ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008


ZANE LEWIS - SAME

ROBYN LUDWICK - TOO MUCH DESIRE

VARIOUS ARTISTS: BLUES, SWEET BLUES

AARON CADWALADR - SHAPE CHANGING SKY

THE TOLER TOWNSEND BAND - SAME

NEIL DIAMOND - HOME BEFORE DARK

DAVE BOUTETTE - THE PICCOLO HEART

ALBERT CASTIGLIA - THESE ARE THE DAYS

SOUTH SAN GABRIEL / CENTRO-MATIC - DUAL HAWKS

LUKE JACKSON - AND THEN SOME …


 

 

ZANE LEWIS
SAME
Website Myspace
Label:Slant Records
Info: so much MOORE media / Martha Moore
VIDEO

 

Lubbock, naast Austin dè muziekstad in Texas, Bob Wills, Buddy Holly en Roy Orbison werden er geboren, maar ook de jongere generatie alternative country artiesten als Butch Hancock, Joe Ely en Jimmie Dale Gilmore, apart of samen als de legendarische Flatlanders: Terry Allen, Tommy X. Hancock en Lloyd Maines. The Texana Dames, noem maar op. Nu is daar weer een nieuwe naam bij te voegen, voorlopig nog niet zo bekend, maar onthoud de naam: Zane Lewis. Momenteel woont Zane in Dallas. Al behoort hij niet tot de Americana en Alt country gilde zoals de hoger genoemde namen, toch is de meer conservatievere country die hij brengt voorzien van een goede portie "bite", rockende gitaren een sterke pop inslag, net dat soundje dat het vooral in de States zeer goed doet. Het publiek moet mijn muziek “voelen” zegt de 27 jarige Zane, “zelfs mijn langzame nummers moeten dat 'In Your Face' gevoel hebben“. Als zoon van een man die een western swing band leidde die onder meer Bob Willis covers speelde op zijn fiddle, kreeg hij natuurlijk de country music met de spreekwoordelijke paplepel binnen, maar via vriendjes kwamen er ook de invloeden van Lynyrd Skynyrd, Van Halen en U2. Degenen die Zane live aan het werk zagen weten dat zeker die laatste invloeden zijn country performances kleuren. Na zijn studies begon Zane met een tijdschrift “Western and English”, dat zo succesvol werd dat Zane het een jaar later voor veel geld kon verkopen aan een groot concern dat een heleboel tijdschriften verdeelde. Met die centen zag hij eindelijk de kans om zijn droom van country artiest te worden waar worden. Hij dook de studio in met de band van Lee Ann Rimes en nam er “This Town“op, zijn debuut die dadelijk 3 hits opleverde, met als gevolg dat de optredens mekaar non stop opvolgden. Hij deed ondermeer het voorprogramma bij Dwight Yoakam’s tour. Als producer voor een aantal songs kon hij Brett James aantrekken, de topproducer en songwriter. Twaalf songs op deze tweede cd, die variëren van soulvolle ballads zoals “Come With Me” een song met hit potentieel, en het mooie “Off The Record” maar grotendeels toch meer up-tempo country rockers, met de nadruk op rock, zoals het stomende “Southland” en het sterke “Becky Brown’s Daddy”. Het zal dan ook niet verwonderen dat de andere producer voor deze cd Lex Lipsitz is, die ondermeer samenwerkte met Shooter Jennings. Zij het meer country en wat minder bluesy, toch doet de stijl van Zane me soms denken aan wat Lee Roy Parnell ons brengt, like a good old “Bad Ass Country Band”.
(RON)


 

ROBYN LUDWICK
TOO MUCH DESIRE
Website Myspace Contact
boobing: Joanna Serraris / MuseMix Contact
CDBaby
Label: Freedom Records
Distr: Sonic RendezVous

 

Dat er elke maand wel een paar platen uitkomen die mooi zijn is absoluut waar. Je hoort ons daar ook zeker niet over klagen. Maar een echt bijzondere, dat blijft een zeldzaamheid. "Too Much Desire" is zo’n zeldzaam moment. Let op, dit is niet de nieuwe Lucinda Williams. Mij doet deze plaat heel erg aan een mix van Emmylou Harris, Neil Young, Patti Griffin en Lucinda Williams denken, dan heb je meteen een handvat om haar te plaatsen. Het zijn ook deze artiesten die op Robyn Ludwick een grote invloed hebben gehad. Dus liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters opgelet, want wat is deze Robyn Ludwick goed! Ludwick is opgegroeid in Bandera, Texas. In een muzikaal gezin, mag je wel zeggen. Want haar oudere broers zijn de in countrykringen bekende heren Bruce en Charlie Robison. Robyn zit minder in de countryhoek. Integendeel, haar muziek dient eerder onder folk en/of Americana te worden geschaard. Robyn leerde zichzelf gitaarspelen. En toen ze dat eenmaal onder de knie had, verliet ze het ouderlijk huis om zich in Austin, Texas, het pompende hart van de Americanamuziek, te vestigen. Daar ontmoette ze John Ludwick, met wie ze inmiddels al jaren is gehuwd. Robyn’s debuutplaat "For So Long” verscheen eind 2005. Het album werd enthousiast ontvangen bij Rootstime en stond in no time op nummer 1 van de Euro Americana chart. Ook haar nieuwste album "Too Much Desire" is wederom iets heel speciaals, niet alleen vanwege de bijzonder mooie warme stem van Ludwick of haar lekker soepele manier van zingen, maar ook door de schitterende arrangementen. "Too Much Desire" is gewoon een prachtplaat die het ook al niet misselijke "For So Long” op alle fronten overtreft. Bijgestaan door echtgenote/bassist/producer John Ludwick en multi-instrumentalist/co-producer Mike Hardwick, topmuzikanten zoals Eddie Cantu (drums & percussie), Andrew Nafziger (lap steel, gitaar, banjo, dobro), Michael Ramos (piano, Hammond B3) en gastvocalen van Eliza Gilkyson, Charlie & Bruce Robinson schotelt Robyn ons op haar nieuwe plaat het ene na het andere hoogtepunt voor. Hoogtepunten die citeren uit de country, rock en soul en worden gedragen door Ludwick's heerlijke stem. "Too Much Desire" komt aan als een mokerslag. Het begint opvallend met country getinte songs "Alright", "'72 Texas" en "No Way Out", traditionele songs à la Williams, precies zoals we het graag horen. Het meer singer-songwriterwerk horen we in "Big Fall" en "Monte Carlo" met in dit laatste nummer, de verzorgende backing van Karen Poston. Naast een cover "Lullaby" van David Tasgal schreef ze de overige elf liedjes zelf, arrangementen die je soms de stuipen op het lijf jagen, spanning die wordt opgebouwd tot huiveringwekkende proporties en vooral emotie. Er zijn niet veel platen die je zo bij de strot grijpen als deze en hoe vaak je hem ook hoort, het gevoel blijft. Een cd die rare dingen doet met een mens, maar wat is het mooi. Hopelijk kan singer-songwriter Robyn Ludwick met deze nieuwe plaat de waardering krijgen die ze eigenlijk verdient.


 

 

VARIOUS ARTISTS:
BLUES, SWEET BLUES
Label: Music Maker Myspace Contact
Distr.: Blues Promotion

 

Tim Duffy en zijn Denise richtten in 1993 samen met Eric Clapton de een non-profit organisatie Music Maker Relief Foundation op. Het doel was de oude blueslegenden en vergeten helden uit de vergetelheid te halen door hen weer te laten optreden. De stichting wordt mede gefinancierd door muzikanten en acteurs als B.B. King, Morgan Freeman, Taj Mahal, Pete Townsend, Bonnie Raitt, ... Allen zijn er over eens dat muziek en de cultuur van de doelgroep van de stichting ertoe hebben geleid dat er een muziekindustrie is ontstaan waarmee miljarden dollars zijn verdiend. De Duffy's proberen daarvan iets terug te geven aan de morele erfgenamen, die vaak onder erbarmelijke omstandigheden leven. Immiddels heeft het echtpaar een honderdtal muzikanten financieel ondersteund. Daarnaast organiseerden zij duizenden concerten en brachten een zestigtal cd's uit op hun label Music Maker waarvan de distributie hier in Belgie gebeurd door Blues Promotion uit Lauwe.

Wederom zet Music Maker nog levende maar vergeten pioniers van de Southern Blues in het daglicht door een overzicht te maken op hun nieuwste compilatie: een dubbel-cd met 40 nummers waarvan de meeste muzikanten die voor Music Maker hebben opgenomen daarop vertegenwoordigd zijn. De bekenste namen zijn gitariste en banjospeelster Etta Baker, Jack Owens, welke tot aan zijn dood in 1997 in de Bentonia bluesstijl van Skip James speelde en natuurlijk zanger/gitarist Guitar Gabriel, de bluesman met de onafscheidelijke bontmus, die in 1996 overleed, en door de Duffy's wordt gezien als de muzikale grondlegger van hun stichting. Zijn output op dit label is daarom de meest prominente in de catalogus. Tussen de op dit dubbelalbum gepresenteerde artiesten zitten opvallend weing dames. Om er ééntje uit te pikken, Cora Mae Bryant bijvoorbeeld, de dochter van gitaarlegende Curley Weaver uit Georgia. Weaver werkte samen met onder meer Blind Willie McTell en Algia Mae Hinton. Cora Mae's muziek aan die van Mississippi John Hurt doet denken. Carl Rutherford die op cd2 opent met de titeltrack, is een ex-mijnwerker uit West Virginia, die de oude balladen uit zijn geboortestreek levend houdt. Een flink aantal van deze muzikanten is immiddels overleden, maar jonge muzikanten als Mudcat en de Indiaanse gitariste Pura Fé zetten de traditie op eigentijdse wijze voort. Niet alleen vinden we hier de artiesten die reeds een full-cd hebben op Music Maker, ook artiesten die voor het eerst cd geschiedenis maken, als Rufus Mckenzie, John Lee Zeigler, Ron Hunter, Elder Anderson, maar ook vinden we Albert White, Beverly Watkins, Pura Fé, Adolphus Bell, Macavine Hayes en Captain Luke, de artiesten die in augustus van dit jaar in het Rivierenhof zullen aanwezig zijn tijdens een wel heel speciale bluesavond met de Music Maker Relief Foundation en Roland van Campenhout. Namelijk op zaterdag 2 augustus 2008 organiseren ze in het Openluchttheater Rivierenhof (Deurne) deze bluesavond en Music Maker brengt zomaar zes solisten mee, die begeleid worden door directeur Tim Duffy (akoestische gitaar), Ardie Dean (drummer) en Hansel Creech (bassist). De eerste solist is Albert White. Deze zanger/gitarist heeft de legendarische Piano Red als oom. In de jaren ‘60 werd hij zelfs bandleader van de Piano Red's Dr. Feelgood and the Interns. De laatste decennia ontwikkelde Albert zijn eigen sound en toert hij de wereld rond met zijn feel good blues. Zangeres Beverly Watkins was in de jaren ‘60 één van de nurses van Dr. Feelgood and the Interns. Verder staat Watkins bekend voor haar gitaarervaring. Ze wordt dus niet voor niets Beverly ‘Guitar' Watkins genoemd. Ook werkte ze samen met James Brown, B.B. King en Ray Charles. In 2000 werd Beverly genomineerd voor een W.C. Handy Award. Zangeres/gitarist Pura Fé Crescioni staat niet alleen bekend als stichter van het vrouwentrio Ulali, maar is ook bekend door het creëren van een typische eigen stijl en genre dat de traditionele Amerikaanse en hedendaagse muziek mengt. In 1994 werd ze genomineerd voor een Juno Award voor Best Global Recording, en in 2006 won ze een NAMMY (Native American Music Award) voor Best Female Artist. Verder won ze een L'Académie Charles Cross Award voor Best Album. One-Man Band, Adolphus Bell, speelde gedurende 35 jaar op straat. Met zijn blues hits uit de jaren 50 en 60 veroverde hij het hart van iedereen in Atlanta (en omstreken). Na eerst gitaar te leren spelen, leerde hij zichzelf later ook drummen. Verder speelt Bell mondharmonica en is hij een voortreffelijke zanger. Macavine Hayes zingt en speelt akoestische gitaar. Met Macavine's muziek kun je niet anders dan lachen, je problemen vergeten en dansen. Via Guitar Gabriel, master in country blues, leerde hij zanger Captain Luke kennen, met wie hij later samen begon te spelen. De muziek van Captain Luke, ook wel Luther Mayer, vindt zijn roots bij de Afrikaans-Amerikaanse arbeiders en refereert continu naar de blues experience. Over de jaren heeft hij zijn stijl echter aangepast om zo te voldoen aan de noden en wensen van zijn publiek. Met John Ferguson daarentegen creëerde hij de combinatie jazzy soulful blues, soulful bluesy jazz en jazzy bluesy soul, die ze zelf ‘outsider lounge music' noemen. Label-eigenaar Tim Duffy omschrijft tenslotte "Blues, Sweet Blues" als: "This is a collection of the most exiting, unheralded, deep-rooted blues artists of modern times. All genuinely performed by men and women who know from the miseryand joys of life, what the blues is all about". Via twee cd’s en maar liefst 40 tracks maken we kennis met de hoogtepunten uit het imposante oeuvre van Music Maker, opnames uit de periode 1994 tot 2006. En dit van deze pioniers en vergeten helden van de muziek uit het Zuiden van de US, met als belangrijkste staten: Mississippi, Georgia, Alabama, Louisiana, Virginia, Washington, West Virginia, Texas, South & North Carolina. Kortom: Een zeer gevarieerde en erg boeiende verzameling 'roots'-muziek.

Blues
1/Willa Mae Buckner, Cootie Stark & Captain Luke/Let the Good Times Roll
2/Captain Luke/One of these Days
3/Drink Small/President Clinton Blues
4/Robert Wolfman Belfour/ Treat Me Mean
5/Guitar Gabriel/Blues Never Died
6/Guitar Gabriel/Welfare Blues
7/Mudcat/Big Fat Woman
8/Cootie Stark/Metal Bottoms
9/John Lee Zeigler/ Pretty Shoes
10/Albert Smith/Learning to Play Piano
11/Albert Smith/Big Belly Mamma
12/ Eddie Tigner/Slippin In
13/Rufus McKenzie/Mellow Peaches
14/Alabama Slim/I Got the Blues
15/JW Warren/John Henry
16/Carl Hodges/Meet Me in the Bottom
17/Paul Duffy/The Giant Squid
18/Cora Fluker/ Shotgun Boogie
19/Mr. Q/ Juice Headed Woman


Sweet Blues
1/Carl Rutherford/Blues, Sweet Blues
2/Guitar Gabriel/After Awhile
3/Pura Fe/ Hold the Rain
4/John Dee Holeman/One Black Rat
5/Cora Mae Bryant/ Cora's Escape
6/ Macavine Hayes, Whistlin' Britches & Cool John/Mac's Boogie
7/Samuel Turner Stevens/Baby 'O
8/Etta Baker/On the Banjo
9/Etta Baker/Cripple Creek
10/Benton Flippen & Smokey Valley Boys/Susanna Gal
11/Boo Hanks/Step it Up & Go
12/Neal Pattman/Ma's Apple Pie
13/Jack Owens/My Baby's Gone, Soon be Gone Myself
14/Elder James & Mother Pauline Goins/Old Time Religion
15/The Branchettes/One More Day
16/Albert White/A Rose For My Lady
17/Sweet Betty/Your Time To Cry
18/Adolphus Bell/Child Support
19/Ron Hunter/For Yourself
20/Elder Anderson Johnson/God Don't Like It
21/Pat Sky/Many a Mile

Bluesavond met Music Maker en Roland
Wanneer: zaterdag 2 augustus, 2008
Plaats: Openluchttheater Rivierenhof - Deurne


 

 

AARON CADWALADR
SHAPE CHANGING SKY
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

Soms denk je toch dat een artiest beter een pseudoniem als naam kan kiezen. Dat was de eerste gedachte die bij me opkwam toen ik de ep “Shape Changing Sky” van Aaron Cadwaladr in handen kreeg. Je moet al van goeden huize om je die naam binnen twee weken nog te herinneren, zelfs als hij in zijn biografie uitlegt dat je zijn naam moet uitspreken als “Kad-wall-a-der”. Deze singer-songwriter woont in Vancouver in British Columbia, de meest westelijke provincie van Canada. De woeste natuur in dit gebied is ongeëvenaard met de Rocky Mountains in het oosten en Vancouver Island in het westen. Dat is de natuurlijke habitat voor Aaron Cadwaladr waarin hij zijn liedjes componeert op zijn akoestische gitaar. Niet zelden gaan de teksten ook over de mooie natuur in zijn omgeving. Om aan de kost te komen geeft hij gitaarlessen in Vancouver-stad en werkt hij als freelance-gitarist voor iedereen die een beroep wil doen op zijn diensten. Gedragen door een alternatieve folk-rockstijl werkte hij zes liedjes uit voor deze ep, zijn eerste muzikale worp op cd. Twee van die zes nummers zijn volledig akoestisch en solo gebracht. De vier andere songs werden wat voller gemaakt door de inbreng van andere instrumenten als piano en drums. Dat hij het gitaarspel zeer goed beheerst dient natuurlijk niet meer uitgelegd te worden. Zijn teksten zingt hij met een vrij typische folkstem in. De plaat bevat dan ook geen echte uitschieters omdat de liedjes zich allemaal in hetzelfde genre laten onderbrengen. “Engage The Air” staat wellicht terecht als eerste nummer op de plaat. “You Are The Sun” en titeltrack “Shape Changing Sky” kunnen ook nog best bekoren. Maar als algemene conclusie denk ik toch te mogen meegeven dat hij wat meer variatie in de songs zal moeten brengen als hij wil dat een publiek geboeid zal blijven bij de beluistering van een toekomstige full-cd.
(valsam)


 

 

THE TOLER TOWNSEND BAND
SAME
Website Contact
Management : Blue Room
CDBaby

 

 

Zij die wat thuis zijn in het southern rock genre zullen ongetwijfeld 'Dangerous' Dan Toler kennen en eveneens Johnny Townsend, beiden maakte namelijk deel uit van de Greg Allman Band als respectievelijk gitarist en zanger. Toen Greg plots besliste de Allman Brothers terug te vervoegen, was de beslissing vlug genomen, ze zouden hun eigen vleugels uitslaan. Als vlug bleek dat ze zich bij het songschrijven thuisvoelden als een vis in het water. De southern rock stijl bleek het genre te zijn waarin zij zich het best thuisvoelden, vanaf de eerste tour werd het een groot succes. Tussen de tours van de Toler Townsend Band door bleef Danny ook nog optreden als tweede gitarist bij zijn vriend Dickey Betts in diens groep "Great Southern", en ondertussen werkte hij aan zijn solo cd "Year Of Tears". John ging ook nog zijn eigen weg in Zuid Californië, hetgeen ook resulteerde in zijn eigen solo cd "The Road Leads Home". In 2005 voegden zich nog enkele "Southern rockers" bij hun en kwam de groep "Renegades Of Southern Rock" tot stand, een live band, die covers speelde van de bands waar ze uit afkomstig waren, kortom de hoogtepunten van de zuiderse rock. Plannen werden gemaakt om ook eigen nieuw werk uit te brengen onder de naam "Renegades", maar zover is het nooit gekomen. Toch hadden beiden nog de droom om samen eigen songs op plaat te zetten, en de laatste jaren werd dat verlangen steeds sterker. Vandaag zijn we dan zover, de Toler Townsend Band heeft zijn eigen cd, negen songs in de traditie van de Southern bands als Allman Brothers, Wet Willie, Great Southern en Lynyrd Skynyrd. De band bestaat naast de 2 oprichters uit Avon Lucas op bas en John Mc Knight op drums (hij speelde bij Delta Moon - één van mijn favoriete bands - en hij is wegens zijn power bekend onder de naam "Thunder Foot"). Als laatste is er Matt Zeiner, op Hammond B3, die onder meer bij Matt Guitar Murphy en Dickey Betts zijn strepen verdiende. Het zal duidelijk wezen, these guys rock! De krachtige stem van Johnny Townsend, een kruising tussen Greg Allman en Ronnie Van Zandt, de vinnige messcherpe solo's van Dangerous Dan, de powervolle percussie van Thunder Foot, dus kracht op alle fronten. Van bij de openingssong "Loneliness" zit het goed, een mid tempo rocker in de zuiderse traditie, maar als "Sorry's Not Enough" volgt, een langzame ballad waar Gregg Allman een patent lijkt op te hebben, zijn we pas 100% in het zuiden. Johnny's stem heeft datzelfde timbre van Greg, en meteen is de toon gezet, extra sfeer wanneer Dan het onderste uit zijn gitaar haalt, kortom genieten. "Full Time Fool" is funky, met weer die Allman sound. De negen songs tellende cd kent op geen enkel moment ook maar enige verzwakking, song voor song weet ze te boeien, de "southern" sfeer zit er in gebakken van begin tot einde. Er is slechts één minpunt: "van begin tot einde" betekent hier slechts een kleine 37 minuten, te weinig! Soms is die speelduur een verlossing, maar zeker als de muziek je zo bevalt, is dit echter een teleurstelling. Volgende keer verwachten we wat meer, maar wel van hetzelfde!
(RON)


 

 

 

NEIL DIAMOND
HOME BEFORE DARK
Website Myspace
Label : Columbia Records
Distr. : Sony BMG

 

 

Op 67-jarige leeftijd is Neil Diamond nog altijd één van de bekendste crooners uit de rijke Amerikaanse muziekgeschiedenis. Met hits in zowat elk decennium sinds de sixties kon deze sympathieke en goed uitziende zanger-songschrijver en acteur eigenlijk al lang het onvolprezen beroep van rentenier uitoefenen. Dat ware zeker verdiend na een loopbaan van om en bij de vijftig jaren. Maar in 2005 besloot hij om met de hulp van topproducer Rick Rubin zijn carrière een nieuwe boost te geven. Hij nam twaalf nieuwe liedjes op en bracht ze op cd uit onder de titel “12 Songs”. Een weergaloos succes waarin Rick Rubin er in slaagde om de nieuwe Neil Diamond modern te laten klinken zonder afbreuk te doen aan de traditionele songs waarmee hij zijn ganse loopbaan de ene gouden plaat na de andere wist binnen te rijven. Rubin had dit even voordien ook al gedaan met Johnny Cash via diens “American Recordings” en hij weet daardoor als de beste hoe je zo’n comeback moet aanpakken. Het zal dan ook niemand verbazen dat dit duo opnieuw samenwerkte voor de recentste worp van Neil Diamond: zijn kakelvers nieuwe album “Home Before Dark”. Vanzelfsprekend hoef je niets baanbrekends te verwachten op deze zoveelste plaat in de discografie van Neil Diamond, maar groots vakmanschap en uitstekend zangwerk zijn voor de hand liggende verwachtingen die moeiteloos door de meester ingelost worden. Het werden opnieuw twaalf liedjes in de hem op het lijf geschreven verhalende stijl met lange en gecompliceerde teksten waarvan ik me afvraag hoe hij er in slaagt om ze te blijven onthouden tijdens live optredens. Dat hij dit vak nog steeds als geen ander beheerst kan je persoonlijk gaan bekijken bij zijn éénmalige Belgische optreden in het Antwerpse Sportpaleis op donderdag 29 mei. Dat dit een hoogdag zal worden voor de fans van het eerste uur staat buiten kijf, alleen al een vijftiental van zijn all-time classics verrechtvaardigt de toch behoorlijk hoge ticketprijs. We gaan de hele carrière van Neil Diamond hier niet opnieuw verhalen, maar enkele hoogtepunten zal u mij toch wel willen toestaan. Zoals zijn toetreding tot de Songwriters Hall Of Fame in 1984, zijn bijnamen “The Jewish Elvis” en “The Basher”, zijn memorabele live shows die op plaat verschenen als “Hot August Night” in The Greek Theatre in Los Angeles, de soundtrack van de natuurfilm “Jonathan Livingston Seagull”, zijn klassieke meesterwerk “Beautiful Noise” uit 1976 geproduceerd door Robbie Robertson, zijn duet “You Don’t Bring Me Flowers” met Barbara Streisand uit 1977, de vernieuwde aandacht voor de man na de cover van “Girl, You’ll Be A Woman Soon” door Urge Overkill voor de cultfilm “Pulp Fiction” van Quentin Tarantino. De liedjes uit zijn songbook werden door honderden andere artiesten gecoverd en dat alleen al levert hem de titel van “Songwriter Of The Century” op. Niets wijst er trouwens op dat “Home Before Dark” het einde van deze schitterende loopbaan zal gaan inluiden. Neil Diamond zegt zelf dat liedjes schrijven zijn dagelijkse wandeling op zoek naar frisse lucht is en dat hij moeilijk zonder zou kunnen. Velen zullen hem deze gave benijden want er zijn zeker massa’s liedjesschrijvers die er veel voor over zouden hebben om één liedje te schrijven met gelijkaardige kwaliteit als de 12 liedjes op dit nieuwe album. De meeste nummers zijn typische Neil Diamond-songs, sober en ingetogen met nauwelijks meer dan gitaar en piano als muzikale begeleiding. Alleen het bombastische uit zijn liedjes van de seventies en eighties is niet meer terug te vinden op “Home Before Dark”. Met zijn warme, diepe en rustgevende stem zingt hij moeiteloos nieuwe hits als “If I Don’t See You Again”, “Forgotten”, “Whose Hands Are These”, het breekbare “The Power Of Two” en de titeltrack “Home Before Dark”. Toch willen we er met graagte één liedje uitpikken dat er volgens ons toch nog met kop en schouder bovenuit steekt: “Another Day (That Time Forgot)”. Dit liedje zingt Neil Diamond in een prachtig duet met Natalie Maines, een dame die normaal voor het zangwerk zorgt bij de Dixie Chicks. En ook de nieuwe single “Pretty Amazing Grace” illustreert dat Neil Diamond probleemloos stand houdt tussen het moderne rock- en popgeweld. Ga dat zien! …volgende week in Antwerpen.
(valsam)


 

 

DAVE BOUTETTE
THE PICCOLO HEART
Website Contact
Label : Embassy Hotel Records
CD-Baby

 

Vooraleer als "zelfstandige" singer-songwriter de wereld in te stappen, was Dave Boutette 10 jaar muzikant bij de in Detroit gestationeerde band "The Junk Monkey". Na jaren eindeloos toeren in diverse voorprogramma's besloot Dave solo te gaan. Op deze eerste CD wordt hij echter wel bijgestaan door Adam Druckman (background vocals, acoustic and electric guitar, percussion, harmonica and keyboards) en John Sperendi (bass) aangevuld door een negental gastmuzikanten afhankelijk van de nummers. Alle songs, behalve eentje "Why No One to Love?" (geschreven door Stephen Foster!) zijn van eigen hand. Naast het vokale gedeelte neemt Dave ook het gitaarwerk (akoestisch en electrisch), de mandoline, orgel en percussie voor zijn rekening. Dave's muziek is doorspekt met humor en passie, zijn verhalen gaan over zijn ervaringen tijdens het vele toeren, het thuisfront, leven en liefde. Na het meeslepende, swingende openingsnummer over een vrijgezel "Dime in Hand" volgt het vrolijke "Love Won't go Away". Dave schreef deze meezinger voor het huwelijk van zijn zuster. Na het prachtig muzikaal gearrangeerde "Girl in Love" (in walstempo) en het bij Tom Waits aanleunende "Brave Little Darling" met Dave fingerpicking komt het zachte, sobere, ingetogen "New Parade". Voor dit sfeerbeeld van Memorial Day in zijn thuishaven krijgt Dave de steun van pianist Kurt Wolak. Zeer mooi is eveneens het melancholische "First Snow of November" of tot wat liefdesperikelen zoal kunnen leiden... Ook "Iva" heeft iets met verliefdheid maar klinkt iets strakker, kordater. "Waltz for Smelt" is duidelijk geïnspireerd door The Band, na dit episch verhaal over twee verliefde vissen, komt het luie maar gelukkige "Walk me Home Again". Het dromerige "Piccolo Heart" (en John Comfort oaan de accordeonknoppen) sluit Dave deze CD af in walstempo. Dave Boutette is een naam om te onthouden. Hij brengt prachtige zelf geschreven songs, maakt gebruik van sterke muzikale arrangementen, heeft een warme eerlijke stem en zorgt voor afwisseling in zijn muziek. Met ongeduld wacht ik op een vervolg...
(jug)


 

ALBERT CASTIGLIA
THESE ARE THE DAYS
Website Myspace Contact
Management Contact
Publicity Contact
Booking: Highway Key Touring, Casey Scott Contact
Radio promotions: Rick Lusher Contact
Label: Blues Leaf Records Contact
Distr.: Blues Promotion

 

 

Albert Castiglia is afkomstig van New York, en begon in 1990 als gitarist bij The Miami Blues Authority. Na zeven jaren met deze band als gitarist / vocalist won hij in 1997 de award voor "Best Local Blues Guitarist for 1997".n In datzelfde jaar maakte hij de overstap naar de band van Chicago blues legende Junior Wells waar hij verder de knepen van het vak leerde. Na het overlijden van Junior Wells in 1998, speelde Albert met belangrijke artiesten en bands als Sandra Hall, Pinetop Perkins, Aron Burton, Ronnie Baker Brooks, Sugar Blue, Melvin Taylor, Ronnie Earl, Billie Boy Arnold, Phil Guy, John Primer, Lurrie Bell, Jerry Portnoy, Larry McCray, Lee Oskar, Michael Coleman, J.W. Williams, Little Mack Simmons, Eddy Clearwater, Jimmy Burns en Otis Clay. Junior’s band kreeg wat later de naam "Hoodoo Man’s Band", en hiermee tourde Albert enkele jaren tot deze band de backing ging verzorgen van Sandra Hall, bekend als "Empress of the Blues". In 2001, besloot Albert aan zijn solo carrière te beginnen en nu zes jaar later is Castiglia een gitarist die zijn eigen stijl heeft ontwikkeld en eigen nummers schrijft. Buiten de vele optredens was er wel even tijd voor de opname van zijn debuut-CD "Burn" (2002) en na de opvolger: "A Stones Throw" is er dan nu de nieuwe “These Are The Days”. De prima bezetting van de vorige cd, is dezelfde: enkel Jerry Mascaro op keyboards werd vervangen door Susan Lusher, maar Steve Gaskell op bass en drummer Bob Amsel zijn gebleven, ze schakelen naadloos van rhythm&blues over jump naar boogie en schuffle. De elf nummers op deze ”These Are The Days”, waarvan Castiglia er ditmaal vijf zelf schreef zijn sterk. Deze cd is zijn tweede op ’t gerenomeerde Bluesleaf label, en demonstreert nogmaals zowel zijn schitterende gitaarwerk met de nadruk op slidesolos en daarbij ook zijn soulvolle stemgeluid dat wat herinnert aan Van Morrison. Bij de eigengeschreven songs valt vooral het tribute aan zijn leermeester Junior Wells op “Godfather Of The Blues”. Tussen de covers ondermeer songs van Dylan “Catfish” Nappy Brown”Nightime Is The Right Time” en het uiterst mooie nummer van Fenton Robinson “Somebody Loan Me A Dime” dat bekend werd in de lange versie op het debuut van Boz Scaggs met het onvergetelijke gitaarwerk van Duane Allman. Zoals steeds is er ook weer een song van Graham Wood Drout bij: “Celebration”, weer een voltreffer en daarmee laat Drout zijn songschrijverskwaliteiten weer eens op schitterende wijze zien. Net als ”Somebody Loan Me A Dime” is ook een tweede song die tijdens de live optredens een hoogtepunt vormen van de partij, namelijk het van Fleetwood Mac bekende, maar door Little Willie John neergepende “Need Your Love So Bad”. Peter Green kon hier niet veel aan verbeteren. Nappy Brown’s soulklassieker “Night Time is The Right Time” krijgt van Albert een prachtig passend bluesjasje aangemeten en draagt bij tot het dance floor gehalte van het geheel. Dylan’s ”Catfish” is een prachtige ballade en het is op deze song ook dat het stemgeluid en de intonatie van Albert wel zeer sterk neigt naar dat van de jonge Van Morrison. Zonder twijfel is dit de meest sfeervolle en mooiste song op de ganse cd. Met deze afwisselende en sterke release heeft Albert een sterke troef in handen om de grote doorbraak te forceren: “These Are The Days” …the Castiglia days?
(RON)


 

 

 

SOUTH SAN GABRIEL / CENTRO-MATIC
DUAL HAWKS
Website Myspace
Label : Cooking Vinyl Distr. : V2 Music

 

 

Als je van een duivel-doe-al spreekt kom je automatisch terecht bij Will Johnson. Zoals wij onze dagelijkse boterham eten, zo schrijft deze Texaan dagelijkse een nieuw nummer. En hij is bovendien ook nog uitermate productief in het op plaat uitbrengen van die songs. Dat doet hij onder 3 vormen: onder zijn eigen naam, als South San Gabriel en als Centro-Matic. Binnen deze drie alter-ego’s sorteert hij zijn liedjes volgens stijl en opbouw. Heel intieme songs belanden op zijn solo-albums (waarvan we er twee hebben gehad), het betere en rustigere indiewerk komt bij South San Gabriel terecht (ook goed voor twee albums) en als er wat ruiger materiaal gespeeld moet worden leent de groep Centro-Matic zich daar het best toe. Daarvan mochten we al negen cd’s in onze platencollectie toevoegen. Omdat zijn lade alweer proppensvol zat met nummers besloot Will Johnson om maar ineens twee cd’s op de markt te gooien. Om te vermijden dat hij zijn fans op te hoge kosten moest jagen besliste hij om “Dual Hawks” uit te brengen, een dubbelalbum met één plaat van South San Gabriel (met het rustigere, bijna akoestische werk, dus) en één plaat van Centro-Matic (met meer elektrische gitaren en stevigere popsongs). Het bijzonder leuke aan dit concept is dat je gemakkelijk kan vergelijken en ook kan concluderen dat Will Johnson een enorm getalenteerde songsmid is. De nummers van beide albums leiden een eigen leven en zijn toch o zo complementair. Kwaliteit en kwantiteit bieden in zovele nummers is maar heel weinigen gegeven, maar “Dual Hawks” levert beiden probleemloos af aan de geïnteresseerde luisteraars. Op de Centro-Matic-plaat krijg je elf vlotte rocksongs met scheurende gitaren, bonkende drums en een voor zich uit schreeuwende Will Johnson. Uitblinkers zijn “Quality Strange”, “Remind Us Alive”, “I, The Kite”, “Counting The Scars” en “A Critical Display Of Snakes”. Het South San Gabriel-plaatje is veel intiemer met zijn twaalf ingetogen liedjes die qua stijl nauw aanleunen met het vorige meesterwerkje, de conceptplaat “The Carlton Chronicles” die ging over het leven van de kat in Will Johnson’s huishouden. Op enkele liedjes worden zelfs vioolklanken toegevoegd waardoor de liedjes bijzonder sfeervol en melancholisch gaan klinken. Erg mooie songs op deze plaat zijn “Emma Jane”, “Kept On The Sly”, “When The Angels Will Put Out Their Light”, “My Goodbyes”, “Senselessly” en de prachtige afsluiter “From This I Will Awake”. Het zal ondertussen al wel duidelijk zijn, zeker. Will Johnson, South San Gabriel en Centro-Matic kunnen voor ons eigenlijk niks verkeerd doen. Schaf deze dubbel-cd met de prijs van een enkele plaat dus maar zelf aan en geniet …zonder mate.
(valsam)


 

 

LUKE JACKSON
AND THEN SOME …
Website Myspace Contact
Label : Urban Myth
Distr. : Hemifran
CD-Baby

 

Luke Jackson werd geboren in Londen maar verhuisde in 1997 naar Toronto in Canada van waar hij probeerde om een muziekcarrière uit te bouwen. Dat is uiteindelijk een vrij moeizaam en zwaar proces geworden. Na zijn debuutalbum “Split” uit 1998 duurde het tot 2001 tot er een tweede plaat verscheen onder de titel “Momentum”, een popperige plaat met liedjes die refereren naar de muziek van de sixties, seventies en eighties. Daarna volgde een periode van zowat vijf jaar waarin hij het erg moeilijk kreeg om nieuwe liedjes te schrijven: het zogeheten “writer’s block” had toegeslagen. In de zomer van 2006 verhuisde hij na een korte omweg via Londen naar de andere kant van de wereld en belandde hij in het Hoge Noorden in Zweden om er te gaan experimenteren in de Aerosol Grey Machine studio. Die studio deed in het recente verleden ook al dienst als opname-oord voor platen van The Magic Numbers, The Concretes, The Cardigans en Ed Harcourt. Daar volgde voor Luke Jackson een hernieuwde kennismaking met het schrijven van liedjes die we nu op zijn nieuwste cd kunnen beluisteren. Typische singer-songwritersmuziek afgewisseld met klassiekere rocknummers en catchy melodieën is ook wat we op zijn nieuwste album “And Then Some…” aangeboden krijgen. De tien songs op deze plaat zijn allemaal door Luke Jackson zelf geschreven en voor de opnamen kon hij een beroep doen op enkele lokale Zweedse muzikanten zoals bassist Magnus Borjeson, drummer Jens Jansson en multi-instrumentalist Christoffer Lundqvist, die we ook kennen als producer van o.a. Roxette. Met gevoel voor melancholie zijn Jackson’s teksten vaak weerspiegelingen van de belevenissen in zijn persoonlijke leven. Muzikaal vallen de zorgvuldig gearrangeerde strijkers op waarvoor de bekende Britse arrangeur Robert Kirby tekende. Hem ken je misschien nog van zijn eerdere werk met Elvis Costello, John Cale, Paul Weller en Nick Drake. Toch nog even een kort lijstje van de beste songs op deze plaat meegeven: ”Come Tomorrow”, het rockende “Goodbye London”, de aan The Cure schatplichtige song “Half A World Away” en de tragere afsluiter “The Fear”. Het instrumentale intermezzo “1970’s Kids TV Show Theme” kan misschien erg leuk geweest zijn om in de studio op te nemen maar ontsiert wel het geheel van “And Then Some ...” en dat valt toch even te betreuren. Maar voor het overige zijn we alleen maar positief over deze terugkeer van Luke Jackson.
(valsam)