ARCHIEF

OKTOBER 2007 - NOVEMBER 2007 - DECEMBER 2007

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008


JEAN CHARTRON - BLUES BLEUS

OUTLAW SOCIAL - DRY BONES

GARETH McGURGAN - NO TIME TO WASTE

CROW PARTY - LIVE

WILLARD GRANT CONSPIRACY - LET IT ROLL

MARIA DUNN - FOR A SONG

CHATHAM COUNTY LINE - IV

MATT DOUGLASS - BIG LUCKY

ROGER LIENKE - SNAKE IN THE GRASS

DROPKICK - DOT THE i


 

 

 

JEAN CHARTRON
BLUES BLEUS
Label: Dixiefrog Records
Distr.: Parsifal

 

 

Ook Fransmannen kunnen de blues hebben. Wie zei alweer dat de blues begint wanneer je je ergens zorgen om maakt, teleurstellingen of hersenspinsels verwerkend, om het even bij wie. Of Jean Chartron muizenissen heeft is niet direct te achterhalen, maar de getalenteerde Fransman plaatst zijn eigen songs elegant naast het blueserfgoed van Sonny Boy Williamson, Muddy Waters en Robert Johnson. Hij zingt deze voor het merendeel in de taal van Paul Verlaine. Dank zij zijn diepbruine warme stem weet hij zijn songs te integreren alsof hij als een Franse refugié even het voorprogramma van Big Joe Williams mocht verzorgen in de naoorlogse jaren vorige eeuw. In werkelijkheid stond hij als dertigplusser ooit in het voorprogramma van Albert Collins en zette hij zijn job aan de kant om zich professioneel aan de muziek te kunnen wijden. Soms doet zijn stem aan John Lee Hooker denken, soms aan de betreurde Luke Walter. Als hij ‘Little Hobo’ in het Engels zingt, zweemt daarin de nostalgie van een gestrande troubadour in een hem wezensvreemde omgeving. ‘Chercher Toujours’ komt over als een terugplooien op een innerlijke zoektocht. ‘Michel C’, opgedragen aan een anonieme vriend, inmiddels heengegaan, verraadt een jazzy invloed. Chartron torst dit debuutalbum op zijn eentje en begeleidt zichzelf met akoestische gitaar en sporadisch met verwaaide harmonica. Hij creëert vooral sfeer, de gemoedstoestand onthullend van een dichter/muzikant die zich verwant voelt met de oude bluesmeesters en zijn zielskwellingen via de blues bevrijdt. Als hij ‘Rambling On My Mind’ zingt klinkt dit authentiek eigentijds, een paradox die er geen is, want dit komt over als het oppikken van een universeel kerngevoel om dit allerindividueelst in muziek om te zetten. En Jean weet als een aangespoelde minstreel, a.h.w. overlevend met zijn gitaar in de rugzak, vloeiend de blues van de ene eeuw naar de andere te transporteren. ‘Prier Pour Toi’ met resonerende gitaarbegeleiding en het weemoedige ‘Stand By Me’ illustreren dit. Hij zingt deze eerlijk en sereen, alsof hij op één van de verzamelplekken op een ‘Market’ zich een plaatsje kon veroveren, naast zijn bluesidolen. Die het dan ook accepteren dat hij enkele van hun bluesstandards zingt met lichtelijk bevreemdend accent.
Marcie


 

 

OUTLAW SOCIAL
DRY BONES
Website Myspace Contact

 

Toen we op 22 april in Leopoldsburg een interview hadden met Kendel Carson en ‘s avonds haar concert bijwoonden vroeg ze ons achteraf of we geen zin hadden om ook een cd-bespreking te maken van “Dry Bones” van Outlaw Social. Dat is de groep waar zij en de 2 heren Adam Dobres en Oliver Swain - die haar op haar Europee tournee begeleiden - in meespelen. Als je de foto’s bij het interview nog een keertje bekijkt zal je wel begrijpen waarom we daar niet neen tegen konden zeggen. Naast de drie eerder vermelde groepsleden zijn er nog twee andere dames die Outlaw Social completeren, zijnde Catherine Black (op banjo en bas) en Pharis Patenaude (akoestische gitaar). Beiden nemen ook hier en daar de zangpartijen voor hun rekening terwijl Kendel Carson zich louter tot het vioolspel beperkt. De leadzanger van de band is bassist Oliver Swain. De formatie ontstond in het Canadese Victoria (British Columbia) uit een vriendschap onder muzikanten en een gezamenlijke passie voor traditionele strijkersmuziek. Het repertoire van Outlaw Social bestaat uit interpretaties van traditionals, een aantal covers van hedendaagse songs en vooral sterke eigen composities. In 2006 verscheen een eerste ep getiteld “A Seven Song EP” met daarop toepasselijk zeven liedjes.“Dry Bones” is de eerste full-cd van Outlaw Social waarop het talent van deze jonge muzikanten breed geëtaleerd wordt. De plaat verscheen vorig jaar in de herfst en werd al meteen uitgeroepen tot “Favorite Album” bij de Canadese “Monday Magazine Awards” die hen ook al uitriepen tot “Favorite Folk/Roots Band” van 2007. In het lokale folkcircuit heeft dit vijftal zijn plaats al definitief veroverd en er wordt nu hard aan een internationale doorbraak gewerkt, hetgeen al behoorlijk lukt in de traditonele fiddle-muzieklanden als Ierland en Schotland. Outlaw Social brengt traditionele muziek op een eigentijdse en frisse wijze met hedendaagse invloeden van rock en pop op dit album dat overigens meteen live in de Baker Studios in Victoria werd opgenomen. Er zit een grote diversiteit aan muziek uit de Appalachians, roots-, indie folk- en folkmuziek bij en wordt zo een haast tijdloos werk dat op elk moment van de dag door de boxen kan weerklinken. Vier van de liedjes op “Dry Bones” werden geschreven door Pharis Patenaude (sterk singer-songwriterwerk waarvan “Glories” en “Methadone” ons het meest konden bekoren), ééntje door Oliver Swain (“Roll And Go” dat we in Leopoldsburg hoorden) en ééntje door Catherine Black en de band (het instrumentale “Grey Fox” met Kendel Carson op fiddle in een hoofdrol). Er staan ook drie traditionals op de plaat: “Country Blues”, titeltrack “Dry Bones” en “Old Man At The Mill”. Tenslotte zijn er nog twee covers: een bluegrass-song van Martha Scanlan genaamd “Raven” en een mooie versie van “Odds And Ends” van Robert Allen Zimmerman oftewel Bob Dylan. “Dry Bones” is een plaat met muziek uit alle tijden en een muzikale trektocht doorheen de Amerikaanse geschiedenis, gebracht door een collectief van jonge en enthousiaste muziekliefhebbers en topartiesten die elk ook nog keihard aan een eigen solocarrière werken. Veel respect, jongens!
(valsam)


 

 

 

GARETH McGURGAN
NO TIME TO WASTE
Website Contact CDBaby

 

 

Gareth is afkomstig van Omagh, in het noorden van Ierland, en brengt ons met dit debuut een perfect Amerikaans klinkend country rock cd met invloeden van onder meer Eagles, Delbert McClinton, J.J Cale, Albert Lee, Tony Joe White, Clapton, Little Feat en noem maar op, alles verpakt in goed gebrachte songs, die hij zelf schreef. Op vocaal gebied is er veel invloed van The Eagles, met mooie close harmony momenten. Daarbij is er ook Gareth's gitaarwerk, dat sterk aanleunt met J.J Cale en Little Feat, een waar genot voor de oren. "Good Stuff" is zo'n song waar het funky geluid van Little Feat model voor staat. Titelsong "No More Time To Waste" is een knappe Americana song met een relaxte pedal steel van Seamus McGurgan (broer?) terwijl Gareths slide mooie accenten legt. Rocken kan Gareth echter ook, al moeten we daarop wachten tot de zevende song "Lady", maar dat geeft niet want hij blijkt op zijn best op de "lazy" lowdown songs, die telkens dat JJ Cale / Eagles sfeertje met zich meedragen. Heel mooi is ook "I Know You're Leavin", of de pure bluesshuffle "To Many Lonely Weeks" met knappe blazers. "Bad Things About You" is uptempo in pure J.J Cale stijl, waar Gareth's slide op volle toeren draait, en klinkt alsof Lowell George er zelf bij was. Kortom, een prachtige country rock cd die klinkt als in de hoogdagen van het genre en waarvan je moeilijk kan geloven dat ze niet gemaakt is in het zonnige California of Texas maar in de mistige heuvels van het Ierse Tyrone county. Voorzichtige aanrader.
(RON)

 


 

 

 

CROW PARTY
LIVE
Website CDBaby

 

 

Crow Party is een boeiend trio, bestaande uit gitarist en zanger Russell B.Bailey, bassist Franz C. Pope en drummer Matt J. Rabideau. Uit twee live concerten die ze in New Yorkse clubs gaven puurden ze bijna 50 minuten muziek verdeeld over 11 songs. Om te beginnen moeten we zeggen dat de geluidskwaliteit uitstekend is, misschien komt dat wel omdat er weinig zang bij te pas komt (slechts1 song). Hun muziek is voornamelijk instrumentale gitaar blues en jazz, waarbij de slide gitaar van Russell Bailey centraal staat. Vooral in de song "Slow Train" levert dat fraaie momenten op, als Russell's ruige, snerpende slide in deze instrumental op volle kracht het voortouw neemt. Op andere momenten is Hendrix die de grote inspirator is, zoals in de songs "Kinka" en "Native Girl". Weer wat verder lijkt "T. Shot" wel een John Fogerty instrumental, terwijl het jazzy "Crow Party" een hypnotiserende gitaarriff bezit. Rudimentaire improvisaties van gitarist Russell Bailey zijn in feite de rode draad in de meeste songs, en we kunnen Crow Party dan ook zien als één van de vele jam bands die momenteel volop opduiken. Ik hou er wel van, al is hier 't euvel dat elke song een fragment is uit een langere jam, zonder echt begin of einde, veel songs zijn reeds bezig als we ze horen en gaan meestal live nog door, ze worden gewoon weggedraaid. "Lose Drawers" waarbij de slide weer de hoofdrol speelt en het losse "Ta-No-Na" met drummer Rabideau in duel tegen gitarist Bailey sluiten deze korte cd af. Een wat aparte plaat, waarbij zeker de muzikanten genoten hebben tijdens hun improvisatie-jams maar waar ook de wat "avontuurlijke" luisteraars van kunnen genieten. Het aanwezige publiek tijdens de concerten heeft in alle geval hoorbaar genoten, getuige het uitbundige applaus op het einde, ondergetekende evenzeer.
(RON)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WILLARD GRANT CONSPIRACY
LET IT ROLL
Website Myspace
Label: Glitterhouse Records
Distr.: Munich Records

 

Een van de absolute hoogtepunten uit de release-golf van het jaar 2006 was zonder twijfel "Lett It Roll" van de Bostonse groep Willard Grant Conspiracy. Dit los/vaste gezelschap gecentreerd rond de lijvige zanger Robert Fischer wist met deze plaat zoveel indruk op ons te maken dat we rustig durven spreken van een ware luistertip. Want dit was werkelijk een betere manier om de lente vroegtijdig in te luiden (recensie maart 2006) met deze cd van deze sympathieke groep. Deze band geniet immers hier in de lage landen inmiddels een behoorlijke populariteit. Iets dat zeker te maken heeft met de grote hoeveelheid intense optredens die men hier gaf. Met het vorige album "There But For The Grace Of God" sloeg de band ook internationaal behoorlijk raak en terecht, want de specifieke Willard Grant-sound vond daar zijn voorlopig hoogtepunt. "Lett It Roll", doet de groep echter naar grotere hoogtes groeien zonder direct stijlbreuk toe te passen. Gekozen is voor een droger geluid dat de songs alleen maar dichterbij doet komen en dus aan intimiteit laat winnen. Al maakt de lome country-noir op deze plaats voor een paar stevige rocksongs. De band heeft ook geprobeerd om het podiumgevoel op plaat te zetten, en is daar met verve in geslaagd. Fisher's warme stem past vaak het best in een (semi)akoestische setting, hij heeft een lage bariton in de richting van Nick Cave en Scott Walker en bezit een gelijkwaardig gevoel voor dramatiek en melancholie om zich met deze grootheden te kunnen meten. "Lett It Roll" werd opgenomen in Studio Metro, notabene helemaal in Slovenië. Hou de zakdoek alvast in de buurt, want soms laat Fischer het gemoed van de luisteraar vol lopen zoals in de opener "From A Distant Shore" waar de trompet de gevoelige snaar onverbiddellijk raakt. Ook "Flying Low" ontroert met violen die je meeslepen op melancholie en het langzame, bijna tien minuten durende "Skeleton" kerft krassen in je ziel. Deze plaat verbergt een grote variëteit aan instrumenten, waardoor ieder nummer weet te boeien met een gedragen en intense sfeer. Titelnummer "Lett It Roll" laat WGC anders wel als een stevige band horen, zoals ook het donkere "Crush", dat qua refrein wel eens doet denken aan The Screaming Trees. Voorlaatste nummer is ook een grove versie van Dylans "Ballad Of Thin Man", dat voor een muziekmagazine werd gecoverd. Zo weet Willard Grant Conspiracy dan toch maar weer volledig te overtuigen. We kijken al vol spanning uit naar hun nieuwste album "Pilgrim Road" die ze op zaterdag 24 mei komen voorstellen tijdens hun ‘Willard Grant Conspiracy Pilgrim Orchestra Tour’ in de Handelsbeurs te Gent. Het orkest bestaat voor de gelegenheid uit tien muzikanten met als special guest Howe Gelb.

WILLARD GRANT CONSPIRACY (USA) & special guest HOWE GELB(USA)

ZATERDAG 24 MEI 2008 - Handelsbeurs, Gent

 


 

MARIA DUNN
FOR A SONG
Website Contact
Label: Col-Me Records
Bookings: Mc-Ent Management
E:mail: info@mcent.nl

 

Een van oorsprong Schots meisje, opgroeiend in Canada, begint folky songs te schrijven als een Jane Austin vanuit het perspectief van tragische vrouwelijke figuren die een geliefde betreuren. Het klinkt romantisch, maar de meeste van haar songteksten zijn eerder kritisch. In haar songs verwerkt Maria Dunn karakters die historische of fictieve raakpunten hebben, met inbegrip van heldhaftige vrouwen, doorgaans een voetnoot in de geschiedenis. Dit laat zij vergezeld gaan van mooie melodische zang, waarin haar Keltische roots duidelijk hoorbaar is. Deze roots erfenis weet zij symbiotisch te versmelten met Noord-Amerikaanse invloeden, mede door de aanwezigheid van afwisselend Shannon Johnson’s viool en Craig Korth’s banjo. De akoestische gitaar van Andy Illig is al even verfijnd, zodat ‘For A Song’ een harmonisch geheel vormt. Zelf is Maria ook een veelzijdige multi-instrumentaliste, die als sessiemuzikant in de Canadese folkkringen naam maakte. Op dit album speelt zij alleen accordeon. Maar haar solo-zang is haar voornaamste troef, soms broos soms sterk. In het gevoelvolle ‘Take It Easy On Me’ met omzwachtelende vioolbegeleiding klinkt zij fragiel, maar in het strijdbare ‘The Lingan Strike’ komt zij over als een vrouwelijke Chieftain. Als boekenwurm haalt Maria de inspiratie voor haar songs veelal uit literatuur, of dit nu gaat over het uitmoorden van een farmersgezin in de streek van Ontario of een mijnwerkersstaking in Cape Breton. Maar zij kan de uitgebeelde vrouwenfiguur ook opdiepen uit Charles Dickens ‘A Christmas Carol’ bijvoorbeeld, zoals in het lyrische ‘God Bless Us Everyone’. Aan verbeelding ontbreekt het haar niet. Mary is duidelijk betrokken op het wedervaren van migranten die in Amerika een hoopvollere toekomst zochten. Haar opzoekwerk en inspiratie werden trouwens beloond met een Juno and Prairie Music Nominatie voor Beste Traditioneel Album wat ‘For A Song’ betreft. Dit was in 2002 want Mary schreef de songs vlak vóór en omstreeks de eeuwwisseling. Pas nu werd dit album in Europa uitgebracht dank zij het Mc-Ent management in Nederland en Rounder-Europe/Col-Me Records die daarmee de liefhebbers van zowel folkmuziek als country een dienst bewezen. Want ook bluegrasselementen kleuren dit folky album licht Americana en grensoverschrijdend rootsy.
Marcie


 

 

 

 

CHATHAM COUNTY LINE
IV
Website Myspace
Label: Yep Roc Records
Distr.: Munich Records
VIDEO

 

Chatham County Line - The real thing uit Raleigh, North Carolina. Ze zijn met zijn vieren en doen het, strak in het pak zittend, met slechts één old school microfoon. Wie de solo heeft neigt wat dichterbij, wie het hardst zingt doet een stap achteruit. CCL is in al zijn authenticiteit één van opwindendste bluegrass bands van vandaag. Hun instrumenten kunt u raden: akoestische gitaar, mandoline, fiddle, banjo, pedal steel en staande bas. En ze zingen alle vier in (letterlijk) close harmony. Ondertussen verschenen er drie cd’s van deze band, die goede connecties heeft met de Guthries (ze speelden live met Arlo op het Woody Guthrie Festival in Oklahoma en CCL-lid Greg is op pedal steel te horen op twee van Sarah Lee’s cd’s). Let wel, dit is geen softe band. De rockattitude is er, hoewel zonder drums, en ze staan een eind af van de traditionele 40’s bluegrass bands. Waar sommige alt. countrybandjes juist met veel meligheid of de brug komen of zich meer als een punkgroep presenteren, kennen deze stadscowboys hun klassiekers. Ze weten haarfijn te balanceren tussen hedendaagse invloeden en stokoude tradities, zodat uiteindelijk iedereen tevreden is. Op hun vorige cd's kwamen hun vocale harmonieën en het zogeheten flatpicking best tot uiting in hun songs, weliswaar in de traditie van Bill Monroe en Earl Scruggs. Met een frisse kijk op deze traditie kunnen ze geplaatst worden naast andere stijlgenoten van een latere bluegrass-generatie, zoals de Yonder Mountain String Band of The Hackensaw Boys. Bij het maken van hun derde album werd qua geluid het evenaren van hun live-optredens nagestreefd. Minder perfectie, meer intensiteit. 'Verandering van spijs doet eten', is motto dat zorgde op deze plaat dat producer Chris Stamey werd ingeruild voor Brian Paulson. Het songmateriaal op "Speed Of The Whippoorwill" (2006) is juist een tandje meer up-tempo dan zijn gepassioneerde voorganger "Route 23". De sympathiek ogende bebaarde frontman Dave Wilson schreef een aantal standards die niet zouden misstaan als bluegrass-klassiekers. Hetgeen we ook kunnen zeggen van hun nieuwste plaat, die simpelweg de titel "IV" meekreeg. Want ook hier tapt CCL onder aanvoering van zanger/songschrijver Dave Wilson net als op de voorganger wat meer uit de vaatjes van de popmuziek. "One More Minute" en "I Got Worry" zijn hier duidelijke voorbeelden van. De band werkt ook opnieuw samen met Chris Stamey (The DB's, Alex Chilton,Yo La Tengo) en dit is best hoorbaar. Stamey zorgt ervoor dat de bluegrassroots van de groep intact blijven, want hij weet dit sublieme muzikantenwerk in sommige nummers te vertalen naar meer traditionele tussendoortjes, naast songs die hij meer een popgevoel meegeven. Zelfs het ontbreken van een drumstel is geen probleem, want vaak werken de banjo of de mandoline als de motor van de songs, zoals blijkt in het gezellige, reeds vernoemde, "I Got Worry". In "Birmingham Jail" geeft de groep dan weer een vette knipoog naar de classic "Days of 49", die ooit nog door Bob Dylan werd gecoverd. Instrumentaaltje "Paige" is een modern tussendoortje, maar van een prachtige stemmige sfeer kunnen we genieten in "She" en "Country Boy/City Boy". De sterke liedjes, de instrumentale bekwaamheid, gedrevenheid en de voortreffelijke meestemmige zang doet spreken van de juiste magie in deze band. Zo durf ik CCL de beste bluegrass-groep van dit moment te noemen.


 

MATT DOUGLASS
BIG LUCKY
Website Contact
label: Eigen beheer
CDBaby

 

 

Matt komt uit de omgeving van Maryland en is een singer- songwriter en gitarist, die zowel roots rock als Americana brengt. Na zijn debuut "No Stone Unturned" komt deze tweede "Big Lucky". Matt Douglass gaat hier kriskras doorheen allerlei genres, van rock en blues over gitaarrock naar meer beheerste, wat zachtere singer songwriters stuff. Matt schrijft sterke songs, met spitsvondige teksten, het rockende “South Of Alone” is daarvan een goed voorbeeld, “Old Song” met zijn cajun invloeden is voorzien van Matt’s stevige rockende gitaarbijdragen en de intrigerende titelsong “Big Lucky” is als contrast daarna, dromerig met een rustige pingerpickin’ gitaar, een knappe song vol sfeer. "With all due respect, let me Strum a Few Lines” vraagt Matt, en dat doet hij dan ook, hij speelt in dit nummer relaxt enkele mooie lijntjes gitaar, terwijl de bluesy sfeer nog verhoogd wordt door special guest Steve Sandkuhler op mondharmonica. “Didn’t Come back” is een mooie Americana song waarin de dobro centraal staat, net als in “Trouble No More” zonder twijfel mijn lievelingssong bij deze. Het nummer over baseball meester Brooks Robinson van de Baltimore Orioles, bekend onder de nickname “The Human Vacuum Cleaner”, die het rugnummer 5 legendarisch maakte, met de titel “Brooks Blues number 5“ is niet alleen de langste song op de cd, maar spijtig genoeg ook de zwakste. Hoewel niet onverdienstelijk, is Matt namelijk niet de grootste zanger en op deze song, die wat meer power vraagt, komt dit het meest tot uiting. Dit is echter volgens mij zowat het enige zwakke punt op deze voor het overige best aangename cd.
(RON)


 

 

ROGER LIENKE
SNAKE IN THE GRASS
Website Contact
Label : Blue Chip Records
CDBaby

 

 

De gitaar (akoustisch en electrisch) en zijn stem vormen het hoofdaandeel in zijn muziek. Hij laat zich hierdoor niet beperken, hij blaast ook op een Franse hoorn ("1995, April 19th"), tokkelt op zijn piano en neemt ook bass en percussie voor zijn rekening. Daarenboven schreef hij alle teksten en muziek. Je kan dus stellen een rasechte "singer songwriter". Toch is hij niet de typische singer songwriter zoals we deze kennen. Er zijn invloeden van rock, blues, jazz, maar vooral toch van media zoals theater en films. Roger heeft dan ook ervaring opgedaan in diverse domeinen. Naast diverse opnamen (ook met zijn broers), schreef hij een gedichtenbundel, werkte hij voor het theater (muziek), en werkte hij mee aan een multimedia-event. Doorheen de CD gebruikt hij zijn stem op verschillende wijzen (van het koude Noorden tot het warme Zuiden). De 11 nummers omvattende CD brengt dan ook een mix van stijlen, sferen en klanken. Het album begint met het mooie "Surviving you" dat me muzikaal even terugbracht naar de begintijd van Pentangle, maar dan in een hedendaags kleedje gestoken. Teder, met een melodie die blijft hangen is "If the Filly wins". Zijn stem, gitaar en wat regen vertalen zijn verlangen naar liefde. "I'm a lonesome traveler with nowhere to go - I spend all of my time on my own - And the chances of having somebody to hold - Come twice in this lifetime I'm told - And the first was a long time ago .. ". "A Stranger's Dream", met elektrische gitaarriffs, is meer jazzy. De vierde track start met een intro die zo uit een oude Beatles LP zou kunnen komen en evolueert snel naar pop/rock. Op deze "Get like this" laat Roger nog eens horen dat hij meerdere instrumenten aan kan. "Run Together" is meer ingetogen, melancholisch, romantisch ("We 'll run together, like water on the streets on a rainy day) met een zeer herkenbare melodie. Ook op "Guantanamo" komt Roger's stem weer op de voorgrond, rustig maar klagend laat hij zijn hart en geweten spreken ... Het rockende titelnummer "Snake in the Grass" is, mede door de inbreng van de piano, bluesy gekruid. "Rock 'n Roll is Dead" is surrealistisch (waart hier de geest van Zappa rond ..?). Na het op het ritme van deze eeuw en met een klagende stem gebrachte scherpe "Twenty First Century Man" komt het uitermate mooie "1995 April 19th". De sfeer wordt gezet door de door Roger zelf gespeelde intro op een Franse hoorn. De song is zacht, teder, bewogen ... verwerkend. Een CD van contrasten in stijlen, duidelijke standpunten en mooie teksten.
(jug)


 

 

 

 

 

 

 

DROPKICK
DOT THE i
Website Myspace Contact
Label : Taylored Records


 

“Enjoy the cd” schreef Alastair Taylor naar Rootstime op het begeleidende briefje bij de nieuwe plaat van Dropkick die de titel “Dot The i” meekreeg. En dat hebben we dan maar met veel plezier gedaan. Samen met broer Andrew op drums, Roy W. Taylor (geen familie) op gitaar en bassist-neefje Stuart Low vormt hij de alternatieve country-powerpopband die zijn roots vond in de omgeving van het Schotse Edinburgh. Hun muziek krijgt regelmatig het label “sunshine pop” mee omwille van de catchy melodieën die voorzien worden van teksten vol van humor en woordspelingen. De familie Taylor is al ettelijke jaartjes aan de weg aan het timmeren. Het ontstaan van Dropkick dateert al van 1995 toen ze zich als punkband profileerden. “Dot The i” is hun zevende plaat en verloopt volledig binnen de lijntjes der verwachting met 12 feel-good tunes waarvoor de songwritercredits netjes verdeeld worden tussen de drie Taylors, zo kan er daarover alvast geen ruzie ontstaan. De harmony vocals van de broers Taylor is kenmerkend voor de totale plaat. De muzikale beïnvloeding komt uit het countrymilieu en de Californische beachsound à la Teenage Fanclub, Byrds en Beach Boys, ook al zo’n liefhebbende broertjes. Naar deze laatsten maken ze een serieuze knipoog met de afsluiter op deze plaat via een song getiteld “Good Vibes”. Eigenlijk kan je alle twaalf liedjes zo op de radio gooien want ze zijn bijzonder radiovriendelijk opgebouwd en duren allemaal tussen de twee en drie minuten wat tegenwoordig bijna een minimumvereiste lijkt te zijn om nog door de ether gejaagd te mogen worden. Makkelijk verteerbaar werk en heel simpel gehouden songs. “Figure It Out” gaat over iemand die zijn ziel via Ebay wenst te verkopen aan de meestbiedende koper. Erg leuk is ook het sarcastische “You Didn’t Make It”, “Backdoor Key” en “Girlfriend” waarin Dropkick wat meer op de alt-countrytoer gaan. Andere aanraders zijn “If You Can’t Be Mine”, “Crazy Conversation” en titeltrack “Dot The i”. De liedjes gaan er in als zoete broodjes en gezellig meeneuriën of meezingen met Dropkick is toegelaten, ja zelfs aangeraden.
(valsam)