ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


GAYLYNN ROBINSON - LOVE & HEARTACHE

KEN STACEY - I WILL STILL BE ME

JUDE JOHNSTONE - MR. SUN

NAPPY BROWN - LONG TIME COMING

VARIOUS ARTISTS: 12 BARS TO HEAVEN - PRESENTED BY BLUESNEWS

THE HEISE BROS. - III: THE RETURN OF …THE HEISE BROS.

KELLY’S LOT - THE LIGHT

DOUBLE BARREL BLUES BAND - DOUBLE WHAMMY BLUES - ROUGH AND TOUGH

OLIVER BUCK & THE NEW MADRIDS - PRODIGAL SON

LAMBCHOP - OH (OHIO)


 

 

 

GAYLYNN ROBINSON
LOVE & HEARTACHE
Website Myspace CDBaby
Label : Rufus Records

 

Gaylynn Robinson is een countryzangeres uit Texas. Na ‘Songs By A West Texas Songstress’ uit 2006 is ‘Love & Heartache’ haar 2de album. Net zoals bij haar vorige album pende zij alle nummers zelf. Dit is tevens de kracht van dit album. Country hervalt maar al te vaak in clichés op tekstgebied. Zij probeert die kuilen te vermijden en slaagt er in om 10 sterke nummers te pennen voor dit nieuwe album. De muziek zelf is pure country met een (gebroken) hart gespeeld. De typische steelgitaar kon moeilijk ontbreken bij traditionele country. Gaylynn beschikt over een zeer aangename countrystem. De productie en de muzikale arrangementen kwamen van Bobby Flores. Deze Bobby is een producer en multi-instrumentalist die speelde bij Ray Price, Willie Nelson en Doug Sahm. Binnen de countrywereld is hij een zeer grote naam en won hij buiten diverse awards ook nog een grammy. Deze man tilt het album naar een hoger niveau dat het normale countryniveau overstijgt. Of het nu energieke country is zoals bij ‘Barn Rock’ en ‘It’s A Girl’s Night Out’, of eerder smartlappen zoals ‘Keeper Of The Flames’ en ‘Repeat Offender’, de muziek weet steeds te bekoren. Afsluiter ‘Whoa Whoa’ is zelfs op steelgitaar gespeelde blues. Op het naamkaartje dat bij de cd zat staat: Original & Traditional Country Music. Tussen het overaanbod van Texaanse country is dit het pure spul, 100% eigen werk van hoogstaand niveau. Het countrypubliek in ons landje is niet zo groot, en toch hebben er vele Johnny Cash en Emmylou Harris in hun cdrekje zitten. Met die artiesten is er niets verkeerd, maar er wordt ook nog knappe country gemaakt door independent artiesten zoals Gaylynn Robinson.
Bootsy Lester


 

 

 

KEN STACEY
I WILL STILL BE ME
Website Myspace Contact CD-Baby
Label : Butterpie Records Contact

 

Ken Stacey is een naam die sinds vele jaren meedraait in de popscène. Zo is hij de zanger en frontman van de progressieve rockgroep ‘Ambrosia’. Deze in Woodland Hills, Californië wonende artiest droeg ook vocaal bij aan de cd “One Night Only” van Elton John waarvoor hij trouwens vaak het voorprogramma verzorgde en met wie hij optrad in diens begeleidingsgroep als gitarist en zanger. Daarenboven deed hij ook backing vocals voor andere grootheden als Neil Young, Bette Midler, Julio Iglesias, Phil Collins en Bonnie Raitt. Meerdere van zijn liedjes werden ook weerhouden voor soundtracks van tv-series en films. Het populaire tv-programma ‘American Idol’ koos zijn song “Only Love” als één van de top 20 nummers voor hun songschrijverswedstrijd in 2008. Die song staat nu ook op zijn debuutplaat als soloartiest. “I Will Still Be Me” heet die plaat die uit tien songs bestaat die hij ofwel helemaal alleen of met hulp van co-writers (o.a. zijn vrouwtje Windy Wagner) heeft neergepend. Symfonische, melodieuze en erg hedendaagse pop- en rockliedjes die stuk voor stuk over een behoorlijke portie hitparadegevoeligheid beschikken. Zijn muziek heeft enkele Beatlesinvloeden ondergaan en zijn liedjes en vooral zijn stem doen me meermaals aan Cliff Richard denken, o.a. in het nummer “She Is”, in “Innocent Poison” en in de titeltrack “I Will Still Be Me”. Andere nummers die voor ons nog eens door de speakers mogen zijn “Shine”, “Rain”, “Enemy Within” en “The Long Road”. Wie houdt van gesofisticeerde, goed opgebouwde en mooie melodieuze popmuziek zal met dit album zijn gading zeker vinden. Anderen vinden de sound van deze cd misschien wat te gepolijst. De productie van de plaat werd door Ken Stacey zelf verzorgd en is zeer professioneel uitgevoerd. We denken niet dat hij met deze plaat uit is op ruimere naambekendheid of eeuwige roem maar zijn ei heeft hij zeker kunnen leggen en aan zijn capaciteiten om moderne popsongs te schrijven twijfelen wij alvast niet.
(valsam)


 

 

JUDE JOHNSTONE
MR. SUN
Website Myspace Contact
Label : BoJak Records
Info: Powerfinger Promotions
CD-Baby

 

Toen we begin vorig jaar de cd “Blue Light” van Jude Johnstone bespraken waren we al lichtjes enthousiast over de kwaliteiten van deze dame die zich gespecialiseerd heeft in jazzy en bluesy muziek en hoogstaand pianospel, aangevuld met passioneel en emotioneel zangwerk. Deze Californische artieste is uitgegroeid tot een stevig gevestigde naam in de hedendaagse muziekscène, niet in het minst omwille van het feit dat vele van haar liedjes inmiddels door grote namen in de business gecoverd werden. Zo kennen we “Hold On” in de versie van Emmylou Harris op haar recentste cd “All I Intended To Be”, Stevie Nicks coverde “Cry Wolf”, Bonnie Raitt deed hetzelfde met “Wounded Heart”, Jennifer Warnes nam een bloedstollende versie op van “The Nightingale”, Bette Midler coverde “The Girl Is On To You”, Trisha Yearwood koos voor eigen versies van “Hearts in Armor” en “The Women Before Me” en Johnny Cash plaatste “Unchained” op zijn gelijknamige cd uit 1997 waarmee hij toen een Grammy Award kon binnenrijven. Het moge derhalve duidelijk zijn dat wij met grote belangstelling uitkeken naar de nieuwste eigen plaat van Jude Johnstone die onder de titel “Mr. Sun” is verschenen. Nergens op dit album wordt ons reeds grote vertrouwen geschaad. Elke song heeft zijn eigen emotionaliteit, zijn eigen prachtmelodie en zijn eigen schitterende vocale interpretatie door deze rasartieste. Zij levert haar handelsmerk af op elk liedje dat we op dit schijfje mogen aanhoren. En wellicht zullen meerdere van deze songs ook later weer op een interpretatie door andere sterren mogen rekenen. Sterke ritmische melodieën vormen de basis van elk nummer en de muzikale inbreng van enkele topmuzikanten voor dit album zal daar niet vreemd aan zijn. Zo ontwaren we Braziliaanse invloeden in de catchy upbeat mambo-titeltrack “Mr. Sun” en kunnen we samba dansen op de tonen van “Over Easy”. Ook prachtige ballads maken deel uit van “Mr. Sun”. Zo is de songs “Don’t Tell Me That It’s Over” één van de absolute hoogtepunten van de cd. De wanhoop en de angst om de zo begeerde liefde te verliezen druipen van dit nummer af en alles moet al goed zitten in het eigen liefdesleven om niet meegezogen te worden in het verdriet van de zangeres bij dit nummer. Nog meer tranen en liefdesverdriet in het liedje “Sunday Evening” waarbij Stephen Bishop bloedstollende backing vocals verzorgt. Gelukkig volgt daarna opnieuw pure romantiek en een hart onder de riem van de believers in de ware liefde in het liedje “When My Ship Comes In”. En ook in één van de volgende tracks “Winding Back My Heart” zijn tekstueel poëtische hoogstandjes te beluisteren. Tussendoor kan je nog genieten van enkele perfecte jazz-liedjes zoals “Echoes Of Blue”, “Baby, Don’t You Call My Name” en “So Bad” dat een vleugje Norah Jones in zich heeft. Tenslotte nog een pluim voor de cd-afsluiter “One For Us” dat dienst kan doen als de bijna perfecte “break-up” song. Over deze cd hoef je niet te twijfelen als je van haast perfecte songs houdt: gewoon aanschaffen en genieten.
(valsam)


NAPPY BROWN (10/12/1929-9/20/2008)
Op zaterdag 20 september j.l is de soulblues legende Nappy Brown overleden. Negenenzeventig jaren is Napoleon Brown Culp alias Nappy Brown geworden. Nappy’s doorbraak kwam pas halverwege de vijftiger jaren tot stand, nadat hij als R&B artiest bij het Savoy-label werd ondergebracht. Met het nummer 3Don’t Be Angry" brak de zanger definitief door en met die song bereikte hij zelfs nr. 2 in de American Billboards. Ondanks dat Nappy als schrijver verantwoordelijk was voor het overbekende nummer 3The Night Time Is The Right Time" was het Ray Charles die in 1958 een enorme hit scoorde met het nummer. "Long Time Coming" is zijn laatste album en dateert uit 2007.

 

 

 

NAPPY BROWN
LONG TIME COMING
Myspace
Label: Blind Pig Records
Distr.: Parsifal VIDEO

 

Nappy Brown, de artiestennaam van Napoleon Brown Culp, die in de jaren 50 bekend geworden is met zijn gospel en soul muziek, denkt nog niet aan stoppen. In de jaren 50 werd Brown één van de belangrijkste namen in de soulmuziek, met de hit "Don't Be Angry" (1955), waarmee hij de tweede plaats bereikte in de Billboard Charts. De volgende vier jaren verscheen hij nog regelmatig in deze charts met een imposante lijst van hits zoals : "Pitter Patter" in 1955, "It Don't Hurt No More" in 1958 en "I Cried Like A Baby" in 1959. Het nummer "Night Time Is the Right Time" werd door hem geschreven en opgenomen in 1954, een song die later een hit zou worden voor Ray Charles met wie Brown later tourde in de zestiger jaren. De jaren 1960 tot 1970 leverden niet zoveel hits op, maar Brown bleef wel zeer actief, maar dan meer in de gospel muziek. In de jaren 80 bereikte hij een nieuwe generatie fans. Want door de herleving van de R&B, kwamen Brown's eerste releases terug op de markt via Europese albums, waardoor hij vooral succesvol kon touren in Scandinavie in 1983. In 1984, 14 jaar na zijn eerste opname tekende Brown voor het Landslide Label, hetgeen meteen resulteerde in een nieuw album "Tore Up", opgenomen samen met The Heartfixers. Hierna volgde nog tal van opnames waardoor we kunnen zeggen dat Brown, de nu 78-jarige muzikant, reeds een zeer vol en zeer actief leven geleid heeft. Het nieuwe album "Long Time Coming" is een speciale plaat geworden met bijdrage van de gitaristen Jr. Watson, Sean Costello, Bob Margolin en Kid Ramos. Dit album dat pas verscheen bevat nieuwe opnames, allemaal remakes van bestaande songs. Zowel bekende eigen hits als nummers waar hij al jaren van hield maar die hij nog nooit had opgenomen passeren de revue. Geslaagde versies zijn vooral de tracks met het vertrouwde gitaarspel van Jr. Watson in "Don’t Be Angry" en de lovesong "Give Me Your Love", met die onverslijtbare mooie stem van Nappy. Songs waarin soul en blues het best elkaar vinden, zijn vooral "Bye Bye Baby" met Sean Costello op gitaar en het nummer "Right Time", met niet alleen het gitaarwerk van Kid Ramos, maar ook het uitstekend blaaswerk van The Mighty Lester Horns. Deze plaat is zeker geen "Best Off", want naast deze prachtige nieuwe versies van Brown's R&B klassiekers "Don’t Be Angry", "That Man" en "Right Time", blijven "You Were a Long Time Coming" met misschien wel de beste bijdrage op deze plaat, hier in de persoon van harmonica speler John Németh, het rustige "Cherry Red" met "Steady Rollin' " Bob Margolin op akoestische gitaar, het bluesy "Every Shut Eye Ain't Sleepin' " en het afsluitende "Take Care of Me" een lekkere gospel die de luistenaar meteen laat denken aan Brown's gospel dagen met the Golden Crowns en the Heavenly Lights, eveneens lang in je hoofd hangen. Kortweg: Heel veel nieuwe dingen zal de doorwinterde bluesfanaat hier wel niet ontdekken, maar toch stonden er voor mij een paar dingen op die ik nog niet kende of waarvan het lang geleden was dat ik ze nog eens gehoord had. Dus als je "Long Time Coming" in je CD-wisselaar steekt heb je toch een hele tijd zeer veel feel good muziek.


 

 

 

 

 

 

12 BARS TO HEAVEN
PRESENTED BY BLUESNEWS
Label : Pepper Cake Distr. : Zyx

 

Als je op zoek bent naar een zeer gevarieerd, bluesgeoriënteerd album, dan heeft Pepper Cake hier een prachtprestatie afgeleverd. Vijfentwintig nummers van evenveel topartiesten uit verschillende stijlen en achtergronden, gebrand op twee schijfjes, maken van deze compilatie een feest. Of het nu gaat om een swingende piano boogie “In The Wee Wee Hours” van de wereldvermaarde pianist Chuck Leavell, die ooit het podium deelde met The Allman Brothers Band, Eric Clapton, The Rolling Stones en nog vele andere beroemdheden of ontluikende sterren zoals het Zwitserse Coal, opener voor Neil Young in Zurich, dat uitpakt met een stevige countryrocker ,“Unlock My Love”, à la Ryan Adams, steeds wordt je verrast door de verschillende stijlen die beïnvloed zijn door de blues. Zo hoor je gitaarvirtuozen als een Pat Travers of Walter Trout hun eigen bewerkingen brengen van de Led Zeppelinnummers “House Of The Holy” en “All My Love” en funkt en grooved het vanjewelste in Greg Koch’s instrumentale lieveling “Mrs. Buckley”. Niet voor niets is deze man demonstratiegitarist bij Fender. Slide gitarist John Campbelljohn geeft ons een oplawaai met een ware ZZ Top Texas-boogie in “Sydney Steel en het singer-songwriterfront wordt sterk verdedigd door een intieme Al De Loner in de trage, melancholische ballade “If I Had Wings” en een soulvolle Anders Osborne in “Spotlight”. De Duitse Henrik Freischlader spreidt al zijn talenten tentoon in het tussen Gov’t Mule en Stevie Ray Vaughan zwevende “The Blues”. Het zwaarder, hard rockende werk wordt overgelaten aan Steve Fister die er op los soleert als de beste Ted Nugent in “True Grit”. We hebben de hemel bijna bereikt en met Toto zanger-gitarist Steve Lukather, die zijn hoogste vocalen moet bovenhalen om een ongenaakbare Robert Plant bij te benen in zijn versie van Led Zeppelin’s klassieker “Rock And Roll” gaan we zelfs de sterren voorbij. Natuurlijk komt de pure rootsblues ook aan bod en er is geen beter medicijn dan “I Don’t Need No Doctor” van The Blues Band, met zanger Paul Jones van Manfred Man, die ons nog weet te ontroeren in een intieme, soulvolle versie van Ray Charles ‘s “Tell Me What You Want Me To Do” . Zo belanden we in de swamps van New Orleans met het stampende en met snerende slideklanken opgeluisterde “Mississippi Queen” van een John Campbelljohn die zijn ogen niet kan afhouden van een dansende cajun lady aan boord van dit schip. Pepper Cake gunt ons vijfentwintig nummers lang afwisselend speelplezier om in één ruk te beluisteren. We hebben hier wel geen Highway 61, maar doe je ogen dicht en ik verzeker je dat deze “12 Bars To Heaven” je nog veel verder zullen brengen.
Blowfish

TRACKLIST
CD 1
Chuck Leavell – In The Wee Wee hours
Pat Travers- Houses Of The Holy
Coal - Unlock my Love
Rudy Rotta - Just Another Man
Mark Selby - Baby I Do
Henrik Freischlader - The Blues
Greg Koch - Mrs. Buckley
Steve Fister - Foolin Me
John Campbelljohn - Sydney Steel
The Blues Band - I don‘t Need No doctor
Anders Osborne - Back On Dumaine
Al Deloner - Wintersong
CD 2
Mark Selby - I Should Know Better
Walter Trout - All My Love
Chuck Leavell - Tumbling Dice
The Blues Band - Tell Me What You Want Me to Do
Rudy Rotta - Hear What I‘m Sayin
The Blues Blend - When Daylight Comes
Al De Loner - If I Had Wings
Anders Osborne - Spotlight
Henrik Freischlader - Is It Right
Steve Fister - True Grit
Steve Lukather - Rock and Roll
John Campbelljohn - Mississippi Queen
Greg Koch - Stormy Monday


 

 

 

THE HEISE BROS.
III: THE RETURN OF …THE HEISE BROS.
Website Myspace
Label : CTL Records CD-Baby

 

Het was nog maar een paar weken geleden dat we het album “Buried In The Backyard Of My Heart” van de groep ‘The Hit & Mrs.’ op deze site van een recensie mochten voorzien. ‘The Hit & Mrs.’ waren de broers Nelson en Robert Heise die samen met zangeres Stacie Archer een triootje …vormden. De broertjes uit Columbus, Ohio zijn bijzonder actieve bijen want nu kregen we alweer een nieuwe vrucht van hun noeste arbeid. Deze keer onder de naam ‘The Heise Bros.’ en het cd-tje “III: The Return of …The Heise Bros”. Dit is hun derde full-album na “The Continuing Saga Of The Heise Bros.” en “Listen & Learn With The Heise Bros.” Hiermee wordt de muzikale trilogie volledig gemaakt. Voor dit schijfje verzamelden ze elf nummers die geïnspireerd waren op de dingen die hen in het afgelopen jaar waren overkomen. Nelson werd vader van een dochtertje die de naam Paige Susan Heise kreeg. Die gebeurtenis was de aanleiding tot de liedjes “Call My Shoulder Your Home” en “The Presence Of Paige”. De moeder van zijn kind kreeg ook een eigen song aangeboden met “That’s The Least I Can Do”. Oorspronkelijk waren The Heise-broers van plan om een christelijk geïnspireerde plaat te maken om zo van de opflakkerende golf van spiritualisme in Amerika mee te kunnen profiteren. Maar al gauw bleek dat enkel het liedje “Praise Jesus” voor dit doel geschikt was. Ook de problemen in de dagelijkse wereld werden niet over het hoofd gezien en leidden tot de song “Home For The Holidays”. “Lemon” is dan weer een aanklacht op al de kunstmatig gecreëerde popsterretjes die niet kunnen zingen maar eerder voorbestemd zijn om in de gespecialiseerde boekjes te paraderen met hun pseudo sensationele levensverhalen. Ook hun eigen muzikale voorbeelden werden niet vergeten. Zo inspireerde Tom Waits hen tot het schrijven van het prachtige liedje “Hennepin & 7th St.” en de Beatles werden vereerd in het nummer “Satisfy”. De afsluitende song “Emeralds In Her Eyes” werd geschreven voor hun overleden moeder en is een wens van de broers waarin ze hopen dat mama trots moge wezen op hetgeen haar zonen tot nu toe verricht hebben op deze wereld. De muziek die ze voor al deze liedjes hanteren is indie pop en catchy gitaarrock met hier en daar een vleugje soulklanken erin verwerkt. “Mrs.” Stacie Archer drumt ook hier vlotjes mee op zowat de helft van de nummers terwijl de broers alle andere instrumenten voor hun rekening namen. “III…The Return Of … The Heise Bros.” gaat helemaal niet over de terugkeer van de gebroeders Heise want ze zijn eigenlijk nooit echt weg geweest van de actuele popscène. Een recensent schrijft: “Kinks meet Velvet Underground meet Cracker” en daarmee is perfect omschreven wat je hier te wachten staat: een heel leuke plaat.
(valsam)


 

 

KELLY’S LOT
THE LIGHT
Website Myspace

 

Het uit Los Angelos afkomstige Kelly’s Lot noemt zichzelf een roadhouse rockin’ bluesband. ‘The Light’ is reeds hun vijfde cd. Het spilfiguur van de groep is zangeres Kelly Zirbes. Deze mooi ogende dame heeft een stevige rockstem. De muziek van Kelly’s Lot bestaat grotendeels uit stevige rockgitaren, retestrakke drums en sax. De bandbezetting is in de 8 jarige geschiedenis geregeld veranderd. Heden bestaat ze uit Kelly op vocals, Rob Zucca en Perry Robertson op gitaar, Mark Drews op bas, Sebastian Sheehan op drums en Bill Johnston op sax. Op 2 nummers, ‘Tired’ en ‘The light’ wordt er een gastharmonicaspeler ingehuurd. Deze nummers hebben daardoor een bluesy karakter. De andere 8 nummers zijn stevige rockers te noemen die ook eind jaren 60 of 70 hadden kunnen opgenomen worden. Wie een bluesalbum verwacht zal ontgoocheld zijn. Misschien dat hun eerder werk een hoger bluesgehalte had. Voor rockliefhebbers zijn er wel hapklare brokken met o.a. het mooie ‘Green Toads’ en met een boodschapvoorziend ‘Say Yes To Life’. Deze band heeft in haar thuisland een goede live reputatie. Begin mei van dit jaar was deze groep in België op tournee. Zij plannen voor 2009 terug een tour in Europa. Ondanks dat de cd niet volledig overtuigd, wil ik deze band zeker eens gaan bekijken in het clubcircuit. Misschien dat zij dan beter uit de verf komen.
Bootsy Lester


 

 

 

 

DOUBLE BARREL BLUES BAND
DOUBLE WHAMMY BLUES - ROUGH AND TOUGH
Website Myspace VIDEO

 

Viriele mannen met de gitaar omgord maken sowieso indruk en nog meer als zij hun krachten en talent bundelen Live of op plaat. Wat je op dit Whammy bluesalbum van de New Yorkse Double Barrel Bluesband hoort is zowel ‘rough and tough’ als bij wijlen delicaat. Centraal staat gitarist Mark Cloutier, door jan en alleman plus Pers gelauwerd om zijn magistraal gitaarspel. Drummer Garnet Grimm, met aanstekelijke beat, moet niet onderdoen voor de drie gitaarhelden want ook hij kan bogen op jarenlange drumexpertise in het New Yorks clubcircuit. Marc Cloutier met zijn vaardige gitaarvingers maakte in datzelfde circuit naam als quasi viersterren gitarist toen hij nog in de ‘Dirty Pool’ Band speelde. Zowel solo als nu in de Double Barrel Bluesband valt zijn gitaarsound op. In ‘Tin Pan Alley’ bijvoorbeeld hoor je hoe hij als vanzelfsprekend imponeert zonder het geluid op te drijven. Hetzelfde bij John Hart met zijn ‘slide’ gitaartechniek. De gitaristen zijn dermate bedreven alsof zij ooit in een ‘Masters’ Klas gezeten hebben waar B.B. King, Freddy King, Hubert Sumlin en Jimi Hendrix de professoren waren. Tussen de energieke blues van het enthousiaste soort plaatsen zij enkele rustpunten. Het intimistische instrumentale ‘So Beautiful’ zou je kunnen weerhouden voor de muzikale intrede van een eerste communicantje in de Kerkkapel. Behalve het geleende en bewerkte materiaal, combinatie van traditionele blues, bluesrock en rockabilly van het Wang Dang Doodle genre, brengt de band ook vier originele eigen nummers. Vooral ‘Flipping and Flapping’ is heel geslaagd door de combinatie van het fijner gitaarwerk en de basgitaar van Bill Satterly. En ‘If You Find I’m Gone’ huppelt aanstekelijk ritmisch als een nummer in een jogging pakje. De Double Barrel Blues Band is zo’n band die je Live moet bezig zien, wat gerust een avondlang mag duren. Door hun secure songselectie en de afwisseling in bluestempo’s zullen zij alleszins geen minuut vervelen, zoals ook dit Double Whammy album lekker swingt en ‘bluest’ van begin tot einde.
Marcie


 

 

OLIVER BUCK & THE NEW MADRIDS
PRODIGAL SON
Website Myspace Contact
Label : Cuyahoga Records

 

“Prodigal Son” is de nieuwste cd van Oliver Buck & The New Madrids, zijn recent opgerichte begeleidingsgroep bestaande uit zijn vrienden Adam Rich (bas) en Ernie Richmann (drums). Oliver Buck woont in Cleveland, Ohio, een oord dat gekend is als kweekvijver voor muzikaal talent. Beginjaren negentig begon Buck als muzikant in een groep genaamd ‘Percival’ waarmee in 2006 een eerste en ook laatste cd werd opgenomen die geproduceerd werd door Ryan Adams. Daarna was het alweer snel voorbij voor deze band. Oliver Buck besloot om het in zijn ééntje te proberen en bracht in 2007 een akoestisch debuutalbum uit getiteld “Rust Belt Blues”. Maar met deze band ‘The New Madrids’ krijgen zijn zelfgeschreven liedjes op “Prodigal Son” een meerwaarde en het geheel maakt de plaat ook veel gemakkelijker beluisterbaar. Universele onderwerpen als liefde, leven, verlangen, verlies, verdriet en hartzeer komen stuk voor stuk aan bod in de twaalf songs op “Prodigal Son”. Met het swingende countryrocknummer “Once Round The Sun” wordt behoorlijk vrolijk afgetrapt waarna meteen plaats geruimd wordt voor het liefdesverdriet om een verloren geliefde in “Sitting On Top Of The World”. Oliver Buck heeft veel geluisterd naar muzikale voorbeelden als Steve Earle, John Hiatt, Merle Haggard en Townes Van Zandt. Dat blijkt althans uit meerdere stijlequivalente liedjes op deze plaat. De overheersende sound is Americana met folk, alt.country en bluesinvloeden. Oliver Buck heeft een typisch stemgeluid dat zeer herkenbaar is en in een aantal liedjes aan Lyle Lovett herinnert. Het album werd zo goed als live opgenomen en ook dat komt de algehele sound ten goede. Liedjes als “Milwaukee”, “The Prodigal Son”, “Caroline”, “Mister Wrong” en “Saint Joseph Serenade” zijn knapgeschreven en muzikaal ook sterke hedendaags klinkende songs. Wij denken dat Oliver Buck met het liedje “Troubadour Life” op de autobiografische toer is gegaan en zijn vele omzwervingen doorheen Amerika heeft proberen samen te vatten in één liedje. Het album “Prodigal Son” is heel beperkt in zijn instrumentatie en lijkt bij momenten eerder akoestisch van opbouw te zijn. Toch is de rijkere sound die door ‘The New Madrids’ aan de liedjes subtiel wordt toegevoegd een verrijking voor het geheel. Oliver Buck is een talent dat om bevestiging vraagt. We denken dat hij nog wel wat songs in de lade liggen heeft om klaar te stomen voor een derde full-cd. Wij tonen ons zeer geïnteresseerd.
(valsam)



 

 

 

 

 

LAMBCHOP
OH (OHIO)
Website Myspace Contact
Label: City Slang Distr.: V2 Records

 

 

“OH” is de titel van de nieuwste en tiende studioplaat van Lambchop, de succesformatie rond singer-songwriter Kurt Wagner uit Nashville, Tennessee. De titel is geen uitroep van verbazing maar wel de gebruikelijke afkorting van de Amerikaanse staat Ohio. Lambchop heeft geen vaste groepsbezetting maar varieert vaak tussen de 10 en 20 muzikanten. Voor “OH” heeft Kurt Wagner zich beperkt tot een selectieve verzameling topmuzikanten: Tony Crow, Jonathan Marx, Alex McManus, Scott Martin, Ryan Norris, Matt Swanson, William Tyler en Deanna Varagona. Aan het concept is echter nauwelijks iets gewijzigd. Ingetogen en prachtige liedjes die onnavolgbaar door Wagner gezongen of gepreveld worden als religieuze gebeden. De nieuwe cd zal begin oktober op de markt komen in twee versies: deze cd alleen en een limited edition met een tweede cd in het hoesje met daarop 5 akoestisch gebrachte songs. De release zal vergezeld worden van een uitgebreide tournee die Lambchop ook opnieuw in de AB in Brussel zal brengen op zondag 26 oktober. Rootstime zal er zeker bij zijn en plichtsgetrouw een concertverslag brengen op deze pagina’s. Waar we alvast zeker van kunnen zijn is dat dit optreden zoals steeds op een hoog niveau zal plaatsvinden en dat het talrijke publiek weer innig genietend aan Kurt Wagner’s lippen zal hangen. Want “OH” is alweer een schitterende plaat geworden met elf prachtverhalen die aan Wagner’s brein ontsproten zijn. Kamerpopsongs in een sfeer van folk en country en helemaal in de stijl van vorige albums als “Nixon”, “Is A Woman” en “Damaged”. All-time producer is ook nu weer Mark Nevers die als geen ander weet hoe hij het typische vintage Lambchop-sausje over deze liedjes moet spreiden. Het hoesje van deze cd heeft ook een eigen verhaal. Het schilderij werd door Kurt Wagner zelf gemaakt maar het duurde 7 jaar vooraleer het af was. Songs schrijven gaat hem dus veel vlotter af (en doet hij volgens ons ook veel beter dan schilderen). De liedjes op dit album hebben opnieuw die typerende betovering in zich die het handelsmerk van Lambchop is geworden. Ze worden op een even typische wijze door Kurt Wagner met zijn soulvolle baritonstem ingezongen. De sobere maar hemels mooie muzikale begeleiding zorgt voor haast irreëel mooie momenten die elke echte muziekliefhebber moeiteloos omver kunnen blazen. “Slipped Dissolved And Loosed”, “I’m Thinking Of A Number (between 1 and 2)” en het voor Lambchop’s doen zeer swingende “National Talk Like A Pirate Day” zijn maar enkele van de elf hoogtepunten op “OH”. Dat Kurt Wagner ook voldoende cynisme en grappigheid in zich heeft bewijst hij met songtitels als “Sharing A Gibson With Martin Luther King Jr.” en “Popeye”. Maar ook zuivere ernst komt aan bod in liedjes als “A Hold Of You”, “Of Raymond”, “Please Rise” en de enige coversong op deze cd “I Believe In You”. Opvallend is de sprankelende frisheid van alle songs op “OH” waarmee Kurt Wagner lijkt te willen aangeven dat hij nog lang niet uitgezongen is. Wij zetten dit album alvast bij in onze speciale kast met memorabele meesterwerkjes want zelfs binnen het totale oeuvre van Lambchop zal dit na verloop van jaren één van hun allerbeste platen blijken te zijn.
(valsam)

LAMBCHOP LIVE

ZONDAG 26 OKTOBER 2008, AB BRUSSEL