ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


MARIA MULDAUR - YES WE CAN!

DONAVON FRANKENREITER - PASS IT AROUND

BILL ABEL - ONE MAN BAND

SEAN O’BRIEN AND HIS DIRTY HANDS - GOODBYE GAME

THE YOUNGERS - HERITAGE

BIG BOY BLOATER - THAT AIN’T MY NAME

LAST OF THE BLACKSMITHS - YOUNG FAMILY SONG

YARN - EMPTY POCKETS

SCOTT ELLISON - ICE STORM

ALASTAIR MOOCK - FORTUNE STREET


 

 

 

MARIA MULDAUR
YES WE CAN!
Website Myspace
Label: Telarc Records
Distr.: Codaex
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Maria Muldaur’s vorige albums, "Heart of Mine: Maria Muldaur Sings Love Songs of Bob Dylan" (2006) en "Naughty, Bawdy, And Blue" (2007) kregen reeds een grote respons, en bij het beluisteren van haar nieuwste cd, "Yes We Can!", willen we Maria alweer niets dan lof toezwaaien. Met de regelmaat van de klok brengt Muldaur nieuwe releases uit. En dat doet ze niet in een bepaalde muziekstijl maar ze verdeeld haar aandacht over diverse muziekstijlen. Ze is een veelzijdige vrouw die zonder problemen blues, jazz, country, r&b, folk, etc. kan vertolken zonder dat je haar daarbij kan betrappen op een onvolkomenheid. Met haar nieuwe release begeeft ze zich terug naar haar wortels toen ze haar eerste stappen maakte in de folk revival van de vroege jaren '60, een tijd waarin ook figuren als Pete Seeger en Bob Dylan gedurfde uitspraken maakten over de burgerrechten, Vietnam en andere drukmakende onderwerpen. Want nu ook zovele jaren later, dat de politieke en sociale onrust nog steeds even groot is omringt Muldaur zich met een groep van legendarische vrouwelijke performers om hun natie op de korrel te nemen in een collectie van dertien nummers, maar dan wel door mannen geschreven songs.

Maria Muldaur kende haar topjaren in de periode 1973-1974, toen zij met twee excellente platen ("Maria Muldaur" en "Waitress In A Donut Shop") naam maakte. Sindsdien is zij met tussenpozen goede platen blijven maken, maar het oude niveau heeft zij nimmer bereikt. Op Telarc Records verscheen haar nieuwe plaat, die er zeker wezen mag. De hoes, waarop een 'levend' vredesteken is afgebeeld, geeft de typisch sfeer van het album goed weer en in deze sfeer komt haar stem goed tot zijn recht. "Yes We Can!" is dan ook één van de beste platen van Maria Muldaur sinds haar topplaten. Muldaur bewoog zich in de jaren zestig in de kringen van Bob Dylan en andere folkrockgrootheden. Later in haar carrière zou ze steeds meer afstand nemen van het rockwereldje en de wortels van de Amerikaanse muziek gaan verkennen. Haar bekendheid bij het grote publiek vervaagde maar binnen de roots-wereld groeide ze uit tot een grote naam. "Yes We Can!" is haar nieuwste werkstuk en ook meteen de muziek-en video als eerbetoon aan Senator Barack Obama, in diens campagne voor het voorzitterschap. Om aan dit project nog meer kracht toe te voegen brengt ze zomaar drie Dylan songs als "John Brown", "License To Kill" en "Masters of War". Net als op haar voorgaande albums nodigde ze naast het Women's Voices For Peace Choir een keur aan gastmuzikanten uit als Bonnie Raitt, Joan Baez, Holly Near, Phoebe Snow, Odetta en Jane Fonda. Maar ook naast haar band, The Free Radicals (David Torkanowksy, Tony Braunagh, Hutch Hutchinson, Shane Theriot), vinden we Jenni Muldaur, Linda Tillerey, Valerie Trout, Jeanie Tracy terug als backingvocals. Op "Yes We Can!" draait het eigenlijk allemaal om anti-war-thema's. Zo leende ze de honky tonk/New Orleans gerichte opener "Make A Better World" uit het repertoire van Earl King. Het refrein van Toussaint's "Yes We Can Can" is zeer verslavend, en met de vocale steun van Bonnie Raitt blijft dit nummer steeds in uw hoofd hangen. Deze song is in 1973 eerst bekend geraakt door the Pointer Sisters op hun debuutalbum, maar kwam ook terug boven water door Toussaint zelf na de orkaan Katrina. Er staan geen heftige muzikale uitspattingen op, maar subtiel uitgevoerde songs die soms teruggaan naar de jaren 60 & 70 van de vorige eeuw, zoals Garth Brooks' "We Shall Be Free" met in deze song een mooie afwisseling van Joan Baez (foto onder), Odetta (foto boven), Holly Near en Muldaur's stemmen. Maar de grootste verrassingen op deze plaat zijn wel de cover van Marvin Gaye's "Inner City Blues (Makes Me Wanna Holler)" met een geweldige gitaarsolo van Shane Theriot en dan Edwin Starr klassieker "War", in een zeer onverwachte trage versie dat de boodschap van deze song misschien wel meer accentueert dan het origineel. Op dit album dus geen eigen nummers, maar buitengewoon fraai gearrangeerde composities. De begeleidende muzikanten spelen met opvallende souplesse en met groot gevoel voor de subtiele nuances waar elk van de dertien songs om vraagt. De kenners likken nu al de vingers af, zeker wanneer zij eenmaal in de winkel aangekomen en het indrukwekkende lijstje gasten zien. We hoeven u natuurlijk niet te vertellen dat dat voornemen met dit goed volk nauwelijks kans van mislukken heeft. Doordat de nummers met smaak en veel respect voor de originelen uitgevoerd worden, klinkt dit album als een hechte eenheid. Het is echter vooral de hemelse stem van Muldaur die diepe indruk maakt, want met haar zwoele, vleiende stem streelt Maria de trommelvliezen in een programma dat zich muzikaal afspeelt in de ongrijpbare ruimte tussen rock, blues en folk waarbij het Women's Voices For Peace Choir het geheel een meer gospel tintje meegeeft. Dat Muldaur, die zichzelf ziet als iemand die de fakkel brandende moet houden, het hart op de juiste plaats heeft, is echter zeker. Laten we het er maar op houden dat "Yes We Can!" van a tot z fantastisch is en door elke bluesliefhebber zeker eens beluisterd moet worden.


 

 

DONAVON FRANKENREITER
PASS IT AROUND
Website Myspace
Label : Lost Highway
Distr.: Universal Music

 

 

Als je Donavon Frankenreiter zo op de foto’s ziet lijkt hij eerder een beetje angstaanjagend. Niets is echter minder waar. Hij is een geliefde echtgenoot voor vrouwtje Petra en de favoriete vader van zijn twee zonen, genaamd Hendrix (6 jaar) en Ozzy (2 jaar). Zou dit een muziekliefhebber kunnen zijn? Deze man is ‘Mr. Sympatico’ in hoogst eigen persoon (sorry Jean-Marie), hij is zeer charismatisch en heeft een benijdenswaardige levensattitude die vooral “laisser faire, laisser passer” uitstraalt. Alle zorgen zijn voor morgen, vandaag concentreren we ons vooral op “having a good time”. Die houding reflecteert hij ook in zijn muziek en in de vele laid back gezongen liedjes op al zijn cd’s waarvan er geen enkele in onze platencollectie ontbreekt. Vandaar dat we nu al weer heel blij waren om een nieuwe plaat van hem in de bus te mogen krijgen. “Pass It Around” is naast enkele ep-tjes pas de derde full-cd en vintage Frankenreiter, zonder verrassingen maar ook zonder één enkel wat mindere song. Steek zo’n cd in de speler en de zon rijst in je grauwe dagelijkse leefwereld (zelfs binnenkamers met de gordijnen dicht). Zomerse strandliedjes waarbij je het gevoel krijgt dat het korrelige zand je tussen de tenen kruipt bij beluistering. “Pass It Around” bevat elf dergelijke happy songs en start onder een stralend blauwe hemel met “Life, Love & Laughter”. Daarna volgt een lekker swingende song getiteld “Too Much Water” waarna de Hawaïaanse klanken de overhand nemen in het zeer mooie liedje “Come With Me”. In “Your Heart” begint alles onder mariachi-trompetgeschal waarna het Mexicaanse feest al swingend en al zingend wordt voortgezet. Voor de muzikale begeleiding zorgen Jose Hernandez y Su Mariachi Sol de Mexico. Een zachte soulgitaar en dito sound vormen de basis van alweer zo’n tof nummer “Hit The Ground Running”. Als persoonlijke vriend van Jack Johnson en als collega-surfer brengt hij vele uren door op het zonnige strand en zijn waarnemingen aldaar inspireren hem soms tot het schrijven van nieuwe nummers. “Mansions On The Sand” is zo’n song die overigens erg Jack Johnson-schatplichtig is en waarop Grant Lee Phillips meezingt. Ander bekende namen die hun vocale ondersteuning verlenen aan enkele liedjes zijn Thad Cockrell, G. Love en Ben Harper, die meespeelt en zingt op de titeltrack “Pass It Around”. Gelegenheidsproducer Joe Chiccarelli heeft trouwens ook al een stevige reputatie opgebouwd door zijn werk met o.a. Frank Zappa, The White Stripes, The Raconteurs en My Morning Jacket en hij heeft enkele Grammy Awards gewonnen. De afsluitende song “Come Together” is een politiek geïnspireerd nummer waarin Frankenreiter zich afvraagt “why we can’t all just get along and be together” in plaats van alsmaar oorlog te voeren omwille van religieuze verschillen of om de macht over olie te verwerven. Alsof hij “geef ons er nog eentje voor we de schup kuisen en naar huis gaan” wil zeggen krijgen we daarna nog een heel mooie bonustrack met het liefdesliedje “Everything To Me”. Sorry, maar we zijn waarschijnlijk niet geheel objectief geweest. Anderzijds kan het ons niet echt schelen want wie deze muziek van Donavon Frankenreiter niet goed vindt is een kniesoor en een zuurpruim. Voor die mensen schrijven we onze cd-recensies toch al niet. Koop dus “Pass It Around” en geniet van het zorgeloze leven. Alvast voor even toch.
(valsam)

DONAVON FRANKENREITER LIVE
di. 25 november 2008
Zaal Het Depot, Leuven


 

 

 

BILL ABEL
ONE MAN BAND
Myspace
Label: Blue Skunk Music Myspace

 

 

Een One Man Band is een fenomeen apart. Zonder rugdekking of begeleiders moet je al zingend, drummend en gitaarspelend de aandacht trekken en dat een uur of langer volhouden wil je het publiek ter plekke houden. Protagonist Jesse Fuller uit Georgia deed dat al in de jaren 1940. Na hem kwamen er verschillende anderen. Zowat in alle werelddelen is er wel ergens een straatmuzikant te vinden die van zijn ‘one man’ show zijn roeping maakt. Ash Grunwald in Australië bijvoorbeeld of in Amerika Adolphus Bell, meer bepaald in de staat Georgia. In de Mississippi Delta maakt ook de bebaarde Bill Abel naam op zijn eentje, al jarenlang te vinden op pleinen, in parken of op festivals. Bill Abel, die in Belzoni opgroeide, vond de bluesgitarist Paul ‘Wine’ Jones op zijn weg die zijn mentor werd. Jones overleed drie jaar geleden, maar Bill Abel deed alleen verder de adviezen van zijn leermeester indachtig. Af en toe speelde hij samen met o.a. T-Model Ford, Odell Harris, Sam Carr, Hubert Sumlin en Honey Boy Edwards, allemaal bluesveteranen die weten hoe authentieke blues moet klinken. Als Abel niet optreedt dan geeft hij les of stort zich op zijn artistiek bijbaantje schilderen en pottenbakkerskunst. Maar op dit album zingt Bill Abel zijn rauwe blues zoals zijn mentor hem daartoe gidste. Hij wisselt af met elektrische gitaar, dobro of een zelf ineengeknutselde gitaar, gemaakt van een houten sigarendoos. Als je zijn ‘Buryin’ Ground’ of ‘No Good Time Fun’ beluistert hoor je hoe deze multi-instrumentalist zich de ritmes eigen maakte van de vertolkers van de ‘back alley’ blues. Zelf mag Bill zich gezien zijn vierenveertig prille jaren nog niet tot de veteranen rekenen, maar zijn speelwijze doet wel denken aan Jesse Mae Hemphill of Big Jack Johnson. Met zijn voet en basdrum en zijn hypnotische primitieve gitaarritmes herinnert hij aan de oude bluespioniers die hun ganse lichaam inzetten om hun onbehouwen blues met ziel te belijden. Hi-hat met cimbalen, kick drum, kick snare en de tranceachtige gitaarritmes genereren een eerlijke sound, zeldzaam in de huidige muziekbusiness waar alles vooraf is bestudeerd. De veertien songs en twee instrumentale nummers werden Live opgenomen in de Big Toe Studio in Deeson, Mississippi en door Bill Abel zelf geproducet. Op Paul ‘Wine’ Jone song ‘Rob and Steal’ na en twee traditionals komen alle songs uit eigen inspiratie. Hij brengt deze zo authentiek, ietwat ‘grungy’, met rauwe zanguithalen dat je zou geloven dat de geest van Leadbelly in hem is gevaren. Het schijnt dat Bill Abel met zijn One Man instrumentatie een vaste stek heeft in de Delta en Hill Country. Met dit album binnen handbereik hoef je niet naar Mississippi te vliegen om de originele beat van een pure eenmansshow te ondergaan.
Marcie


 

 

 

 

SEAN O’BRIEN AND HIS DIRTY HANDS
GOODBYE GAME
Website Myspace Contact
Label : First Cold Press
Distr. : G Promo PR

 

Sean O’Brien heeft al een lang muzikaal verleden van meer dan 25 jaar achter zich als zanger bij diverse Californische groepen zoals ‘Meantime’, ‘True West’ en ‘Denim TV’. Omstreeks de eeuwwisseling maakte hij deel uit van het punkpopkwartet ‘The Mariettas’ die met hun cd “12” zowel in Amerika als in Engeland goed scoorden. In 2001 keerde hij terug naar San Francisco en leverde er een eerste soloplaat af onder de titel “Too Personal”. In 2006 volgde een twee plaat getiteld “Seed Of Mayhem” die o.a. bij Rootstime op een positieve recensie kon rekenen. Nadien begon hij met het formeren van een eigen groep bestaande uit Bill Davis (bas), Jeff Kane (gitaar) en Matt Shelley (drums). Dan volgde een periode waarin hij overging tot het schrijven van nieuwe songs voor de derde plaat, deze keer van ‘Sean O’Brien And His Dirty Hands’. Het schijfje heet “Goodbye Game” en laat een voornamelijk rockende O’Brien horen met regelmatig scheurend gitaarwerk zoals in de songs “Take Your Pills” en “Warm & Sane”. Vocaal kan je ook de punker nog horen in de niet altijd even loepzuiver (ja soms zelfs vals) zingende stem van Sean O’Brien. Muzikaal opereert hij voornamelijk in de buurt van psychedelische rock hoewel een song als “Bones Snap” over het eenzaam doorbrengen van je verjaardag (maar daar niet om malen) een meer poppy geluid meekrijgt. In “All That I Don’t Know” horen we een behoorlijke zijstap voor O’Brien en klinkt hij als Springsteen in een song die misschien best als ‘tearjerker’ omschreven kan worden. Dan blijkt ook dat hij wel degelijk toonvast kan zingen en dat zelfs heel mooi kan doen. Wij selecteren deze aangrijpende ballad alvast tot nader order als de beste song van “Goodbye Game”. Het rockende “Hope Fill Up” bevat een knappe gitaarriff, het rommelige instrumentale nummer “Get Over Tunis” zit vol calypso-geluiden en een oosterse klankenpallet. Dan volgt een meezingbaar pop-rocknummer zoals Nick Lowe er meerdere geschreven heeft in zuivere Rockpile-stijl “New Home Tonight”. We denken dat Sean O’Brien een Lowe-fan is want ook “Walk There Too” leunt dicht aan bij diens typische sound. Met de titeltrack “Goodbye Game” neemt hij postuum afscheid van zijn vorige groep ‘The Mariettas’. We denken dat Sean O’Brien And His Dirty Hands ondertussen al keihard aan het werken zijn aan nieuwe nummers. Ondertussen zullen wij dus “Goodbye Game” samen met voorganger “Seed Of Mayhem” koesteren.
(valsam)


 

 

THE YOUNGERS
HERITAGE
Website Myspace
Info: Lotos Nile Media
Label: Obuck Records

 

Rusteloze zielen, loonslaven, truckers, oud-strijders, eenzaten aan de bar, scheidende en afscheid nemende koppels, gekwetste en gedumpte Cinderella’s, dat is zo ongeveer het hopeloos allegaartje waarmee singer-songwriter Todd Bartolo zijn songs bevolkt. Zijn verhaaltjes spelen zich af in het weidse alles opslorpende Amerika, langs de weg, route 78, ‘Highway 9’ of gewoon ‘Downtown’ waar de neonlichtjes van Veronica’s bar wenken. Todd is de leadzanger van de ‘The Youngers’, vroeger nog deel uitmakend van ‘Frog Holler’. Randy Krater speelt basgitaar en zingt eveneens, jaren terug nog in de Folkband ‘Sand Creek’. Van de dertien songteksten nam hij er twee voor zijn rekening. Het geheel leunt aan bij countryrock of lyrische bluegrass met die typische instrumentatie van lapsteel, pedalsteel, mandoline, harmonica, aanvullend bij de gitaren. Vier ‘Youngers’ maken de kern uit van de band, maar daarnaast hoor je hoe gastmuzikanten er iets extra aan toevoegen. Laura Cash doet dit met haar fiddle op ‘Big Ol’ Freight Train’ waar het liefje voorgoed aan de horizon verdwijnt. Jim Hoke doet dat met zijn saxofoon in ‘Middle of the Night’ waar koperglans tegen de nachtelijke hemel steeds goed tot zijn recht komt. En Ronnie McCoury van de Del McCoury Band brengt met zijn mandoline wat folky tinteling. John Carter Cash, zoon van het legendarische paar Cash-Carter, producete dit album, opgenomen in de Cash Cabine Studio in Hendersonville, Tennessee. The Youngers hebben als thuishaven Pennsylvania, wat mogelijk hun ingewortelde feeling voor goede muziek verklaart, als illusoire nazaten van Gram Parsons, Willie Nelson, Whiskeytown, Waylon Jennings, Lyle Lovett en Steve Earle. Schijnbaar betekenisloze verhaaltjes over gestrande levens en verloren zielen maakt het viertal opnieuw universeel via de arrangementen, instrumentatie en energieke ritmes waardoor kleine emoties onverwachts groot worden. Wanneer de Youngers belijden dat zij het Amerikaans erfgoed levend willen houden dan mag je er donder op zeggen dat zij zich reeds als een onderdeel van dat erfgoed hebben ingewerkt. Want hoe kan je anders een nummer als ‘Highway 9’ aanvoelen, schrijven, op muziek zetten en spelen, een song waarin het legendarisch thema van de troubadour/gambler in essentie wordt uitgebeeld. Of het slepende ‘Right All the Wrongs’, een song over schuld en spijt, waar de tragiek het individu overstijgt. Als je dit met zulk emotionele oprechtheid kan zingen, dan ben je al een nieuwe schakel in de muzikale erfenis van je voorvaderen.
Marcie


 

 

 

BIG BOY BLOATER
THAT AIN’T MY NAME
Website Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Nog dit najaar trekt de gitaarspelende Brit door België en afgaande op dit album belooft het een hete avond te worden met een cocktail van jump, boogie woogie, swing en hitsige blues. Tel daar nog de saxen bij van Li’l Lisa Jane en Tim Chimes plus de piano van Matt Empson en het publiek zal onder hoogspanning komen te staan. Dit album ‘That ain’t my name’ geeft al een voorsmaakje. Al meer dan vijftien jaar scheert Big Boy hoge toppen als gitarist èn zanger, toerend door Canada, USA en Europa. De lijst van vermaarde muzikanten waarmee hij het podium deelde wordt ieder jaar langer. Willekeurig citeer ik in het verleden Rosco Gordon, Nappy Brown, Lazy Lester, Wanda Jackson en Jimmy McCracklin. Als jonge snaak was Big Boy al geobsedeerd door muziek en zelf gitaar spelen werd voor hem een ‘must’. In Engeland wordt hij dan ook de deken van de jumping Rhythm & Blues genoemd. Op dit inmiddels vijfde album staat zijn vijfkoppige band hem opnieuw terzijde. De ritmesectie met Dave Terrey op drums en Mike Powell met bas is gewoon fenomenaal. Mike Powell is tevens één van de ‘City Shakers’, bluesband waar Bloater soms bij aansluit. Op het album komen de naoorlogse jaren a.h.w. opnieuw tot leven alsof de vreugde van de bevrijding zich moet ontladen via uitbundige gezamenlijke muziek. Dat is grotendeels de verdienste van de saxofonisten en van pianist Matt Empson die van Fats Domino’s ‘Please Don’t Leave Me’ een swingend nummer maken. Big Boy’s schuurpapieren stem, die soms vergeleken wordt met deze van Big Joe Turner, krijgt een enkele keer gezelschap van Lisa Jane’s vocalen met wat jazzy echo’s. Op ‘Man Or Monkey?’ komt haar pittig feministisch temperament naar boven, zich dezelfde vraag stellend als Charles Darwin eeuwen voor haar. Sprankelende pianoklanken vergezellen haar speels gezongen research. Alle songs drijven op dat aanstekelijk ritme dat ideaal is om motoristen tijdens hun nachtelijke langeafstandsritten wakker te houden. Ikzelf zou liefst ‘Give Me What You Got’ uitkiezen van D. Hoare met die schitterende saxen en piano om non stop te kunnen beluisteren tijdens een TGV rit Brussel/Parijs. Verveling uitgesloten. Je zou Big Boy’s vijfde album een prettig gestoord geheel kunnen noemen, maar daarvoor hebben alle muzikanten een te hoog instrumentaal IQ. En Suelee’s creatief artwork op de cover heeft dan weer een hoog artistiek IQ.
Marcie

 

 


 

 

LAST OF THE BLACKSMITHS
YOUNG FAMILY SONG
Website Myspace Contact
Label : Vanguard Squad

 

Hun gelijknamig getitelde debuutalbum “Last Of The Blacksmiths” uit 2005 was gedurende de voorbije jaren een onverwacht succes in de cultpopwereld. Hun alternatieve sound leverde Jake Bunch (de bassist die ondertussen de groep heeft verlaten), Robert Garibay, Nigel Pavao en zanger Nathan Wanta de aandacht op van de die hard liefhebbers van de melodieuze indiepopsongs. Het was voor ons dus ook een blijde verrassing toen we een nieuwe cd van deze band uit San Francisco mochten ontvangen. De opvolger van hun succesplaat heet “Young Family Song” en bestaat uit negen sfeerliedjes met ingetogen muziek en zang op plaat gezet en voortreffelijk geproduceerd door Mike Wells. Deze muziek is uitermate geschikt voor airplay tijdens laatavondprogramma’s als “Duyster” op StuBru. Last Of The Blacksmiths werd boven de doopvont gehouden in 2003 en trad de voorbije jaren op als voorprogramma van bands als ‘Smog’ en ‘Okkervil River’. Voor hun liedjes werd de meeste aandacht besteed aan de muziek die met minimale instrumentatie geen klank te veel voortbrengt maar door zijn eenvoud schittert. Het melancholische gezang dat op die klanken wordt toegevoegd zijn soms haast fluisterend gesproken woorden die gaan over diverse van hun levenservaringen en over waarnemingen in hun omgeving. Je wordt niet echt vrolijk van deze sound maar deze cd is net als hun debuutplaat aan te bevelen voor elke liefhebber van harmonieuze popsongs. De eerste song op de cd is misschien wel het vrolijkste nummer en heet “Autumn Vacation”. Andere favoriete tracks zijn “At An Early Hour”, “Beard Tongues”, de emotionele hulpeloosheid in de song “Giving Up” en de getemperd uitgeschreeuwde verlangens in “High Peaks”. Het door Rufus Wanta - de grootvader van zanger Nathan Wanta - geschreven gedicht “Pick A Song” werd door Last Of The Blacksmiths voorzien van wonderbaarlijk mooie muziek en werd zo een hoogtepunt op deze plaat. Kwestbare en breekbare liedjes is hun handelsmerk waarmee ze duidelijk mikken op de gevoelige snaar bij de luisteraars. Hun muziek is heel simpel maar daardoor net perfect. Leuk om weten is ook dat de Blacksmiths hun naam ontleenden aan een song uit het album “Cahoots” van The Band waarmee ze hun eeuwige affectie voor de muziek van die groep wilden benadrukken. Gemeen met The Band hebben ze hun liefde voor harmony vocals en voor het subtiel mengen van diverse muziekgenres als Americana, country, folk, blues en R&B. Wat ons betreft is Last Of The Blacksmiths een geheid blijvertje voor vele jaren. Waarom kan je misschien zelf best ervaren door het nieuwe album “Young Family Song” in één ruk te beluisteren tijdens de komende duistere winteravonden. Aanbevolen door Rootstime met vele sterren.
(valsam)


 

 

 

YARN
EMPTY POCKETS
Website Myspace CDBaby
Info: Lotos Nile Media

 

‘Yarn’ omsluit een kwintet uitstekende muzikanten uit Brooklyn met Blake Christiana als leadzanger. Het dynamisch groepje brengt zijn tweede album uit en als je het beluistert ben je geneigd om op zoek te gaan naar hun eerste. Want hun ‘Empty Pockets’ zitten vol met verborgen schatten, zeg maar kostbaarheden zoals avontuurlijke jongens die graag stuk voor stuk in hun zak verstoppen. Blake zegt dat hij niet zozeer diepgaande liedjes wil brengen als wel de luisteraars plezieren met een zwierig geheel van melodische en ritmische songs, lyrische bluegrass van het unieke soort. Nochtans tasten zowel ‘Ain’t That A Sin’ als ‘Lies I’ve Told’ naar de diepere lagen in de ziel. Meer dan eens herinnert Yarn aan Gram Parsons of aan Crosby Stills & Nash en in de fellere nummers aan The Grateful Dead, The Band of Son Volt. De uitgenodigde gastmuzikanten zijn niet de eerste de beste. Vingervlugge Tony Trischka speelt banjo, Casey Driessen fiedelt en Caitlin Cary, één van de drie ‘Tres Chicas’ meisjes zingt. Ook Edie Brickell zingt op ‘I’m Down’, een intimistische ballade. Blake Christiana schreef alle songs zelf, enkele samen met Shane Spaulding en geeft zijn fantasie de vrije teugel. Het titelnummer ‘Empty Blues’ klinkt als een kruising van Cash en Kristofferson. Maar het allermooiste ‘I’ve Already Won’ ontroert door die onbestemde melancholie als mistige regen bij valavond. En de ‘5 Guitars’ in duo zang met Caitlin loopt a.h.w. verloren in een waas van droefgeestigheid. Blake speelde vroeger met de band ‘The Family Dog’, maar in 2006 zocht hij zijn toevlucht en groei in deze ‘Yarn’ Band. Trevor MacArthur met gitaar, Andrew Hendryx met mandoline en het ritmesectieduo Rick Bugel en Jay Frederick maken er eveneens deel van uit. In de New Yorkse clubs ziet men deze band graag komen want hun animo en muzikaliteit staan garant voor een hoogstaand concert. Ook op dit album word je bijna een uur verwend met muziek waarin ritmes, ambiance, lyriek en melodische elegantie zich met elkaar verstrengelen. Christiana’s warme expressieve stem, de gitaren, mandoline, jubelende viool, pedal en lapsteel en vooral Trischka’s banjo zijn allemaal elementaire deeltjes om van dit ‘Empty Pockets’ een succes te maken. Je kan naar hartelust in hun Pockets graaien om er zowel kostbare Americana als zeldzame Alt-Country tevoorschijn te halen.
Marcie


 

 

SCOTT ELLISON
ICE STORM
Website
Info : Blind Raccoon
Label: Earwig Records
Distr.: Parsifal

 

Tulsa, Oklahoma, de stad die zijn eigen stempel drukte op de blues met een laid back, lazy soundje, denk maar aan nummers als Clapton's "Lay Down Sally", en de muziek zoals JJ Cale 'm brengt en wat men later de Tulsa sound is gaan noemen. Een van de belangrijkste vertolkers van die sound was Jimmy Byfield , die met zijn band "Rockin' Jimmy and The Brothers of The Night" twee fantastische platen maakte, maar die spijtig genoeg, ondanks zijn talent compleet onbekend bleef. Hij was trouwens de schrijver van "Lay Down Sally" wat Clapton wat later coverde.Toch willen we even deze Tulsa man huldigen voor het plezier wat we aan die twee lp's mocht beleven. Tot zover wat betreft de typische Tulsa muziek. Niet direct wat je van deze Scott Ellison moet verwachten, ook al is hij een inwoner van datzelfde Tulsa. Scott is, en dat wisten we al door zijn vorige releases, een bluesgitarist die meer de bluesrock toegedaan is, zonder echter dat clichématige. "Steamin" waarmee hier geopend wordt, doet zijn naam eer aan, een stomende shuffle met een hakkend Stevie Ray Vaughan achtige riff. Wat Albert King invloeden krijgen we in "Big Blue Car", genre "Cadillac Assembly Line". "Pride" rijmt met slide en dat is ook het hoofdingrediënt van deze song, een funky ritme dient als basis voor deze talking blues. Meer slide in "Fourth Of July", een moderne bluesrock- variatie op een oude Chicago bluesriff. "Why'd Ya Lie To Me" is een nummer dat me onwillekeurig herinnert aan Dr Feelgood, eenvoudig van opbouw, met een simpele slide en Scott's stem die het minder houdt tussen Lee Brilleaux en Howlin' Wolf. Na een paar maal luisteren krijg je het niet meer uit je hoofd verdreven. Verrassend is daarna "Ice Storm", een moderne jump blues met mooie sax en unisono gitaar, Scott laat zich van zijn meest swingende jazzy kant zien. Prachtig! Afsluiten doet Scott met "Where You Stand With Me" een nummer dat met een soul injectie door de blazers nog een andere kant laat zien van Scott Ellison, een soulvolle ballad, echter voorzien van wat Albert King/Gary Moore geïnspireerd gitaarwerk. "Ice Storm" van Scott Ellison is een knappe bluesrock cd die door de songkeuze en zijn luchtige aanpak een verademing is in het genre.
(RON)


 

 

 

 

 

ALASTAIR MOOCK
FORTUNE STREET
Website Myspace
Label: Corazong Records

 

Met zijn raspige stem brengt Alastair Moock ons zijn verhalen, die sommige folk noemen, anderen weer Americana, en zelf enkelen country. Ik zelf hou het toch bij folk. Wel de echte Amerikaanse folk wel te verstaan, zoals zijn grote voorbeeld Woody Guthrie die bracht. Afkomstig is hij uit Boston, en zijn stem doet denken aan die van Steve Forbert, met zelfs een klein snuifje Tom Waits. Die stem is zijn sterke kracht, samen met de teksten vol knappe levensbeschouwingen. De titelsong die de cd opent is al direct een voorbeeld van de briljante teksten van Alastair, het is ook meteen mijn favoriete song op deze schijf, de song gaat over de eenzaamheid in de drukke stad, en is een folksong met moderne bleu-eyed soul invloeden. Verwijzingen naar Woody Guthrie zijn er in "Woody's Lament", over diens privéleven dat te lijden had van zijn werk als militant vakbondsman. In het hierop volgende bluesy nummer "Swing that Axe" krijgen we op humoristische wijze te horen dat met folk weinig geld te verdienen valt. Zo vertelt Moock nummer voor nummer zijn boeiende verhalen, steeds sober aangekleed zodat de teksten nog aan belangrijkheid winnen. Een lach en een traan. Songs over huiselijk geweld ("Roll On/Song for Mary Ann"), maar ook een song met als boodschap: geniet van het leven ("Own Way to Heaven"). De bekende klassieker "Della" is de enige cover, bekend van Blind Willie Mc Tell. Als afsluiter krijgen we nog het zeer persoonlijke "Fishing Tales" opgedragen aan zijn ongeboren kroost, toen hij nog niet wist wat 't worden ging, hij richt zich afwisselend naar beide mogelijkheden; "Hello little man.." en wat verder "or hello little girl.." Maar vooral de zin "My fertile little wife" bleek profetisch, want 't zou wat later een tweeling worden. Het was dit feit wat hem aanzette na twee jaar terug een cd te maken, want hij wou die song die al lang in de kast lag met de wereld delen. Deze tweede op het Corazong label, werd in 5 dagen opgenomen en bijna zonder overdubs op band gezet. Op 2 nummers kreeg hij de hulp van Kris Delmhorst, waarmee Rootstime tijdens het Blue Highways festival nog een interview deed. Het toeren is de laatste jaren fel afgenomen, omdat hij zijn tweelingdochtertjes Elsa en Clio goed moet verzorgen, Maar Alastair Moock is wel mee te maken op vrijdag 3 oktober in Toogenblik in Haren. Profiteer ervan!
(RON)


ALASTAIR MOOCK LIVE
Vrijdag 3 okt 2008 - Toogenblik Haren - Brussel