JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008
EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
THE BUCKETS - SOD
RAPHAEL WRESSNIG & ALEX SHULTZ - DON'T BE AFRAID TO GROOVE
VARIOUS ARTISTS - PUTUMAYO PRESENTS WOMEN OF JAZZ
CAMERON LATIMER - FALLEN APART
VARIOUS ARTISTS - THE IMUS RANCH RECORD
EASTON STAGGER PHILLIPS (ESP) - ONE FOR THE DITCH
CHRIS ECKMAN - THE LAST SIDE OF THE MOUNTAIN
TISH HINOJOSA - OUR LITTLE PLANET
JOHN LEE HOOKER JR. - ALL ODDS AGAINST ME
STEVE WYNN - CROSSING DRAGON BRIDGE

THE
BUCKETS
SOD
Myspace CDBaby
Het
kan er soms raar aan toe gaan in de muziekwereld. The Buckets, momenteel opererend
vanuit San Francisco en vroeger uit Boston namen reeds een aantal cd's op, maar
enkele daarvan verschenen nooit. Ze hadden een aan/uit relatie om het zo te
zeggen, met veel bezettingswissels en re-starts. Deze "Sod" bijvoorbeeld
is opgenomen in 2002 en ziet nu pas het daglicht. Ondanks dat hou ik van hun
muziek. Ze maken een (apart) soort alt.country waarin we invloeden van Tom Petty,
Jayhawks en Subdudes bespeuren. Hun sound is wat eigenzinnig, de meeste songs
worden geschreven door Earl Butter, die ook hoofdzakelijk de vocals voor zijn
rekening neemt, samen met accordeoniste en keyboardspeelster Merla. Het is door
haar bijdrage en de steelgitaar van Gunter Storckelson dat de sound van The
Buckets me vaak wat herinnert aan de Subdudes. Veel songs hebben een sobere,
eenvoudige opbouw, hetgeen ervoor zorgt dat de teksten extra aandacht krijgen.
"On The Wagon" is een mooie song, met zijn repetitief riffje dat onder
je huid kruipt, en zoals op de meeste songs zijn het die accordeonaccenten die
het voor mij maken. Het korte, vrolijke "We Can't Get Drunk" is door
zijn tekst en de spontane studiovrolijkheid die er van uitgaat onweerstaanbaar
ontwapenend. De close harmonie die ontstaat in de samensmelting van Earl's en
Merla's stem maken van een simpele song als "Papa Gene's Blues" toch
ook weer een aparte belevenis. In "Brown Dove" bouwt langzaam de spanning
op, Gunter's steelgitaar combineert heerlijk met de accordeon en Earl's "telefoon"
vocals geven het geheel aanvankelijk een dreigend sfeertje, tot wat mooie close
harmony aan het eind wat verlichting brengt. De afsluiter "The Boy I Used
To Work With" is nog zo'n knappe song waarin de stemmen van Earl en Merla
en haar accordeon opnieuw voor het mooie weer zorgen. Eenvoud kan soms zo mooi
zijn.
(RON)

RAPHAEL
WRESSNIG & ALEX SHULTZ
DON'T BE AFRAID TO GROOVE
Label: Pepper Cake
Distr.: ZYX
VIDEO 1 VIDEO
2

Raphael
Wressing.
Hij moet zowat de man zijn die het meest op Belgische bluespodia te vinden was
de laatste paar jaren, zelfs op momenten wanneer je hem niet direct verwacht,
zo stond hij ook bij Larry Garner achter de toetsen toen deze de Muziek-O-droom
aandeed dit jaar. Maar ook op het Duvel festival, Rootstown en Gevarenwinkel
was hij te zien. Een bijzonder innemende en actieve kerel dus en niet alleen
op gebied van live optredens. Nog maar een vijftal maanden geleden zag zijn
vorige cd het daglicht "Cut A Little Deeper In The Funk" uitgebracht
met zijn Organic Trio. Nu is er reeds een opvolger, samen met Alex
Schultz, onder meer ex - Mighty Flyer en zeker één
van Europa’s topgitaristen, brengt hij “Don’t Be Afraid To
Groove” uit. Het is een echt meesterwerkje geworden met tien instrumentals,
geschoeid op een soul, blues en funk leest. Het komt erg dicht in de buurt van
wat de Booker.T of King Curtis ons vroeger brachten. De Hammond B3 van Raphael
staat samen met de gitaar van Alex in de hoofdrol, daarbij sterk ondersteund
door Sax Gordon en Christian Bachner op sax en drummer Lucas Knöfer. Het
Stax/Soulsville soundje dat ze hier neerzetten klinkt heerlijk, dit is een echte
“good time” record. Na als gast te zijn opgetreden op “Boom
Bello” was ’t al zeker, hier moest een full cd - samenwerking op
volgen. Nooit klonk Raphael zo soulvol en bluesy, wat vooral te danken is aan
Alex bluesy gitaarspel. De songkeuze is eveneens perfect. Earl King’s
“Mama & Papa” is een beresterke opener, met een New Orleans
groove. Dat gaat in dezelfde lijn verder met een relaxte Isley Brothers funk
“It’s Your Thing”. Marvin Gay’s “What’s
Going On” is het perfecte vehikel voor die “smooth” gitaar
van Alex, een instrumental om duimen en vingers af te likken. Hierbij krijg
ik dat zelfde lekker luie zomergevoel wat ik ook in “Groovin” van
de Rascals terug vind. ”I wish I Knew”, de onbekendere Billy Taylor
song is terug ontdekt precies, want onlangs zette Derek Trucks hiervan nog een
uitstekende versie neer, maar deze mag er ook zijn. Het meest jazzy nummer is
“Jimmy McGroove”, een eerbetoon van Micheal aan zijn grote voorbeeld
Jimmy McGriff, terwijl het tweede nummer van eigen hand “Road To Detroit”
dan weer een tribute is aan de echte Stax en Memphis muzikanten. Raphael kruipt
in de huid van Booker-T terwijl Alex het Steve Cropper geluid voor zijn rekening
neemt…prachtig. Wat dan nog volgt is zo mogelijk nog sterker, we blijven
even in Memphis met Al Green’s “Let’s Stay Together”
in een werkelijke magistrale instrumentale versie. Het bijna vergeten “Turtle
Wax” van Lou Donaldson volgt daarna, en als uitsmijter Stevie Wonders
beste song uit zijn beste lp, “As” (Always) uit “Songs In
The Key Of Live”, hier door beide heren hersmolten tot de “perfect
groove”, duidelijk met Alex Schultz in topvorm. Daar kunnen we maar één
ding op zeggen: As always, they were not afraid to groove!
(RON)

VARIOUS
ARTISTS:
PUTUMAYO PRESENTS WOMEN OF JAZZ
Label: Putumayo World Music
Website VIDEO
Het parcours
dat jazzzangeressen in de mannelijke muziekbusiness en jazzwereld moesten volgen
was niet altijd met rozen bezaaid. Eigenzinnige willekeur van de hen omringende
raadgevers, managers en tourorganisatoren maakten de vrouwelijke wensen meestal
ondergeschikt. Inmiddels is daar gelukkig verandering in gekomen en zelfbewuste
jazzartiesten als Cassandra Wilson, Madeleine Peyroux en nieuwkomer Stacey Kent
braken door zonder al teveel van hun persoonlijkheid te moeten inleveren. Dat
Putumayo in hun collectie van sensitieve jazzzangeressen ook deze drie namen
opnam is extra meegenomen, want hun songs zijn inmiddels zeer herkenbaar. In
deze compilatie brengen namelijk tien verschillende zangeressen uit Amerika
en Canada in elk hun eigen stijl songs die ver in de tijd teruggaan. Songmateriaal
dat dateert uit de jaren 1920, 1950 of 1980 krijgt een fris nieuw kleedje aangemeten.
Zo zingt Stacey Kent de jazzklassieker ‘Shall We Dance’ dat ooit
via de Broadway musical ‘The King And I’ een hit werd en nu nog
opduikt in de gelijknamige film met Richard Gere. En Madeleine Peyroux herwerkt
een oude song van Leonard Cohen, het poëtische ‘Dance Me to the End
of Love’. De andere zangeressen zijn eveneens doordrongen van oude en
nieuwe jazzinvloeden. Sophie Milman, in 2007 winnares van een Juno Award, voegt
gipsy jazzritmes toe aan haar ‘Lonely in New York’ met violist en
swingende hoornblazers als gezellen. Jennifer Hartswick, zangeres en trompettist,
die nog in een Jam Band speelde, hertovert gevoelvol ‘Lover Man’
zonder daarbij Billie Holiday te imiteren. En ook Kate Paradise’s ‘Mean
to Me’ is een topnummer, door die combinatie van zware contrabaslijnen,
sprankelende piano en de elegant gezongen lyrics. In de bijgevoegde tekst kan
je lezen hoe alle tien zangeressen van kindsbeen af gelokt werden door de oude
jazzsound die zij in de uitbouw van hun eigen carrière moderne glans
gaven. Sommigen startten als straatmuzikant of zongen in een koor, anderen in
een jazzkwartet, doo-wop groepje, combo of bigband. Interessant dus om hun verschillende
bio’s te lezen. Etta Jones, die al in de jaren 1950 stond te swingen en
het publiek veroverde met haar Rhythm’n & Blues, genre Cab Calloway,
is de oudste. Hier brengt zij meer ingetogen de bluesballade ‘Since I
Fell for You’. Cassandra Wilson is vandaag wellicht de meest bekende.
Als jazzvocaliste met haar repertorium van jazzstandards, bebop en Mississippi
blues is zij reeds lang een ster aan het jazzfirmament die ook overdag schittert.
Met haar lichtelijk hees stemtimbre geeft zij aan ‘Lover Come Back To
Me’ een swingende verzuchting, waarbij de pianoritmes en trompetsolo alles
ironisch lijken te relativeren. Het Putumayo Label is erin geslaagd de originaliteit
van alle vocalisten goed te belichten. Stuk voor stuk konden deze sensuele ‘Woman
of Jazz’ hun persoonlijkheid in hun song uitdrukken. Het geheel kreeg
weerom een mooi illustratief hoesje waardoor deze Jazz Diva’s uit Noord-Amerika
ook kunstvol worden omhelsd. Putumayo’s slagzin ‘Jazz meets acoustic
pop’ is terecht, want dit album biedt herfstachtige schoonheid en rust
waar doorheen alle romantische naturen kunnen drentelen of wandelen.
Marcie
Tracklist:
Melody Gardot • Goodnite
Madeleine Peyroux • Dance Me to the End of Love
Cassandra Wilson • Lover Come Back To Me
Sophie Milman • Lonely in New York
Hope Waits • I'll Be Satisfied (zie video)
Kate Paradise • Mean to Me
Jennifer Hartswick • Lover Man
Stacey Kent • Shall We Dance?
Della Griffin • It Could Happen to You
Etta James • Since I Fell for You

CAMERON
LATIMER
FALLEN APART
Myspace
Label: Black Hen Music
Distr.: Continental Records / Munich
Records
Cameron
Latimer toerde vroeger met Dustin Bentall en Ridley Bent en dit onder de naam
"The Bottle And The Truth". Maar ik gok dat elke alt.country liefhebber
dat weet. Met deze twee maakte hij ook platen, evenals met Barney Bentall, met
wie hij zijn bijdrage bracht in diens "Grand Cariboo Opry". Misschien
is Latimer u wel bekend voor zijn bijdrage bij de groep The Seams, met wie hij
hun debuutplaat "Castaway Motel" in 2004 uitbracht. Daarom wel bekend
bij de liefhebber, maar een minder breed gedragen succes, althans in vergelijking
met de reeds bovenvernoemde artiesten. Tot zover had ik het ook nog gevolgd.
De vanuit Vancouver komende singer-songwriter komt nu aandraven met zijn solodebuut,
"Fallen Apart", en het mag al dadalijk gezegd worden, op deze plaat
speelt Latimer geen nootje verkeerd. Vakmanschap is meesterschap, of hoe luidde
die reclame ook alweer? Maar op zich staat dat nog niet garant voor een sprankelende
schijf. Nadat Dustin Bentall en Ridley Bent hun albums uitbrachten, is het nu
de beurt aan Latimer, die voor zijn eerste schijf koos voor het Black Hen label,
en wederom wordt duidelijk waarom "The Bottle And The Truth" zo’n
fijne band is geweest. Ook Cameron Latimer toont aan dat hij op eigen benen
een bovengemiddelde songwriter is. "Fallen Apart" is ingetogen, soms
melancholisch en altijd bijzonder smaakvol. Het kader wordt door Latimer vrij
breed gehouden en het gaat zo nu en dan ook meer de popkant uit, zoals het nummer
"Who Shot My Paw", een song die hij samen schreef met Dustin Bentall
of "Heartbreaker" een song die hij schreef met zijn Seams-maatjes
Adam Dobres en Rueben Degroot. Zowel qua thematiek als muziek kunnen we Latimer
in de typische roots/country hoek plaatsen, al is deze plaat zeer gevarieerd.
Elliot Smith, Django Reinhardt, Lyle Lovett en Jeff Tweedy zijn hoorbaar zijn
grootste invloeden. Voor "Fallen Apart" riep Latimer de hulp in van
drummer Pat Steward (Bryan Adams, Matthew Good) bassist Rob Becker (Colin James),
gitarist Adam Dobres (Daniel Lapp, Outlaw Social) en producer Johnny Ellis (Barney
Bentall, Dustin Bentall, Ridley Bent), die onmiddellijk zijn hoofdrol opeist
in het openingsnummer "Empty Saddle" met zijn mooie pedal steel bijdrage,
een nummer dat een onderhuidse spanning bezit en die soms zelfs een beklemmend
gevoel oproept, natuurlijk goed voor een flinke walm van melancholie. De titeltrack
is ook één van de prijsnummers op dit album. Dit nummer vat perfect
samen waar Cameron Latimer voor staat. Meeslepend, gedoseerde opbouw en toch
groot, singer-songwriterstuff om van te snoepen. Het is hiermee ook de meest
groteske track van het album, met name gevoed door Adam Dobres gitaarspel. Na
deze titeltrack heeft Latimer nog fantastische songs in petto, met de ingetogen
nummers "Division Day", "The Beach House en "Hayfield",
dromerig en Latimer vocaal op zijn best, en dit naast een meer rockende song
"Gin Train" tot het swingende "High Lonesome". Op een enkel
minder nummer na, is het toch volop genieten geblazen op dit solodebuut. De
muzikaliteit en goede smaak druipt van het album af en wat "Fallen Apart",
vooral zo sterk maakt is de tijdloosheid. Al met al is "Fallen Apart"
een hele fijne plaat die een groot en verschillend publiek zou kunnen aanspreken.
![]()
VARIOUS ARTISTS:
THE IMUS RANCH RECORD
Website
Label: New West Records
Distr.: Sonic Rendezvous
Wie zegt dat Americana niet geëngageerd is? De benefiet-compilatie "The Imus Ranch Record" bewijst het tegendeel. Het initiatief voor de verzamelaar komt van het Amerikaanse echtpaar Don en Deirdre Imus, die het New West platenlabel enthousiast wist te krijgen. Door deze CD te kopen help je namelijk een ranch waar kinderen met kanker of bloedziekten worden opgevangen, maar ook jezelf. De royalties van het album gaan inderdaad naar de Imus Ranch in New Mexico, waar deze kinderen met kanker tijdens een heerlijke vakantie even hun ziekte kunnen vergeten en kunnen kennismaken met het leven op een boerderij. Bovenal is het ook een steengoede verzamelaar. "The Imus Ranch Record" is een must have voor fans van Dwight Yoakam, Willie Nelson, John Hiatt, Lucinda Williams, Little Richard, Randy Travis, Big & Rich, Delbert McClinton, Patty Loveless, Levon Helm, Raul Malo, Bekka Bramlett en Vince Gill, want vrijwel al deze artiesten leverden exclusieve nummers af. En het zijn bepaald geen restjes waarmee ze ons opzadelen. Zoals gebruikelijk met zo'n releases gaat de CD vergezeld van een prachtig, informatief boekje, waarin de dertien songs worden onderscheiden en toegelicht door Imus die voor deze compilatie zelf de songs bij elkaar zocht en onder de bovenvermelde artiesten de volgens hem meest geschikte artiest koos. Het album bevat bekende songs als Clapton’s "Lay Down Sally", Stevie Nicks' "Silver Springs", Arthur Alexander’s "You Better Move On", Charlie Rich's "Life Has Its Little Ups And Downs" en Doug Sahm's "Give Back The Key To My Heart" respectievelijk gebracht door Delbert McClinton, Patty Loveless, Levon Helm, Raul Malo en Dwight Yoakam. Bij deze actieve singer-songwriters behoren ook Lucinda Williams, te horen in de welbekende klassieker "Mamas Don’t Let Your Babies Grow Up To Be Cowboys" en John Hiatt in het zo mooie "Welfare Music" van de Bottle Rockets. Verder bevat dit album als afsluiter Vince Gill met het nummer "A Satisfied Mind", een liedje dat Gill zong als tribute aan wijlen Porter Wagoner, en juist enkele uren opgenomen was voor diens begrafenis. Niet alleen verplichte kost voor iedere medelevende muziekliefhebber maar ook een lovenswaardig initiatief dat nog heel wat navolging verdient!
Track Listing:
Silver Springs – Patty Loveless
Lay Down Sally – Delbert McClinton
Mamas Don’t Let Your Babies Grow Up To Be Cowboys – Lucinda Williams
You Better Move On – Levon Helm
Life Has Its Little Ups And Downs – Raul Malo
I Ain’t Never – Little Richard
I Don’t See Me In Your Eyes Anymore – Randy Travis
You’ve Got To Fight For Your Right To Party – Big & Rich
What A Difference A Day Makes – Willie Nelson
Give Back The Key To My Heart – Dwight Yoakam
What Happened – Bekka Bramlett
Welfare Music – John Hiatt
A Satisfied Mind – Vince Gill

EASTON STAGGER PHILLIPS
(ESP)
ONE FOR THE DITCH
Website CDBaby
Label: Rebeltone Records
Drie
troubadours, tevens songwriters/gitaristen, die elkaar ontmoetten en mettertijd
fan van elkaars muziek worden, het gebeurt niet elke dag. Bovendien bundelden
zij hun ideeën en talenten om gezamenlijk een debuutalbum uit te brengen
onder de naam ESP. Drie dagen hadden zij daar voor nodig toen zij tijdens een
winterstorm in Girdwood, Alaska wat freewheelden, een elftal songs bijeenbrachten
en deze met de hulp van technicus Greg Benolkin vastlegden. Zij brachten deze
voor het eerst Live in Vagabond Blues in Palmer. De songs werden nadien verder
afgewerkt deels in Easton’s studio in Joshua Tree en deels in Nashville,
Tennessee, zoals Phillips’ melancholische ‘Goodbye Blues’.
Nochtans woonden de drie zangers/gitaristen niet in elkaars buurt. Terwijl Tim
Easton een echte Amerikaan is uit Californië, komt Leeroy
Stagger uit Canada en Evan Phillips uit Alaska. Deze laatste had als frontman
van ‘The Whipsaws’ al twee albums uitgebracht van het genre roots/rock,
bij hun optredens wel eens geïntroduceerd als Alaskan Rock n' Roll. Het
was op een van The Whipsaws rondreizen dat Easton & Stagger het voorprogramma
invulden. Ook Tim en Leeroy waren lang tevoren al als singer-songwriters gelanceerd,
meestal solo. Het klikte echter zodanig tussen de drie dat een gezamenlijk muzikaal
product niet kon uitblijven. Dit groeide uit tot een harmonisch akoestisch geheel
waarin er geen bijrollen zijn. Want alle drie zingen zij om beurt en begeleiden
zij zichzelf of de anderen met gitaren, orgel, harmonica, baspedalen, mandoline.
Daarbij komt nog de viool van Bobby Furgo, de contrabas van Damian Lester en
de pedalsteel van Schulman. Door de verschillende zangtimbres en -stijlen heen
hoor je ook min of meer hun voorkeuren. Allen leunen zij aan bij Townes Van
Zandt of het John Prine of Greg Brown genre. Tim Easton’s stem is eerder
schor, die van Evan lijkt wat op deze van John Denver. De songs van Stagger
hellen over naar de Bruce Springsteen verhaallijnen. Vooral zijn ‘Stormy’
en ‘Red Bandana’ pikte ik er graag uit om er de ‘repeat’
knop op los te laten. Evan’s ‘She Was Gone’ met mandoline
onthult dan weer beloken tederheid. Maar alle elf songs hebben die spontane
charme waar geboren liedjeszangers patent op lijken te hebben. In ‘Festival
Song’ sluiten zij de muzikale en spirituele rangen door hun stemmen samen
te voegen. De vriendschap van de drie artiesten werd bezegeld met een tourneeplanning
waarbij zij ook België niet vergeten. Op 31 oktober treden zij op in het
Toogenblik te Haren, waar geen enkel roots-freak zou mogen wegblijven. Ik zag
er vroeger al Tim Easton solo optreden en hem nu als één van het
driemanschap in actie zijn, is een buitenkans die ik, naast deze Cd, niet wil
mislopen.
Marcie
EASTON STAGGER PHILLIPS LIVE
31okt. 2008, Toogenblik - Brussel

CHRIS
ECKMAN
THE LAST SIDE OF THE MOUNTAIN
Website Myspace
Label : Glitterhouse Records
Distr.: Munich Records
Chris
Eckman is een man van vele projecten en inzichten. Zijn ellenlange lijst artiesten
op zijn MySpace die hem inspireren zegt voldoende. Zijn muzikale interesses
gaan zeer breed en dit maakt van hem een gegeerd producer. Hij kreeg naambekendheid
als stichter van The Walkabouts, die vooral in Europa een grote populariteit
kennen. Vandaag heeft hij als thuisbasis het Sloveense Ljubljana, waar hij in
zijn eigen Zuma studio in alle rust aan zijn composities kan sleutelen. De melancholie
van de Balkan zit Eckman als gegoten en leverde al een eerste pareltje van een
soloalbum af “The Black Field”. Vier jaar later is hij klaar met
de opvolger “The Last Side Of The Mountain”, waar wel een heel intrigerend
verhaal aan verbonden is. Op een dag kreeg hij van een vriend fotograaf een
dichtbundel van de Sloveense dichter Dane Zjac en was zo gefascineerd door diens
werk dat hij niet alleen het boek in één ruk uitlas, maar ook
de daaropvolgende dagen herlas en herlas en er zichzelf goed kon mee identificeren.
Het idee kwam in Chris op om de gedichten te vertalen en op muziek te zetten.
Tegelijkertijd was hij zo bevreesd voor dit initiatief dat hij amper contact
durfde opnemen met Zjac uit angst dat deze teleurgesteld zou zijn over de te
toch moeilijke taak de juiste nuances in de gedichten tijdens het vertalen te
bewaren. Hij besloot telefonisch een afspraak te maken om de toestemming en
de mening van de dichter over zijn plannen te vragen. Deze wilde Eckman ontmoeten
om over zijn project te praten en moedigde hem aan door te zetten. Helaas is
die afspraak er nooit gekomen omdat de Dane Zjac overleed voordat Chris Eckman
de kans kreeg voor een tête à tête. De teleurstelling was
groot bij Eckman en het vergde heel wat overredingskracht van zijn vrouw en
vrienden om toch door te gaan. Vandaag mogen we proeven van zijn geslaagde opzet.
Een songwriter is zeker nog geen dichter, maar Chris slaagde er mooi in om elk
nummer niet alleen te voorzien van een goede tekst, maar ook met de gepaste
muziek. De plaat opent met een hemels engelengezang van het “Carnice”
koor en blijft een mooi klassiek accent behouden door het subtiel inzetten van
dit koor en het “Apollon” kamerorkest. “Down, Down”
kabbelt gemoedelijk verder op het ritme van Eckman’s schurend stemgeluid
en gitaar, opgeluisterd door strijkers en zelfs luidende klokken en heeft een
heel aanstekelijk refrein dat aanspoort tot meezingen. Cryptische bewoordingen
in overvloed in “Eyes”, een typische Walkabouts song over onvergetelijke
indrukken en de symboliek van onze ogen. “Ransom” heeft een mooi
folksong randje en het lied met de sprekende titel “Who Will Light Your
Path” geeft ons dezelfde rillingen als de ware Leonard Cohen. Indrukwekkend
is ook de samenzang van Chris met de fantastische stem van de Poolse Anita Lipnicka
die vocaal in de buurt komt van een Tanita Tikaram. Een zeer mooi opgebouwd
bluesy nummer is “Stranger”, dat begint op een vluchtend gitaarritme,
met veel galm op de stem en naar het einde losbarst in intens mondharmonicaspel.
De gitaartokkel in het gevoelige “Scorpions” heeft iets van Stephen
Stills, maar de kracht put dit nummer uit de meeslepende inbreng van het Apollon
kamerorkest. Wondermooi blijven Eckman’s verstillende, trage nummers,
zoals “Hours”. Het omhullend geheel van zijn langzaam tokkelende
gitaar, het spokerige achtergrondkoortje, de zacht aanzwellende kalimba en harmonium
zorgen ervoor dat de zin “Lonesome Are The Midnight Hours” als echt
beleefd worden. Hoe kon het album mooier afgesloten worden dan met een opname
van een Sloveens gesproken gedicht, voorgelezen door wijlen Dane Zjac zelf.
Dit kan tellen als postuum eerbetoon. Chris Eckman heeft voor dit album de steun
gekregen van het Sloveense Ministerie van Cultuur en zij mogen apetrots zijn
op het resultaat. Het is nog even wachten op de releasedatum van veertien november
maar leg in ieder gevel wat euro’s opzij voor dit juweeltje vol ontdekkingen.
Anders moet de Sint maar wat vroeger op de afspraak komen.
Blowfish

TISH
HINOJOSA
OUR LITTLE PLANET
Website Myspace
Label: Continental Records
Distr.: Munich Records
VIDEO 1
VIDEO 2
VIDEO 3
Zij
nadert stilaan de twintig, haar uitgebrachte albums wel te verstaan. Zelf is
de in San Antonio, Texas, geboren folk- en countryzangeres al enige tijd de
vijftig gepasseerd, maar zij blijft erg productief. Zingen en gitaar spelen
leerde zij al als tiener en muziek werd haar levensdoel. Dat kon moeilijk anders,
want haar geïmmigreerde Mexicaanse ouders draaiden hun eigen muziek en
daarnaast pikte Tish de muziek op van de radiozenders, waaronder voornamelijk
folkcountry, pop en rock-’n-roll. Al vroeg stond zij zelf te zingen in
koffiehuizen en clubs, zowel Spaanse als Engelse songs. Ook op dit album, opgenomen
in Austin, Texas, mengt zij weer verschillende invloeden en stijlen van americana
tot bluegrass en tex-mex. Tussen de Engelse songs die zij schreef nam zij weer
twee Mexicaanse op, waaronder het mooie ‘Mi Pueblo’, waarop Carrie
Rodriguez meezingt en viool speelt. Op andere nummers neemt de viool van Richard
Bowden het over. Tish speelt zelf gitaar maar wordt zoals vanouds begeleid door
multi-instrumentalist Marvin Dykhuis, die samen met Tish medeproducer is van
dit album. Zijn gitaar, dobro, mandoline en banjo maken dat de country feeling
nog versterkt wordt. Tish die op vorige albums haar sociaal activisme nogal
eens kritisch vertolkte houdt het hier serener. Zij zingt vooral liefdesliedjes
of gepolijste levensliedjes afgewisseld met wiegelied en roadsongs. Als je in
een vorig leven gezworven hebt tussen Austin, Nashville, New Mexico en nu ook
het Duitse Hamburg, dan laat dit een zeker heimwee vermoeden naar de plaats
en tijd waar je ooit was of iemand achterliet. Dat latent verlangen schemert
doorheen de fragiele songs die zij zingt met de frisheid van een freule. Zij
verlangde ernaar om de mood van die oude countrysongs weer op te roepen van
toen zij nog speelde met Nanci Griffith, Pete Seeger, Kris Kristofferson en
Flaco Jimenez. In haar songschrijven doet zij ook wat aan June Carter denken
op grond van die hartbrekende liefdessongs. Vele herinneringen aan vroeger kwamen
terug toen Tish een doos vond met oude democassettes, voor het merendeel niet
afgewerkte songs waaruit zij rijkelijk kon putten. Met de hulp van een achttal
muzikanten, zoals o.m. Greg Leisz op pedaalsteel gitaar, Randy Glines met harmonica
en Chip Dolan met accordeon, slaagde Tish erin om die levensliedjes modern te
maken door traditioneel met eigentijdse sfeer te vermengen. En al heeft Tish
ook haar deel van verdriet gekend, - scheiding, afscheid en tegenslagen -, toch
overheerst het positief gevoel in haar songs, levenshouding die zij ongetwijfeld
van haar Mexicaanse ouders meekreeg. Zij is trouwens van plan er een boek over
te schrijven. Als je de jongste bent van dertien kinderen en je inzet voor de
rechten van de Latina vrouwen dan heb je vermoedelijk heel wat te vertellen.
Wanneer dat boek dan zo leest als haar songs klinken dan wordt dat ongetwijfeld
eerlijke, sensitieve en boeiende lectuur.
Marcie
TISH HINOJOSA ON TOUR IN NEDERLAND
Oct 17 2008 - 8:00P - Het Huis Verloren - Hoorn
Oct 18 2008 8:00P - Groene Engel - Oss
Oct 19 2008 2:00P - ’t Zwaantje (Stone Valley Club) - Lichtenvoorde
Oct 19 2008 8:30P - Cobblestoneclub, J. W. Racerhuis (Groote Societeit) - Oldenzaal

JOHN
LEE HOOKER JR.
ALL ODDS AGAINST ME
Website
Label: Steppin Stone (USA)
Distr: Jazzhaus
VIDEO 1 VIDEO
2
De
zoon zijn van een beroemde vader, het heeft zo zijn voordelen, maar zeker ook
een heleboel nadelen. Zo wordt je steeds vergeleken met die man, in dit geval
een legende, je krijgt meestal het verwijt dat je op zijn naam teert, hem probeert
te imiteren en nog van die dingen. Alleszins dat laatste is zeker niet het geval.
De muziek van Jr heeft niets, maar dan ook niets te maken met die van Sr. Buiten
het feit dat het blues is en prima klinkt, zijn er weinig of geen overeenkomsten.
Dit is John Jr's derde cd en ze is nog sterker dan zijn voorganger "Cold
As Ice" op het prestigieuze Telarc label. Geen rauwe boogie dus maar moderne
urban blues met jazzy kantjes. Als hij dan aan iemand schatplichtig is, is het
eerder aan Johnny Guitar Watson, wiens funky ritmes hij wel benadert, zijn stem
herinnert dan weer aan die van Lou Rawls of Chris Cain, vooral in de jazzy nummers,
maar is minder zoet gevoosd, wat meer een donkere diepe whiskeystem. Sinds juli
is hij bezig met een uitgebreide Europese tournee, dat hem nu nog hoofdzakelijk
naar Duitse en Turkse podia brengt, maar ook Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland
zijn van de partij. De cd opent met "Dear John" een keiharde story
over een leventje van een drugverslaafde die in de gevangenis beland en daar
zijn scheidingspapieren via de post ontvangt. Het nummer geschreven in de eerste
persoon, autobiografisch zo lijkt het. De volgende song is het verhaal van overspel
"on the road" van een van zijn muzikanten en "One Eye Opened"
gaat er over dat je steeds op zijn hoede moet zijn vanwege de vele kerels die
niet het beste met je voor hebben. Paranoia ten top, de American way of life,
zorg dat steeds je wapen in de buurt is. Je merkt het, de teksten van John Jr.
zijn de blues zelf, en toch lezen ze als poëzie. "There"s a Struggle"
is er weer zo ééntje, over de gevolgen van zijn gebroken leven.
"Old School" is een heel klein stapje in de richting van papa’s
muziek. De titelsong "Blues Ain(t Nothing but A Pimp” Is ook op deze
cd op je computer te bekijken als clip, een animatiefilm gemaakt door de Fransman
Laurent Mercier, waarin John in zijn getekende alter-ego een bluesmuzikant is
die tegen de misdaad ten strijde trekt, en als een soort super(blues)man het
slechte het onderspit laat delven (video 1). Verder dit jaar volgen nog twee
gelijkaardige clips. Even ging het niet zo goed met deze man, maar sinds vier
jaar is John Lee Hooker Jr terug’ alive ‘n’ kickin”
en in "All Odds Against Me" zet hij een stapje verder in het bluesverhaal
waarvan zijn vader één van de sterke pijlers was.
(RON)

STEVE
WYNN
CROSSING DRAGON BRIDGE
Website
Myspace
Label: Bluerose Records
Distr.: Sonic Rendezvous
Tien
jaar heeft het geduurd vooraleer Chris Eckman, stichter van “The Walkabouts”
en gerenommeerd om zijn kwaliteiten als producer de kans kreeg om zijn magische
kunsten op één van zijn favorieten, Steve Wynn, los te laten.
De good will en de interesse was al die jaren wederzijds aanwezig, maar drukke
agenda’s lieten geen enkele spelingruimte over voor een gezamenlijk project.
In 2008 is het eindelijk gelukt en Eckman nodigde Wynn uit voor een drieweeks
verblijf in zijn habitat Ljubljana om diens nieuwe nummers onder handen te nemen
in zijn Zuma studio. Voor Wynn was dit een duik in het onbekende, ver van zijn
thuisbasis New York, gedropt in een vreemde stad enkel met wat songmateriaal
en een akoestische gitaar. Chris wilde absoluut vertrekken vanaf de stem van
Steve en diens gitaar, om daarna geleidelijk de gepaste nuances in te voegen.
Wynn gaf het nieuwe album de titel “Crossing Dragon Bridge”, genoemd
naar de brug die hij elke dag overstak naar de studio van Chris Eckman. De melancholie
van de Balkan en de dagelijkse indrukken die hij te verwerken kreeg tijdens
zijn verblijf in Slovenië hebben duidelijk diepe sporen nagelaten bij Steve.
Er valt geen enkel van zijn albums te vergelijken met “Dragon Bridge”.
Niet alleen heeft Chris Eckman prachtig de gevoelens van Wynn op plaat kunnen
accentueren met klanken en ritmes, maar heeft ook, door Steve uit zijn natuurlijke
omgeving te halen, hem veel meer laten confronteren met zijn eigen ik. Van bij
de start word je in “Slovenian Rhapsody I” al grondig ondergedompeld
in de heersende sfeer van tristesse die deze trage wals omhult. Een krakende
stem op een Sloveense radio dient als achtergrondprojectie voor een rustig op
akoestische gitaar tokkelende, zingende Steve Wynn, die fluitend begeleidt wordt
op een Ennio Morricone deuntje. De toon is gezet en Wynn haalt met de ondersteuning
van het ganse Apollon kamerorkest scherp uit naar de East LA’ers in “Manhatten
Fault Line”. “Love Me Anyway” heeft een echte Walkabouts klank
gekregen, met een speels orgeltje, een Chris Eckman die zijn Gretsch gitaar
laat kletteren tegen een mooie tweestemmige zang gekoppeld aan de beats van
een elektronische drum. Hoe mooi en poetisch een Wynn kan klinken hoor je in
de liefdevolle balade “She Came”, dat ons hart helemaal doet smelten
met het engelengezang van het “Carnice” koor in de verte. “
When We Talk About Forever” walst door Ljubljaanse sferen in Leonard Cohen
stijl en heeft iets desolaat en amoureus tegelijkertijd. Het vrolijke surfende
“Annie & Me” is het enige California style nummer, doorweven
met countryrock gitaarlics van Kirk Swan en ondanks het een uitgelezen nummer
is voor een opperbest humeur, past het eigenlijk niet in het geheel. Het tegendeel
is waar voor “Punching Holes In The Sky”, dat in alle eenvoud terugvalt
op een zacht tokkelende gitaar, ondersteunt met strijkers en een zeer fragiel
zingende Steve Wynn die weer maar eens het bewijs levert dat minder dikwijls
meer is. Qua mix en betoverend ritme laat “Bring The Magic” alleen
al als titel niets aan het dromen over : elektronische drum, het Apollon kamerorkest,
het aanstekelijk geluid van het Casio orgeltje van een andere legende, Chris
Cacavas, het past allemaal wonderwel in het geheel. Alsof het om een afgesloten
hoofdstuk gaat sluit het album af met dezelfde song als het titellied “Slovenian
Rhapsody”, part two, dat nu wat meer uptempo en opgewekter klinkt. Dit
album is een historisch document in het verzamelde werk van Steve Wynn en zal
eervol op zijn palmares prijken. Ondertussen hebben we de voorstelling van “Crossing
Dragon Bridge” live mogen meemaken in AB en je kan ervan op aan dat deze
nummers nog lang blijven nazinderen in ons geheugen. Wil je echt genieten van
dit album, haast je dan naar de platenzaak, neem het tekstboekje bij de hand
en laat je zoals Steve Wynn betoveren door de mystiek van de Balkan. Je zal
zeer aangenaam verrast worden.
Blowfish