ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008 - SEPTEMBER 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


DAN WEBSTER - DIAMOND LAND

KENT SCHOCH - OHIO

ROGER AND THE ROCKETS - UNKNOWN MAN

ERYN SHEWELL - WINDOW PANE

RYAN DAVID ORR - VERMILION

THE PERPETRATORS - TOW TRUCK

PAUL MARK & THE VAN DORENS - BLOOD & TREASURE

BARNEY BENTALL - GIFT HORSE

BARNEY BENTALL @ THE GRAND CARIBOO OPRY (DVD & CD)

KRISTOFFER RAGNSTAM - WRONG SIDE OF THE ROOM


 

 

 

DAN WEBSTER
DIAMOND LAND
Website Myspace CDBaby
Label: Paper Plane Records

 

Vanaf het eerste passioneel gezongen ‘Falling’ wordt de toon gezet en die is behoorlijk donker. Deze liefdessong opent met de cello van Rachel Brown en de viool van Rosie Lieberman en zaait niet alleen diffuse verwarring maar ook ontroering. Want het wereldbeeld van singer-songwriter Dan Webster is eerder somber. In enkele van zijn songs trekt hij o.m. ten strijde tegen de chaos van de oorlog en wat dit met kwetsbare zielen doet. ‘Diamond Land’ bijvoorbeeld, een verdoken aanklacht tegen de zinloosheid van de oorlog of het prachtige ‘Fishing’ met weer die schrijnende cello die onderhuids suggereert hoe zes jaar bloedige oorlog een voor de zee bestemde Fisherman kan veranderen. Engelsman Dan Webster uit Yorkshire heeft met dit debuutalbum een eerste stap gezet naar een ongetwijfeld briljant dichterlijk/muzikale toekomst. Met dit album maakt hij alleszins een schitterende entree. Niet alleen door de poëtische beeldende verhaallijnen, maar ook door de hartstochtelijke wijze waarop hij zijn gevoelstoestand uitschreeuwt. Zijn licht hese stem, die doet denken aan de gevoelsbedding van Peter Case, Ryan Adams, Tom McRae en Damien Rice, klaagt a.h.w. in balladevorm of gedreven songritmes aan wat er allemaal misgaat. Meestal is de gitaarbegeleiding spaarzaam of zingt zangeres Hayes op de achtergrond, maar soms kunnen bas en drum wild rockend te keer gaan zoals in ‘Like Hell’ en in ‘Superstore’ waar Webster de Multinationals op de korrel neemt. Daar is percussionist Ed Simpson dan verantwoordelijk voor die naast Webster dit album mede producete. Daartussenin zitten kleine meesterwerkjes verborgen, zoals ‘Like You Do’ over vereenzaming, waar cello en piano proberen te verzachten. Of ‘Borrowed And Blue’ waar Edwina Hayes vocaal invalt als een verre echo van gemiste kansen. Of ‘I Won’t Ask You’ waar hij op zoek gaat naar de troost van een omarming. Het mooist bewaart hij zelfs tot het laatst in de intrieste uitbeelding van de ochtendkaartspelers, terugblikkend op een mislukt leven. Je zou denken dat Dan Webster behoorlijk met zichzelf en de wereld overhoop ligt. Maar als ontsnapping heeft hij blijkbaar een map vol met schitterende songteksten binnen handbereik. En is het niet steeds zijn stem dan toch de cello die de smart laat oplichten. Het album werd grotendeels opgenomen in Ed Simpson’s huis. Naast de folky songs die daar werden vastgelegd is er blijkbaar ook een integer artiest opgestaan die zijn gekwelde zielsroerselen via lyrisch songteksten een vluchtheuvel biedt. In Engeland wordt hij al regelmatig geboekt als voorprogramma bij grote namen en op de BBC radio wordt hij veel gedraaid, maar in ons land is hij voorlopig nog een onbekende. Het zou me niet verbazen mocht Webster binnenkort ook hier doorbreken, dichter/zanger van de vers ‘There’s a three card symphony I wrote…Broken Books of broken verse’. Razend benieuwd om hem ooit Live te horen zingen.
Marcie


 

 

 

KENT SCHOCH
OHIO
Website Myspace CD-Baby

 

We bespraken nog maar pas de cd “OH (OHIO)” van Lambchop en hier hebben we alweer een andere muzikant die deze Amerikaanse staat in de schijnwerpers wil plaatsen. Deze Kent Schoch woont nochtans niet in Ohio maar in Rehoboth Beach in het Amerikaanse Delaware. Doorheen zijn jeugdjaren werd hij thuis door zijn ouders geïndoctrineerd in de muziek van rockers als Elvis Presley, Johnny Cash, Steve Earle, Tom Petty en Bob Dylan. Het hoeft derhalve niet te verwonderen dat hij daardoor blijvend getekend werd en dat hij deze sound nu ook in zijn eigen liedjes heeft verwerkt. Kent Schoch is een echte laatbloeier want toen hij voor het eerst een gitaar ter hand nam was hij al 33 jaar en nog enkele jaartjes later voltooide hij pas zijn eerste eigen song, getiteld “Lonely Fucking Man”. Voor de titels van de songs op zijn debuutplaat als soloartiest ging hij wat subtieler te werk, hoewel de kans op airplay in de States toch niet erg groot zal zijn voor het eerste nummer op deze cd: “Smoking Dope And Playing Guitar”, een nochtans swingende Jerry Lee Lewis-achtige honky tonk pianorocker. Kent Schoch is inmiddels 43 jaar geworden en die maturiteit straalt hij uit in de teksten van de twaalf liedjes op deze plaat. Die woorden kan je bij de beluistering van de cd trouwens gemakkelijk mee volgen in het bijgeleverde tekstboekje. In zijn muziek hoor je voornamelijk ouderwetse rock met een stevige countryinvloed en hier en daar een snuifje boogie woogie, blues en folk. De countrysound voert de bovenhand in de songs “Any Other Name”, “Honkytonk Prison” en “The Song I Wish I Wrote”, een pedal steel countryballad die geïnspireerd was op de woorden van een vriend die hem zei dat hij heel graag “Thunder Road” van Springsteen had willen schrijven. “Cliché” is weer zo’n boogie woogie pianosong met sixties harmony vocals van een dameskoortje. Ook “Fourth Of July” hoort thuis in dezelfde categorie. Wij zochten echter naar een favoriete song op “Ohio” en vonden die bij track nummer 9 “Shining Star”, een gevoelig gezongen ballad die nogal verschilt van het overige werk op deze plaat. Misschien moet Kent Schoch wat meer songs in deze stijl proberen te schrijven voor een volgende plaat. Ook “Universal Bliss” wijkt af van de andere songs en kan wat ons betreft gemakkelijk een vergelijking met songs van John Hiatt doorstaan. De titeltrack “Ohio” tenslotte is een op akoestische gitaar gebrachte ode aan een liefje dat afkomstig was uit Ohio maar intussen weer uit zijn leven verdwenen is. Dit is een verdienstelijke en behoorlijk genietbare cd van een gedreven muzikant die volgens ons nog meer moois te bieden zal hebben met nieuwe songs op een volgende plaat.
(valsam)


 

 

 

ROGER AND THE ROCKETS
UNKNOWN MAN
Website Myspace Contact CD-Baby

 

Pure Americana die gespeeld wordt door een band uit Örnsköldsvik, Zweden. Dat hadden we tot op heden nog niet gehad. Roger And The Rockets zijn verantwoordelijk voor deze unieke prestatie. Vrolijke rootsklanken is waar deze groep rond zanger en schrijver van alle songs Roger Häggström zich heeft op toegelegd. Hier en daar wordt er voornamelijk met viool een vleugje Ierse folkmuziek toegevoegd en ook wordt er sporadisch gebruik gemaakt van alt.countryklanken. Het resultaat van drie jaar noeste schrijfwerk en studioarbeid is de cd “Unknown Man”, een album dat in alle 18 tracks zeer Amerikaans klinkt. Geen complexe melodielijnen, eenvoudige teksten en vooral geen te moeilijke muziek, bijna commercieel en vrolijk zelfs. Ook de cd-layout mag er best wezen met een piekfijn verzorgd boekje waarin alle songteksten terug te vinden zijn en elk nummer een knappe tekening van de hand van groepslid-violist Björn Sohlin toegewezen kreeg. Van de liedjes op dit album zijn er enkele die op onze bijzondere appreciatie kunnen rekenen. “Out Of This Place”, “Snowy Mountain”, het bluesy ‘Ride On” en “Hardship Trail”, de naar ons gevoelen beste song op dit album. De bluegrass-sound die ze hanteren in o.a. “Educated Man”, “Unknown Man”, “Praise The Lord”, en “Tossing A Coin” lijkt ons wat moeilijker verteerbaar en een dijenkletser als “Silver And Gold” had wat ons betreft niet op deze cd moeten staan. Maar in het algemeen is de sound van Roger and The Rockets best genietbaar en druipt er bijwijlen een ruime portie muziekplezier af van enkele liedjes. ‘Have fun and enjoy’ is het leitmotief van deze sympathieke Scandinavische rootsgroep. Traditionele muziekinstrumenten als dobro, viool, mandoline en harp worden regelmatig bovengehaald en zorgen voor muzikale diversiteit in de nummers. De stem van Roger Häggström - die in een vorig leven ook zanger was bij de groep ‘Backslide Cats’ - leent zich uitstekend tot het zingen van countrysongs en in de teksten bezingt hij een brede wraaier van onderwerpen, vaak met een grappige kwinkslag. Zo verhaalt hij hoe hij er maar niet in slaagt om de vrouwen te begrijpen (kennen wij mannen dat probleem niet allemaal?) en in andere liedjes worden hoop, eenzaamheid (in “When My Sweetheart Is Gone”) en politiek (in “I Got Hope”) onder de loep genomen. “Unknown Man” is duidelijk een levens- en liefdeswerk van een verstokte Americana-liefhebber uit Zweden.
(valsam)


 

 

 

ERYN SHEWELL
WINDOW PANE
Website Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Via een geslaagde mix van rock, blues, jazz, soul, en zelfs een klein beetje country laat Eryn Shewell ons kennismaken met haar muziek. Haar debuut bevat sterke composities, nummers met catchy hooks en sterke melodieën. En niet alleen dat, ze beschikt over een perfecte stem om die songs te brengen. Een stem die ons doet terugdenken aan de debuut cd's van Joss Stone of Susan Tedeschi. Toen ook hoorden we al dadelijk, deze meiden gaan het ver brengen, en dat deden ze ondertussen ook. Wel van deze Eryn Shewell durven wij hetzelfde beweren. Ze zal het wat moeilijker krijgen omdat ondertussen de steun van grotere platenfirma’s zo goed als onbestaande geworden is, maar haar live optredens met haar sterke band zorgen er via mond aan mondreclame wel voor dat haar naam stilaan doordringt. Van het thuisfront, Ashbury Park ( ze komt uit New Jersey) tot in het verre New Orleans stond ze in de grootste clubs en overal liet ze een laaiend enthousiast publiek achter. De songs op deze cd zijn dan ook niet zomaar wat probeersels, maar sterke songs, die reeds vanaf de tweede beluistering blijven haken. Je krijgt ze nog moeilijk uit je hoofd. Het zijn songs die ernaar vragen om op de betere radiostations gedraaid te worden. Haar stem is krachtig en flexibel, vol soul. Van hoog naar laag, van fluisterend tot explosief, ze kan het zonder verpinken aan, en dat zijn de tekenen van een grote zangeres. Dat hebben ook anderen begrepen want ze was tot nu toe ook een veel gevraagde backingzangeres, onlangs nog bij Walter "Wolfman" Washington voor diens nieuwste release. Een song als "I Don't Know" is zo een voorbeeld van haar sterke songwriters kwaliteiten. Zo is er eveneens de sterke song "The Lonely Winter" of het funky, jazzy klinkende titelnummer "Window Pane", waar haar stem wel erg dicht aanleunt bij die van Joss Stone. In het ingetogen "One Day At A Time" is het dan weer de bluesy sfeer die de overhand neemt. Wat een prachtige, gevoelige song is dit! Welk titel we er ook nog uit lichten, allen hebben ze hun kwaliteiten. "Just One Of Those Days" is zelfs wat country, en zou het op een van de Nashville radiostations onmiddellijk kunnen maken.Vergelijkingen met Jewel en Martina Mc Bride werden ook reeds gemaakt in de vakpers. Afsluiter, het ondeugende "I Want You For Breakfast", laat het je al merken: deze meid wil duidelijk wat ze wil en ze zal het krijgen ook. Laat ons hopen dat het “succes” is, want dat verdient ze dubbel en dwars.
(RON)


 

 

RYAN DAVID ORR
VERMILION
Website Myspace Contact
Label : Maiden Druther Records
CD-Baby

 

Ryan David Orr is de naam van een singer-songwriter die na een lang verblijf in zijn geboortestreek Oregon nu zijn leven opbouwt in Pacific Grove, een stadje in het zonnige Californië. Die zonnestralen zorgen daar blijkbaar voor een kleurrijke muzikale palet van indie folkrock gekruid met scherpzinnige teksten en melodieën die na beluistering maar niet uit je hoofd willen verdwijnen. Als kind was hij een getalenteerde violist maar eens tiener geworden schakelde hij over op akoestische gitaar en begon hij zijn eigen liedjes te componeren. Zijn debuutalbum “Bagdaddio” uit 2003 en zijn vorige plaat uit 2007 “My Fair February Notable Shimmer & Grin” gingen nog geruisloos aan onze aandacht voorbij maar met deze opvolger “Vermilion” laten we dat toch niet meer gebeuren. Onze voorliefde voor muzikanten die een allesoverheersende sfeer kunnen overbrengen in hun liedjes en hun muziek is gekend en deze Ryan David Orr is meer dan ooit zo’n muzikant. “Vermilion” is een zeer mooie verzameling van schitterende folkballads die gecomponeerd werden op akoestische gitaar en op het gepaste ogenblik van wat extra doch subtiele instrumentatie met orgel, viool of cello voorzien worden. Ryan David Orr beschikt over een warme, prachtige stem waarmee hij intieme gevoelens en emoties van verdriet of vreugde probleemloos weet om te zetten in de liedjes op “Vermilion” zoals ook Chris Martin (Coldplay), Damien Rice en Ryan Adams dat kunnen doen. Daarenboven kan hij heel eenvoudige maar intens mooie liedjes schrijven. Zo worden wij helemaal stil van enkele nummers die schitteren door hun eenvoud en puurheid: “Boy Rises”, “Bottle Rocket”, “Past The Gate”, “Remember”, “Frail” en “Snow Globe Ballerina”. “Perfectly Fine” en “Giddy And The Gilded Trumpet” vertonen dan weer sporen van beïnvloeding door een sound die we vooral van Jack Johnson kennen. Dit album bezorgt elke luisteraar drie kwartier puur genot en rustbrengende liedjes die inhoudelijk het gebruikelijke songschrijverswerk overschrijden. De zanger is een poëet pur sang met een soulvolle stem en het ‘fingerspitzengefühl’ voor catchy songs die voor een breed publiek bestemd zijn. Bij live optredens zien wij de toehoorders al sprakeloos aan zijn lippen hangen, luisterend naar elk woord dat hij fluistert en dat weloverwogen aan de songtekst werd toegevoegd. Ryan David Orr heeft met “Vermilion” een duidelijk positieve evolutie in zijn muzikale loopbaan gemaakt en is volgens ons helemaal klaar voor het internationale succes met zijn bloedmooie en doorleefde liedjes voor en over het hart en de ziel.
(valsam)


 

 

THE PERPETRATORS
TOW TRUCK
Website Myspace
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2


 

Met de release van hun derde cd speelden The Perpetrators het klaar om Wim Vermeyen te laten beslissen hun naar het BRBF te halen, en dat verdienen deze Canadese heren helemaal. Met hun eigenzinnige versie van de blues (blues for people who hate blues) zijn ze zowat een buitenbeentje. Dit is een vrijdagavondgroep die gerust één van de volgende dagen had mogen opduiken in de presentatie, maar dat zat al vol met topacts, dus maar op vrijdag. Wanneer je het openingsnummer hoort van "Tow Truck" denk je even: "Weer de zoveelse surf/rockabilly band" want die richting gaat inderdaad "The Z-Rays Cured My Hangover" helemaal uit. Maar dat idee is snel van de baan als ruige blues overneemt in de volgende songs, waarvan vooral het knappe "You're Gonna Kill Me" met zijn vettige Hounddog Taylor slideklanken me volledig inpakte. Afwisseling troef echter, want wat later is het country blues getinte "Carly Song" dat zich moeiteloos van je meester maakt, en het daarop volgende "Honeypie" heeft datzelfde lazy country tintje, met een twangy gitaar en fiddle die voor de sfeer zorgen. "Cowboy" is een door de intro als country vermomde punkinstrumental, cow-punk is alive and kicking in Canada. Constant blijven de Perpetrators balanceren op het randgebied van harde blues, hillbilly country en punkritmes, maar wel met de juiste doseringen om het boeiend en aangenaam te houden, "Joseo" is daar weer een prima voorbeeld van, waarin de country weer de overhand neemt. "Toe Stub" daartegen is een keiharde gitaarpunk instrumental, kort en krachtig. Maar eindigen doen deze jongens met moderne blues van de 21ste eeuw. "Baltimore" is de hedendaagse "Rollin en Tumblin" en "Woman Of My Dreams" doet er nog een schepje bovenop met wat hip hop invloeden, en net als je denkt, niet slecht, heel apart, maar wat kort dat laatste nummer, komt de "hidden track" en tevens titelsong "TowTruck", één brok pure bluesy, noisy emotie. En dan is het echt gedaan... Wie dit jaar J.Nowicki (vocals, guitar), Ryan Menard (bass), Chris Bauer (drums) live gezien heeft in Blues Peer, zal zeker afzakken naar de Spirit Of 66, want hier komen ze exclusief voor Belgie hun nieuwste live-cd, "Live at Times Change(d) High & Lonesome Club", voorstellen.
(RON)

THE PERPETRATORS & BIG DAVE McLEAN
Spirit Of 66 (Verviers)
28 oktober 2008 – 20.00 uur


 

PAUL MARK & THE VAN DORENS
BLOOD & TREASURE
Website Myspace Contact
Label: Radiation Records
Info : Powderfinger Promotions
Distr.: Blind Raccoon
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Ze komen uit New York, Paul Mark & The Van Dorens, en voor deze Blood & Treasure trokken ze naar de befaamde Ardent studios in Memphis, samen met producer Jeff Powell. Klinkt de naam je bekend? Wel als je werk van Stevie Ray Vaughan, BB King en Bottle Rockets in je bezit hebt, want ook voor hen stond hij voor de productie van een aantal cd's garant. Blood en Treasure volgt de twee jaar geleden verschenen, en zeer goed ontvangen "Trick Fiction" op, maar in 't totaal is het reeds Paul Mark's zevende voor het Radiation label. Dit maakt van hem natuurlijk een door de wol geverfde songwriter en performer. Vooral dat laatste onderscheidt hem van de grijze middelmaat waarmee we dikwijls te maken krijgen. Zijn teksten zijn doordacht en anders. Mark schrijft songs die ergens over gaan. In het bluesgenre is dit eerder de uitzondering. Op deze "Blood and Treasure belicht hij een breed spectrum van de amerikaanse rootsmuziek. Soms rock, soms blues, R&B, soul, het zit er allemaal in. Hij vermengt ze tot een smeeuig geheel, en brengt ze op een krachtige manier die het het beluisteren meer dan waard maken. Het stampende "Everything Is Nothing", een verhaal over de unieke kwaliteiten van zijn vriendinis luchtig, maar het daarop volgende "Don't Get Me Started" is dat al veel minder. Gezongen met hart en ziel, soulvol zoals een Otis Redding het zou zingen. "Perp Walk" lijkt zo uit de Motown studios te komen, hoewel blues het hoofdingredient is. Nog meer soul in "Raise The Roof", een vraag en antwoord song, die klinkt als de klassiekers in dat genre. Dansen geblazen in de pure rocker "Lotta Things To Say", stilzitten onmogelijk. Alles klinkt alsof het klassieker zijn, die hun degelijkheid reeds lang geleden bewezen hebben, zelfs deze rocker is 100% original rock & roll. "Feed The Machine" heeft echter wel erg dicht bij "Polk Salad Annie" gelegen, maar nietteminprachtig gebracht in lekker klinkend Stax soundje. "Im Still High" is een lazy, nostalgish klinkende bluey song met een hilarische tekst, gebracht met datzelfde vakmanschap van altijd. De instrumentale afsluiter, een vinnige bluesgitaar instrumental, waar Paul Mark laat horen ook op dat gebied een meester te zijn. Prachtige cd, met zowat de tofste, en dikwijls zeer humorvolle teksten die ik de laatste tijd te horen kreeg, en een reis doorheen, soul, rock 'n' roll en blues op de meest authentiek klinkende wijze. Je waande je met "Blood & Treasure" even in de Sun, Motown en Stax studios van weleer.
(RON)


 

 

BARNEY BENTALL
GIFT HORSE
Website Myspace
Management: Allen Moy / Divine Industries
Label: True North Records VIDEO

 

Iedereen die denkt dat de muziek van Jack Johnson een rustgevende werking heeft, moet eens naar de muziek van Barney Bentall luisteren. De Canadees maakt inmiddels al meer dan 20 jaar uitstekende platen met akoestische folk rock muziek. Vaak vergeleken met Jim Cuddy en Greg Keelor, al is de muziek van Barney Bentall wat mij betreft een stuk minder pretentieus. Op "Gift Horse" laat Bentall horen dat hij het kunstje dat hij zo nadrukkelijk etaleerde op fantastische platen als "Gin Palace" (1994) en "Ain't Life Strange" (1992), nog altijd tot in de perfectie beheerst. "Gift Horse" sluit aan de ene kant goed aan op de platen die Bentall tot dusver maakte, maar integreert aan de andere kant ook op knappe en fraaie wijze invloeden uit alt-country muziek. Het levert een plaat op die zich laat omschrijven als de soundtrack van een perfecte zomer. Het prachtige oeuvre dat singer-songwriter Bentall door al die jaren heeft opgebouwd valt niet alleen op door de hoge kwaliteit van de songs, maar weet minstens evenveel aandacht te trekken door de enorme veelzijdigheid ervan. Eigenlijk klinkt iedere plaat die de, uit Calgary komende Canadees heeft gemaakt weer anders en dat geldt gelukkig ook weer voor "Gift Horse". Negen songs zijn opgenomen in Vancouver met zijn bandvriendje Johnny Ellis als producer en de rest van de nummers in Toronto met Blue Rodeo, in hun studio, The Woodshed, met hier dan Jim Cuddy achter de knoppen. Als begeleiding koos hij voor muzikanten uit Vancouver, maar ook enkele gasten, waaronder zijn zoon Dustin (zie rev.CD: "Streets With No Lights"), die hem vocale ondersteuning geeft in "The Ballad Of Old Tom Jones", naast Jeremy Fischer (Mother) die naast zijn vocale inbreng ook in dit nummer de slidegitaar hanteert. De andere bandleden van Mother geven dan anderzijds backing vocals in het nummer "Too Good To Be True". Veel van zijn nummers zijn geschreven op zijn ranch, gewoon echte levensverhalen die het meest tot uiting komen in "Back Up On The Horse" en "The Ballad Of Old Tom Jones". Het tempo ligt laag, de instrumentatie is sfeervol, de vocalen heerlijk laid-back. Een plaat waarvoor je nog eens lekker onderuit zakt en die zo aangenaam ontspant dat je bijna gaat vermoeden dat Bentall dit keer een serie aangename, maar niet al te betekenisvolle niemendalletjes heeft uitgebracht. Schijn bedriegt echter, want al snel blijkt ook dit een plaat die niet misstaat in het prachtige oeuvre van Bentall. Kortweg: Terwijl buiten de regen maar neer blijft dalen en de temperatuur niet boven de 20 graden uit komt, waan ik me op een tropisch strand waar net een heerlijke ligstoel voor me wordt klaargezet onder de wuivende palmen. Ook zo’n zin in de zomer? Haal hem in huis via "Gift Horse" van Barney Bentall.


 

 

 

BARNEY BENTALL @ THE GRAND CARIBOO OPRY (DVD & CD)
Website Myspace
Management: Allen Moy / Divine Industries
VIDEO 1 VIDEO 2 CDBaby

 

Barney Bentall bracht zijn laatste echt goede platen uit in de beginjaren negentig tot we in 2006 echt kunnen spreken van een ware comeback met het album "Gift Horse". Reden genoeg om dit te vieren, in The Ashcroft Opera House in Ashcroft, Canada. Gelukkig kunnen we dit nu ook bewonderen, want deze concertregistratie verscheen niet alleen op cd, maar ook op dvd, en dit samen in een mooi digipack.Tegenwoordig kom je als muziekliefhebber steeds vaker voor een moeilijke keuze te staan: schaf ik me alleen de cd aan, of meteen ook de - duurdere - dvd? Als geld niet uitmaakt, dan is de laatste optie geen overbodige luxe bij het concert van Barney Bentall. Maar zowel op cd als dvd verscheen dus deze "Barney Bentall @ The Grand Cariboo Opry", en biedt een redelijk overzicht van Bentall imponerende repertoire. De Canadese troubadour, die in zijn geboorteland zeer populair is, laat in het gezelschap van zijn zoon Dustin Bentall, Ridley Bent, Kendel Carson, Leeroy Stagger, Cameron Latimer en Leslie Alexander, horen dat hij bijzonder op dreef is. Wat me nog het meest raakt, is het plezier dat Bentall uitstraalt. Hij is ontzettend dankbaar naar zijn publiek toe en bovendien oprecht blij dat hij drie uitverkochte concerten kon geven waarin we hem kunnen zien en horen in zijn volle glorie. Wie Bentall, die hier tijdloze songs brengt als "Goin' to the Opry", "I Like Trucks", "High Lonesome", "The Ballad of Old Tom Jones", "Buckles and Boots", "Carol", "Poorhouse", "Such a Shame", "Empty Saddle", "Prairie Home", "Rachael's Song" en "Come Back to Me", in bloedvorm wil zien, kan eigenlijk niet om deze dvd heen. Gewoon een feilloze registratie, waarbij hij hier vlekkeloos wordt bijgestaan door een aantal rasmuzikanten. Net als Ridley Bent, die eveneens een bijdrage levert tijdens dit concert, is ook Barney Bentall iemand die nog niet helemaal dezelfde supersterrenstatus heeft bereikt in Europa als aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Ook dit concert, is zwart op wit het bewijs van zijn bijzondere gaven. Bentall overstijgt met gemak de referenties die hij meekrijgt in zijn persbiografie. Kendel Carson is hier in de Lage Landen natuurlijk geen onbekende meer, maar we kijken nu wel uit naar Cameron Latimer nieuwste cd, "Fallen Apart". Maar goed, "Barney Bentall @ The Grand Cariboo Opry" is gewoon goed spul voor de ware countryliefhebber!


 

 

 

KRISTOFFER RAGNSTAM
WRONG SIDE OF THE ROOM
Website Myspace
Label : Bluhammock Music

 

Vanuit het Zweedse Göteborg konden we beslag leggen op de cd “Wrong Side Of the Room” van de rockmuzikant Kristoffer Ragnstam die als drummer niet direct voorbestemd was om de frontman te worden bij een groep en om zelf liedjes te componeren. Voor deze cd heeft hij een heuse band rond zich verzameld die hij “The Electric 4” noemde. Zijn visitekaartje geeft hij meteen al af met de eerste song op dit album: “Stop On Top”, een hedendaagse popsong met knappe elektronica en een stevige popbeat. In Zweden leverde zijn sound hem de bijnaam ‘The Swedish Beck’ op en die vergelijking is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Dit mooi geproduceerde album levert twaalf moderne popsongs af die Kristoffer Ragnstam helemaal alleen of samen met gitarist Joel Lundberg heeft gecomponeerd. Net als Beck houdt hij ervan om vocale spielerei in zijn songs te verwerken en hier en daar een gekke vreemde klank of samples toe te voegen. Hij beweert de ideeën voor de meeste liedjes op deze plaat onderweg op tournee opgedaan te hebben en omdat er niet altijd pen en papier voorhanden was zong hij de melodielijnen alvast in op het antwoordapparaat van zijn mobiele telefoon. De ritmische muziek van de meeste liedjes is wellicht te danken aan zijn vele jaren die hij achter het drumstel heeft doorgebracht. Ook op de vorige cd’s “Panic Ride” uit 2003 en “Sweet Bills” uit 2006 grabbelde hij in het verre muziekverleden van de jaren zestig en zeventig en bricoleerde hij op basis daarvan zijn eigen geluid bij elkaar. Met zijn speciale muziek trok hij de aandacht van concertpromotoren. Die bombardeerden hem meteen tot voorprogramma van Debbie Harry (aka Blondie) voor haar 2007-tournee. Tijdens die wereldreis ontstonden de liedjes die we nu op “Wrong Side Of The Room” kunnen beluisteren en die in zijn eigen opnamestudio ‘Studio Scola’ werden opgenomen. Wij zijn vooral goed te stemmen met de songs “”Stop On Top”, “Swing That Tambourine”, titeltrack “Wrong Side Of The Room”, het grappig popperige “Disco Fiasco”, het surrealistische “I Heard About My Own Death On The Radio” en de Kraftwerkachtige computergestuurde songs “Sorry For Being The Man Of 1000 Questions” en “Mee, If You Were A Melody”. Wat ons vooral bijblijft is dat Kristoffer Ragnstam over een geheel eigen sound beschikt en niet echt met anderen in de muziek vergeleken kan worden, temeer door de diversiteit in de liedjes en de verrassende elementen die hij aan zijn songs weet toe te voegen. “Knappe plaat” zou daarom een goede samenvatting tot slot van deze recensie kunnen zijn. (valsam)