ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008


 

TIM SCOTT - RARELY FALL

ROLLIN' PHATTYS - RED HOT JOE

NORTH MISSISSIPPI ALLSTARS - SHAKE HANDS WITH SHORTY

COBRA-MATICS - UNDER THE HOOD

ALEXINDER GUNN - FOLK MUSIC IS DEAD

JAY FRASER - 3 DAYS, 7 LOVERS & THE PHILISTINE

DUKE DANGER - IF IT AIN'T ONE THING, IT'S ANOTHER

THE TEX MEX EXPERIENCE - SAME

CLARENCE GATEMOUTH BROWN - LIVE AT AUSTIN CITY LIMITS (DVD)

QUARTER ACRE LIFESTYLE - BLOOD ON THE LAWN

 


 

TIM SCOTT
RARELY FALL
Website Contact
Label : Scotland Sound
Distr. : Medicine Music

 

 

Het breekbare stemgeluid van de uit Denton, Texas afkomstige singer-songwriter Tim Scott is het eerste wat opvalt bij het beluisteren van zijn twee full-cd “Rarely Fall”. Het heeft iets van Tom McRae maar ook van iemand als David Gray. Dat blijkt eveneens uit zijn songrepertorium dat net zo nauw aansluit bij het werk dat deze twee heren veelal plegen te brengen. In die zachte maar boeiende stem zit steeds een droevig zangtimbre ingebouwd. Inhoudelijk schrijft hij teksten over de liefde, het verlangen en over jalousie. Op zijn debuutalbum “Fabletown” had Tim Scott al een tipje van de sluier gelicht over welke muzikale horizonten hij wilde gaan verkennen. Die reis naar zijn ultieme doel wordt op “Rarely Fall” gewoon verder gezet. Met een behoorlijk groot stuk persoonlijke ervaringen in zijn teksten geeft de zanger zich bloot en worden zijn zielenroerselen publiek eigendom. De elf nummers op dit album horen thuis in de muziekcollectie van de verliefde zielen, ook als het de foute kant is opgegaan. Want enkele liedjes geven puntgaaf de pijn en het verdriet weer na het mislopen van een relatie. Voorbeelden hiervan zijn “Leaving A Clean Break”, “Finally Got It Right”, “Send Regards” en “Words We Knew”. Qua vertelstijl zou je Tim Scott kunnen vergelijken met iemand als Warren Zevon. Onomwonden legt hij zijn ziel bloot in eerlijke teksten die iedere lotgenoot de gewenste portie troost kunnen bezorgen. Ook producer en gitarist Eric Herbst is er wonderwel in geslaagd om het essentiële in de songs van Tim Scott op het voorplan te brengen en net voldoende te omkaderen met een breed instrumentarium. Maar waar nodig werd de muzikale bijdrage ook beperkt tot het absolute minimum. Alleen in de 9 minuten durende song “Baker’s Dozen” lijkt het verdriet wat plaats te moeten maken voor een door een countrysound gedragen optimistisch verhaal waarmee Tim Scott opschuift in de richting van muzikale voorbeelden als Lyle Lovett en Peter Case. Toch boeit hij ons het meest als de melancholie komt bovendrijven in songs als “Seven Years”, “Offer Up His Hand”, het overgevoelige “Katrina’s Solution” en de titeltrack “Rarely Fall”. Dit is een heel intiem, aangenaam en geslaagd luistermoment geweest dat we graag snel willen overdoen. Tim Scott groeit gestaag richting top.
(valsam)

 


 

 

ROLLIN' PHATTYS
RED HOT JOE
Website Myspace Contact
Label: Cimsound records (Eigen beheer)

 

 

Rollin'Phattys is een band die met zijn debuut de traditie van de grote southern bands zoals Allman Brothers, Lynyrd Skynyrd en Marshall Tucker band met overtuigende kracht verder zet en er wat eigen elementen aan toevoegt. Het Tulsa stijltje, met J.J Cale en Clapton als vaandeldragers vermengt zich hier met die hardere southern tot een mooie mix. De ijzersterke openingssong "Plantation Girl" is een song in de allerbeste Allman brothers traditie, net als de daar op volgende titelsong "Red Hot Joe" met zijn dubbele leadgitaren die de hoogdagen van Dickie Betts en "Skydog" Duane in herinnering roepen. De bluesy boogie "Paradise Street" swingt in de allerbeste Tulsa traditie. Als Chubby Carrier echter de rangen komt vervoegen voor de zydeco boogie "Cochon De Lait" (Down On The Bayou) krijgen we plots een heel ander geluid, maar niet minder boeiend, integendeel. Dit is de echte "pure" zydeco van het diepe zuiden. Heerlijk rustig en laid back daarentegen is "My Heart Is On Fire" waar Jeffreaux Parker, gitarist extra-ordinair, een hele mooie sfeer opbouwt voor de heerlijke vocals van Ken Helton beter bekend als "Santa" Cooter, vanwege zijn baardige uiterlijk, beiden hier op hun allerbest. Voor mij het hoogtepunt op deze cd, gewoon sfeervol en lekker lui, ... een "kippevel" song. Drumster Dixie Weather en bassist John Buckner vervolledigen deze knappe line up. Hoe "Black Bear River" klinkt , kan je het best voor de geest roepen als je denkt aan Z.Z Top, met naast Billy Gibbons als gast Duane Allman op gitaar. Lekkere stevige southern rock met ballen. "Greta" doet me daarna weer denken aan de Marshall Tucker Band, dit is de echte southern rock, zoals de Capricorn releases tijdens hun hoogdagen. En het gaat maar verder, de enige cover, een bluesklassieker van Mance Lipscomb "Sugar Babe" hier helemaal herwerkt door de Phattys, heeft dat rustige swingende Tulsa sausje over zich. "Cherry St. Blues" is een pracht van een shuffle, die een vervolg krijgt in de instrumentale afsluiter "Kim's Cowtown Shuffle" waar gitarist Jeffreaux zich naar hartelust kan uitleven en het zuiden nog maar eens volop in de kijker zet. Tien prachtige "southern fried goodies", van mij mochten het er twintig geweest zijn, want dit smaakt naar meer! Zet ik 'm gewoon toch nog eens op repeat! Ooh ja, bijna vergeten, maar het was al duidelijk zeker... Aanrader!
(RON)


 

 

 

NORTH MISSISSIPPI ALLSTARS
SHAKE HANDS WITH SHORTY
Website
Label: Blues Boulevard
Distr: Music Avenue

 

 

We hadden ‘m al in ons bezit van bij zijn verschijnen, nu acht jaar geleden, maar ik kan me wel voorstellen dat velen hem toen aan hun neus laten voorbijgaan hebben, en ik raad deze mensen dan ook aan van het juweeltje deze keer wel aan te schaffen. De mensen van Music Avenue hebben op hun Blues Boulevard label immers ook deze vergeten parel terug aan het daglicht gebracht. Bovendien, en dat is ook weer één van hun sterkten, met een mooiere hoes dan de originele release, en dat is toch ook weer mooi meegenomen. De blues georienteerde rock zat net in een dood straatje in het jaar 2000, niks was noch boeiend of vernieuwend in dit genre toen plots de twee zoontjes van Jim Dickinson, Luther en Cody, met in hun kielzog de zware baslijnen van de al even zware Chris Chew voor opschudding zorgden. Geinspireerd door de muziek van R.L Burnside en Junior Kimbrough, van wie ze geruime tijd buren waren en als vrienden van Burnsides zonen Gerry en Cedric, de jams in de juke joints als leerschool te gebruiken. Dat jaar brachten ze hun debuut “Shake Hands with Shorty “uit, een cd die het ganse genre van de blues verjongde en herschikte. Het aparte van deze plaat was dat hij traditioneel en vernieuwend tegelijk was, met songs van Mississippi Fred Mc Dowell en Burnside die nieuw leven ingeblazen werden. Twee jaar geleden had ik in Peer een gesprek met Luther (gitaar) en Cody (drums) net voor hun optreden, waar in ze me vertelden hoe deze plaat en enkele andere daarna tot stand kwamen (zie interview sectie). Het prettige van deze re-release is dat het herontdekken van deze toch wel belangrijke release laat horen dat dit het begin was van een nieuw genre, waarvan onder meer de Black Keys en zijzelf de belangrijkste bands zijn. Op dit debuut waren onder andere Jimbo Mathus, de broertjes Gary en Cedric Burnside en Alvin Youngblood Hart als gastartiesten aanwezig. Via de klassiekers “Shake ‘m On Down”, “Going Down South” van Burnside en andere traditionals laten ze hedendaagse invloeden binnensijpelen. Gospel en southern bijvoorbeeld. Zo is er het lange “All Night Long” waarmee de cd afsluit, waar in een “jam” stijl zonder blozen eerst losse flarden uit de Allman Brothers “In Memory of Elizabeth Reed” de revue passeren, waarna het nummer uitsterft om wat later los te barsten in een pure gospel apotheose, zodat ’t nummer dat met zijn tijdsduur op de hoesinfo van iets meer dan negen minuten, uiteindelijk de16 minuten ruim overschrijdt. Ik herhaal, laat deze tweede kans niet aan je neus voorbijgaan, daarvoor is ze te mooi.
(RON)


 

 

 

COBRA-MATICS
UNDER THE HOOD
Website
Label: Original Recipe Recordings
CDBaby

 

"Jump Onto My Rocket", de dubbelzinnige instrumental waarmee de Cobra-matics van wal steken, spat in het rond als vuurwerk, dit is "rockin' and a reelin" rockabilly blues. High energy ritmes, aanstekelijk tot en met. Ze komen uit Providence, Rhode Island en Duke Robillard vond hen sterk genoeg om de productie van hun debuut in handen te nemen. De vroegere gitarist van de Amazing Royal Crowns, Johnny Maguire a.k.a The Colonel, richtte deze band op, samen met Diamond Dan White, een jonge knappe zanger, geruggesteund door Backwards Bob Mac op bass en Snake Kroger op drums. Veertien nummers lang nemen ze je mee op een wilde rit met hun Hot Rod, want daaraan zijn ze, zoals zovele rockabilly fans, verslaafd. Ze zitten meer onder de motorkap van hun fifty's cars, vandaar de titel van hun eerste cd "Under The Hood". Dit is muziek voor de Hoedowns waar ze samen met hun honeys veelvuldig te vinden zijn. Muziek die de sfeer van brillantine, tatoeages en vetkuiven oproept en van Rock 'n' Roll Rumbles muziek in de beste Stray Cats traditie. Backwards Bob Mac legt samen met Snake een strak opwindend ritme vast, waarop The Colonel zijn gitaar kan laten op tekeer gaan, en Diamond Dan zijn vinnige rubberen stemgeluid etaleert. Dit is muziek zo aanstekelijk dat stilzitten een onmogelijkheid is. Wie op deze muziek rustig kan blijven zitten, is niet alleen dood, maar waarschijnlijk in verregaande staat van ontbinding, maar wees er dan maar zeker van dat minstens de wormen dan zullen zitten te jumpen en te jiven! "Little Marlaina", het uiterst sterke "Jailbait", of het aparte "Cousin Kimberly" , allemaal knappe nummers die duidelijk op de dansspieren werken Het beste zit er dan echter nog aan te komen, want "Burville Bounce" en vooral "Rocker" dat al vele weken lang onze "tune" was te horen op onze myspace site is onweerstaanbaar. Ga maar eens luisteren, hij blijft er nog wel even. Al ben ik dan nooit een rockabilly fan geweest, die meer blues en soul de voorkeur geef, deze jongens hebben me met hun aanstekelijke muziek ook een flinke duw in die richting gegeven. Cobra-matics rock! (RON)


 

 

 

 

 

ALEXINDER GUNN
FOLK MUSIC IS DEAD
Website Myspace Contact
Label: Shiloh Folk Art Workshop

 

 

Alexinder Gunn mag dan al zingen dat folkmuziek dood is, maar zolang er getalenteerde Alexinder’s rondlopen, rijkelijk puttend uit eigen gevoelsleven, loopt dit muziekgenre voorlopig geen risico’s. Alexinder houdt van Jack Kerouac en westerns, Woody Guthrie en Bob Dylan, van Damien Rice en Eva Cassidy. In zijn eerste soloalbum zijn daarvan sporadisch echo’s op te vangen, naast andere invloeden. Weemoed en verlangen zijn inherent aan zijn songs, die hij allen zelf schreef. Hij producete ook zelf dit album, waarvoor hij twee jobs tegelijk aanpakte en Live optrad waar hij maar kon. Hij komt van Fredericksburg, Virginia, en na omzwervingen in het clubcircuit van Virginia, Maryland, Pennsylvania en New Jersey volgden optredens op festivals met als bekroning het Woody Guthrie Folk Festival dit jaar. In zijn songs verwerkt hij liefdesthema’s, hartzeer, bitterheid en verlangen, het ganse gamma van gemoedsschakeringen. Hij waadt als het ware in troebel water, reikend naar vertroosting of verlossing. In ‘Cold Water Comin’ schreeuwt hij het uit met een passionele zangstijl, vreemd voor een jonge singer-songwriter, amper de twintig gepasseerd. Die intensiteit verklaart hijzelf ‘als gegrepen zijnde door de muziek’, een ziekte die hem van jongs af verteerde. Zijn besluit om muzikant te worden stond al vast toen hij op zesjarige leeftijd Garth Brooks zag zingen en Bob Dylan’s ‘Hurricane’ betekende ronduit een openbaring. Eerst maakte hij nog een omweg door op 16 jaar bij een rockbandje aan te sluiten. En met een lokale band uit Stafford maakte hij de cd ‘Mercy’ toen hij 19 was. Maar de richting die hij nu inslaat, staat voor hem vast als de juiste, zich afkerend van luide muziek, metal en hardcore. Voor de begeleiding van zijn gekwelde songs zorgt hijzelf met akoestische of elektrische gitaar, harmonica, keyboard en drums, wat soms orkestraal overkomt. De nagalm van zijn stem beklemtoont vaak het desolate, zoals in ‘The Streets Of This Town’ met een nostalgische weerklank. Ook ‘Leavin’ Home’ grijpt naar de keel omwille van de weerloosheid die erin doorschemert. In die zin leunt hij meer aan bij de bluesbeleving, dan bij de folkballades van bijvoorbeeld Woody Guthrie. Al brengt Alexinder in ‘I Know Your Here’ een eigensoortig eretribuut aan deze folktroubadour. Alexinder kan je zien als de jonge versie van Martyn Joseph of Peter Case, al verraden zijn songteksten een maturiteit, ongewoon voor een eenentwintigjarige. ‘Folk Music’, it’s in the Voice and the Mind Of Alexinder Gunn. Bijlange nog niet dood.
Marcie

 


 

 

JAY FRASER
3 DAYS, 7 LOVERS & THE PHILISTINE
Website Myspace
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

Het is al een tijdje geleden dat we nog eens iets leuks uit Australië in onze bus mochten ontvangen. Daar komt nu verandering in met de tweede plaat van Jay Fraser, een Australische singer-songwriter uit Brisbane, Queensland. Vorig jaar verscheen zijn debuutplaat “Losing Home” maar die is destijds spijtig genoeg geheel aan onze aandacht ontsnapt. Met “3 Days, 7 Lovers & The Philistine” brengt deze sympathieke bard nu zeven liedjes op wat eerder een ep-tje lijkt te zijn. Zes eigen liedjes waarop Jay Fraser samen met zijn muzikale vriend Peter Hicks voor de instrumentatie zorgt. Daarnaast treffen we hier ook één cover aan: een nummer van Blind Lemon Jefferson getiteld “One Kind Favor”. De eerste song op de plaat “Three Songs” wordt heel fragiel gezongen op minimale muzikale begeleiding. Echt opvallen tussen de grote horde singer-songwriters van deze tijd doet Jay Fraser niet met deze plaat. Dat hoeft natuurlijk ook niet echt, zolang het gebrachte werk maar lekker in het gehoor ligt. En dat is het geval voor songs als “While You Were Next To Me” met knap lap steel werk van Peter Hicks en “Belle” dat door Jay Fraser alleen wordt gebracht met een dun snuifje akoestische gitaar en mondharmonica. Ditzelfde doet hij daarna nog eens identiek over in “Someday Girl” en in “Old Oaks Road”. Het intimistische zangwerk wordt op een wijze gebracht die doet vermoeden dat de zanger een verlegen en in zichzelf gekeerde persoon is. Alle songs zijn uitermate geschikt voor de late avond of de vroege nacht en gedijen waarschijnlijk het best bij schemerduister. Als je op zoek bent naar wat vrolijkheid moet je deze plaat echter niet in de cd-speler steken.
(valsam)


 

DUKE DANGER
IF IT AIN'T ONE THING, IT'S ANOTHER
Website Myspace
Label: Music Avenue

 

 

De Amerikaanse zanger/gitarist Duke Danger is geboren en opgegroeid in Daytona Beach, Florida, USA. Hij begon op de gitaar van zijn vader te spelen toen hij 5 jaar oud was. Nog voor zijn pubertijd goed en wel begon werd Duke al geïnspireerd door bluesartiesten als Albert King, Freddie King, James Cotton, Junior Wells, Little Milton en Etta James. Maar de grootste ontdekking moest nog komen: Duke ontdekte BB King en was vastberaden: hij zou een bluesman worden! In Duke’s high school periode kreeg zijn carrière steeds meer gestalte. Hij maakte deel uit van lokale bands waar hij o.a. speelde met Duane en Greg Allman (Allman Brothers). Duke’s bands deelden het podium met artiesten als Johnny Tillotson, Clarence Carter, Bo Diddley, James Cotton, the Tams, the Drifters, the Coasters, the Platters, Jackie Wilson en Albert King, artiesten waarmee Duke allemaal in zijn latere carrière zou spelen. Danger ontpopte zich niet alleen als blueskenner, maar ook als getalenteerd gitarist en soulblues zanger. Hij combineert een rock ‘n’ roll presentatie met een vleugje Memphis soul, New Orleans jazz maar bovenal alle stromingen uit zijn omvangrijke bluescollectie. Hij noemt zijn stijl "Southern Blues", blues met meer soul dan de bekendere Chicago of Texas blues. In 1973 verhuist Duke naar Nashville, waar hij met zijn eerste band "Tennessee Trash" zijn gelijknamige debuutplaat opneemt met de producer van Gladys Knight. Duke’s (inter)nationale erkenning kwam echter in de 13 jaar als lead gitarist van de King of Rock and Roll, "Jerry Lee Lewis", waarmee hij in diens topjaren intensief tourde en platen opnam. Pas verscheen het album "If It Ain’t One Thing, It’s Another", bij het label Music Avenue, een album waarop blues, R&B, Memphis soul, jazz, rock and roll en ballades samen smelten tot een organisch geheel. Duke Danger is een krachtige soulzanger die moeiteloos de volle arrangementen naar zich toetrekt en brengt op deze plaat een mooi assortiment van eigen nummers en covers, waaronder een aantal gesofisticeerde ballads, met als uitschieters, "I'm Gonna Love You Tonight", "Lost In Love" en "One Night With You", ballads die hij brengt met veel verve en klasse. De geweldige muzikanten en Danger's mooie rauwe stemgeluid klinken als een klok. Bijgestaan door de beste sessiemuzikanten maakt Danger op deze plaat ietwat gladde en gepolijste muziek, maar wat zitten de songs goed in elkaar, wat wordt er goed gemusiceerd, wat zingt hij heerlijk soulvol en, boven alles, wat klinkt het onweerstaanbaar goed. Badend in een heerlijk bad van soul en rhythm & blues heeft Danger zijn songs van geweldige melodieën voorzien die met veel emotie en power worden gebracht. Een plaat die je maar blijft opzetten en die eigenlijk alleen maar beter wordt. Dat de nu momenteel in Nederland verblijvende Duke Danger klaar is om de Nederlandse blues scène wakker te schudden zal hij zeker de volgende maanden bewijzen met zijn opzwepende live shows.

DUKE DANGER LIVE

Jun 14 2008 8:00P Ijsselop Hilversum, Gelderland
Jun 15 2008 8:00P Hotel Arena Amsterdam, Gelderland
Jun 21 2008 8:00P Cafe Cartouche Hiversum
Jun 28 2008 9:00P Hilversum Live Blues Festival De Vorstin Hilversum
Jul 5 2008 8:00P Zomerspektakel Hilversum
Jul 6 2008 8:00P Judge "Schoollicks" Battle of the Bands Benelux Hilversum
Jul 6 2008 8:00P Zomerspektakel Hilversum, Gelderland
Jul 11 2008 8:00P The North Sea Jazz Festival Rotterdam, Gelderland
Jul 12 2008 8:00P The North Sea Jazz Festival Rotterdam, Gelderland
Jul 13 2008 8:00P The North Sea Jazz Festival Rotterdam, Gelderland
Aug 21 2008 8:00P Huntenpop Hilversum
Aug 28 2008 8:00P Geuzenpop Hilversum
Aug 30 2008 9:00P Mijdrecht Blues Festival Mijdrecht
Sep 13 2008 8:00P De Blue Note Amsterdam
Oct 15 2008 8:00P Breakitup Amsterdam

 


 

THE TEX MEX EXPERIENCE
SAME
Website Myspace
Label: Evangeline Records
Distr.: Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

 

Shawn Sahm, jawel, zoon van... bracht in 2000 zijn uitstekend debuut uit, toen nog met (posthume) hulp van zijn vader en Flaco Jimenez en Augie Meyers. Nu acht jaar later, is er “Tex Mex Experience” de nieuwe cd en band van Shawn. Het geheel lijkt wel opgedragen aan Doug. De Tex Mex nummers die je op deze cd kon verwachten zijn doorspekt met sixties psychelia, wat pop, de geluiden van dat typische Augie Meyers vox orgeltje dat van Sir Douglas Quintet zo een unieke band maakte. “Hippie Girl (My Little Grover)” brengt zo de jaren 60 terug, met een Beatle-esque geluid, maar wel “Made In Texas”. De song, “Mama’s Out Rockin”, is er nog zo ééntje, samen door Doug en zoonlief geschreven, met weer dat nostalgische geluid. Dat stemmen ook met genen te maken hebben springt ook hier en nog meer in het hierop volgende “Too Little Too Late” in het “oor”. Dat unieke stemgeluid, duidelijk herkenbaar, wat jonger, maar onmiskenbaar een Sahm (gelukkig geen Gooris). Een nummer met een zekere hitpotentie ook, mee neurieën doe je sowieso. “The One And Only”, een mooie ballad, is mijn favoriet, met lekkere accordeon en Hammond. “Bleed Me" en "Comin' Around ", allebei songs die dat stempeltje meedragen van het werk van vader vooral tijdens zijn “Sir Douglas” periode, terwijl “Bajo Betty” dan weer pure Tex Mex is, sterk herinnerend aan de Texas Tornados. Daarom dat we deze cd vooral mogen zien als een hommage aan zijn overleden vader, maar evenzeer aan de Beatles, waar Shawn een grote fan van is (zie clip). De song “She Would If She Could” nog geschreven door Doug Sahm, is een stevig rockende afsluiter van deze mooie Texaanse rootsplaat met een nostalgische knipoog. De fakkel is doorgegeven!
(RON)

 


 

 

 

 

CLARENCE GATEMOUTH BROWN
LIVE AT AUSTIN CITY LIMITS (DVD)
Website: http://www.gatemouth.com
Label: New West records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

Jullie kennen ze ondertussen wel: de "Live at Austin City Limits" DVD's, van de gelijknamige Amerikaanse tv uitzendingen. Een van de laatste releases die we er van toegestuurd kregen, is het uitstekende live concert van de Texaanse duivel doe-al, Clarence "Gatemouth" Brown. Deze multi-instrumentalist haalt de blues uit ieder instrument dat in zijn buurt staat. Eerst en vooral zijn gitaar natuurlijk, maar ook zijn alom tegenwoordige "fiddle" gebruikt hij veelvuldig om pure bluestonen aan te onttrekken of cajun getinte country nummers mee neer te zetten. Texas is steeds een smeltkroes van stijlen geweest, en Clarence is daar één van de meest prominente voorbeelden van. Hij vermengt zonder de minste moeite en met een ongelofelijke flair: blues, jazz, cajun, R&B, Texas funk en honky-tonk. Hij leunt sterk aan bij de big band stijl, en zijn muziek swingt als de beste van die big bands, zoals hij demonstreert tijdens dit optreden dat dateert van februari1996, het laatste van zijn vier die hij er ooit deed. Hij overleed op 81 jarige leeftijd, drie jaar geleden. Het concert begint met "Ain't That Dandy" een voorbeeld van de met jazz doordrenkte blues van Clarence, het overbekende instrumentale "Honky Tonk" en de mooie Texas tearjerker "Dark End Of The Hallway". Hier neemt Clarence voor het eerst de fiddle ter hand om één van die nummers neer te zetten, waar Doug Sahm niet veel aan zou kunnen toevoegen. Nummers als "Leftover Blues" en "Early in The Morning" zijn eveneens voorbeelden waar de Texaanse mix van blues en jazz een pefect beeld geven van zijn veelzijdigheid. Uiteindelijk gaat het concert naar een fenominaal hoogtepunt met de fiddle-apotheose "Up jumped The Devil", een nummer waar het tempo opgedreven wordt tot de gensters uit de viool van Clarence dreigen te spatten. Concerten als deze maken de Austin City Limits DVD's de moeite van de aanschaf meer dan waard, met de Dts-Dolby geluidskwaliteit is het genieten geblazen, heb je er de supergrote plasma of LCD schermen, al dan niet in high defenition, nog bovenop, dan kan de pret helemaal niet meer stuk. Nu die zetels nog aan de kant en je waant je in Austin, aan de voet van het podium. Wat voor moois ligt er nog in de ijskast van "New West" voor ons?
(RON)


 

 

QUARTER ACRE LIFESTYLE
BLOOD ON THE LAWN
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Elektropop en ritmische beats zijn het handelsmerk van deze vijfmansformatie uit Nieuw-Zeeland en ook uit Amerika. Quarter Acre Lifestyle bestaat uit twee broers Aaron en Cameron Pollock. De eerste is drummer en de tweede bassist. Dat is tot nader order nog steeds de typische ritmesectie van een muziekgroep. Aaron verhuisde naar Minneapolis, Minnesota in 2000 omwille van een jobopportuniteit als grafisch ontwerper. Daardoor werd het werken aan hun muziek dus meteen een geografisch complexe klus voor deze formatie. Begin 2006 werd een eerste cd uitgebracht met de groepsnaam als titel. Die plaat slaagde er binnen de kortste tijd in om in de lokale clubcircuits uit te groeien tot een veel gedraaide plaat. Met de pas verschenen nieuwste schijf “Blood On The Lawn” wordt er nog wat breder geëxperimenteerd met diverse elektronica maar krijgen ook de traditionele instrumenten nog steeds een vooraanstaande plaats toegewezen. De groepssound werd directer en voller dankzij de inbreng van gitarist Tony Masterantonio, Sarah Anderson op keyboards en de vocale hoogstandjes van Kristin Brown. Qua stijl duiken in de vakpers vaak terechte en soms minder verklaarbare vergelijkingen op met de trip-hop sound van Portishead, Nine Inch Nail en Massive Attack en de onvermijdelijke Peter Gabriel en Brian Eno als er overvloedig met synthesizers en elektronica gespeeld wordt. De tien songs op “Blood On The Lawn” variëren van softpop tot swingrock en deze verschillende stijlen zijn ook wel een beetje nodig om de aandacht van de luisteraar tijdens het volledige album te kunnen houden. De nummers die ons het meest konden imponeren waren het atmosferische “Walk On”, het etherische en donkere “Cold Heart” en het hitgevoelige “Escalator”. Het is duidelijk dat Quarter Acre Lifestyle op een internationale carrière mikt met een genre dat binnenkort de festivalweides weer zal overspoelen. Opzwepende beats en dito drum loops en grooves zijn tegenwoordig meer dan welkom om de massa tot hysterie te brengen. De instrumentale titeltrack en cd-afsluiter heeft dit allemaal in één nummer vervat. Welkom op Pukkelpop omstreeks afsluitingstijd voor liefhebbers van het genre.
(valsam)