JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008
EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
SIR’ OLIVER MALLY - CANDYSTORE
MISSISSIPPI HEAT - HATTIESBURG BLUES
DARRELL SCOTT - MODERN HYMNS
VINCE AGWADA - EYES OF THE CITY
EUROS CHILDS - CHEER GONE
TIM GRIMM - HOLDING UP THE WORLD
CHARLIE MORRIS BAND - WHAT A SCENE!
SOUTHSIDE JOHNNY WITH LABAMBA’S BIG BAND - GRAPEFRUIT MOON - The Songs Of Tom Waits
PAUL MACLEOD - BRIGHT EYES FADE
T. ROGERS - WEAR YOUR SOUL
SIR’
OLIVER MALLY
CANDYSTORE
Website Contact
Na
een carrière van 25 jaar als gitarist singer-songwriter met menig uitgebracht
album, solo, met duo of trio, zou je op zijn minst wijdverspreide interlandelijke
faam verwachten. Gedeeltelijk is dat ook zo, want in ons land is de Oostenrijker
Oliver Mally al lang geen onbekende meer. Op grond van zijn bluesy songs en
diepgaande teksten zou hij echter al lang een Grammy Award op zijn schouw hebben
moeten staan, al betwijfel ik ten zeerste of Mally daar op uit is. Dergelijke
bekroning is immers voorbehouden aan songs ‘Out of Tune’, zoals
hij gekscherend opmerkt. Bij ‘Sir’ Oliver is dat zeker niet het
geval. Wel is hij een artiest die aarzelt tussen ‘Green Light/Red Light’,
een song die hij op deze cd herneemt met opnieuw een schitterende Martin Gasselsberger
op piano. Dit nummer dat ook op ‘So What If’ voorkomt is a.h.w.
op zijn lijf geschreven, want beide kanten van zijn persoonlijkheid kunnen oplichten
als zon en regen, onvoorspelbaar als defecte lampen op een kruispunt. Soms sluipen
humor en milde ironie in zijn songteksten, maar net zo goed kan zijn gevoelige
kern de kop opsteken. Het nostalgische ‘Sleep Well, My Love’ en
‘Fallen Angel’ zouden anders nooit zo hemels mooi uit zijn pen kunnen
vloeien. En de twee gecoverde songs van Townes Van Zandt, met o.a. het gevoelvolle
Loretta, zouden niet met dergelijke intensiteit worden verklankt. Oliver Mally
zingt het allemaal met een warme stem als de nagloed van een vuurtje. Als gitarist
weet hij telkens de juiste sound te reveleren, wisselend naargelang de song.
Invoelend op ‘Lover’s Waltz’, atmosferisch op het spookachtige
‘Sleepy Town’, en bluesy ‘gitaarpickend’ bij ‘Leave
It All Behind’. En ‘Candystore’ en ‘Mashed Potatoes’
hebben dat authentieke alsof Tampa Red het componeerde. Zijn Blues Distillery
band is er niet bij, maar zowel pianist Gasselsberger als Klaus Paier met accordeon
verrijken dit ‘rootsy’ album. Zelf voegt hij er soms kazoo en mondharp
aan toe. Individualist Oliver Mally komt er in zijn songs voor uit dat hij het
rebelse verkiest boven het slaafse, afgaande op zijn ‘Against The Flow’.
Alleen de invloeden die in zijn aard liggen pakt hij op. Het gestroomlijnde
hoeft hij niet en zijn inspiratie werkt altijd, zelfs midden in de nacht. Je
moet het maar kunnen om met een melodie in je hoofd wakker te worden en een
songpareltje als ‘Sleep Well My Love’ direct te kunnen hercreëren.
Klaus’ accordeonbegeleiding maakt er een subliem troostliedje van. Eigengereid
‘zijn ding doen’ en ‘niet alleen erover praten’ mondt
bij Mally uit in een gevarieerd album dat humor aan lyriek en strijdbaarheid
aan droefenis koppelt. En als ‘verborgen’ toemaatje krijg je een
‘compositie’ waarop hilarisch de draak wordt gestoken met de muziekbusiness.
‘Sir’ Oliver Mally ten voeten uit, het nooit verlerend om zelfs
met de duivel het gevecht aan te gaan, al zingt hij ludiek ‘You Can’t
Beat The Devil’. Nu hem nog Live in actie zien en mijn ‘request’
is alvast ‘Green Light/Red Light at the same time’.
‘Candystore’ is verkrijgbaar op de website van Sir' Oliver Mally
.
Marcie
“Sir” Oliver Mally’s Blues
Distillery
Zaterdag 20 September 2008
5° Editie BINKOM BLUES festival.

MISSISSIPPI
HEAT
HATTIESBURG BLUES
Website Contact
Label: Delmark Records
CDBaby
VIDEO 1 VIDEO
2 VIDEO
3
Dit
is de tweede cd van Mississippi Heat voor het befaamde Delmark Label. Hun debuut
op dat Label was de live CD/DVD "One Eye Open: Live At Rosa's Lounge, Chicago",
en dit omdat labelmanager Bob Koester een voorliefde heeft voor dat soort live
registraties. Hij maakte hiermee een goede keuze, want de cd klom naar nummer
6 op de US blues charts. Het gevolg daarvan is nu deze eerste studio opname
voor het Chicago label. Mondharmonicaspeler en bandleider Pierre Lacocque (een
Belg van geboorte) vertelt over de rampzalige sessies voor "Hattiesburg
Blues". Net voor het vertrekken naar de opnames sneed hij zich ernstig
in de lip tijdens hij bijtrimmen van zijn haartjes op de bovenlip, natuurlijk
een ramp voor een harpspeler, tot overmaat van ramp verwondde daarna Carl Weathersby
zijn duim tijdens die eerste opnamedag, en dat terwijl het zijn handelsmerk
is, hij speelt gitaar met zijn duim in plaats van een plectrum. De andere gitarist
Giles Corey kreeg een dag later griep en speelde zittend en met koorts de rest
van de opnames vol. Zulke studio’s zijn op voorhand geboekt en kosten
handenvol geld, dus is er enkel één keuze: spelen. Wonder boven
wonder heeft dit geen enkele negatieve invloed op de plaat gehad, integendeel,
ze klinkt er alleen maar vastberadener door. Vanaf de eerste songs hing er ondanks
de tegenslagen magie in de lucht, en klikte alles perfect in elkaar. Gevolg:
de eerste zes songs waren zo goed als compleet klaar na dag één,
wat heel veel is voor de eerste opnamedag. Deze cd heeft naast de typische Chicago
blues stijl een sterke Latin inslag, de percussie is prominent en nadrukkelijk
aanwezig, zeker in een song als "Calypso In Blue", als het ware een
lovesong voor Pierre's vrouwtje, de Cubaanse Vickie. Deze song heeft een sterke
Santana feel door de Hammond en gitaren, maar ademt dan weer de blues dank zij
Pierre's harp. Verder drukt ook de gospel een aparte stempel op dit Chicago
bluesprodukt. Dit is een band met pure professionals, en dat hoor je op deze
negende, net als bij Beethoven, hun sterkste, hun meesterwerk. Verschillende
songs zijn gezongen door de soulstem van Inetta Visor, een dame met een stem
van goud, vol power. Een van de allersterkste songs is het door gastvocalist
Devin Thompson in ware gospelstijl gebracht "Foolish Man". Dit is
hedendaagse Chicago blues "with a twist". Het milieubewuste nummer
"Nature Is Crying" sluit deze "Hattiesburg Blues" mooi af.
Wat een verademing , alle "vallen" van het Chicago blues genre zoals
te dikwijls gecoverde en voorspelbare songkeuzes, zijn hier handig ontweken,
en in de plaats daarvan speelt een hechte band , die vanuit een hoogst originele
invalshoek dit genre boeiend weet te houden.
(RON)

DARRELL
SCOTT
MODERN HYMNS
Website Myspace
Label : Appleseed Recordings
Distr.: Music & Words
Darrell
Scott werd geboren als zoon van de muzikant Wayne Scott op een tabaksplantage
in London, Kentucky. Zijn ouders verhuisden naar East Gary, Indiana toen tabak
te weinig opleverde. Toen Scott acht was verhuisde het gezin naar Californië.
Daar verliet zijn moeder het gezin en werden Darrell en zijn vier broers opgevoed
door hun vader. Door veel te verhuizen zorgde Wayne Scott dat zijn zoons geen
verkeerde vrienden kregen. Het gezin richtte zich sterk op zichzelf en men voelde
zich verbonden door samen te musiceren. Daarnaast las Darrell veel literatuur,
en realiseerde hij zich al vroeg dat er weinig verschil was tussen de poëzie
van Dylan Thomas en de liedteksten van Hank Williams. Door zijn vader leerde
hij de grote songwriters kennen, en zag hij ze spelen in de Grand Ole Opry.
Vanaf zijn 16e speelde Scott in wegrestaurants in Californië en vertrok
later naar Toronto waar hij pedalsteel speelde bij de Mercy Brothers. Ondanks
dit succes verhuisde hij naar Boston, waar hij aan Tufts University poëzie
studeerde bij Philip Levine. Terwijl hij aan Tufts studeerde, slaagde hij erin
om auditie te doen bij SBK Records, een onderdeel van EMI. In 1991 nam hij een
compleet album op met producer Norbert Putnam, maar SBK besloot het niet uit
te brengen omdat men verwachtte dat het geen hit kon opleveren. In 2003 nam
Scott dit album opnieuw op en bracht het op zijn eigen label, Full Light Records,
uit als "Theatre of the Unheard". In 2004 verscheen het album, "Live
in NC" een liveplaat samen met Danny Thompson en Kenny Malone. En mensen
die Scott live hebben mogen aanschouwen weten hoe hij een song met een schijnbaar
gemak naar zijn hand weet te zetten. "Theatre Of The Unheard" was
misschien wat te bombastisch, maar op "The Invisible Man", zijn kunststukje
uit 2006 maakt Darrell zich breekbaar door meer terug te keren naar erg sobere
begeleidingen van de melodielijnen die gewoon terug sterker voor de dag komen
dan op zijn vorige. Compleet overdonderd waren we door deze prachtige plaat.
Als "onzichtbare man" deed hij tot dusver al mooie dingen voor onder
andere Guy Clark en Garth Brooks, maar met zijn vijfde soloplaat eist hij definitief
zijn eigen plekje in de spotlights op. De songs zijn stuk voor stuk ijzersterk,
de verhalen zijn prachtig, de muziek is lekker stevig maar altijd spannend en
Scott beschikt ook nog eens over de warme en doorleefde stem die nodig is om
dit soort songs te kunnen vertolken. Op zijn nieuwste plaat doet hij het echter
met songs van anderen. In het verleden pende hij vele liedjes voor anderen waaruit
bleek dat de man over een bijzonder vaardige pen beschikt. Net zoals hij trouwens
een verbluffende muzikant is. Scott staat bekend als iemand die alles bespeelt
wat je in zijn buurt durft neer te leggen, maar toch vooral om zijn begaafdheid
waar het hanteren van de gitaar, de dobro en de mandoline. Niet te verwonderen
dat bij een veelgevraagd sessiemuzikant is. Maar met zijn nieuwste plaat gaat
hij wel een stap verder dan degenen die hij geholpen heeft. Scott brengt hier
twaalf covers, die ondertussen zelf ook tot klassiekers gerekend mogen worden,
maar van artiesten die hem hielpen vormen tot wie hij nu is. En dan denken we
aan zijn jeugdidolen toen hij afzakte naar de Grand Ole Opry: Bob Dylan, Guy
Clark, Kris Kristofferson, Mickey Newbury, Paul Simon en Leonard Cohen om maar
een aantal te noemen. Scott blaast deze klassiekers stuk voor stuk nieuw leven
in, en dit bijgestaan door Danny Thompson sublieme basspel naast een keur aan
gastmuzikanten met o.a. Del McCoury, Sam Bush, Tim O’Brien, Dirk Powell,
Andrea Zonn, John Cowan, Stuart Duncan, Jonell Mosser op allerlei instrumentarium.
Gepassioneerde vocale bijdrage horen we ook van Mary Gauthier en Alison Krauss,
zoals in Leonard Cohen's "Joan Of Arc", dat samen met John Hartford's
"Nobody Eats At Linebaugh’s Anymore" onze favorieten zijn. Ik
geef me in elk geval met alle graagte volledig over om me jaren te verschuilen
in de loopgraven van zijn overrompelende klanken moest hij in ons singer-songwriternegerende
Belgenlandje verschijnen. Al blijkt de interesse in het betere singer-songwriterwerk
stilaan te groeien en daar ze we heel blij om, zoals ook met deze "Modern
Hymns", een prima experiment, precies zoals wij onze Americana graag geserveerd
hebben.
Discografie
* Aloha From Nashville (1997) - op Sugar Hill Records
* Family Tree (1999) - op Sugar Hill Records
* Real Time (met Tim O'Brien) (2000)
* Theatre of the Unheard (2003)
* Live in NC (met Danny Thompson and Kenny Malone) (2004)
* The Invisible Man (2006)
* Modern Hymns (2008)

VINCE
AGWADA
EYES OF THE CITY
Website Myspace
Contact
Label: Rocketnoodle
CDBaby VIDEO
Wat
is de wereld toch klein, mijn bespreking van de cd ”Finally” van
Harmonica Hinds is om zo te zeggen nog warm, en hier is al een volgende artiest,
die bij wijze van spreken om de hoek woont en met bijna dezelfde artiesten in
contact staat. Toeval, want deze heren hebben totaal los van elkaar toevallig
in dezelfde week ons deze cd’s toegestuurd. Pas door ze kort na elkaar
te bespreken merkte ik de overeenkomsten. Net als Hinds is zanger en bluesgitarist
Vince Agwada van Chicago, speelde veel in een club van Buddy Guy, al was het
niet de “Legends” maar de “Checkerboard Lounge” en tussen
de namen van vrienden muzikanten vinden we onder meer ook John Primer en Lefty
Dizz. Toch is de muziek van Vince in veel opzichten heel verschillend van die
van zijn stadsgenoot. Vince maakt modernere, hedendaagse blues met lichte rockinvloeden.
Het geluid van Vince Agwada ligt in de lijn van wat we gewoon zijn van groepen
als Micheal Hill’s Bluesmob en Micheal Burks. Moderne, funky bluessongs
dus, met vinnige messcherpe gitaarsolo’s. Vince kreeg met dit debuut ook
de kans om zijn kennis en vaardigheden als geluidstechnicus en producer te demonstreren.
In zijn eigen huisstudio nam hij alle stemmen, keyboards, blazers en natuurlijk
het overgrote deel van de gitaarpartijen op, en dit helemaal in zijn ééntje.
Als je dit weet kan je alleen maar stom verbaasd zijn over deze perfecte eerste
productie. Als je niet bang bent van wat hardere hedendaagse blues, die niet
vervalt in de bluesrock clichés, zal je met volle teugen genieten van
bluesnummers als “Blooze”, “Bottle” en “Hard To
Cry”, maar ook van de meer rockgerichte songs als “Tubed Out”.
Het heerlijk relaxte “Come On In” met een lichte J.J Cale invloed,
en een heerlijke slide- en dobrosolo behoort tot mijn favorieten, maar niets
kan er het meesterlijke “Ellie” overtreffen, een sfeervolle gitaarinstrumental
zoals we die kennen van Santana of Gary Moore in zijn beste doen. Deze ode aan
zijn overleden grootmoeder Eleanor Fitzgerald is prachtig mooi. Slechts een
cover op deze plaat, het onverwachte en door Vince volledig tot blues herbouwde
“Confidence Man” van John Hiatt. Vince Agwada heeft met dit debuut
al dadelijk gezorgd voor een uiterst aangename kennismaking met zijn muziek.
(RON)

EUROS
CHILDS
CHEER GONE
Website Myspace
Label : Wichita Recordings
Als
broer van de gekende violiste Megan Childs is muzikant Euros Childs uit Wales
zelf ook al bekend in de muziekwereld als de frontman van de formatie Gorky’s
Zygotic Mynci die enige jaren geleden voor enkele zeer knappe cd’s gezorgd
hebben. De groep kondigde midden 2006 echter aan dat ze er mee ophielden en
zo kon Euros Childs zich toespitsen op zijn soloprojecten. Na de eerdere full-cd’s
“Chops” in 2006 en “Bore Da” (volledig in het Welsh
- ‘Bore Da’ betekent overigens ‘goede morgen’) in 2007
volgde in de herfst van vorig jaar nog een nieuw album onder de titel “The
Miracle Inn”. En nu is er al weer nieuw werk van deze dynamische workaholic-artiest.
Zijn Welshe roots laat hij ook nu weer even bovendrijven op zijn nieuwste cd
“Cheer Gone” via het liedje “O Ein Dear” dat in dit
rare taaltje gezongen wordt. De elf liedjes op de nieuwe plaat zijn soms heel
zeemzoet en worden door Euros Childs meestal in een laid back versie gezongen.
De cd werd in amper zes dagen zo goed als live opgenomen in een studio in Nashville
en kon op niemand minder dan Mark Nevers - bekend van zijn werk met Lambchop
- als producer rekenen. Matt Swanson van datzelfde Lambchop speelde ook basgitaar
op het nummer “Saving Up To Get Married”. Ondanks de opname in Nashville
is dit toch helemaal geen countryplaat geworden. Men kan deze plaat gerust samenvatten
als: zomerse melodieën en catchy deuntjes met simpele maar leuke teksten.
Folkgetinte nummers als “Autumn Leaves”, “Summer Days”,
“Medicine Head”, de upbeat-song “Her Ways” en het akoestische
banjoliedje “My Love Is Gone” vloeien er bij de luisteraars in als
zoete broodjes maar enige vorm van behoedzaamheid om niet té middle-of-the-road
te worden is geboden. Gelukkig wordt dat een beetje gecorrigeerd door een zuiver
akoestische pianoversie in het nummer “Always Thinking Of Her” en
“Farm Hand Murder” waar Euros Childs de band voor even naar de nabijgelegen
pub heeft gestuurd. Maar die songs zijn door hun naakte eenvoud wel de hoogtepunten
van “Cheer Gone” geworden.
(valsam)

TIM
GRIMM
HOLDING UP THE WORLD
Website
Label: CoraZong CDBaby
We
hebben bij Rootstime al een paar jaar een zwak voor Tim Grimm. Een zwak dat
vooral werd afgedwongen door de cd's die Grimm in dit millennium maakte, "The
Back Fields" (2005), "Names" (2004), "Coyote's Dream"
(2003), "Heartland" (2000) en een aantal memorabele optredens. Optredens
waarin Grimm zich niet alleen liet gelden als een muzikant in hart en nieren,
maar bovendien als een bijzonder sympathiek mens en ook dat telt. We keken dus
met bijzondere belangstelling uit naar zijn nieuwe plaat "Holding up the
World", maar de nieuwe Grimm overtreft onze stoutste verwachtingen. In
een kleine tien jaar maakte hij zes platen en groeide hij uit tot wat hij nu
is: de favoriet van de verschillende alt-country sites, die hem met zijn vorig
album "The Back Fields" bovendien uitriepen tot de American Roots
Music Male Artist Of The Year. Met zijn nieuwe album zet Grimm (voorlopig) de
kroon op zijn werk. Dat heeft alles te maken met de songkeuze, want de man zingt
in deze liedjes zo overtuigend dat je als vanzelf in zijn songs meegezogen wordt.
En die liedjes, dat mag nog wel een keer gezegd worden, zijn juweeltjes. Grimm's
mooie liedjes verzuipen daarom niet in een overdadige productie, maar krijgen
door precies de juiste accenten net dat beetje extra dat een cd nodig heeft
om uit te kunnen groeien tot een meesterwerk. En dat is het, want ook Grimm
overtreft zichzelf op "Holding up the World", zijn debuut voor het
CoraZong label, met een serie fantastische songs. Grimm krijgt steun van muzikanten
die er niet op uit zijn zichzelf in de schijnwerper te zetten, maar als ze een
gaatje zien, duiken ze daar onmiddellijk in. Onze favoriet Krista Detor is van
de partij, maar ook Jack Helsley (bas), Jamey Reid (drums), Michael White (steel
gitaar), Anne Hurley (cello) en vele anderen dragen een steentje bij. Het meest
in het oor springen echter de bijdragen van John Prine gitarist Jason Wilber,
die het ene na het andere geweldige gitaar- of banjolijntje te voorschijn tovert.
De kracht van zijn Grimm's muziek schuilt in de eenvoud. Zijn liedjes bestaan
uit simpele, catchy melodieën die zich onmiddellijk in je hoofd nestelen.
In zijn songs maakt Grimm ons deelgenoot van zijn verlangens, verdriet, hoop
en wanhoop. Tekstueel ligt zijn kracht in verrassende metaforen en eigenzinnige
observaties. Waardoor liedjes over een uitgekauwd thema als de liefde, zoals
het met Krista Detor gebrachte "Long Way Around", toch een grimlach
op je gezicht toveren. Zwakke nummers kent "Holding up the World"
niet. Een paar stijgen er boven al het moois uit. En dan denken we aan het samen
met Krista Detor en Jennie Devoe gebrachte “Blowin’ In The Wind”
en de folkballade "Krista", een compositie van Beth Cahill. Maar naast
deze twee covers zijn het vooral zijn negen zelfgepende songs die onze aandacht
trekken, zoals "Rebecca Versailles", "Or Bust", "So
It Goes" en "This Hole", songs waarin racisme, het landbouwersbestaan,
gewoon onderwerpen van iedereen en van alle tijden centraal staan. Er zijn heel
veel singer-songwriter platen verschenen dit jaar, maar de liefhebber van intieme
liedjes over de beslommeringen van het leven doet zichzelf echt te kort wanneer
hij of zij niet luistert naar deze pracht-cd van Tim Grimm. Begin volgend jaar
komt hij deze kant op, tot die tijd zullen we genieten van al dit moois.

CHARLIE MORRIS BAND
WHAT A SCENE!
Website Contact
Label: Bluespages
Distr: The Orchard
Een
Zwitserse bluesband: ik moet eerlijk zijn, mijn verwachting lagen op voorhand
niet erg hoog. Toen ik echter de cd in de lader had gemikt, kreeg ik al dadelijk
een aangename verrassing. "Can't Do Nothing" was om te beginnen al
niet de twaalf maten blues die ik verwachtte. Dit was lekkere rootsmuziek, zoals
we dat gewoon zijn van the Rhythm Kings, je kent ze wel, dat hobbyclubje van
Rolling Stone Bill Wyman. "Swamp Hoe" gaat verder in dezelfde lijn
en is zo mogelijk nog beter. Er wordt sterk gemusiceerd door dit viertal, het
grootste gedeelte van deze cd is eigen materiaal, enkel "Too Many Bad Habits"
van Johnny Nicholas en "Champagne & Reefer" van Muddy Waters zijn
covers. "Can't Stop Cleaning" is reeds de tweede song waar gitarist
en frontman Charlie Morris, van Amerikaanse afkomst, laat horen hoe sterk hij
op gitaar is en hij demonstreert hier zijn vingervlugge techniek à la
Albert Lee. Deze live opname is hun vierde release en werd opgenomen tijdens
het Montreux jazz festival. Hun bezetting is al die jaren onveranderd gebleven.
In feite sinds Charlie naar Zwitserland verhuisde en zijn eerste cd met de froep
opnam. Markus Baumer is een meester op de piano, en de ritme sectie van David
Clarke en Marco Jeanrenaud is superstrak en Charlies uitstekende gitaarwerk
hoeft geen verdere aanbevelingen, alles valt mooi samen tot een hecht geheel.
Hun muziek werd door de Zwitserse vakpers al omschreven als "De brug tussen
blues en singer songwriter muziek" en ik zou de term "bluesy roots"
gebruiken om 'm te typeren. De langzame bezwerende slidegeluiden in "Ramblin'
Blues" of het jam-band achtige, funky "Can't help m'sef", het
zijn allebei voorbeelden van hoeveel diversiteit er binnen de muziek van Charlie
Morris Band schuilt. Ik zal deze een plaatsje geven op mijn "bovenste plank",
vlak in de buurt van mijn cd speler, want ik heb zo 't idee dat ik er nog veel
ga naar terug grijpen. Zo zie je maar, vooroordelen zijn nooit goed, "don't
judge a book by it's cover" is hier een beroemde bluestitel die in dit
geval de lading dekt. Charlie, Marcus, David en Marco: hatts off,… chapeau!
Een van beiden zullen jullie wel begrijpen...
(RON)

SOUTHSIDE
JOHNNY WITH LABAMBA’S BIG BAND
GRAPEFRUIT MOON - The Songs Of Tom Waits
Website Myspace
Label: Evangeline records Distr.:
Bertus
Vanaf
het midden van de jaren ’70 trekken talloze zangers met veelkoppige bands
in het spoor van Bruce Springsteen & The E Street Band langs de concertzalen
van, met name, de Verenigde Staten. Denk aan Bob Seger & The Silver Bullet
Band, Huey Lewis & The News en, natuurlijk, de net als The Boss himself
uit New Jersey afkomstige Southside Johnny & The Asbury Jukes. Inmiddels
bestaan al deze bands uit gedistingeerde vijftigers en de Asbury Jukes zijn
daar geen uitzondering op. Springsteen noemde zijn eerste cd naar Asbury Park;
Southside Johnny vernoemde zijn band, The Asbury Jukes, er naar. Springsteen
schreef ook een aantal tracks in de begintijd van de band, o.a. op het album
"Hearts of Stone" (1978). Hoewel dit album nooit een commercieel succes
werd, prees muziekblad Rolling Stone hem in de Top 100 beste albums van 1967
tot 1987. De rauwe stem van rasechte soulman Southside Johnny klinkt zo mogelijk
nog doorleefder dan die van Bruce en zijn muziek loopt over van bezieling. Springsteen
verwierf echter wereldfaam met "Born to Run". Tegelijk wierp hij een
schaduw over Southside Johnny, die daar tot vandaag niet onderuit raakte. Dat
ligt meer aan pech met platenmaatschappijen dan aan ‘s mans muzikale capaciteiten.
Met zijn Jukes bouwde hij door de jaren heen een stevige live reputatie op,
want met hun intense, blues-getinte rock-‘n-roll nummers krijgen ze elk
publiek in beweging. Dat hij de voorbije jaren niet enkel met Springsteen samenwerkte,
maar ook met Jon Bon Jovi, Lee Dorsey, Ronnie Spector, The Satins, The Coasters
en The Drifters, is het ultieme bewijs van zijn vakmanschap. Voor zijn nieuwste
album "Grapefruit Moon" verruilt de legendarische Southside Johnny
zijn Asbury Jukes even voor de Richie 'La Bamba' Rosenberg’s Big Band.
En dan weet je meteen dat het iets speciaals gaat worden. Voeg daarbij de ondertitel
van deze plaat, "The Songs Of Tom Waits", dan weet je meteen dat het
hier over een allesbehalve reguliere plaat van onze Johnny gaat. Twaalf Tom
Waits songs worden hier namelijk in een Big Band jasje gestoken en die past
prima. Deze cinematische songs krijgen geen oubollig aandoende slappe bewerkingen,
maar worden onstuimig swingend en rockend neergezet. De door de wol geverfde
en streetwise Southside Johnny heeft daarbij voor de net niet voor de hand liggende
songs gekozen, inclusief enkele vrij obscure titels. Luisterend naar de jazzy
titeltrack, het swingende "Down, Down, Down", het Latin-achtige "Temptation"
of als de Meester Waits zelf ook nog meezingt op "Walk Away", waan
je je helemaal lekker aangeschoten tijdens een nachtelijke wandeling in de straten
van New York City. Met als hoofdrollen de blazers en de hese stem van Johnny,
klinken de songs opgewekt, hoewel op zijn tijd een gekwelde soulslijper langskomt,
zoals het ingetogen "Johnsburg, Illinois". Al is "Grapefruit
Moon" in vier dagen opgenomen, klinken de sessies uitermate mellow en cool.
De uitmuntende blazerssectie schakelt moeiteloos van uitbundig naar ingetogen,
terwijl Johnny zelf even ontspannen als soulvol zingt en soms heerlijk scheurt
op de harmonica. Een song van Tom Waits coveren is een enorme uitdaging. Southside
Johnny en Richie 'Labamba' Rosenberg met zijn Big Band slagen erin om deze songs
om te toveren tot ware pareltjes. Ons respect en waardering verdient deze levende
legende met deze tribute echter zonder meer. Warm aanbevolen!

PAUL
MACLEOD
BRIGHT EYES FADE
Website Myspace
Label : Busted Flat Records
CD-Baby
Paul
MacLeod komt uit Waterloo, niet het Belgische oord waar Napoleon zijn meerdere
moest erkennen, maar wel het gelijknamige plaatsje in Ontario, Canada. Die Canadese
muziekscène hangt heel nauw aan elkaar zoals we reeds enkele malen mochten
vaststellen. Ook Paul MacLeod kon samenwerken met enkele grote namen in Canada
zoals Hawksley Workman. Zelf is MacLeod een singer-songwriter die voor dit album
“Bright Eyes Fade” elf zelfgepende songs uit zijn songboek geselecteerd
heeft. Dit is zijn derde soloplaat na de eerdere cd’s “Tell The
Band To Go Home” (live opgenomen tijdens een tournee in Canada) en “Close
And Play”, een album dat hij samen met de toen nog relatief onbekende
Hawksley Workman produceerde. Maar zijn voornaamste bezigheid beleeft Paul MacLeod
als gitarist bij zijn groep ‘Hibakusha’. Deze nieuwe plaat komt
er zes jaar na “Close And Play”. Voor deze soloplaat concentreert
MacLeod zich op zijn gitaar- en zangwerk en in een aantal nummers wordt er wat
subtiele extra instrumentatie toegevoegd. De typische stem en de songteksten
krijgen echter het voorplan aangeboden op “Bright Eyes Fade”. De
elf liedjes werden voorzien van een melodieuze sound en enkele catchy gitaarhooks.
De artiest is een fan van Brit-pop en dat laat hij in enkele songs overduidelijk
horen. “A Clear Thought”, “Lies” en cd-afsluiter “Blue”
vinden aansluiting bij dit muziekgenre. Maar tussendoor is er nog voldoende
ruimte voor melancholie en songs als “Virginia” en “Bristol”
worden bloedstollend mooi door hun simpele eenvoud. Ook de eerste single uit
het album “Annalisa” is beklijvend mooi. Dit zijn doorleefde liedjes
die recht vanuit het hart worden gezongen en waarin de zanger zichzelf in ruime
mate bloot geeft via de songteksten. Nog meer songdiversiteit wordt de luisteraar
aangeboden in het countrybluesgetinte nummer “Down In The Street”.
De oprechtheid en eerlijkheid in de teksten geven de luisteraar meermaals de
indruk dat Paul MacLeod autobiografisch tewerk is gegaan en ons in zijn diepste
zielenroerselen heeft willen laten meekijken. Gezond voyeurisme, zeg maar. Wij
houden van de eenvoud van “Bright Eyes Fade”. Een korte beluistering
van de songsamples op de CD-Baby website zal ook u hopelijk kunnen overtuigen.
(valsam)

T.
ROGERS
WEAR YOUR SOUL
Website Myspace
Booking: BlueBridge Network International
CDBaby
Wie
is T.Rogers, of liever, wie zijn T.Rogers? Wel T.Rogers is een band. Uit Budapest,
Hongarije nog wel, die een funky soort bluesrock en blues brengt die zo authentiek
klinkt dat je nooit zo verwachten dat het uit die hoek van Europa komt. Een
zeskoppige formatie, met twee gitaristen, de gebruikelijke bas, drums en percussie,
aangevuld met een hammond en sax of harmonica. Hun vorige cd, en tevens debuut,
dateerde uit 2006 en was getiteld “Driven By The Blues”. Met deze
“Wear Your Soul” willen ze nu buiten Hongarije naam maken en staan
ze klaar om de Europese festivals en clubs te gaan aandoen. De ganse cd straalt
het plezier van het blues maken uit. Je kunt ze wel degelijk een “Joy
& Blues” band noemen. Om te beginnen verschillen ze nogal van de meeste
bluesrock bands die deze planeet rijk is. Ze starten met het vinnige “New
Home Blues”, een nummer waarin vooral de mondharmonica centraal staat.
”Everyday” wat dan volgt, is pure bluesrock - funk. De titelsong
“Wear your soul” is een normalere slow blues met mooi gitaarwerk
en een prachtige mondharmonicasolo van Miklos “Miki” Toth, die echter
onlangs de groep verlaten heeft, de enige wijziging in de band sinds lang. ”
Up The Line” de klassieke Little Walter compositie werd omgetoverd in
een funky blues met deze keer de sax als leadinstrument.. Het ingetogen “Asking
You To Stay” of “Liftin’ Walk” tonen aan dat naast de
“Joy” ook de “Pain” die de blues zo eigen is, in hun
muziek ruimschoots aanwezig is. De echte trainsong ”Goin’ Home Train”
is een mooie akoestische track vooraleer een reprise (ook akoestisch en zeer
te smaken) van de titelsong deze schijf definitief afsluit. Of dat dacht je
toch, want de tegenwoordig bijna obligate hidden track (titelloos, maar een
prachtige funkinstrumental), breit er nog een minutenlang onverwacht vervolg
aan. Leadzanger en gitarist Ferci Kovacs en de zijnen staan klaar om de Europese
concertpodia te veroveren, of ze zijn er beter gezegd al volop mee bezig, want
op 5 juni laatstleden waren ze nog voor het laatst in ons landje, te Hastière,
als backinggroep van Mem Shannon voor diens Europese tournee. Ze zullen echter
weer vlug op een Belgisch podium staan, deze keer als hoofdact op de vierde
“Night Of The Blues” in Moeskroen op 6 december. Van een mooi Sinterklaasgeschenk
gesproken!
(RON)
T. ROGERS LIVE
4th Night of the Blues.- Mouscron - 6 december