ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007 - JANUARI 2008

FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008


DENNY ILETT - CALLIN THE CHILDREN HOME

TONY JOE WHITE - DEEP CUTS

AMOS GARRETT - GET WAY BACK - A TRIBUTE TO PERCY MAYFIELD

NECO NOVELLAS - NEW DAWN – KU KHATA

LITTLE FREDDIE KING - MESSIN' AROUND THA HOUSE

KERRI SIMPSON - MAYBE BY MIDNIGHT

BUDDY WHITTINGTON - SAME

RUSSELL SMITH AND THE AMAZING RHYTHM ACES - MIDNIGHT COMMUNION

ERIC SARDINAS AND BIG MOTOR - SAME

HQ BAND - OLD SCHOOL

 


 

DENNY ILETT
CALLIN THE CHILDREN HOME
Website Myspace
Label: Nugene Records
Distr: Bertus

 

 

Zij die me een beetje kennen weten dat ik een “Nawlinz” fan ben, en dus was ik dan ook zeer tevreden toen ik deze cd "Callin' The Children Home " van Denny Ilett toegeschoven kreeg. Als gitarist is deze "East Ender" grote klasse. Zijn invloeden gaan van Django Reinhardt en T- Bone tot Wes Scofield. Hij verdiende echter zijn pluimen niet op Britse bodem, maar werkte in Louisiana met groten als Dr. John, The Meters en Harry Connick Jr. Dat kan tellen als referentie in de New Orleans sector. Hij maakte kennis met de muziek die hij later ook zou gaan spelen toen hij amper vier was. Zijn vader, die jazz trompettist was, kwam thuis na een gig, en trakteerde zijn bandleden in een dronken bui op keiharde fragmenten uit zijn platencollectie, met stukken Satchmo, Jelly Roll Morton, Al Hurt en Red Allen. Wist de kleine dreumes die toen abrupt uit zijn nachtrust gehaald werd, dat hij die klerenherrie die hem zo had laten schrikken, later ook diep in zijn hart zou sluiten. Het grote geheim van de genen! In zijn New Orleans geinspireerde muziek vervlecht de jonge Denny bovendien blues, jazz en rock invloeden waardoor de traditie en het hedendaagse elkaar ontmoeten en omhelzen. Mooi voorbeeld daarvan is de opener "Callin The Children Home", een instrumentaal pareltje waar al het bovenvermelde in de blender gaat en als een verfrissend jazzy muziekje te voorschijn komt. Willie Dixon's "My Babe", een nummer dat het gevaar in zich draagt als een afgezaagde bluesklassieker het ene oor in en het andere uit te gaan, is echter ook niet in deze val getrapt en dankzij het frisse gitaarwerk en de "Nawlinz" ritmes is ook dit weer een puik werkstukje. De blues-crooner combinatie in "I Only Got Myself to Blame" doet het hem eveneens qua originele aanpak. Een van de beste songs is mijns inziens "Angel Eyes", ook weer een zelfgepende song met verrassend mooie gitaarbijdragen. En het blijft maar duren: de prachtsongs volgen elkaar op, enerzijds met jazzy crooner en swing invloeden, zoals in de derde opeenvolgende "ogen" song, "Pretty Eyed Baby", anderzijds met de nadruk op ’t heerlijke gitaargeluid als in "Opposites Attrackt". Een tweede instrumental: "In The Keyhole" brengt wat fusioninvloeden naar boven, die bewijzen dat Denny een axe-man van de bovenste plank is, Wes Scofield waardig. Die aangename mix van Crooner- en gitaarkwalieiten krijgen we net als in "I Only Got To Blame Myself" opnieuw in "IF I Had My Time Over Again". Mieters goed zou je ’t kunnen noemen, het wat aan de Meters schatplichtige "Six Feet Under", geschreven door toetsenman Phil Parnell en voorzien van een sappig wah wah gitaartje, dat als een kabbelend beekje doorheen de song stroomt en voor verfrissing zorgt. Afsluiter "Wild Man Blues" ooit samen geschreven door Louis Armstrong en Jelly Roll Morton is hier gebracht met een gitaargeluid dat herinnert aan Fleetwood Mac, en dat daardoor schaamteloos blootlegt waar de "Jig Saw Puzzle Blues" van Fleetwood Mac werkelijk vandaan kwam, dus duidelijk niet uit de pen van Danny Kirwan (maar dit terzijde). Om te besluiten, Denny Ilett , een nieuw gitaartalent dat tevens New Orleans na de storm terug in het zonnetje zet.
(RON)


 

TONY JOE WHITE
DEEP CUTS
Website
Myspace
Label: Swamp Records
Distr.: Munich Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

De naam Tony Joe White staat synoniem voor het genre swamprock. Eind zestiger jaren kwam hij onder invloed van country, blues, soul, folk en rock tot deze broeierige stijl die zijn oorsprong in het diepe zuiden van de Verenigde Staten vindt. In tegenstelling tot stijlgenoot John Fogerty was White wel ‘the real thing’. Geboren uit een deels Cherokee gezin groeide hij op in Louisiana en heeft dus het moeras in zijn bloed. In 1969 verschijnt op Monument zijn eerste LP "Black And White" met daarop het nummer waarmee hij tot in eeuwigheid mee vereenzelvigd zal worden: "Polk Salad Annie". Samen met de song "Willie & Laura Mae Jones" dat een hit werd in de uitvoering van Dusty Springfield, zorgt het voor het succes van het album. Tot eind jaren negentig kende White redelijk commerciële successen, maar artistiek gezien viel hij behoorlijk in herhaling. Gelukkig begreep hij dat zelf ook, en zo begon met "The Beginning" uit 2001 de artistieke opleving van de swamp rocker, een benadering die hij niet eerder beproefd had: man alleen met gitaar en harmonica. Bij de eerste tonen kan dit dan nog een redelijk standaard akoestisch bluesalbum lijken, maar als de stem uit het moeras omhoog komt is het duidelijk: Swamprocker Tony Joe is terug naar zijn eigen muzikale roots. En die lijn weet hij goed door te zetten met zijn volgende albums. Na "Snakey" (2003) verscheen het album "The Heroines" (2004), dit was meteen zijn ode aan het fenomeen De Vrouw. Om deze kracht bij te zetten werden we op deze plaat getrakteerd op vijf duetten met achtereenvolgens Lucinda Williams, Shelby Lynne, Emmylou Harris, Michelle White en Jessi Colter, niet de minste namen. Dit waren ook gelijk de hoogtepunten van de plaat, omdat White's stem prachtig contrasteert met de vrouwelijke inbreng. Ondanks dat er van een vernieuwende sound of van een werkelijk gewijzigd genre in vergelijking met vorige platen geen enkele sprake is, werkt de aanpak zo verfrissend dat hij voor het album "Uncovered" (2006) wederom vijf gasten wist op te trommelen, maar nu van het mannelijke geslacht. Hij krijgt namelijk de hulp van niet de minsten: Mark Knopfler, Eric Clapton, J.J. Cale, Waylon Jennings en Michael McDonald. Het relaxte moerasbluesgeluid is wederom volop aanwezig op zijn nieuwste plaat, "Deep Cuts", die verscheen op zijn eigen label (Swamp Records), maar ditmaal geproduceerd is door Tony Joe’s zoon, Jody White en opgenomen in de Church St. Studio van Franklin, Tennessee. En dit is meteen hoorbaar in de instrumentale opener "Set the Hook" maar ook in de andere negen tracks uit zijn repertoire, waaronder natuurlijk ook de nummers "As the Crow Flies" en "Willie and Laura Mae Jones" die White opnieuw heeft ingezongen maar met techno invloeden, al blijft White's stem als vanouds ergens uit de diepste swamp in Louisiana te komen en het gitaarspel functioneel blijft en altijd ritmisch. Hoogtepunten zijn wel te noemen, maar belangrijker is dat de plaat nergens inzakt. Tony Joe White heeft zichzelf al een vijftal jaren volledig hervonden en door zijn nieuwe plaat "Deep Cuts" te noemen doet het ons vermoeden dat we nog een hoop moois van de swamp fox mogen verwachten. Maar goed die hoogtepunten: naast de zeer vernieuwende versies van klassiekers "Willie And Laura Mae Jones", "High Sheriff (of Calhoun Parrish)", "Roosevelt & Ira Lee" en "Soul Francisco", verrast White ons wel met songs als het bluesy "As The Crow Flies", met hierin vette beats en diep wah wah gitaarwerk of het met zijn zoon gecomponeerde "Run With The Bulls", dat net als het andere instrumentale "Home Made Ice Cream" zeer Spaans getint zijn. Op "Deep Cuts" wordt Tony Joe White op een laidback manier begeleid, en weet zoon Jody deze plaat zo'n uitstraling te bezorgen alsof deze plaat opgenomen is in de studio van het Fat Possum label, hij bezorgt zijn vader gewoon voor een nieuw hoogtepunt in zijn rijke carrière.

tracks listing:
01. Set The Hook
02. As The Crow Flies
03. Willie And Laura Mae Jones
04. Soul Francisco
05. Run With The Bulls
06. High Sheriff of Calhoun Parrish
07. Aspen, Colorado
08. Homemade Ice Cream
09. Swamp Water
10. Roosevelt and Ira Lee


 

 

AMOS GARRETT
GET WAY BACK - A TRIBUTE TO PERCY MAYFIELD
Website
Label:Stony Plain
Distr: Rounder / Munich Records
VIDEO

 

Wie Maria Muldaur's hit "Midnight At The Oasis" kent, zal zeker ook het prachtige stukje gitaar middenin deze song kennen. Wel, de man achter deze magistrale noten is meester gitarist Amos Garrett, die ook voor het mooie weer zorgde bij een aantal Dough Sahm opnames. Hij vormde zelfs tijdelijk een groep samen met Doug Sahm en Gene Taylor onder de naam "The Formerly Brothers", maar voornamelijk was hij bekend als sessie muzikant. Ook kende hij een sterrencultus in Japan, waar hij ontzettend populair was, of is, want tot op heden volgen de tours mekaar op. Via de hoesnota's van verschillende grote artiesten, waaronder Bonnie Raitt, Jesse Winchester en vele anderen kwamen we telkens te weten wie die fijne en zeer eigen klinkende gitaarlijntjes speelde. Daarom gingen we dan ook op zoek in de betere importzaken naar zijn solo debuut "Go Cat Go" en de fijne opvolger "Amosbehavin". Typisch voor beide platen waren het gitaargeluid, de bij momenten wat Hawaïaans klinkend zachte gitaarklanken, die je uit duizenden uitpikte omdat ze zo uniek waren. Maar niet alleen dat, de stem van Amos, diep en warm paste daar zo wonderwel bij, een uniek duo om het zo te zeggen. Nu is er de nieuwe van Amos, een tribute cd nog wel, aan niemand minder dan Percy Mayfield. Hij was een goed uitziende zanger en songschrijver die een hit had met "Please Send Me Someone To Love". De meeste van zijn songs werden echter hit voor anderen. Toen Percy echter door een zwaar auto ongeluk erg verminkt werd in het aangezicht trok hij zich terug van de podia, maar bleef gelukkig hits schrijven. Een van zijn bekendste nummers "Hit The Road, Jack" maakte muziekgeschiedenis in de versie van Ray Charles. Ray producete twee cd's van Percy Mayfield, die overleed in 1984 op 83 jarige leeftijd. Amos heeft gedurende zijn ganse carrière, vanaf de begindagen bij Paul Butterfield nummers van Percy Mayfield gespeeld, net omdat ze hem zo goed liggen, als ook songs van Hoagy Carmicheal. De songs van Percy vragen om een stem als die diepe bariton van Amos. Neem nu het overbekende "Stranger In My Own Home Town", dat hier met heel veel verve neergezet is. Hoogtepunten: "River's invitation" en "The Country" laten nog eens duidelijk blijken dat de muziek van Percy Mayfield werkelijk tijdloos was. Dat Amos de twee kassakrakers "Hit The Road, Jack" en "Please, Send Me..." bewust weggelaten heeft en koos voor meer obscure juweeltjes, pleit voor hem. Om Amos' eigen woorden te gebruiken "Well... those songs have been sung before."
(RON)


 

NECO NOVELLAS
NEW DAWN – KU KHATA
Label: World Connection
Website Contact
Distr.: Munich records

 

 

‘New Dawn’ opent met aangrijpende magie, waarbij je denkt te belanden in de atmosfeer van de Ladysmith Black Mambazo’s om dan even later over te schakelen naar de Braziliaanse sound uit een soundtrack van Orfeu Negro of de ritmes van de Zap Mama’s. Wat illustreert dat Neco Novellas en zijn broers plus zussen erin slagen om overal ter wereld invloeden op te pikken en deze tot iets eigens te verwerken. Dat eigens is een mengeling van Afrobeat, soul, reggae, jazz, ska, pop, samba, dansritmes en etnische verklanking, met soms de verlokking van dierengeluiden op de achtergrond. Op dit album met veertien nummers spelen vijf van de acht kinderen mee uit het Mozambikaans gezin, waartoe ook Anselmo João Johanhane alias Neco Novellas behoort. Zijn twee zussen, Cidalia en Isabel verzorgen de achtergrondvocalen terwijl Neco met zijn diepdonkere stem de Afrikaanse klankkleur verrijkt. Zijn broers Nelson en Isildo begeleiden hem met percussie, zang en met respectievelijk elektrische en basgitaar. Verder is er nog de Braziliaanse zangeres Lilian Vieira, die als gastartieste haar warme stem aan dit ‘Novellas’ familieproduct leent. En dan zijn er nog de broers Gideon en Ben van Gelder met een aparte inbreng. Gideon op piano vanuit een New Yorkse studio en Ben met sax op het sprankelende ‘Yeke Yo’. Neco Novellas, geboren in Maputo-Mozambique, groeide op in een muzikale familie, waar de vader o.m. gitaar en orgel speelde, terwijl zijn moeder in de Kerk zong. Normaal dus dat alle kinderen open stonden voor de traditionele muziek uit hun omgeving of via de radio Westerse klanken opvingen. Dit groeide uit tot hun karakteristieke universele muziek. ‘Tsanganane’ gaat over dat plezier om dingen samen te doen, waartoe muziek zich nog het meest leent, zeker grensoverschrijdend. Ik hield vooral van ‘Phumela’ dat ritmisch deint op de reggaegolfjes van een speels riviertje of het grappige ‘Zuma Luei’ dat dartelt als rondhuppelende kinderen. Naast de creaties in muzikale broeder- en zusterschap, wordt ook persoonlijke tragiek in de songs verwerkt. Is het niet over desillusies en verlangen dan toch over de onmacht ten overstaan van de natuur, zoals in ‘Hi Rwama’ wanneer het water delen van Mozambique overstroomt, zodat zelfs het kerkje vlakbij niet meer te bereiken is. De songs zijn afwisselend en divers van taalgebruik, gaande van Mozambikaans, Zuid-Afrikaans tot Braziliaans en spreken allen tot de verbeelding. ‘Tikona’ bijvoorbeeld opent zich als een wilde bloem uit Mozambique, die de vreugde en het leed van de bewoners absorbeert om deze als een geurig aroma terug te geven aan de luisteraars. Daarin is ook wat Portugese ‘saudade’ vermengd. Singer-songwriter Neco Novellas slaagt er tevens in om zijn ‘klassieke’ scholing subtiel te vermengen in zijn composities wat een origineel effect geeft aan de gevarieerde vaak meergelaagde songs. Hij ging in Portugal klassieke gitaar studeren en volgde het conservatorium in Rotterdam, maar richtte zich tegelijkertijd op jazzritmes en wereldmuziek. Om maar te zeggen dat Neco’s muzikale reis doorheen verschillende landen en stijlen hoe dan ook de kiem in zich draagt om zich telkens weer te vernieuwen.
Marcie


Shows Neco Novellas 2008

15 juni Hout Festival, Haarlem - NL
21 juni Afro-Latino Festival, Bree - Belgium
21 juni Kleur van de nacht, Arnhem - NL
28 juni Festival Zomerzone, Sittard - NL
29 juni Wereldfeest, Utrecht - NL
11 juli North Sea Round Town, Rotterdam - NL
12 juli NORTH SEA JAZZ, Rotterdam - NL (Missisippi stage)
2 aug. Zwoele zomervonden, Kroller Muller Museum Otterlo - NL
3 aug. African Spirits Festival, Berg en Dal - NL
6 aug. Festival Les Mediterranéenes, Leucate - FR
7 aug. Helden in het Park, Eeklo - BE
12 aug. Muziek in de wijk, Hof De Bist, Ekeren - BE
13 aug. Muziek in de wijk, Gevangenis, Antwerpen - BE
14 aug. Muziek in de wijk, De Coninckplein, Antwerpen - BE
15 aug. Muziek in de wijk, Dageraadplaats, Zurenborg - BE
16 aug. Muziek in de wijk, Botermarkt, Zandvliet - BE
17 aug. Muziek in de wijk, Kroonplein, Merksem - BE
30 aug. ; Wereld Jazz Dagen, Dordrecht - NL
13 sept. Pure Jazz Festival, Den Haag- NL
21 sept. Marcato Mondial, Venlo - NL
27 sept. Nacht van de Poëzie, Vredenburg, Utrecht - NL


 

LITTLE FREDDIE KING
MESSIN' AROUND THA HOUSE
Website
Label: Made Wright Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Little Freddie King is duidelijk een bluesman die de blues "leeft", net als twee van zijn grote voorbeelden, R.L Burnside en Junior Kimbrough. Deze Fread E. Martin, zoals de man echt heet, woont in een krot in een vervallen buurt, rijdt met een "two wheel caddilac", zoals hij zijn oude fiets gedoopt heeft, zijn vrouw is bazig en chagrijnig en hij brengt zijn dag door in een oude blikken garage waar hij oude alternators verbouwt. Hij heeft maagzweren en constant hoofdpijn, maar als hij zijn gitaar, die hij in een pandjeshuis op de kop getikt heeft, ter hand neemt, gaat die hoofdpijn even weg en kleurt zijn dag een beetje blauwer. Het blauwe van de stralende hemel en de blues. De vraag blijft echter: How blue can one get? Want als je naar de videoclips kijkt, zie je in de eerste clip Freddie in zijn huis in New Orleans gitaar spelen, enkele weken voor Katrina alles van hem wegnam, zijn huisje, zijn goedkope gitaar, kortom alles. Een man zou van minder hoofpijn en maagzweren krijgen. Freddie deelt niet alleen die levenswijze met zijn ondertussen overleden voorbeelden, maar ook de typische "syncopation blues" of het "hypnotic trance" geluid, dat een beetje het handelsmerk van Fat Possum geworden is. De super eenvoudige bluesmuziek van Freddie druipt echter van soul, authenticiteit en emotie. "Real Gut Bucket" is het wat deze Little Freddie King ons laat horen. Technisch imperfect, bewust wat slordig, maar gevoelsmatig daartegen heel dicht bij de perfectie. Hij werd in 1940 geboren in Mississippi, maar verhuisde naar New Orleans. In het midden van de jaren zestig nam deze neef van Lightnin Hopkins zijn debuut op maar de tapes gingen verloren, wat later kwam dan de nu ook bijna onvindbare "Rock 'n Roll Blues" Lp (1971) nu een collector's item. Na een lange stille periode kwam dan in 1997 "Swamp Boogie" en in 2000 "Sing Sang Sung". Maar Freddie's eerste belangrijke release dateert van 2005, op het Fat Possum label "You Don't Know What I Know" met "Crackhead Joe” erop, wat de aankoop volgens mij alleen al rechtvaardigt. De remix van "Messin' Around Tha House" is meteen als opener ook een van de hoogtepunten op deze cd, zeker als je van Burnside's sound houdt. "Can't Do Nothing Babe" heeft de nadrukkelijke stempel van Slim Harpo, een artiest bij wie Little Freddie King ook nog ooit speelde op een blauwe maandag. "Dig Me A Hole" is dankzij de remix nog één van die hypnotic trance nummers, die het Fat Possum gehalte van deze cd extra aandikt, evenals de remix op dit schijfje, "Sad Sad News". Hip hop meets da blues, niks nieuws meer, maar toch steeds weer verdomd lekker, zeker op de manier zoals het hier gedaan is. Het basic blues ritme in "Goin’ Upstairs" is gewoon "Goin” Down South" op John Lee Hooker’s wijze. Dat Little Freddie echter ook het meer gesofisticeerde B.B King stijltje aan kan bewijst hij daarna dan weer, als hij de afsluiter "Washerteria Woman" brengt, en zijn gitaarspel meer berust op dat van B.B. en Freddie King, de man van wie hij zijn naam haalde toen hij even diens bassist was. Blues in zijn ruigste, primitieve vorm, dat is Little Freddie King’s "Messin Around Tha House". And you bet your ass, this man is messin’ around!
(RON)


 

 

KERRI SIMPSON
MAYBE BY MIDNIGHT
Website Myspace Contact
Label : Origin Music
CD-Baby

 

 

Als schrijver van cd-recensies voor Rootstime kom je zowat overal in de wereld. Van Scandinavië tot Nederland, van Nieuw-Zeeland tot Zuid-Amerika, van Groot-Brittannië tot Australië. We komen er natuurlijk (tot onze spijt) niet letterlijk maar dit werk brengt ons wel dicht bij artiesten uit al die geografische delen van deze blauwe planeet. Zo mogen we vandaag Kerri Simpson begroeten als een zangeres uit het verre Melbourne in de Australische staat Victoria. En met haar maken we ook kennis met haar muziek die zich voor deze cd positioneert in het vrouwelijke country folk bluesgenre. In de voorbije jaren had zij zich ook al in heel andere genres laten horen zoals blues, rock, gospel en rootsmuziek met albums in die diversiteit aan stijlen. Kerri Simpson stuurde ons nu haar ep-tje “Maybe By Midnight” toe, een pure country-plaat waarop we zeven liedjes aantreffen die ze opnam in het gezelschap van een begeleidingsgroep met de naam “The Prodigal Sons”. Zes van die songs zijn het resultaat van eigen songschrijverswerk en die éne cover die ze selecteerde bevestigt haar goede muzikale smaak. Dat is namelijk het nummer “Sometimes She Forgets” van de onvolprezen Steve Earle. De voor het folkgenre typerende mandoline- en vioolklanken krijgen we meteen overvloedig te horen in de eerste song op deze plaat. “Cadillac” kabbelt rustig op een walsmelodietje en laat ons kennismaken met de voortreffelijke stem van Kerri Simpson. Die Steve Earle-cover overtuigde ons alvast vanaf de eerste noot. Als luisteraar voel je de immense pijn, het verdriet en het leed van de hoofdrolspeler in deze song. Het belangrijkste instrument op “Maybe By Midnight” is de sublieme, diepe en krachtige stem van de zangeres. Daarmee kan je van elke middelmatige song een gevoelig en geladen stuk emotie maken. De countrysound van al deze liedjes weet elke toehoorder te bekoren, tenminste als je al geen natuurlijke afkeer van pedal steel klanken mocht hebben aangekweekt. De stem van Kerri Simpson past voortreffelijk bij dit genre omdat ze die obligate snik à la Patsy Cline in zich heeft waarmee ze de emoties in die liedjes weer kan geven. Als je dit eens in vol ornaat wil horen raden we je aan om naar de nummers “You’re Always There” en “No Way Back” te luisteren, twee tearjerkers van jewelste, gezongen recht vanuit de diepe en duistere kelders van het bloedende hart. “Maybe By Midnight” is een topplaat, die alleen maar ontgoochelt omdat ze tot 7 liedjes beperkt bleef.
(valsam)


BUDDY WHITTINGTON
SAME
Website Myspace Contact
Label: Blues Boulevard
Distr: Music Avenue
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Blues Boulevard weet steeds weer die cd's terug op te pikken die het ondanks hun kwaliteit, niet deden bij het grote publiek. Toch gaat het meestal om juweeltjes. Neem nu deze debuutcd van Buddy Whittington. Zoals je weet wisselt de Godfather van de Britse blues, John Mayall, om de paar jaar wel van (klasse)gitarist. Zo passeerden Peter Green, John Mayall, Mick Taylor, Walter Trout en Coco Montoya onder andere de revue en de meesten speelden slechts voor enkele jaren bij de baas. Buddy Whittington echter, onterecht de minst bekende in het ganse rijtje is ondertussen 15 jaar in dienst van de Bluesbreakers. Onterecht, zeg ik en dat bevestigde ons John Mayall zelf tijdens het interview dat we met hem hadden. (zie interview rubriek). Hij vindt Buddy de meest veelzijdige gitarist die ooit in zijn band speelde. Tijdens het concert dat volgde konden we vaststellen dat dit inderdaad zo was, en dat Buddy bovendien een uitstekend zanger is, waarnaast Mayall verbleekt, maar zingen was nooit de kracht van John, dus hem overtreffen is niet al te moeilijk. Buddy echter heeft een krachtige zuivere stem die mag gehoord worden. Natuurlijk is het dat prachtvolle gitaarwerk dat hier op de eerste plaats komt op deze cd. De extra mollige Texaan heeft weinig X-factor zoals men dat noemt tegenwoordig, maar maakt dat goed met muzikale presence. Deze cd verscheen begin 2007 en is zoals gezegd door Blues Boulevard terug opgepikt, wat wij alleen maar kunnen toejuichen, want voor liefhebbers van meer dan uitstekend gitaarwerk op bluesgebied is dit van begin tot einde genieten geblazen. Ik herinner me nog dat ik bij de originele release dacht, een betere gitaarplaat zal er dit jaar niet vlug verschijnen. Of dat ook zo was weet ik niet, ik kan er me in ieder geval zo geen meer voor de geest roepen. De opener "Young en Dumb" zit al meteen vol met prachtige slide akkoorden en de bittere humorvolle tekst is prachtig, een voltreffer van jewelste... en da's nog maar 't begin. Deze plaat heeft het feitelijk allemaal, goed gezongen sterke teksten, vol spitsvondige humor en natuurlijk boeiend, fris gitaarwerk buiten categorie. Buiten de Z.Z..Top cover "Sure Got Cold After The Rain Fell", die lekker lang uitgesponnen is (geen bezwaar) is alles zelf gepend. Namedropping is ook een eigenaardigheidje van Buddy want naast "Stevie Rave On" (Stevie Ray Vaughan, heb je 'm?) passeren in andere songs namen van zijn idolen de revue. "Greenwood" is ook nog zo een tribute aan een andere, nog levende collega en gitaarlegende, Peter Green, een mooie rustige instrumental, een hommage aan Peter's stijl. "Second Banana" is een song over de man achter de grote ster, duidelijk over wie het in deze song gaat. Als Buddy na nog wat hoogtepunten afsluit met het sterke, op New Orleans riffs gebaseerde "Every Goodbye Aint Gone", weer een song vol spitsvondigheden in zijn tekst, begrijp je niet waarom deze man nog steeds geen eigen carrière heeft uitgebouwd. Wel weten we, dat Buddy na zijn zomertour met Mayall, waarbij hij ook ons landje aandoet (zie concertagenda), in de herfst als soloartiest zal toeren, met Peter Green's Splinter Band als backing. Nu maar wachten op de volgende...
(RON)


 

 

 

RUSSELL SMITH AND THE AMAZING RHYTHM ACES
MIDNIGHT COMMUNION
Website Myspace CDBaby

 

Dertig jaar zijn ze onertussen al bezig, en ik mag me trotse bezitter noemen van hun eerste lp "Stacked Deck", een juweeltje. Ze kraakte na enkele jaren wel door veelvuldig gebruik, zo erg dat de boel redden door ze "over te zetten" op cd, bijna hopeloos was, maar toch zit dat digitaal krakende exemplaar nu tussen mijn verzameling in de bovenste schuif. De prachtige songs "Third Rate Romance" en "The End Is Not In Sight" waren mijlpalen in het betere countrygenre, en dat niet alleen door die warme, echt aparte stem van Russell Smith.en de mooie close-harmony lijnen, maar vooral door de sterke composities en mooie melodieën die deze songs kenmerkten.Ook waren zij pioniers in het vermengen van pop, blues en rock met het "hardcore" country genre. Zes andere releases volgden, elk hun aanschaf meer dan waard, wat ik dan ook deed, tot in 1981 de groep er mee stopte. In 1995 kwamen de originele leden terug samen en namen hun eerste cd op, want hun vroegere carrière dateerde uit het vinyl tijdperk. "Ride Again" was een verzameling van hun beste songs, opnieuw lichtjes bewerkt en nu digitaal opgenomen. Voorzichtig werd gepolst of de groep nog reden van bestaan had, maar hun vakmanschap zorgde er natuurlijk voor dat de reacties uiterst positief waren, en voorzichtig werden een aantal tours georganiseerd, Australie eerst en achteraf de States. Een album met deze keer allemaal nieuwe songs zag het daglicht in 1996 "Out Of The Blue" heette de cd en door die release was de wagen weer aan het rollen. In 1997 was de nieuwe start officieel, ze waren terug een full time professionele groep. "Chock Full Of Country Goodness", heette de tweede van de “nieuwe generatie” Amazing Rhythm Aces. Vervolgens verscheen vier jaar geleden "Nothing But The Blues" en nummer vier draait nu rondjes in mijn cd speler. Niemand minder dan Delbert MC Clinton en Gary Nicholson (songschrijver van het meeste Mc Clinton materiaal en vele andere topartiesten) schreven twee nummers en geven even act de presence op het fantastische "I'm A Dog". Ook deze nieuwste is een cd die getuigt van het professionalisme van Russell Smith en zijn bandleden, de bijna legendarische keyboardspeler Billy Earhart en gitarist Kevin Holly in de eerste plaats. Als gastmuzikanten zijn topmuzikanten David Hood op bas en steel en dobro gitarist Wayne Bridge vooral het vermelden waard. Sterke composities voldoende hier. Naast het al genoemde, duidelijk hoorbaar door Delbert Mc Clinton geschreven "I'm A Dog" is er de song "I Got A Real George Jones". Het zou wel eens kunnen dat Russel het hier over zijn eigen stem heeft, want diezelfde warmte die George's stem bezat, kan alleen door Russell benaderd worden. Het ingetogen "That's Not My Problem Anymore" deed even de tijd stilstaan, want de sound van hun debuut is er weer terug. Ook rocken kunnen de heren nog steeds, want "What I Was Born To Do" is het bewijs dat "The Aces" nog helemaal niet passé zijn. Voor mij blijven ze een erg onderschatte band,die dezelfde naambekendheid als The Eagles verdienden, want kwalitatief staan ze voor mij op hetzelfde niveau. Keep amazing us, Aces!
(RON)


 

 

 

ERIC SARDINAS AND BIG MOTOR
SAME
Website Myspace
Label: Favored Nations
Distr: Rough Trade
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Eric Sardinas gaat gelukkig terug de goede weg op na een lichtjes teleurstellend voorganger. Ik herinner me nog als vandaag zijn uitstekend debuut, met mentor Johnny Winter, die duidelijk zijn stempel drukte op Eric's muziek. Een prachtplaat vond ik zijn eersteling. Eric was dan ook vroeg begonnen, op zijn zesde kreeg hij zijn eerste gitaar en wat later is hij reeds een adept van de Deltablues. Debuut "Threat Me Right", opgenomen onder de vleugels van Johnny Winter, kenmerkt zich door een stevige bluesy aanpak met die typische gitaarsound waarvan ik lange tijd dacht dat het een uniek geluid was, dat Johnny alleen uit zijn gitaar kon toveren. Misschien is dit de enige zwakte van die cd. Eric speelt het niet alleen klaar een perfecte kloon te zijn van Johnny Winter's gitaarspel, hij probeert zelfs diens (minder aangename) stemgeluid te imiteren. De opvolger "Devil's Train" hanteert ook dezelfde normen: oude Delta blues als basis met de Johnny Winter stempel er overheen. Twee uitstekende bluesrock cd's, zeker voor liefhebbers van het snellere slidewerk. Hij komt ook al vlug in de belangstelling van Steve Vai, deze is zodanig onder de indruk van Sardinas, dat hij hem tekent op zijn eigen label en hem in 2005 mee op tour neemt als voorprogramma. De reacties op zijn optredens zijn laaiend enthousiast en men gooit met termen als "Future of the blues". Zijn eersteling op het nieuwe Favored Nations label, "Black Pearls", kenmerkt zich dan ook door een meer rockgerichte aanpak, en kon me als bluesfan wat minder boeien. "Black Pearls" miste voor mij wat het bluesgevoel dat we van Eric gewoon waren. Met "Big Moter" zet hij nu gelukkig een stapje terug in de goede richting. Met zijn dobro en resonator die hij vooral in zijn intro's sfeeropbouwend gebruikt, om daarna in volle slide overdrive loos te gaan, het blijft rockgetint, maar wel de betere bluesrock. Eric tekende voor alle songs, bevalve voor de cover van "Burnin' Love" van Dennis Linde, beter bekend als Elvis song. Bij "Wonderin' Blues" is de blues wat op de achtergrond, behalve bij de korte resonator passages, maar het nummer drijft op een stevige "hook" , net als het volgende nummer, "Door To Diamonds", bluesrock as it's supposed to be. Tony Joe White's "As The Crow Flies" kondigt zich dank zij de mooie resonator intro weer anders aan, en heeft hier zelfs wat Indische trekjes in 't begin, maar wat later bouwt ook hier de sound zich op om met intense slidebijdragen te eindigen als stevig rockend bluesnummer. Toch is deze cover één van mijn favoriete songs op de cd, al was het alleen maar vanwege zijn eigenzinnige bewerking. Een behoorlijke cd van deze meester van de bluesrock slide, al mis ik toch nog steeds de iets meer traditionele richting van de twee eerste releases. De echte bluesrock fanaten zullen me waarschijnlijk, en hopelijk voor Eric, ongelijk geven en deze cd massaal aanschaffen.
(RON)


 

 

 

HQ BAND
OLD SCHOOL
Website Contact CDBaby

 

Blues met overwegend sax heeft iets ondefinieerbaars. Er is die laatavond sfeer met droefgeestige ‘mood’, maar voor hetzelfde geld wordt overgeschakeld naar een jubelende verklanking als een zon die doorbreekt. Datzelfde fluïde vind je terug in dit ‘Old School’ album van de HQ Band met naast bandleider/gitarist Hector Qirko nog saxofonist Dirk Weddington in grootse vorm. ‘I Don’t Care No More’ sleept zich treurig door verlaten straten, maar in ‘Sister Kate’ reikt de sax als een spontane serenade naar hogere sferen alsof Kate op het dakterras voorover leunt. In Clifton Chenier’s ‘Blues De Ma Negresse’ hoor je een New Orleans Sound, mengeling van tragiek en optimisme en in ‘Singing The Blues’ vallen wat Jimmie Rodgers reminiscenties op. Op enkele na schreef Hector zelf alle songs en al wisselt hij graag van genre, op dit album houdt hij het relax. Bij Hector, Dirk, Jim en Steve hoor je de vreugde van het samen deel uitmaken van ‘De Band’. De oprichting van de HQ band dateert al van 1985 en zo om de vijf jaar brachten zij een nieuw album uit. ‘Old School’ is hun vijfde, opgenomen in Knoxville, Tennessee. Je hoort dat de muzikanten al lang geen beginneling meer zijn. Elk apart hebben zij afzonderlijke muzikale wegen verkend vooraleer zij in de band samenkwamen, het liefst Chicagoblues spelend zonder zich daartoe te beperken. Live oogsten zij overal succes, waar zij ook spelen, in Asheville, Johnson City, Knoxville, Nashville enz. Hun mengeling van bluesrock, jazz, bluegrass of rockabilly wordt telkens enthousiast onthaald als zij zich lanceren ‘animoso en con amore’. Maar de groepsleden komen niet uit Italië. Hector Qirko, geboren in New York City, groeide op in Latijns Amerika, speelde alle soorten muziek en stond ooit naast Lonnie Brooks. Hij speelt uitstekend gitaar, gruizig als hij er zin in heeft, maar intiem als de songtekst dat vraagt. In het mooiste ‘You Let Me Down’ houdt hij de begeleiding ingetogen als een troostende streling. Zijn warme stem bekoort zowel in de tragere als ritmischere nummers. Ook de drie andere bandleden, saxofonist Dirk, bassist Jim Williams en drummer Steve Brown kunnen bogen op stielkennis en virtuositeit. Dirk Weddington kreeg les van een jazzleraar en vervolmaakte zich in het College. Hij speelde met Tito Puente en oefende met Joe Lovano. Het is echter vooral het samenspel dat dit ‘Old School’ album zo verrukkelijk maakt in zijn spontane muziekbeleving. Ik kan het niet beter uitdrukken dan met drummer Steve’s woorden. ‘From the first moment the HQ band played together, it just felt Right. And it still does’.
Marcie