JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008
EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
THE GARY BERNATH BAND - WAIT ON TIME
GREG WEEKS - THE HIVE
MIKE CULLISON - BLUE COLLAR TIRED
KYM CAMPBELL - SO ALIVE
MONTE MONTGOMERY - SAME
DAVID M. BAILEY - HOME BY ANOTHER WAY
REDD VOLKAERT - REDDHEAD
THE BLUES MERCHANTS - LIKE THERE'S NO TOMORROW
THE CITY SHAKERS featuring Big Boy Bloater - THE VERY BEST OF …
KEN STACEY - I WILL STILL BE ME

THE GARY BERNATH
BAND
WAIT ON TIME
Website
Contact CDBaby
Gary
Bernath band eerste embryonale stadium gaat terug naar de jaren zestig. Onder
de indruk na het bijwonen van concerten van Paul Butterfield, Little Walter,
Charles Musselwhite en Junior Wells wist Gary dat het dit was wat hij ook wou
doen. In 1971 richtte hij de eerste band op, toen Bil Mc Grew Band gedoopt.
Pas veel later in 1989 kwam de Gary Bernath band, maar na twee jaar durfden
ze voor het eerst naar buiten komen voor het echte werk. In 1993, weer twee
jaar later dus, verscheen een cassette met hun muziek "Around The Town"
die gedraaid werd op plaatselijke radiostation in de omgeving van Boston. In
1996 was het dan zover, hun debuut, de eerste "echte" cd, met de naam
"Inside The Blues" was een feit. In 2003 werd door Gary de West End
Blues Band opgericht, die een cd uitbracht met eigen materiaal, maar slechts
een paar jaar samenbleef. Nu, weer twaalf jaar later, is er dus deze "Wait
On Time", een cd half studio, half live, met voornamelijk covers van anderen,
zoals titelsong" Wait On Time", een song uit een van The Fabulous
Thurderbirds eerste cd's, maar ook covers van Dylan (She Belongs To Me), Tracy
Chapman (Give Me One Reason) en Buddy Holly (Not Fade Away). Het speelplezier
loopt als een rode draad doorheen deze cd en de veelal bekende songs worden
met veel vuur en vakmanschap gebracht, wat echter niet wegneemt dat er voor
de echte bluesliefhebber weinig echte verrassingen op deze cd aanwezig zijn,
juist vanwege het feit dat de nummers wat voorspelbaar zijn. Het meesterschap
van Gary op zijn bluesharp, zoals op de Not Fade Away jam, en de hechtheid van
de band, maakt echter dat slechts één klein minpuntje is op deze
voor de rest wel sterk gebrachte combinatie studio/ live cd.
(RON)

GREG
WEEKS
THE HIVE
Website Myspace
Label : Wichita Recordings
Distr. : V2 Music
Het
album “The Hive” is de vierde cd van de Amerikaanse singer-songwriter
Greg Weeks uit Philadelphia. De opvolger van “Blood Is Trouble”
bestaat uit tien zelfgeschreven liedjes en één cover in een experimentele
en voornamelijk akoestische folkstijl. Greg Weeks stond naast zangeres Meg Baird
aan de wieg bij het ontstaan van de psychedelische folkrockgroep ‘Espers’
en hij speelt daarnaast ook nog mee in ‘The Valerie Project’. Vorig
jaar stichtte hij samen met echtgenote Jessica Weeks zijn eigen platenlabel
‘Language Of Stone’. Zijn samenwerking met Marissa Nadler is één
van de belangrijkste wapenfeiten uit zijn toch al tien jaar durende muzikale
loopbaan. De liedjes vertonen een sixties-invloed en worden muzikaal geconstrueerd
met akoestische gitaar, harmonium, orgel en strijkers. Dromerige, zachte tonen
waarop filosofische overpeinzingen over relaties en over de dingen die in de
wereld gebeuren geuit worden. Liedjes als “The Lamb’s Path”,
“Lay Low” en de titeltrack “The Hive” doen de luisteraars
onbewust terugdenken aan Tim en Jeff Buckley omwille van de typerende laidback
vertelstijl. Ook de sound van een artiest als Devendra Banhart menen wij in
een paar nummers te kunnen herkennen. Bijvoorbeeld in de liedjes “You
Won’t Be The Same Ever Again”, de haast onherkenbare coverversie
van Madonna’s “Borderline” en “Funhouse” gaat
deze vergelijking toch wel op. De songs worden allemaal in een natuurlijke en
relaxte sfeer gezongen en als dat dan allemaal meer dan 9 minuten in beslag
neemt - zoals in “The Hive” - dan moet dat maar zo zijn. Met de
song “Not Meant For Light” beweegt hij zich zelfs even op het pad
van de folk-popmuziek. Greg Weeks beweert zelf vooral door Nick Drake beïnvloed
te zijn en ook dat kan je in een paar songs horen waar de verhalende teksten
korte poëtische reflecties zijn van een progressieve muzikant.
(valsam)

MIKE
CULLISON
BLUE COLLAR TIRED
Website Contact
Label: Cullison Music
Distr.: Hemifran CDBaby
Met Johnny Neel
als producer, je kent 'm wel, de Allman Brothers duivel doet -al, die trouwens
bij zijn voorgaande cd ook al de productie deed, kon je verwachten dat dit een
goed product zou worden. Met hun tweetjes schreven ze het overgrote deel van
de songs op deze cd, die gevuld is met hoofdzakelijk good old honky tonkin'
country. Veel pedal steel van Neel, wat 't country gevoel nog meer aandikt.
Zo is de binnenkomer "Wish I Didn't Like Whiskey" een mooie country
song die helemaal drijft op de gitaren, pedal steel en slide. De titelsong "Blue
Collar Tired" met een apart hamerend "fabrieksritme" is ook weer
voorzien van uitstekende southern slides door beide heren. En dan een cover,
het bluesnummer wat 'The Owl" schreef voor zijn band Canned Heat:"Going
up The Country", is bijna onherkenbaar in zijn country jasje. De rockende
honky tonk songs "Break My Fall" en "More Of The Same" zijn
nummers dat ik me zo kan voorstellen, gezongen door Delbert McClinton of Lee
Roy Parnell. De tweede cover is "Waitin In Your Welfare Line", en
die Buck Owens original is uitstekend bewerkt. "Where's Joe Friday"
is een soort Bo Didley meets the Allman Brothers song waar de slide gitaar lekker
scheurt. Zulke dingen worden dan weer afgewisseld met sentimentele tearjerkers
waar een pedal steel het droevige sfeertje oproept. Zo ééntje
is "Miss Magie Rose". Luister naar die song en je ziet de eenzame
cowboy aan de toog in zijn whisky zitten staren terwijl barman de glazen spoelt,
de ultieme bar song. "Pour Hank On The Pain" de tweede broken - heart
song, met origineel klinkende Hank Williams gitaartjes en een Ernest Tubb gevoel
is zo mogelijk nog droeviger, maar dat is weer even snel vergeten, want "This
Old Heart" en "The Grapes Of Wrath Are Ripe Again" de twee laatste
songs op de cd, zijn beide door het typische slide werk en Hammond van een hoog
Allman gehalte en brengen weer wat leven in de keet. Twee kerels die samen prima
werk afleveren, die Cullison en Neel.
(RON)

KYM
CAMPBELL
SO ALIVE
Website Myspace
CDBaby
Ze
is in feite afkomstig uit Seattle, maar ging in 2001 naar Australië als
student bij een uitwisselingsproject. Ze verloor er haar hart aan de schoonheid
van het continent en ging er wat later definitief wonen, vlakbij het strand
en brengt daardoor nu dagelijks wat tijd door met surfen. Dat is ook van grote
invloed op haar muziek, want net als die andere surfer-singer-songwriter Jack
Johnson is haar sound een relaxte, zonnige soort muziek. Kym is zowat het vrouwelijke
equivalent van hem. Zelf zegt ze begonnen te zijn met gitaar spelen toen ze
Ben Harper voor het eerst hoorde. Op de universiteit kon ze gratis studiotijd
en het meest recente topmateriaal "in bruikleen" krijgen, waardoor
ze over een periode van zes maanden, beetje bij beetje, deze cd gratis kon opnemen
in samenwerking met studenten "geluidstechnieken". Een buitenkansje
als je weet wat studiotijd tegenwoordig kost. Kym moet wel onder een gelukkig
gesternte geboren zijn, want wat later kreeg ze de kans aangeboden om een song
te plaatsen op een verzamel-cd die gratis verdeeld werd in de meeste cafés
in Australië, en dat zijn er heel wat! Dat betekende "exposure"
in overvloed dus. Er moet dus wel waarheid zitten in de uitdrukking "Wie
goed doet, goed ontmoet" want Kym geeft 10 % van de opbrengst van de cd
aan de "Surfrider Foundation", een beweging die zich inzet voor het
opruimen van stranden, veiligheid van surfers en dergelijke. Over naar de muziek
nu. Ik gaf het al aan: simpel klinkende singer songwriter songs, die de zon
en het strand binnenhalen. Net als bij Jack Johnson word ik hier dadelijk goed
gezind van. Neem bijvoorbeeld "Rolls That Way" gebracht met ukelele
of de heerlijke titelsong "So Alive", je voelt de levensvreugde en
het strandleven zo de huiskamer binnenstromen tijdens het beluisteren. Opletten
voor natte voeten, dus! Het door een licht reggaebeatje gedragen "Free
Flowing" geeft je datzelfde gevoel. Haar stem palmt je in. Met het speelse
"Mockin Bird" of "Moments" demonstreert ze hier dat ze reeds
een eigen stijl gevonden heeft: een mix van folk, rustige surfer songs en rootsy
alt.country vermengd met wat levensblijheid. "That little surfie chick
from next door", zoals ze haar aan de Australische goudkust kennen, zal
het down under zeker ver schoppen. Nu de rest van de wereld nog!
(RON)

MONTE MONTGOMERY
SAME
Website Myspace
Label : Eminent Records
Info: Lotos Nile
VIDEO 1
VIDEO 2
Toen
ik de openingssong "River" uit de boxen hoorde schallen, moest ik
even checken of ik niet toevallig een cd van Chris Whitley opgezet had, want
die stem lijkt er hier perfect op en bovendien is deze song rijkelijk van slide
gitaarwerk voorzien. Neen dus, wel degelijk Monte Montgomery. De gelijkenis
is verder in de cd veel minder groot en was dit eerder toevallig zo te horen.
Monte Montgomery is een gitaarwonder, maar heeft net niet die: "kijk moeder,
zonder handen" attitude die kerels als Vai en Satriani kenmerkt. Bovendien
lijkt hij wat te willen breken met die reputatie en eerder zijn songwriters
talenten met deze cd te willen demonstreren in plaats van zijn gitaarvirtuositeit.
Helemaal weg is het ultrasterke gitaarwerk niet natuurlijk, want dadelijk in
de zo net vernoemde opener worden we al dadelijk met de neus op de feiten gedrukt.
Hij speelt op een versterkte akoestische gitaar en klinkt toch bijna als een
stratocaster. Maar zoals we al zegden is het op deze cd vooral vocaal en tekstueel
dat de accenten liggen. De muzikanten die Monte bijstaan zijn dan ook niet de
eerste de besten. Zo is er onder meer de befaamde Reese Wynans op keyboards,
Phil Bass op drums en bassist David Piggott. Tussen de voortreffelijke eigen
songs slechts één cover, het tien minuten durende Hendrix-epos
“Little Wing”, al vaak gecoverd maar hier in Montgomery’s
versie uiterst origineel uitgevoerd. De cd werd met de meest eenvoudige middelen,
bijna zonder overdubs, live in de studio gepeeld, dank zij de technische kennis
van Rob Clark en John Billings, die door een vernuftige microfoonopstelling
het “live” spelen mogelijk maakten. Kijk ook even naar onze clips
want Monte is niet voor niets een You Tube topper wat betreft het aantal ‘hits”.
Het overdadig georchestreerde “Love’s Last Holiday” is een
sfeervolle mooie song, rustig van opbouw en in schril contrast met het zenuwachtige,
gejaagd klinkende “Can’t Fool Everyone” met aan Jeff Beck
herinnerend gitaarwerk. “Could’ve Loved You Forever” is een
van mijn lievelingssongs op deze cd, een subtiele mix van lichte reggaeritmes
en funky jazz met een bluesy toets. Complex van opbouw maar een mooi smaakvol
resultaat vormend, als een goede wijn. De rustige afsluiter “Midlife Matinee”
is het nummer wat van de ganse cd het meest de nadruk legt op de singer songwriterkwaliteiten
van Monte Montgomery. Een plaat waaraan het even wennen is, die je niet zo direct
inpakt, maar na een paar luisterbeurten zijn complexere karakter verliest en
helemaal onder je huid gaat kruipen. Monte Montgomery na acht pure gitaarreleases
nu eens van een andere zijde belicht.
(RON)

DAVID
M. BAILEY
HOME BY ANOTHER WAY
Website Contact
CDBaby
Zijn
grootvader was een Schot, zijn grootmoeder een Engelse, zijn vader een Presbyteriaan
missionaris die in Beiroet, Libanon belandde. David bracht er zijn jeugd door,
maar toen de burgeroorlog uitbrak zette hij zijn studies in Duitsland voort.
Al vroeg leerde hij klassieke gitaar, speelde op College in een akoestisch duo
en probeerde zijn eigen muziek uit als straatmuzikant. Tenslotte verhuisde hij
naar Amerika waar op zeker moment een kwaadaardige hersentumor werd vastgesteld.
Nu woont hij met zijn gezin in Charlottesville, Virginia. Dit alles maakte de
singer-songwriter tot wat hij nu is, een gedreven folkzanger die zijn liefdesboodschap
en zijn hoop op vrede en geluk in melodische songs verwerkt. De ongunstige prognose
wat zijn ziekte betrof maakte dat hij zich op zijn muziek stortte en passioneel
begon te schrijven. In de twaalf jaren volgend op het onheilsbericht heeft hij
ongeveer 18 albums uitgebracht, bleef hij intensief toeren en nam hij deel aan
conferenties en seminaries. Zijn verhaal haalde het nieuws op de radio en in
de krant, wat David niet belette om ongestoord zijn weg te vervolgen. Hij stelde
zich tot doel om naast zijn gezin de muziek te laten primeren, alhoewel hij
daarnaast nog genoeg tijd overhoudt om als activist of als ‘profeet met
gitaar’ te proberen de wereld ten goede te veranderen. Dit alles komt
zowat in zijn nieuwe Cd aan bod, waarin in 17 songs, aanklagend, droefgeestig
of reflectief verschillende thema’s worden aangeraakt. Opmerkelijk is
hoe de hunker naar veiligheid, een home, het thuisgevoel, beschuttende engelen
langs de weg zijn pad markeren. Strijkers, harmonica, piano, orkestrale begeleiding,
de viool van Eddie Dickerson en vooral zijn eigen akoestische gitaarbegeleiding
hechten een waas van weemoed aan de songteksten. Zo zweven ‘Summer Lullaby’,
‘I Am Looking’ en ‘The Letter’ als vereenzaamde wolkjes
door de gevoelsatmosfeer. Soms herinneren zijn stem en songs aan deze van Ralph
McTell, het desolate van ‘Streets of London’ oproepend. In het verdwaasde
‘Miracle In Manhattan’, de rouwtijd na 9/11 evocerend, is het zelfs
alsof Bruce Springsteen door de straten doolt. Alle songs zijn verpakt in mooie
arrangementen, waarbij David het principe ‘Less is More’ huldigt,
titel die hij trouwens aan één van zijn songs meegeeft. Andere
klinken wat opgewekter zoals ‘You Come Home’ en ‘If I Tell
You’, zodat de mistroostigheid wat doorbroken wordt. In ‘The Recruit’
keert hij zich scherp tegen de oorlog. Aan inspiratie heeft David geen gebrek,
gevoed door zijn levensdrift en gedreven door het besef dat ‘bread feeds
the body, but flowers feed the soul’, zoals in de Koran te lezen staat.
Want David is ook een religieuze minnedichter en een overlevingskunstenaar,
die gelooft in een God en zijn toekomst zolang hij maar zijn dromen en muziek
blijft volgen.
Marcie

REDD
VOLKAERT
REDDHEAD
Website Myspace
Label: Telehog Records
Distr.: Sonic Rendezvous
VIDEO
1 VIDEO
2 VIDEO 3
Voor
een potje traditioneel geschoolde diversiteit zit je bij Redd Volkaert aan het
juiste adres. Al sinds zijn dagen bij Merle Haggard's band the Strangers, en
als gitarist van de bands Heybale en The Lucky Tomblin band bewijst de man zich
telkens opnieuw als een echte entertainer hors catégorie, die stilistisch
gezien amper een uitdaging uit de weg gaat. En dat is ook op zijn nieuwste weer
zo. De nadruk mag daarop dan al een weinig op western swing zijn komen te liggen,
een veelheid aan andere stijlen als country, blues en jazz worden door Volkaert
en zijn begeleiders van dienst al evenmin geschuwd. Volkaert is muziekconnaisseur,
muzikant, gitarist en blijkt van vele markten thuis. "Reddhead" is
een caleidoscopisch werkstukje en is vakkundig opgenomen in The Top Hat Recording
studios in Austin, Texas. Het geheel illustreert op passende wijze de muzikale
veelzijdigheid van Volkaert die zich als een vis in het water voelt in zowel
country ("We Need to Talk"), rockend ("Just Because I Don't Care"),
een meer swingendhonky tonk nummer als "Is Anything Alright", een
roadhouse blues rocker "Call the Pound" tot een gevangenis ballade
als "I'll Break Out Tonight". 14 songs op deze plaat, waarvan een
aantal zelf geschreven zijn, maar zijn versies van The Box Tops klassieker,
"The Letter", als "End of the Line", "Only Daddy That'll
Walk the Line" en Buddy Emmons instrumental, "Raisin the Dickens"
mogen er best ook wezen. Als een volbloed-kameleon haalt hij telkens weer het
beste uit om het even welk zich toevallig aandienend materiaal en precies dat
is het, wat van deze “Reddhead” een echte knaller van een partyplaat
maakt. Redd Volkaert is reuze veelzijdig bezig en zijn plaat is een staalkaart
van tal van rootsy genres. Het mes komt weliswaar niet ter tafel, maar een feel
good-plaat van deze kwaliteit hoor je ook niet elke dag. Redd Volkaert dendert
hier als een vers geoliede stoomlocomotief door deze 14 liedjes, waarbij hij
glansvol wordt bijgestaan door zijn vriendjes Chris Gilson (drums), Nate Rowe
(bas), Rich Harney (keyboards) en Buzz Evans (steel gitaar). Of het nu gaat
om schuifelcountry, ouderwetse Western swing, jankende ballads of van die hele
vette gitaar-riffen van Volkaert's Telecaster als in het twangy en shuffelende
"Send It Back" en de swingend versie van Buddy Emmons' "Raisin'
the Dickens", de twee instrumentale tracks op deze plaat, Redd Volkaert
flirt duidelijk met swing en zoekt met deze plaat z’n heil nadrukkelijk
in countrywateren.

THE BLUES MERCHANTS
LIKE THERE'S NO TOMORROW
Myspace CDBaby
Ze
hebben hun thuisbasis in Cincinnatti, Ohio. Vier door de wol geverfde bluesveteranen
die hun talenten en jarenlange expertise samen brachten onder de naam Blues
Merchants. Hun sound bestaat uit wat traditionele blues en rock songs met een
bluesy ondertoon die een originele eigen stempel meekregen. Dit is niet zomaar
het zoveelste twaalf maten bluesbandje waarvan we er wekelijks wel een aantal
binnengestuurd krijgen. De ervaring die deze jongens elk met zich meedragen
vertaalt zich in een vlot, soepel groepsgeluid en originele uitvoering van hun
hoofdzakelijk eigen geschreven materiaal. Chris Kepes, de (prima) gitarist en
zanger is zowat het belangrijkste groepslid. Hij schreef het merendeel van de
songs, maar liefst zeven van de tien songs zijn van zijn hand. Dave Koenig op
drums en bassist Phil Buscema zorgen voor de strakke ritmes. Bob Nave op keyboards
en zang, was vroeger een bekende radiopresentator van een bekende jazz show.
Hij tekende ook voor één song "Sorry Jack", een prachtige
instrumental waarin hij samen met gitarist Chris het mooie weer maakt. Invloeden
van de Al Kooper/Micheal Bloomfield/Stephen Stills session en van vroege Allman
Brothers, Bozz Scaggs, Santana en Robben Ford zijn duidelijk merkbaar op meerdere
nummers. Ze brengen dit met zo'n vakmanschap dat je meermaals het idee hebt
dat je zit te luisteren naar een van die seventies bands. Zo klinkt "More
Where That Came From" als een lang verloren en eindelijk ontdekte opname
uit de legendarische "Live At The Fillmore East", Duane lives! Met
de bekende riff uit "Killing Floor" van Howlin Wolf is "Cat and
Mouse" opgebouwd, een nummer van Phil Buscema. In het langzame bluesnummer
"Is This Even The Blues", channelt Chris voor een tweede maal Duane
Allman op perfecte wijze, terwijl Bob Nave ook op Hammond dat sfeertje prachtig
weet weer te geven. Het sfeertje van Bozz Scaggs "Loan Me A Dime"
zit dan weer perfect in "The Way I Treated You". Het mag gezegd zijn,
deze Blues Merchants hebben hun naam niet gestolen, ze weten hun handeltje best
te verkopen. Ik hoef het niet nog eens te herhalen, vooral fans van het vroegere
Capricorn geluid van de Allmans, grijp je kans!
(RON)

THE
CITY SHAKERS featuring Big Boy Bloater
THE VERY BEST OF …
Website Myspace
Label : Azan Records CDBaby
‘The
Very Best Of The City Shakers’ is geen verzamelalbum zoals u zou kunnen
verwachten. Dit is het debuutalbum van enkele veteranen van het hedendaagse
Britse bluesscène. De zanger van deze band is Big Boy Bloater. Een gitarist
die vooral in de jumpblues een degelijke reputatie heeft opgebouwd. The City
Shakers is zijn nieuwste project dat zich wil richten op de traditionele Chicagoblues
uit de jaren 50. Belangrijk voor de Chicagosound is de scheurende harmonica
van Laurie Garman. De ritmesectie bestaat uit Bomber Wade op drums en Mike Powell
op bas. Het repertoire dat gebracht wordt op dit schijfje bestaat grotendeels
uit de bekende klassiekers van het genre. ‘Got My Mojo Working’
en vooral ‘Mellow Down Easy’ klinken niet slecht, maar zijn toch
al te vaak gebracht. Dan klinken de herwerkingen van Lightnin’ Hopkins
nummer ‘Shake That Thing’ en de verbastering van ‘Shake Your
Moneymaker’ naar ‘Roll Your Moneymaker’ veel frisser. De zware,
ruwe stem van Big Boy past perfect in de traditie van Howlin’Wolf. Muzikaal
steelt Laurie Garman met zijn knappe, vetklinkende harmonicalijnen de show.
Verbazend dat deze muziek van een ras Britse bluesband komt, terwijl dit echte
vintage Chicagoblues is die nog maar weinig door de Amerikanen wordt vertolkt.
De muziek is niets nieuw, maar als het goed gebracht wordt zoals bij deze gasten,
blijft het de mooiste stijl binnen het bluesgenre.
Bootsy Lester

KEN
STACEY
I WILL STILL BE ME
Website Myspace
Contact CD-Baby
Label : Butterpie Records
Distr.: Hemifran
Ken
Stacey is een naam die sinds vele jaren meedraait in de popscène. Zo
is hij de zanger en frontman van de progressieve rockgroep ‘Ambrosia’.
Deze in Woodland Hills, Californië wonende artiest droeg ook vocaal bij
aan de cd “One Night Only” van Elton John waarvoor hij trouwens
vaak het voorprogramma verzorgde en met wie hij optrad in diens begeleidingsgroep
als gitarist en zanger. Daarenboven deed hij ook backing vocals voor andere
grootheden als Neil Young, Bette Midler, Julio Iglesias, Phil Collins en Bonnie
Raitt. Meerdere van zijn liedjes werden ook weerhouden voor soundtracks van
tv-series en films. Het populaire tv-programma ‘American Idol’ koos
zijn song “Only Love” als één van de top 20 nummers
voor hun songschrijverswedstrijd in 2008. Die song staat nu ook op zijn debuutplaat
als soloartiest. “I Will Still Be Me” heet die plaat die uit tien
songs bestaat die hij ofwel helemaal alleen of met hulp van co-writers (o.a.
zijn vrouwtje Windy Wagner) heeft neergepend. Symfonische, melodieuze en erg
hedendaagse pop- en rockliedjes die stuk voor stuk over een behoorlijke portie
hitparadegevoeligheid beschikken. Zijn muziek heeft enkele Beatlesinvloeden
ondergaan en zijn liedjes en vooral zijn stem doen me meermaals aan Cliff Richard
denken, o.a. in het nummer “She Is”, in “Innocent Poison”
en in de titeltrack “I Will Still Be Me”. Andere nummers die voor
ons nog eens door de speakers mogen zijn “Shine”, “Rain”,
“Enemy Within” en “The Long Road”. Wie houdt van gesofisticeerde,
goed opgebouwde en mooie melodieuze popmuziek zal met dit album zijn gading
zeker vinden. Anderen vinden de sound van deze cd misschien wat te gepolijst.
De productie van de plaat werd door Ken Stacey zelf verzorgd en is zeer professioneel
uitgevoerd. We denken niet dat hij met deze plaat uit is op ruimere naambekendheid
of eeuwige roem maar zijn ei heeft hij zeker kunnen leggen en aan zijn capaciteiten
om moderne popsongs te schrijven twijfelen wij alvast niet.
(valsam)