ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008


TIM O'BRIEN - CHAMELEON

REBA RUSSELL - BLEEDING HEART

COLLIN HERRING - PAST LIFE CRASHING

ROKIA TRAORE - TCHAMANTCHE

TIM LEE 3 - GOOD2B3

ENDERS ROOM - RANDOM GURU

KRIS DANE - RISE & DOWN OF THE BLACK STALLION

BOB LONG AND KEITH MILLER - I WONDER TO MYSELF

TOBIAS STENKJAER - BLISSFULLY UNAWARE

CHRIS CHARLES - ALMOST PARADISE

 


 

 

TIM O'BRIEN
CHAMELEON
Website
Label: Proper American Records
Distr.: Rough Trade

 

Als je het over de bluegrass hebt van de afgelopen 20 jaar dan kun je Tim O’Brien nauwelijks wegdenken. Niet dat zijn muzikale carrière zo'n commercieel succes was, tenminste niet hier in onze Lage Landen, maar zijn deskundigheid schopte het tot producer, muzikant en/of het verzorgen van de linernotes van talloze projecten en albums als de soundtrack van Cold Mountain, Yonder Mountain Stringband, Steve Earle, Robert Earl Keen, Alison Krauss, Dwight Yoakam, Mike Seeger en talloze verzamellaars. De afgelopen jaren heeft Tim O’Brien een dozijn of meer platen gemaakt waarop hij zich liet bijstaan door gerenommeerde muzikanten uit de folk, country en bluegrass. Mijn favoriete bluegrassplaat van 2000 was echter wel "Real Time" van Darrell Scott en O’Brien, twee fabelachtige instrumentalisten die ook nog eens allebei de mooiste liedjes schrijven. O’Brien die de de fijne kneepjes van het banjo-spel leerde van Roger Bland (Lester Flatt) is natuurlijk al langer een lieveling van het bluegrasspubliek, vooral sinds zijn themaplaat "The Crossing" uit 1999. Op zijn nieuwste plaat "Chameleon" treedt de folkzanger pur sang in hem naar voren. Het album telt zestien liedjes van eigen hand die hij, als een troubadour van deze tijd, op eigen kracht vertolkt. Zijn stem en een keur aan snaarinstrumenten die alle met grote vaardigheid worden bespeeld: meer dan deze eenvoudige middelen heeft O’Brien niet nodig om een persoonlijke, intieme plaat te maken die bovendien rijk is aan afwisseling. Met zijn liedjes voert O’Brien de luisteraar niet door diepe dalen en over hoge bergen. Liever neemt hij ons bij de hand op een muzikale reis die via verschillende zuidelijke staten langs de folk, bluegrass, gospel en folkblues leidt. Hij had zijn nieuwe plaat dan ook geen toepasselijker titel kunnen geven. Daar multi-instrumentalist O’Brien slechts één instrument per nummer (gitaar, bouzouki, banjo of fiddle) gebruikte voor de opnames in de garage van producer Gary Paczosa, is de muzikale inkleuring niet alleen sober maar ook simpel, gewoon diepgeworteld in de Amerikaanse muziektraditie. Zelfs staat bij ieder nummer vermeld met welk instrument het nummer is ingespeeld, maar hij blijkt met elk snaarinstrument even goed uit de weg te kunnen, of hij nu bluegrass speelt met behulp van de banjo op "World Of Trouble" of de folk speelt en hij zichzelf begeleidt op fiddle in "Safe In Your Arms", het is allemaal even smaakvol. Bluegrass wordt in de VS ook wel 'old time music' genoemd, maar O’Brien laat horen dat het genre zich goed leent voor vernieuwing en zeker niet in een museum thuishoort. Net als bij de blues is het een kwestie van continuïteit: de fakkel wordt van generatie op generatie overgedragen. Kortweg: een blijvertje wat mij betreft, deze "Chameleon", puur door de kwaliteit, iets tijdloos, en zit je van begin tot eind te genieten. Een absolute aanrader.


 

 

 

REBA RUSSELL
BLEEDING HEART
Website Myspace Contact

 

Bleeding Heart is ondertussen al de vierde CD van deze dame afkomstig uit Memphis, Tennessee. Reba Russell mag dan nog niet echt bekend zijn in Europa maar daar kan deze CD wel eens vlug verandering in brengen. Zeker als je ze ook nog eens live hebt kunnen zien, al moet ik zeggen dat deze CD vrij kort in de buurt van hun live-prestatie komt. Geopend wordt er op traditionele manier door middel van knap slidewerk van de hand van de jonge gitarist Josh Roberts. ‘Red Mississippi Clay’ is dan ook een song die handelt over daar waar de blues zowat zijn fundamenten heeft staan, hoe kan het ook anders met zo’n titel. Al meteen kunnen jullie kennis maken met niet alleen Reba en haar zangtalent maar ook met de jonge gitarist Josh Roberts en oude rot Robert “Nighthawk” Tooms op de Mississippi saxofoon. Met ‘Miss Me’ gaan we even de ietwat rustigere toer op maar dat stoort me helemaal niet want we worden getrakteerd op een mooie song met lekkere backingvocals. Verder laat Robert Tooms ons horen ook goed overweg te kunnen met het Keyboard, iets wat men toch als een extra troef mag zien. Iets meer countryblues is weggelegd voor het nummer ‘Memphis Moon Tonight’ van Jimmy Tackery die tevens de ritmegitaar hier voor zijn rekening neemt. De sensuele stem van Reba en het mooie gitaarwerk van Josh doen je zo wegdromen. Deze song zou ik keer op keer kunnen draaien als ik op een zomerse nacht over de autostrade cruise. Met het nummer ‘Love Is The Cure’ gaan we dan weer iets meer richting soul, alhoewel de song heel mooi in elkaar zit is het toch niet echt my cup a tea. Geef mij dan maar een song als ‘Levee Prayer’ met de mysterieuze gitaarintro alsof je recht in de swamps staat. Deze mysterieuze sfeer gaat het hele nummer door en gaat geen moment vervelen, daar zorgt halverwege de mooie gitaarsolo wel voor. Het rustpunt na die gitaarsolo is zo mooi gekozen en ideaal om dan langzaam maar zeker naar een mooi einde toe te werken met nogmaals een knappe gitaarsolo. Dat doug McMinn, zoon van, niet enkel een goed drummer is maar tevens een goed songwriter bewijst hij met het nummer ‘Some People’, een song die zich volgens mij prima leent om live voor interactie te zorgen met het publiek. Een song die ze afgelopen zaterdag ook speelden tijdens het optreden op het Duvel Blues festival, was ’12 Bar Blues’. En zoals de titel al doet vermoeden is dit een onvervalste 12 bar, iets wat zeker niet mag ontbreken op een CD als deze. Doug McMinn krijgt de gewenste ondersteuning van echtgenoot Wayne Russell op bas en samen stuwen ze de andere bandleden vooruit. Laat ik besluiten met de vermelding dat deze CD 12 pareltjes bevat die perfect weergeven wat Reba Russell en band in hun mars hebben. Verder ook nog een chapeau voor onze allereigen Michel Verlinden, die de innesleeve foto’s mocht aanleveren. Ik ben er zowat zeker van dat we in de toekomst deze diva en haar band nog heel veel aan het werk gaan zien in ons kleine landje.
Blueswalker

REBA RUSSELL LIVE

June 8th NETHERLANDS - Enschede - NiX BBBlues Club
June 9th BELGIUM - Ruiselede - Bananapeel


 

COLLIN HERRING
PAST LIFE CRASHING
Website Myspace
Info: Gorgeous PR Inc.
Cristina Parker – Contact
CD-Baby

 

 

“Alt-country meets indie rock” schrijft Collin Herring zelf over zijn muziek op dit nieuwe album “Past Life Crashing”. Het is al de derde plaat van deze in Fort Worth, Texas wonende singer-songwriter. Hij schrijft mooie nummers die in diverse stijlen gebracht worden, soms bijna ondefinieerbaar omwille van de referenties naar rock, punk en beat. In 2003 verscheen het eerste album van Collin Herring “Avoiding The Circus” dat meteen met een reeks prijzen lopen ging. Opvolger “The Other Side Of Kindness” had wat meer tijd nodig om positieve kritieken te vergaren. Maar dat belette Herring niet om onverstoord aan deze derde plaat te werken. Met hulp van enkele muzikanten uit Wilco en Son Volt en van Alejandro Escovedo en Kathleen Edwards - die op de twee schitterende nummers “Sidekick” en “Punches” meezingt en viool speelt – levert Colin Herring met “Past Life Crashing” een knappe nieuwe cd af. Ook zijn vader Ben Roi Herring kreeg een taak toebedeeld op dit album als pedal steel speler. De liedjes op deze plaat ontstonden in een periode dat Herring door een turbulente periode in zijn leven ging. In de voorbije twee en half jaar trouwde en scheidde hij, zat hij twee keer in rehabilitatie voor zijn drugsprobleem en heeft hij de songs van deze plaat ettelijke keren heropgenomen omdat hij nooit tevreden was over het afgeleverde resultaat. Door al die problemen zijn de teksten van enkele liedjes wel zeer persoonlijk geworden en siert het de zanger dat hij zijn gevoelens met het publiek wil delen. Er is nochtans geen spoor van zelfbeklag of woede terug te vinden in de teksten, eerder een nuchtere analyse van de probleemsituaties waarin hij verzeild was geraakt. Gevoelens van spijt, terugblikken maar ook vooruit kijken naar een betere toekomst. “Beside”, “Sidekick”, “I Guess”, “Dishes” en “Punches” zijn ingetogen en mooie ballads maar ander liedjes zoals “Yard Cars”, “Pictures”, “One Last Morning” en “Sandstorm” houden een behoorlijke swing aan die nergens laat vermoeden dat Collin Herring door een periode van lijden en afzien gaat. Een absolute verdienste is dat hij in elk van de tien liedjes heel veel aandacht heeft besteed aan de afwerking van de melodieën en aan de kwaliteit van de teksten. Zo doen de groten in de muziekwereld dat steeds. We hopen voor Collin Herring dat hij zelf binnen afzienbare tijd tot die categorie mag gaan behoren.
(valsam)


 

 

ROKIA TRAORE
TCHAMANTCHE
Website Myspace
Distr.: Bang!
VIDEO

 

Sinds de Malinese Rokia, na het winnen van een wedstrijd en na haar eerste album ‘Mouneïssa’ uit 1998, als de nieuwe Afrikaanse revelatie in Europa werd binnengehaald, heeft deze Malinese zangeres en songschrijfster niet stil gezeten. Dat deed zij vroeger ook al niet, want als kind reisde zij van Mali naar Algerije en naar Europa, waar haar vader een tijdlang resideerde als diplomaat, o.m. in België. Zij studeerde toen in Brussel, zat zelfs tijdelijk in een rappend bandje vooraleer terug naar Mali te vertrekken om er verder haar roots te verkennen. De muziektradities van Mali droeg zij al die tijd in zich mee, in haar hoofd en plannen. Alleen wachtte zij op een kans om met andere muzikanten haar visie op de Afrikaanse muziek in een eigen stijl te integreren. Die vond zij door haar lyrische songteksten een Malinese aankleding te geven met instrumenten als de balafoon, een soort Afrikaanse xylofoon en de n’gonu, of Afrikaanse luit. In haar vierde album ‘Tchamantché’ is de balafoon weggevallen, maar niet de n’gonu die wederom die specifieke klankkleur geeft aan de wereldmuziek van Rokia net als op vorige albums. Normaal is dit instrument voorbehouden aan de griot’s, de bewaarders van de verhalen en de waarden van het volk. Op dit album zingt Rokia opnieuw in de Bambara taal, de bevolkingsgroep waartoe zij behoort, maar ook in de Franse taal. Ook vertolkt zij ‘The Man I Love’ van Billie Holliday, maar dan wel op een heel originele wijze. Bovendien vermengt Rokia haar Malinese invloeden met Westerse via aanwending van een Westerse ritmesectie en harp. Haar nieuwe stijl vond zij toen zij de klanken van een oude Gretsch gitaar opving en dit instrument toevoegde aan haar Afrikaanse poëtische teksten, die zij op één na alle zelf schreef. Haar Europese producer Phill Brown, dezelfde die ook Robert Plant producete, bepaalde mede het klankbeeld, dat Afrikaanse, Europese en Midden-Oosten sound verenigt. Het resultaat is een veelkleurig, lyrisch en magisch geheel, gedragen door de expressieve zang en het bluesy stemgeluid van Rokia. Het titelnummer bekoorde me nog het meest met die rijkdom aan verfijnde ineenstrengelende gemoedsstemmingen, overvloeiend in mooie melodielijnen. Datzelfde bluesgevoel ontwaar je ook in het a.h.w. smekende ‘Kounandi’, pure nostalgie en in het donkere ‘Djanfa’. Andere songs zijn meer ritmisch, zoals het repetitieve ‘Aimer’ of neigen naar het mythische zoals het mysterieuze ‘Zen’. Haar medemuzikanten worden niet met naam genoemd, maar ook zij zijn bepalend voor die unieke sfeer van dit mondiaal Afrikaans/Europees album met eigentijdse blues. Want zoals Rokia zelf zegt, ‘zij is en blijft een Malinese’. Maar als 34-jarige met wortels in een dubbele cultuur, behoort zij tot een nieuwe generatie met een eigen verruimde visie op de Afrikaanse muziek en wat deze aan vernieuwende mogelijkheden kan bieden.
Marcie


ROKIA TRAORE Live
14/06/2008 - BRUXELLES - Le Botanique
02/08/2008 - NAMUR - Espéranzah Festival


 

 

TIM LEE 3
GOOD2B3
Website Myspace Contact
Label : Paisley Pop CD-Baby

 

 

“Tim Lee 3” is een driemansformatie uit North Knoxville, opgericht in 2006 en bestaande uit gitarist en zanger Tim Lee, zijn ‘echtgenote-sinds-22-jaar’ en bassiste/zangeres Susan Bauer Lee en drummer Rodney C. Cash. Bij live optredens laat het trio zich meestal ook nog bijstaan door een aantal gastmuzikanten. Tim Lee heeft een lang verleden in de muziekbusiness door zijn aandeel in het duo “The Windbreakers” waar hij samen met Bobby Sutcliff het mooie weer maakte. Het echtpaar Lee schrijft samen alle liedjes die op hun album verschijnen. Meestal zijn dat stevige rocknummers op basis van gitaar, bas en drum met een vleugje traditionele country en bluesinvloeden. Mijnheer en mevrouw Lee tekenen samen voor het zangwerk, solo of als harmony vocals wat in de meeste songs aan bod komt. In een muziekstijl die nauw aanleunt bij wat we van bands als Uncle Tupelo en Drive-By Truckers opgediend krijgen volgen de 13 songs op “Good2b3” elkaar snel op in een vrij eenvormig arrangement. Stampende rocksongs als “’Til The Roof Caves In” (opgedragen aan goede huisvriend Steve Wynn), “Saving Gracie”, “Chronic Liar”, “The Bridge”, “Hindsight” en “Stop Me” houden de snelheid hoog in de gebrachte nummers op deze plaat. Af en toe wordt er gelukkig ook een beetje gas teruggenomen en kan je spreken van popballads met songs als “Get Away Clean”, “Carried Away” (dat wat op Neil Young & Crazy Horse lijkt) en “Joy”. Voor de productie van dit album konden Tim Lee 3 een beroep doen op Craig Schumacher die zijn sporen eerder verdiende bij o.a. Los Lonely Boys, Neko Case, The Sadies en Calexico. Het tragere liedje “Just One More (for Larry Brown)” zal bij nader inzien waarschijnlijk het vaakst terug uit de boxen van mijn muziekinstallatie weerklinken. Toch is dit eerder een a-typisch nummer voor Tim Lee 3. Ook de hidden track “I Like It Like That” is een leuk niemendalletje dat in loepzuivere Beatles-stijl gebracht wordt. “Good2b3” is eerlijke en complexloze rock’n’ roll gebracht door een echtpaar + vriend die het genre zeer genegen zijn en er iets moois mee doen.
(valsam)


 

ENDERS ROOM
RANDOM GURU
Website Myspace
Label : Tuition Music Distr. : Sonic Rendezvous

 

Als je zoveel cd’s bespreekt als ondergetekende ben je aangenaam verrast als je eens iets helemaal anders in je bakje krijgt voor een korte rapportering. “Random Guru” van Enders Room is duidelijk zo een verrassing. De Duitse elektronicaspecialist Johannes Enders is verantwoordelijk voor deze blijde boodschap die volledig ontwikkeld werd in de kelder van zijn huis in Weilheim. Nu gebeuren er de laatste tijd meer rare dingen in de kelders van huizen maar wat Enders er gedaan heeft is heel positief en klinkt fris en verfrissend. Later dit jaar zal hij een opdracht als professor aan de universiteit van Leipzig op zich nemen maar de voorbije maanden heeft hij zich vooral onledig gehouden met het voortdurend experimenteren met klanken en geluiden op zijn synthesizers en computers. Het resultaat is een soort filmische muziek met raakvlakken aan de jazzmuziek en de elektronische popmuziek. Johannes Enders zelf speelt voornamelijk saxofoon en doet daarnaast natuurlijk ook al het complexe computer-programmeerwerk. Enkele muzikale vrienden dragen hun steentje bij aan het knappe resultaat. Zo is er de Ghanese zanger Joe Frempong, trompet en flügelspeler Micha Acher en zijn broer Markus Acher op percussie. Beide heren kennen jullie misschien van hun bijdragen aan de muziek van The Notwist. Met de hulp van nog een aantal instrumentalisten is “Random Guru” een plaat geworden die vooral jazzliefhebbers zal aanspreken. Invloeden uit de hip-hop, jazz, kerkmuziek, punk en pop zitten subliem verweven in hetgeen je als luisteraar te horen krijgt. Groepen als Kraftwerk en Daft Punk schieten in mijn gedachten als ik deze cd beluister. De cd begint met een nummer dat de mysterieuze titel “Ana Vrin” meekreeg. Slimmerds onder u hebben de letters van deze titel natuurlijk al lang omgedraaid om bij het word Nirvana uit te komen. Van dergelijke woordgrapjes houdt Johannes Enders dus ook al. Andere favoriete tracks zijn “Sister Peace”, “This Is Your Day” en “Like Full Moon At Noon”. Alleen het nummer “The Age Of the Locusts” kleurt een beetje buiten de lijntjes omwille van zijn dansbaarheid en de grooves die elkaar heel snel opvolgen. Zoals gezegd in het begin van deze recensie: we zijn steeds aangenaam verrast als we zo iets experimenteels onder de aandacht krijgen.
(valsam)


 

 

 

 

 

KRIS DANE
RISE & DOWN OF THE BLACK STALLION
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer Distr. : Bang!

 

 

 

Toen dEUS nog een piepjong Antwerps underground-groepje was uit de early nineties speelde de nu 36-jarige Kris Dane al mee in deze formatie rond Tom Barman. Later dook hij ook op in de groep Manic Depression, het toenmalige zijproject van Stef Kamil Carlens. In 1992 besloot Kris Dane om zijn eigen weg te gaan bewandelen en richtte hij de groep “Way Beyond Bitch” op. Vier jaar later stond hij op het podium voor de finale van Humo’s Rock Rally met de groep “801 kd Concept”. De eerste plaat die onder zijn eigen naam verscheen was “Fe Is A Male Mystic” waarmee Kris Dane vrij succesvol doorheen de Benelux en Engeland toerde. Dan volgde een vrij lang verblijf in Amerika waar hij in Brooklyn, New York in alle stilte verder muziek bleef componeren. Net voor de eeuwwisseling verscheen dan het album “Boy, 26” dat hij promootte met de hulp van een echte groep muzikanten. Muziek is zijn leven, getuige daarvan zijn initiatief als gastheer voor jamsessies die hij organiseerde voor singer-songwriter in de Brusselse club “The Archiduc”. Kris Dane mocht daarna een rol spelen in twee opera’s die Tom Waits gecomponeerd had: “The Black Rider” en “Frank’s Wild Years” waarmee hij doorheen Europa en Asia toerde. Na een kort project met de groep “Ghinzu” begon hij aan het schrijven en opnemen van wat uiteindelijk een trilogie zal gaan worden. In 2007 verscheen deel 1 in de vorm van de cd “Songs Of Crime & Passion” en nu verschijnt deel 2 met de plaat “Rise & Down Of The Black Stallion”. Het is een mengeling van zachtere songs en ruiger werk maar steeds met knappe vocalen van Kris Dane zelf en creatieve muziek ter ondersteuning. Favoriete tracks zijn “From Here To Grace”, “The Damage Done” en “Private Lee” (let op de woordspeling). Zijn sinds enkele jaren vaste begeleidingsgroep voor optredens rond deze platen is The Banned (let alweer op die woordspeling met “The Band”), bestaande uit Catherine De Biasio op drums, Eric Tatepo Kembo op gitaar, François Verrue op bas en Sandra Hagenaar op keyboards. In de pers wordt de muziek op zijn recente cd’s vergeleken met de sound van 16 Horsepower en worden hem ook - volgens ons niet helemaal terecht - invloeden van Johnny Cash en Nick Cave toegewezen. Het ultieme deel 3 van de muziektrilogie zal “The Rose Of Jericho” gaan heten en is voorzien om te verschijnen in 2009. Laat maar komen, hoor!
(valsam)


 

 

BOB LONG AND KEITH MILLER
I WONDER TO MYSELF
Website Contact CDBaby

 

 

‘Stealing, Stealing’ is het openingsnummer van het Britse duo Bob en Keith op hun nieuw gezamenlijk album. Zij komen er dus voor uit dat hun vijftien songs ‘ontleend’ zijn. Waarom ook niet als zij de ‘préwar’ bluesartiesten een warm hart toedragen. Vooral Tommy Johnson inspireerde hen, van wie zij drie songs brengen en aan wie zij eerherstel willen geven door 10 % van hun winst af te staan, opdat deze grondlegger van de blues een gepaste grafsteen zou krijgen op zijn laatste ongemarkeerde rustplaats. Behalve deze ode aan Tommy Johnson eren zij als duo o.m. ook Charley Patton en Big Bill Broonzy met gitaar, harmonica, jug en kazoo. Op een enkele uitzondering na kiezen zij voor het materiaal uit de periode 1927-1940 en deze voorliefde dateert van hun tienerjaren. Het voorbeeld van Dave Kelly en Paul Jones verleidde hen eveneens tot navolging. Doorgaans spelen Bob en Keith afzonderlijk in diverse bands, tijdens jamsessions of op occasionele festivals. Maar als zij samenkomen putten zij uit materiaal, bestaande uit oude favoriete songs en nieuwe ontdekkingen. Bob Long heeft een warme beschaafde stem, waarin je het respect hoort dat hij voor de bluespioniers koestert. Bob beschouwt trouwens, naar eigen zeggen, Clarksdale in Mississippi als zijn spirituele thuishaven. Al werd het album opgenomen in Kent in de Rimshot Studio’s, dit zou evenzo Live hebben kunnen plaatsvinden op het jaarlijkse ‘Juke Joint Festival’ in Clarksdale, waar Bob al enkele keren op het podium stond. Ragtime, countryblues, vaudeville en bluesstandards wisselen elkaar af. Geen uitschieters, maar een serene opvolging van bekende songs, al kan ik nog steeds genieten van de zoveelste versie van de ‘Maggie Campbell Blues’, zolang eerlijk gebracht. En de humor van Blind Blake’s ‘Police Dog Blues’ weet ik ook nog steeds te appreciëren. Dit album kan je vooral zien als een eretribuut aan de blueslegendes, akoestische gitaarspelers van het eerste uur, wiens songs in het geheugen bleven hangen van getalenteerde adolescenten die hun bluesidolen nooit ontrouw werden. Integendeel verdiepten zij zich verder in hun achtergrond en hun songmateriaal. Want interessant is ook de toegevoegde uitleg bij elke song met korte situering van de artiest en songtekst. Met vermelding wanneer Bob/Keith dit voor het eerst hoorde en wat hen erin aantrok, als het ware spontane bluesdagboeknotities van twee alternatieve bluesadepten aangetrokken door de geest van het verleden.
Marcie


 

 

TOBIAS STENKJAER
BLISSFULLY UNAWARE
Website Myspace Contact
Label : Songcrafter Music

 

 

We hebben nog maar net een positieve bespreking gemaakt van de nieuwe plaat van de Deense zangeres Amalie Riis en nu krijgen we hier al meteen een nieuw aanstormend talent uit het Deense Kopenhagen op een schoteltje aangeboden. Op amper zesjarige leeftijd begon Tobias Stenkjaer al te zingen in de straten van de Deense hoofdstad en op dertienjarige leeftijd werd hem al een eerste platencontract aangeboden nadat een meisje dat voor het grote platenlabel EMI werkte hem op straat had zien optreden. In 2001 verscheen zijn eerste cd en alles leek er op te wijzen dat hij daarmee aan de vooravond van een grote muzikale loopbaan stond. Maar de wijze Tobias besloot toen om even het waakvlammetje onder zijn muziekcarrière te plaatsen en zich vooreerst op het beëindigen van zijn middelbare studies toe te leggen. Een slimme beslissing want de jungle van de muziekbusiness biedt toch te weinig garanties voor een mooie toekomst. Omdat EMI hem vooral als nieuw tieneridool wilde promoten en niet zozeer als singer-songwriter besloot hij zijn contract met het label niet te verlengen en zijn toevlucht te zoeken bij het veel kleinere lokale label Songcrafter Music. Hiervoor verschijnt nu een eerste plaat onder de titel “Blissfully Unaware” waarop Tobias Stenkjaer zich in tien popsongs kan bewijzen als schrijver en zanger van moderne liedjes. Vocaal klinken er flarden Ryan Adams in zijn stem door en de mix van pop, rock en alt-country tonen aan dat hij zich ook op hetzelfde muzikale werkterrein als Adams wil gaan profileren. Zijn uitstekende stem draagt de meeste liedjes. Songs als “Drag This Horse”, “My L.A.”, “Carry My Cross” en “Yellow Rose” hebben hitpotentieel. In “Love Won’t Come Easily” zijn de typische countryinvloeden nog beter hoorbaar. Intiem, emotioneel en pijnlijk eerlijk wordt het in de titelsong “Blissfully Unaware”, een nummer met een erg hoog Ryan Adams-gehalte inclusief diens gebroken stemtremelo. Op gelijkaardige wijze gaat het daarna verder in het even gevoelige “Long Way Over” en in de afsluitende song “Guided”. Tobias Stenkjaer brengt liedjes voor schemerlicht die als ideale soundtrack voor een reflectie over de zin van het leven dienst kunnen doen. Intimiteit troef op de cd van dit Scandinavische talent en voor ons een aangename ontdekking.
(valsam)


 

 

CHRIS CHARLES
ALMOST PARADISE
Website Contact
Label : Twang Music
CD-Baby

 

 

Geboren en getogen in New Jersey trok Chris Charles ten tijde van de golden sixties op vrij jonge leeftijd naar New York om er als drummer te gaan spelen bij de formatie “It’s Us”. ‘The Sky Is The Limit’ was ook zijn droom maar de realiteit van de volgende jaren bracht hem al snel terug met beide voeten op de grond. Sinds enkele decennia woont hij in Portland, Oregon waar hij zijn liedjes schrijft en zijn platen uitbrengt. Gekoppeld aan een ontelbare serie optredens brengt hij zijn vele nummers live doorheen heel Amerika. Zo vergaarde hij langzaam maar zeker een trouw publiek dat zijn nieuwe platen weet te waarderen. Zijn vorige release “The Folksinger” uit 2006 scoorde behoorlijk hoog in het Amerikaanse folkcircuit. Chris Charles is ook voortdurend op zoek naar nieuwe uitdagingen en vond er zo een voor zijn nieuwste plaat “Almost Paradise”. Hij besloot voor één keer geen eigen songs te brengen maar een ode aan zijn langjarige vriend Tim Otto die zelf een uitgebreide songcataloog van meer dan 200 liedjes heeft neergepend. Charles en Otto hadden eerder ook al enkele keren samengewerkt, o.a. voor het project “Heroes Of The West” dat ze op plaat uitbrachten in 2005. Chris Charles selecteerde nu 15 nooit eerder opgenomen nummers uit het ruime songaanbod van zijn boezemvriend sinds 1980 en hij nam ze op voor zijn nieuwste plaat. Dat Tim Otto een begenadigde liedjesschrijver is kan je horen via de diversiteit van de gekozen songs. Van catchy countryrocksongs tot gevoelige ballads wordt je doorheen een indrukwekkende serie liedjes geleid. De geoefende en mooie stem van Chris Charles doet de rest en geeft aan elk van deze nummers een meerwaarde. Opener “Needle And Thread” is een meezinger van formaat, evenals “Waitin’ For The End Of The World” en “Dangerous Man”. Afsluiter “Put Me In The Ground” toont aan dat er zelfs ruimte is voor een grapje. Helemaal aan het einde van de song (en van de plaat) weerklinkt een schot uit een pistool. Tim Otto had de reputatie van liedjes te schrijven die meer wijsheid uitstraalden dan zijn leeftijd deed vermoeden. Zo is de tekst in het liedje “Old Memories” iets wat je eerder zou verwachten van een ervaren rot die terugblikt op zijn leven, maar Tim Otto heeft dit nummer wel al geschreven toen hij amper 20 jaar was. Deze cd blinkt vooral uit in gevoelsvolle, emotionele songs zoals “Good Love Gone Bad”, pijnplaat “Heartbreak After Heartbreak” en het schitterende “When You’re Really Alone”. Een andere opvallende song is “Dashboard Jesus At The Train Station” dat gaat over een onbekende taxichauffeur die een kitscherig plastieken Jesusbeeld op het dashboard van zijn auto had laten monteren. Ter afsluiting: deze “Almost Paradise” is een cd zoals we die van Chris Charles gewoontegetrouw aangeboden krijgen. Een gedegen productie, mooie arrangementen, voortreffelijk gezongen en een heel mooie songselectie. Dit concept was een schot recht in de roos. Leuke plaat.
(valsam)