ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008


MIKE MILLIGAN AND THE ALTAR BOYS - GOING UP

WANDA JOHNSON - HOLD WHAT YOU GOT

MARC BROUSSARD - S.O.S.: SAVE OUR SOUL

FEAR OF FLIGHT - OUR LADY OF THE DESERT HIGHWAYS

MICHAEL BURKS - IRON MAN

THIS FUNCTION ALL - TIME TO TURN IT OFF

TEN CENT HOWL - DREAMSCAPE AMERICANA

BRENT MOYER - GYPSY RENDEZVOUS

CARLENE CARTER - STRONGER

JAMES MOORS - HUSH

 


 

 

 

MIKE MILLIGAN AND THE ALTAR BOYS
GOING UP
Website CDbaby VIDEO

 

“Texas blues with a Louisiana attitude”

 

Zij die het roots- en bluesgebeuren al een tijdje intensief volgen weten natuurlijk wie Mike Milligan is, maar voor het grote publiek blijft hij toch nog een onbekende denk ik. Mike is de helft van fameuze band “Delta Roux”, met als kern hij en Harry Bodine uit Austin. Met Harry hadden wij nog een gesprek in de Crossroads te Antwerpen op paasdag, ter gelegenheid van het dubbelconcert samen met de Shiner Twins. Mike is een uitstekende zanger die samen met het prachtige, door Duane Allman geinspireerde slide werk van Harry Bodine voor een prachtig, soulvol geluid zorgde op de twee Delta Roux cd's. Spijtig genoeg kwam er een einde aan de samerwerking en beide gaan hun eigen weg nu, en ik mag zeggen, elk met groot succes. Over Harry's laatste cd hebben we al geschreven onlangs en ook Mike’s cd met de Altar Boys is sterk spul. De cd opent heel sterk met "Rockin Blues Rhythm", een nummer dat zijn titel waarmaakt, een rockende blues boogie, ideaal als opwarmer voor deze schijf. Het tempo daalt wat in “Run Daddy Run”, maar in dit langzamere nummer komt Mike Milligan’s stem pas echt tot zijn recht. Net als in de openingssong is de Hammond B3 opvallend (en sfeermakend) van de partij, spijtig dat op de hoes info nergens van een toetsenman sprake is. Wie dit mooie werk voor zijn rekening nam achterhalen we even later na wat speurwerk. Rootstime informeert je graag volledig. Het blijkt de eveneens uit Austin afkomstige Jack Payne te zijn. Scott Uniziker neemt de gitaar voor zijn rekening en doet dat wel heel verdienstelijk in de volgende song, de slow blues “Forever” een soort song zoals we die kennen van de vroegere Allman Brother’s of Wet Willie, temeer daar Mike’s stem me dikwijls aan die van Jimmy Hall herinnert. De cd puilt uit van de sterke songs, gebracht met veel vakmanschap, bassist Leland Parks en drummer Dave Novak zijn immers beide ook klassemuzikanten. Het Southern rock getinte “Walkin’ Spell”, en “Voodoo Lover” een door New Orleans geïnspireerde ballade, met nogmaals een uitstekende Hammond passage, laat Mike bovendien horen als uitstekende bluesharp speler, die zijn eigen specifieke stijl hanteert. “Lonely When She Dies” en “Don’t Mistreat Me” laten daarna de funky kant van The Altar Boys horen, wat de gelijkenis met de vroegere Wet Willie alleen maar groter maakt. De mooiste song moet echter nog komen: “Walk A Mile” een pure blues waar Delta invloeden en hedendaagse elementen elkaar vinden en Mike’s smoelschuiver je haren ten berge laat rijzen, waarna Scott er nog een schepje bovenop doet met gitaar. “Lucinda Blues” met rock ‘n’ roll en blues in de juiste verhoudingen is net dat nummer wat we nodig hadden om deze cd mooi af te sluiten. Je zou bovendien zweren dat een zekere Jimmy met een bekende familienaam uit Austin even de studio is binnengedoken om de gitaar over te nemen. Mooie bluesplaat van deze man en zijn band uit Texas.
(RON)


 

 

 

WANDA JOHNSON
HOLD WHAT YOU GOT
Website Myspace Contact
Label: Erwin Music
CDbaby

 

Negen kinderen had vader Johnson, en dat waren zonder uitzondering allemaal dochters. Het gezin was een boerenfamilie en ondanks dat is Wanda opgegroeid met muziek. Sinds 1990 is de ondertussen 45 jarige begonnen met optreden als blueszangeres, ze schrijft haar eigen songs, heeft een sterke live reputatie, die ze vooral dankt aan haar inlevingsvermogen op 't podium en haar capaciteit om het publiek volledig aan te grijpen. Gary Erwin, haar pianist die haar al vanaf het begin begeleidt, is beter bekend onder de naam Shrimp City Slim omdat hij uit Charleston komt, de stad die bekend is onder die naam. Ze heeft reeds twee andere cd's op haar actief en maakte reeds 3 Europeses tournees. Dit jaar zal echter heel belangrijk voor haar worden, met een tournee die haar naar Frankrijk, China, Polen en Tsjechië brengt. Daarbij komt natuurlijk deze nieuwe cd release. Wanda's stem herinnert ons sterk aan (de jongere) Irma Thomas. Waren haar twee vorige releases nog voorzien van vrolijke, meisjesachtige bluessong waar "fun" op de voorgrond stond, dan hebben we hier duidelijk te doen met een rijpere Wanda. "Girlfriend" met een sterke Silent Eddie Phillips op slide gitaar en het grappige "Give Your Face A Rest" over een babbelzieke man, zijn twee hoogtepunten op deze cd van een zangeres die langzaam aan haar carrière bouwt om een van dé stemmen van de nieuwe bluesgeneratie te worden. In "Good Home Lovin" zit de sfeer van N'awlins er goed in en het pianospel van Shrimp City Slim moet niet onderdoen voor dat van Doctor J. of Professor L. Knappe song! Als hij in de volgende song "The Pane" overschakelt naar Hammond en elektrische piano, en in "Girlfriend" opnieuw in ware barrelhouse stijl de piano beroert weten we dat Slim een pianist is die in het rijtje van de hele groten mag plaatsnemen. Bovendien is hij ook nog eens producer van deze release en werd het hele zaakje van opname, mixing en mastering beslecht in slechts drie dagen. Toch gaat het hier om een hoogstaand produkt dat kwaltatief in niets moet onderdoen voor andere belangrijke releases, integendeel. Mooie blues cd met R&B en soul invloeden, met als belangrijke sideman naast Wanda, Schrimp City Slim, de koning van het klavier.
(RON)


 

 

 

 

MARC BROUSSARD
S.O.S.: SAVE OUR SOUL
Website Myspace
Label: Vanguard Records / Go! Entertainment
Distr.: Munich Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3
VIDEO 4 VIDEO 5 VIDEO 6

 

Er zijn stemmen die bij een eerste kennismaking ermee meteen een onuitwisbare indruk achterlaten. Dat overkwam me al bij James Hunter tijdens Blues Peer, nu bijna twee jaar geleden. Nu was het de beurt aan Marc Broussard, een 26-jarige Amerikaan, afkomstig uit Louisiana, die de reïncarnatie van Otis Redding lijkt, maar ook als geen ander de rauwe werkelijkheid van de Missisippi-Delta in zijn zang en met zijn stem weet te vertolken. Broussard gaat meteen ook voor een hoogtepunt zorgen in Blues Peer, want het is een zeer verstandige zet van Wim Vermeijen om deze blanke soulzanger ook te programmeren tijdens dit driedaagse festival. Hij debuteerde op 20-jarige leeftijd met "Momentary Setback" en met de opvolger "Carencro" (2004) refereert hij naar zijn geboorteplaats in Louisiana. Je hoort op deze plaat wel duidelijk waar Marc vandaan komt door de country invloeden die eveneens het album sieren. De tracks zijn een mengelmoes van soul, country en pop verweven tot een opgewekt en dynamisch geheel. Rustige nummers wisselen elkaar af met nummers waarop je zou willen dansen. Ondanks lovende kritieken in eigen land, kregen deze twee albums bij ons geen officiële release. Dankzij het inmiddels ruim vijftig jaar oude Vanguard Records kunnen we nu dan wel kennis maken met de van een geweldige strot voorziene Broussard. Gedeeltelijk tenminste, want in tegenstelling tot "Momentary Setback" en "Carencro", bestaat het grootste deel van "S.O.S.: Save Our Soul" uit covers, die hij zich voor dit album zo eigen weten te maken dat alles op zijn plek valt. Vriend Calvin Turner werd aangesteld als producer en arrangeur, met als resultaat: een verzameling van soul- en r&b-klassiekers, geschreven voor mensen als Stevie Wonder, Staple Singers, Otis Redding en Marvin Gaye. Nummers dus waarvan allang een definitieve uitvoering bestaat, maar als je "Inner City Blues ('Make Me Wanna Holler')" van Marvin Gaye of "I've Been Loving You Too Long" van Otis Redding gaat opnemen, kan je deze keuze wel gewaagd noemen. Zijn versie van "I Love You More Than You'll Ever Know", geschreven door Al Kooper en bekend gemaakt door Donny Hathaway, is een prachtige versie vol emotie die er flink inhakt. Maar eerder op het album heeft Broussard je al helemaal om met een geweldig geïnspireerde uitvoering van Bobby Womack's "Harry Hippie". Ook het van de Pointer Sisters bekende "Yes We Can Can" en het Tammi Terell en Marvin Gaye duet "If I Could Build My Whole World Around You" krijgt een prima Broussard behandeling mee. Het zelfgeschreven "Come In From The Cold" ligt volledig in de lijn met die eerder gezongen covers en is verrassend genoeg één van de hoogtepunten van het album, meteen ook de perfecte afsluiter van het album. Dat Broussard erin slaagt om deze songs met succes naar zich toe te trekken heeft puur te maken met klasse, enthousiasme en volledige overtuigingskracht. De elf songs worden allen met zeer veel passie en respect vertolkt, mede door Broussards fantastische stemgeluid en muziek die een kruising is van soul, funk, pop en rock. "S.O.S.: Save Our Soul" is gewoon een heerlijk eerbetoon aan de gouden jaren van de zwarte soul! Marc Broussard tourde al als voorprogramma van onder meer Maroon 5, Willie Nelson & Bonnie Raitt, en Gavin De Graw, maar wie deze rasartiest aan het werk wil zien krijgt nu de kans. Hij komt exclusief naar Blues Peer, met name op zondag 27 juli.


MARC BROUSSARD LIVE

Belgium Rhythm 'n' Bluesfestival
11, 12 en 13 juli 2008


 

 

FEAR OF FLIGHT
OUR LADY OF THE DESERT HIGHWAYS
Website Contact
Label : “Naby Did It” Records
CD-Baby

 

Roy Swanwick en en Chris Cartlidge zijn twee Britse muzikanten die een gezamenlijke interesse in Americana-muziek delen en die liefde hebben aangegrepen om zelf in dit genre te gaan musiceren. Het resultaat van die noeste arbeid ligt nu in de winkel onder de titel “Our Lady Of The Desert Highways”, een full-cd die beide heren uitbrachten onder de groepsnaam “Fear Of Flight”. Heel jong zijn ze niet meer maar muziek schrijven en zingen kunnen ze wel. Bij een eerste beluistering van dit album raakte ik al heel snel geïnteresseerd in enkele indrukwekkend goede songs zoals “Oh My Oh My”, het zeven minuten durende liefdesliedje “What If”, de impressionante Mariachi cha cha cha “Homecoming Queen” en de cover “Wedding Bells (For Me)”. Deze song van de hand van Claude Boone ligt blijkbaar heel goed in de markt want o.a. Hank Williams, Bill Anderson en Bruce Springsteen coverden deze tearjerker al eerder. Voor deze song deden ze een beroep op een gastzanger, namelijk Art Compton die in zijn jeugd nog deel uitmaakte van de begeleidingsgroep van Conway Twitty en in de fifties het podium deelde met de nog zeer jonge Elvis Presley. Fear Of Flight lijkt wel gespecialiseerd in naar het hart grijpende liedjes want het eerder genoemde “What If” doet zelfs een geharde vent even onderhuids snikken en “The Next Last One” roept herinneringen op aan de afwijzingen van een liefje waar je in de jeugdjaren van wakker lag maar die niets van je moest hebben. In de meeste songs kan je invloeden van folk, country en zelfs cajun terugvinden waarmee we tevens willen aangeven dat er voor elk wat wils te horen is op deze mooie tweede cd van dit knap zingende duo. Hun eerste worp werd titelloos in de markt gegooid als “Fear Of Flight”. Deze emotionele cd is gevuld met liedjes die niemand onberoerd kunnen laten, fan of niet. En dat verklaart waarom ik het schijfje voor elke collectie van de echte muziekliefhebber durf aan te bevelen.
(valsam)


 

 

 

MICHAEL BURKS
IRON MAN
Website Myspace
Label: Alligator Records
Distr: Munich Records

 

Dit is er weer ééntje voor de echte gitaarfreaks. Michael Burks, de reus uit Arkansas, brengt ons met deze "Iron Man" een mooie, zeer geslaagde combinatie van rock, soul en intense blues. "Iron Man" is een verwijzing naar zijn bijnaam die hij verworf dank zij zijn intensieve, meestal langdurige optredens en bovendien door zijn indrukwekkende gestalte. Zijn stijl houdt het midden tussen die van zijn grote voorbeelden Albert King en "Iceman" Albert Collins. Hij neemt elementen van beide, voegt er een hedendaagse, moderne funky inslag aan toe, en maakt er zijn eigen sound van. De invloeden van beide gitaristen zijn duidelijk hoorbaar, zonder dat het ook maar even op imitatie gaat lijken.Van Albert King heeft hij bovendien de stem, want de zijne lijkt er toevallig erg op. Dat hij bovendien een Flyin' V bespeelt bij momenten maakt de gelijkenis alleen maar groter. Voorbeelden van dat huwelijk tussen rock en blues zijn er voldoende op deze cd. Luister maar naar "Love Disease", "Strange Feeling", "Salty Tears" en vooral naar de Free cover "Fire And Water". Op andere momenten echter is het de pure blues wat hij ons brengt, die als een laag brandend, smeulend vuurtje verderkruipt, om dan in volle hevigheid te ontbranden tijdens Michael's explosieve gitaarsolo's. Een prachtig voorbeeld daarvan vinden we in het toepasselijk getitelde "Ashes In My Ashtray" en ook in "Icepick Through My Heart". Het is deze samensmelting van rock, soul en blues in zowel zijn krachtige stem als in zijn intense gitaarspel die hem brachten tot waar hij vandaag, na vier cd's, is: een legende in wording, op de rand van de doorbraak. Nog even en Michael neemt zijn plaats in tussen de "groten" van de blues, en dan doel ik niet op zijn lengte natuurlijk.
(RON)


 

 

THIS FUNCTION ALL
TIME TO TURN IT OFF
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

“This Function All” is het pseudoniem waaronder de nu 36-jarige gitarist, singer-songwriter en ex-punker Chris Cook uit Laguna Beach, Californië zijn muzikale werkjes naar het publiek toe ventileert. Na doorheen de jaren heel wat klusjes uitgevoerd te hebben en na opgepakt en opgesloten te zijn geworden door de politie wegens drugsbezit en als dealer koos hij na zijn vrijlating resoluut voor een no-nonsens aanpak. Hij nam de gitaar ter hand om er zes voornamelijk akoestische liedjes op te componeren die nu terug te vinden zijn op de debuut-ep “Time To Turn It Off”. Het pseudoniem in de naam is een woordspeling op “dysfunctional” en refereert naar de wijze waarop hij zijn harde jeugdjaren is doorgekomen. Bij het schrijven van de songs ging hij niet uit de weg dat hij de luisteraar toegang moest verschaffen tot in zijn diepste binnenste en zijn persoonlijke emoties tentoon moest stellen via zijn teksten. De liedjes zijn vrij sober en somber van opbouw maar slagen er toch in om te bekoren omwille van hun link naar het dagdagelijkse leven dat we allemaal telkens weer ondergaan. Zijn zware verleden en de ellende die hij meemaakte tekende voor de sfeer van de teksten in deze liedjes. Cook voelde zich nutteloos en overbodig voor deze wereld, zelfs voor zijn elfjarige zoon. Hij heeft die nare gevoelens proberen van zich af te schrijven in liedjes als “Till It’s Gone”, “Too Late To Start Over”, “Wrong” en “Destiny”. Zijn vele jaren in het gezelschap van drank en drugs hebben hem voor het leven getekend. Als jongeman had hij nochtans een succesrijke carrière voor zich liggen als professionele snowboarder maar aan die droom kwam een einde door een gebroken been en de daarbij opgedoken complicaties. Chris Cook belandde in de punkgroep Lung Cookie waarmee hij twee platen opnam. Later deed hij nog enkele jaartjes geluidstechniek bij live-optredens tot hij een diepe dégoût kreeg van muziek en zijn toevlucht zocht in methadon. Zo werd hij gedurende enkele jaren zelfs drugsdealer en ging het alsmaar van kwaad tot erger met hem. Zijn arrestatie kwam daardoor eerder als een verlossing en na een moeilijke afkickperiode kon hij aan een nieuw en zinvollere bestaan beginnen. Dat deed hem terug naar de gitaar en naar de muziek grijpen en zijn talent als zanger en songschrijver is er nog steeds, getuige deze ep waarop hij zijn frustraties en gevoelens op een knappe wijze van zich af heeft geschreven. Qua muziekstijl kan je This Function All onderbrengen in dezelfde klas als Mark Lanegan en American Music Club. Chris Cook zingt met eenzelfde doorleefde stem als Lanegan en Mark Eitzel. We hopen van harte voor hem dat zijn muziek de nodige appreciatie kan opwekken en dat hij zijn therapeutisch songschrijverswerk mag blijven voortzetten.
(valsam)


 

 

TEN CENT HOWL
DREAMSCAPE AMERICANA
Website Myspace Contact
Label : Eigen Beheer
CD-Baby

 

 

Ten Cent Howl is wat men in de vakpers gebruikelijk een traditionele rockgroep noemt. De drie groepsleden zijn zanger en songschrijver Bill Smith, broer en bassist Zak Smith en drummer Steve Puglisi. Ze wonen tegenwoordig alledrie in Buffalo, New York. Voor dit nieuwe en eerste album “Dreamscape Americana” trokken ze enkele weekjes de studio in om er nadien terug uit te komen met veertien songs in Americana-stijl met stukjes blues, folk en zelfs reggae invloeden. De groep eigent zich zelf een missie toe door te stellen dat ze populaire rockmuziek willen brengen zoals die de laatste jaren veel te weinig te horen valt op de Amerikaanse radiostations. Alle liedjes op deze plaat zijn van eigen makelij maar laten toch diverse songstijlen horen, gaande van pure rock in “Oh No” over moderne pop in “Take My Love” en “Let It Ride” tot hedendaagse popballads zoals in “Face Of An Angel” waar ik een vleugje Hootie and The Blowfish, Cracker en R.E.M. meen te bespeuren. Tijdens hun frequente live shows brengt Ten Cent Howl regelmatig covers van muzikale voorbeelden zoals Bob Dylan, The Rolling Stones, Johnny Cash en Bob Marley. Meestal spelen ze echter complexloze upbeat popsongs zoals we hier kunnen horen in “Are We Fine”. Het nummer “Dead Arm Dance” is een aanstekelijke marching song op een drijvende drumbeat met jankende slide-gitaar en een verhaal gezongen - eerder verteld - door Bill Smith. Is dit allemaal goed? We kunnen er nog niet echt op antwoorden. Zonder één nummer door te spoelen bemerken we toch dat we er enkele favorieten kunnen uitpikken en de rest eerder laten vloeien met de stroom zonder er echt warm van te lopen. Zo lijken “Flying Over Jordan” en “Love” ons een beetje overdone en geloven we het niet echt, ondanks verwoede pogingen van de groep om een soort Bad Company-sound te willen brengen. Als we naar “Tranquility” luisteren horen we een aanstekelijke melodie maar lijkt het zangwerk een beetje slordig of in een dronken bui op tape gezet te zijn. Hier heeft het vele luisteren naar Michael Stipe en zijn R.E.M. ook meer kwaad dan goed gedaan. En toch vinden we dit nummer best wel de moeite waard. De ambiguïteit over de liedjes op “Dreamscape Americana” blijft voortduren als we luisteren naar bijvoorbeeld “Watching The Sun”, “Drowning” of “The Fad”. We kijken wel met bewondering op als we “Evidence At Hand” horen en we gaan helemaal collectief plat voor het akoestische werkstuk “For A Long Time”. Als algemene beoordeling willen we Ten Cent Howl toch een ruime voldoende score geven, maar tegelijkertijd ook het advies om iets meer tijd in de perfectionering van hun goede basissongs te steken als ze terug in de studio belanden voor de opnamen van een volgend album.
(valsam)


 

 

 

BRENT MOYER
GYPSY RENDEZVOUS
Website Myspace
Label: Brambus

 

Brent Moyer brengt nu al een vijfde album uit bij Brambus met songs in Nashville opgenomen, samen met de ‘Ring Of Fire Band’ uit de Broadway Show. Deze muzikanten leerde hij beter kennen toen hij in 2006 met hen in het Ethel Barrymore Theater in de productie stond van ‘Ring Of Fire’ waar de liedjes van Johnny Cash centraal stonden. Dus waarom hen ook niet betrekken bij zijn eigen songs. Want als singer-songwriter schrijft hij naast zwierige teksten ook mooie arrangementen. Dertien songs zijn het resultaat met een mix van country, tex-mex, gypsy, bossa nova, boogie en jump. De songs gaan over gebroken harten, trouweloze liefjes die de vrijheid verkiezen en meisjes die zich niet gedragen. Maar ook over de zonnige Maria, die als immigrante riskeert terug naar huis te moeten. Brent Moyer’s trompet voegt hier Mexicaanse droefheid aan toe. De liefdeshartstocht culmineert uiteraard in June Carter’s klassieker ‘Ring Of Fire’ in een hier wel zeer originele versie met de mooie stem van Beth Malone en tabla drum van Kirby Shelstad. Wie zei ook alweer dat de schepper van een nieuw lied een outlaw is tot het een klassieker wordt. ‘Pauvre Coeur Casse’ heeft alleszins de charme van een traditional. Hierop zingt ook Michael Snow mee. Naast de extra zangeressen verleenden lokale instrumentalisten uit Nashville hun medewerking, met o.a. de gouden sax van Jay Patton op het instrumentale ‘Kiki Riki’. Praktisch alle songs schreef Brent Moyer zelf, alleen of samen met Tim DeBolt. Het melodische ‘Blue Blue Tears’ schreef hij met Kostas. De twee instrumentaaltjes, waaronder het amoureuze titelnummer ‘Gypsy Rendezvous’, springen eruit qua dansbaarheid, waarop dan weer de banjo van Richard Bailey en de accordeon van Jeff Lisenby omheen de feesttent komen kijken. Brent Moyer die opgroeide in de heuvels van Wyoming, waar vrienden onder elkaar graag ‘jamden’ , brengt hier met zijn warme stem hulde aan de breed opgevatte americana muziek. Met een ontvankelijk oor voor ritmes, verrijkt hij zijn eigen songs met gitaar en trompet. Brent zingt ergens ‘It’s never enough, that’s the trouble of Love’. Hopelijk krijgt hij van zijn songs ook nooit genoeg en dat hij in een volgend album er dan nog wat soortgelijke Maria’s uit ‘El Mundo’ aan toevoegt.
Marcie


 

 

 

CARLENE CARTER
STRONGER
Website Myspace Contact
Label : Yep Roc Records
Distr. : Munich Records

 

2003 was een “annus horriblis” voor de Amerikaanse singer-songwriter Carlene Carter. In februari van dat jaar stierf haar muzikale partner Howie Epstein (ex-bassist bij Tom Petty & The Heartbreakers) aan zijn drugsverslaving, in mei verloor ze haar moeder June Carter Cash, in september van hetzelfde jaar ook nog eens haar stiefvader Johnny Cash en uiteindelijk ook haar jongere zus Rosey die in oktober na een overdosis drugs dood werd aangetroffen in een camper. Enkele jaren voordien had zij zelf ook nog een jarenlange strijd gevoerd tegen een zware heroïneverslaving. De film “Walk The Line” vertelt voor een deel ook haar levensverhaal naast dat van haar moeder en stiefvader. Drugs is de trieste rode draad doorheen het leven van deze beroemde familie. Na al die persoonlijke tragedies vond de nu 52-jarige Carlene Carter uiteindelijk een nieuwe liefde in de persoon van acteur Joe Breen met wie ze in 2006 trouwde. Hij is haar vierde echtgenoot en volgt Nick Lowe op, de derde en de beroemdste in het rijtje met wie ze getrouwd was van 1979 tot 1990. Hun echtscheiding inspireerde Lowe tot zijn bestseller-album “The Impossible Bird” uit 1994. Joe Breen inspireerde Carlene Carter om na een heel lange periode van stilte terug de weg naar de gitaar en het songschrijven in te slaan. Het laatste eigen werk dat we van haar mochten ervaren dateerde al van 1995. Maar nu - dertien jaar later - schiet ze opnieuw midden in de roos met haar nieuwe album “Stronger” dat gaat over liefde, pijn, vreugde en het trage genezingsproces van al die kwetsuren aan haar hart. Volgens Carter draait alles om de liefde zoals ze zingt in “Bring Love” en zelf persoonlijk ervaart in “Spider Lace” en “Light Of Your Love”. Een speciale vermelding verdient het walsje “It Takes One To Know Me” waarop haar man Joe Breen meezingt. Dit liedje schreef Carlene op 19-jarige leeftijd voor Johnny Cash toen ze geen geld had om hem een verjaardagcadeautje te kopen. “Judgement Day” gaat over de verloren liefde na de dood van Howie Epstein en het folknummer “To Change Your Heart” wijkt ook wat af van de rest van de liedjes op “Stronger” die stuk voor stuk over de liefde gaan in de positieve zin. “On To You” en “Why Be Blue” illustreren dat het best maar zelfs eerder sombere titels als “The Bitter End” en “Break My Little Heart In Two” hebben toch die optimistische noot in de teksten verwerkt gekregen. En van het liedje “I’m So Cool” dat ze reeds in de jaren ’80 voor het eerst had opgenomen maakte ze voor dit album een onweerstaanbare rockversie. De afsluitende titeltrack “Stronger” draagt ze op aan haar overleden jongere zus Rosey. Met heel veel moeite heeft Carlene Carter dit eerbetoon aan haar hartsvriendin in tekstvorm neergepend. De emotionele gevoelens weerspiegelen in de toch positieve boodschap in de tekst van deze song. Carlene Carter is helemaal terug van weggeweest - “stronger than ever” - en ze belooft in een interview heel gauw met een opvolger voor deze plaat te komen.
(valsam)


 

 

JAMES MOORS
HUSH
Website Myspace Contact
Label: Eigen beheer
CDbaby

 

 

Zo gauw je de eerste tonen hoort van deze "Hush" van James Moors is dit ook wat je doet, zwijgen... en luisteren. De rust die deze plaat uitstraalt is aanstekelijk. "Ten Years" met mooie harmony vocals van Kort McCumber trekt direct je aandacht en laat je genieten van de mooie teksten. Mooie liefdesliedjes aan vrouw en kind ("Anne Loise" en "Sunshine"). Maar ook liedjes over pijn door het verlies van geliefden, in "I Want You Back". Voor een debuut is dit meer dan veelbelovend, al is het niet echt een debuut. Onder het alter-ego van Sterling Waters (de acteur die David Crockett speelde in The Alamo) maakte hij 3 cd's, een schuilnaam die hij aannam nadat zijn broer Jeremy verdween in de bergen van Montana, en hijzelf door dat verlies in moeilijkheden kwam via drank en drugs. Nu is echter de tijd gekomen om terug op te duiken om het zo te zeggen. Clean en herboren. In storytelling toont hij zich nu reeds een meester. De gelijkenis met de songs van Joe Henry is opvallend. Tussen de gastmuzikanten ontwaren we op bas Marc Perlman, jawel, van Jayhawks. Daarnaast ook nog Lisa Germano op viool en zang, plus nog wat minder bekende gastspelers. De song over zijn woonplaats "Welcome To Duluth" en "Stretch" zijn nog enkele van de hoogtepunten op deze "Hush". Songs met sterke teksten die recht naar het hart gaan en melodiën die tegelijkertijd een rust uitstralen. Van "Ten Years" de openingstrack tot het laatste nummer "Hail Mary" gaan de onderwerpen via de ingehouden pijn van het tragische verlies tot de vreugde van het nieuw geboren leven, een reis waarmee velen onder ons op deze aardbol zich dan ook in herkennen. Prachtige groeiplaat!
(RON)