ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


JACKIE LEVEN - LOVERS AT THE GUN CLUB

SEASICK STEVE - I STARTED OUT WITH NOTHING AND I STILL GOT MOST OF IT LEFT

JACKSON BROWNE - TIME THE CONQUEROR

MATT TAYLOR - NO TROUBLE AT ALL

DONNA THE BUFFALO - SILVERLINED

GUY FORSYTH - CALICO GIRL

HANS THEESSINK & TERRY EVANS - VISIONS

LAND OF TALK - SOME ARE LAKES

ANDY HILL AND RENEE SAFIER - HURRICANE OF THE HEART

TIMO GROSS - DOWN TO THE DELTA - TRAVELLIN - DESIRE


 

JACKIE LEVEN
LOVERS AT THE GUN CLUB
Website Myspace Contact
Label : Cooking Vinyl
Distr.: V2

 

Als Schot heeft Jackie Leven een apart levensverhaal. Hij werd in 1950 in Roemenië geboren als zoon van een Georgische moeder en een Ierse Cockney vader die hun geluk op het Britse continent in Fife, Schotland gingen zoeken in hun tocht naar bevrijding en om uit de armoede te ontsnappen. Nooit heeft Jackie Leven zich veel aangetrokken van de conventionele muziekwereld en verkoos hij van meet af aan om zijn eigen eigenzinnige weg te volgen. Die ging over hoogtes en laagtes maar hij bleef de hele tijd trouw aan zijn gekozen muzikale richting. Sterke songteksten met intrigerende vertellingen en ook poëtische overdenkingen is door de jaren heen zijn handelsmerk geworden en heeft hem het respect van heel wat collega-musici opgeleverd. Als student leek voor hem geen grote carrière weggelegd te zijn maar via de rootsmuziek die zijn moeder in huis beluisterde geraakte Jackie Leven verslaafd aan het schrijven van songs en het maken van de bijpassende muziek. In 1971 verscheen “Control”, zijn eerste plaat onder zijn toenmalige pseudoniem John St. Field. Die plaat wordt heden ten dage nog steeds als een psychedelische underground-klassieker beschouwd. Van 1978 tot 1982 was hij de frontman van de punkformatie ‘Doll By Doll’. In 1983 werd hij bijna vermoord toen hij op straat werd overvallen en het slachtoffer van een wurging dreigde te worden. Het duurde jaren vooraleer hij hiervan genas en tegelijkertijd moest hij door een depressie en een zware drugsperiode gaan. Maar eens terug op deze wereld besefte hij dat zingen en optreden zijn echte levensmissie was. Naast de platen onder eigen naam brengt Jackie Leven ook nog cd’s uit onder het pseudoniem ‘Sir Vincent Lone’ waarvan we tegen het einde van dit jaar ook nog een nieuwe release mogen verwachten. Maar eerst is er zijn recentste worp in de vorm van het prachtige album “Lovers At The Gun Club”, inmiddels zijn veertiende studioplaat. Zijn rustgevende zangwerk komt optimaal tot uiting in songs als “The Innocent Railway”, “Olivier Blues” en “Head Full Of War”. “Fareham Confidential” is een travelling song waarbij je je een gepakte en gezakte Jackie Leven probleemloos kan voorstellen. Op de titeltrack “Lovers At The Gun Club” zingt zijn long-time vriend Johnny Dowd schitterend mee. Melancholie komt overvloedig aan bod in het nummer “I’ve Passed Away From Human Love”, een erg sterke song. Hetzelfde geldt voor het onder de nagels kruipende “My Old Home”. “To Whom It May Concern” is een gedicht van Kenneth Patchen waarvan de tekst door Jackie Leven op bloedstollende wijze als spoken word wordt gedeclameerd . De cd-afsluiter “Heart In My Soul” is een song die wordt gezongen door David Childers, een muzikale protégé van Jackie Leven. De song staat ook op Childers’ album “Hard Time County”. Hiermee wil Jackie Leven duidelijk maken dat voor hem mooie liedjes ook op zijn platen mogen toegevoegd worden en dat de vertolker niet relevant is als de song sterk genoeg is. Dit is klassewerk dat ook in jouw verzameling thuishoort.
(valsam)


 

 

SEASICK STEVE
I STARTED OUT WITH NOTHING AND I STILL GOT MOST OF IT LEFT
Website Myspace
VIDEO
Label: Warner Brothers Records

 

Hij had al heel wat jaren rondgezworven als onbekende hobo en busker toen wij meer dan anderhalf geleden een special maakten rondom zijn twee cd's die waren verschenen op het onbekende Londense “Bronzerat” label. Omstreeks dat moment haalde ook Jools Holland hem uit de obscuriteit en maakte in één slag een ster van hem tijdens zijn Hootennany show. Het verhaal is bekend, met zijn goedkope driesnarige gitaar zette hij toen een geluid neer die alle aanwezige popsterren, waaronder Paul Weller, op zijn zachtst gezegd de wenkbrauwen deed fronsen. De meeste zag je met open mond en vol bewondering verrast toekijken toen deze "weirdo" tussen de in galapakken gestoken popstars gedropt werd. Steve Wold, want zo heet deze hobo die tot voor kort in Noorwegen woonde, heeft nu zijn derde cd uit, en ditmaal bij een "major" voor zover dit woord nog de lading dekt. Het gevaar dat er dan flink op authenticiteit moet ingeleverd worden en de sound flink moet bijgepolijst worden zit er dan natuurlijk in, maar we moeten zeggen dat dit hier gelukkig helemaal niet zo is. We genoten al erg van de twee eerste cd's (Zie blikvangers), maar ik mag gerust zeggen dat dit veruit zijn beste werk is tot nu toe. Enkele bekende gasten zoals K.T Tunstall en Nick Cave deden mee, maar voor de rest verandert er aan de opzet van Steve's sound weinig. "Started Out With Nothing" de opener heeft een paar gospelzangeressen (waaronder de fantastische Ruby Turner) als bonus, maar verder gaan de versierselen niet. Steve houdt het basic, zoals vroeger. Bijna elke song is voorzien van een korte introductiezin, en als bonus komt er nog een lang hoboverhaal na het laatste nummer. Het akoestische "Walkin Man" doet sterk denken aan het werk van Keb' Mo'. Het funky "St Louis Slim" klinkt ook wel wat verzorgder dan wat we van hem gewoon zijn, maar het is een prachtig nummer. Het Mississippi delta geluid gebruikt hij prachtig om een treinritme op te roepen in "Prospect Lane" en zijn herkenbare vettig klinkende gitaargeluid à la Burnside is weer terug in "Thunderbird", een drinking song over de "Liquor shacks" De samenwerking met Nick Cave in "Just Like A King" levert nog een verder hoogtepunt op in deze 11 songs tellende plaat zonder ook maar één enkel zwak moment. Seasick heeft dus duidelijk niet aan snedigheid ingeleverd door zijn eerste stap naar een meer comfortabelere levensstijl. Houwen zo!
(RON)


 

 

JACKSON BROWNE
TIME THE CONQUEROR
Website Myspace
Info: Hemifran
Label : Inside Recordings
Distr.: Rough Trade Records

 

Het vorige studioalbum van Jackson Browne was “The Naked Ride Home” en dateert al van 2002. Zes jaar nadien vereert deze superster ons met tien nieuwe songs op zijn nieuwe en dertiende studioplaat “Time The Conqueror”. Toen Bruce Springsteen hem in 2004 voordroeg als lid van de Rock And Roll Hall Of Fame zei hij dat Jackson Browne het sekssymbool bij uitstek was voor de vele vrouwelijke fans die zijn optredens bijwonen, vooral omdat hij in zijn songs de dames een mannelijk perspectief kon bezorgen voor het liefdesspel. Op 9 oktober wordt de zoetgevooisde zanger 60 jaar en zijn looks mogen er nog steeds best zijn. Toch kan ook hij de tekenen des tijds niet helemaal verbergen en hij doet daar dan ook geen moeite voor. Als zoon van een Amerikaanse legerofficier werd hij in 1948 in Heidelberg, Duitsland geboren. In de sixties en seventies stond hij op de barricades als protestzanger tegen alles wat macht, geld en misbruik uitstraalde. En die kritische blik op wat er allemaal scheef loopt in de wereld is hij nooit kwijtgeraakt. Hij dwingt de luisteraar om even stil te staan bij zijn songteksten en na te denken over al de mistoestanden in deze wereld. Zo vraagt hij zich in het nummer “Where Were You?” openlijk en confronterend af waar president Bush was toen de mensen aan het verdrinken waren in het Zuiderse New Orleans tijdens de ramp met de orkaan ‘Katrina’. Ook in het nummer “The Drums Of War” dat gaat over het nutteloze en zinloze van de Irak-oorlog stampt hij hard in het rond tegen alles wat establishment vertegenwoordigt en krijgt de oorlogszuchtige George W. Bush een extra stevige ezelsstamp onder zijn achterste. Om één of andere reden denken wij dat Jackson Browne geen kerstkaartje vanuit het Witte Huis moet verwachten. De muzikale ondersteuning voor de opnamen van dit album kreeg hij van zijn trouwe muzikanten die hem al 15 jaar lang bij optredens begeleiden: Kevin McCormick, Mark Goldenberg, Mauricio Lewak en Jeff Young. De dames Chavonne Morris en Alethea Mills zingen op alle nummers harmony of backing vocals in. De oprechte sociale bewogenheid en de bezorgdheid om het milieuverval worden door Jackson Browne verder geëtaleerd in songs als “Time The Conqueror” en “Far From The Arms Of Hunger”. Ook de beste song op dit album “Going Down To Cuba” verwijst naar het politieke embargo dat Amerika al jarenlang over dit prachtige land uitroept en daardoor de armoede en ellende van zijn vriendelijke bewoners bewust in stand probeert te houden. Maar gelukkig bezingt hij in enkele songs ook minder zwaarwichtige onderwerpen. Zo gaat “Just Say Yeah” over vriendschap en vertelt Jackson Browne hoe hij in zijn woonbuurt zit te gluren naar de dames die op “M’as-tu vu”-wijze in hun sportwagens door de straten rijden. “Live Nude Cabaret” gaat over een strippersclub waar hij één van de dames naar het “paleis waar de verbeelding heerst” begeleidt. In het poëtische en romantische “The Arms Of Night” en het emotioneel nostalgische “Giving That Heaven Away” over de goede oude tijd waarin alles mocht en alles kon horen we de Jackson Browne in de stijl waarmee hij zijn “lovers boy”-reputatie doorheen de voorbije decennia verdiend heeft. “Time The Conqueror” is een kwalitatief hoogstaande cd die symbool staat voor vakmanschap en meesterschap van een prachtartiest en prachtmens die eigenlijk niets meer hoeft te bewijzen. Jackson Browne kan gewoon verder gaan met optreden en met het schrijven van mooie songs. De nakende pensioenleeftijd hoeft wat ons betreft daar geen einde aan te maken.
(valsam)


 

 

 

MATT TAYLOR
NO TROUBLE AT ALL
Website Myspace Contact
Label: B.E. recordings (Bluesy Eclectic)
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Matt Taylor komt uit Engeland, en met zijn derde cd "No Trouble At All" zet hij hier een verrassend sterk statement neer. Nog maar net hebben we de eerste paar songs gehoord en al dadelijk komen me een aantal bekende namen voor de geest. Eric Clapton bijvoorbeeld wat het gitaarspel betreft, want Matt is een behoorlijk getalenteerde gitarist. Long John Baldry, die toch speelde met Beck, Page en Clapton noemde Matt:” One of the best guitarplayers I ever met”. Als dat niet genoeg zegt… Zijn geluid doet me dan ook herhaaldelijk denken aan dat van "slowhand". Vinnige, bijna virtuoze solo's vullen zijn songs. Maar niet alleen dat want ook op vocaal gebied is Matt boeiend bezig en ook hier dringen vergelijkingen met grote vocalisten zich op, zoals Paul Weller en Paul Carrack, waaraan Matt's stem regelmatig doet denken, op andere momenten Jim Capaldi van het vroegere Traffic. Ook het totaalgeluid van de Matt Taylor Band is van die aard: geen echte blues, maar popgerichte songs met sterke hooks, ideaal voor radio, met zelfs hitpotentieel, maar tegelijkertijd doordrenkt met bluesy toevoegingen, vooral in het gitaarwerk. Moderne hedendaagse radioblues is dit, geen voer voor de puristen. Bijvoorbeeld in het prachtige “Let Your Hair Down” waar Matt’s stem qua geluid en frazering weer doorheen de ganse song sterk herinnert aan Paul Carrack, en zijn gitaar aan Clapton en wat later nog meer in het prachtige “Lovestain”. In “You Are The Only One” lijkt het George Harrisson’s gitaar te zijn die de plaats overgenomen heeft. Zo heeft de ganse cd dat typische Engelse geluid van de betere pop zoals die gemaakt werd en nog steeds word door de topartiesten van daar. Dylan’s “To Be Alone With You” of Sheryl Crow’s “Every Day is a Winding Road” zijn hiervan nog eens twee duidelijke voorbeelden. Sterke covers, prachtig uitgevoerd die beiden vragen naar radio airplay. Het sterke “The Open Road” doet denken aan het werk van Delaney & Bonnie, met knappe koortjes, en gitaar à la Clapton. Wanneer wat later de Allman Brothers gecoverd worden met een van de meest bluesy songs die Greg Allman ooit schreef, een song uit hun debuut: “It’s Not My Cross To Bear”, dan bezorgt dit nummer me na zoveel jaren zelfs in een herbewerking nog steeds kippenvel. De bijdrage van Harley Sanderson die voor de vocals zorgt in “So Far From Home” bezorgt deze cd een zoveelste hoogtepunt, een sterke song voor een sterke stem . De volgende cover “Lovestream” van Jose Gonzalez, een rustige song, tot op het einde Matt op gitaar helemaal loos gaat. Ongelooflijk ook dat dit krachtige geluid neergezet wordt door een driemanformatie, want naast Matt zorgt Johnny Dyke op keyboard en drummer Pete Radcliff voor het stevige soundje. De opnames werden gespreid over een vijftal studio’s en alles werd geproduceerd en gearrangeerd door Matt zelf, die hier een prima job deed. Er staan enkele extra songs op deze editie, de radio-edits van een drietal van de sterkste songs, die in hun kortere versies nog aan kracht winnen, maar geef ons maar de full versies, zo hebben we nog meer om van te genieten. Want genoten hebben we van deze cd. We geven ze graag een ruim voldoende qua luisterplezier! That’s “No Trouble At All”
(RON)


 

 

 

 

DONNA THE BUFFALO
SILVERLINED
Website Myspace Contact
Label : Sugar Hill Records

 

Wij zijn al sinds een tiental jaren trouwe fans van de Amerikaanse band Donna The Buffalo. De formatie opereert al zo’n twintig jaar vanuit Trumansburg in de staat New York en hun muziek flaneert tussen diverse muzikale stromingen als zydeco, cajun, folk, rock, country, reggae en bluegrass. De songschrijvers van dienst zijn ook de twee stemmen van Donna the Buffalo: zanger Jeb Puryear en zangeres Tara Nevins. Hun oeuvre bestaat voornamelijk uit zelfgeschreven liedjes maar ook zorgvuldig geselecteerde covers komen aan bod bij hun vele optredens doorheen de Verenigde Staten, voornamelijk aan de Amerikaanse Oostkust. Hun trouwe fans kunnen zich verenigen in ‘The Herd’ zoals ze hun uitgebreide fanbasis noemen. Thematische songs over politiek, vrede en rechtvaardigheid wisselen elkaar af met simpele liefdesliedjes. Vooral de vrolijkheid die hun muziek uitstraalt is aangrijpend, ja soms zelfs ontroerend. De andere groepsleden zijn drummer Tom Gilbert, pianist en organist David McCracken en bassist Jay Sanders. Hun laatste album “Life’s A Ride” dateert al van 2005 en mede door die lange pauze verheugen wij ons nu heel erg op de nieuwste studioplaat van Donna The Buffalo die “Silverlined” heet. Tara Nevins groeide op met zydecomuziek en speelde tien jaar accordeon in de louter uit dames bestaande cajungroep ‘The Heartbeats’. Die trekzak is ook overvloedig aanwezig in de songs van Donna The Buffalo. De vocalen op de dertien liedjes die we op “Silverlined” terughoren worden afwisselend verzorgd door Jeb Puryear en door Tara Nevins. Met deze plaat viert de groep hun twintigjarige bestaan maar ze wijken nergens af van het vertrouwde recept dat de groep groot gemaakt heeft. Zo begint Tara als zangeres op de eerste song “Temporary Misery”, een uptempo reggaedeuntje. Geen enkele zwakkere song is er op dit album terug te vinden. Anderzijds ook nergens een onverwachte verrassing. Ze blijven hun stijl trouw en wisselen vlotte orgel- en accordeondeuntjes af met gitaarsongs die meestal door Jeb Puryear worden gezongen. Lekkere meezingertjes die een mens vrolijk plegen te maken. Een supersong als het countrynummer “Tomorrow Still Knows” kunnen schrijven is altijd al een verborgen droom van deze recensent geweest maar het zal me wellicht nooit gegund worden. Gelukkig zijn er bands als Donna the Buffalo om dat tekort vlekkeloos op te vullen. Voor dit jubileumalbum krijgen ze ook muzikale ondersteuning van enkele trouwe vrienden uit de business zoals banjolegende Bela Fleck in de nummers “Locket And Key” en “Beauty Within”. Daarnaast zingt ‘Los Lobos’-zanger David Hidalgo prachtig mee met Tara Nevins in de heerlijke titeltrack “Silverlined”. De zangeres verbaast ons alweer met haar betoverende stem in het liedje “Broken Record” waarin je als je aandachtig toehoort hoort hoe het tere hartje gebroken wordt. In de cajun-bluessong “I Don’t Need A Riddle” horen we hoe sterk zij vocaal uit de hoek kan komen. Jeb Puryear filosofeert er lustig op los in het nummer “The Call” en de backing vocals van Amy Helm zijn beklijvend te noemen. In de liedjes “Meant To Be” en “Blue Eyes” laat ook hij zich van zijn sterkste vocale zijde bewonderen. Ook cd-afsluiter “Forty Days And Forty Nights” is zo’n meeslepende uptemposong die je als luisteraar doet concluderen dat er veel te vlug een einde aan deze prachtplaat komt. Wij zijn al decennia echte fans en daardoor misschien niet geheel objectief maar probeer vooral deze plaat zelf maar eens te beluisteren. Je zal merken hoe snel je aan dit soort muziek verslaafd geraakt. Wij benoemen “Silverlined” tot nader order tot de allerbeste van hun zeven reeds uitgebrachte platen.
(valsam)


 

GUY FORSYTH
CALICO GIRL
Website Myspace
Label: Small & Nimble records
Booking: Swappingmusic
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Toen we hem vorig jaar op Duvel Blues interviewden liet Guy Forsyth ons al merken niet erg tevreden te zijn met de manier waarop de jeugd omgaat met muziek, zoals het illegale downloaden en aanverwanten. Hij vertelde ons toen dat hij daar een song over aan het schrijven was. Die song opent nu zijn nieuwe "Calico Girl" en heet "Where'd You Get The Music?", een wat experimenteel nummer naar zijn normen, een "talking" song die handelt over de ondergang van de muziekindustrie vanwege meerdere redenen, deels de schuld van de bizniz, deels de consument, een veranderende luistercultuur. "Calico Girl" is zoals we het gewoon zijn van Guy Forsyth weer een heel afwisselende plaat geworden, die zowat alle stijlen binnen het rootsgebeuren aanboort. Er is echte blues, zoals we die kennen uit zijn vroegere platen in de song "Faith" een song vol met scheurende slides en mondharmonica, heel rauw en vol emotie, maar net zo goed is er in een nummer verder, het vaudeville achtige, "True Friends" met "zingende zaag" en een heerlijk ouderwets sfeertje. "Children Of Jack" is het absolute hoogtepunt op deze knappe cd, een song die Guy Forsyth op zijn best toont, een sterke Americana song met een knappe diepzinnige tekst, met veel gevoel gezongen door Guy. Hij wordt op deze cd bijgestaan door de vaste kern, Will Landin op bas en Rob Hooper op drums, en gasten George Rarey op gitaar en violist Sick. Verder was er nog hulp van zijn Austinse vrienden Wammo en The Band Of Heathens. Alle songs waren van eigen hand behalve "Don't You Mind People Grinnin' In Your Face" de bekende Son House song. Ook de titelsong "Calico Girl" is een van die tijdloze songs, een song waarop je geen label kan kleven, zoals trouwens de meeste van zijn songs, vol van originaliteit. Neem nu "Tattletale" met zijn Mexicaans sfeertje vol conjunto en Mariachi invloeden, over de criminaliteit “along the borderline”. Zoals op zijn vorige cd’s steekt Guy zijn bewondering voor Tom Waits niet onder stoelen of banken, dit is hoorbaar in het meesterlijke “New Monkey King”, dit zonder echter een copy-cat te zijn, zoals dat wel eens meer gebeurt. Neen, Forsyth is zijn eigen Tom Waits, alles is echt en oprecht, geen imitatie. Waren er zo maar meer, want dit is een van die platen waar je niet een, twee, drie van onderste boven bent, maar die naar je toe groeien, om na enkele beluisteringen een vaste, voor altijd verankerde plaats in je muzikale voorkeur in te nemen. Pure klasse.
(RON)


 

 

 

 

HANS THEESSINK & TERRY EVANS
VISIONS
Website Contact
VIDEO 1 VIDEO 2
Label: Blue Groove


Hans Theessink, de in Wenen woonachtige gitarist en bluesvertolker met meer dan twintig cd's op zijn actief, nam samen met zijn vriend Terry Evans een nieuwe cd op in Los Angeles. Een project dat ze al lang samen wilden volbrengen, namelijk die song samen brengen die tot hun favorieten behoren. Ze deden dit in een "stripped down" versie, enkel zij tweetjes, met hulp van percussionist Phil Bloch op de meeste songs, en een paar song met Richard Thompson. Op de laatste song horen we als tribute enkele gesamplede “spoken word” fragmenten van een andere vriend, die ons onlangs verliet, Bo Diddley. Terry Evans voorstellen is in feite overbodig, maar voor hen die hem niet moesten kennen: hij was samen met Bobby King bekend als de stem bij Ry Cooder. Met zijn Mississippi background was hij ook een van de favoriete stemmen van Hans. Eindelijk hadden ze beiden wat tijd, en een lang gekoesterde droom kon werkelijkheid worden. Twee dagen namen de opnames maar in beslag, gelukkig maar, want veel meer tijd hadden deze druk bezette artiesten ook niet te besteden, Enkele songs stonden dadelijk op de band, voor een ander deel waren twee takes voldoende. Zoals gezegd, weinig of geen nieuw werk op deze cd, maar prachtuitvoeringen van traditionals en bluesklassiekers zoals daar zijn J.B Lenoir's "Talk To Your Daughter" en "Mother Earh" van Memphis Slim. naast Fat's Domino's "Let The Four Winds Blow" en "Don't Let The Green Grass Fool You". Het intens mooie "Dark End Of The Street" van Doc Pomus, wat voor mij zijn definitieve versie kreeg van Ry Cooder op zijn live cd "Show Time" (met dezelfde Terry Evans) komt hier met deze versie.erg dicht in de buurt, zelfs al is deze versie veel soberder en eenvoudiger. Hiermee bewijst deze cd één ding, een sterke song, waarmee deze cd trouwens vol staat, heeft geen verdere franjes nodig, want zulke songs spreken voor zichzelf, net zoals de originele versies vroeger. Deze twee topvertolkers brengen ze dan ook op de meest sobere wijze, zonder echter te vergeten van er hun eigen stempel in te drukken. Daarmee maken zij van “Visions” een cd die iedere rechtgeaarde bluesfan aan zijn collectie moet toevoegen. Daarbij komt ook nog dat het Blue Groove label gezorgd heeft voor een perfecte opname en mix, zodat we dat ook steeds van beide heren gewoon waren. Zodoende komt ook de meest veeleisende audiofiel aan zijn trekken. Voor de zoveelste maal heeft Hans Theessink, ditmaal samen met Terry Evans perfect werk afgeleverd.
(RON)


 

LAND OF TALK
SOME ARE LAKES
Website Myspace Contact
Label : Saddle Creek / One Little Indian
Distr. : Bertus

 

 

Op het Saddle Creek label van Conor Oberst (Bright Eyes) verscheen het debuutalbum van de Canadese formatie Land Of Talk. Deze groep uit Montreal wordt aangevoerd door zangeres en gitariste Elizabeth Powell en wordt in de vakpers vergeleken met Fleedwood Mac-zangeres Stevie Nicks en Blonde Redhead. Land Of Talk componeert en bewerkt nieuwe liedjes in een camper die ook veel dienst doet als woonplaats en vervoermiddel naar optredens voor de groepsleden. Die shows hebben ze gedurende het voorbije jaar veelvuldig gedaan, zo’n 300-tal in totaal in alle uithoeken van Canada. Voorheen heeft Elizabeth Powell vaak alleen op het podium gestaan als singer-songwriter maar haar voorkeur gaat duidelijk uit naar een leven ‘on the road’ met de andere groepsleden: bassist Chris McCarron en drummer Andrew Barr. Voor de opnamen van “Some Are Lakes” trokken ze naar een oude kerk net buiten Montreal en namen er 9 liedjes op voor het album met de hulp van Justin Vernon (aka ‘Bon Iver’). De tiende en laatste track “Troubled” werd in het huis van diens ouders opgenomen in Eau Claire, Wisconsin. De songs kunnen allen onder het label pop geklasseerd worden en de stem van Elizabeth Powell lijkt in enkele nummers op die Chan Marshall (Cat Power) of Juliana Hatfield. Nadat Land Of Talk in 2006 een eerste ep uitbracht getiteld “Applause Cheer Boo Hiss” werd die uitgebreide tournee ingezet en werd er aan de songs gewerkt voor deze eerste full-cd. In een paar songs zoals “Give Me Back My Heart Attack” en “Young Bridge” wordt er duchtig op los geïmproviseerd qua instrumentatie en qua stijl wordt geëxperimenteerd met o.a. rock ‘n’ roll die Blondie’s Debbie Harry zou kunnen bekoren. In het nummer “It’s Okay” begeeft de groep zich eventjes voorzichtig op de melodieuze en melancholische toer en dat gaat Land Of Talk bijzonder goed af. Over het algemeen overheerst de indruk dat de groep nog op zoek is naar een definitieve stijl en dat er aan de songs nog wat schaaf- en vijlwerk had kunnen gebeuren vooraleer ze aan de definitieve opname over te geven. Anderzijds blijkt daaruit dat de band recht-voor-de-raap-muziek wil brengen en eerder de ruwe vorm prefereert boven de geboetseerde stijl. De titeltrack “Some Are Lakes”, het popperig huppelende “Yuppy Flu” dat ook al op de ep stond, het gitaarscheurende “Corner Phone” en de rockballad “Got A Call” tonen echter aan dat Land Of Talk hard werkt aan de toekomst die er wel eens veelbelovend zou kunnen uitzien.
(valsam)


 

 

 

ANDY HILL AND RENEE SAFIER
HURRICANE OF THE HEART
Website Myspace
Contact CDBaby VIDEO

 

Als je hun muzikale cv leest dan ben je verwonderd dat je dit zingend duo niet vroeger tegenkwam in één van de betere Belgische folkclubs. Dit album is immers al hun negende, jaarlijks staan zij ongeveer tweehonderd keer op een of ander podium, zij wonnen meerdere prijzen en Awards, afzonderlijk en als duo, stonden op folk- en bluesfestivals in Canada en Europa en slaan nooit het jaarlijks Dylan Fest in Los Angeles over, gehouden ter ere van Bob Dylan, van wie zij trouwens een tribuutplaat uitbrachten. Op deze ‘Hurricane of the Heart’ is er ook de instrumentale inbreng van hun band ‘Hard Rain’, die nog in 2007 de Los Angeles Music Award won als ‘Americana Group of the Year’. En alsof dat nog niet genoeg was zag Andy Hill één van zijn eigen songs bekroond. Naast zanger/pianist en veelzijdig muzikant is Andy immers ook een liedjesschrijver, die voor dit album een zestal liedjes schreef. Het duo koos ook songs van Mark Knopfler, Patti Griffin en de meer onbekende Jackie Greene. Vooral ‘Sad To Say Goodbye’ van deze laatste is vanwege dat harmonisch samengaan van Renee’s melancholische zang met het serene pianospel van Andy een kleinood om te koesteren. Ook ‘Hurricane Of The Heart’ van Andy zelf ontroert met die gevoelvolle zanglijnen alsof hijzelf de herder is die de zielen over rivieren loodst. Andere leunen meer aan bij country of Americana. De zeskoppige band brengt daarvoor instrumenten in als elektrische gitaar, saxofoon, dobro, drums en bas. Marty Rifkin, tevens producer, speelt meestal pedalsteel. Door het duo wordt hij hun geheim wapen genoemd. Andy Hill en Renee Safier leerden elkaar kennen aan de Universiteit van Denver. Sindsdien trekken zij met elkaar op, in Live shows hun gemeenschappelijke liefde voor folkcountry uitdragend. Neil Young, Bruce Springsteen en uiteraard Bob Dylan zijn hun idolen. Zoals Dylan verwerkt ook Andy thema’s van ontheemding, emigratie, afscheid en verlies in zijn songs. In ‘Waiting On A Train’ wacht een kind tevergeefs op haar vader. In ‘That River Is Behind Me’ wordt het verdriet van zijn ontwortelde Duits-Russische grootouders verwerkt, waarbij sax en trompet het heimwee nog bekrachtigen. In ‘New Orleans’ staat de ontreddering van de dakloze centraal, hopend dat hij ooit kan terugkeren naar wat er nog rest van zijn thuishaven. Beide vertolken melodisch de diverse emoties. Andy’s stem is afwisselend schor of zoetgevooisd en Renee’s stem zweeft tussen deze van Nancy Griffith, Mary Hopkins en Gillian Welch in. Hierdoor werd deze Hurricane een afwisselend en eerlijk album dat je verbeelding in gang zet hoe dit duo met piano, dobro, mandoline en saxbegeleiding Live zou klinken. In afwachting kan je alvast van de poëtische teksten genieten en voel je mee wanneer Renee in ‘Touch Of A Man’ bluesy zingt dat de wereld hard kan zijn wanneer je schouders maar smalletjes zijn.
Marcie


 

 

 

 

TIMO GROSS
Website Myspace
Label: Pepper Cake
Distr: ZYX
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3


DOWN TO THE DELTA (re-release)
Anderhalf jaar geleden verscheen het debuut van Timo Gross "Down To The Delta" waarop zoveel positieve reacties in de pers verschenen dat zijn agenda op korte tijd voor maanden volgeboekt stond.Tijdens de lange reeks optredens door half Europa die volgden schreef Timo Gross verschillende nieuwe songs over het leven, "on the road" songs over heimwee, aankomen, uitpakken, spelen, inpakken en weer weg wezen. Alle droefnis en alle plezier van het muzikantenleven zit in zijn teksten van "Travellin", zijn opvolger die pas verschenen is. Maar laat ons even terug gaan in de tijd, naar het begin van Timo's carrière, en da's een hele tijd terug, reeds 20 jaar ervaring heeft deze man. Niets liet vermoeden dat deze gitarist ooit zulke mooie bluesalbums zou maken, want hij begon zijn loopbaan als begeleider van Kathy Kelly (Kelly Family), Chris Norman (Smokie) en de boys- band Bed & Breakfast. Niets kon hem er echter van weerhouden zijn droom uit te voeren, een eigen bluesplaat maken. Die kwam er dus in 2005: "Down To The Delta" was de titel en ze leek wel in de Mississippi Delta gemaakt in plaats van de Rijn Delta. We zullen ze even voor u nader bekijken. Titelsong "Down To The Delta" is al dadelijk een sterke song, voorzien van mooi gitaarwerk en de stem van Timo mag er ook best zijn. "Diggin' In The Dirt" is funky met een knappe blazerssectie en heeft een "Little Feat" feel. Ook "Sugar Mama" heeft duidelijke invloeden uit die richting en is zowat mijn favoriet op deze CD. Natuurlijk zoals op bijna elke blues CD, ook weer enkele bekende covers zoals "Further On Up" (Bobby Bland) en "All Your Love" (Otis Rush), maar steeds hebben deze covers een eigen nieuw jasje. Je hoort ook aan de band dat er met plezier en vakmanschap, om zo te zeggen, losjes uit de pols gespeeld wordt. Niet moeilijk natuurlijk na 20 jaar live optredens en jammen. Timo blijkt een uitstekende gitarist te zijn, die zijn soleerwerk echter niet opdringerig naar de voorgrond schuift, integendeel, je verlangt eerder naar meer van die soulvolle gitaar die hij ons opdient. Heel indrukwekkend is ook "Room To Breathe", een vermomde jazzy gitaarversie van Little Walter's "Down the Line" met J.J Cale gitaartjes. Als afsluiter is er het relaxte "Trouble" met akoestische slide, een mooi eindpunt van een prachtige bluesopname. Naar het nieuwe werk nu, want daar zitten jullie natuurlijk op te wachten.

TRAVELLIN (re-release)
De aandacht wordt al dadelijk getrokken in "Cheap Ride" door een ouderwetse "grammofoon"-achtige intro, waarna het nummer in alle kracht losbarst en het prachtige gitaarwerk een voorbode blijkt van weer een cd vol puike funky blues."Lovesick" heeft iets Texaans, Stevie Ray meets Southside Johnny, want daar lijkt Timo's hese stem soms wel op. De uiterst sfeervolle slowblues "Gone Mad" en zoals op de vorige weer die Little Feat en New Orleans invloeden in "The Letter" en "One more Time". Afwisseling zat, "Sing & Swing", de titel zegt genoeg, de jazz/blues instrumental "Struttin' pt2" waarvan deel 1 op de vorige cd te vinden was, elke song heeft weer een apart sfeertje, zoals bijvoorbeeld de twee laatste songs, "Travellin" en "Stranger pt2" die een sfeer ademen van de oude akoestische traditionele Delta opnames, hier bewijst Timo ook een meester te zijn op de Resonator. Kortom, twee cd's van hoog gehalte, zonder zwakke passages. In Duitsland komt de toekomst van de blues uit Heidelberg. Timo Gross kleurt zijn blues niet enkel blauw, maar alle kleuren van de regenboog! Boekingsagenten, maak hier werk van, dat we hem live kunnen gaan zien!

DESIRE
Met zijn vaste begeleiders trok Timo Gross, de Duitse stergitarist van wie we nu al de derde cd mogen bespreken, weer eens de studio in voor het maken van "Desire" een cd die zoals de twee vorigen ergens het midden houdt tussen modern klinkende blues, soul en roots rock. Samen met deze nieuwe release bracht het Pepper-cake label dan nu ook de twee vorigen terug op de markt, waarvan je hier onder de verslagen terugvindt. Zoals op die voorgangers is ook hier de gitaar van Timo weer de blikvanger. Zijn huidige plaat gaat meer in de rootsrichting, afwisselend voorzien van een flinke portie blues uit Timo's gitaar en een flinke scheut soul en funk, waarvoor de hier en daar toegevoegde blazers zorgen. Meer nog dan zijn puike twee vorige cd's geniet ik van het afwisselende geluid van deze mix. Zijn soulvolle stem kleurt mooi bij de slide en dobroklanken en de funky ritmes. Titelsong "Desire" bijvoorbeeld is een rootsy song die thuishoort in het zuiderse relaxte Tulsa sfeertje, waar ook J.J Cale thuis is. Zoals we in een vorige recensie al schreven, die stem herinnert me regelmatig ook wat aan Southside Johnny. Zo is er het funky "Howlin Diabolo", een van de meest meeslepende songs op de cd, het stijltje waar onze Belgische trots van weleer Blue Blot zo goed in was, en waarvoor de term "blunk" uitgevonden werd. De strakke blazers tillen dit nummer naar een nog hoger niveau. In dezelfde lijn zit "Driven Soul", moderne funky blues."Freedom" is zowat het meest pure bluesnummer op de cd, een ballad met knap gitaarwerk en een soulvol vrouwenkoortje in de backing, net als het sfeervol gebrachte "Sweet Love" waar Hammond en akoestische gitaar langzamm de sfeer opbouwen voor een prachtige gitaarsolo tegen het einde. Het speelse "That's All" heeft mooie dobropassages en en ademt een swampy sfeertje .Timo sluit af met "Here Comes The Blues"en toont dat hij in de eerste plaats een bluesartiest is, maar eentje die ruimte laat voor zoveel mogelijk andere invloeden. Net zoals wij het bij Rootstime graag horen, het zou dus fijn zijn hem eens op een Belgisch podium te zien verschijnen.
(RON)