JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008
EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!
THE BOXMASTERS - FEATURING BILLY BOB THORNTON
PHYLLIS SINCLAIR - FATHOMLESS TALES FROM LEVIATHAN’S HOLE
JOSEPH PARSONS - HEAVENS ABOVE
GRANT PEEPLES - IT'S LATER THAN YOU THINK
BO DIDDLEY & CHUCK BERRY (DVD) - ROCK 'N' ROLL ALL STAR JAM
GURF MORLIX - BIRTH TO BONEYARD
JAMES DUNN - THE LONG RIDE HOME
WARNER E. HODGES - CENTERLINE
SLEEPER PINS - KEEP IT COMING LIKE A MIRACLE
JOHN EARL WALKER - COME OVER HERE

THE
BOXMASTERS
FEATURING BILLY BOB THORNTON
Website Myspace
Label: Edel Records Distr.: V2
Bij
Edel Records verscheen de debuut-CD van Billy Bob Thornton & The Boxmasters.
De band, wier muziekstijl wordt getypeerd als "electric hillbilly",
is beïnvloed door bands als The Beatles, The Rolling Stones, Kinks, The
Animals en dit in een mix met o.a. Johnny Cash, Merle Haggard, Buck Owens, Roy
Acuff en Hank Williams. Resultaat is dan ook een mod-band uit de jaren '60.
De meeste mensen kennen Billy Bob Thornton natuurlijk van zijn carierre in de
filmbusiness, maar hij is wel echter een geval apart. Thornton die ooit getrouwd
was met Angelina Jolie, speelde op de middelbare school in een CCR-tributebandje
om later, meer in de jaren 80, zijn geluk te zoeken bij lokale bandjes. In 1996
brak hij door met de film "Sling Blade". Hij regisseerde de film,
speelde de hoofdrol en schreef het script. Hij won voor deze film de Oscar voor
'Beste Script' en werd genomineerd voor 'Beste Acteur'. Enkele andere films
waarin hij de hoofdrol speelde zijn "A Simple Plan" (1998), "The
Man Who Wasn't There", "Bandits" en "Monster's Ball",
alle drie uit 2001. Nadat hij in Hollywood een grote naam was geworden, nam
hij in datzelfde jaar, 2001 zijn eerste soloalbum "Private Radio"
op. Na "The Edge of the World" bracht hij in 2007 zijn vierde langspeler
onder zijn eigen naam uit. Maar Thornton wilde weer eens in echte band spelen
en richtte het 'hillbilly' rocktrio The Boxmasters op, een band bestaande uit
acteur /regisseur /zanger Thornton zelf, geluidstechnicus - producer J.D. Andrew
en uit meestergitarist Mike Butler, aangevuld met een reeks sessiemuzikanten.
Volgens eigen zeggen, heeft hij met deze band zijn einddoel bereikt, en bij
het beluisteren van deze dubbel-cd, getiteld "The Boxmasters", kunnen
we om deze zet zeker niet betreuren. The Boxmasters brengen een bijzonder aanstekelijke
mix van sixties rock, Bakerfield country en hillbilly boogie. "Electric
Hillbilly music is probably the best description of The Boxmasters", zegt
Billy Bob Thornton zelf. "But the real idea behind The Boxmasters was both
musically and in live performance, is like watching a combination of 60's television
shows like Dean Martin, Johnny Cash Show, all those variety shows, with electric
hillbilly music -- it's a great blend". Op geen enkel moment wereldschokkend,
maar wel met veel vakmanschap en spelplezier gespeeld, ook al is Billy Bob maar
een matige zanger. Het titelloze debuut bestaat uit twee cd's: Op CD1 (ours)
staan eigen nummers, allemaal geschreven door Billy Bob zelf. Op CD2 (theirs)
staan covers van sixtiesiconen zoals Mott The Hoople, John Lennon, Kenny Logins
en Peter Townshend, maar dan wel in de stijl van The Boxmasters: een verfrissende
mix van country en hillbilly. Misschien wel het meest interessante schijfje,
luister maar eens naar de Cash-iaanse aanpak van "I Wanna Hold Your Hand"
van The Beatles of het afsluitende "The Kids Are Alright" van Pete
Townhend. Op CD1 is het meer mullen van Thorntons scherpe, satirische teksten
als Thorntons ode aan de ouderwetse rock ’n’ roll: "Later on
you can drive me insane / But right now I’m watchin’ the game".
Anderen teksten staan dan meer vol bajes- en bordelenleed. Samen 23 nummers,
de ideale soundtrack bij lange autoritten, gewoon een leuke feelgoodplaat.

PHYLLIS SINCLAIR
FATHOMLESS TALES FROM LEVIATHAN’S HOLE
Website Myspace
Contact
Distr. : Hemifran CD-Baby
Phyllis
Synclair is een folkzangeres uit Medicine Hat, een plaatsje dat in de Canadese
staat Alberta ligt. Zij is lokaal een zeer gewaardeerde artieste hetgeen blijken
mag uit de drie nominaties die ze wist ter verwerven voor de ‘Aboriginal
Peoples Choice Awards’: als beste songwriter, beste single en beste akoestisch
folkalbum. Lang uitgesponnen verhalen worden gedetailleerd verteld en gezongen
op klassieke sixties-folkmuziek in twaalf liedjes op de nieuwste plaat “Fathomless
Tales From Leviathan’s Hole”. De bezongen onderwerpen variëren
van getuigenissen van menselijkheid tot erkenning van kwetsbaarheid en feilbaarheid
van de gewone mensen zoals u en ik. Anderzijds worden de sterke karakters en
de moedige vechters op een verhoog geplaatst in een paar songs zoals “Sayisi
Song”, “The Manicure” en “Mary-Jo”. Bij de beluistering
van deze cd valt meteen op met welke passie Phyllis Sinclair zich overgeeft
aan haar muziek en haar teksten. Liedjes schrijven doet ze al sinds begin jaren
‘70 maar het was pas na een erg lange onderbreking waarin ze zich op het
familieleven toelegde dat ze de pen terug opnam en als journaliste begon te
werken. Een vijftal jaartjes geleden begon ze met mondjesmaat terug liedjes
te schrijven en haar cd “Fence Posts And Stones” uit 2006 betekende
de hernieuwde start van een muzikale carrière na meer dan dertig jaar
sluimeren. In het nummer “Main Street” bezingt ze op respectvolle
wijze enkele opvallende figuren die ze in haar jeugd leerde kennen toen ze met
haar ouders in de hoofdstraat van Winnipeg woonde. Haar roots als aboriginal
getrouw probeert ze in diverse liedjes een boodschap van oprechte hoop mee te
geven aan de luisteraars, niettegenstaande de vele tegenslagen die elke mens
in zijn leven wel eens tegenkomt. Zoals in het liedje “Wreck Of The Dictator”
over het verdriet van de visser die zijn boot ‘The Dictator’ als
zijn allerbeste vriend beschouwt en na dertig jaar moet vaststellen dat de sloep
onherstelbaar beschadigd is. Verwondering en bewondering vormen de kern van
de songtekst in het leuke walsje “Alberta Rose” over de mooie wilde
rozen die overal langs de autobaan groeien in Alberta. Dezelfde gevoelens van
liefde voor een mooi plaatsje waar ze ooit op bezoek was bezingt ze in “Encinitas”.
Haar fantasie laat ze welig vloeien in het nummer “Jewels On The Crown
Of Saint John”. “Lost For Words” gaat dan weer over die momenten
in ieders leven wanneer je een onverwacht slecht bericht krijgt waarvan je niet
echt weet hoe je er mee moet omgaan. De cd-afsluiter “Four Days In Groningen”
gaat niet over haar eigen ervaringen met deze Nederlandse stad maar verhaalt
over de herinneringen van een Amerikaanse oorlogsveteraan die zijn wedervaren
tijdens de bevrijding van Groningen in de tweede wereldoorlog aan zijn vrouw
vertelt. Aangrijpende teksten die uit het leven gegrepen zijn is duidelijk het
handelsmerk van Phyllis Sinclair die met “Fathomless Tales From Leviathan’s
Hole” een meer dan behoorlijke prestatie neerzet en de liefhebbers van
folkmuziek een “must have”-plaatje zal bezorgen.
(valsam)

JOSEPH
PARSONS
HEAVENS ABOVE
Website
Label : Blue Rose Records
Distr. : Sonic Rendezvous
De
in Monroe, Louisiana geboren singer-songwriter Joseph Parsons (Hardpan, 4 Way
Street) schijnt zijn aanhang vooral in Europa te hebben, en dan natuurlijk in
zijn tweede thuisland, Duitsland, maar ook in Nederland en België. In deze
landen wordt Parsons door een kleine groep zeer fanatieke fans bijna vereerd,
maar bij het grote publiek is deze Parsons, ondanks een aantal bejubelde cd’s,
nog altijd volslagen onbekend. Volkomen onterecht, want Parsons manifesteert
zich op zijn nieuwe studioplaat "Heavens Above", opvolger van het
zeer succesvolle "The Vagabond Tales" uit 2005 en "The Fleury
Sessions" uit 2006 als een buitengewoon getalenteerd singer-songwriter.
Zijn muziek valt moeilijk te omschrijven, omdat vreemde eend in de bijt Parsons
uit meerdere van elkaar gescheiden bronnen put. Verwacht van Joseph Parsons
(vocals, akoestische gitaren, piano, harmonica, percussie) niet een stoffig
folkproduct, maar eerder een schijfje waarop elementen uit de beste pop en roots
tradities versmolten zijn met hedendaagse rock. En voelbaar is zijn streven
de liedjes toegankelijk te houden. Hij is een singer-songwriter met een lekker
warme stem met een klein beetje gruis, die best weet zijn donkere teksten namelijk
te voorzien van verrassende arrangementen, die hem soms richting pop/rock/folk
brengen. Parsons verloor vorig jaar zijn vader, een plots overlijden dat hem
zeer heeft getroffen, hetgeen hij dan ook verhaalt in de song "Anyone".
Misschien wel het meest aangrijpende liedje op deze plaat, al gaat de openende
titeltrack over de terugkeer van een roughnecker na de orkaan Katrina. Je kan
dan ook meteen inschatten dat zo'n verhaal over The Big Easy ook niet rooskleurig
is. Deze songs staan dan in contrast met liedjes als "Sitting On Top Of
The World" en "Skipping Stone", de meer radiovriendelijke songs
die we hopelijk veel gaan horen. Andere track die de luisteraar zal aanspreken
is voornamelijk "Shades Of Gray", een waar hoogtepunt op deze cd,
die in Amerika werd geproduceerd door Davin Greenwood (Nora Jones, Amos Lee).
Het knappe van deze plaat is dat Parsons moderne technieken weet te combineren
met prachtige composities en zoals bij "The Vagabond Tales" mixte
Phil Nicolo (Sting, Billy Joel, 16 Horsepower) ook "Heavens Above"
perfect af. De teksten zijn even duister als de leegstaande kamer op de hoes,
maar de prachtige melodieën zorgen ervoor dat deze plaat toch iets 'lichts'
heeft. "Heavens Above" is fraai geproduceerd en zit vol muzikale hoogstandjes,
maar de songs staan gelukkig altijd centraal. Songs die ondanks hun diepgang
lekker in het gehoor liggen en stuk voor stuk tijdloos klinken. Vergelijken
maken met anderen is eigenlijk zinloos. "Heavens Above" is volgens
ons de beste tot dusver en verdient absoluut om in bredere kring gehoord te
worden.

GRANT
PEEPLES
IT'S LATER THAN YOU THINK
Website Myspace
Contact
Distr. : Hemifran
CDBaby VIDEO
Grant
Peeples is net de kaap van de vijftig gepasseerd, geboren in Tallahassee en
als je zijn site even raadpleegt merk je dat hij een man is met een gave voor
droge humor. Toen hij op zijn vijftiende kennis maakte met de teksten en muziek
van Dylan, veranderde zijn hele wereldje, de onbezonnen jongen veranderde in
een man die nadacht over zin en onzin van het leven en verantwoorlijkheidszin
kreeg, al lachte hij wel veel minder dan vroeger. Langzamerhand begon hij ook
songs te schrijven, die niet goed waren, maar dat gaf niet want niemand hoorde
ze (voorlopig). Hij nam het songschrijven uiterst serieus, maar af en toe, in
een onbewaakt moment, kwam er ook wel iets minder diepzinnig uit zijn pen. Een
van die songs met de directe titel "I Will Fuck A Fat Girl", kwam
via via bij Hank Cochran terecht, en die belde Grant met de vraag om naar Nashville
te komen om songschrijver te worden. Na een ontgoochelend jaar in Nashville
vertok hij terug. Enkele jaren later had hij een club waar live muziek gebracht
werd. Van B.B King tot The Judds, Temptations tot Jerry Lee Lewis, iedereen
speelde er. Grant schreef nog steeds songs, maar hield ze voor zichzelf. Op
een dag besloot hij, voor éénmaal een aantal van zijn songs te
laten horen aan één van zijn artiesten, die gingen optreden. Het
was Bonnie Raitt. Ze stuurde hem een kort briefje een paar dagen later: "Mooie
songs!" Hij richtte wat later een band op met zijn vriend William Solburg,
de Wakulla band en ze namen wat songs op, maar verder kwamen ze niet. Een tijdje
later ging zijn club failliet, en Grant verhuisde naar een ver eiland voor de
kust van Nicaragua, hij nam zijn gitaar mee, want eindelijk zou hij tijd en
rust hebben om goede songs te schrijven. Het werd zijn langste non-actieve schrijversperiode.
Toen hij eindelijk terug zin kreeg in songschrijven was zijn gitaar vervormd
en verroest door de tropische hitte en de zilte zeelucht. Op een dag belde hij
William om te vragen of de banden nog bestonden van hun opnames, want van één
song "The Well" herinnerde hij zich nog een stukje van de melodie,
maar van de tekst bleef weinig over. William zei dat hij eens op zoek zou gaan,
maar dat hij zich de song nog wel herinnerde, en zong ter plaatse de ganse song
door de telefoon. Grant was sprakeloos. Nog geen week later was William dood,
omvergereden door een dronken bestuurder. Zijn broer belde Grant en zei dat
William de tape gevonden had met "The Well" erop, de dag dat hij gestorven
was. Grant zag dit als een teken, kocht onmiddellijk terug een gitaar en heeft
van toen af geen dag meer zonder spelen doorgebracht. Hij verkocht zijn hotel
en duikshop in Nicaragua en ging terug naar Florida, en deze cd is het resultaat.
Uiteindelijk, na zoveel omzwervingen is zijn doel dat hij zich vijfendertig
jaar geleden stelde bereikt: een cd met zijn eigen songs. "Down Here In
The Country", zijn debuut van vorig jaar krijgt nu een vervolg met "It’s
Later Than You Think". Je vraagt je af waarom Grant zo lang andere dingen
deed en zijn songs als het ware verborgen hield, want Grant is een prima songschrijver,
en dit niet alleen, hij brengt die teksten ook op een voortreffelijke manier
over. Keiharde teksten, "in your face" zoals men dat in Amerikaanse
termen noemt. Scherpzinnig en trefzeker, vertellend over religie, milieu, sociale
problemen, politiek. Grant duwt de vinger diep in de wonde, de titel van de
cd liegt er niet om. Prine, Mc Murthry, Kristofferson, Van Zandt zijn namen
die je voor de geest komen bij zijn manier om zijn "country" songs
te brengen. Twangy, met sobere gitaar, fiddle, pedal steel. Zijn droge humor
blijft vlijmscherp in de song "Sunshine State". Een prachtige, ironische
als "promo" vermomde song over wat er mis is in Florida, maar dit
kon evengoed over vele andere staten van Amerika gaan. Mooi is vooral "Grant’s
Talking Blues" waar Bush er goed van langs krijgt of het aan zijn overleden
vriend William opgedragen "Will Solburg Blues" dat deze prachtige
cd afsluit. Een "Americana" singer-songwriter die te lang op zich
heeft later wachten, want deze stem en vooral zijn rake teksten zijn uiterst
genietbaar. Om het met Bonnie Raitt’s woorden te zeggen "Grant,..I
liked your songs."
(RON)

BO DIDDLEY &
CHUCK BERRY (DVD)
ROCK 'N' ROLL ALL STAR JAM
Label: Pepper Cake
DIstr: ZYX Myspace
Rockpionier Bo Diddley werd in 1928 in McComb in Mississippi geboren als Ellas Bates. In zijn jeugd leerde Bo Diddley viool spelen van O.W. Frederick van de Ebenezer Baptist Church. Op de middelbare school kreeg hij de bijnaam "Bo Diddley" van zijn klasgenoten. Diddley volgde lessen om instrumentmaker te worden. Hij leerde gitaren en violen bouwen. Tijdens zijn voortgezet onderwijs periode speelde hij in bandjes uit zijn buurt. Na het examen deed hij allerlei werk en speelde in zijn vrije tijd in bands om wat bij te verdienen. In 1950 kwam de maraca-speler Jerome Green bij de band. Het jaar daarop Billy Boy Arnold de harmonica speler. Niet lang daarna kreeg hij de mogelijkheid om een demo te maken van zijn nummers: “Uncle John” en “I’m A Man”. De demo werd door diverse platen maatschappijen afgewezen maar in het voorjaar van 1955 kwam hij bij Leonard en Phil Chess van het Chess label en die zagen er wel wat in. Op 2 maart 1955 nam hij zijn eerste single op, met 2 A kanten. "I’m A Man" en "Bo Diddley". "Uncle Joe" werd op verzoek van de Chess-broers herschreven met een tekst die meer op Bo zelf sloeg. Het singletje werd een groot succes en de naam van Bo was gevestigd. Zijn grootste succes scoorde hij in 1959 toen "Say Man" de derde positie haalde in de R&B-hitlijst. Hoewel hij ook in 1962 nog een hit scoorde met "You Can't Judge A Book By The Cover" verklaarde hij later nooit royalty's te hebben gekregen. Ondertussen was hij veelgevraagd en toerde geregeld door de Verenigde Staten van Amerika. In de band speelden in die tijd muzikanten die ook zelf later naam zouden maken: drummers Clifton James en Frank Kirkland en pianist Otis Spann. In de zestiger jaren speelden vooral Engelse bands nummers van Diddley, zoals de Rolling Stones, The Who, maar ook The Doors, Tom Rush en Ronnie Hawkins maakten gebruik van zijn werk. In de zeventiger jaren trad Diddley vooral veel op in Europa. In 1976 verscheen het album "20th Anniversary of Rock 'n' Roll", waarop twintig bekende muzikanten meespeelden. Diddley bleef nieuwe nummers schrijven en bleef ook in de laatste decennia van de twintigste eeuw regelmatig optreden. Zo ook in 1985 was hij in het Irvine Meadows Amphitheatre in Californië om samen met zijn vroegere Chess-collega Chuck Berry een legendarisch optreden te geven. Zanger/gitarist Chuck Berry wordt door velen beschouwd als de belichaming van rock 'n roll. Door middel van hits als "Johnny B Goode", "Roll Over Beethoven" en "Maybellene" beïnvloedde hij eveneens direct en indirect bijna alle muzikanten na hem. Deze twee grootheden deelden op 25 oktober samen het podium onder de titel "Rock ‘n’ Roll All-Star Jam". En zoals deze titel aangeeft stonden deze twee rock 'n' roll legendes niet alleen op het podium. Want deze All Star Jam band presenteert: Ron Wood, John Mayall, Mick Fleetwood, Kenny Jones, Carmine Appice, John Lodge, Ronnie Lane, Carl Wilson, en nog sommige bandleden uit the Jimi Hendrix Experience, Chicago, Quiet Riot en Three Dog Night. Goed voor een 55-minuten durende R&B jam. Diddley zet in met "Bo Diddley" en "I'm a man", twee songs die de rock 'n roll jaren geleden een beslissende wending hebben gegeven. De strakke Bo-Diddley-beat, alsook de rock van Chuck Berry, horen we verder in de klassiekers als "Bo Put The Rock In Rock 'N Roll", "My Ding-A-Ling", "Destination", "Who Do You Love", "Gunslinger", "Hey Bo Diddley" en "Rock 'N Roll Music". Chuck Berry komt een tweetal nummers even naar het midden van het podium maar laat wel duidelijk merken dat het Bo's show is. Bo Diddley's songs gaan meestal over de rock & roll legende zelf, maar de band is werkelijk fantastisch. Niet iedere rock & roll band heeft zomaar vier drummers! en iedereen heeft er duidelijk plezier in, juist Ron Wood staat er het hele optreden bij als een schoolventje die eens naast zijn helden mag staan. Deze DVD bewijst dan nog maar eens dat "Die Met Zijn Rechthoekige Gitaar", gemeten in hits niet de meest succesvolle artiest aller tijden is, maar de invloed die Diddley op latere rock ’n roll, R&B en rockartiesten heeft gehad enorm is.
BAND:
Guitars: RON WOOD / Rolling Stone - CARL WILSO / Beach Boys
Drums & Percussion: KENNY JONES /Faces - MICK FLEETWOOD / Fleetwood Mac
- MITCH MITCHELL / Jimi Hendrix - CARMINE APPICE / Vanilla Fudge
Keyboards: BILL CHAMPLIN / Chicago - JOHN MAYALL / Bluesbreakers
Bass: JOHN LODGE / Moody Blues - RUDY SARZO/ Quiet Riot
Vocals: CHUCK NEGRON (Three Dog Night - RONNIE LANE / Faces
Horns: BOBBY KEYS / PHIL KENZIE / LEE THORNBERG

GURF
MORLIX
BIRTH TO BONEYARD
Website Myspace
Contact CDBaby
Gurf
Morlix voorstellen is in feite overbodig, hij was lange tijd begeleider en producer
van Lucinda Williams, maar na elf jaar met haar te hebben samengewerkt kreeg
hij echter wat problemen met haar en keerde haar de rug toe. De carrière
van Slaid Cleaves werd daarna zijn hoofd bekommernis, maar hij werkte onder
meer ook met namen als Warren Zevon, Mary Gauthier, Tom Russell, Jimmy Lafave,
Steve Earle en tientallen anderen uit de Americana scène. Hij leeft een
beetje als een kluizenaar in zijn studio in Austin, the Rootball studios (bijnaam
the Boneyard), terwijl hij het ene meesterwerkje na het andere uit zijn mouw
schudt. Zelf heeft hij reeds vier cd's gemaakt voorheen: "Toad Of Titicaca",
"Fishin' In The Muddy", en "Cut 'n Shoot en Diamonds To Dust".
Als je de hoes van zijn nieuwste "Birth To Boneyard" bekijkt, merk
je dadelijk een eigenaardigheidje, de hoes van zijn vorige (meester)werk "Diamonds
To Dust" is een uitvergroting van een gedeelte van de hoes van deze nieuwe
cd. Dit geeft al dadelijk aan dat de twee iets gemeenschappelijk hebben. Inderdaad:
"Birth To Boneyard" is "Diamonds To Dust", ontdaan van de
vocals en daarna voorzien van extra elementen zoals slide solo's, gezangen van
monniken, en andere soundscapes, om zo een rustgevende instrumentale cd te bekomen,
een soort van soundtrack. Deze twee cd's vullen elkaar daardoor mooi aan. Een
goedkope oplossing om zonder veel inspanning zijn volgende cd op de markt te
brengen? Helemaal niet, want de nieuwe is zo goed als klaar, met allemaal nieuwe
songs, ze verschijnt nog voor de lente van 2009. Het gaat hier dus om een extraatje
en zoals we van Gurf gewoon zijn, is het kwalitatief hoogstaand. De songs op
"Diamonds To Dust" waren nogal donker en vooral bezig met de dood
en sterven, met als hoogtepunt "Blanket", een song over het waardige
heengaan van Warren Zevon. Deze "Birth to Boneyard" kan je daartegen
zien als een wedergeboorte, want deze instrumentals brengen terug licht na die
donkerte, als een vurige feniks die zich uit het as van "Diamonds To Dust"
verheft.
(RON)

JAMES
DUNN
THE LONG RIDE HOME
Website Myspace
Contact
Info: Shut Eye Records or Michael
J. Media Group
CDBaby
Muziek
laat geen mens onberoerd. Zo werd James Dunn ooit gegrepen door “Born
To Run” van Bruce Springsteen en was dat, samen met een oude lapsteel
van zijn grootvader, voor hem de aanzet tot het boetseren van zijn eigen songs.
Zijn droom is, zoals vele jonge artiesten, dezelfde faam en luister te bereiken
als hun groot idool. Aan inzet zal het James Dunn zeker niet ontbreken. In 2006
mochten we kennis maken met zijn EP “Lonely American dream” en met
de komst van zijn eerste full-album “The Long Run Home” in zicht
werd niets aan het toeval overgelaten. Hij trok met zijn nummers, geschreven
in thuisbasis Raleigh North Carolina, naar Nashville, Tennessee en zette voor
de opname de grote middelen in met topproducers en soundengineers. Het resultaat
mag er zijn en het album klinkt over de ganse tien nummers perfect en zeer dynamisch
: steek het in de cd-speler, cruise control op en laat maar draaien. James Dunn’s
aangename stem kan je gerust een kruising noemen tussen het lichte hese stemgeluid
van een Chris Rea, maar dan met een toonhoogte tussen Jackson Browne en Bob
Seger. De opener “Find My Way” is zo’n typisch Bob Seger nummer
met een opbouw van akoestische gitaar en rustig tromgeroffel, dat na de eerste
strofe aangevuld wordt met piano en orgel, afgewisseld met subtiele elektrische
gitaar. Nummer twee “Oak Tree” is al dadelijk een dik schot in de
roos. Wie heeft er nooit zijn naam naast die van zijn meisje in een boom gekerfd
in een verliefde bui ? James heeft dit mooi vereeuwigd in deze romantische countryballade
als een ware Jackson Browne klassieker. “Cards On The Table” heeft
insgelijks die mooie akoestische gitaarstrum zoals in “Learning To Fly”
van grote heer Tom Petty en alsof het nog niet genoeg was scheurt leadgitarist
Brian Layson met snedige gitaarrifs als een volleerde Mick Campbell door de
stevige rockballade “The Long Ride Home”, waar een James Dunn hartstochtelijk
zijn liefdesverdriet uitzingt. Dunn heeft ook singer-songwriters capaciteiten
en hij verhaalt in “The Old Man” de mooie herinnering aan een waarzegster
die hem in zijn jeugd bijstond met haar wijze raad. Mooi leunt de droge klank
van een akoestische gitaar aan bij het plechtige tromgeroffel, ontroerend aangevuld
door accordeonspel. De plaat blijft je boeien en verbazen tot het laatste nummer.
Als afsluiter houdt “Till The Sun Comes Up” je beslist klaar wakker.
We krijgen een mooi potje scheurende slidegitaarblues à la Rory Gallagher
goes grunge op ons dessertbord gepresenteerd. Als James Dunn met deze cd geen
platencontract versierd krijgt, dan weet ik het ook niet meer. Zoals ik al eerder
zei : album om in één ruk te beluisteren en wedden dat je de repeat-toets
inschakelt?
Blowfish

WARNER E. HODGES
CENTERLINE
Website Myspace
Label: Jerkin’ Crocus
Distr.: G Promo PR
Dat
in Nashville uitstekende muziek wordt gemaakt is inmiddels geen nieuws meer,
maar toch zijn we zeer aangenaam verrast door de eerste solo cd van Warner E.
Hodges. Slechts weinigen zullen zijn naam kennen, maar misschien dat er een
lampje gaat branden bij het noemen van Jason & The Scorchers, de legendarische
Amerikaanse band die op verrassende wijze punk en honky tonk fuseerde tot een
opwindend eigenzinnig geheel. Hodges was namelijk de gitarist bij Jason Ringenberg
en consorten. De cd is geproduceerd door niemand minder dan Dan Baird (ex-Georgia
Satellites-zanger), die ook meespeelt en aan het nummer "Whole Lotta Fun"
als componist een bijdrage heeft geleverd. "Centerline" is een debuut
dat opvalt door dampende rootsrock, songs met sterke melodieën en vooral
zeer intense zang van Hodges. Met zijn band maakt hij muziek die blijft hangen
en die je bovendien weet te raken en dat zijn de twee hoofdbestanddelen voor
een goede cd. We wisten het direct! Dit is zo'n cd waarvoor we het allemaal
doen. Een cd die op het eerste gehoor terug lijkt te grijpen in de tijd en soms
wel wat doet denken aan de vroege Rolling Stones R&B, zoals in het openingsnummer
"Gimme, Gimme" om dan dadelijk over te gaan in "Whole Lotta Fun",
zoals de titel aangeeft, een dolle Southern rocker met bluesy solo's en Chuck
Berry riffs. Volstrekt tijdloze muziek die stevig is verankerd in de tradities
van de country-roots, want zo is "Branded Man" een cover van Merle
Haggard, maar ook niet vies is van een dampende portie rock hetgeen bijna alle
andere songs bewijzen. Wanneer je "Centerline" wat vaker hoort valt
op dat Hodges, niet alleen zijn klassiekers kent, maar ook met beide benen in
het heden staat, getuige zijn zelfgeschreven "Time Marches On". Tevens
eert hij zijn voormalige broodheer, Ringenberg, middels de klassieker "Harvest
Moon". De muziek van Warner E. Hodges, klinkt bij vlagen misschien wat
traditioneel, maar onderhouds broeit de muziek van het heden. Een brug tussen
heden en verleden die tot dusver alleen door de allergrootsten gebouwd kon worden.
Met deze rockende songs kan Hodges & band zowat op ieder podium en past
zeker op grote festivals. Het valt niet mee om iets negatiefs te verzinnen over
"Centerline". De meest voor de hand liggende kritiek op de muziek
van deze band is het feit dat deze oerdegelijk is. De band maakt zich absoluut
niet druk om trends en hypes, en maken muziek die rijkelijk citeert uit de rootsrock
die decennia geleden al werd gemaakt. Daarin staat Warner E. Hodges (gitaar,
vocals) niet alleen, maar zijn maatje Dan Baird, Al Collins (bas) en Fenner
Castner (drums) doen het wel bijzonder goed. Met als gaste Stacie Collins, harmonica
op "I Love You, Baby" en backing vocals in "Branded Man"
is dit debuut een verzameling van sterke en toegankelijke rocksongs geworden
door prima muzikanten in een mooie productie van Baird. Oerdegelijk misschien,
maar wel verschrikkelijk goed.

SLEEPER
PINS
KEEP IT COMING LIKE A MIRACLE
Website Myspace
CDBaby
Label: Emperor Penguin Records
VIDEO 1 VIDEO
2
Na
hun eerste album ‘The Sleeper Pins’ uit 2003 zou het jammer geweest
zijn mocht daar geen vervolg op komen. Bijna was het zover, want Tyson Allison
koos voor meer familieleven terwijl drummer Justin deLeon in andere bandjes
verder speelde. Maar gelukkig volgt er na een zekere windstilte toch weer een
‘Sleeper Pins’ album met het duo Tyson en Justin in de hoofdrollen.
Beiden hielden in 2003 naast hun bandje Gliss ook ‘The Sleeper Pins’
boven de doopvont. Behalve de meer rockende muziek voelden zij wel iets voor
meer atmosferische muziek en dat aanvoelen bleek te kloppen. Met het aantrekken
van cellist Aaron Kerr, uit Omaha, Nebraska, krijgt dit album nog meer uitdijende
weidsheid. Zijn magische cello geeft aan sommige songs a.h.w. een imaginaire
wijding, al zijn de songteksten niet religieus. ‘Songs For Black Swans’
en ‘Titanic, Arise!’ verwijderen zich als dromerige zeepbellen richting
horizon. Je zou willen dat je deze kon vasthouden. Terecht dat deze cellist
al menig Award mocht ontvangen. Pianist/gitarist Steve Nord kwam er ook nog
bij en maakt het kwartet uit Minnesota compleet, zeldzaam en poëtisch als
een klavertjevier. De gevoelvolle stem van Tyson herinnert meer dan eens aan
Kurt Cobain, niet alleen qua timbre maar ook qua melancholische ondertoon, soms
huiveringwekkend gelijkend. Onder hun muzikale invloeden citeren de muzikanten
o.m. Elliott Smith, Vic Chesnutt, Radiohead, Portishead en nog vele anderen.
Toch geloof ik dat de zanger vooral in de eigen complexe en sombere gevoelswereld
duikt. Songtitels als ‘My Stupid Brain’ en ‘Restless’
spreken voor zich. De verdienste van dit bevreemdend mirakelalbum is dat je
er geen etiket op kan plakken, al komt Nirvana Unplugged nog het dichtst in
de buurt. De cello en piano maken het echter tot iets volstrekt aparts. Wanneer
zij zich met de zanglijnen verstrengelen zoals in het zielsmooie ‘Keep
Things Cool’ dan komt dit over als een pareltje dat op vochtig strand
ligt te schitteren. En dan ‘The Light’, onheilspellend en toch van
een schoonheid alsof de heropstanding wordt uitgebeeld. Drummer Justin vindt
ook telkens de juiste ritmes, zoals de golfslag zich aanpast aan het getijde.
Niets dan lof dus over dit album waar de gelaagde lyrische teksten, invoelende
zang en atmosferische begeleiding elkaar sublimerend optillen. Maar waarom mogen
mooie liedjes niet langer dan 33 minuten duren?
Marcie

JOHN
EARL WALKER
COME OVER HERE
Website Myspace
Label: Walkright productions
CDBaby VIDEO
1 VIDEO
2
John
Earl Walker heeft een nieuwe cd. Altijd goed nieuws hier bij Rootstime want
zijn vorige cd's op het Walkright label "I'm Leaving you","Little
Miss Perfect" en "People Are Talking" kregen een meer dan voldoende
van ons. Nu is er dus zijn nieuwste die we extra vroeg, nog net voor de releasedatum
mochten ontvangen. John Earl was reeds vanaf de jaren zestig met blues bezig,
hij had door het beluisteren van de muziek van de drie Kings, T.Bone Walker
en Magic Sam de smaak te pakken gekregen en besliste dat het dit was wat hij
ook wou doen. Op zijn dertiende was hij begonnen met gitaar spelen en reeds
in 1965 was hijn professioneel met muziek bezig. Dit resulteerde in het oprichten
van de band The Pastic People in 1967, een groepsnaam die wat later veranderde
in Plum Nelly, en de groep nam op het Capitol label een lp op. Met succes, want
ze mochten het voorprogramma verzorgen van onder meer BB.King, Muddy Waters,
Iggy Pop en Alice Cooper. Die Plum Nelly lp is ondertussen een gegeerde collector's
item geworden. Alhoewel deze nieuwe cd opgenomen werd onder zijn eigen naam
zijn het de muzikanten die hem reeds jaren omgeven die op deze "Come Over
Here" terzijde staan. Onder meer bassist Peter Harris (die reeds bij Plum
Nelly speelde). De cd opent met "Tess's Shuffle", een instrumentale
shuffle in de beste Texaanse stijl, wat herinnerend aan SRV's gitaarwerk. Het
funky "The Showdown" toont dadelijk ook zijn kwaliteiten als zanger,
terwiijl de gitaren het beste van zich geven. De titelsong "Come Over Here"is
een prettig duet met Essie The Blues Lady, een muzikaal bekvechten om het zo
te zeggen, waarbij de snedige gitaar van John Earl graag wat olie op dat vuurtje
giet, zodat het uiteindelijk "ontploft", een knappe originele blues.
En echte slow blues, waar John Earl Walker zo goed in is, krijgen we voorgeschoteld
in "Airport Blues". Snelle gitaren, losjes uit de pols gespeeld met
het grootste gemak en vakkennis daarna in het heerlijke "The World Is A
Prison", de shuffle op zijn best. Wat een gitarist! Liever medium tempo..,
want dat hadden we nog niet, dat krijgen we in de blues-rap "Poor Boy Blues",
nog een voltreffer. Je merkt het, afwisseling troef op deze "Come On Over".
Om af te sluiten dan maar zoals we begonnen zijn: een stevige, goed geolied
klinkende instrumentale shuffle "Nightwalker". Zonder meer zijn beste
tot nu toe deze Een gitarist en songwriter die in feite heel wat meer naambekend
verdient, en die ik graag eens live op een van onze Belgische podia zou aan
't werk zien. Please, will you "Come Over Here" John Earl?
(RON)