JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008
KENN MORR - MOVE ON
FLATTOP TOM & HIS JUMP CATS - DON' T CHEAT THE FEET
CHRIS SCOTT - BITE, MONKEY, BITE
JAY BRANNAN - GODDAMNED
THE BROKEN PRAYERS - CROW
DEBORAH BONHAM - DUCHESS
LOS FABULOCOS - SAME
SHARIF - KISSES AND LIES
KEN MACY - THREE
MATT PALKA & THE CARAVAN - DOWN THE ROAD

KENN
MORR
MOVE ON
Website
Distr.: Hemifran
CDBaby
Op
een bijgevoegde flyer wordt de volgende vraag gesteld: wat heeft Kenn Morr gemeen
met Bob Dylan, Simon & Garfunkel, Leonard Cohen, The Byrds, Johnny Cash,
Louis Armstrong, Jimmy Cliff, Carl Perkins & Willie Nelson? Hebt u misschien
enig idee? Wel, hier is het antwoord: hun platen werden allemaal ooit geproduceerd
door de legendarische knoppenspecialist Bob Johnston. Ontgoocheld door dit antwoord?
Dat hoeft niet echt want Bob Johnston heeft het allerbeste uit Kenn Morr gehaald
en samengebundeld op diens album “New Moon Rising” uit 2004. De
originaliteit van zijn songschrijverstalent, de melodieuze vlot in het gehoor
liggende muziek en zijn muzikale, maniakale drang naar perfectie zitten vervat
in dit werkje. Dat album betekende de grote doorbraak voor de uit Connecticut
stammende Kenn Morr die in 2006 nog een album onder de titel “Coming Home”
uitbracht en ons nu zijn nieuwste cd “Move On” heeft toegestuurd.
Deze keer heeft hij de plaat zelf geproduceerd en voller doen klinken door toevoeging
van een groter instrumentarium, inclusief piano, mandoline, viool, lap steel,
mondharmonica en subtiel aanwezige percussie. Voor drie van de nummers zocht
en kreeg hij sterke vocale ondersteuning: Rex Fowler zingt mee op het nummer
“Don’t Turn Around” en de unieke stem van Annie Golden prijkt
trots op “Still Need You Near” (een absoluut hoogtepunt op deze
plaat) en op “Girl With The Auburn Hair”. Die kleine dame zal voor
eeuwig in onze herinneringen blijven dankzij het liedje “Tell Me Your
Plans” dat ze de hitlijsten inzong met The Shirts in 1978, alweer 30 jaar
geleden. Dat leverde haar toen een glansrol op in de musical en in de film “Hair”.
Maar we zouden het hier voornamelijk over Kenn Morr hebben en diens nieuwe cd
“Move On”. Wel, dit werkje bevat 12 zelfgeschreven goede liedjes
die stuk voor stuk een gedreven zanger laten horen met een pakkend stemgeluid.
De meeste van deze nummers kan je na een paar beluisteringen probleemloos meeneuriën.
De liedjes hebben een intiem karakter en bestaan uit eerlijke en op het persoonlijke
leven geïnspireerde teksten. De titeltrack “Move On” is een
muzikale brief aan een vriend met de raad om het trieste verleden te vergeten
en optimistisch naar de toekomst te kijken. Ditzelfde onderwerp komt aan bod
in de song “Don’t Turn Around”. Het liedje “Blue Morn”
is een autobiografisch verhaal over hoe Kenn Morr de gebeurtenissen van 9/11
persoonlijk ervaren heeft. Hij bevond zich op die bewuste dag heel dicht bij
Ground Zero en beschrijft in dit liedje hoe zijn vlucht uit New York verliep
en wat zijn gevoelens bij dit weerzinwekkende gebeuren waren. Muzikaal verloopt
de reis doorheen deze cd ook over diverse paden. Zo komen vleugjes reggae (“Get
Back”), rock (“Let’s Take Tonight”), country (“River
Song”) en Keltische invloeden aan bod en toont Kenn Morr ons dat hij een
artiest met vele talenten is en in al die verschillende stijlen moeiteloos weet
stand te houden. “Move On” is een heel mooie en aangename plaat
van een man wiens stem mij steeds doet denken aan Elliott Murphy in zijn ballads.
En dat is toch al een hele grote mijnheer, niet? “Everything Will Be Fine”
zingt Kenn Morr in het laatste liedje op deze cd. Daar zijn wij inmiddels voor
hem toch van overtuigd.
(valsam)

FLATTOP
TOM & HIS JUMP CATS
DON' T CHEAT THE FEET
Website
Label: Palamar
CDBaby VIDEO
West
Coast swing & jump, boogie woogie, Texas blues, rockabilly, dat alles krijgen
we op ons bord bij Flattop Tom, een vriend van de overleden William Clark, die
via hem ook zijn voorbeelden leerde kennen, zoals George Smith, en deze in zijn
muziek verwerkt. Maar het blijft bij Flattop Tom niet bij Westcoast Swing met
bluesharp op de voorgrond, op andere momenten is het de Big Band sound van Roomful
Of Blues die model staat en weer wat verder hoor je een instrumentale Engelse
wals voorzien van trompetsolo in "Bel Rey Cal".Gelukkig blijft het
bij dit ene rare eentje in de bijt en krijgen we daarnaast ook pure Texaanse
blues zoals in "Doin' The Do" of "Blue Ice". John Lee Hooker
stond model voor "Boogie Till The Break Of Day". De titelsong is zo'n
door Roomful Of Blues geïnspireerde big band nummer met uitstekende blazers.
"Two Timin' Baby" doet dan weer sterk aan "Crosscut Saw"
van Albert King denken, maar is ondanks dat, een sterke song. De versie van
Eddie "Cleanhead" Vinson's "Kidney Stew mag er ook zijn, dit
is echte big band blues. Saxofonist Ron Dziubla mag zich uitleven in het zelfgeschreven
"Rock, Ronnie, Rock, Rock, Rock". "Should Havea Been Me"
en "One Sweet Letter" sluiten deze super dansbare plaat swingend af.
Tom is trouwens een professionele swing danser, die daarom zijn platen afstemt
op hun strikte dansritmes. Deze acht mansformatie uit de omgeving van L.A lijkt
me ook een prima band om aan het werk te zien live. Stil blijven staan is dan
onmogelijk, ik verzeker het je!
(RON)

CHRIS
SCOTT
BITE, MONKEY, BITE
Website Myspace
Contact CDBaby
...the secret love child of Nick Drake and Steve Earle..raised by John Lee Hooker
Dat
is wat er op het bijbehorende info postkaartje staat naast de foto van Chris.
Inderdaad, deze one-liner bedacht door een of andere publiciteitsjongen klinkt
leuk en geeft wel een indicatie van wat we kunnen verwachten, zonder dat er
echter sterke gelijkenissen met een van de drie bovenstaande artiesten te bespeuren
vallen. Wat maakt Chris Scott dan speciaal? Wel, deze jongen heeft al dikwijls
aan de afgrond gestaan, maar keerde telkens gezond genoeg terug om er ons over
te vertellen in zijn teksten. Of is het de manier van optreden? Hij zit daar
met enkel zijn gitaar, ogen dicht, terwijl hij als in een trance, diep wegzinkt
in zijn songs, om ze van binnen uit te kunnen overbrengen. Of misschien de mengeling
van stijlelementen, folk mengt zich met Delta groove, rap met jazz elementen,
en toch is 't geen samenraapsel, maar een diepe versmelting, een fusie van invloeden.
Of is 't die stem, die van een grom naar een falsetto klimt, ruig en fluisterend
zacht tegelijkertijd …Of zijn gitaarspel, van strumming naar pickin’,
soms hamerend op de body, spelend in open tuning en daardoor een landschap creërend
waartegen zijn melodieën en teksten zich manifesteren als sobere maar intense
meesterwerkjes. Al hebben ze wat tijd nodig om tot je door te dringen, maar
hij houdt je gevangen tot de laatste noot. Dit, in het kort, is Chris Scott
solo, een man en zijn gitaar. Hij treedt soms ook op als duo met Tracey Neil
Ellis-Brooks onder de naam Longdog of met zijn band Blues Devil, en speelt dan
moderne hip hop variaties (met d.J) op oude delta blues thema’s. Maar
misschien hierover later meer….
(RON)

JAY
BRANNAN
GODDAMNED
Website Myspace
Contact
Label : Great Depression Records
Distr. : Munich Records
Jay
Brannan werd in 1982 geboren in Houston, Texas en verhuisde via enkele omzwervingen
over Palm Springs en Los Angeles naar New York waar hij sinds de laatste vijf
jaar verblijft. Van daaruit probeert hij een carrière te ontwikkelen
als singer-songwriter en als acteur. Zo speelde hij een rolletje in “Shortbus”,
de seksueel getinte film van John Cameron Mitchell uit 2006. Vorig jaar bracht
gay Jay Brannan een ep-tje uit getiteld “Disasterpiece” dat via
zijn MySpace-site kon worden gedownload. Zijn eerste full-cd heet “Goddamned”
en werd ons nu toegestuurd voor deze recensie. Het album bevat elf zelfgeschreven
liedjes die Brannan op een intieme en haast volledig akoestische wijze ten gehore
brengt. Qua genre katalogeert hij zijn muziek in de folksfeer en de minimalistische
instrumentatie beperkt zich tot akoestische gitaar met hier en daar een vleugje
piano, viool of cello. Daardoor is “Goddamned” vooral een luisterplaat
geworden en worden de songteksten in al hun naaktheid vrij belangrijk voor de
kwaliteit van de liedjes op deze cd. Een bepaalde vorm van ingehouden woede
wordt geëtaleerd in de song “American Idol” waarin hij afrekent
met dit fake fenomeen van pseudo-talentenjacht. Sterke lyrics ook in songs als
“Can’t Have It All” en “Half-Boyfriend” waarin
hij zijn voorkeur voor het mannelijke geslacht laat blijken, evenals in “At
First Sight” en de knappe titeltrack “Goddamned”. In de teksten
komt hij ook onomwonden voor zijn seksuele voorkeur uit waardoor de moraalridders
in Amerika hun veroordelingen al kunnen beginnen afvuren. In het conservatieve
Amerika zal Jay Brannan met dergelijke expliciete teksten echter maar moeizaam
airplay op de lokale radio’s kunnen vergaren. Ons kunnen de catchy akoestische
folk-popdeuntjes wel enigszins boeien en qua stem doet hij me denken aan onze
eigen Milow, vooral bij het aanhoren van de single “Housewife” en
de gevoelige song “Home”. In de Amerikaanse pers worden er vergelijkingen
getrokken naar Ani DiFranco wellicht omwille van zijn gelijkaardige gedetailleerde
beschrijving van emoties en seksuele leven. Voor ons moet Jay Brannan echter
nog eerst even bevestigen met een goede opvolger voor “Goddamned”
vooraleer we hem de erkenning en de status van Ani DiFranco willen toekennen.
(valsam)

THE
BROKEN PRAYERS
CROW
Website Myspace
Contact
Contact CD-Baby
Net tien liedjes
die in totaal voor veertig minuten muziek zorgen, dat is wat The Broken Prayers
uit Philadelphia op hun album “Crow” afleveren in een poging om
de luisteraars te overtuigen van hun muzikale talenten. Zuivere alt. country
in de donkere stijl die we kennen van artiesten als Nick Cave, 16 Horsepower
en The Handsome Family. De stuwende kracht achter The Broken Prayers is zanger
en liedjesschrijver Pete Marshall die alle nummers voor zijn rekening nam op
die éne cover “Act Naturally” na, een traditional uit het
repertoire van Buck Owens. In 2005 vroeg hij gitarist Fred Stucky Jr. of hij
met andere leden van diens groep Gas Money met hem op tournee wilde gaan. Tot
zijn verbazing kwam iedereen mee en zo werd de formatie The Broken Prayers gevormd.
Na enkele personeelswisselingen was de nu negenkoppige band klaar om dit debuutalbum
“Crow” klaar te stomen en het naar Rootstime te sturen voor een
bespreking en de bijhorende promotie. “Little Black Heart”, de eerste
song op deze plaat begint als een gospellied om daarna voorzien te worden van
de obligate pedal steel-klanken. De algemene sound van dit album is heel rauw
en direct en roept af en toe herinneringen op aan de opname- en zangstijl van
oa. Will Oldham en Nick Cave in zijn gothic-jaren. “Drunk In A Dry Town”
is zijn titel getrouw een dronkemanslied en ook in het Nick Cave-schatplichtige
“Wreckin’ Ball” gaat het er stevig aan toe. Eén van
de beste liedjes op deze plaat is volgens ons “Adrift On The Sea”,
een countryballad waarin wat meer aandacht geschonken wordt aan een afgewerkte
vocale prestatie en waarbij het stemgeluid van Pete Marshall in de buurt komt
van Jackie Leven. Wij zijn voornamelijk onder de indruk van die songs waarin
het zangwerk op het voorplan komt zoals in “Laurel Canyon”, “Sleeping
Hollow” en “1000 Angels”. Onze allereerste kennismaking met
The Broken Prayers klasseren we nog niet als ‘legendarisch’ maar
de groepsnaam zal wel blijven hangen en enkele songs van “Crow”
zullen ook later nog door de speakers galmen. Vandaar het label “veelbelovend”
voor deze plaat in afwachting van bevestiging via een nieuw album.
(valsam)

DEBORAH
BONHAM
DUCHESS
Website
Label: ATCO records
Distr: Rhino
VIDEO
Als
je de zus bent van John Bonham, de overleden drummer van de supergroep Led Zeppelin,
en de tante van Jason, diens zoon en opvolger dan zit de muziek je het natuurlijk
in het bloed.Met deze derde cd van haar, opgenomen op het prestigieuze Amerikaanse
toplabel Atco , verdeeld door Rhino records en met de backing van een sterke
band en enkele special guests, bewijst ze een van de sterke stemmen van het
Engelse blues en rockcircuit te zijn. De vroegere drummer van Humble Pie, Jerry
Shirley zit nu bij haar achter het drumstel, Ian Rowley speelt bas, terwijl
manlief/gitarist Peter Bullick en toetsenman Gerard Louis de groep vervolledigen.
De nummers die ze brengt gaan van blues naar soul, bluesrock en Engelse folk.
Hierdoor krijgt dit album ‘n wat seventies-eighties rockgeluid. Dit gevoel
word bovendien enigszins versterkt door de medewerking van Dave Pegg (Fairport
Convention) B.J Cole (steelgitarist op ontelbare belangrijke platen uit die
periode), en vooral de vocale bijdrage van Paul Rodgers (Free, Bad Company en
tegenwoordig Queen) Alsof dit nog niet genoeg nostalgie binnenbrengt lijkt Deborah's
hese stem qua timbre en zangstijl erg op die andere bluesrock zangeres uit die
periode: Maggie Bell, waarvoor ik, moet ik toegeven, wel een zwak had. Natuurlijk
bevalt dus deze cd me ook enorm. Vanaf haar zesde wou Deborah al op het podium,
sinds ze het succes van haar oudere broer zag tijdens die optredens van Led
Zeppelin, maar het was pas na zijn overlijden dat ze de sprong waagde. Al wist
ze dat dit het risico inhield dat mensen zouden denken dat ze hierdoor de belangstelling
wou zoeken op een goedkope manier. Na twee sterke voorgangers heeft ze echter
bewezen over een ijzersterke rockstem te beschikken, het vrouwelijke equivalent
van stemmen als Paul Rodgers en Frankie Miller. Daar debuut, nu reeds 23 jaar
geleden, was niet meteen zo een groot succes, maar met de opvolger "The
Old Hyde" vier jaar geleden wist ze zich te bevestigen. Mo Foster, producer
van Jeff Beck en Phil Collins deed de produktie en gasten als Mick Fleetwood,
Robbie Mackintosh (Pretenders) uit Robert Plant’s Band heb je Robbie Blunt
en Dougie Boyle en net als hierJason Bonham die zorgden voor een gedegen begeleiding.
"Duchess", een bijnaam die haar moeder kreeg en die nu de titel van
haar nieuwe cd geworden is als hommage aan die dame, een cd die deze keer voor
een doorbraak moet zorgen. De cd staat vol met eigen composities, enkel "Chains"
die prachtige song van de Sutherland Brothers, later gecovered door Maggie Bell
op diens solo cd "Suicide Sal" en die nu dus ook op "Duchess"
opduikt. Met "Grace" opent "Duchess" meteen ruig, een nummer
dat zo op een lp van Free kon gestaan hebben, de toon is onmiddellijk gezet.
"Jack Past 8" heeft helemaal een locomotiefritme zoals de meeste Free
songs dat hadden, zodat de gelijkenis zich verderzet. Veel rustiger is "Hole
In My Heart" maar Deborah's ruige stem laat het natuurlijk niet zeemzoet
worden, this lady rocks. De ballade "Hold On" met vocale hulp van
Paul Rodgers heeft alle radiokwaliteiten die een song moet hebben, als een "hit"
niet zo een zwaar beladen woord was, zou ik zeggen, dit is er een. Wat een prachtstemmen,
en dan zwijgen we van de slidegitaar van echtgenoot Peter. Kippenvelmoment!
We gaan de songs niet één voor één bewieroken, gewoon
even zeggen dat er geen zwakke momenten op deze cd voorkomen. Vlug toch nog
even de super soulvolle song "Love You So" vermelden. "Maggie
you found your match", is al wat ik daarbij kan zeggen. De enige cover:
"Chains" waarover we het net nog hadden, is een zoveelste hoogtepunt.
De rest laat ik je echter zelf ontdekken. Doen!
(RON)

LOS
FABULOCOS
SAME
Label: Delta Groove
Distr: Coast To Coast
VIDEO 1
VIDEO 2
VIDEO 3
Het
nieuwe speeltje van ex-Thunderbirds, James Harman, Rod Piazza en Mannish Boys
gitarist Kid Ramos heet Los Fabulocos. Geen West Coast swing deze keer, maar
onvervalste Cali-Mex, de stijl waar ook hun naam een verwijzing naar is. De
combinatie van Tex Mex invloeden en de West Coast swing, zoiets als Fabulous
Thunderbirds meet Doug Sahm. Bijgestaan door Jesus Cuevas (zang &accordeon)
en Mike Molina (drums) die we ooit aan het werk zagen bij de Blazers en bassist
James Barrios brengt Kid en de zijnen deze mix van onvervalste traditionele
Spaanse invloeden zoals norteno, cumbia, conjunto met Amerikaanse elementen
zoals blues, zydeco en rock 'n' roll. Hierdoor komt hij in mooi gezelschap van
bands als Los Lobos, Freddie Fender, Flaco Jiminez, Texas Tornados en Los Lonely
Boys. "We gooien alles door mekaar" zegt Kid Ramos, "we spelen
iets Spaans, doen dan iets uit New Orleans, daarna een blues en weer daarna
een Johnny Cash nummer. Maar de mensen houden ervan. Ze bekijken mekaar vreemd,
maar wat later dansen ze met een brede lach op hun gelaat". Hun cd opent
ook met een Nawlins song "Educated Fool" dat we kennen van Huey Piano
Smith, maar de accordeon van Jesus Cuevas brengt er al dadelijk Spaanse invloeden
in, terwijl de Thunderbirds geluiden via Kid's gitaar binnensluipen. Bij "If
You Know" zijn de Mexicaanse accordeonklanken wat dominanter en ook "Crazy
Baby" dat een perfecte combinatie is van de sound van Doug Sahm's versie
en Guitar Slim's "The Things That I Used To Do". Natuurlijk kan ook
de echte Tex Mex niet ontbreken "Un Mojada Sin Licencia" van Santiago
Jiminez is er zo ééntje. Het John Lee Hooker bluesritme van "Day
After Day" staat hiermee weer in schril contrast, alhoewel de accordeon
van Jesus Cuevas ook hier weer voor een snuifje Mexico zorgt. Fabulous Thunderbirds
"You Ain't Nothing But Fine" uit hun begindagen voorzien van een Tex
Mex jasje klinkt lekker en "Just Because" de Lloyd Price klassieker
is in zijn fabulocos arrangement ook weer up to date gebracht. Om eruit te gaan
volgen nog drie hoogvliegers "All Night Long" van Clifton Chenier,
een hoogtepunt van de zydeco blues, hier in een hedendaagse vinnig rockende
versie. Het instrumentale "Burnin' The Chicken" een opzwepend gitaar/accordeon
gevecht en als hekkensluiter de bijna klassieker "Mexico Americano"
welbekend van Los Lobos. Los Fabulocos, zoals je op de binnenhoes kan zien,
is een versgemaakte muzikale salsa, met als ingrediënten wat pikante Mexicaanse
dingen als norteno, conjunto en ranchero, overgoten met de zoete saus van Californische
West Coast blues en een beetje New Orleans gumbo. Goed mengen en laat het smaken.
Maar eerst moet het nog even de koelkast in. Binnen een tiental dagen, op 19
augustus is het pas zover en kan je smullen van deze muzikale mix.
(RON)

SHARIF
KISSES AND LIES
Website Myspace
Label : Cursing Furniture Publishing
CDBaby
Met de komst
van zijn derde album hoopt Sharif de grote doorbraak te forceren. Deze jongen
uit Norfolk, Virginia profileert zich als singer-songwriter met een meer experimentele,
emotionele, poppy sound, neigend naar de altcountry. Zijn stem is een kruising
tussen Ian Matthews en het vibrerende van een Feergal Sharkey. Nog maar pas
terug van een wereldtournee dook Sharif opnieuw de studio in om zich op een
nieuw album te concentreren. Niets werd aan het toeval overgelaten. Hij schreef
ongeveer vijftig nummers bij elkaar en daaruit filterde de legendarische songsmid
Desmond Child, ons bekend van zijn samenwerking met grote kanonnen als Bon Jovi
en Aerosmith, veertien nummers die hij waardig vond om op de nieuwe cd “Kisses
And Lies” te verschijnen. Ook de schare muzikanten die Sharif bijstonden
in de studio waren niet van de minste: Tim Bradshaw van David Gray, Mark Goldenberg
van Eels, Jon Graboff van The Cardinals en Rhett Miller van Old ‘97’s.
De sound en de mix mogen er dan ook zijn en elk nummer krijgt de juiste muzikale
toets mee. Maar welke emoties heeft Sharif dit laatste jaar doorstaan? Door
gans het album loopt een lijn van diepe droefheid om het verlies van een geliefde.
Blijkbaar niet zomaar iemand, want het duurt maar liefst dertien nummers alvorens
hij zich van alle zelfdestructieve daden en gevoelens verlost heeft. We horen
hier een hopeloos verliefde man aan het woord, die ondanks hij afgewezen wordt,
alles wil geven om zijn teerbeminde terug te veroveren. Wanneer dat niet lukt
stort hij zich in de drank en het nachtleven en speelt zelfs met zelfmoordgedachten.
Na elk nummer denk je wel dat het zal beteren, maar integendeel, het wordt steeds
erger, totdat hij in slotnummer veertien een nieuwe liefde ontdekt en hieruit
de prachtige countryblues “I Won’t Need Your Kisses Anymore”
uit voortvloeit, doelend op zijn oude liefde. De plaat begint nochtans met een
opgewekte noot in het uptempo, radiohitgevoelige “Far From You”.
Sharif houdt zich sterk en probeert zich op te vrolijken door zichzelf wat te
verwennen. Op het tweede nummer neemt hij nog uitgelaten zijn toevlucht tot
de drank om zijn verdriet te verdrinken, wat een uiterst leuke meezinger “Dark
Side Of The Dawn” oplevert, in ware Levellers stijl. Maar na nummer drie,
de wondermooie amoureuze ballade “Another Wasted Rose”, gaat het
steil bergaf. Al deze diepgaande gevoelens zijn wel het ideale voer voor prachtige
songs met zeer sentimentele teksten waar velen een traan zullen bij wegpinken,
zoals in het dromerige “Worth The Fall”, waar de strijkers nog voor
een extra droevige bijklank zorgen. Ondanks de neerslachtige inhoud van de teksten
gaan deze verborgen onder prachtige, uiteenlopende arrangementen. “Oceans
Of Trouble” begint met de mondharmonica van Neil Young in “Comes
A Time” en ontspint zich verder tot een Eagles klassieker. “Deeper
In Her Arms” drijft op eenzelfde intrigerende gitaarrif zoals het nummer
“Rij, rij, rij” van , jawel, The Scene. Een psychedelische pedalsteelgeluid
luidt het begin in van “Memories Like A Melody”, dat met veel echo
op Sharif’s fijn stemgeluid onvermijdelijk de sixties sound van The Beatles
doet herleven. Veel kwaliteit te ontdekken in dit nieuwe album met uitgekiende
melodieën, voorzien van mooi bewoorde teksten, recht uit de ziel van een
getormenteerde Sharif. Zet je comfortabel neer in je luie zetel en laat je onderdompelen
in de gevoelswereld van deze talentrijke jongeman. Je zal zeer aangenaam verrast
worden.
Blowfish

KEN
MACY
THREE
Website Myspace
Contact CDBaby
Multi-instrumentalist
en singer-songwriter Ken Macy uit Westminster heeft reeds twee full cd's op
zijn actief staan,"Beginnings" opgenomen in 2002 gevold in 2006 door
" What If...". Nu twee jaar later is er de nieuwe er, die luistert
naar de toepasselijke titel "Three". Geen full cd echter deze keer
maar een E.P bestaande uit vijf songs. Een mix van verschillende stijlen, gaande
van rock over funk naar blues, gebracht met een behoorlijk sterke stem, dat
is wat deze 23 jarige laat horen op zijn cd's en shows. En hij begint de aandacht
te trekken, recent won hij twee awards in Worchester, namelijk "Beste album
2008" , voor zijn vorige cd "What If .." en de "Best blues/r&b
act 2008". Hoe klinkt hij? Wel, als we U zijn invloeden vernoemen krijg
je al een duidelijker beeld,die zijn namelijk: Tom Petty , Creedence, Dylan,
Allman Brothers, Black Crowes, James Brown & Van Morrison. Even de vijf
songs nader bekijken."Let it Shine" opent stevig, een nummer dat qua
sfeer nog het dichts bij Black Crowes in de buurt komt met zijn Stones riff
en een slide gitaarsolo in 't midden. "Out Of My Life" is een beheerste
langzame song, met een bluesy zanglijn, een echt mooie song! "Talking In
My Sleep" is wat in dezelfde lijn, maar is veruit mijn favoriet, een song
met een sterke hook, mooi gitaarwerk en met een heerlijk bluesgevoel doorweven.
Het licht funky "Queen Bee" met de saxofoon van Dave Kurdzoniac brengt
dan weer het dansritme binnen, terwijl de afsluiter "Brand New Day",
een ballade met ingetogen gitaarbijdrage nog een andere kant van deze jonge
artiest laat zien.Het heeft wat de sfeer betreft, wat van een langzame Hendrix
song, genre "Wind Cries Mary" of "Burnin' Of The Midnite Lamp".
Die E.P’s, ik houd er niet zo van, ze hebben iets onvolledigs, maar wat
Ken Macy met deze "Three" hier binnengegooid heeft, kon ik deze keer
niet laten liggen. Een full cd van dit kaliber en we zijn helemaal tevreden!
(RON)

MATT
PALKA & THE CARAVAN
DOWN THE ROAD
Website
Myspace Contact
Label : Moniker Press
CD-Baby
Matt
Palka kwam van school in Ohio en verhuisde meteen naar Californië op zijn
fiets zonder telefoon of credit cards maar met enkel wat dollars en zijn gitaar
op zijn bagagerekje. Over dat avontuurlijke verhaal schreef hij een boek getiteld
“Moment In The Sun”. Sinds die tijd verplaatst hij zich in een aftandse
Volkswagen-busje uit 1970 waarin hij eigenlijk woont en dat hij gebruikt om
overal te gaan optreden, voornamelijk met zijn begeleidingsgroep The Caravan.
Het busje kreeg de naam BARB mee wat staat voor ‘Bad Ass Red Bus’
(zie hoesfoto) en is zijn vehikel naar de complete vrijheid. “Down The
Road” is de eerste full-cd die hij in eigen beheer op zijn label Moniker
Press uitbrengt. Daarop staan tien eigen nummers waar hij de sfeer van de seventies
probeert in op te roepen. De songs zijn een mengeling van enerzijds de laid
back popsongs die we kennen van artiesten als Donavon Frankenreiter en Jack
Johnson en anderzijds een typische Americana-sound. Meestal brengt hij in zijn
teksten een positieve boodschap over naar de luisteraar die relaxed kan genieten
van zowel de muziek als de teksten in deze liedjes. Muzikaal zit er wat country,
pop en jazz verwerkt in de nummers waarvan we “Frayed Blue Jeans”,
“Lazy Day” en “Crush” onder de beste tracks zouden willen
catalogeren. Maar ook het reggaedeuntje “Little Sin” en het bluesy
“Daydream” zijn absoluut onder de noemer leuk en aangenaam te plaatsen.
En onze favoriete song is de cd-afsluiter “Just A Thing Called Life”.
Door de brede instrumentatie en de aanwezigheid van een uitgebreide blazerssectie
lijken de songs heel professioneel gearrangeerd en ook zeer hedendaags. Als
rondreizende zigeuner wil Matt Palka aantonen dat het leven zonder grenzen,
weg van het conventionele gedoe en zonder verplichtingen, best aantrekkelijk
kan zijn. De optredens met zijn band zijn stuk voor stuk een plezante bedoening
en nodigen de toeschouwers uit tot dansen en meezingen zonder enige vorm van
zorgen. Conclusie van dit alles zou kunnen zijn dat Matt Palka een boodschap
van vrijheid en onbezorgdheid probeert over te brengen met zijn liedjes op dit
album, hetgeen naar ons gevoelen vrij goed geslaagd is. Muzikaal zit alles ook
behoorlijk knap in elkaar maar de eigen vergelijking die hij maakt met rasartiesten
als Bruce Springsteen, Van Morrison en Ryan Adams lijkt ons toch nog wat te
prematuur en voorlopig te hoog gegrepen want daarvoor zijn de vocale prestaties
wat te flets. Toch kunnen we “Down The Road “ een aangename en beluisterenswaardige
plaat noemen voor elke vrijgevochten muziekfan.
(valsam)