ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


THE CROOKED JADES - SHINING DARKNESS

IAN SIEGAL - THE DUST

THE BASEBALL PROJECT - VOL.1 FROZEN ROPES AND DYING QUAILS

JONATHAN RICHMAN - BECAUSE HER BEAUTY IS RAW AND WILD

JAMES HUNTER - THE HARD WAY

JJ GREY & MOFRO - ORANGE BLOSSOMS

LAMBCHOP - OH (OHIO)

RYAN PURCELL - KICK THE DIRT

TREVOR LAYTON - OUT OF THE LIGHT

 



 

 

THE CROOKED JADES
SHINING DARKNESS
Website Myspace Contact

 

Sommige muzikanten recycleren oud materiaal, andere planten hun ideeën in oude bodem en laten er iets origineels uit groeien. Tot deze laatste groep behoren ‘The Crooked Jades’, die zich laten inspireren door de ‘old time stringband’ muziek en uit die rijke aarde nieuwe bedwelmende bloemen laten opbloeien. Met de tot de verbeelding sprekende intro ‘Black Sun’ opent zich het feeëriek gordijn. Daarna volgen 18 songs met een frisheid die betovert. Variatie genoeg, zowel instrumentaal als qua zang en ritmes. De stemmen van Jeff Kazor en Leah Abramson, korrelig naast etherisch, contrasteren qua timbre, maar vinden elkaar in emotie. De veelheid van instrumenten - banjo, gitaar, ukulele, harmonium, mbira - maakt dit album afwisselend. Danstunes, wals, cajun, fiddle- en Appalachian muziek volgen elkaar op en vlijen zich naast elkaar in een kleurige mozaïek. Alle muziek is van de hand van The Crooked Jades zelf. Ietwat oneerbiedig zou je kunnen stellen dat de band een samengesteld allegaartje is met Jeff Kazor uit San Francisco, Leah Abramson uit Vancouver, basspeler Charlie Rose uit Kansas en fiddle speelster Sophie Vitell uit Oregon. De gevoelsmatige eenstemmigheid stijgt echter boven alle verschillen uit. Menig bandlid deed al ervaring op in een ander bandje, folkcountry of ‘old time’ muziek. Ook banjospeler Seth Folsom is essentieel voor het groepsgeluid. Hij vrolijkt de danstunes op en in ‘Winnemucca’ onderlijnt zijn akoestische gitaar de weemoed. Vooral de engelenzang van Leah en de viool van Tashina Clarridge hebben een hoog emo-gehalte. Als je de song ‘Shining Darkness’ hoort zou je denken dat dit het soort transcendente blues is dat temidden van vallende sterren wordt gezongen. Ook Jeff Kazor zingt erop mee, evenals op ‘Kingdom Calling’ dat iets tijdloos heeft, mede dank zij Folsom’s slidegitaar. Op ‘The Marrow of a Young Girl’ en ‘Ghost Coat’ transcendeert Kazor de balladevorm tot iets origineels eigentijds. Toen Jeff Kazor de band in 1996 oprichtte moet hij onbewust geweten hebben dat er alchemie zou ontstaan. Al waren er wat bandwisselingen, zijn gevoelig oor voor goede muziek hielp hem ongetwijfeld bij het aantrekken van de juiste muzikanten. Als je een fiddle spelende vader hebt die het je vanaf je kinderjaren voordoet en je in je stamboom een banjospelende Ierse grootmoeder kan aanwijzen, dan zet die muziek zich ook vast op de ontvankelijke nakomeling. Ook veelzijdige Leah is een erkend talent in Canadese artistiek/muzikale kringen. Zoals zij ‘Sleep In the River’ zingt zou je gaan geloven in de reïncarnatie van een Hellenistische sirene. Alle bandleden waaruit het huidig ‘Crooked Jades’ team is samengesteld, zijn trouwens van briljant niveau. Zij laten je geen keuze, want je wordt hoe dan ook door hun muziek opgetild.
Marcie



IAN SIEGAL
THE DUST
Website Myspace
Label : Nugene Records
Distr.: Bertus

 

Ian Siegal is de afgelopen jaren als een komeet door de dampkring gevlogen en heeft een onuitwisbare impact gemaakt op de bluesscène. Siegal hoeft niet meer geïntroduceerd te worden, toch niet voor wie er bij was tijdens het Moulin Blues festival, North Sea Jazz of om het gewoon hier in België te houden, stond onze Britse bluesmuzikant naast op zovele andere plaatsen maar liefst driemaal in Peer op de planken. BRBF 2004, 2005, maar ook dit jaar maakte hij een weergaloze set en hopelijk mag hij volgend jaar opnieuw de revelatie van het 25e BRBF genoemd worden, want tijdens deze jubileumeditie mag het buitenbeentje van de blues zeker niet ontbreken!
Deze 37-jarige, met een ongelofelijke zangstrot waarin Howlin' Wolf en Otis Redding tot leven komen, is zonder twijfel de meest getalenteerde muzikant in de Britse bluesscène van de afgelopen jaren. Siegal heeft al wat naam gemaakt als lid van de Lee Sankey Group. Op jonge leeftijd werd hij voor de leeuwen gegooid en bleef vervolgens zonder moeite bovendrijven. Als invloeden noemt hij zelf Little Richard, Elvis en Chuck Berry, maar het was vooral Muddy Waters die het meeste indruk op hem maakte. Na jaren van toeren heeft hij de invloeden tot een eigen geluid weten om te smelten. Hij heeft de bravoure van Tom Waits, ook zijn stem doet eraan denken en het broeierige van Dr.John. Als daaraan nog de Keltische blues van Van Morrisson wordt toegevoegd, kom je uit bij Ian Siegal. Iemand die daarbuiten nog over een schitterende gitaar techniek beschikt en bovenop nog een begenadigd songschrijver is. Hij bewees dit al op zijn veel geprezen debuut cd “Standing in the Morning” (2003) en met een container vol aan lovende recensies kreeg hij ieder jaar in de Lage Landen tal van optredens, gewoon omdat 't puur draait om de intensiteit die Siegal met zijn rauwe stem uitstraalt, gekoppeld aan het soort rootsmuziek dat verrekt slim is opgebouwd, maar uit de speakers knalt alsof het door een enthousiaste technicus tijdens repetities spontaan op tape is gezet. Met de opvolger "Meat & Potatoes" (2005), gaat Siegal terug naar de wortels van zijn muziek, de blues. Siegal is een groot liefhebber van Muddy Waters, en dat wordt duidelijk op dit album. Niet dat hij Waters slaafs navolgt, een fout die hedendaagse bluesartiesten maar al te gauw maken, maar het bezwerende karakter dat Waters’ muziek kenmerkte is op deze plaat goed te horen. In 2007 volgde de CD "Swagger", een plaat waarop Siegal gelukkig weer gewoon doet waar hij goed in is, want ook deze plaat staat weer vol met opwindende en buitengewoon rauwe blues. Blues die zowel invloeden als de Noordelijke Chicago blues als de Zuidelijke Memphis-blues weet te verwerken en hier een flinke dosis rauwe rock ’n roll aan toevoegt. De productie van labelmaatje Matt Schofield is doeltreffend, de rauwe strot van Siegal en het bijbehorende gitaarspel wederom indrukwekkend. Siegal heeft dus in korte tijd een enorme reputatie opgebouwd met zijn albums waarvoor de pers superlatieven tekort kwam, maar zeker ook met zijn live shows die we best kunnen omschrijven als origineel en zeer intens. Er wordt wel eens gezegd dat, als Siegal er in de jaren '60 bij was geweest, hij vandaag de dag dezelfde status zou hebben als artiesten zoals Van Morisson, Joe Cocker en Eric Clapton. Ian is echter een kind van de jaren '70 dat op 19- jarige leeftijd stopte met school om als straatmuzikant in Duitsland te gaan leven. Sinds hij in de straten van Berlijn speelde is hij heel ver gekomen, met als nieuwste wapenfeit zijn album "The Dust", waarvan de release voorzien is op 22 september. Het is dan ook in Berlijn dat zijn gitaarspel enorm verbeterde, voornamelijk omdat hij hiermee de kost moest verdienen. Voordat hij doorbrak met bovenvernoemde albums verkocht Siegal cd-r’s met akoestische opnames, niet alleen op straat maar ook tijdens optredens, en dit allemaal voor hij terugkeerde naar Engeland waar hij wist dat hij professioneel muziek wilde maken. Zijn allernieuwste verschenen album "The Dust" is dan ook een album waar menig blues- en rootsliefhebber naar uit heeft gekeken. Want ook toen was hij al erg populair in de plaatselijk muziek scène, en liet hij zien een goed songwriter met een goed gevoel voor muzikale tradities te zijn en dit met een oog op de toekomst. Op "The Dust" hoor je hem voornamelijk solo, en dit met een minimum aan productie en een maximum aan mood. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Siegal eigen songs vertolkt of zich waagt aan klassiekers uit de blues- of roots geschiedenis; alles wordt op even intense en imponerende wijze gedurende bijna een uurtje vertolkt. Van de dertien songs zijn er een aantal gecoverd van artiesten waardoor de Brit zich vroeger heeft laten beïnvloeden. "I Drink" van Mary Gauthier (nee, deze keer geen grapjes) en "CCKMP"(Cocaine Cannot Kill My Pain) van Steve Earle uit diens "I Feel Alright" album uit 1996 zijn wel de meest in het oog springende covers. Zwakke plekken zijn op "The Dust" absoluut niet te vinden. Negen studio tracks en drie live tracks, waaronder Siegal's prachtige versie van Pete Seeger's "Mary Don’t You Weep" opgenomen in The Running Horse in Nottingham. Siegal’s stemgeluid beroert je telkens weer tot op het bot, maar op de een of andere manier zal deze nieuwe parel met grote regelmaat in de cd speler moeten worden gestopt. Na een aantal keren afspelen komen de naast het pakkende vocale werk ook steeds meer instrumentale hoogstandjes boven drijven. Met name het subtiele pedal steel werk van BJ Cole (o.a. Beck, R.E.M.) op twee tracks en de bijdrage van Siegal's vriendje Sam Hare (vocals, gitaar) op drie tracks zijn een genot voor het oor. Of "The Dust" het meest onmisbare Siegal-album is, zouden we niet kunnen zeggen. Het is alleszins een album waarop hij weer eens toont dat hij een meesterlijke songschrijver is, die ook zonder band weet te boeien. Bijna het hele album lang heb je Tom Waits of andere rockmijlpalen in het achterhoofd, maar "The Dust" is gewoon een album geworden dat het resultaat is van plezier, ongedwongenheid en puurheid.


Tracks:
1. Stranger Clothed in linen
2.The Good Home (w/ Sam Hare)
3. The Silver Spurs
4. CCKMP
5. Between the Stirrup and the Ground (w/ BJ Cole)
6. The Gauntlet
7. Southern Cross Blues
8. I Drink (w/ BJ Cole)
9. I’ll Fly Away (w/ Sam Hare)
10. High Sheriff intro (live)
11. Brand New High Sheriff Blues (live)
12. Mary Don’t You Weep (live)
13. Dirt Road/Call Me The Wolf (live)


IAN SIEGAL LIVE met in het voorprogramma THE RHYTHM CHIEFS

05 dec - Terneuzen – Porgy & Bess
06 dec – Hellendoorn – De Lantaarn
07 dec – Ottersum – Roepaen
10 dec – Zaandam – De Kade
11 dec – Weert – Bosuil
12 dec – Oss – Groene Engel
13 dec – Zoetermeer – de Boerderij
14 dec – Venlo – Perron 55



THE BASEBALL PROJECT
VOL.1 FROZEN ROPES AND DYING QUAILS
Website Myspace
Label : Blue Rose Records
Distr. : Sonic Rendezvous

 

Steve Wynn is een spring in het veld, altijd even enthousiast en bereid een interessant zijsprongetje te maken voor een project dat zijn nieuwsgierigheid prikkelt. Bekendheid verworven met The Dream Syndicate is hij nooit de man geweest die op zijn lauweren rust. Naast een solocarrière schuimde hij de podia af met The Miracle Three, Gutterball, Smack Dab en het memorabele duo Danny And Dusty, met goede vriend Dan Stuart van Green On Red aan zijn zijde. The Baseball Project is zijn nieuwste creatie die hij samen met Scott McCaughey van Minus 5 en ook REM’s zogezegd vijfde lid genaamd, uit de grond stampte, versterkt met Steve’s wederhelft Linda Pittmon op drums en REM gitarist Peter Buck. Zoals wij hier in België een historische wielercultuur kennen met legendarische wielergoden die de hemel ingeprezen worden en verheven zijn tot mythische figuren, zo roemt Amerika zijn honkbalhelden. Als twee artiesten zoals Steve en Scott niet uitgepraat raken over hun nationale sport, dan rest er nog juist één ding te gebeuren : deze inspirerende momenten vereeuwigen op plaat. Zo liep The Baseball Project van stapel. Het is een haast encyclopedisch album geworden met een verheerlijking van de grote namen en de meest excentrieke en opvallende figuren uit deze in Amerika immens populaire sport. Was alles vroeger beter ? Met deze vraag nemen ze in “Past Time” met stevige Barstool Blues Neil Young gitaren de eerste honk om te besluiten dat het spel op zich misschien wat verandert is, maar de stadionsfeer blijft niet te evenaren. Dikwijls voel je de Californische surfrock doorschemeren zoals in “Ted Fucking Williams” , een verhaal over een hoogmoedige en van zichzelf overlopende pitcher.Zo krijgt elke honkbalster een passend jasje aangemeten. Fernando Valenzuela, een pitcher van de L.A. Dodgers met Mexicaanse roots, wordt in “Fernando” volledig in het Spaans en met ontroerend accordeonspel gelauwerd. Een Dylaneske mid-tempo meezinger op strummende akoestische gitaar,” Satchel Paige Said”, opgeluisterd met pulserend mondharmonicaspel van Scott McCaughey, valt deze in de titel vernoemde beste pitcher van zijn generatie te beurt. Ook een hele prestatie is het lekker rockende “Haddie Haddix”, waar Wynn erin geslaagd is de namen van de zeventien pitchers mooi in deze song te verwerken. Op de koop toe is dit lied nog één van de meest aanstekelijke meezingers van het album. Lekker doorweven met een grungegitaarklank en gestoeld op een Tom Petty sound met een farfisa op de achtergrond cruisen we door “Jack’s Lament” historisch verhaal van eerste zwarte speler in “Major Leage”. Voor we het weten zijn we bij de afsluiter en dertiende nummer met de toepasselijke “The Closer” gekomen, waar een dreunende, percussieve gitaarbeat en een feedbackende sologitaar je de zenuwen door de keel doet jagen als een speler die de laatste minuut op het veld wordt geroepen om in een stresserende finale het verschil te maken. Steve Wynn heeft met The Baseball project een glansprestatie neergezet om U tegen te zeggen. “Frozen Ropes And Dying Quails” laat je geen seconde los van begin tot einde. De Amerikanen hechten wellicht meer belang aan dit document als een rockende honkbalgeschiedenisles. Wij Europeanen zijn als honkballeken misschien iets wijzer geworden door de charmante beschrijving van al de figuren, maar zijn ondersteboven van de catchy, meestal goed rockende, opgewekte klank van dit album. In de geschiedenis van Steve Wynn’s carrière neemt dit album zeker een zeer prominente plaats in, een verrijking voor ieders collectie : aanschaffen die handel.
Blowfish



 

 

JONATHAN RICHMAN
BECAUSE HER BEAUTY IS RAW AND WILD
Website Myspace
Label : Vapor Records
Distr. : Rough Trade

 

De twintigste full-cd in de ellenlange carrière van Jonathan Richman is net verschenen op het Vapor Records platenlabel van Neil Young. Dit jubileumplaatje verdient deze speciale onderscheiding. Richman - die net 57 jaar is geworden - begon in 1970 op negentienjarige leeftijd met de groep The Modern Lovers en werd al gauw een gevestigde waarde in de toenmalige punkscène. Vele radiohits volgden en zullen in ons collectieve geheugen geprint blijven. “Roadrunner” en “Roadrunner (Twice)” worden momenteel nog steeds als lesmateriaal gebruikt in de moderne pop- en rockscholen waar de songs als schoolvoorbeelden van simpele maar ontzettend catchy popsongs aan het jonge grut worden voorgesteld. Andere klassiekers uit zijn repertoire zijn het instrumentale “Egyptian Reggae”, “My Little Kookenhaken”, “Buzz Buzz Buzz” en “Pablo Picasso”, een song die gecoverd werd door o.a. Simple Minds, John Cale en David Bowie. Oh, ironie. Heden ten dage wil Jonathan Richman helemaal niets met het moderne internetwereldje te maken hebben. Toch ontdekten we een MySpace-pagina die naar hem verwijst en die als naam “pablopicassowasnevercalledanasshole” gekregen heeft. Voor wie er mocht aan twijfelen: Jonathan Richman is still very much alive and kicking. Sinds midden jaren zeventig treed hij nog heel vaak - bijna nonstop - op als soloartiest en mag hij rekenen op het erelabel van meest vriendelijke en meest eerlijke live performer op deze aardbol. Richman is uitgegroeid tot een echte cultfiguur en kan nu rekenen op meer dan gewone belangstelling van de groten uit de muziekwereld voor zijn nieuwe plaat “Because Her Beauty Is Raw and Wild”. Voor dit album speelt hij akoestische gitaar op de zelfgeschreven songs en laat hij alleen zijn ‘long term buddy’ Tommy Larkins op drums meespelen. Larkins is ook zijn vaste maatje bij de vele live optredens over de gehele wereld. Sinds enkele jaren heeft Jonathan Richman zich ook toegelegd op het brengen van liedjes in diverse talen. Zo vinden we op dit album het Spaanse lied “Es Como El Pan” en het Franstalige “Le Printemps Des Amoureux Est Venu”. Vroeger deed hij dit ook al in het Italiaans en in het Hebreeuws (wellicht omwille van zijn Joodse afkomst). Maar gelukkig wordt het overgrote deel van de songs in het voor ons best verstaanbare Engels gezongen. Van de veertien nummers op dit nieuwe album zijn de meeste typische, simpele, melodieuze liedjes met soms grappige en soms ironische teksten: het gekende handelsmerk van Jonathan Richman. Zijn stem is met de jaren toonvaster en beter, ja zelfs mooier geworden. De titeltrack “Because Her Beauty Is Raw And Wild” is pure klasse. Op flamenco-tonen volgt dan “No One Was Like Vermeer” waarna een cha cha cha volgt met de song “Time Has Been Going By So Fast” waarin ook een plezante drumsolo door Tommy Larkins werd verwerkt. Richman danst zelf ook heel graag op het podium bij live optredens en getuigen beweren dat hij voor zijn leeftijd nog een opmerkelijke hipswing kan vertonen. De akoestische gitaar is nog steeds zijn geliefkoosde instrument en begeleidt dan ook op dit album de meeste liedjes. “Our Drab Ways” is zo’n intieme song die de vocale capaciteiten van Richman ruim etaleert. Ruwe en minimalistische doch emotioneel gezongen liedjes vormen de basis van het repertoire van Jonathan Richman. “The Lovers Are Here And They’re Full Of Sweat” is zo’n liedje dat je enkel van hem kan verwachten, net als “When We Refuse To Suffer”, “This Romance Will Be Different For Me” en de al meer dan 30 jaar oude song “Old World” uit de Modern Lovers-periode die hij hier in een jazzy versie brengt. Er staat ook een zeer respectvol gebrachte cover op dit album met de song “Here It Is” uit het songboek van Leonard Cohen. En over het intieme nummer “As My Mother Lay Lying” waarin hij zijn gevoelens van verdriet over het verlies van en het respect voor zijn moeder helemaal laat gaan kunnen we echt geen relevante extra informatie toevoegen. Jonathan Richman’s twintigste plaat is een absoluut meesterwerk waarvan we er nog twintig meer hopen te mogen zien in de volgende decennia.
(valsam)



JAMES HUNTER
THE HARD WAY
Website Myspace
Label: Hear Music / GO Records
Distr.: Universal Music
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Hoe belangrijk is de cover van een cd hoesje? Wat denkt de potentiële klant die een man met een Gibson gitaar op één been ziet staan op een zolder van een statig herenhuis? Een nieuwe gitarist! Of leest hij de sticker op het doosje met Van Morrison’s aanbeveling en legt hem vervolgens terug? Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat dit een album is uit lang vervlogen tijden. Maar dat is het niet: het is een geniaal retro album.
James Hunter werd geboren op 2 oktober 1962 in Colchester (Essex), Engeland. Hij komt al op jonge leeftijd in aanraking met muziek omdat zijn grootouders een oude grammofoon hebben staan. Daarop draait hij 78-toeren platen van o.a. Jackie Wilson, Sam Cooke en Bobby Bland. Door Van Morrison word James Hunter bestempeld als een zeer getalenteerde zanger, gitarist en songwriter met "Eén van de beste stemmen en best bewaarde geheimen in de Britse R&B en Soul". Zijn muziek heeft een rijk, klassiek soulgeluid en zijn stem behelst een scala aan emoties. Aan het begin van de jaren negentig wordt Van Morrison aangehouden door een fan bij een Londense krantenkiosk. Deze fan vertelt hem over de beste onbekende soulzanger die hij ooit heeft gehoord: James Hunter. Van Morrison gaat naar Hunter luisteren en nodigt hem meteen uit deel te gaan uitmaken van zijn achtergrondkoor, waardoor James een aantal jaren met veel plezier op tour gaat met Van the Man. James, die al samen werkte met o.a. John Lee Hooker en Georgie Fame, gaf in maart 2003 een optreden tijdens een privé-feestje. Hierbij was ook labeleigenaar van Go Records England aanwezig. Hij was perplex dat James en zijn 4 mansband nog geen contract hadden. In samenwerking met het Amerikaans Rounder label werd het album "People Gonna Talk" (2006) uiteindelijk in zowel Europa als de US uitgebracht. Het album wordt een groot succes en Hunter sleept zelfs een Grammy Award voor Best Traditional Blues Album in de wacht. In 1996 en 2001 heeft Hunter ook twee soloalbums uitgebracht, maar deze zorgen niet voor de grote doorbraak die de zanger verdient. Hunter geeft je het gevoel dat je zijn muziek al kent, maar is tegelijkertijd vernieuwend. Zo ook op zijn nieuwe album "The Hard Way" waarop James heeft samengewerkt met producer Liam Watson van The White Stripes en ons behoorlijk op het verkeerde been zet. Wederom blijkt dat zijn nieuwste plaat vol staat met fraai opgenomen, zwoele, soms jazzy relaxte soul- en reggaenummers. CD is mono opgenomen met het geluid compact hoog in het midden, waardoor deze opname bijna ouderwets te noemen is. Hulp kreeg hij van Allen Toussaint, die te horen is op de titeltrack en enkele pianopartijen voor zijn rekening neemt; en ook van de wat minder bekende Jimmy Thomas, om de soul groove in de muziek te verankeren. Dat hij daar goed in geslaagd is mag hij voor een deel toeschrijven aan de Toe Rag Studio in Londen, waar het toverwoord "analoog" is en waar een Studer A-80 de opnames op een 8 sporen band zet. The Kills, The White Stripes, The Zutons, om een paar moderne jongens te noemen gingen Hunter voor in deze analoge rariteit in onze vanzelfsprekende digitale wereld. De studio is volledig gespecialiseerd in het maken van authentiek klinkende opnames, met gebruikmaking van echo kamers en een heuse tape echo; sinds kort vastgelegd met de beroemde EMI mixing tafel "Redd-17" uit de Abbey Road studio. De songs van deze "The Hard Way" hebben aanstekelijke en inventieve teksten, waarvoor hij zijn inspiratie uit het dagelijks leven haalt en dit komt tot uiting in de passie en betrokkenheid in de twaalf songs op deze plaat. Dit in combinatie met een rijke instrumentale sound en een stem die krachtiger en genuanceerder klinkt dan ooit tevoren, maakt deze CD tot een prachtig album, waarin de verrassingen voornamelijk liggen in de kleine details van de orkestraties, zoals de blazers, die in bijna elk nummer wel ergens opduiken, de gestopte trompet in "Til The End", de echo in "Class Act" en de tokkelende violen in "Carina", de eerste single van dit album. Enerzijds is het geluid verfijnder geworden, maar anderzijds klinkt het juist ook ruiger en wilder dan het vorige album. Ik zou zeggen, ga zeker zaterdag 18 okt. naar zijn optreden kijken in de AB in Brussel en moest dit niet lukken sleep de stereo naar buiten en maar er een feestje van, het is daarbij niet enkel een feestplaat, gewoon een wereldplaat die zich met het allerbeste in dit genre kan meten.


JAMES HUNTER live zien kan:
zaterdag, 18 okt 2008, 20:00
AB, Brussel



 

JJ GREY & MOFRO
ORANGE BLOSSOMS
Website Myspace
Label: Alligator Records
Distr.: Munich Records
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3


 

“Here at home, in the spring you feel as though you can almost swim through the smell of orange blossoms, the scent is that strong. It’s a completely intoxicating communique that states the blooms have opened, the hummingbirds are buzzing, the water is getting warmer, the days are getting longer and the nights are on their way to wilder!” - JJ Grey

 

Op het eerste gezicht ziet de cover er onschuldig uit, maar neem van ons aan dat "Orange Blossoms", de uitgelezen kandidaat voor de soundtrack is van een lange, warme en broeierige zomer al blijkt die voorlopig voorbij te zijn. Met al drie albums uit: Hun debuut "Blackwater" uit 2001 en "Lochloosa (2004)", voor Swampland Records, "Country Ghetto" voor Alligator Records brengen frontman JJ Grey en de mannen van Mofro op hun nieuwe plaat "Orange Blossoms", wederom lekker drassige of doorzopen 'front porch soul' uit Florida.

Deze band uit het moerasgebied van Florida mengt blues, soul, gospel, country en rootsrock tot Front Porch Blues, een benaming die ze zelf geven aan hun muziek. Het is een beetje van Little Feat, RL. Burnside, Anders Osborne en Tony Joe White, een dosis ranzige funk en R&B door een alligator meegenomen van de Louisiana swamps naar de Everglades, een vleugje gospelsoul en dat alles vermengt met Southern Fried Dixie Rock. In al zijn zelfgepende songs, neemt multi-instrumentalist en momenteel in Jacksonville wonende JJ Grey het op voor de muskieten, krokodillen en de moerassen aldaar. De wereld van alligators en ratelslangen is dan meteen je deel ... dat ze een pikzwarte ziel hebben is ook hier weer overduidelijk. Ik zet dan mijn gedachten over emigreren maar even opzij. JJ Grey & Mofro is een los-vaste formatie rond JJ Grey (zang en harmonica), met vooral vaste kompaan Daryl Hance (slidegitaar), en beiden komen uit Lochloosa en mochten al openen voor Ben Harper, Galactic, B.B.King en Jeff Beck. Dit tweetal laat dus duidelijk blijken dat in hun muziek de flora en fauna van Florida een belangrijke rol speelt. Vandaar dan ook de titel "Oranje Blossoms" voor hun vierde album al is er weinig zonnigs in hun muziek te bespeuren. We hebben hier zeker niet te doen met prekers of activisten van Greenpeace, verre daarvan zelfs, neen dit duo versterkt met bassist/orgelist Adam Scone, drummer Anthony Cole, en de Hercules Horns, saxofonist Art Edmaiston en trompettist Dennis Marion, brengt JJ Grey een gumbo van smerige blues, swampblues waarin ook plaats is voor invloeden uit de soul, funk, gospel en rock. En zo'n beetje elke hap smaakt naar meer. Voor zijn elf eigen songs en één cover gaat hij voor eenvoud en dat is meteen het onderscheidend kenmerk van heel veel klassieke bluessongs. Naar eigen zeggen luister JJ Grey naar de échten uit het genre: Muddy Waters, John Lee Hooker, R.L. Burnside, Tony Joe White, Jerry Reed, Otis Redding, Dr. John, Sly & The Family Stone, Van Morrison, Bill Withers en Dan Penn. Meer dan andere bluesgroepen is JJ Grey & Mofro echter een cross-over band die zeer goed naar andere swamprockers heeft geluisterd. Het is zelfs lichtjes verbazend dat Grey onder zijn invloeden geen melding maakt van CCR want enkele nummers zijn wel zijn duidelijk schatplichtig aan de band van John Fogerty, hetgeen ook al bleek uit de titeltrack van zijn vorige plaat, en nu ook de openende titeltrack op dit album. Het geluid is baggervet (zeker wanneer Stax-achtige blazers worden ingezet) en zit vol soul. Op hetzelfde moment slaagt JJ Grey er ook nog eens in om betrekkelijk lichtvoetige songs uit de hoge hoed te toveren. Een song als "She Don't Know" is anders niet zo lichtvoetig. Deze song begint met een begrafenispiano gevolgd door onheilspellende geluiden om mooi af te sluiten met een aantal strijkers. Zijn trage Southern soul komt het best tot uiting in het funky "WYLF" (afkorting voor " hat you're looking for") en geeft deze song eerder een traag gevoel, wat we niet kunnen zeggen van het meer sexy "Move It On", een nummer dat klinkt alsof het uit één van de albums van the Temptations komt. De muziek treedt duidelijk op de voorgrond en dat is een heel lekkere portie southern rock, waarin de R&B en soul getinte muziek nooit ver weg zijn. Co-producer Dan Prothero die bij alle vier Grey/Mofro projecten zijn zeg had en J.J. Gray met zijn soulvolle warme stem ontsnappen u zeker niet aan uw aandacht op "Orange Blossoms", is gewoon het tweede album voor het kwaliteitslabel Alligator, waarop hun liefde voor de muziek en hun ongebreidelde gedrevenheid van spat. Wij zijn er in ieder geval door bedwelmd.



 

 

 

 

 

LAMBCHOP
OH (OHIO)
Website Myspace Contact
Label: City Slang Distr.: V2 Records

 

 

“OH” is de titel van de nieuwste en tiende studioplaat van Lambchop, de succesformatie rond singer-songwriter Kurt Wagner uit Nashville, Tennessee. De titel is geen uitroep van verbazing maar wel de gebruikelijke afkorting van de Amerikaanse staat Ohio. Lambchop heeft geen vaste groepsbezetting maar varieert vaak tussen de 10 en 20 muzikanten. Voor “OH” heeft Kurt Wagner zich beperkt tot een selectieve verzameling topmuzikanten: Tony Crow, Jonathan Marx, Alex McManus, Scott Martin, Ryan Norris, Matt Swanson, William Tyler en Deanna Varagona. Aan het concept is echter nauwelijks iets gewijzigd. Ingetogen en prachtige liedjes die onnavolgbaar door Wagner gezongen of gepreveld worden als religieuze gebeden. De nieuwe cd zal begin oktober op de markt komen in twee versies: deze cd alleen en een limited edition met een tweede cd in het hoesje met daarop 5 akoestisch gebrachte songs. De release zal vergezeld worden van een uitgebreide tournee die Lambchop ook opnieuw in de AB in Brussel zal brengen op zondag 26 oktober. Rootstime zal er zeker bij zijn en plichtsgetrouw een concertverslag brengen op deze pagina’s. Waar we alvast zeker van kunnen zijn is dat dit optreden zoals steeds op een hoog niveau zal plaatsvinden en dat het talrijke publiek weer innig genietend aan Kurt Wagner’s lippen zal hangen. Want “OH” is alweer een schitterende plaat geworden met elf prachtverhalen die aan Wagner’s brein ontsproten zijn. Kamerpopsongs in een sfeer van folk en country en helemaal in de stijl van vorige albums als “Nixon”, “Is A Woman” en “Damaged”. All-time producer is ook nu weer Mark Nevers die als geen ander weet hoe hij het typische vintage Lambchop-sausje over deze liedjes moet spreiden. Het hoesje van deze cd heeft ook een eigen verhaal. Het schilderij werd door Kurt Wagner zelf gemaakt maar het duurde 7 jaar vooraleer het af was. Songs schrijven gaat hem dus veel vlotter af (en doet hij volgens ons ook veel beter dan schilderen). De liedjes op dit album hebben opnieuw die typerende betovering in zich die het handelsmerk van Lambchop is geworden. Ze worden op een even typische wijze door Kurt Wagner met zijn soulvolle baritonstem ingezongen. De sobere maar hemels mooie muzikale begeleiding zorgt voor haast irreëel mooie momenten die elke echte muziekliefhebber moeiteloos omver kunnen blazen. “Slipped Dissolved And Loosed”, “I’m Thinking Of A Number (between 1 and 2)” en het voor Lambchop’s doen zeer swingende “National Talk Like A Pirate Day” zijn maar enkele van de elf hoogtepunten op “OH”. Dat Kurt Wagner ook voldoende cynisme en grappigheid in zich heeft bewijst hij met songtitels als “Sharing A Gibson With Martin Luther King Jr.” en “Popeye”. Maar ook zuivere ernst komt aan bod in liedjes als “A Hold Of You”, “Of Raymond”, “Please Rise” en de enige coversong op deze cd “I Believe In You”. Opvallend is de sprankelende frisheid van alle songs op “OH” waarmee Kurt Wagner lijkt te willen aangeven dat hij nog lang niet uitgezongen is. Wij zetten dit album alvast bij in onze speciale kast met memorabele meesterwerkjes want zelfs binnen het totale oeuvre van Lambchop zal dit na verloop van jaren één van hun allerbeste platen blijken te zijn.
(valsam)

LAMBCHOP LIVE

ZONDAG 26 OKTOBER 2008, AB BRUSSEL



 

RYAN PURCELL
KICK THE DIRT
Website Myspace CDBaby
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

Hij komt uit Seattle, een stad die langzaam als hoofdstad van de grunge verschuift naar Americana en singer-songwriting. Het aantal artiesten die ons cd toesturen uit die regio groeit gestaag. Een tamelijke politiek geladen en van anti-oorlogs teksten voorziene cd is deze 'Kick The Dirt" van Ryan Purcell geworden. Vooral de mislukkingen van de huidige regering komen aan bod. Luister maar naar het vrolijk klinkende, maar geen blad voor de mond nemende "Guantanamo". A “very sad and very funny song” schreef een Amerikaanse collega, en gelijk heeft ie. Maar evengoed is er plaats voor een paar drinking songs, de nummers waarin drank een hoofdrol duiken ook meermaals op in de playlist. "Don't Stop" is er zo ééntje en natuurlijk "When Was The Last Time The Bottle Let You Down?". Met zijn rake teksten, zijn gruizige stem en een flinke dosis droge, soms sarcastische humor brengt hij een knappe mix van alt. country en Americana. In "Enough", een nummer dat qua begeleiding herinnert aan Neil Young met Crazy Horse. Op andere momenten, vooral tekstueel, is Steve Earle duidelijk een voorbeeld. De Band en Billy Bragg, al die namen komen je voor de geest bij het beluisteren van dit debuut. Broer Evan, die voor prachtige slide interventies zorgde heeft tevens als oudere broer de ideale stem om backing te zingen, zijn ietwat gelijkaardige maar hoger klinkende stem combineert mooi met het ruige van Ryan’s stem. Als bassist en tevens producer hebben we verder nog Johnny Sangster en op drums en keyboards respectievelijk Mark Pickerell en Terill Ballie. Als songschrijver is Ryan niet alleen sterk in zijn teksten ook de composities van zijn songs zijn sterk, elk nummer heeft een sterke herkenbare melodielijn die zich onder je hersenpan nestelt, om er niet vlug weg te gaan. In de afsluiter "The Decider" krijgt Bush er nog even stevig van langs. De punky rock die het nummer kenmerkt vloekt enigszins met de Americana stijl van de rest van de cd, maar de "recht voor de raap" tekst vraagt wel om die aanpak. Ik heb het de laatste weken al een paar malen mogen schrijven en bij deze cd van Ryan Purcell is het niet anders, een sterk debuut! Of om het in een promotaaltje te zeggen: Kick the dirt will kick your ass!
(RON)



 

TREVOR LAYTON
OUT OF THE LIGHT
Website CDBaby

 

Hij zag het levenslicht in Vancouver in Brits Columbia, begon reeds op dertienjarige leeftijd met gitaarspelen en nam al een eerste nummer op tijdens zijn schooltijd. Dat nummer "Watching From A Distance" staat zelfs in ongewijzigde vorm op dit debuut. Zijn invloeden zijn vooral Bruce Cockburn, maar daarnaast ook Seal en bekende grote namen als U2, Pink Floyd, Dire Straits, Santana en Steppenwolf. De invloeden van Cockburn zijn duidelijk terug te vinden in zijn muziek, terwijl op gitaar David Gilmour's techniek ook duidelijk merkbaar is, wat meerdere nummers een Pink Floyd geluid geeft. Reizen is Trevor's grote passie, een thema dat in meerdere songs terugkomt. Zijn muziek is eerder etherisch, geen echte rootsmuziek, maar meer popgericht. Bij momenten wordt er echter goed gemusiceerd, en Trevor blijkt een behoorlijk gitarist te zijn. Verder hoor je op deze cd enkel nog de producer P. D Wohl, een multi-instrumentalist want hij speelt buiten de gitaar alle instrumenten op deze cd, met uitzondering van een korte bijdrage op mondharmonica van vader Gerry, die ook beroepsmuzikant is. “Pathways”, de opener, is een mooie rustige popsong en is samen met “Unenlightened” een van de meest toegankelijke nummers op de cd. Beiden songs die wat lijken op het werk van Chris Rea en Dire Straits. In “The Barber” komen dan de David Gilmour invloeden boven, en de meeste songs gaan in die lijn verder, wat dromerige, gladgestreken popsongs met goed in het gehoor liggende melodielijnen. In zijn geheel, en gezien het feit dat het in feite om een solo product gaat, zeker een verdienstelijke eersteling, maar niet direct het soort muziek waar we hier bij Rootstime wild van zijn, want daarvoor gaan de “wortels” niet diep genoeg en missen we wat “ziel”.
(RON)