ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008


ADAM PUDDINGTON - FOR THE MEANTIME

THE DIVORCEES - YOU AIN'T GETTIN' MY COUNTRY

BEUKORKEST - DER KLEINE HAUSMEISTER

FRED GUGGENBERGER - LET ME IN

JOHN FOGERTY - REVIVAL

BRUCE HOLMES - THE OLD KING’S REEL

ONE WOLF - ONE WOLF

BOB BAKER - LOW EXPECTATIONS

JOE JACKSON - RAIN

GWYN ASHTON - PROHIBITION

 


 

 

ADAM PUDDINGTON
FOR THE MEANTIME
Website Myspace Contact
Label: Hay Sale Records Myspace

 

 

Hay Sale Records is een onafhankelijk Canadees platenlabel met een kleine stal. In het verleden brachten The Guthries, The Divorcees, Dale Murray maar ook Adam Puddington in 2005 het album "For The Meantime" uit. Al deze artiesten verkennen het popterrein en laten zich af en toe verleiden tot een uitstapje richting countrypop. Er zijn dus duidelijke overeenkomsten, maar daarentegen ook de nodige verschillen. Adam Puddington komt van Almonte, Ontario en vond niemand minder dan alt-country/60’s pop session ace Dale Murray (The Guthries, Buck 65, Nathan Wiley, Cuff the Duke, Matt Mays and El Torpedo) bereid om voor zijn debuut achter de knoppen plaats te nemen. Deze combinatie heeft gewerkt, want met "For The Meantime" heeft Puddington zeker geen onaardige plaat gemaakt; roots uit de 1e divisie, zullen we maar zeggen. Dat Dale Murray ook de nodige inbreng had in de gitaarpartijen is logisch; ook pedal steel, lapsteel en de backing vocals was aan hem besteed. Voorts vinden we in de bezetting, Brian Murray (drums, percusie) en bassist Serge Samson. Puddington heeft een vlotte hand van songwriting; songs die de voor dit genre geijkte thema’s in zich hebben, zoals in het fraaie "Deer in the Headlights" waarin hij zingt: "I have no notions of grandeur/ I’m provincial at best", voor ons wel het hoogtepunt op deze cd. Puddington maakte vroeger naast Dale Murray en Matt Mays ook deel uit van The Guthries. Die ervaring heeft Adam duidelijk goed gedaan, want "For The Meantime" is minder poppy, al zijn de ijzersterke melodieën nooit ver te zoeken, en meer Americana gericht. Dat resulteert in een elftal prima nummers, variërend van stevig rockend tot aangenaam ingetogen. Het gitaarspel is gedegen, charmant, maar niet uitzonderlijk. Nee, de kracht zit hem behalve die frisse stem vooral in de sterke melodielijnen die de meer rootsy gerichte popsongs als "In My Bones" en "Stick With Me" laten vlinderen. Puddington's stem klinkt fraai in het klankbeeld en het instrumentarium is met een koppeltje gitaristen, die soms lekker loos gaan, puik in orde. De liedjes zijn bovendien van een hoge kwaliteit, met melodieën die blijven hangen en met de juiste rootssfeer. Je gaat vanzelf denken: wanneer krijgt Adam Puddington de roem die hij verdient? Het pas verschenen "Back In Town" zal misschien toch wat gaan veranderen. Voorlopig doen we het met "For The Meantime", en aan de kwaliteit van het gebodene op deze plaat zal het zeker niet liggen want op dit debuut komt deze kwaliteit duidelijk naar voren. Een plaatje voor de liefhebbers. Of Adam Puddington daadwerkelijk een groeier is zal "Back In Town" moeten uitwijzen!


 

 

 

THE DIVORCEES
YOU AIN'T GETTIN' MY COUNTRY
Website Myspace Contact
Label: Hay Sale Records Myspace

 

 

Van ditzelfde Canadees platenlabel, Hay Sale Records, van de hierboven besproken Adam Puddington, ontvingen we ook de debuut-cd "You Ain’t Gettin’ My Country" van the Divorcees. Een country plaat waarop ze zich begeven ergens tussen The Mavericks, The Derailers of om nog verder in het verleden te zoeken, The Outlaws of zelfs The Backsliders: degelijke country met een popgeurtje. En dat betekent roots enough, maar ook in potentie commercieel. De vier countrykerels komen uit New Brunswick, het oosten van Canada, en dus niet eens uit Texas. Maar het zijn vooral rasmuzikanten die goed gepende liedjes vakkundig neerzetten, en waarbij de leadvocalisten/gitaristen Alex Madsen en Jason Haywood voornamelijk verantwoordelijk zijn voor deze dertien composities. Alleen moet je wel open staan voor hun gladde geluid, ontdaan van vrijwel alle scherpe kantjes. Toch valt er veel te genieten op hun debuut, en dat heeft alles te maken met de eerder gememoreerde vakkundigheid, aangevuld met een flinke portie speelplezier. The Divorcees bestrijken alle uithoeken van de country, klinken trouw aan Johnny Cash en Waylon Jennings, en geven werkelijk ouderwets lekker van hun jetje. "You Ain’t Gettin’ My Country" barst praktisch uit zijn voegen van de aanstekelijke countrydeunen waar traditionalisten hun hart nog eens ongeremd kunnen aan ophalen. "Guess You Left The Leavin' Up To Me", "Red Haired, Red Blooded Woman", "You Ain't Gettin' My Country" en "Take, Take, Take" zijn zo van die refererende stampertjes die gewoon een echt feest maken van deze plaat.


 

BEUKORKEST
DER KLEINE HAUSMEISTER
Website Myspace
Label : Munich Records

 

Beukorkest komt ons toegewaaid vanuit Nederland. Het is een soort collectief van muzikanten rond beeldend kunstenaar en muzikant Rik van Iersel en de Eindhovense polderpop- en trashgroep Stuurbaard Bakkebaard. In 2007 is Beukorkest voor een reeks live optredens doorheen Nederland getrokken en voor de diverse optredens nodigden ze een hele reeks gelegenheidsartiesten uit die hen bij de gebrachte liedjes, teksten en lawaai bijstonden. Bij momenten stond er bij wijze van spreken meer volk op het podium dan ervoor. Zo werden er op deze live verzamelaar 15 echte tracks opgenomen met volgende supportgasten: trompettist Bart Maris (van dEUS en Zita Swoon), Def P. en Arjan Amin (voor het rapwerk), Johnny Dowd, cabaretier André Manuel, Kim Sherwood, Dead Elvis en enkele muzikanten van Urban Dance Squad. Soms zijn deze tracks niet veel meer dan “noise” (lawaai in het Nederlands) zoals in “Mean Motherfucker”. “Fred” is een verhaaltje dat verteld wordt door Rik van Iersel. Soms is het een kakofonie van geluiden en chaotisch gejengel en geschreeuw zoals in “Mind Train”. Punkerig wordt het als Johnny Dowd het voortouw neemt in “Ding Dong” en “Phantom” met rapwerk van Def P. Dowd’s snerpende gitaarklanken en zijn wijze van zingen misstaan helemaal niet in dit geheel. Verwacht van deze plaat geen conventionele cd met mooi op elkaar volgende liedjes die inhoudelijk naadloos aansluiten. Het is één grote puzzel van kleurrijke stukjes die na maat- en paswerk toch perfect in elkaar passen. Beukorkest wordt gesponsord door het Nederlands Fonds Voor Podiumkunsten. Het beluisteren van deze cd laat je inzien waarom dit eerder onder moderne kunst dan onder moderne muziek valt. “Hope You Don’t Mind” is anderzijds een simpele ballad met jazz-invloeden en knap trompetgeschal van Bart Maris en zangwerk van André Manuel. Toch eindigt dit nummer ook in een rommelige, complete chaos. Verrassen is de core-business van Beukorkest en dat doen ze van song tot song. Het geëxperimenteer tussen dit collectief van muzikanten, kunstenaars en artistieke wezens is op zijn minst uniek en speciaal te noemen.
(valsam)


 

 

FRED GUGGENBERGER
LET ME IN
Website Myspace
Label: Mayflowermusic
Cdbaby

 

 

Fred Guggenberger is een jonge Duitser uit Beieren die al 14 jaar aan de weg timmert. Omdat platenmaatschappijen en radiostations geen interesse toonden, besloot Guggenberger zijn songs op internet-fenomeen myspace te plaatsen. Net wanneer hij het niet meer verwachtte, bleken een aantal van zijn nummers opgang te maken in de charts van een drietal Amerikaanse radiozenders. Tot zover Guggenbergers eigen verhaal in de liner notes van zijn eersteling “Let Me In”. Rootstime onderwierp “Let Me In” aan een luisterbeurt om jullie te kunnen melden waar de waarheid zit: Amerika, Duitsland, of misschien ergens tussen de twee. “Who Killed Alex” is een leuke rockabilly song. “Lie To Me” is eerder bluesrock te noemen. Met “I’ll Be There For You” schreef Guggenberger een gesmaakte ballad. “Duelling Guitars” is een instrumentaal nummer dat een medley lijkt van de melodietjes van allerhande bekende rock n’ roll-nummers, waaronder “Yackety Yack” en “Shake Rattle & Roll”. “Fools Game” deed ondergetekende denken aan “All Along The Watchtower”. Wat mij betreft is “Warpreacher” van het beste dat op “Let Me In” te vinden is: er is een song, en ook de uitvoering (muzikaal en qua mix) mag er zijn. Guggenberger speelde alle instrumenten zelf in of programmeerde ze (bv. drumcomputers). Hoewel bewonderenswaardig heeft een dergelijke keuze ook zijn keerzijde. Zo zijn slechts uitzonderlijke muzikanten even goed op elk instrument en mist het project van de einzelgänger vaak het evenwicht en de verscheiden inbreng van diverse bandleden: twee muzikanten weten en kunnen vaak meer dan ééntje alleen. Liever een middelmatige band waarin elk lid doet wat hij kan dan één muzikant die meer probeert te doen dan hij kan. Guggenheimer maakt goeie songs, die in een band alleen nog meer tot hun recht zouden komen. Wat ik mis zijn echte drums: ik heb nooit begrepen wat drumcomputers meer kunnen dan drummers en hun sound en het gebrek in afwisseling gaan snel vervelen. De waarheid ligt dus ergens in het midden tussen de States en de Bundesländer…

(Pieter Jan)


 

 

JOHN FOGERTY
REVIVAL
Website
Label: Fantasy / Concord Music Group
Distr.: Universal Music VIDEO

 

Trends en bands komen en gaan, maar John Fogerty blijft altijd bestaan. Drie jaar na het laatste album "Deja Vu All Over Again" is hier zowaar een nieuw levensteken van de grote man/schrijver van de ‘rock classics’ als "Proud Mary", "Centerfield", "Bad Moon Rising", "Rockin’ All Over the World", "Born on the Bayou" en "Fortunate Son", de man achter de legendarische rockgroep Creedence Clearwater Revival. Klonk zijn stem op deze cd nog wat dunnetjes en mat, op zijn nieuwe plaat weet Fogerty net zo’n rauwe strot op te zetten als vroeger – en maakt hij weer met recht aanspraak op de titel "Beste Rock & Roll Stem Aller Tijden". Na het uiteengaan van CCR werd Fogerty vooral geplaagd door contractuele hindernissen die 's mans activiteit minimaliseerden. De platen die verschenen kenmerkten zich door hun strakke voortzetting van de rootsy swamprock waar Creedence patent op had. Deze lijn wordt op het nieuwe album "Revival" gelukkig weer onverdroten voortgezet. Na jarenlang getouwtrek met zijn platenmaatschappij over de auteursrechten van zijn eigen geschreven nummers, blijkt John Fogerty uiteindelijk aan het langste eind te hebben getrokken. Fogerty is nu heer en meester over zijn eigen composities en dat is te merken! Niet alleen is hij weer terug op zijn oude vermaarde Fantasy Records label waar hij met zijn band zijn grote successen had eind jaren '60 en begin jaren '70, maar Fogerty is ook helemaal in de wolken met zijn nieuwe album, en dat is geen wonder, want eindelijk is hij weer net zo vitaal in de weer als tijdens zijn hoogtijdagen met CCR. Op "Revival" - uitgebracht door Fantasy - grijpt hij dan ook met graagte terug naar zijn klassieke verleden en weet dankzij zijn vakmanschap een heerlijke plaat te maken. Deze cd grijpt in vrijwel ieder nummer terug op een song uit het verleden (zo doet een nummer als "Gunslinger" ommiddelijk denken aan "Have You Ever Seen The Rain?" en een andere klassieker uit die glorietijd, "Lodi", vinden we hier zeer verwant met "Broken Down Cowboy"), en ook in de teksten is Fogerty behoorlijk retrospectief. Wat vooral opvalt, zijn de aansprekende songs, de zo herkenbare gruizige stem van Fogerty en zijn spetterende gitaarspel, want bijna in ieder nummer komt een andere vintage gitaar uit de koffer en die staat steeds keihard in de mix. Op deze cd wordt hij bijgestaan door Benmont Tench en Kenny Aronoff, die zich uitstekend weten te beperken en Fogerty precies de begeleiding geven die zo goed bij hem past. "Revival" is gewoon een spetterend album, met meezingbare introotjes en listige gitaarriffjes, een album dat nadrukkelijk verwijst naar Fogerty’s gloriejaren, maar ook laat horen dat zijn swamp-rock 35 jaar na de hoogtijdagen van Creedence Clearwater Revival nog niets van zijn kracht heeft verloren.

JOHN FOGERTY LIVE - DONDERDAG 19 JUNI 2008 - Vorst Nationaal, Brussel


 

 

 

BRUCE HOLMES
THE OLD KING’S REEL
Website Contact CD-Baby

 

Bruce groeide op als fingerpicking folkie, studeerde later flat-picking en begaf zich aan de mandoline. Hij heeft altijd van Keltische muziek gehouden en speelt deze graag en dat is duidelijk op zijn CD te horen. Op dit ogenblik probeert hij zelfs de concertina en bodhran onder de knie te krijgen. Naast muziek is Bruce het grootste deel van zijn leven bezig geweest met lesgeven (van Akido tot volksdans tot schaken). Zijn eerste CD “Life’s An Intelligence Test” kreeg lovende kritieken en kreeg airplay op zowat 180 radiostations. Op deze tweede CD krijgt hij hulp van heel wat gastmuzikanten. Kate Eggleston zingt op enkele nummers, voor accordeonklanken zorgt John William terwijl de herkenbare gitaarklanken van Tony Mc Manus twee tracks versterken. Voorts kan Bruce rekenen op Alain Genty (bass), Jacqueline Schwab (piano), Reinman Seidler (cello), Mark Dvorak (banjo), Don Steirnberg (mandoline), Carol Francis (whistle en fluit), Jos Quirk (drums) en voor extra vokalen Jeny Thiel en Ingrid Graudin. De CD opent met het mooie folky “The Old King’s Reel” wat zich muzikaal situeert in de folkscene van eind 60 begin 70. Meer ingetogen en sober is “One Love to Lost” over liefde en het verlies ervan. “Fields of Wheat” is een schitterend gebracht a capella nummer (met Kat en Jerry als aanvullende stemmen). “Marathon” is hoopvol en vrolijk en gaat over uitdagingen. In “God’s Rules” komen de diverse toetsen instrumenten aan bod (Bruce en Jacqueline) en bezint hij over religie. “The Water is wide”, een wondermooi folk klassieker, brengt Bruce in duet met Kat Eggleston en Reinman op cello. Met “When The Winds Return” (er is altijd een schaduwzijde) vertoeven we weer in een seventies folksfeer. “Whishes” gaat over durven risico’s nemen en liefde, met een eenvoudig refrein in harmony, humoristisch en speels gebracht. Mij deed dit even aan een song van Hary Chapin denken. Tony Mc Manus drukt duidelijk zijn stijl op “She Is Better These Days”, zijn zuiver, efficiënt gitaarspel zorgt voor een hedendaagse folkklank. Tony laat zijn gitaarklanken ook horen op “Great Life”, een terugblik op het leven. Vrolijker gaat er het aan toe op “Life is Hard”, een humoristische meezinger met o.a. John op accordeon. De CD sluit af met het marcherende “The Illinois 7th Regiment”, een lied over moed, goed muzikaal gearrangeerd. Bruce heeft een mooie CD afgeleverd met uitstekende songs en prachtige muziek. Folk invloeden zijn duidelijk aanwezig. Bruce heeft een heerlijke stem en speelt diverse instrumenten.
(jug)



 

ONE WOLF
Website
Label : Windfarm Records
CD-Baby

 

Daniel Markham is een singer-songwriter uit Lubbock, Texas die daar eerst vele jaren als frontman van de alt-countrygroep “Waiting To Derail” de clubs en zalen had afgedweild. Nu heeft hij een solo-project uitgewerkt waarbij hij echt alles zelf heeft gedaan. Alleen producer Jason Martin mocht hier en daar een kleine muzikale bijdrage afleveren op de tien songs van dit album. Vocaal lijkt de stem van Daniel Markham een beetje op die van de zanger van de formatie Sophia maar de muziek op zijn debuutplaat “One Wolf” is meer een mengeling van hedendaagse popmuziek in de stijl van bijvoorbeeld Tears For Fears of New Order met de countrysongs zoals Whiskeytown en Ryan Adams plegen te brengen. In zijn begeleidend schrijven beweert hij zelf dat zijn liedjes geschikt zijn als soundtrack voor spaghetti-westerns maar ook voor science-fiction films. Dat horen wij er nochtans niet echt in. Maar de tien songs op deze cd zijn wel modern en vlotjes in het gehoor liggend. Opener “Figure This One Out” is zo’n typische Sophia-song en “Don’t Take It Personal” en “Haunted” laten vermoeden dat Daniel Markham het niet zal gaan laten bij dit eerste solowerk. Enig krediet heeft hij zich alvast weten te vergaren met zijn akoestische laid back rocksongs die een overduidelijk jaren negentig-tintje hebben meegekregen. Zoals te beluisteren valt in “Down And Out” en “Close Your Eyes”. De country-touch valt voornamelijk te horen in liedjes als “Stormy Weather” en “Sleeper” met een twang gitaarriffje dat zo uit de golden sixties lijkt te komen. En afsluiter “Home Song” drijft op een gitaarsound die gestolen lijkt te zijn uit de soundtrack van Ennio Morricone voor de film “Once Upon A Time In The West”. Toch één track die kan dienst doen voor een volgende spaghetti-western. Afwachten hoe Daniel Markham zal presteren in de opvolger voor deze debuutplaat. Wordt dat een bevestiging of een aanwijzing dat hij toch maar een ééndagsvlieg zal zijn? De toekomst zal dit uitwijzen. Roodkapje zal moeten rekening houden met deze One Wolf want zijn sprookje begint nog maar pas.
(valsam)


 

 

BOB BAKER
LOW EXPECTATIONS
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

Bijna zestig jaar is hij al, maar dat is niet te horen aan zijn stem of aan de songs die Bob Baker op zijn nieuwste album “Low Expectations” ten gehore brengt. Vanuit Los Angeles verspreidt hij zijn muziek tot bij iedereen die het horen wil. Zelf zegt hij in zijn muzikale keuze beïnvloed te zijn door de liedjes van rocklegendes als Dave Alvin en Dave Edmunds, maar zelf kan hij ook best een aardig stukje doorleefde alt-country en rock’n’rollsongs aanbieden. In zijn begeleidende schrijven zegt Bob Baker dat hij opkijkt naar de kerel die een brief naar de plaatselijke overheid stuurt en een vergunning opeist voor een gehandicaptenparking op basis van het feit dat zijn hart gebroken is. Dit verhaal wordt in zangvorm verteld in het nummer “Handicapped”. De titelsong van deze plaat “Low Expectations” ontstond uit het verhaal van een andere kerel die aan zijn psycholoog uitlegt waarom hij probeert te overleven op “lage verwachtingen” over het leven. Dit is zijn hilarische argumentatie: 'When life hands me lemons, It’s lemons they stay / When I go to trial, I don’t get off like O.J. / When I come on to a woman, she rejects me at first sight / I expect nothing … and I’m always right'. Zo heeft Bob Baker bij elke song wel een typetje in gedachten waarvan diens eigenaardigheden in de liedjes op deze plaat bezongen worden. De kunst om deze menselijke karaktertrekken te analyseren heeft Baker vanuit zijn 26-jarige loopbaan als journalist voor de Los Angeles Times, een job die hij liet vallen om zich full-time met muziek bezig te kunnen houden. Een andere grappige, zelfs cynische song is “I Got An E-mail From A Female” dat niet toevallig op een Jerry Lee Lewis-achtige pianoriedel wordt gespeeld. Het is een verhaal over hoe een oudere man via internet een afspraakje (met bijbedoelingen) maakt met een amper zestienjarig meisje. Als hij haar tenslotte persoonlijk ontmoet wordt hij opgepakt door de FBI die het hele gebeuren in scène had gezet om pedofielen aan te pakken. Muzikaal hoef je niets complex in elkaar geknutseld te verwachten van deze Bob Baker. Net als zijn eerder vermelde rockende voorbeelden brengt hij recht-toe-recht-aan rock’n’rollsongs die bijna altijd gebaseerd zijn op een eenvoudig refreintje en enkele vlot in het gehoor liggende gitaarriffs, zoals in “Almost There” en “Madness In The World”. In enkele liedjes wordt het tempo naar beneden gehaald en dat gaat Bob Baker ook heel goed af. “Baby It’s Cold Inside” en “I Forgot How To Try” zijn mooie ballads. “Low Expectations” is een tof schijfje van een artiest die zijn lage verwachtingpatroon best wat mag optrekken.
(valsam)


 

JOE JACKSON
RAIN
Website
Label: Rykodisc Records
Distr.: Rough Trade

 

Met het live album “Afterlife” uit 2004 was het intussen al weer vier jaar geleden dat we nog iets nieuws mochten vernemen van Joe Jackson. Nu komt daar verandering in met enkele live-optredens (zie ook het AB-concertverslag van 5 maart 2008 op onze “concert reviews”-pagina bij Rootstime) en met zijn nieuwste cd “Rain” die in een de-luxe versie vergezeld wordt van een dvd. Daarop staat o.a. een registratie van een live optreden in Londen, een privé-rondleiding door Berlijn waar hij begin 2007 naartoe verhuisde, enkele interviews en een reportage over hoe dit album tot stand kwam. De nu 54-jarige David Ian Jackson - Joe voor de vrienden en de muziekliefhebbers - heeft al vijf Grammy-nominaties op zijn naam staan en gaat in de dikke boeken over de muziekgeschiedenis voor altijd verbonden blijven met de hit uit 1979 “Is She Really Going Out With Him?”. Eind jaren zeventig maakte hij samen met Elvis Costello en Graham Parker het mooie weer als vertegenwoordiger van de populaire punkscène en albums als “Look Sharp!”, “I’m The Man” en “Beat Crazy” zitten wellicht in ieders platencollectie. Later ontwikkelde Joe Jackson zich in de richting van de popmuziek en de new wave en voegde hij elementen van de klassieke muziek en van de jazzmuziek toe aan zijn liedjes, hetgeen hem doorheen de jaren een eigen en unieke geluid opleverde. Van achter de piano speelt en zingt hij zijn liedjes meestal voor volle zalen. Zijn greatest hits-album is één der meest verkochte verzamelplaten aller tijden. Voor de opnamen van de nieuwe cd “Rain” vroeg hij zijn oude getrouwen Graham Maby op bas en Dave Houghton op drums. Beide heren vormen al meer dan dertig jaar zijn vaste ritmesectie. Samen leverden ze een typische Joe Jackson-plaat af met tien nieuwe en tijdloze songs die hem op het lijf gegoten zitten. De piano-intro en het zangwerk in de openingssong “Invisible Man” kan echt niet typischer Joe Jackson zijn. In de ballad “Too Tough” speelt hij de underdog in een relatie: “I know that I would be too tough to fall in love with you”. De stuwende, punkerige Jackson komt ook aan bod in songs als “Citizen Sane” en “King Pleasure Time”. Verder krijgen we de zichzelf met een jazzy pianosound begeleidende Jackson die indringend zingt in “Wasted Time”. Ook “The Uptown Train” kabbelt op een riviertje van jazzklanken. Mijn favoriete song op “Rain” is het intimistische nummer “Solo (So Low)”, een bijna klassieke nummer waarin Joe Jackson enkel de piano toelaat ter begeleiding van zijn zang. Het meest hitgevoelige nummer op deze plaat is “Good Bad Boy” waarin ik flarden van The Who lijk terug te horen. En ook de afsluitende ballad “A Place In The Rain” zou probleemloos wat meer airplay kunnen verdragen. Natuurlijk hoeven we hier niets baanbrekends meer te verwachten van Joe Jackson maar de liefhebbers van deze man - en dat zijn er nog steeds erg veel, zie de uitverkochte concerten - zullen met dit nieuwe album toch weer heel tevreden zijn. En vermits wij al enkele decennia fans van deze sympathieke Brit zijn dus niets dan lof.
(valsam)

JOE JACKSON LIVE
28-06-2008 - Eupen Musik Marathon, Eupen
12-07-2008 - Rock Zottegem, Zottegem


 

 

GWYN ASHTON
PROHIBITION
Website
Label : DixieFrog Records
Booking: Blue Box Prod' Contact

 

Ashton draait al wat jaren mee in het circuit maar behoort niet tot de grote namen. Muzikaal heeft deze bluesrocker echter het een en ander in huis en ook compositorisch kan hij goed weg komen. Muzikaal hangt hij een beetje tussen Johnny Winter, Rory Gallagher en Albert Collins in, dus dat zit wel snor. Gwyn Ashton is een in Engeland geboren Australiër die zijn vierde cd aflevert. En wat voor één! Ashton kan niet alleen ontzettend goed uit de voeten op gitaar en elektrische sitar, maar hij heeft ook een uitzonderlijk talent om pakkende liedjes te schrijven. Hierdoor verveelt "Prohibition" geen moment, en dat is toch wel eens anders binnen dit genre. Zijn album "Beg, Borrow & Steel" van tien jaar geleden wou Ashton oorspronkelijk alleen opnemen, maar dat vond hij toch te kaal klinken. Dus belde hij een paar vrienden op of ze even de begeleiding wilden verzorgen. De cd werd vervolgens in twaalf uur opgenomen en in acht uur gemixt. Al was deze plaat ook een groot succes steekt er nu wat meer tijd in "Prohibition", hetgeen ook meteen te horen is. Ashton doet met zijn spel en zeker zijn zang nogal denken aan de late great Rory Gallagher en laat hij nu op "Prohibition" worden gesteund door Rory’s ex-drummer Ted McKenna. Daarnaast vinden we bassist Chris Glen (Alex Harvey Band, Ian Gillan) en een gastbijdrage van toetsenist Don Airey (Deep Purple, Whitesnake, Rainbow). De cd begint furieus met "Ball & Chain", om daarna over te gaan in het footstompin’ "Ain’t My Style", waarna de swamp blues van "Get Up Get Over It" volgt, en zo passeert zo’n beetje elke bluesrockstijl gaande van Mississippi-, New Orleans- en Texas Blues tot 60’s surf en Britse 70’s rock. Elf eigen stukken waarvan een eerbetoon aan Steve Ray Vaughan, getiteld "Rest In Paradise" en een cover van Gallagher’s "Secret Agent", misschien wel de beste tracks op deze plaat. Kortweg: Het is een mooie maand voor de bluesrockliefhebber: niet alleen een nieuwe cd van Joe Bonamassa maar dus ook een release van Gwyn Ashton. Nu mag Ashton nog niet helemaal in dezelfde league zitten als Walter Trout, Michael Katon of diezelfde Bonamassa, hij staat absoluut op hetzelfde niveau als een David Hole of een Sonny Landreth, voorwaar ook niet de minsten. Samenvattend is dit gewoon een prachtig zwaar gitaar-power plaatje!
(RON)