ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


BOO BOO DAVIS - NAME OF THE GAME

DONNA LEWIS - IN THE PINK

ELVIN BISHOP - THE BLUES ROLLS ON

BIG DAVE McLEAN - GOT ‘EM FROM THE BOTTOM

GABE VIGODA - SKELETON

GREG WEST - 7TH AVENUE

AIMEE MANN - @#%&! SMILERS

BILL MADDEN - CHILD OF THE SAME GOD

MISSISSIPPI MUDSHARKS - VOODOO DOLL

THE JONAH KIT - AMERICAN SONGBAG


 

 

 

BOO BOO DAVIS
NAME OF THE GAME
Website Myspace Contact
Label: Black & Tan Records

 

In het hart van de Mississippi Delta ligt het kleine slaperig stadje Drew, het is eigenlijk maar een kruispunt tussen wat lokale wegen. Maar op 4 November 1943 werd daar James 'Boo Boo' Davis geboren, als zoon van een katoenplukker. Net als Charlie Patton, die een dorpje verderop woonde, in de dertiger jaren al de blues speelde, leerde Boo Boo al op jonge leeftijd al de blues te spelen op een ijzeren drum. Ja, drummer wilde hij worden. Rammen op trommels en het publiek gek maken, dat wilde hij. Geld voor een echt drumstel was er niet, maar de family band was erg populair in de buurt. Toen de familie verhuisde naar St Louis werd de band de backup begeleidingsgroep voor Little Walter, Sonny Boy Williamson, Elmore James en Little Milton. Dit waren toen de blueslegenden, als je hen mocht begeleiden moest je wel wat kunnen. Hij startte zijn carrière dus als drummer en schakelde pas laat over naar zang en mondharmonica. Die rol verschafte hem direct al veel meer kans om uitgebreid rond te reizen in het internationale bluescircuit als solist. In Europa kiest hij veelvuldig voor de Nederlandse begeleidingsgroep rond gitarist Jan Mittendorp, die we ook nu aantreffen op zijn nieuwste album, "Name of The Game", sinds 1999 zijn vijfde release voor het Nederlandse Black & Tan label. Davis is de 'real deal' als het op traditionele, authentieke blues aankomt en reist hij dan ook sinds dat jaar onder eigen naam met succes rond in het internationale bluescircuit. Op zijn laatste albums "The Snake" en "Drew, Mississippi", die bijzonder goede recensies kregen, laat hij zich van zijn beste kant horen met lekkere Mississippi-blues. En op zijn nieuwste album is dit niet anders, want ook hier brengt Boo Boo vooral de onvervalste Mississippi-blues ... how it sounds in 2008. Al wijkt hij deze keer een beetje af van het concept van zijn vorige albums. In het begin van dit jaar trok Davis, samen met medeoprichter van de Marcel Scherpenzeel Band, drummer John Gerritse en zijn buddy Mittendorp door de Lage Landen, en meteen kwam het plan om deze kale blues ook op plaat te zetten. Dus hier geen bassist maar enkel drum, gitaar en voornamelijk Boo Boo’s stem en harmonica vormen hier een buitengewoon geheel, een plaat waarop Davis weer gewoon doet waar hij goed in is. Iedereen die zijn voorgangers in huis heeft, weet wat hiermee wordt bedoeld. Ook "Name of The Game" staat weer vol met opwindende en buitengewoon rauwe blues. Blues die zowel invloeden als de Noordelijke Chicago blues als de Zuidelijke Memphis-blues weet te verwerken en hier een flinke dosis swing aan toevoegt. De productie is doeltreffend, de rauwe strot van Davis en het gitaarspel van Jan Mittendorp zijn wederom indrukwekkend. Alle dertien songs worden op even intense en imponerende wijze vertolkt. Op "Name of The Game" grijpt Boo Boo meer terug naar de roots van de blues en de meeste songs klinken dan ook vertrouwd in het oor alhoewel je nergens kan spreken van plagiaat. Geopend wordt er met het sublieme "Dirty Dog", een meeslepende song die zich dadelijk nestelt onder je hersenpan en daar blijft sluimeren. Het ingetogen "Lonely All By Myself", hoeft misschien niet meer uitleg, toch is het een klasse blues die voldoende inhoud heeft om volop van te genieten. Andere tracks als "I'm Comin Home" is dan weer doordrenkt met het geluid van Howlin' Wolf en benadert hij vocaal de klassieke Chess-sound. Buitenbeetje op deze CD is zonder twijfel "Who Stole The Booty", een song die zo klinkt dat je volledig in trance raakt. Meestal hebben de songs swingende arrangementen, maar soul vinden we ook terug in "Why You Wanna Do It", wellicht samen met "Who Stole The Booty" de beste songs op deze nieuwe CD, waarvan ik gerust durf te stellen dat 'Boo Boo' Davis nog meer bewijst een alround artiest te zijn die als geen ander weet hoe een song te schrijven. 'Boo Boo' Davis mag gerust vernoemd worden met al die andere groten uit de blueswereld. "Name of The Game" is door zijn virtuositeit en avontuurlijkheid gewoon een heerlijke hap, hier en daar al uitgeroepen tot de bluesplaat van 2008. Het zou me niets verbazen als deze conclusie in december nog fier overeind staat.


BOO BOO DAVIS LIVE

19 Okt, Maastricht (NL), Café de Belsj
23 Okt, Menen (B), CC de Steiger
24 Okt, Roosendaal (NL), Blues Promotion @ Café de Sjoes
25 Okt, Sliedrecht (NL), Elektra
26 Okt (middag), Bierum (NL), Willow Tree @ Dorpshuis
27 Okt (middag), Hilversum (NL), NPS Studio 6
30 Okt (middag), Ridderkerk (NL) sessie voor Bluezy@Radio Ridderkerk
30 Okt (avond), Bergen op Zoom (NL), sessie voor Crossroads Radio
31 Okt, (middag) Amersfoort (NL), sessie voor Radio Golfbreker
31 Okt, (avond) Dordrecht (NL), Jazzpodium DJS
2 Nov, (middag), Amen (NL), Cafe de Amer
3 Nov, Eindhoven (NL), Muziekcentrum Frits Philips
7 Nov, Hermalle-sous-Huy (B), CC d’Engis
8 Nov, Haringe (B), Blaublues Festival
9 Nov, Gooreind (B), Café ‘t Goor


 

 

DONNA LEWIS
IN THE PINK
Website Myspace
Label : Peruzzi Music
Distr. : Hemifran

 

“I love you…always forever”. Welke echte popmuziekliefhebber herinnert zich deze complexloze en vlotte meezingklassieker niet uit 1996. Het nummer stond wekenlang torenhoog in de hitlijsten genoteerd en de naam van de tot dan toe onbekende Donna Lewis was gemaakt. De nu 35-jarige zangeres uit het Welshe Cardiff genoot als jongeling van een klassieke muziekopleiding als fluitiste en pianiste. Begin jaren negentig begon ze op te treden met enkele lokale bandjes maar al snel besloot ze om solo haar gangetje te gaan. Ze investeerde in een eigen opnamestudio en maakte er enkele demo’s die ze aan enkele vrienden uit de showbusiness liet beluisteren. Hun enthousiasme was groot en al gauw waren er voldoende tracks geselecteerd voor een eerste cd die “Now In A Minute” werd gedoopt en in 1996 op de markt verscheen via platenmaatschappij Atlantic Records. De eerste single “I Love You Always Forever” was meteen een schot pal in de hitparaderoos en groeide uit tot een groot wereldsucces. Het werd de meest gespeelde single ooit op alle radiostations met méér dan 1 miljoen draaibeurten. Maar zoals met alle records werd ook dit later gebroken door Natalie Inbruglia’s “Torn” in 1998 dat 14 weken op de eerste plaats in de hitparade wist te verblijven. De tweede cd “Blue Planet” bevestigde haar talenten en leverde nog twee wat kleinere hitjes op: “I Could Be The One” en “Love Him” dat vooral in de American Dance Charts hoge ogen gooide. Intussen gingen er al meer dan 2 miljoen cd’s van Donna Lewis over de toonbanken. Haar louter voor de fans gemaakte derde plaat “Be Still” was enkel via haar website aan te schaffen. In 2002 trok Donna Lewis zich terug in de anonimiteit en concentreerde ze zich op het stichten van een familie. Eén zoon later wisten producer Gerry Leonard en haar jarenlange vriend Simon Duffy haar te overtuigen om haar muzikale carrière terug op het spoor te zetten en een nieuwe plaat uit te brengen. “In The Pink” is haar vierde full-cd met elf liedjes die ze zelf doorheen de voorbije stille periode bij elkaar had gepend. En het leek meteen alsof Donna Lewis niet weggeweest was. Het nummer “Shout’ werd haar eerste nieuwe single uit deze plaat nadat de song eerder op internet was uitgelekt en daar een groot download succes bleek te kennen. Het met Duffy en Leonard geschreven nummer “Obsession” zou de volgende chartbreaker moeten worden. “In The Pink” werd op haar eigen label “Peruzzi Music” uitgebracht en lijkt op weg om al het goeds dat we al van Donna Lewis kenden te bevestigen. Haar engelachtige en sensuele stem zweeft over de muziek heen in de meeste songs. Haar teksten verhullen haar voorkeur voor romantiek niet en de liefde of verliefd worden zijn het thema van zowat elke track. Hoe belangrijk de liefde voor elke mens op aarde is bezingt ze in de song “1000 Miles”. Alles wordt op een bedje van moderne en melodieuze popmuziek gebracht. De eerste cd-track “Ireland” is zelf electropop in een jazzy en laidback stijl die ons aan onze nationale trots ‘Hooverphonic’ doet denken. Groovy soundscapes vormen de basis van andere nummers als “Pink Dress” en “Kick Inside”. De synthesizerklanken die veelvuldig overheersen in de track “Shut The Sun Out” variëren zo sterk van het daaropvolgende simpele liefdesliedje op akoestische gitaar dat “You To Me” gedoopt werd. De hitsingle “Shout” is een sterke song maar naar ons gevoelen zeker niet het beste nummer van “In the Pink”. Deze nominatie geven wij met glans aan het op een synthesizerdeuntje voortkabbelende liedje “Don’t Ever” dat alle ingrediënten van een echte hitklassieker in zich heeft. Met het album “In The Pink” ziet de toekomst er voor Donna Lewis absoluut weer heel rooskleurig uit. Een ware verademing in popland anno 2008.
(valsam)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ELVIN BISHOP
THE BLUES ROLLS ON
Website
Label: Delta Groove Productions
Distr.: Coast To Coast

 

Elvin Bishop werd geboren op 21 oktober 1942 te Glendale, Californie en is een van de eerste blanke gitaristen die zich in de jaren '60 aan de blues waagt. Hij is altijd al één van mijn favoriete artiesten geweest en met zijn pas verschenen album "The Blues Rolls On", zijn debuut voor het Delta Groove Label komt daar zeker geen verandering in. Zijn grote gitaar riffs ('finger-licking slide gitaar') en zijn humor gaven aan al zijn albums iets speciaals. Zijn vorige platen. "Gettin’ My Groove Back" (2005) en "Booty Bumpin'" (2007) waren op het Blind Pig label reeds een zeer aangename comeback, want die kwamen er na jaren van jaar stilte. De reden was dat zijn dochter en ex-vrouw enkele jaren terug vermoord waren, maar de blues heeft hem geholpen om met deze gruwelijke feiten het leven te delen, want na al die jaren zong hij: "I'll be glad when I get my groove back again". Elvin Bishop beleeft en verwoord de blues zoals hij die zelf aanvoelt in een mix van West Coast blues, down home Delta blues en countryblues. De uit Tulsa, Oklahoma afkomstige Bishop voldoet nochtans uitstekend aan mijn verwachtingen, een unieke mix van voor genoemde stijlen, dit met een eigen touch er aan toegevoegd en we verkrijgen blues in zijn puurste vorm: hartstochtelijk en levenskrachtig bepalen dan ook de sound van dit nieuwe album, een plaat waarmee hij duidelijk terugkeert naar zijn roots, met nummers die hij brengt als tribute naar alle bluesiconen die hem hielpen sinds het begin van zijn carrière. Maar ook zijn dank naar alle bluesartiesten die Bishop support geven op deze plaat, waaronder zowat alle grote namen uit de blueswereld, zoals B. B. King, Warren Haynes, Derek Trucks, George Thorogood, James Cotton, Kim Wilson, Tommy Castro, John Nemeth, Ronnie Baker Brooks en Angela Strehli. Het openende titeltrack, met bijdrage van Warren Haynes en Kim Wilson en het daaropvolgend "Night Time is the Right Time" waarin John Németh en Angela Strehli de zang voor hun rekening nemen, strelen meteen mijn oren, dit zijn wel de nummers waarin Bishop verstaat de kunst te boeien, zoveel is zeker. Meer zelfs, hij laat je hier huiveren met zijn prachtige gitaarspel. Zijn prachtig stemgeluid, zijn perfect getimede blueslicks en zijn niet aflatende liefde voor de traditionele blues doen in mij veel bewondering opweken. Bishop toerde in het verleden dan ook niet voor niets met o.a. J.T. Brown, Hound Dog Taylor en Junior Wells. Uit de vroege jaren van Bishop horen we het nummer: "Struttin' My Stuff", zijn '70 jaren solo hit, die hier met de gitaristen Warren Haynes en Derek Trucks een bijzonder mooie versie krijgt Maar onze aandact ging eveneens naar een aantal covers als: Junior Wells' "Come On In This House", "Butterfield Band's "Yonders Wall" en Hound Dog Taylor's "Send You Back To Georgia". Németh’s vocale kunsten horen we verder ook in de songs "I Found Out" en Smokey Robinson’s "Who’s the Fool", maar persoonlijk vind ik het autobiographische nummer, "Oklahoma", het mooiste nummer op dit album, hij alleen op gitaar, echt prachtig. Bishop bewijst met deze song dan ook een uitstekend songwriter te zijn.Kortweg : Elvin Bishop die we voornamelijk kennen van The Butterfield Blues Band, zijn jam-sessies met o.a. Jimi Hendrix, Grateful Dead, Allman Brothers en B.B. King, maar voornamelijk zijn welbekende hit "Fooled Around And Fell In Love", dewelke hij op de Grammy Awards Show 2005 speelde als onderdeel van een tribute van de Southern Rock, is terug met een prachtig album, een cd van een bijna ongekende schoonheid. Daarom alle respect voor deze oudere muzikant die 40 jaar geleden mee aan de wieg stond van de blanke blues in Chicago. The Blues Rolls On!


BIG DAVE McLEAN
GOT ‘EM FROM THE BOTTOM
Myspace
Label: Stony Plain Records
Distr.: Munich Records

 

Vier decennia lang verdiept deze integere bluesman uit Winnipeg zich nu al in de pure blues zoals menig bluesartiest vóór hem die ooit in de streek rond Winnipeg passeerde. Het schijnt dat lang geleden Muddy Waters en Johnny Shines daar de weekends in feesttenten of op podia doorbrachten en wie weet zijn daar de bluesdromen van Big Dave niet begonnen. Al kan de genese van zijn bluesfeeling ook iets te maken hebben met zijn voorouders, want op dit album zingt zijn tweeënnegentigjarige grootmoeder nog mee in de gospel ‘Needed Time’ van Lightnin’ Hopkins. Eén van zijn andere invloeden was John Hammond van wie hij in 1969 op het Mariposa Folkfestival zijn eerste gitaarles kreeg. De Deltablues is hij ook genegen en tussen de bluespioniers kiest hij songs van Sleepy John Estes, Sonny Boy Williamson en uiteraard ook één van zijn held Muddy Waters. Hij zingt het allemaal heel intens. Vooral ‘Atlanta Moan’ van Barbecue Bob zingt hij verschroeiend indringend met mooie slidegitaar. Veertien songs ontsproten echter uit zijn eigen creatieve en muzikale geest en daar zijn er enkele authentiek oorstrelende tussen, zoals ‘Michael Hendersen’ en ‘Kanadiana’. Big Dave is een eerste klas slidegitarist. Hij speelt al jaren harmonica en zingt gruizig met een soms stoppelige stem die hij gemeen heeft met de oude blueszangers uit Alabama en Georgia. Soms wordt die stem breekbaar, als hij bijvoorbeeld ‘Comin’ Home To You’ zingt alsof hij zelf aan de bar in een weghotel zijn hunkering vooruit stuurt. Daarnaast creëren de akoestische gitaar van Chris Carmichael en de drum van Ken McMahon sfeer over heel de lijn. Op ‘Don’t Shy Away’ met de drumhartslag van Ken krijgt deze song zelfs iets nostalgisch Mexicaans. Reeds tien jaar duurt de samenwerking met Stony Plain Records en die samenwerking leidt tot een soort Manitobablues, waarvan de wederzijdse Canadese bluesgehechtheid de motor is. Als zelfs de leden van de ‘Winnipeg Music Community’ een Tribute aan McLean opdragen, dan mag je dit zeker interpreteren als een respectvolle hulde aan een rasartiest van eigen bodem, in 1991 reeds winnaar van een Juno Award. Gewoonlijk worden bluesmuzikanten erkend als het te laat is, maar bij McLean is dit gelukkig niet het geval. Fans zitten immers te wachten op nog meer akoestische blues van zijn delicate gitaarspelende hand.
Marcie

BIG DAVE McLEAN LIVE
Spirit Of 66 (Verviers)
28 oktober 2008


 

 

 

 

ABE VIGODA
SKELETON
Website Contact
Label: Bella Union

 

Abe Vigoda is een Amerikaanse filmster en tv-acteur die in ettelijke donkere gangsterfilms (o.a. ‘The Godfather’) de rol van schurk voor zijn rekening nam. Het is echter ook de naam van een frisse Amerikaanse pop-en-punkband gebaseerd in Los Angeles die net zijn derde plaat “Skeleton” op de markt heeft gegooid. Zelf noemen Abe Vigoda hun muzikale stroming teenage calypso punkrock. Die vlag dekt de afgeleverde lading helemaal. In een jagerig en hels tempo worden er veertien nummers gebracht die zowat allemaal in dezelfde ritmiek op plaat werden gezet. Na dertig minuten is de klus al geklaard. Er is hier en daar inderdaad een tropische invloed van wereldmuziek te bemerken in de soms rommelige klanken maar dat zal zo wel moeten voor punk, zeker. De bandleden zijn allemaal min 21-jarigen en de vaste kern van de groep wordt uitgemaakt door zangers-gitaristen Michael Vidal en Juan Velasquez, bassist David Reichardt en drummer Reggie Guerrero. Hun vorige full-albums “Sky Route/Star Roof uit 2006 en “Kid City” uit 2007 hadden eenzelfde opbouw als “Skeleton”. De chaos en hysterie is ook nu weer alom aanwezig in alle 14 tracks op deze plaat. Enkele titels die de sound van het album typeren zijn cd-opener “Dead City/Waste Wilderness”, “Bear Face”, “Animal Ghosts”, “Gates”, “Hyacinth Grrls”, “The Garden”, de langste track “Endless Sleeper” en de titeltrack “Skeleton”. Alleen in het instrumentale “Visi Rings” wordt er wat gas teruggenomen maar in de andere nummers kan het helse tempo met moeite gevolgd worden door de bandleden zelf, laat staan door de murw geslagen luisteraars. Ook de zang (of beter het gekrijs) past in het plaatje dat Abe Vigoda beoogt neer te zetten op “Skeleton”. We denken dat het een belevenis is om deze jonge snaken live aan het werk te zien, maar om in besloten huiskamer van dit album te genieten kan je maar best eerst enkele biertjes achteroverkappen vooraleer je de volumeknop op 10 zet en de fris gewassen ramen op de kakofonie van klanken en geschreeuw laat meedansen. Daarna weer even op adem komen.
(valsam)


 

 

 

GREG WEST
7TH AVENUE
Website CDBaby VIDEO

 

Atlanta in Georgia. Greg is er geboren en leefde er lange tijd. De postpakketjes die ons van daaruit toegestuurd worden bevatten meestal echte Southern rock cd's. Dit in een mooi matkartonnen hoesje gestoken kleinood, is echter niet helemaal onder die noemer thuis te brengen. Deze tweede van Greg West komt meer uit de Americana, singer songwriter hoek. Rustige, wat poppy klinkende rootssongs, met Greg's mooie stem als blikvanger. Hij woont dan sinds kort ook in Tampa, Florida en reisde naar Nashville om samen met zijn vriend en producer Robin Dean Salmon, van wie we onlangs ook nog zijn nieuwste cd bespraken, deze opnames in te blikken. Greg begon met muziek via de platenkast van zijn ouders waar invloeden van country, rock en de combinatie van beiden te vinden waren. Tijdens zijn tienerjaren kwam natuurlijk zoals dikwijls de metal periode, om nu twintig jaar later te belanden bij de Americana muziek. Greg is een ware storyteller, songs die gaan over normale dagelijkse dingen als liefde, werk en gebeurtenissen waar iedereen zich kan in terugvinden. Met hulp van topmuzikanten als Al Perkins op steel gitaar en natuurlijk Robin Dean Salmon, levert hij op "7th Avenue" een bundeltje sterke songs af. "Cold In California" bijvoorbeeld, een knappe song, die net als "Lie To Me" wat van de Eagles in zich heeft. De mooie gitaar in de intro van "Jaded" en de sterke tekst ervan, maken er een nummer van dat je zo wil meezingen. De titelsong "7th Avenue" is er ook zo ééntje. De productie van Robin Dean Salmon is professioneel, het geluid uiterst verzorgd, al zouden sommigen liever wat scherpe randjes gehoord hebben. Alles is mellow, het Eagles totaalgeluid blijft steeds dichtbij. Van de song "October" staan er twee versies op de cd, waarvan een versie die vocaal wat demo achtiger klinkt, maar met wat frivolere spacey gitaartjes als "bonus" versie en afsluiter. Heel mooi is "Drive" met een romige, zacht klinkende slidegitaar doorheen de ganse song. Mijn favoriet meteen. "7th Avenue" van Greg West is echt een aanrader voor wie houdt van rustige, relaxte en sfeervolle Americana. (RON)


 

 

AIMEE MANN
@#%&! SMILERS
Website Myspace
Label: Superego Records
Distr.: Rough Trade

 

Bij de Amerikaanse singer-songwriter Aimee Mann vraag je je steeds weer af of haar albums nog beter kunnen worden. Maar met "@#%&*! Smilers" flikt ze het gewoon weer. Het is zelfs haar meest complete album te noemen en bij Mann weet je dan dat je een waar meesterwerk te pakken hebt. Als een rasecht male chauvinist pig laten wij ons niet snel inpakken door een vrouwenstem. Mannen met donkere en doorleefde stemmen, dat zijn de macho’s die ons pas echt van de sokken kunnen blazen. Een van de weinige singer-songwriters die dit vastgeroeste patroon kan doorbreken, is die andere Mann. Haar honingzoete, fluwelen stembanden werken even magnetisch als de lokroep van een sirene: geen vent die er weerstand aan kan bieden. Als Mann er dan ook nog in slaagt haar dertien songs die allen naadloos op elkaar aansluiten in tempo en arrangement met veel emotie te brengen, dan durven wij wel eens een enkele traan van ontroering weg te pinken. Daar gaat ons meticuleus opgebouwde imago. Met "@#%&*! Smilers", de intrigerende titel van Mann’s zevende soloalbum, heeft zij haar sterkste collectie songs opgenomen. Songs die moeiteloos met haar "Magnolia" repertoire vergeleken mogen worden. Volgens de begeleidende biografie slaat de titel op het feit dat er altijd wel mensen op het werk of op straat te vinden zijn, die continu lijken te lachen. Vaak sporen zij anderen aan om ook eens te lachen. Aangezien Mann zelf ook vaak wordt aangespoord om eens wat vaker te lachen, is de titel eigenlijk gericht naar alle ‘smilers’ op deze aardkloot. Volgens de begeleidende biografie mag je dan ook op de plek van @#%&! een scheldwoord naar eigen keuze invullen. Vaak zit er iets triests aan de personages uit haar liedjes, aangezien ze net niet het geluk uit het leven lijken te kunnen halen. Maar Mann weet de liedjes wel zo te brengen dat er hoop in doorklinkt. Luister maar eens naar de opener "Freeway". Als je niet beter weet zou je nooit raden dat dit liedje over een drugsverslaafde vriend van Mann handelt die hoopt clean te worden in LA. Het album klinkt vooral heel vertrouwd voor de Mann fans. Toch heeft de zangeres wat kleine wijzigingen ten opzichte van haar vorige albums doorgevoerd. Zo staat de gitaar wat minder centraal, en zijn veel liedjes opgehangen aan toetsen. Daarnaast wordt er op het album regelmatig gebruik gemaakt van strijkers en komen hier en daar blazers voorbij. Het geeft sommige liedjes net even een iets warmer geluid dan het oudere werk. Zeker, wanneer de Wurlitzer wordt ingezet in combinatie met strijkers, zoals op het prachtige "Looking For Nothing". "@#%&*! Smilers" is een plaat zonder hele grote verrassingen, al mogen "Borrowing Time", het boeiende "31 Today", waarin ze handelt over het langzaam ouder worden, "True Believer", dat ze samen met Grant Lee Phillips schreef en het heerlijk afsluitende pianobar duet "Ballantines" niet onvermeld blijven. Aimee Mann schotelt ons wederom een serie knap in elkaar stekende popsongs voor, songs die worden gedragen door de fraaie instrumentatie en Mann’s uit duizenden herkenbare, wat neuzelige, stemgeluid. "@#%&*! Smilers" is gewoon een zeer fraaie toevoeging aan het oeuvre van deze unieke singer-songwriter.


Aimee Mann Live

maandag 20 oktober 2008 - Melkweg - Amsterdam
zaterdag 1 november 2008 - AB Brussel


 

 

 

BILL MADDEN
CHILD OF THE SAME GOD
Website Contact
Distr.: Mad Muse

 

 

”Child Of The Same God” is de titel van het vierde studioalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Bill Madden, een artiest die door zijn belangstelling voor de Oosterse filosofie en voor dichters als Dylan Thomas en Hart Crane zelf geïnspireerd werd om liedjes te schrijven die onder de noemer protestsongs gecatalogeerd kunnen worden. Deze cd is de opvolger voor zijn succesvolle plaat “Gold” uit 2006. Bill Madden kijkt erg kritisch naar alles wat er in de wereld rondom hem heen gebeurt en tracht zijn gevoelens als activist in de songteksten te verwoorden, niet belerend of moraliserend maar eerder een vaststelling van feiten en daden en zonder een oplossing aan te willen reiken voor deze wereldproblemen. Dit alternatieve album werd geproduceerd door vriend en multi-instrumentalist Billy Mohler die er een eerder donkere soundkleur aan heeft gegeven, een beetje in de stijl van het cd-hoesje met de opvallende hand van een stokoude medemens. Deze foto komt uit de verzameling ‘Street People’ van de bekende Parijse fotograaf Rodolphe Simeon. Aan de achterzijde van het hoesje staat overigens nog zo’n foto van twee van dergelijke door het leven getekende handen. Al in het eerste nummer op deze cd “Unfair” laat Bill Madden horen dat hij een uitgesproken mening over de wereldgebeurtenissen heeft. “Child Of The Same God” is een wat moeilijker te doorgronden plaat die misschien een aantal beluisteringen nodig heeft vooraleer de luisteraar er de volledige pracht van weet te erkennen. De klaagzang in de titeltrack of in een song als “Shine On” is bloedstollend en komt recht uit het hart van de zanger, zoveel is duidelijk. De veertien liedjes werden live opgenomen en meestal belandde de eerste take al meteen op de plaat. Een aantal teksten zijn duidelijk anti-oorlogsgezind en verwijzen onverhuld naar beschuldigingen aan het adres van de bloeddorstige politici die het bestuur van zijn land uitmaken. Zoals bijvoorbeeld deze zin uit de song “Empire”: “Throughout history, we’ve seen his ilk / Intoxicated by the power he wields in his grandiose imperial dream / The end always justifies the means.” Eat This, Mr. Bush. Muzikaal vlindert Bill Madden van grungerock over blues naar reggae en afhankelijk van de boosheid in de songteksten fluistert, zingt of schreeuwt hij zijn frustraties uit. Politiek protest, religieuze dogma’s of mensenrechten: alles komt in één of andere song aan bod. Dat zorgt ervoor dat dit album soms zwaar te verteren is voor luisteraars met een gevoelige maag, maar voor ons hoeft het niet enkel easy listening muziek te zijn. Enkele tracks die volgens ons de moeite waard zijn om op de IPod te belanden: titeltrack ”Child Of The Same God” over het misbruik dat sommige politici maken van godsdienst als een excuus om de mensenrechten met de voeten te treden, het epische en knap gezongen “Humbled By Your Grace”, het moderne maar tragische liefdesverhaal van “Bosko And Admira” die in de Servische oorlog uit beide kampen stamden en door een zogezegde vriend naar een “veilige” plaats gestuurd werden waar ze allebei geëxecuteerd werden omwille van hun verboden liefde. Verder werden wij stilletjes bij het aanhoren van het grote verdriet van een moeder om het verlies van haar kind in de oorlog in de song “Shall Be Heard” en bij de afsluitende track “For So Long”. Deze plaat lokt ontegensprekelijk controverse uit en dat moet allicht ook de bedoeling van Bill Madden geweest zijn bij het schrijven van deze songs over een aantal dingen des levens die uitnodigen om een poosje bij na te denken.
(valsam)


 

 

 

MISSISSIPPI MUDSHARKS
VOODOO DOLL
Website Myspace Contact VIDEO 1 VIDEO 2


Ze waren pas nog maar te zien op het Binkom festival (zie clip 2) waar ze via een stomende set deze nieuwe cd voorstelden. Mississippi Mudsharks zijn: gitarist en zanger Scottie Blinn, zanger mondharmonicaspeler Eric Von Herzen, Greg Willis op bas en drummer Tom Essa. Toen ik in 1996 voor het eerst met hun muziek kennismaakte, via hun cd "Traditional Heavy" op het Blue Steel label, waren ze nog een trio, naast Scottie en Tom was er Mike Jones op bas toen. Ik was dadelijk een fan van hun destijds zwaar door de Thunderbirds geïnspireerde sound. Het geluid was ulta-vet en de bindteksten tussen de songs van special guest "Tom Cat" Courtney maakten de cd heel speciaal. Ik heb ze dan ook spreekwoordelijk grijs gedraaid. Nu, 12 jaar later, ontmoetten we Scottie in Binkom en na een gezellige babbel duwde hij ons de nieuwste cd in onze handen. "Give It a listen, and tell us wat you think" zei hij en dat gaan we bij deze dan ook doen. Sorry voor het wachten Scottie, maar we zijn er niet eerder aan toe geraakt, ons bureeltje lag te vol met andere blues en rootsopnames, maar eindelijk zijn de Mudsharks aan de beurt. Een ding valt dadelijk op, hun geluid is in verhouding met een decennia geleden veel diverser geworden. De pure bluesinvloeden en vocals van vroeger zijn vooral in de eerste twee songs vervangen door, zoals de titel aangeeft: "voodoo" zangpartijen, die rauw en punky klinken. In het derde nummer "Preacher" herkennen we ze terug, en neemt de blues wat terug de bovenhand, vooral dank zij Eric Von Herzen's mondharmonica. Ook in "Evil Eye", je hoort het al aan de titel, is het weer ruig en rauw, met de stem van Scottie die dreigend en bezwerend te keer gaat. Ze maken het henzelf opgeplakte etiket "Grease-punk" meer dan waar. Ook de instrumentale surfnummers als "Pistolero" zijn niet wat we direct verwachten van de Mississippi Mudsharks van weleer. Maar al ben ik persoonlijk iets meer fan van hun vroegere stijl, stil staan is natuurlijk nooit goed. Nu met de invloed van Social Distortion harpspeler Eric en Whiskey Willy (Greg Willis, ex Candy Kane en Iron Butterfly)) is hun bluessound van weleer geëvolueerd naar een meer bitsiger, modernere variant. Songs als "Take My Baby Home" en "Son Of A Bitch" zijn daar opnieuw voorbeelden van. Gimme some more of that grease, punk!
(RON)


 

 

THE JONAH KIT
AMERICAN SONGBAG
Website Myspace Contact
Label : Fugitive Kind Records
CD-Baby

 

“American Songbag” is de titel van de debuutplaat van The Jonah Kit uit San Francisco en is een verzameling folk, rock en countrysongs die de albumtitel proberen waar te maken. De songs die door de 26-jarige zanger Jonas Watchman - broer van ‘Blind Willies’-zanger Alexei Watchman – worden geschreven horen thuis op het podium van een Amerikaanse bar of pub. Zijn vocale prestatie is op z’n minst onvoorspelbaar en opvallend te noemen. Het lijkt soms alsof hij dronken achter de microfoon staat, bewust vals probeert te zingen en om een paar scheldwoorden - per song - zit hij ook al nooit verlegen. Zelf noemen zij hun muziek dan ook ‘Aggressive Folk’ en met hun drieën (de andere leden zijn Dave Herman op bas en Taylor Still op drums) gooien ze zich ongestoord als punkrockers voor de leeuwen. De song “Rebound Shit” is zo’n recht-toe-recht-aan-song die gecatalogeerd kan worden als alternatieve Americana. En het op Hawaïaanse klanken geënte “Mercy Kit” is een regelrechte parodie op de zogeheten ernstige zangers in dit genre. Bijzonder grappig is het dronkemanslied “I’ve Got Something In My Eye” dat vol zit met verwijten en scheldpartijen. Nog grappiger is de slotsong “Even My Dog Done Made A Fool Outta Me”. Er staat geen enkele gepolijste song op “American Songbag” maar die ruwheid is misschien wel hét typische kenmerk van The Jonah Kit. Alhoewel ze soms in het begin van de song wel die indruk proberen te geven zoals in “Open Range” en in “Sneer Of Beauty” (met deze hartverwarmende zin: “you ain’t ugly but you sure ain’t handsome”). Er zit telkens een grote portie energie, atmosfeer en karakter in de teksten en in de muziek. Daardoor denken wij dat de optredens van dit trio één dolle boel zijn en op een enthousiast uit de bol gaand publiek kunnen rekenen. Of ze daarmee ook in Europa aan de bak kunnen komen moeten we echter betwijfelen. Dit is zo typisch Amerikaans dat men er hier wel eens afstand van zou kunnen nemen. Maar dan moeten ze hun ding maar blijven slijten in de States. (valsam)