues", "Cherry Ball" dat van Mance Lipscomb de titel "Shake, Shake Mama" meekreeg, maar ook diens "The Ballad of Freddie" en "Rocks & Gravel Boogie", Albert King’s "Crosscut Saw", Little Jr. Parker’s "Driving Wheel" in een ‘50s juke joint stijl, "If You Lose Your Money" dat Bernie leerde van Brownie McGhee, de Chicago blues van Jimmy Reed’s "Baby, You Don’t Have To Go" en Otis Rush "You Know I Love You" (ook bekend als "I Miss You So"). Allemaal mooie bewerkingen, niet gekopieerd, maar gewoonweg op Pearl's eigen manier. Het past allemaal precies in elkaar, ieder instrument en iedere muzikant is op elkaar afgestemd en ingespeeld. Een prima combinatie van muziekstijlen dat lekker in het gehoor ligt. Kenmerkend is het stemgeluid van Pearl, een stem die zijn muziekstijl benadrukt waardoor je al snel een eigen sound kunt creëren. En daar is niets mee mis omdat hij over een perfecte stem beschikt. "Old School Blues - Acoustic/Electric" is een dubbelaar met negentien prachtige bluessongs waarmee Bernie Pearl, zijn 50 jaar in bluesmuziek viert, maar is vooral een verzameling van songs waarin hij zijn kwaliteiten weer eens duidelijk onderstreept, gevarieerd, niet complex maar recht voor zijn raap blues. Bovenal een erg goede samenwerking met de genoemde muzikanten die zich kenbaar maakt in deze prima productie.



 

STEWED ROOTS
IN THE MIDDLE OF THIS
Website Myspace Contact
CDBaby

 

 

In Canada, in de buurt van Toronto, is de grond blijkbaar vruchtbaar. Menig artiest vertrekt van daaruit om zijn muzikale vleugels uit te slaan. Zo ook met Jennifer Hale, kortweg Jeff genoemd, en Neva Tesolin, die beiden na aparte muzikale omzwervingen, rond dit album samenwerkten. Beide dames zingen met complementaire stemmen, die de songs afwisselen en er een eigen toonaard aan geven. Canadese instrumentalisten, vermoedelijk de beste uit de streek van St. Catharines tot Toronto, begeleiden hen bij hun debuutalbum, geproducet door Paul Mills, die Award Winner op zijn palmares mag schrijven. Niet dat de dames al niet lang van kindsbeen af met muziek in de weer waren. Jeff Hale, gitarist en leadzangeres, en Neva Tesolin, pianist/accordeonist, schrijven zelf hun eigen frisse songs. Jeff gooit zich liefst al zingend los in zwierige danstunes, cajun, ‘old time’ of folky pubsongs met inspiratiebron uit het dagelijks leven of aangehaakt aan familiebanden. Neva Tasolin zoekt het meer in Keltische evocaties, van picturale landschappen, Kerry, Wales, tot de mythes van de seizoenen, het maanmysterie of oogstimpressies. ‘The Fisher and Me’, ‘The Daughters’ en het instrumentale ‘Llanwrtyd Wells and Ponies’ zijn allen van haar hand en verraden een rootsy Keltische lichtinval. Haar pianospel, klassieke training vanaf haar zevende jaar, verwijlt in de schermerzone tussen sprankelend en subliem. Jeff Hale, die al op school in een bandje zat, speelt op haar Martin gitaar alsof dit haar eerste speelgoed was. Bovendien heeft zij de ideale stem om zowel haar eigen laconieke ‘Turning 40’als hun gezamenlijke ‘Dirty Work’ krachtig te omlijsten. En meestal ook liefdevol bij de meer romantische songs. Voor de feeërieke toets kwam zelfs Neva’s dochter, Jessie, even uit Halifax over om met cellobegeleiding de delicate vrouwelijke nuances te belichten. Als je de dames beluistert, vraag je je onvermijdelijk af of het verre voorvaderlijk Keltisch bloed nog steeds aan het bruisen is. Speelsheid, ironie, melancholie, poëzie, strijden alle om voorrang. De medemuzikanten spelen perfect in op de gemoedsstemmingen van de dames. Behalve contrabassist Bob Hewus valt ook Curly Boy Stubbs op, zoals hij met mandoline of banjo present geeft. En zijn percussie op het instrumentale ‘Llanwrtyd Wells’ maakt dit nummer tot een van mijn favorieten, naast het mythische ‘The Daughters’, dat met piano, cello en de vioolarrangementen haast liturgisch aandoet. Moest het nog niet duidelijk zijn. Dit Toronto-album verfrist als een zee waar de songs over elkaar buitelen als de golven op de Ierse kusten, geen enkele dezelfde maar allemaal voortgestuwd door dezelfde kracht, deze van de sound in eb en vloed.
Marcie



 

CHRISTINE VASKAS
STEPPING OUTSIDE MYSELF
Website Myspace Contact
Label : Bent Pussycat Records
CD-Baby

 

 

Vijf jaar geleden maakte de wereld voor het eerst kennis met Christine Vaskas, een jongedame uit Long Island met de juiste looks en met een onweerstaanbaar verlangen om te zingen en op te treden. Ze volgde al stemoefeningen en zanglessen toen ze amper zeven jaar oud was. Als kind trad ze op in een aantal lokale theatervoorstellingen. In de tienerjaren veranderde ze het geweer van schouder en probeerde ze meer in de schijnwerpers te staan als zangeres tijdens feestjes of op benefietconcerten. Op zestienjarige leeftijd belandde ze in de Bent Pussycat Recording Studios waar ze eerst als hulpje begon te werken. Al snel mocht ze zelf aan een opname beginnen en haar intussen zelfgepende songs op de tapes vastleggen. In 2003 verscheen haar eerste album onder de veelzeggende titel “Dare” met daarop 11 songs die zij en haar lifetime-buddy Tom Cavanagh hadden geschreven. Deze kerel is ook een getalenteerde multi-instrumentalist en speelt zowat alle instrumenten op de cd’s van Christine Vaskas. Zo ook op de nieuwste en pas verschenen plaat “Stepping Outside Myself”, ook al met elf zelfgecomponeerde nummers. Qua stijl kan je de liedjes katalogeren onder pop, rock, folk en countryrock. Kortom, perfect geschikt voor de hitparades naast muzikale evenknieën Avril Lavigne, Natalie Imbruglia en Shania Twain. Zowat elke song uit dit album kan als single gelanceerd worden: “Thinking Too Much”, “When I’m Falling”, “Detached”, “Love Story” enzovoort kunnen allemaal de radio-ether in gestuurd worden op populaire Vlaamse jongerenzenders als Studio Brussel of Radio Donna. Vooral het liedje “Opportunity Knocks” heeft alles om een grote radiohit te worden. Zelfs de funky titeltrack “Stepping Outside Myself” is zuivere pop voor tieners en twintigers. De bezongen onderwerpen als verliefdheid, gebroken relaties, hartenpijn komen veelvuldig voor in de liedjes waarvan er enkele misschien kunnen opgenomen worden op de soundtracks van de vele tienerseries op tv. Omdat ikzelf al wat ouder ben moet ik misschien concluderen dat de teksten uit de songs van Christine Vaskas een beetje aan mij voorbij gaan. Maar ik hoor natuurlijk wel nog dat de productie van dit album zeer professioneel gedaan werd en dat je met dit soort liedjes gemakkelijk enkele jaren kan overleven in deze beenharde muziekbusiness.
(valsam)



 

 

CIRO MANNA
FEEL 'N' GROOVE
Website Myspace
Label: Yellow Moon Factory

 

Ongelofelijk welk gitaartalent ons momenteel van uit Italië en Spanje bereikt. Zo hadden we een half jaartje geleden de Spaanse fusion / funk gitaristen José De Castro en Gaby Jogeix, en wat later was Italië aan de beurt met de uitstekende Nicola Costa. Nu is er dan Ciro Manna, ook uit Italië, die eenzelfde stijltje hanteert als de vorige heren. Instrumentale fusion gitaarnummers met een wat bluesy inslag, vergelijkbaar met wat Jeff Beck, Robben Ford of Scott Henderson ons brengen. Opvallend is dat alle hoger vernoemde gitaristen jong zijn en voor hun leeftijd, verrassende rijpheid en virtuositeit ten toon spreiden. Ciro is amper vijfentwintig, toch klinkt het alsof hij al gedurende dezelfde periode gitaar speelt. Gans de cd is gevuld met eigen composities. De openingssong “Sixteenth Highway” is een nummer wat afwisselend van een rockend jazz rock ritme overgaat naar meer melodische passages. Het nummer werd op dezelfde dag gecomponeerd en opgenomen. “Ciro’s Funk” is een song die veel betekent voor de jonge gitarist, deze korte funk instrumental is namelijk zijn eerste song ooit geschreven. “O’ Satch O’ Boogie” is geinspireerd door Joe Satriani’s nummer “Satch Boogie”, en heeft een apart verhaaltje omtrent de titel, “satch” betekent in Ciro’s dialect toevallig “weten of kunnen” dus gebruikt hij hier deze woordspeling en de verwijzing naar de originele titel van Satriani’s nummer. Vertaald betekent het dus “Ik kan de boogie spelen”. Mooi gevonden, en inderdaad, de man liegt duidelijk niet, en of hij het kan! “Mosaiko Funk” is een lekkere mix van allerlei etnische en jazz elementen, funk, samba, fusion, een ware mosaik van stijlen dus, maar tevens één van de mooiste nummers hier. “Rain Fall” is de ideale rock ballad instrumental, heen en weer bewegend tussen de bluesy elementen die Gary Moore’s jazz rock periode typeerden, net als “Sparkles On The Road”, een funk en bluesrock instrumental met Jeff Beck’s signatuur in de gitaarsolos. Het meest complexe nummer dat het vooral van de techniek en tempowisselingen moet hebben, is “Groove Engine”. Het rustige akoestische “Anem” is een verademing tussen al de fusion tracks, zodat we even op adem kunnen komen tijdens deze sfeervolle instrumental, met mooi piano-intermezzi van Angelo Abate. De grand finale dan, met de twee laatste tracks. “On The Groove” schijnt één van de favoriete live-songs te zijn van Ciro, omdat hij er erezaak van maakt bij optredens steeds te improviseren tijdens het soleerwerk in dit nummer, zodat het telkens anders klinkt en het voor hem zelf het meest aangename moment van de avond is. Uitsmijter “Slap It Now” is ook apart, het is in feite een slappy solo op Ciro’s leadgitaar, voorzien van een octaver voor een diepere sound, dit voor de technisch onderlegde zielen onder ons. Voor mij klonk het als Stanley Clark op zijn piccolobas. Ziezo, song voor song hebben jullie nu een idee wat te verwachten van deze jonge meester fusion gitarist. Het beste is echter het schijfje aanschaffen, wat ik voor de gitaarfreaks onder ons, zeker kan aanbevelen. Fusion met hoofdletters!
(RON)



 

SHANE ALEXANDER
THE SKY BELOW
Website Myspace Contact
Label : BuddhaLand Records
Distr.: Hemifran CD-Baby

 

 

“The Sky Below” is reeds de derde soloplaat voor de uit Los Angeles stammende singer-songwriter Shane Alexander. Voor dit album pende hij tien nieuwe liedjes bij elkaar en nam ze in een periode van twee weken op met hetzelfde team dat hem hielp bij de vorige platen “Stargazer” uit 2006 en “The Middle Way” uit 2005. Elk jaar een nieuwe release is wat ons betreft een behoorlijk tempo om origineel uit de hoek te kunnen blijven komen. Qua genre sluit de muziek op “The Sky Below” het nauwst aan bij akoestische pop rock. In vergelijking met vorig werk vinden we hier wat meer up tempo-nummers waarbij opener “Amsterdam” en “Brother Of Mine” als representatief aangehaald kunnen worden. Maar het handelsmerk van Shane Alexander blijven toch de doorleefde ballads waarin zijn brede stembereik het best tot uiting kan komen. “Outside The Lines”, “She Didn’t Need Me” en de titeltrack “The Sky Below” illustreren het best tot wat deze artiest vocaal in staat is. Ook het emotionele “Homesick” is één van de beste songs op deze plaat. Vorig jaar tourde Shane Alexander als voorprogramma van Seal doorheen Amerika en was hij o.a. ook in België en Nederland voor optredens als soloartiest. Het jaar voordien deelde hij ook al het podium als support act voor Jewel en Lisa Marie Presley hetgeen hem een vrij brede naambekendheid over de hele wereld opleverde en waarmee hij de aandacht van een breder publiek op zijn solowerk kon vestigen. Zichzelf begeleidend op gitaar brengt hij af en toe laid back songs zoals het zonnige “Coffee Kiss”, hetgeen hem voor de hand liggende vergelijkingen met o.a. Jack Johnson oplevert. Na een carrière als frontman bij de ter ziele gegane groep “Damone” lijkt Shane Alexander alvast goed op weg om een nieuwe en succesrijke loopbaan als akoestische troubadour tegemoet te gaan. “The Sky Below” is duidelijk een forse stap in de richting van een bredere bekendheid voor zijn werk en talent. Wij wensen hem alvast het allerbeste bij zijn muzikale tocht.
(valsam)



 

DEKE DICKERSON
KING OF THE WHOLE WIDE WORLD
Website Myspace CD-Baby
Distr.: Sonic Rendezvous
Foto: Deke Dickerson met Los Straitjackets

 

 

Of Deke Dickerson zijn befaamde doubleneck gitaar al terug gevonden heeft weet ik niet, maar met zijn nieuwe cd "I’m The King Of The World" zijn de happy days back again. Van bij de intro van het titelnummer neemt Dickerson ons ongeveer 50 jaar mee terug in de tijd. Als je weet dat Deke schrijft voor Guitar Player Magazine zal het je niet verwonderen dat alle nummers een grote liefde en een diep respect voor de roots uitstralen. Het door Jimmy Martin geschreven bluegrassnummer "Deep River" krijgt een flitsende Rock and Roll behandeling die het nummer echt deugt doet. In de grappige (anti) love song "I Can't Wait To See You (Go)" en "Bomb Shelter (For My Heart)" krijgen we die fantastische rockabilly sound te horen van in slap-back echo gedrenkte gitaren met snedige solo’s van Deke en Crazy Joe Tritschler op gitaar en van Carl Sonny Leyland op piano. Hilbilly and western swing zijn dan weer terug te vinden in "Misshapen Hillbilly Gal", pakkende steel gitaar incluis. Ook het voor Jerry Lee Lewis geschreven "Put Me Down" straalt de juiste fiftiessfeer uit. "Boone Country Blues" is bluegrass zoals we hem altijd al willen horen hebben met een uit het leven gegrepen tekst: "She either loves me or she hates me, and either way it’s nothin’ but bad news". Het stuwende en rockende "Itchin' For My Baby" met prachtige doo-wop vocals doet de overbodige Willie Nelson cover "Make Way For A Better Man" vlug vergeten. De cd sluit af met het instrumentale in Bakersfield-traditie gebrachte "Double-Clutchin’" met technisch sterk gitaarwerk van Deke op zijn custom chop Hallmark en Crazy Joe Tritschler en het titelnummer waarbij je er zeker kan van zijn dat Hank Williams bij de opname goedkeurend mee over de schouder van Dickinson gekeken heeft. De plaat klinkt zoals de cover er uit ziet, zonnig, stralend, clean, swingend en vooral heel speciaal.
Blueville



 

 

CONGREGATION
SAME
Website
Label: Bronzerat Records

 

Van Bronzerat, het Britse indie label dat ons onder meer Seasick Steve bezorgde, kregen we een exemplaar van de debuutcd van "Congregation" toegestuurd, een Londen's duo bestaande uit Benjamin Prosser (slide gitaar en basdrum) en Victoria Yeulet (zang en beenbelletjes). Ze zien er op de hoes uit als een gangsterpaar uit de jaren dertig. Bonny & Clyde sing the blues als het ware. Als je de bezetting bekeken hebt en het instrumentarium, dan kan je verwachten dat het geheel wat "basic" en sober zal klinken, maar dat is dan net niet de kracht van dit duo. Zeg nu zelf, wie speelt er heden ten dage nog beenbel? Wat is een beenbel hoor ik je vragen, wel net wat de naam zegt, een soort "jingle bells" armband, maar die om de enkel gedragen wordt. Victoria's klagende stem, wat herinnerend aan die van Jo-Ann Kelly, heeft een verkillende kracht, en geeft dat gevoel dat je kreeg bij 't bekijken van de hoesfotos, die repressie blues, nog extra dimensie. Dit samen met de rauwe slide en de bas drum die door Benjamin met de voet bespeeld wordt, geeft een apart, vernieuwend en tegelijkertijd ook ouderwets klinkend bluesgeluid. Ze zijn zo apart bezig dat ze het vertrouwen in het genre terugbrengen. Bij mij was dit althans het geval, niet het zoveelste 12 bar coverbandje, maar dit duo brengt iets wat essentieel dit genre herschrijft en nieuw leven inblaast. Natuurlijk, het is even wennen, maar dat zijn we van dit eigenzinnige Londense label "Bronzerat" ondertussen gewoon. Wie durft het anders nog aan een hobo met een driesnarige gitaar van twintig euro als C6-Steve onderdak te geven. Zo gauw je echter deze basic blues tot je laten doordringen hebt, geniet je er intens van. Back to the roots, en lang leve de beenbelletjes!
(RON)