ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008 - MEI 2008

JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008 - OKTOBER 2008

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

FRED EAGLESMITH - TINDERBOX

BADLANDS TRIO - BADLANDS TRIO

STEVE McCORMICK - LOWLIGHTS AND FOOTNOTES

WATER SCHOOL - ANIMALS & THEIR HIDING PLACES

RON SEXSMITH - EXIT STRATEGY OF THE SOUL

JAMES "SUPER CHIKAN" JOHNSON - SUM' MO' CHIKAN

MARK MCLAY & THE DUSTDEVILS - LOVE AND BARBWIRE

CATIE CURTIS - SWEET LIFE

AARON BOOTH - BACK STORIES

JIM HANFT - BACKYARD WALTZ


 

FRED EAGLESMITH
TINDERBOX
Website
Label & Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

 

We hebben het over de Canadese singer/songwriter Fred Eaglesmith die een ijzersterke gospel/rootsplaat tevoorschijn tovert op Sonic Rendezvous, al maakt hij al ruim twintig jaar albums, deze zijn allemaal aan te raden maar dat terzijde. Op zijn vorige solo-albums "Milly's Cafe" (2006) en "Dusty" (2004), vaarde Eaglesmith een andere koers, nadat hij en de gelegenheidsformatie The Flathead Noodlers op "Balin" (2003), traditionele bluegrass ten gehore brachten. Sinds deze cd's is een groeiende schare Americana-liefhebbers de muziek van Fred Eaglesmith gaan koesteren en wordt reikhalzend uitgekeken naar nieuwe platen van zijn hand. De meer grauwe cd's "Milly's Cafe" en "Dusty" staken wel degelijk heel anders en veel ingetogener in elkaar. Anders dan de bluegrass van "Balin" en veel anders dan de poprock van bijvoorbeeld "Falling Stars and Broken Hearts" uit 2002. Het nieuwe album "Tinderbox" bevat louter 18 luisterliedjes, die door hemzelf en Scott Merritt geproduceerd zijn, hetgeen Eaglesmith zeer goed afgaat, en ons misschien een paar luisterbeurten kost om dat in te zien. Ruw maar toch uiterst toegankelijk, om de inhoud van de cd even te typeren. Eaglesmith laaft zich aan liedjes die een ode vormen aan die sympathieke vaste begeleider Willy P. Bennett die op 15 februari van dit jaar kwam te overlijden. En deze liedjes worden door Eaglesmith tot een coherent muziekwerk gesmeed, met akoestische instrumenten rond zijn aangenaam, wat beklijvende stem. Gospel is de bron, maar net zo goed is dat folk, blues en county en zo smelt, mede dankzij de kundige begeleidingsband, alles vanzelf samen. Alles klopt aan deze songs op deze gospelplaat, van "Dirt Road Gospel" druipende tracks als "Fancy God", "Sweet Corn", "Shoulder to the Plow" en "Get on Your Knees", songs waarin hij een wereld creëert van gelovigen. Geloof als boetedoening, maar evenzeer geloof om de duivel op afstand te houden. Eaglesmith opent nieuwe wegen en zet aan het denken, zoals in de titeltrack waarin hij zingt "The church is like a tinderbox", al is religie geen nieuw onderwerp voor onze ambachtelijke songschrijver. Ruw, passioneel, gevoelig, puur en vervat in een overwegend primitieve productie met af en toe een zwieriger moment. Dit is een pot gospelblues zoals ik hem het liefst heb en koerst daarmee wat in de richting van Tom Waits. "Tinderbox" is er dan ook ééntje waarmee iedereen zich wel mee kan identificeren, een plaat die muzikaal niet veel verschilt met zijn eerdere werk, en dat is waarom Eaglesmith nu ook al zeventien albums lang blijft boeien. Eaglesmith is een authentieke muzikant wiens songs uit duizenden herkenbaar zijn. Alle lof dus voor Eaglesmith’s songschrijven, want deze ijzersterke gospel/rootssongs die hij op "Tinderbox" serveert behoren in dit genre, 'alt-gospel-alt-country', zondermeer tot het beste wat we dit jaar te horen kregen. Hopelijk krijgen meer mensen dat door dit jaar.

FRED EAGLESMITH LIVE

vrijdag 14 november Venlo - Perron 55
zaterdag 15 november Haarlem - Patronaat
zondag 16 november Den Bosch - W2
dinsdag 25 november Edam - De Harmonie
woensdag 26 november Enschede - Atak
vrijdag 28 november Groningen - Vera
zaterdag 29 november Antwerpen - Arenberg

 


 

 

 

BADLANDS TRIO
Website Myspace Contact
Label : Five Points Records
CD-Baby

Badlands Trio zijn zanger-gitarist Joshua Worden, bassist Michael A. Valenzano en drummer Peter Miles. De thuisbasis van dit trio is Jacksonville, Florida, een oord waarvan de naam in de muziekwereld als vertrouwd in de oren zal klinken omwille van popster Ryan Adams die ook in deze stad resideert. Daarmee houdt echter elke vergelijking op tussen Ryan Adams en Badlands Trio. Hun muziek is een brede potpourri van rock, Americana, jazz en country. Intussen experimenteren ze wat graag met diverse geluidjes die subtiel in de songs worden gemixt. “Glorianna”, de eerste song op de plaat is daar een duidelijke illustratie van. Badlands Trio bestaat eigenlijk nog maar sinds begin 2007 toen de drie leden elkaar ontmoetten voor een vrijblijvende jamsessie. Dat viel echter zo goed mee dat ze besloten om het als trio te gaan proberen en deze titelloze studioplaat is daar nu het allereerste tastbare resultaat van. Van de elf liedjes op de plaat heeft Josh Worden er 9 geschreven. “Bears Go Away” werd samen met Michael Valenzano geschreven en deze neemt alle auteursrechten voor het intimistisch instrumentale “Hi Mom, It’s Me” voor zijn rekening. Moderne indiepopsongs vallen er te beluisteren in nummers als “Waiting” en “Old John”. In de song “Door To Door” komt Brian Homan als gastmuzikant voor een aardig stukje pedal steel zorgen. Eric Brigman doet iets extras in “To Be Here” maar dan op zijn Wurlitzerorgel. Badlands Trio beperkt de muzikale inbreng tot het absolute minimum waardoor de luisteraar zijn aandacht volledig kan focussen op de songteksten. Die zijn er nochtans niet voor elk nummer op de plaat want ook enkele lo-fi postrockachtige instrumentale nummers maken deel uit van deze plaat: “Ghost Runner”, “Backwoods” en “Bears Go Away” zijn muzikale sfeerbeelden die idealiter als soundtrack bij een film zouden kunnen worden gebruikt. Dit debuutalbum werd in de lente van 2008 opgenomen in Jacksonville. Het weze duidelijk dat de eerste warme zonnestralen van invloed geweest zijn op de songselectie die door dit trio gemaakt werd voor deze eerste plaat.
(valsam)


 

 

 

STEVE McCORMICK
LOWLIGHTS AND FOOTNOTES
Website Myspace Contact

 

Countrymuziek uit Carlisle in het noordwesten van Engeland. Het moet kunnen want het is zeker niet zo dat er een exclusiviteit voor dit genre bestaat voor Nashville. Toch is het wat vreemd om de nu 32-jarige Steve McCormick meer met Britse dan met Amerikaanse tongval zijn liedjes te horen zingen op zijn nieuwste cd “Lowlights And Footnotes”. Het album bestaat uit 12 zelfgeschreven tracks die ondanks de typerende genrekeuze toch behoorlijk van elkaar verschillen en hier en daar stukjes folk, blues en rock ‘n’ roll in de muziek verwerkt krijgen. McCormick slaagt er ook in om niet altijd even ernstig te klinken door in een paar teksten grappige zinsneden te plaatsen. Hij besteedt een gezonde aandacht aan die teksten zoals het een goede singer-songwriter beaamt. Zijn muzikale invloedenlijstje zal daar wel niet vreemd aan zijn: Hank Williams, Johnny Cash, Merle Haggard, Aimee Mann, Ron Sexsmith, Elliott Smith en Leonard Cohen zijn namen die ieder zichzelf respecterende artiest als referentiepunten zou moeten opgeven. In een nummer als “Making Light (Of Being Kept In The Dark)” leunt zelfs wat aan bij de popsound die we in de eighties van o.a. The Eagles of Squeeze konden verwachten. Ook in het countrygenre wil hij af en toe swingend uit de hoek komen, zoals in “Another English Cowboy” en “I’m Alright, Jack” of “Back On The Booze”, twee nummers die zelfs als vlotte countryrock gekatalogeerd kunnen worden. Steve McCormick heeft deze plaat helemaal in zijn eigen studio opgenomen, gemixt, geproduceerd en alle instrumenten ingespeeld, behalve de pedal steel die mooi door Dave Midgley wordt bespeeld. Het hele proces ging over een periode van twee jaar intensief labeur maar McCormick mag heel trots zijn over het resultaat dat hij met “Lowlights And Footnotes” heeft afgeleverd. In enkele liedjes gaat hij ook het wat moeilijkere onderwerp van relaties en het wantrouwen of het liefdesverdriet in de verhoudingen tussen mannetje en vrouwtje niet uit de weg. Zo gaat “The Other Man” over de indringer in een liefdesrelatie en “Breaking Hearts” over een man die er genoegen in schept om op een vrij arrogante manier bestaande relaties te breken maar uiteindelijk zelf het deksel op de neus krijgt. “My Woman Doesn’t Give A Damn” beschrijft op de tonen van een simpel countrydeuntje hoe een ooit dolverliefd koppel na vele jaren niets meer aan elkaar te vertellen heeft en het einde van deze relatie in zicht lijkt te komen. Tenslotte willen we hier ook nog even een speciale vermelding geven aan het verhalende akoestische nummer “Innocent Place” met een heerlijke pedal steel solo. Ook de song “Living In Loserville” over een man die harmonieus in perfect aanvaardde eenzaamheid leeft zal bij ons zeker nog vaker door de luidsprekers weerklinken. Voor een complete doe-het-zelver heeft Steve McCormick een zeer mooi en professioneel werkstuk afgeleverd met “Lowlights And Footnotes”. Hij kon er ons hartje alvast probleemloos mee veroveren.
(valsam)


 

 

 

 

WATER SCHOOL
ANIMALS & THEIR HIDING PLACES
Website Myspace
Label : Neon Tetra Records

 

Op hun eigen MySpace-website kondigen de heren van Water School aan dat de groep ontstaan is in januari 2004 en gestopt is in de winter van 2008. Dat is opvallend want wij kregen zopas een nieuwe cd van deze groep in de bus, getiteld “Animals & Their Hiding Places”. Dit zou de tweede plaat van deze viermansformatie uit het Amerikaanse Baltimore moeten zijn. Hun eerste cd “Break Up With Water School” maakte geen al te grote brokken in de muziekwereld. De nieuwe cd werd al een tijdje geleden opgenomen begin februari 2007 en platenmaatschappij Neon Tetra Records gooide de plaat dus nu pas in een bredere release op de markt. We weten momenteel dus niet echt of Water School nog bestaat als groep of niet. Zanger en songschrijver Chris Myers bracht 3 andere jongens die hij al kende van in zijn studententijd aan de Baltimore high school samen om Water School te vormen. De naam van de groep is gebaseerd op een idee-fix van Myers dat er beter les gegeven zou kunnen worden in een school die boven het water staat. Als muzikale invloeden noemen ze de obligate Neil Young, The Beatles, The Beach Boys maar ook meer hedendaagse popgroepen als The Shins, Teenage Fanclub en Evan Dando. De band is een gitaarpop- en rockgroep maar voor dit album werden ook keyboards bovengehaald. Liedjes als “The Whole Town”, “Festival” en pianosong “Cartow” zijn best catchy en ok te noemen alhoewel er weinig wereldschokkends gebeurt en het geheel vrij ongeïnspireerd en mainstream blijft. De liedjes gaan het ene oor in en het andere weer uit. Het lijkt alsof Water School het er om gedaan heeft. “Astronaut” is conventionele indiepop en heeft een hoog meezinggehalte. De stem van Chris Myers is echter niet zo sterk en dat valt vooral te horen in o.a. “Sarasota” en “Dawn”. “Sleepytime” doet zijn titel alle eer aan en is vrij slaapverwekkend. Als tracks die bij ons nog eens door de speakers mogen selecteren wij “The Monster” omwille van het knappe orgelriffje in het refrein, het episch opgebouwde “Baby Song” en het swingende “Zombies”. De 13 tracks op “Animals & Their Hiding Places” zijn stuk voor stuk 3 minuten-niemendalletjes die best leuk zijn om te beluisteren maar waarvan je als muziekliefhebber achteraf geen enkele song ter herinnering kan oproepen omdat de magie die een song zou moeten uitstralen hier toch ontbreekt.
(valsam)


 

 

 

RON SEXSMITH
EXIT STRATEGY OF THE SOUL
Website Distr.: V2
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Singer-songwriter Ron Sexsmith werd voor het eerst opgemerkt in 1991, bij de release van zijn debuut "Grand Opera Lane". Bij critici viel hij in de smaak om zijn oprechte, doorleefde teksten en melodieën. Een nieuw album van "Golden Voice" Sexsmith is daarom altijd iets om naar uit te kijken. Gelukkig is zijn productiviteit groot en dus het wachten op nieuw werk van deze Canadees is nooit lang. De inmiddels 44-jarige Sexsmith heeft al tien albums uit sinds zijn debuutjaar, maar van een grote doorbraak is nog steeds geen sprake. Sexsmith weet met zijn nieuwste album, "Exit Strategy Of The Soul" andermaal te ontroeren met ongecompliceerde akoestische liedjes. Dit album doet qua arrangementen weer iets soberder aan dan de rijk van strijkers en blazers voorziene voorgangers "Time Being" of "Retriever", maar is er niets minder mooi of sfeervol door. Daardoor komt een soberdere, nog intiemere kant van hem naar boven. Meer dan ooit lijkt de invloed van een zekere Elvis Costello - wel een gepaste vergelijking - en melodie- en zanglijnen door te druppelen. Voor deze plaat werkte Sexsmith opnieuw samen met Martin Terefe, de man die eerder al meewerkte aan het sterke "Retriever". Behalve de kracht van de eenvoud in zijn zelfgepende songs is Sexsmith's sterkste troef zijn voordracht. Zijn nonchalante vocalen doen sommigen misschien vermoeden dat er van doping sprake is. Niets is minder waar, we hebben hier namelijk te maken met soul. Je weet wel, recht vanuit het hart en zo. Ron Sexsmith zingt met een onvervalste snik en een natuurlijk vibrato. Zijn stem lijkt de laatste jaren aan kracht te winnen en moet minder vaak de hoogte in. Vaak wordt hij, niet onterecht overigens, geplaatst in het rijtje van Tim Hardin, Townes van Zandt en de eerder vernoemde Elvis Costello maar wat mij betreft kan daar evengoed Al Green, Marvin Gaye, Bill Withers of Chet Baker aan toegevoegd worden. De manier waarop Sexsmith zijn liedjes vertolkt is dusdanig goed geproportioneerd en zó op het scherpst van de snede dat ze ondanks hun toegankelijkheid, iedere verdenking van vals sentiment achter zich laten en, zonder een woord teveel te zeggen, raken waar ze raken moeten. Van opener tot de afsluiter, twee korte instrumentals is dit gewoon puur genieten! Want daar tussendoor horen we weer twaalf fraaie songs: lekker weemoedig en verhalend over misgelopen liefdes, maar ook altijd hoopgevend. De Cubaanse blazerssectie die de muziek van Sexsmith voorzien van diverse leuke percussie, trompet, saxofoon en allerlei andere exotisch aandoende instrumenten kleurt de liedjes namelijk net even anders in dan je van Sexsmith gewend bent, en voegt een verrassende klank toe. Mooi voorbeeld is het van Feist bekende "Brandy Alexander" de enige cover op deze plaat. Deze song, op Feist’s laatste album één van de sterkste liedjes, heeft door deze Cubaanse inbreng zo’n eigen sound dat je de versie van Feist er bijna door zou vergeten. Luister ook maar eens naar "Hard Time", het zwoele "Brighter Still" of het uptempo "One Last Round", deze liedjes klinken authentiek, maar vooral zeer soulvol. Op "Travelling Alone" kunnen we vaststellen dat Sexsmith bij deze song aangaande songwriting dicht bij perfectie komt, en hij maakt het de critici daarom niet echt eenvoudig om de zwakke puntjes te vinden. Zijn liedjes zijn zo melodieus, luistervriendelijke songs, die een tijdloos karakter hebben, en daarom laat "Exit Strategy Of The Soul" zich beluisteren als een warme afwisselende plaat, een plaat waarmee Sexsmith opnieuw niet zal doorbreken. Toch durven we te stellen dat dit zijn beste plaat ooit is. Zo goed zelfs dat er dit jaar weinig mooiers gaat uitkomen binnen dit genre. Zo blijft hij toch nog onze interesse prikkelen en zal dat doorbraakalbum er misschien wel ooit komen. Niet te min is "Exit Strategy Of The Soul" weer een echte Ron Sexsmith plaat geworden, zijn warmste en soulvolste plaat tot hiertoe.

Voor de fijnproevers geeft Sexsmith in november concerten in Belgie en Nederland, ter ere van z'n nieuwe plaat "Exit Strategy Of The Soul". Ziehier zijn Belgische en Nederlandse concertdata:

Nov. 8 Amsterdam, Melkweg
Nov. 10 Antwerpen, Arenburg Theater
Nov. 11 Brussel, Botanique

Nov. 12 Den Haag, Paard van Troje

 


 

 

JAMES "SUPER CHIKAN" JOHNSON
SUM' MO' CHIKAN
Website Vizztone Records CDBaby
Info: Blind Raccoon
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

James "Super Chikan" Johnson kwam uit het ei in february 1951 in Darling Mississipi en woont momenteel vlakbij de crossroads in Clarksdale. Hij kreeg zijn bijnaam omdat hij als peuter gefascineerd was door de kippen op het erf van zijn ouders en probeerde hun taaltje te verstaan, en kreeg van de familie de naam "Chikan Boy". Een naam die hij tot op heden met trots draagt. Zijn oom, de bekende bluesmuzikant Big Jack Johnson was de aanzet voor de eveneens muzikale interesse van James. Zijn eerste instrument was een zelfgemaakte Diddley-bo, een snaar op een stuk hooit bevestigd, een instrument waar Seasick Steve nu ook nog steeds gebruik van maakt tijdens optredens. Even later was James deze echter ontgroeid en maakte zichzelf een viersnarig variant, voorzien van lollystokjes en een tonnen blik waarmee hij, door ze te verschuiven, verschillende toonaarden verkreeg. Maar de realiteit van de armoede in het zwarte Mississippi deed hem zijn Diddley-bo opbergen om naar de katoenvelden te vertrekken om zich met zijn oudere broers te vervoegen bij de oogst. Hij was negen en de tijd van spelen was (voorlopig) voorbij. Op dertienjarige leeftijd echter kocht hij met zijn zuurverdiende centjes een tweedehandse gitaar, die slechts twee snaren had. Het eerste geluid dat hij eruit haalde was (wat dacht je) het gekakel van kippen. Zijn eerste invloeden kwamen van Jimmy Reed, Elmore James en Lightnin' Hopkins. Vooral Jimmy Reed's stijl, die hij op zijn twee snaren 't best aankon beviel hem nog het meest. Na zijn periode van katoenplukker kreeg hij een job als vrachtwagenchauffeur en tijdens deze lange ritten kwamen zijn eerste songteksten, die hij tijdens zijn rustpauzes noteerde in zijn notaboekje. Langzamerhand begon hij met optreden, eerst als sideman bij Frank Frost, Sam Carr en Jackie Brenston. Maar uiteindelijk was de drang om zijn eigen ding te doen te groot en hij wou zijn eigen muziek maken. Het notaboekje kwam terug boven en James wist dat hij zijn eigen stijl moest vinden. Hij wou geen imitator zijn. Hij ontdekte ook zijn talent als schilder, maar wou geen gewoon canvas gebruiken en bedacht een nieuwe manier om gitaren te bouwen. Hij gebruikte lege gas canisters, die hij ombouwde tot gitaren, die hij beschilderde, elk op een unieke wijze, er zijn er geen twee identiek. Hij noemt ze Chickantars. Met zijn debuut "Blues Comes Home To Roost" trok hij meteen de aandacht en de opvolgers "What You See" en "Shoot That Thing" bezorgden hem de W.C Handy Award voor "Best New Blues Artist". Tot dan was Chikan's uitspraak: I'm left brained, left minded, left eyed, left handed, and left out." Dat laatste mocht hij vanaf dan wel vergeten. James is vooral bekend voor zijn humoristische kijk op alles, en blijkt een zeer innemende vriendelijke kerel te zijn, iets wat we zullen merken als we hem mogen interviewen binnen enkele weken. De cd begint met een bewerking van Freddie King's "Hideway", hier omgedoopt tot "Freddie's Thang" en al dadelijk voorzien van zijn handelsmerk, gekakel op gitaar. "Hookin' Up" zoals je kan verwachten, laat ons een op John Lee Hooker boogie ritme verteld verhaal horen, vol humor met echte jodelpassages erin verwerkt. Origineel is het minste wat je ervan kan zeggen. "Full Moon Blues" is een knappe blues met James' gitaar op de voorgrond. Het hoogtepunt is echter "Sippi Seekan' Saw" waar James gitaar de Hounddog Taylor toer opgaat. Klasse!
(RON)

INTERVIEW MET JAMES "SUPER CHIKAN" JOHNSON

 


 

 

 

MARK MCLAY & THE DUSTDEVILS
LOVE AND BARBWIRE
Website Myspace CDBaby

 

Het schijnt dat hun live optredens nogal verhittend werken wanneer zij hun mengeling van prikkelende rock en energetische pop op het publiek loslaten. The Dustdevils, zes man sterk, hebben zich dan ook al veertien jaar op de muziek gestort en bleven non stop actief in clubs en concerthuizen ten Westen van Amerika. De bandleden komen uit Noord Californië. Bandleider Mark McLay groeide op in Oregon. Zijn vader speelde contrabas in een bandje en op zijn beurt speelde Mark samen met zijn broer in een collegegroepje aan Oregon’s Universiteit. Mark zwom door diverse muzikale watertjes, maar met ‘The Dustdevils’ lijkt hij zijn ‘roots’ bestemming gevonden te hebben. Met een natuurlijke aanleg componeert hij eerst de arrangementen en zoekt dan de woorden die de melodie dienen. Die teksten hebben een eigen naturel alsof zij spontaan op papier tevoorschijn komen. Liefde, hunker, uitgelatenheid, verdriet, passie en rebels verzet vermengen zich als waterverf. ‘Vaporized’ verspreidt zich met hetzelfde vuur door de ether als een song van Warren Zevon. Maar Mark’s stem is eerder een kruising van Neil Sedaka, Loudon Wainwright, Roy Orbison en Elvis Costello. In ‘What Do I Know’ haalt hij de hoogste noten. De medemuzikanten voelen perfect aan welke richting Mark uit wil. Kirby Pierce speelt orgel en schakelt over naar boogie piano wanneer ‘Funny Lookin’ Feet’ daar om vraagt. Sue Pierson met haar harmoniezang geeft een gospel touch aan het mooie ‘Help Me See’ . Kevin Russell maakt het ritmisch rockend met zijn elektrische gitaar en evenzo Dan Ransford met allerlei percussie instrumenten. Maar de weemoediger kant van Mark wordt vooral benadrukt wanneer Ron Stinnett met fijngevoelig pianospel die sfeervolle klanken voor zichzelf laat spreken waardoor ‘Broken Window’ en ‘Wide Spot’ mijn favorieten worden. Kortom, alle muzikanten sluiten aaneen alsof zij zich als een hecht clubje achter Mark’s dichtregel scharen, wanneer hij smeekt ‘Help Me See the Light that I hear in songs’. En het is hen allen gelukt ook want de elf songs schieten door het hemelruim als heldere komeetstaartjes. Gelukkig kan je deze ‘Love and Barbwire’ wèl blijvend vasthouden.
Marcie


 

 

CATIE CURTIS
SWEET LIFE
Website Myspace VIDEO
Label: Compass Records

 

Je hebt singer/songwriters en singer/songwriters. Introspectieve countrydrifters en strijdbare folktroubadours. Catie Curtis behoort tot de laatste categorie, groot gegroeid in het koffiehuiscircuit van Boston en omstreken. Naarmate Catie ouder wordt, klinken haar platen steeds persoonlijker en vaak poppier bovendien. "Sweet Life", haar negende studioalbum, spant voorlopig de kroon, met intieme ontboezemingen uit haar hele leven, naast duidelijk politieke en sociale statements die ontstaan door onze huidige moderne wereld. Hoewel ze vroeger drums heeft bespeeld, heeft ze toch gekozen voor een akoestische gitaar die nu haar nummers bepalen, waaronder de twaalf nummers van haar nieuwste album "Sweet Life" die momenteel in de winkels ligt. Catie's werk is nog niet zo bekend hier in Europa, maar daar probeert ze met deze cd verandering in te brengen. Haar muziek heeft het meeste weg van Mary Chapin Carpenter en dat was meteen ook de vergelijking die ik trok toen ik dit nieuwe album beluisterde. Net als Carpenter maakt Curtis aanstekelijke folkmuziek met een gitaar die een grote rol hierin speelt. Andere instrumenten zijn dus vrij ver te zoeken, al zijn er af en toe wel de backing vocals van o.a. Andrea Zonn, Ingrid Graudins, Scat Springs en Jon Randall Stewart die het geheel dan wat versterken. Een groot pluspunt van deze cd is de aanstekelijkheid van de nummers. Al snel kun je de nummers neuriën en blijven ze tot het vervelende toe in je hoofd hangen. Op dat gebied zit het dus meer dan goed. De vraag of de muziek wel genoeg variatie biedt is een tweede. Wat deze plaat in ieder geval onderscheidt van het eerdere werk van Curtis is het ronduit prachtige gitaarspel van George Marinelli. Voeg daarbij bassist Alison Prestwood, drummer Shannon Forest en afwisselend Phil Madeira en Mark T. Jordan aan de keyboards en een klinkende produktie van Gary West, niet spectaculair grote namen maar wel de perfecte begeleiding die elk liedje dat beetje meerwaarde geeft waar het recht op heeft. Gaande van de sentimentele openende titeltrack, het meer assertieve "Happy" tot de sensuele shuffle "Sing" en de enige cover op deze plaat, Death Cab "Soul Meets Body" weet Curtis op een nostalgische wijze deze uitersten te versmelten. Maar welke vorm ze ook kiest, altijd zijn de nummers voorzien van lang houdbare melodieën en steken ze piekfijn in elkaar. En natuurlijk is er die stem, onvoorstelbaar helder, maar tegelijk weldadig warm en peilloos diep. Catie Curtis maakt al een aantal jaren uitstekende cd’s die in onze Lage Landen helaas veel te weinig aandacht krijgen. Met "Sweet Life" moet dat maar eens veranderen, want ook dit is weer een uitstekende cd en misschien wel haar beste tot dusver. Catie Curtis weet net als op haar vorige cd’s de perfecte balans tussen folk en pop te vinden en dat levert wederom een uitermate aangenaam en boeiend resultaat op. Warm aanbevolen voor de liefhebbers van folky singer-songwriters die niet bang zijn voor wat popinvloeden.


 

 

 

AARON BOOTH
BACK STORIES
Website Myspace Contact CD-Baby

 

Tien jaar geleden verscheen de ep “Tune Up” als de eerste kennismaking met de Canadese singer-songwriter Aaron Booth. Sindsdien heeft de man uit Calgary al vier platen uitgebracht: debuutplaat “Transparent” in 2002, “Our Last Escape” uit 2004 en nu zijn laatste release “Back Stories”. In die periode heeft hij de wereld rondgereisd om op te treden in Europa, Japan, Amerika en in thuisland Canada. Tijdens die tournees speelde hij vaak samen met diverse muzikanten die nu het mooie weer uitmaken bij ‘Arcade Fire’, de muzikale sensatie uit Canada van de voorbije jaren. Hij verhuisde een tijdje geleden naar Toronto en schreef daar aan de tien liedjes die nu op “Back Stories” te beluisteren zijn. Recent werd Aaron Booth ook nog voor de tweede keer vader van een zoontje Henry die naast dochter Ruby nu het gezinnetje Booth vervolledigt. Of deze gebeurtenis er iets mee te maken heeft weten we niet zeker, maar “Back Stories” is zonder twijfel zijn beste plaat tot op heden. Melancholische en romantische liedjes als “Nightingales” en “Closer To The Vine” wisselen elkaar af met vlotte hedendaagse popsongs zoals “Voice In The Night”. Ingetogen mooie en melodieuze liefdesliedjes die gebracht worden door een zanger die zijn stem als een prachtig instrument weet te hanteren. Instrumentaal wordt de begeleiding in een paar liedjes beperkt tot een akoestische gitaar waardoor ze opvallend intens doch zeer ontroerend worden gebracht. De meerderheid van de tracks ademt een seventiessfeertje uit. Een liedje als “Blue” doet ons stilletjes in een hoekje kruipen om intens te genieten en om de wonderbare pracht van het nummer doorheen elke ader in ons lijf te laten stromen. Kon ik maar ooit zo’n heerlijk mooi liedje schrijven! Ronduit schitterend door zijn eenvoud! Dromerige Americana- en verhalende indiepopsongs als “Same Things After All” en “Ghost” zijn andere parels aan de kroon die Aaron Booth wat ons betreft mag opzetten. Ook het ogenschijnlijk onafgewerkte maar naar een muzikale climax toe gezongen liedje “We Don’t Pretend”, de oergezellige pianoballad “Tremble At The Long Run” en de vocaal ijzersterke albumafsluiter “The Many Lead The One” kunnen ons in grote mate bekoren. Wij kunnen het maar niet uit ons hoofd zetten om deze hartverwarmende muziek te vergelijken met de prestaties van die andere Canadese band ‘Great Lakes Swimmers’, zeker bij het beluisteren van “Closer To The Vine” waarin ook die typische ‘Swimmers’-stemecho te horen valt. “Back Stories” is een heel indrukwekkende plaat van een artiest die het zonder meer verdient om eindelijk uit de schaduw te treden en grote concertzalen te gaan vullen. Want zijn liedjes en zijn muziek dienen door zo veel mogelijk mensen gehoord te worden. Je kunt natuurlijk ook de cd van deze getalenteerde en toekomstige ster gewoon gaan kopen. Dan speel je deze zalving voor het oor zo vaak als je zelf wilt.
(valsam)


 

 

JIM HANFT
BACKYARD WALTZ
Website Myspace Contact
Label : Lawnmower Sounds
CD-Baby

 

Jim Hanft is een singer-songwriter die geboren werd in Philadelphia en na wat omzwervingen nu vanuit Los Angeles opereert. Met “Backyard Waltz” heeft hij onlangs zijn debuutalbum uitgebracht. Daarop staan tien zelfgepende folky en semi-akoestische nummers die op een subtiele popperige sound werden gezet en waarin thema’s als liefde of het verlies ervan worden bezongen. Hij vindt het belangrijk dat zijn liedjes emoties kunnen opwekken bij de luisteraar, ongeacht of het gevoelens van vreugde of van verdriet zijn. Zolang ze de kwetsbaarheid van de mens als aards wezen maar weergeven. Naast dit soloproject heeft hij onlangs ook een soundtrack geschreven voor een nieuw te verschijnen film getiteld “Mother Of Invention”. Tijdens zijn live optredens probeert hij vele aspecten van zijn persoonlijkheid aan bod te laten komen. Zijn zeer herkenbare stemgeluid wordt daarbij muzikaal ondersteund door een band met Tim McGlone, Prem Panicker en Teo Villa als muzikanten en Samantha Yonack die voor mooie backing vocals zorgt en in het nummer “Thief” zelfs een stukje lead vocals voor haar rekening mag nemen. Stuk voor stuk worden de liedjes met hart en ziel in een bepaalde sfeer gebracht. Dat kan leuk zijn of ontroerend. Tekstueel kan hij ook erg scherp uit de hoek komen. De liedjes worden vaak fluisterend gezongen alsof hij de luisteraar vooral niet wil kwetsen of doen schrikken. “China Doll”, “Superhero”, “Magic” en “Girl In The Cashmere Dress” zijn samen met de titeltrack “Backyard Waltz” onze favoriete songs uit het album. Deze debuutplaat zal niets wereldschokkends veroorzaken maar is wel leuk en onderhoudend om te beluisteren in een rustig moment.
(valsam)