ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


MAVIS STAPLES - LIVE - HOPE AT THE HIDEOUT

MARIANNE DISSARD - L’ENTREDEUX

TED RUSSELL KAMP - POOR MAN’S PARADISE

ANTONIO SANCHEZ - MIGRATION

KELLY RICHEY - CARRY THE LIGHT

MR. MORNING - THE SWEET SCENT OF BUTTERFLYING

ZZ TOP - LIVE FROM TEXAS

LUKE JACKSON - … AND THEN SOME

ALEX ROSSI - LET ME IN

GRAVELROAD - SHOT THE DEVIL

JOHN INMON - SONGS FOR HEAVY TRAFFIC


 

MAVIS STAPLES
LIVE - HOPE AT THE HIDEOUT
Website
Label: Anti/Epitaph Distr.: PIAS
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

Soulmuziek is de afgelopen jaren gelukkig weer helemaal terug van weg geweest. Dat levert niet alleen leuke cd's op van nieuwe soulzangeressen, maar geeft ook oudere soulzangeressen de mogelijkheid om nog eens te laten horen wat ze in huis hebben. Mavis Staples behoort tot de grootste gospel- en soulzangeressen van de vorige eeuw. Bijna twintig jaar geleden maakte Staples met Prince de plaat "Time Waits For No One", een funky soulvol album zonder daadwerkelijke boodschap. Dat terwijl ze in de jaren zestig met haar zussen en paps als The Staple Sisters nog boos zong over het onrecht dat de zwarte gemeenschap werd aangedaan. Elf jaar moesten we dan wachten voor het album "Have A Little Faith" (2004), een plaat waaraan ze begon te werken na de dood van haar vader, Pops Staples, in 2000. Dit album heeft namelijk alles wat de Staple Singers zo bijzonder maken: een karakteristieke stem, optimistische en hoopgevende teksten en sterke, diep in de Delta-blues, folk en gospel gewortelde songs. Met een stuwend orgeltje, een gospelkoortje en een warme productie van Jim Tullio. Vorig jaar heeft Mavis de draad opgepakt door samen met Ry Cooder een rauw album te maken met zwarte traditionals, "We’ll Never Turn Back". Nadat Anti - Records eerder Solomon Burke en Bettye LaVette een tweede leven gaf, had het label de soulzuster de gelegenheid geboden deze plaat te maken waarmee zij zich nieuwe roem en een nieuwe generatie fans kon verwerven. En dat heeft ze ook gedaan, vooral door veel te toeren, met als gevolg een live plaat waarop natuurlijk veel protest- en vrijheidsongs te horen zijn. Haar nieuwste cd kreeg de naam "Mavis Staples Live: Hope At The Hideout", en is aldaar opgenomen in de maand juni van dit jaar. "Hope At The Hideout" bestaat uit dertien liedjes die natuurlijk wederom in het teken staan van de historische strijd voor sociale rechtvaardigheid en gelijke rechten in de Verenigde Staten. Klassieke songs, soms traditionele songs, waarbij geput is uit het repertoire van Staples zelf en uit het werk van mensen als J.B. Lenoir ("Down In Mississippi"). Een vrijheidsliedje als "We Shall Not Be Moved" is in de loop der jaren behoorlijk versleten geraakt, maar in de geïnspireerde uitvoering van Mavis Staples herwint deze song zijn oorspronkelijke kracht. Hoopvol zijn ook de afsluiters "On My Way" en "I’ll Take You There". Al deze tracks, zullen bij de liefhebber een gevoel van herkenning oproepen. Dat Mavis Staples deze liedjes met hart en ziel vertolkt is geen toeval, want de zwarte zangeres kan spreken, ja zingen uit eigen ervaring. Een klein groepje muzikanten staat Staples terzijde, maar wat een sublieme band, met super gitarist Rick Holstrom (die ongelofelijke, steeds weer anders uitgroeiende solo in "Why Am I Treated So Bad"!), meester bassist Jeff Turmes en Mister Rhythm himself, drummer Stephen Hodges, met de zalige stemmen van zus Yvonne, van Donny Gerrard en Chavonne Morris. De productie is helder en de arrangementen zijn even sober als smaakvol. Alle ruimte wordt gelaten aan de prachtige doorleefde zang van Staples. "Live: Hope At The Hideout" is een indrukwekkende aanklacht tegen onrecht gegoten in onvervalste gospel, soul en blues. Mavis, de jongste telg uit The Staple Singers, maakt zich kwaad, huilt, grinnikt en levert gewoon een zinderende liveplaat in de beste zuidelijke traditie af en bewijst dat ze nog steeds één van de grootste soulzangers aller tijden is.


Track Listing:
For What It's Worth
Eyes on the Prize
Down in Mississippi
Wade in the Water
Waiting For My Child
This Little Light
Why Am I Treated So Bad
Freedom Highway
We Shall Not Be Moved
Circle Intro (encore)
Will The Circle Be Unbroken (encore)
On My Way (encore)
I'll Take You There (encore)


 

 

MARIANNE DISSARD
L’ENTREDEUX
Website Myspace
Contact
Label: Le Pop Musik Contact
Distr.: Groove Attack CD-Baby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Tijdens het recente concert van Calexico in de AB te Brussel nam zangeres Françoiz Breut nog de honneurs waar om de Franstalige teksten in 2 Calexico-songs te komen declameren. Maar op de originele versie van “Ballad Of Cable Hogue” uit hun plaat “Hot Rail” van 2000 is het een andere zangeres die voor het zangwerk in Molière’s taal zorgt. Haar naam is Marianne Dissard en zij is sindsdien een muzikale protégé van Calexico-boegbeelden Joey Burns en John Convertino. Geboren uit Franssprekende ouders in de streek rond de Pyreneeën maar sinds haar 16e levensjaar wonend in Tucson, Arizona kon Marianne Dissard een beroep doen op haar beroemde stadsgenoten om samen aan haar debuutplaat “L’Entredeux” te werken. Songs werden samen geschreven en zang-, gitaar- en drumwerk op deze plaat werden grotendeels door de jongens van Calexico verzorgd. Twee jaar geleden verscheen die plaat al in demoversie naar nu is er de volwaardige studioplaat. De muzikale stijl van deze getalenteerde zangeres is een mengelmoes van Frans chanson en Americana-muziek en alle poëtische songteksten worden in een perfecte Franse taal gepresenteerd. Een uitgebreide serie topmuzikanten uit de werkomgeving van Joey Burns droeg hun steentje bij aan de realisatie van dit mooie album. Marianne Dissard heeft in haar opvoeding ook een behoorlijke portie Franstalige songs te horen gekregen en zingt de nummers in een stijl die sterk Gainsbourg-schatplichtig is en de nog prille Jane Birkin in herinnering roept. “L’Entredeux” bestaat uit 12 liedjes waarvan Marianne Dissard er 9 samen met Joey Burns schreef.De cd werd ook door Burns geproduceerd. De teksten van de songs dateren al vanuit 2004 toen zij na het mislukken van haar huwelijk met zanger Naïm Amor op een hotelkamertje haar verdriet zat te verbijten. Deze ex is ook nu nog samen met de zangeres verantwoordelijk voor 3 liedjes op deze plaat: “L’Embellie”, “Flashback” en “Ce Visage-Là”. De onderwerpen die bezongen worden handelen over “L’Entredeux”, de tussenruimte die ontstaat tussen twee culturen, twee landen, twee talen en twee liefdes. Dingen waarover Marianne Dissard met kennis van zaken kan spreken. Ze doet dat veelal op een fluisterende wijze alsof ze behoedzaam wil zijn om de luisteraar te storen of om teveel zijn aandacht op te eisen. Het nummer “Les Draps Sourds” straalt een bluesy Parijse sfeertje uit dat nadien nog eens prachtig herhaald wordt met een accordeon à la Parisienne in een jazzy versie van deze song. De zwoele en zuchtende wijze waarop songs als “Sans-Façon” en “Merci De Rien Du Tout” gebracht worden accentueert het melancholische in de liedjes van Marianne Dissard. In het nummer “Les Confettis” is naar ons gevoelen de Calexico-sound het meest nadrukkelijk aanwezig, maar we kunnen zeker niet stellen dat dit een extensie van een Calexico-plaat is. Alle eer voor de kwaliteit van “L’Entredeux” moet naar Marianne Dissard zelf gaan.
(valsam)

Marianne Dissard (US/FR)
support: Andrew Colberg
Vr. 31/10 - N9 Eeklo

 


 

 

TED RUSSELL KAMP
POOR MAN’S PARADISE
Website Myspace Contact
Label : Po-Mo Records
Distr. : Hemifran

 

Toen we op 21 april van vorig jaar een interview mochten afnemen van Ted Russell Kamp tijdens zijn doortocht met ‘musical companion’ Shooter Jennings konden we met onze eigen ogen vaststellen wat een ongelooflijk sympathieke knul deze man wel is. We kregen toen allemaal van hem met veel plezier een exemplaar van al zijn solo-cd’s en Rootstime-collega RON maakte daarvan achteraf nog een erg mooi carrièreoverzichtje over deze getalenteerde muzikant (zie rubriek “Blikvanger cd’s” bovenaan onze homepage). Hij woont momenteel in Los Angeles en speelt sinds 2003 op basgitaar in de begeleidingsgroep “The 357’s” van Shooter Jennings. Tegelijkertijd schrijft hij tijdens de vele tournees eigen nummers die hij op regelmatige basis via soloplaten wereldkundig maakt. Zijn laatste solowerk “Divisadero” is een echt pareltje dat terecht veel airplay kreeg, zowel bij Amerikaanse als op Europese radiostations. De plaat behaalde uiteindelijk een mooie ranking in de Americana Charts van 2007. Volgende maand verschijnt de nieuwe cd van Ted Russell Kamp onder de titel “Poor Man’s Paradise” en we kregen het privilege om het schijfje nu al voor u voor te beluisteren. De eerste song is ook de eerste single uit dit album. “Just A Yesterday Away” bevestigt al meteen het grote songschrijverstalent dat Ted Russell Kamp is. Het is een hitgevoelige countrypopsong waarmee hij probleemloos opnieuw zal gaan scoren. Op nummer 2 van de cd “Just Go South” wordt er wat meer gerockt, echter niet zonder grote aandacht aan de melodie te besteden. Daarna is er opnieuw een pareltje te beluisteren in de song “Let The Rain Fall Down” die spoedig een coverversie verdient door één van de grote countrysterren als Willie Nelson of Kris Kristofferson. Ted Russell Kamp beheerst de kneepjes van het vak als songwriter. Dat kan je in zowat elke song op deze cd horen. De brede waaier aan songstijlen en de algehele muzikale variatie zijn daar de stille getuigen van. Wij worden meteen tot over de oren verliefd op liedjes als “Let Love Do The Rest”, een heerlijke liefdesballad waarin ook de prachtige soulvolle stem van deze artiest zo mooi tot zijn recht komt. Ook de nodige portie humor gaat hij niet uit de weg o.a. in het bluesy “Ballad Of That Guy” en in “Old Folks Blues”, een song die ook in New Orleans goed zou gedijen. Onze muzikale voorkeur blijft echter uitgaan naar de moderne popballads die op deze cd te vinden zijn. Zo genieten we met plezier van “Dixie”, maar evenzo van de mooie titeltrack “Poor Man’s Paradise” en van het cd afsluitende walsje “Player Piano” . Naar het schijnt overweegt Ted Russell Kamp om nu ook een korte Europese solotoer af te werken ter promotie van deze nieuwste plaat. Wij hopen hem alvast opnieuw te mogen ontmoeten zodat we hem even persoonlijk kunnen vertellen wat een mooie plaat hij weer gemaakt heeft met “Poor Man’s Paradise”.

 

 

 

 

 

(Ted & Valsam)

 

 


 

 

 

 

ANTONIO SANCHEZ
MIGRATION
Website Label: CamJazz Distr.: ZYX

 

Een debuutalbum met een jazzdrummer als voortrekker komt ogenschijnlijk bevreemdend over. Maar niet verwonderlijk als je weet dat Sanchez een veel gevraagde sessiedrummer is. De interesse neemt toe als je ontdekt dat gitarist Pat Metheny en pianist Chick Corea de twee gastmuzikanten zijn. Als je nog wat dieper graaft dan stel je vast dat Sanchez al jaren deel uitmaakte van de Pat Metheny Band en dat hij samenspeelde met de betreurde Michael Brecker, aan wie hij dit album opdraagt. De jazzdrummer/muzikant, geboren in Mexico City maar residerend in New York, begon aanvankelijk als pianist, wat hij leerde in de ‘National Conservatory of Music’ in Mexico City. Later studeerde hij jazz in het ‘New England Conservatory’ in Boston. Zijn ritmegevoel maakte hem later ook tot een gedreven jazzdrummer die tevens het fijnere drumwerk goed beheerst. Dianne Reeves wist dat ook toen zij Antonio meevroeg op haar tournee. Op dit album kan Antonio echter ook zijn talenten als bandleider uitproberen. Zoals de groten doet hij dit op een bescheiden wijze door ook anderen de ruimte te gunnen. De saxofonisten Chris Potter en David Sanchez mogen dus regelmatig in de spotlights. ‘Migration’ vangt aan met ‘One For Antonio’, een compositie van Chick Corea speciaal voor Antonio geschreven, waarop hijzelf met piano en Scott Colley met contrabas elkaar amicaal weerwoord geven. In de volgende nummers krijgen bassist en saxofonisten voluit de vrijheid. Met zijn Yamaha Drums, Sticks en polyritmiek blijft Sanchez de regie nochtans in handen houden. Op de acht nummers, goed voor een vol uur, krijg je volop afwisseling, zodat je niet naar een jazzclub hoeft uit te wijken voor wat beeldbeweging. Zeker als je houdt van contrabas, sax en drumwerk. De drumvarianten zijn energetisch of lyrisch. Zo komt ‘Arena’ van Pat Metheny over als een atmosferische soundtrack, waar je zowel de oceanische weidsheid als een grootstedelijke glijvlucht kunt bij fantaseren. De zuiderse gitarist speelt daarop zelf ook mee in zijn overbekende jazzy stijl. In Miles Davis’ ‘Solar’ verstrengelen zijn gitaar en Antonio’s drum zich als een instrumentaal stel, in hun vluchtformaties speels of wild. Van Antonio’s vier eigen werkjes komt vooral ‘Ballade’ intuïtief en evocatief over alsof de muzikanten ieder voor zich hun vrijheidsgevoel uittesten zonder elkaar daarbij uit het oog te verliezen. Met de sopraansax van Potter en die warme baslijnen van Scott Colley komt er ook magie bij. Als kind kreeg Antonio Sanchez van grootvader Ignacio de raad dat je altijd moet doen waar je liefde naar uitgaat. Kleinzoon Antonio onthield blijkbaar deze wijze les, want zijn eerste album straalt gloed en liefde uit die hij het liefst visualiseert vanuit een muzikaal kwartet dat deze vreugde deelt.
Marcie


 

 

KELLY RICHEY
CARRY THE LIGHT
Website Contact
Label: Sweet Lucy Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3


 

“Stevie Ray Vaughan trapped in a woman’s body with Janis Joplin screaming to get out.”

 

Samen met Jimmy Valdez en Shane Fry als haar ritme sectie, brengt Kelly Richey een fors soort blues rock, qua gitaarwerk geënt op Stevie Ray Vaughan en Jimi Hendrix (zie clip1) en met vocale verwijzingen naar Bonnie Raitt en bijvoorbeeld Ruth Brown en Janis Joplin. Bovenstaande uitspraak van een Amerkaanse criticus typeert dan ook perfect wat Kelly's muziek behelst. Kelly is niet aan haar proefstuk, met reeds tien releases op haar actief en dat op haar eigen label "Sweet Lucy Records", kent ze duidelijk het klappen van de zweep. Tussen deze producties is er ook de DVD registratie van één van haar live optredens. Het is met deze live reputatie dat ze zich via mond aan mond reclame een stevige fanbasis wist te veroveren. Van stevige rock zoals "Leave The Blues Behind" tot mooie ingetogen blues in "What In The World", Kelly brengt het beide met evenveel verve. Zelfs rustige akoestisch gebrachte nummers: "Angela's Song" is daar een perfect voorbeeld van, net als in het zeer sfeervol gebrachte, moderne gospel "Jericho Road" met Kelly in topvorm op gitaar. In "Run Like Hell" worden echter weer alle registers opgetrokken en is haar geluid super heavy met scheurende wah wah solo en een pompende bas. "When All Is Said And Done" is dan weer een ingetogen, rustige ballade. Zoals je merkt voor elk wat wils op deze eveneens in een mooie verzorgde hoes verpakte cd. Kelly Richey, nu nog een goed bewaard geheim hier in Europa, maar (hopelijk) niet meer voor lang.
(RON)


 

 

 

 

MR. MORNING
THE SWEET SCENT OF BUTTERFLYING
Website Myspace Contact
Label: Taxim Records Distr.: Bertus

 

De debuutplaat “Furry And Fine” van de Zweedse formatie Mr. Morning is destijds helemaal aan onze aandacht voorbijgegaan. Het is dan ook al zes jaar geleden dat deze formatie rond zanger en multi-instrumentalist Ola Kyttä die eerste cd wereldkundig heeft gemaakt. In hun biografie schrijven ze dat de bandleden elkaar voor het eerst ontmoetten in een kippenstal waar ze via ettelijke jamsessies uiteindelijk tot hun eigen groepssound gekomen zijn. De vijf heren uit de kleine stadjes Laholm en Halmstad in het zuidwesten van Zweden probeerden, experimenteerden en componeerden al freewheelend hun tien tracks bijeen die ze nu op de nieuwe cd “The Sweet Scent Of Butterflying” aan de buitenwereld presenteren. Zelf zeggen ze dat hun roots zeer uiteenlopend zijn: van blues over jazz tot psychedelisch en country. Maar hun interesse in de muziek van de sixties en seventies hebben ze wel gemeenschappelijk. De namen van bands als Pink Floyd en Grateful Dead worden daarbij steevast als referenties genoemd. Bij beluistering van hun nieuwe plaat kunnen we alleen maar beamen dat die invloeden ook in hun eigen sound duidelijk herkenbaar aanwezig zijn. Een song als “Peace Of Mind” maar vooral het meer dan 8 minuten durende epos “Concrete Jungle” weerspiegelt het respect van de groepsleden van Mr. Morning voor de sfeervolle muziek van beide voornoemde legendarische bands. Het summum voor de groep is hun muziek live op het podium te brengen, hetgeen ze dan ook veelvuldig doen, voornamelijk in thuisland Zweden. “The Sweet Scent Of Butterflying” is een plaat die sfeervol werd opgebouwd en een bepaalde vorm van klasse uitstraalt. Misschien is het goed geweest dat de band zijn tijd genomen heeft om de nummers op dit album te laten groeien en ze te verfijnen vooraleer ze aan de wereld vrij te geven. Het nummer “Change Of Perspective” – alweer zowat 7 en halve minuut lang – is naar ons gevoelen één van de sterkste songs op dit album. Met volle klanken, sfeerrijk gitaarspel en prachtig vioolgeluid brengt Mr. Morning de luisteraar in een stemming die gemoedsrust propageert en uitnodigt om laid back in een zetel naar hun album te luisteren. Stilistisch gooien ze het over een andere boeg in de countrypopsong “The Veil” en proberen ze wat blues in te sluiten in het nummer “Bad Boy Blues”. Een erg mooie song is ook “The Puzzle” – nog maar eens over de 7 minutengrens – met alweer een volle instrumentatie en een professioneel modern geluid, echter niet zonder ook hier weer die sixties-touch aan het liedje mee te geven. De mooie golvende groove die de band in de song “Guerilla Girl” verwerkt heeft is een knappe vondst en ook tekstueel is dit een sterk nummer. In “The Mountain” schakelt Mr. Morning zelfs heel even over op pure bluegrass wat als afwisseling best welkom is maar toch niet de weg die we deze band willen zien inslaan. Ook de banjo-country van cd-afsluiter “Dreamer” kan ons maar matig bekoren. “The Sweet Scent Of Butterflying” is nog eens een ouderwetse popplaat die de luisteraar een vol uur muzikaal plezier verschaft en dat is een verdienste die deze vijf Zweedse muzikanten toekomt.
(valsam)


 

 

 

ZZ TOP
LIVE FROM TEXAS
Website Myspace
Label: Eagle Records Distr.: Pias
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Zz Top is een Texaans no nonsens rock & roll- en boogie-trio, een ruige band die we levenslang zullen associëren met Harley Davidson-motoren en Kenworth-trucks. In de jaren ‘70 en ‘80 is de band erg succesvol en door de jaren heen is Zz Top één van de weinige band die nooit een verandering in haar line-up kent. In de loop der jaren scoort de bands hits met nummers als ‘Cheap Sunglasses’, ‘Legs’ en ‘Sharp Dressed Man’ en op zondag 13 juli van dit jaar waren ze de perfecte afsluiter van het Bospop festival. Voor vele aanwezigen was dit blijkbaar het hoogtepunt van dit driedaagse festival en voor de band de bekroning op een muzikale carrière van ongeveer een 40 jaar. Er wordt gekozen voor de naam Zz Top, als verwijzing naar “de koning” (B.B. King) die aan de muzikale top staat. Zz Top werd in 1970 opgericht door Billy Gibbons (gitaar en zang), Dusty Hill (bas) en Frank Beard (drums), en deze muzikanten speelden aanvankelijk in de Moving Sidewalks (Gibbons) en in American Blues (Hill en Beard). Na de verschijning van het eerste album, "First album" (1970), begon de groep aan een lange tournee door de Verenigde Staten en bouwde daarmee een grote schare fans op. Zz Top moest het vooral hebben van de concerten en de verkoop van albums. Zz Top brak in de Verenigde Staten door met het album "Tres Hombres" - het hiervan afkomstige "La Grange" werd zelfs een klein succesje op single - en brak in 1983 internationaal door dankzij enkele uitgekiende videoclips voor "Gimme All Your Lovin'", "Sharp Dressed Man" en "Legs". Bij Eagle Records verscheen dit jaar in de maand juni reeds de DVD "Live From Texas", een concert dat Zz Top speelde in het Nokio Theatre in Dallas, en meteen het eerste live concert op DVD van deze band. Wegens het grote succes van deze DVD verschijnt nu ook de CD van deze live registratie met 16 klassiekers van deze band, waaronder bovenvermelde hits. Stel je de volgende situatie voor. Je bent op een verlaten snelweg en je drukt het gaspedaal nog wat extra in om eens te testen wat de maximale snelheid is die je geliefde auto kan bereiken. Ondertussen kies je in de immense digitale muziekbibliotheek een album uit om op maximaal volume door de luidsprekers van de muziekinstallatie te laten schallen. Welke plaat kies je? Het ideale album voor een dergelijke situatie is natuurlijk "Live From Texas" van ZzTop. Er is geen andere CD die zo sterk het beeld oproept van snelle auto’s, eindeloze snelwegen, hoge temperaturen, lange baarden, ronkende gitaren, snelle vrouwen en wapperende haren. Het is onmogelijk om in de auto naar opener "Got Me Under Pressure" te luisteren zonder onwillekeurig het gaspedaal in te drukken. Ook in bijvoorbeeld "Gimme All Your Lovin’", "Sharp Dressed Man" en "Legs" voert de onweerstaanbare combinatie van flitsende gitaren, stuwende drums en pompende bas de hartslag en bloeddruk gegarandeerd de hoogte in. De fraaie ballade "Rough Boy" en de gitaarsolo's in het fenomenale "La Grange" zorgen voor de nodige afwisseling. Leuke teksten over strak geklede mannen en ondeugende meisjes met lange benen maken het geheel af. Blues rock puristen zullen ongetwijfeld de voorkeur geven aan het vroege werk, maar bij iedere hardrockfan hoort deze plaat zeker in zijn kast te staan. Wees alleen gewaarschuwd dat, als je straks de CD in je auto afspeelt en niet goed oplet, de snelheidsbekeuringen zich weldra op zullen stapelen.

Track Listing:
1) Got Me Under Pressure
2) Waitin' For The Bus
3) Jesus Just Left Chicago
4) I'm Bad, I'm Nationwide
5) Cheap Sunglasses
6) Pearl Necklace
7) Just Got Paid
8) Rough Boy
9) Blues Intro
10) Blue Jean Blues
11) Gimme All Your Lovin'
12) Sharp Dressed Man
13) Legs
14) Tube Snake Boogie
15) La Grange
16) Tush


 

 

LUKE JACKSON
… AND THEN SOME
Website Myspace
Label : Urban Myth / Popsicle Recordings
Distr. : Hemifran

 

Luke Jackson werd geboren in Londen maar verhuisde in 1997 naar Toronto in Canada van waar hij probeerde om een muziekcarrière uit te bouwen. Dat is uiteindelijk een vrij moeizaam en zwaar proces geworden. Na zijn debuutalbum “Split” uit 1998 duurde het tot 2001 tot er een tweede plaat verscheen onder de titel “Momentum”, een popperige plaat met liedjes die refereren naar de muziek van de sixties, seventies en eighties. Daarna volgde een periode van zowat vijf jaar waarin hij het erg moeilijk kreeg om nieuwe liedjes te schrijven: het zogeheten “writer’s block” had toegeslagen. In de zomer van 2006 verhuisde hij na een korte omweg via Londen naar de andere kant van de wereld en belandde hij in het Hoge Noorden in Zweden om er te gaan experimenteren in de Aerosol Grey Machine studio. Die studio deed in het recente verleden ook al dienst als opname-oord voor platen van The Magic Numbers, The Concretes, The Cardigans en Ed Harcourt. Daar volgde voor Luke Jackson een hernieuwde kennismaking met het schrijven van liedjes die we nu op zijn nieuwste cd kunnen beluisteren. Typische singer-songwritersmuziek afgewisseld met klassiekere rocknummers en catchy melodieën is ook wat we op zijn nieuwste album “And Then Some…” aangeboden krijgen. De tien songs op deze plaat zijn allemaal door Luke Jackson zelf geschreven en voor de opnamen kon hij een beroep doen op enkele lokale Zweedse muzikanten zoals bassist Magnus Borjeson, drummer Jens Jansson en multi-instrumentalist Christoffer Lundqvist, die we ook kennen als producer van o.a. Roxette. Met gevoel voor melancholie zijn Jackson’s teksten vaak weerspiegelingen van de belevenissen in zijn persoonlijke leven. Muzikaal vallen de zorgvuldig gearrangeerde strijkers op waarvoor de bekende Britse arrangeur Robert Kirby tekende. Hem ken je misschien nog van zijn eerdere werk met Elvis Costello, John Cale, Paul Weller en Nick Drake. Toch nog even een kort lijstje van de beste songs op deze plaat meegeven: ”Come Tomorrow”, het rockende “Goodbye London”, de aan The Cure schatplichtige song “Half A World Away” en de tragere afsluiter “The Fear”. Het instrumentale intermezzo “1970’s Kids TV Show Theme” kan misschien erg leuk geweest zijn om in de studio op te nemen maar ontsiert wel het geheel van “And Then Some ...” en dat valt toch even te betreuren. Maar voor het overige zijn we alleen maar positief over deze terugkeer van Luke Jackson.
(valsam)


 

 

ALEX ROSSI
LET ME IN
Website
Contact
Label: Topcat Records
CDBaby VIDEO 1 VIDEO 2

 

Alex Rossi is een Braziliaanse mondharmonicaspeler en zowat de bekendste bluesmuzikant van zijn land. Hij speelde in de USA samen met Rod Piazza, Sam Myers, Kim Wilson, Billy Branch, Carey Bell, Smokin Joe Kubek, Peter Mudcat en vele anderen. Hij vergezelde Phil Guy (broer van Buddy) tijdens diens tournee door Zuid-Amerika en speelde vaak samen met de legendarische Robert Ealy. Momenteel echter woont deze door de wol geverfde bluesartiest, die onder meer ook opnames deed met Susan Tedeschi en Shawn Pittman, in ons eigen Antwerpen. Voor het legendarische Texaanse TopCat label bracht hij zijn debuut "Let Me In" uit, met samenwerking met meerdere topartiesten ondermeer Phil Guy, Hash Brown en Holland K.Smith. Het werd meteen een erg sterke eerste release. Met zijn vooral op de Chicago blues harmonica geïnspireerde speelstijl en met de hulp van zijn illustere vrienden levert hij ons prachtige nummers af. Luister maar even naar "Rock Me" met Phil Guy op vocals en gitaar. Phil channelt hier Muddy Waters en John Lee Hooker samen in één song. Grandioos! Of de "chromatic" instrumental "Hawayan Eye" in ware George Smith stijl. Jimmy Reed's" The Sun Is Shining" en Muddy Water's "Crosseyed Cat", zijn beiden voortreffelijk gebrachte covers. Je merkt het, zowel Chicago blues als Texaanse nummers, Alex meesterlijke speelstijl kan er moeiteloos mee overweg. Zijn volle, warme geluid als toplaag boven de gedegen basis die zijn talentvolle vrienden muzikanten voor hem klaarleggen maakt van deze "Let Me In", net zoals de meeste Topcat releases, één van de belangrijke bluesreleases van het jaar.
(RON)

Voor de heren organisatoren, nu Alex in de sinjorenstad zijn onderkomen gevonden heeft, een buitenkans om hem met zijn nieuwe band gemakkelijk te boeken. Alex is waiting at your door to play for us, let him in! - Contact: rossialexandre@hotmail.com

 


 

 

GRAVELROAD
SHOT THE DEVIL
Website Myspace
Contact
Label: Uncle Larry’s records
Distr.: Blind Raccoon
CDBaby VIDEO


Dit drietal uit Seattle, een stad die gezien de vele releases die ons van daaruit de laatste tijd begint te bereiken, wat Austin allures begint te krijgen, brengt ons na hun titelloos debuut deze opvolger "Shot The Devil". Als je houdt van het "Fat Possum" geluid van R.L Burnside en vooral de latere nieuwe groepen die daardoor geïnspireerd zijn, dan is dit een cd voor U, want ze zitten in hetzelfde straatje als bands zoals Black Keys, Hillstomp, Bob Log II en dichter bij huis Stinky Lou & The Goonmat. Verwacht dus weinig subtiliteit, maar geniet met volle teugen van de hypnotiserende basic riffs à la Junior Kimbrough en T-model Ford, gebracht met de attitude van een hedendaags punktrio. Dit is de ware “deep blues”. Nummers als "I Shot The Devil" en "Taildragger" zijn daar prima voorbeelden van. Als grote fan van Hounddog Taylor’s ruige slordige sound kan ik "Hair Of The Dog" een wat aparte, freaky slide escapad, wat klinkt als de meester in een dronken bui, ook wel best pruimen ."Forty Four" is een van de sterkste songs op deze cd. “Lonely Nights” heeft iets dreigends in zijn monotone eenvoudige opbouw. Alle nummers zijn eigen composities, al zetten titels als "Taildragger" en "Fourty Four" je wel even op het verkeerde been, neen dit zijn niet de Howlin’ Wolf songs. De afsluiter is een remix van hun song "Bad Dog" uit hun debuut, en al ben ik geen fan van remixes, deze bevalt me uitstekend, well done Specs One! Sommige van hun teksten zijn niet voor jeugdige luisteraars, het zoveel gebruikte waarschuwingsstickertje voor ouderbegeleiding dat onterecht op vele Amerikaanse cd’s kleeft, zou hier best mogen. Momenteel toeren ze met een van hun laatste nog in leven zijnde oervoorbeelden "T-Model Ford", een echte eer voor deze nog relatief jonge kerels (zie video). Hopelijk brengt ons oude vechtersbaasje zijn mes niet mee deze keer, want meerderen hebben er reeds kennis mee gemaakt. Gravelroad: een portie ouwe blues, een flinke scheut bijtende rock, overgoten met wat punky speelplezier, meer moet dat niet zijn!
(RON)


 

 

 

JOHN INMON
SONGS FOR HEAVY TRAFFIC
Website Contact
CDBaby
Label: Music Road Records

Blijkbaar moet je niet altijd wild tekeer gaan om te bewijzen dat je een virtuoos gitaarspeler bent. De Texaan John Inmon toont dat je dat ook kan met subtiele beroering van de snaren en introspectieve feeling. Terzijde van zangers zoals Jerry Jeff Walker, in wiens band hij jarenlang speelde, of naast songwriters als Joe Ely en Jimmy LaFave, - om er slechts enkele te noemen -, intrigeerde hij alras omwille van de warmte die hij uit zijn snaren wist te toveren. Solo komt zijn expressief en invoelend gitaarspel nog meer tot zijn recht. Na ‘Goodbye Easy Street ‘ is dit album met acht ‘Songs For Heavy Traffic’ zijn tweede. In dit soloalbum creëert hij in opeenvolgende instrumentale nummers een afwisselend luchtige of weemoedige sfeer die aan Brendan Croker of Chet Atkins herinnert. Het is die aparte evocatieve sound die je meevoert naar landschappen waar vrienden samen de woestijnen doorkruizen, de bergen beklimmen, de zeilen vieren of de Siberische vlakte trotseren, elkaar in stilte aanmoedigend. Vooral de gloedvolle gitaarklanken bewerkstelligen dit. De muzikale vrienden zijn Radoslav Lorkovic, klassiek geschoolde en sublieme pianist, Glenn Fukunaga met bas en Paul Pearcy met drums. Dank zij hun samenspel krijgen zelfs overbekende hits als ‘Suki Yaki’ en ‘In My Life’ van het duo Lennon/McCarthy een originele adaptatie. Soms lijkt het alsof John Inmon zich even met de Dire Straits vermengt tijdens één van hun melancholische stemmingen. Toch hield ik het meest van John’s eigen composities waardoorheen het imaginaire meandert. ‘Prelude’ zou de filmscore kunnen zijn bij het uitlichten van een zwaan die voor het eerst verliefd wordt. Het speelse ‘Mr. Happy’ komt over als de choreografie van een libellendans en ‘The Blue Door’ openbaart a.h.w. een glimp van een jazzy geheimtaal. Dat er op gans de Cd niet gezongen wordt hindert niet, want de zes gitaarsnaren resoneren hun eigen lied. Alleen passen deze songs beter op een overvaart van een kalme zee dan op het harde wegdek temidden van haastig wegverkeer.
Marcie