ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008


JANET MARTIN - STEP INSIDE THE DREAM

MIA DYSON - COLD WATER - PARKING LOTS - STRUCK DOWN

AMERICAN PRINCES - OTHER PEOPLE

BO RAMSEY - FRAGILE

THE OOZIE BLUES - BLUES SCHOOL

SEAN CARNEY & THE NIGHT OWLZ - PROVISIONS / SECOND HELPING

BRENDON JAMES WRIGHT & THE WRONGS - BRENDON JAMES WRIGHT & THE WRONGS

FRANK CARILLO AND THE BANDOLEROS - SOMEDAY

THE TEX MEX EXPERIENCE - SAME

STEVE DAWSON - WAITING FOR THE LIGHTS TO COME UP


 

 

JANET MARTIN
STEP INSIDE THE DREAM
Website Myspace Contact
Label: Eigen beheer
CDbaby
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Janet Martin heeft een goeie binding met Europa, de laatste jaren trad ze verschillende malen op in ondermeer Frankrijk, Nederland, Luxemburg en zelfs in ons kleine landje. Ze noemt haar muziek dan zelf ook "muziek diep geworteld in de Amerikaanse bodem, maar bezaaid met Europese interpretaties". Janet Martin heeft samen met haar echtgenoot en bassgitarist Michael Muller de twaalf songs op deze cd geschreven. Bij enkele songs nog met hulp van Steve Duncan en producer Rico Antonelli. Drummer Chris Krull is het derde deel van de trio bezetting waarin meestal getourd wordt, alhoewel er soms ook met een grotere bezetting opgetreden wordt. De muziek van Janet is heel divers in vorm, soms duiken er inderdaad Europese elementen op, zoals in "Fly Again" waar voorzichtige Keltische trekjes zich tussen de Amerikaanse roots verweven. "Face The Truth" is ook nog zo 'n sterke song. Want Another? "Letting Go", want ook deze song stijgt ver boven de middelmaat. Soms doet de muziek van Janet me denken aan Chrissy Hinde en de Pretenders, zeker in deze "rocker" en in "What Can I Believe in", een nummer dat nog eens hernomen is in een radio mix. Laten we het dan ook eens hebben over het gitaarspel van Janet, want ook hierin is ze sterk, ze hanteert naast de gewone lead ook dobro, slide en lapsteel. Dat levert mooie nummers op zoals "Move To Town" waar één van haar voorbeelden Bonnie Raitt inspirend werkte, zo te horen in de knappe slide solo. Of de bluesy dobroklanken in "Down To The Graveyard". Het duo Martin/Muller weet hoe een sterke song te schrijven en te brengen "Coming Full Circle" heeft bijvoorbeeld ook alles in zich om veel radio airplay te verschalken en zo staan er nog wel een aantal op deze cd. "Mercy Mercy" bijvoorbeeld , weer wat in de Bonnie Raitt traditie, met aan lekker bluesy slidepassage. Luister ook even, en "Step Inside The Dream", een droom van een rootsplaat. Als deze dame eind van de zomer naar Antwerpen komt (Crossroads) zorg dan dat je er ook bent. Ik zal er alleszins zijn om haar te interviewen voor onze site, en even over haar muziek te praten. Nog even dit, men beweert wel eens: "Janet plays guitar like a guy.." Ik zou daar op willen antwoorden: "Janet plays guitar like a real woman.. yeah, but which real woman?.... Janet Martin, who else?
(RON)

JANET MARTIN LIVE
14 sept 2008 - Crossroads Cafe Antwerpen

 


MIA DYSON Website Myspace VIDEO
Toen we enkele maanden geleden de cd's van de Australische roots en bluesartiest Jaimi Faulkner mochten bespreken, vielen ons een paar maal de aparte backing vocals op in een paar songs. De dame achter die prachtige stem luisterde naar de naam Mia Dyson zo bleek. Toen een paar maand na die review plots Jaimi Faulkner geprogrammeerd stond in de Crossroads te Antwerpen, waren wij zeer geinterresseerd in een interview (zie interview-section). Toen ik na het interview nog wat napraatte en liet merken dat ik zeer aangesproken was door de aparte stem van Mia, waarmee ik ondertussen via enkele songfragmenten van haar drie cd's nader kennis gemaakt had, zei hij dat ze in Australië een grote naam was en verschillende awards gewonnen had. Ash Grünwald, hij en Mia Dyson waren vrienden en vandaar dat ze op mekaars platen wel eens een handje toestaken. Ondertussen liggen hier op mijn bureau de drie prachtige cd's van Mia Dyson te wachten op een diepere kennismaking. Laat ons even luisteren waarom Mia "big" is in down under. Ik heb het al een paar maal vermeld, in Australië zitten nog zoveel goede artiesten "verborgen" om het zo te noemen, die hier nauwelijks bekend zijn, toch zeker bij het grotere publiek, en ik moet met het schaamrood op de wangen toegeven dat ik daar tot enkele maanden geleden ook nog bij hoorde.

COLD WATER

Mia's debuut uit 2003. Ze is grootgebracht met de muziek van ouders die intensief luisterden naar Little Feat, Dylan, Neil Young, Ry Cooder en Bonnie Raitt. Zo kreeg ze deze invloeden om het met een cliché te zeggen “met de moedermelk mee”. Ware het niet dat ze daardoor meer in muziek dan in surfen geinterresseerd werd, zoals de meeste van haar leeftijdsgenoten, dan zou ze nu meer succes met de drank dan met platen maken gehad hebben. Het surfstadje Torquai waar ze opgroeide had immers buiten golven en café's niets aan cultuur te bieden. In haar puberjaren maakte ze natuurlijk als rebel haar Nirvana en Pearl Jam periode door, maar nadien schakelde ze al vlug terug over naar de muziek die ze tijdens haar jonge kinderjaren zo dikwijls gehoord had. Haar vader was de bekende bluesgitarist en gitaarbouwer Jim Dyson. Vooral Bonnie Raitt maakte een grote indruk op haar, en dat is overduidelijk hoorbaar, in verschillende songs lijkt haar stem en ook de stijl van de nummers erg veel op Bonnie Raitt's werk. "Cold Water" is vooral een ingetogen, langzame plaat met een intens bluesy, wat melancholische, droeve sfeer doorheen zowat alle nummers. De songtitels spreken dan ook voor zich: "Lonely", "Sweet Struggle" en "The Judgement Song". Op het sterke "Roll On" speelt Jaimi Faulkner prachtige gitaar. In "Through this Town" met Mia op lapsteel met een sound die Ry Cooder's geluid dicht benadert, krijg je koude rillingen door de sfeer die ze weet op te roepen met stem plus gitaar. De korte, oosters aandoende slide instrumental "Tali Karng" heeft wat van Cooder's werk en lijkt geinspireerd door diens "Paris Texas" en "A Meeting By The River". Een kleine randbemerking: De cd is intens mooi, maar elk van de elf nummers heeft die melancholische, wat depressief klinkende sfeer over zich, wat voor sommigen wel kil kan overkomen. Maar dat is nu eenmaal haar handelsmerk. Mij deert dit niet want de mooiste songs zijn meestal gedrenkt in blues. Ze heette ook "Cold Water", dus je bent gewaarschuwd, al voelt deze muziek eerder als een weldoend bad en geen koude douche.

PARKING LOTS

Twee jaar later, met “Parking Lots” zet Mia Dyson haar weg naar de top van de Australische rootsmuziek gestaag verder. Langzaam maar weloverwogen. Met “Roll Me Out”, start “Parking Lots” stevig rockend en uptempo, een verademing na al de verstilde songs op “Cold Water”. Het openingsnummer ademt de sfeer van de vroegere “Little Feat”, terwijl de mooie stem van Mia me blijft herinneren aan een combinatie van Bonnie Raitt en Lucinda Williams. Ik houd van haar stem, de gevoeligheid ervan en tegelijkertijd ook de rauwe emotie. Mia wordt gezien als een van de meest veelbelovende stemmen in de roots en blueswereld van Australië, een keuze die ik alleen volmondig kan beamen. Titelsong “Parking Lots” is echt een van die songs waar zangstijl en intonatie dat Lucinda Williams tintje hebben. Een van de mooiste nummers op de cd is “I Meant Something To You Once”, een medium tempo song, gezongen vol passie en gevoel, rootsmuziek op zijn best. “No Other” laat opnieuw haar voorliefde en vooral ook sterkte horen voor gevoelige, wat bluesy klinkende ballads. De slide gitaar, hier bespeeld door vader Dyson, toont diens grote voorliefde voor Lowell George. Met deze plaat won Mia de ARIA award voor beste blues en rootsplaat van 2005. Het leverde haar ook een plaats op als voorprogramma van Eric Clapton tijdens diens Australische tournee. Ook op deze tweede cd kan ik geen zwakke song bespeuren, enkel songs die je van begin tot einde boeien en haar grote klasse uitstralen. Luister naar “Little Piece”, “Choose” of het hemels mooie instrumentale, aan Ry Cooder verwante “Fire Creek” en je zult zeker zwichten voor haar muziek.


STRUCK DOWN

Mia Dyson laatste cd tot op heden, uitgebracht vorig jaar (2007), en wel de beste en meest diverse van haar drie releases. Openingssong en tegelijkertijd titelsong “Struck Down By The Open Road” is weer één van die songs waar de gelijkenis met Bonnie Raitt’s en Lucinda Williams’ stemmen je dadelijk opvalt. Een erg sterke song die dagenlang na beluistering nog in je hoofd nazindert. “Never Felt Young”, één van de weinige Dyson song waarin het tempo wat hoger ligt, is ook mooi, gebracht vol emotie met die hese stem van haar. En al had je het misschien niet meer verwacht, rocken kan ze ook als de beste, ze moet er alleen maar zin in hebben. Dat heeft ze in “People Will Turn On You” een met Stones riffs onderstutte rocker, waarin Mia’s hese stem langzaam op temperatuur komt om op ’t eind helemaal loos te gaan. Hoogtepunt van deze cd, of beter van alledrie is de Little Feat cover “Long Distance Love” een song die tot mijn favoriete top 5 aller tijden behoort en waarvan ze hier een prachtversie neerzet, met een heerlijke slidepartij van eigen hand. Ondertussen heeft Mia als voorprogramma van Bonnie Raitt en Jo Cocker mogen toeren tijdens hun Australische tournees, stond ze in Amerika op de planken met The Mothers of Invention, deed een concert met Ani Di Franco in het New Yorkse Central Park en toerde door Canada en Schotland. Bovendien zal ze in juni als één van de hoofdacts te zien zijn op het meest belangrijke festivals in Australië, namelijk Broadbeach. Ze heeft duidelijk met deze cd haar eigen stijl gevonden en zich bevrijdt van het juk van Lucinda Williams volgeling. Het zal dus duidelijk zijn dat deze Mia Dyson al een hele grote dame is in een groot deel van de wereld. Wat mij betreft moet Europa nu volgen. Even luisteren dus, en laat je inpakken door haar sterke stem en songs. Ongeloofelijk dat deze jongedame nog niet bekender is hier. Je zult het ondertussen wel begrepen hebben, maar ik herhaal het nog eens: Aanrader voor fans van Bonnie Raitt, Little Feat, Ry Cooder en aanverwanten.
(RON)


 

 

 

AMERICAN PRINCES
OTHER PEOPLE
Website Myspace Contact
Label : Yep Roc Records
Distr. : Munich Records

 

 

Het Amerikaanse vijftal American Princes startte hun muzikale loopbaan in het begin van 2002 in Brooklyn, New York. Datzelfde jaar vertrokken ze samen naar Little Rock in Arkansas, USA omwille van de veel lagere huurkosten en de centrale ligging als uitvalsbasis voor hun vele optredens doorheen Amerika, o.a. in voorprogramma’s van The Flaming Lips, Spoon en The Hold Steady. Met “Other People” is deze erg productieve band al toe aan hun derde full-cd na “Little Spaces” uit 2005 en “Less And Less” uit 2006. Zanger Collins Kilgore, zangers-gitaristen David Slade en Will Boyd, drummer Matt Quin en bassist Luke Hunsicker maken momenteel de kern uit van de band na enkele eerdere wijzigingen in de set up doorheen de voorbije jaren. Toen Glenn Dicker - de baas van Yep Roc Records - hen toevallig aan het werk hoorde bood hij de groep een contract aan met studiotijd voor de opnamen van “Less And Less”. Live groeide de groep langzaamaan uit tot een gevestigde waarde in de Amerikaanse rock- en popscène. Hun sound wordt in de pers regelmatig vergeleken met de Pixies-powerpop en de groep koos voor Chuck Brody als producer van deze nieuwe plaat waaraan in totaal zowat anderhalf jaar werd gewerkt. Brody werkte voorheen al samen met hip-hopbands als Wu-Tang Clan, Beasty Boys en Peter Bjorn and John. Voor ons is dit post-moderne rockgeluid met vele snerpende gitaarklanken nogal aan de vette kant maar in de actuele dance-wereld zien we wel een speciaal plaatsje gereserveerd voor deze American Princes. In het nummer “Still Not Sick Of You” met nieuwkomer Will Boyd aan de microfoon klinken ze zelfs een beetje als Tears For Fears, die Britse duo-formatie die de jaren tachtig onveilig maakte met hun gitarenmuziek. Nog meer jaren ’80-sound in het popperige “Gravel” en het monotoon voortkabbelende “Wasted Year” dat gaat over een gevangene in de Guantanamo-gevangenis. Als David Slade de microfoon hanteert worden de songs meteen meer symfonisch (zie o.a. “Real Love”, “Watch As They Go” en “Son Of California”) terwijl de nummers met Collins Kilgore aan de zang veel meer pop etaleren zoals in “Watch As They Go By”, een ode aan het drinkebroerschap. Het nummer dat mij het meest bij blijft is het New Order-achtige “Don’t Ever Promise” met knap zang- en gitaarwerk. Plaatafsluiter “Born To Die” laat nog één keer het moderne popgeluid van American Princes horen. Wij zijn overtuigd dat voor deze muziek een brede fanbasis te vinden is en dat we het laatste nog niet gezien hebben van deze Amerikaanse prinsen.
(valsam)


 

 

BO RAMSEY
FRAGILE
Website Myspace
Label: Rounder Europe
Distr: Munich Records
VIDEO

Vorig jaar bezorgde de met een cowboyhoed getooide Bo Ramsey een veelbelovende ouverture van Blue Highways, maar ook als begeleider van vrouwlief, gitariste Pieta Brown. Ook dit jaar was hij in Utrecht wederom van de partij, maar nu aan de zijde van schoondaddy, Greg Brown en steeds konden we genieten van zijn prettig relaxte gitaarspel. Ramsey is niet allen een zeer ervaren sessie gitarist, want daarnaast is hij ook een veelgevraagd producer en singer/songwriter, kortom een algemeen gerespecteerde kerel die heelwat in zijn mars heeft. Ramsey is dan ook vooral bekend vanwege zijn samenwerking met Brown, maar ook met Lucinda Williams. Hij was onder andere te horen op "Car Wheels On A Gravel Road", als gitarist en als producent van haar opvolger "Essence" en Jeffrey Foucault's uitstekende "Ghost Repeater". Ramsey heeft zelf echter ook een aantal prima platen op zijn naam staan en moet met "Fragile" maar eens door gaan breken. Op zijn voorganger "Stranger Blues" bracht hij een eerbetoon aan zijn muzikale helden: Howlin' Wolf, Willie Dixon, Elizabeth Cotton en Sonny Boy Williamson. Waar hij op deze plaat nog uitsluitend songs van anderen vertolkte, horen we op zijn nieuwe album, "Fragile", eindelijk weer eens eigen werk of songs co-written met Pieta die de plaat ook produceerde. Eigen werk dat een stuk breekbaarder klinkt dan de rauwe blues die Ramsey ons vorig jaar voorschotelde. Op "Fragile" horen we toch vooral behoorlijk melancholieke songs vol invloeden uit de country. Songs die opvallen door Ramsey’s briljante gitaarspel en zijn intens rauwe stem. Naast de uptempo tracks als "Fragile", "Same For You" en "And I Wonder", die zowaar maar enkel de helft van Ramsey’s sound bepalen worden de meeste nummers gekenmerkt door een monotone en ietwat slome cadans, nummers waarin hij erg veel wereldleed op zijn schouders draagt. Luister maar even naar het broeierige "Dreamland", het twangy "Can’t Sleep" of de verschillende instrumentale interludes, Ramsey weet rond deze songs één warmbloedig sfeertje te creëen, vergelijkbaar met het werk van een Lanois of Cale, ook twee stilisten die uit duizenden herkenbaar zijn. Deze blanke bluesjongen wordt verder begeleid door Pieta Brown op piano en keyboards, drummer Steve Hayes (Greg Brown, Jeffrey Foucault), bassist Jon Penner (Junior Brown, Sue Foley), keyboardist Ricky Peterson (Prince, John Mayer, Stevie Nicks), en Bo’s zoon Benson Ramsey (The Pines) op keyboards. De titeltrack "Fragile" geeft het thema van zijn songs aan, waarover hij zelf zegt: "We live in such a fragile time and need to remember that our lives are also fragile". Met als resultaat dat "Fragile" gewoon een intense en emotionele plaat is geworden, met songs die Bo Ramsey op geïnspireerde wijze vertolkt. Een aanrader voor iedereen met een blueshart.

 


 

 

 

THE OOZIE BLUES
BLUES SCHOOL
Website Contact CDbaby

 

Door de wol en de blues geverfde muzikantenveteranen, die in een Blues School samenscholen, kan niet anders dan indruk maken en resultaat opleveren. ‘The Oozie Blues’ maken hun reputatie van rasechte bluesinstrumentalisten meer dan waar. Norman, Steve en Terry hebben allen gitaar gespeeld naast de allergrootsten. Delacy White neemt de drums voor zijn rekening. Hij speelde tien jaar lang in de band van Barry White. Norman Pingrey, stichter van de band en ook basgitarist, zat ook al lang in de muziekbranche en koos op een kruispunt in zijn leven voor traditionelere Amerikaanse rootsmuziek, aanleunend bij de oude blues. Sinds het stichtingsjaar 2001 losten de bandleden elkaar af. Zij traden op in alle mogelijke locaties in Zuid Californië, nachtclubs, restaurants, festivals en privé-feestjes. Twee albums werden uitgebracht die de muzikanten zelf verkochten. De huidige bezetting is deels nieuw. Gitarist Terry DeRouen is er al een tijdje bij. Hij toerde nog met Guitar Shorty als tweede gitarist. Hij stond ook op het podium naast grootheden als o.a. Big Joe Turner, Big Mama Thorton, Etta James, George Smith en Lowell Fulsom. Alle protagonisten van de actuele Oozie Blues zingen om beurt hun blues voor zich uit. En bij stemtimbres heb je nu eenmaal een zekere voorkeur. Persoonlijk pik ik er graag Steve Guillory uit, die als multi-instrumentalist naast gitaar nog harmonica, dobro en orgel speelt. Op ‘Hide and Seek’ zet hij zich achter de conga’s. Ook deze Steve is een oude rot in het bluesvak. Hij toerde met James Brown en met Mighty Mo Rogers. De helft van de songs werd door Norman Pingrey geschreven, maar ook Terry DeRouen schreef er meerdere. Zelfs Steve Guillory waagde zich aan het meeslepende ‘ Too Hard To Please’, gevoelvol gezongen door Steve met knap gitaarwerk. Vergeleken met de anderen, klinkt Norman’s stem wat hol, maar hij kan dan weer mooi zijn herinneringen neerpennen. In ‘Time Tells’, delicaat begeleid met harmonica, verwijlt hij terugblikkend bij een oude geliefde en de jaren die heenvlieden. Nu hij met Josie getrouwd is, nam deze het management op zich en sindsdien trekt de band naar alle plaatsen waar liefhebbers van ‘old school’ blues samentroepen. Dit ‘Blues School’ album is een eerste album in de huidige bezetting en werd geproduceted door Norman en Steve zelf. De foto op de cover toont de school waar Terry ooit nog op de banken zat. Deze bandleden van de ‘The Oozie Blues’ mogen alleszins een erediploma in ontvangst nemen met een authenticiteitlabel en speciale vermelding.
Marcie



 

SEAN CARNEY & THE NIGHT OWLZ
PROVISIONS / SECOND HELPING
Website Contact
Label: Nite Owl Records
CDbaby VIDEO

 

 

 

Vorig jaar had ik het genoegen de cd "Life Of Easy" van Sean Carney te mogen bespreken, een uitstekende bluesgitarist uit Columbus, Ohio. Dit bleek een een pracht van een cd te zijn, met een mix van traditionele en meer moderne blues, die een diepe indruk op mij naliet. Deze cd die we nu ter bespreking aangeboden kregen is een opname van 1997: "Provisions" en het gaat hier dus om het debuut van Sean, aangevuld met drie nummers van dezelfde sessie, "A Second Helping" getiteld. Op deze cd werd hij bijgestaan door een reeks topmuzikanten: John Popovich, Davd West Edwin Bayard en Gene Walker. Als extra gasten waren Willie Pooch, gitarist Ray Fuller en pianist Tommy Thomas aanwezig. Alles werd geremastered en klinkt loepzuiver, maar toch tegelijkertijd lekker ouderwets. Voor degenen onder jullie die ervan houden dat een bepaalde sound zo authentiek mogelijk klinkt, kan ik jullie verzekeren dat weinigen zo de sound van T-Bone Walker kunnen neerzetten, enkel hij, Duke Robillard en Otis Grand hebben dat tot in detail onder de knie. Luister maar even naar "Love is Just A Gamble". Ook Elmore James, de betreurde Ike Turner, Johnny Guitar Watson, J. B Lenoir mogen op de nodige respectvolle uitvoeringen van hun nummers rekenen. Dit geeft de cd het gevoel van een sprong terug in de tijd te doen, zo authentiek klinkt dit alles, ongelooflijk! Wat deze cd ook speciaal maakt is dat 't de laatste opname bevat van Christine Kittrell, een goede vriendin van Sean. Zij brengt "True Love Untold", een langzame lovesong zoals enkel Christine die kon brengen voorzien van een mooie saxsolo van Gene Walker. Zeker nu ik deze cd hoor, is het dubbel spijtig dat ik er niet kon bijzijn in Café Meulenberg in Mol onlangs. Maar in mei komt Sean tweemaal terug in Belgie, onder meer in Eccaussines op het jaarlijkse bluesfestival, en ditmaal wil ik hem aan 't werk zien, kost wat kost. Bluesliefhebbers, als jullie van kwaliteit houden, raad ik jullie aan hetzelfde te doen, satisfaction guaranteed...by ...(RON)


SEAN CARNEY LIVE

Spring Blues
21st Edition - May 17th 2008 - 13.30h

LINE UP

THE BOOGIE WOOGIE JUMPERS
KIRK "ELI" FLETCHER
MAURICE JOHN VAUGHN & B.J. EMERY
HARMONICA SHAH
SEAN CARNEY BAND featuring GENE "KING SAX" WALKER
TOM RIGNEY & FLAMBEAU
ROD PIAZZA & THE MIGHTY FLYERS

 


 

 

 

BRENDON JAMES WRIGHT & THE WRONGS
Website Myspace
Label : Barfight Records / Shut Eye Records
CD-Baby

 

 

De titelloze debuutplaat van Brendon James Wright & The Wrongs staat vol met Americana en countryrocksongs die een zuiders tintje hebben meegekregen. Zijn liedjes gaan over mijnwerkers, onfortuinlijke gevangenen en geliefden die elkaar hartstochtelijk moeten missen wegens te ver verwijderd van elkaar. Hartzeer en emoties troef dus in de 13 songs op deze cd die toch geen enkele tearjerker of ballad bevat. Tristesse kan dus blijkbaar ook op vlotte deuntjes. Met deze plaat laat BJ Wright blijken dat zijn voorliefde uitgaat naar country- en rootsmuziek waarbij meer dan gewone aandacht besteed wordt aan de teksten zoals andere muzikale voorbeelden Ryan Adams en Bob Dylan dat plegen te doen. Het podium is ondertussen een natuurlijke habitat geworden voor BJ Wright want hij bracht als soloartiest zowat twee derde van het jaar door op de planken met zijn gitaar en speelde zijn liedjes voor iedereen die zich de moeite wilde getroosten om er naar te luisteren. In enkele nummers hoor je eveneens dat blues en bluegrass een apart plaatsje in zijn hart hebben gekregen. Voorbeelden hiervan zijn de liedjes “This Old Town”, “Pocket Full Of Blues” en “No Money Blues”. Swing en rock vormen dan al weer de componenten van “You’ll Get Yours”, “Electric Man” en “Record Deal”. Folkinvloeden hoor je terug in de kern van de songs “One Of Them Days” en “Some Things”. Brendon James Wright richtte zijn groep The Wrongs enkele jaren geleden op in Knoxville met zijn vrienden sinds vele jaren, drummer Mike Allen en mandolinespeler Cory Kimbro. De onderlinge vriendschap tussen de muzikanten wordt ervaren als het sterkste bindmiddel van de band. Muzikaal is BJ Wright beïnvloed door artiesten als Steve Earle en Bob Dylan en als hij op zijn akoestische gitaar songs componeert heeft hij voornamelijk hen in gedachten. Hij is een goede gitarist en etaleert zijn talent in liedjes als “Mason Brown” en “Born Free”. Plaatafsluiter “Tennessee Girls” kan tenslotte dienst doen als muziek bij een line-dance act. De verscheidenheid van de liedjes op dit album is de sterkste troef en doet uitkijken naar later werk van deze getalenteerde zanger en groep.
(valsam)


 

 

FRANK CARILLO AND THE BANDOLEROS
SOMEDAY
Website Myspace Contact
Label : Jezebel Records
Distr. : Sonic Rendezvous
CD-Baby

 

Muzikant in hart en nieren. Dat kan je op zijn minst zeggen van Frank Carillo die al meer dan 35 jaar het beste van zichzelf geeft als gitarist op diverse podia over de gehele wereld. Begin jaren zeventig droeg hij zijn steentje bij aan het succes van Peter Frampton door zijn bijdrage aan diens albums “Wind Of Change” en “Camel”. Daarna begon hij een eigen band met “Doc Holiday” en kon hij een plaat opnemen met het studiomateriaal van de Rolling Stones en met de muzikale hulp van enkele Led Zeppelin-leden. In 1974 verscheen een eerste solo-cd onder de titel “Rings Around The Moon” waarvoor Yvonne Elliman de backing vocals voor haar rekening nam. In de volgende jaren deelde hij het podium met o.a. J. Geils Band, Cheap Trick, Van Halen en Tom Petty & The Heartbreakers. Nadien volgden nog samenwerkingen met Carly Simon, Michael Bolton en Bad Company. Eind jaren negentig werkte hij nog samen met George Kooymans van Golden Earring en schreef hij twee liedjes voor Anouk’s platinum debuutalbum. In 2003 schreef hij mee aan negen liedjes voor “Millbrook”, de laatste officiële Golden Earring-plaat en zong hij backing vocals naast Barry Hay. In 2004 verscheen zijn eigen soloplaat als Frank Carillo & The Bandoleros onder de titel “Bad Out There” en toerde hij doorheen Europe en Amerika met de legendarische bluesmuzikant John Hammond. Nu verscheen de opvolger van die succesplaat in de vorm van de nieuwe cd “Someday” waarvoor Carillo 14 songs schreef en opnam met de hulp van zijn vaste begeleidingsgroep The Bandoleros. Het album bevat folk- en bluesgetinte liedjes met veel mondharmonica en gitaarspel. Op vier nummers draagt de onovertroffen keyboards-legende Augie Meyers (van Sir Douglas Quintet, Bob Dylan en Texas Tornados) zijn muzikale steentje bij en dat leidt tot een kwaliteitsverhoging van de liedjes. Het album is klassieke rootsrock en blues van de bovenste plank, gebracht door een geboren en getogen New Yorker die de gitaar op de juiste plaats zitten heeft, namelijk diep in zijn hart. Vocaal roept hij voor de hand liggende vergelijkingen op met John Hiatt en Bruce Springsteen, maar voor hetzelfde geld kan je zeggen dat beide topzangers lijken op Frank Carillo want hij was er destijds wellicht als eerste bij. Favoriete tracks op “Someday” zijn naast de titeltrack de volgende songs: de Tom Petty look-a-like ”Roll The Bones”, “Lucky (If You Can Breathe)”, “Gotta Be You”, “Darkness Everywhere”, “I’ll Stay Right Here”, het bluesy “Burn The Whole House Down” en de akoestische afsluiter “Glass Heroes”. Advies van uw dienaar-recensent: kopen en koesteren.
(valsam)


 

 

THE TEX MEX EXPERIENCE
SAME
Website
Label:: TMX Music
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Shawn Sahm, jawel, zoon van.. bracht in 2000 zijn uitstekend debuut uit, toen nog met (posthume) hulp van zijn vader en Flaco Jimenez en Augie Meyers. Nu acht jaar later, is er “Tex Mex Experience” de nieuwe cd en band van Shawn. Het geheel lijkt wel opgedragen aan Doug. De Tex Mex nummers die je op deze cd kon verwachten zijn doorspekt met sixties psychelia, wat pop, de geluiden van dat typische Augie Meyers vox orgeltje dat van Sir Douglas Quintet zo een unieke band maakte. “Hippie Girl (My Little Grover)” brengt zo de jaren 60 terug, met een Beatle-esque geluid, maar wel “Made In Texas”. De song, “Mama’s Out Rockin”, is er nog zo ééntje, samen door Doug en zoonlief geschreven, met weer dat nostalgische geluid. Dat stemmen ook met genen te maken hebben springt ook hier en nog meer in het hierop volgende “Too Little Too Late” in het “oor”. Dat unieke stemgeluid, duidelijk herkenbaar, wat jonger, maar onmiskenbaar een Sahm (gelukkig geen Gooris). Een nummer met een zekere hitpotentie ook, mee neurieën doe je sowieso. “The One And Only”, een mooie ballad, is mijn favoriet, met lekkere accordeon en Hammond. “Bleed Me" en "Comin' Around ", allebei songs die dat stempeltje meedragen van het werk van vader vooral tijdens zijn “Sir Douglas” periode, terwijl “Bajo Betty” dan weer pure Tex Mex is, sterk herinnerend aan de Texas Tornados. Daarom dat we deze cd vooral mogen zien als een hommage aan zijn overleden vader, maar evenzeer aan de Beatles, waar Shawn een grote fan van is (zie clip). De song “She Would If She Could” nog geschreven door Doug Sahm, is een stevig rockende afsluiter van deze mooie Texaanse rootsplaat met een nostalgische knipoog. De fakkel is doorgegeven!
(RON)


 

 

STEVE DAWSON
WAITING FOR THE LIGHTS TO COME UP
Website Contact
Label : Black Hen Music
Distr. : Rounder Europe
CD-Baby

 

Vanuit het verre Canadese Vancouver komt Steve Dawson overwaaien naar onze kontreien. Hij is een gitarist, songsmid en zanger-producer van zijn eigen werkstukjes. Dat zijn voor de cd “Waiting For The Lights To Come Up” twaalf kunstig in elkaar geknutselde liedjes in diverse muziekstijlen en invloeden. Zo horen we stukjes blues, jazz, gospel, folk en rock in een unieke mélange verwerkt worden tot originele rootsmuziek. Op zijn MySpace-site kondigt hij overigens al meteen aan dat hij niet van plan is om het in 2008 bij die ene cd te laten. Er staat al een tweede schijfje klaar voor release onder de titel “Telescope”. Zijn uitleg hiervoor is dat hij vorig jaar leerde pedal steel gitaar te spelen en daarvoor toen specifieke liedjes had geschreven die nu samengebundeld worden op dat tweede binnenkort te verschijnen album. Met enkele muzikanten uit de begeleidingsgroepen van Bill Frisell, Fiona Apple en Madeleine Peyroux trok hij de studio in om beide cd’s in een mum van tijd op te nemen. Uiteindelijk was die klus al geklaard in nauwelijks vijf dagen. Toch is Steve Dawson geen veelschrijver, getuige daarvan het feit dat zijn vorige plaat “We Belong To The Gold Coast” toch al dateert van 2005. In de voorbije jaren heeft hij de harde leerschool van het vele optreden gevolgd met shows in Canada en in verschillende Europese landen. Typisch voor zijn songs is dat hij er niet voor terugdeinst om heel oude geluiden en instrumenten uit de jaren ’40 en ’50 te gebruiken en te verwerken in zijn toch vrij hedendaagse liedjes. Van het beste op deze plaat onthouden wij de swingende opener “At Arms Length”, de instrumentale en jazzy nummers “Walkin’ Down The Line” en “Hurricane”, de Ron Sexsmith-schatplichtige liedjes “Hard To Get Gertie” en “Fun Machine One”, het van erg knap bluesy gitaarspel voorziene “Room To Room”, de emotionele ballad “Somebody’s Got To Help You”, het muzikale epos “Ruin My Day” en de instrumentale Hawaïaanse afsluiter “Swinging In A Hammock”. Ik kan het me zo voorstellen: lang uitgestrekt in een luie hangmat met de muziek van Steve Dawson door de oortjes van de koptelefoon. En mijn buren zich maar constant afvragen waarom ik zo goed gezind lig te glunderen. Beste buren, het album “Waiting For The Lights To Come Up” is de oorzaak.
(valsam)