ARCHIEF

JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008

MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008


EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!


HERMAN DUNE - NEXT YEAR IN ZION

TOM FREUND - COLLAPSIBLE PLANS

BRIAN WILSON - THAT LUCKY OLD SUN

BLUE MOUNTAIN - OMNIBUS - MIDNIGHT IN MISSISSIPPI

LIGHTNIN’ ROD & THE THUNDERBOLTS - AFTER THE STORM

ARTHUR GODFREY - BROKEN WINGS

CLARENCE SPADY - JUST BETWEEN US

JEFF LARSON - LEFT OF A DREAM

DAN BAIRD & HOMEMADE SIN - DAN BAIRD & HOMEMADE SIN

BOB PETROCELLI - SHANGAI SHUFFLE



 

 

 

HERMAN DUNE
NEXT YEAR IN ZION
Website Myspace
Label: City Slang Distr.: V2

 

Lang moesten de broers David-Ivar Yaya Herman Dune (songleverancier, zanger, gitarist) en Neman Herman Dune (drums) niet nadenken over een gepaste groepsnaam. Hun eigen naam bekte aardig en daarmee was alles in kannen en kruiken. BBC monument John Peel zaliger gaf de weirde antifolkgroep een spreekwoordelijke duw in de rug en ziedaar: Herman Düne mocht zich vanaf dan een internationale cultstatus aanmeten. Dit Franse poppy folkbandje is al bezig, sinds 1999 en twee jaar geleden verscheen hun album "Giant", met het hyperaanstekelijke folky popliedje "I Wish That I Could See You Soon", waarin vooral de trompet een onweerstaanbare rol heeft. Deze aanstekelijke opener zet meteen de toon voor een hoge factor charme en geschiftheid. Hitsige Mexicaanse trompetten, een amusant meidenkoor en de Zappalook van André Düne himself doen de rest. Na 10 jaar carrière en 7 studio albums verschijnt nu het nieuwe opus "Next Year In Zion", boordevol harmonieuze popchansons. Dylan, Cohen en Richman zijn nooit veraf maar muzikaal reisde dit gezelschap tijdens de opnames in Venice, Calfornië ook virtueel langsheen de bakermat van de spaghettiwestern, de Mexicaanse kust, de Balkan, Nigeria en terug. Producer Richard Formby, die ook achter de knoppen zat bij voorganger "Giant", is ook hier weer present, en in de studio werd ondermeer de hulp ingeroepen van de Jon Natchez Bourbon Horns (zie ook platen van Turner Cody, Beirut, Arcade Fire). Herman Düne maakt een soort van Lofi singersongwriter pop met wat folkinvloeden die bij vlagen enorm aanstekelijk is, altijd rustig qua tempo en vooral ook heel vrolijk is. Hun nieuwste album "Next Year In Zion" vormt daar geen uitzondering op, want ook deze plaat staat vol klassieke maar exotisch ingekleurde luisterliedjes - mariachitrompetjes, Spaanse gitaren en een zuiderse bries - die zich het best laten proeven als het te warm is om verder ook maar een klop uit te voeren. Het Latijns-Amerikaans getinte openingsnummer "My Home Is Nowhere Without You" geeft meteen goed weer wat je van het album kunt verwachten. "Lovers Are Waterproof" en "Baby Baby You're My Baby" zijn beide fijne nummers, songs die een vage glimlach op het gezicht toveren, waarvan de zang, zoals ook in de andere nummers redelijk monotoon is maar daarom des te beter in het plaatje past. Herman Dune doet nooit moeilijk, maar spant zich juist in om het de luisteraar zo aangenaam mogelijk te maken, zoals in "My Baby Is Afraid Of Sharks", zeer mooi geschreven maar steeds weer die vlakke stem die altijd qua tempo vrij rustig is, maar steeds zeer vrolijk. Maar het is niet dat die stem meteen het probleem met het album is, want Herman Düne maakt gewoon een soort van Lofi singersongwriter pop met wat folkinvloeden die bij vlagen enorm aanstekelijk is.

HERMAN DUNE LIVE
AB, Brussel - maandag, 01 dec 2008



 

TOM FREUND
COLLAPSIBLE PLANS
Website Myspace Contact
Distr. : Hemifran CD-Baby

 

 

Californische rootsrockmuziek met een jazzy tintje uit het ‘Venice of the USA’ krijgen we op een zilveren plaatje aangeboden door singer-songwriter Tom Freund op zijn nieuwe cd “Collapsible Plans”. Deze getalenteerde mulit-instrumentalist heeft enkele grote namen weten te strikken voor de opnames van dit album. Zo speelt en zingt niemand minder dan Ben Harper mee op zeven nummers en neemt deze topartiest ook de productie van het album voor zijn rekening. En ook wereldster Jackson Browne speelt sober en bescheiden piano en zingt op achtergrond mee op twee nummers “Copper Moon” en “Why Wyoming”. Het is natuurlijk niet enkel door deze grote namen dat een plaatje goed wordt maar het helpt een jonge artiest toch altijd om makkelijker in de schijnwerpers te komen doorheen het grote doolhof van de wekelijkse nieuwe cd-releases. Als je deze schitterende plaat beluistert kan je je niet van de indruk ontdoen dat het Tom Freund allemaal uiterst gemakkelijk afgaat, zowel het schrijven van de liedjesteksten als het zingen ervan. In titeltrack “Collapsible Plan (Sugar)” lijkt het zelfs alsof hij het nummer wat ongeïnteresseerd vanuit een luie hangmap inzingt. Ook in “Comfortable In Your Arms” blijft diezelfde impressie opduiken. De aanwezigheid van langjarige (en kroezelharige) vriend Ben Harper in de studio’s - een man die op zijn eigen albums vaak eenzelfde songstijl hanteert - zal hier wellicht niet vreemd aan zijn. Laid back deuntjes met een natuurlijke magie en een zeer goede zanger, dat is kort samengevat wat je van dit schijfje van Tom Freund mag verwachten. “Collapsible Plans” is al zijn vierde full-cd. Tijdloze en ongecompliceerde relaxmuziek waarbij je je afvraagt hoe men heden ten dage nog cd’s op dergelijke ogenschijnlijk eenvoudige wijze kan opnemen en uitbrengen. Luisteren naar deze plaat is een ware verademing en dompelt de muziekfan onder in een wondere wereld waar alles op wieltjes loopt. Tom Freund heeft na een duoplaat met Ben Harper in 1992 een tijdje bas gespeeld in de rockgroep ‘The Silos’ en bracht zijn eerste soloplaat “North American Long Weekend” uit in 1998. In 2001 volgde nummer twee “Sympatico” en vier jaar later “Copper Moon”. In die periode speelde hij ook nog in de begeleidingsgroepen van Graham Parker, Brett Dennen en Mandy Moore. Dat hij ook een fan is van countrysongs blijkt uit zijn bloedstollend mooie pianoversie van de song “Can’t Cry Hard Enough” dat wij hier vooral kennen in de versie van Michael Weston King en ‘The Good Sons’. Ook de erg aangrijpende prestatie die hij met Jackson Browne brengt in “Why Wyoming” verdient ons grootste respect. Niet alle liedjes op deze plaat zijn nieuw. Enkele nummers kregen een herwerkte - zeg maar verbeterde - versie. “Without Her I’d Be Lost” en “Concessions” zijn nog enkele andere pareltjes aan de gouden kroon van dit muzikale talent. Tom Freund wil met “Collapsible Plans” duidelijk doorbreken bij een groter publiek en we kunnen volmondig bevestigen dat hij daartoe alle capaciteiten in huis heeft. Tom Freund is here to stay!
(valsam)



 

 

BRIAN WILSON
THAT LUCKY OLD SUN
Label: Capitol Records
Distr.: EMI VIDEO


 

De nu 66-jarige Brian Wilson wordt in de wereld van de popmuziek beschouwd als één van de meest vooraanstaande schrijvers, componisten, arrangeurs en muzikanten. Het is niet overdreven te stellen dat hij tot de meest invloedrijke popmuziek componisten van de laatste vijftig jaar gerekend wordt. Wilson richtte samen met zijn broers Carl en Dennis, zijn neef Mike Love en schoolvriend Alan ‘Al’ Jardine The Beach Boys op. Deze groep werd de meest succesvolle popgroep uit de Amerikaanse geschiedenis. The Beach Boys en Wilson waren verantwoordelijk voor legendarische hits als "Good Vibrations", "I Get Around" en "California Girls". Na het uiteenvallen van The Beach Boys ging Brian Wilson solo verder en brengt nu vier jaar na "Smile" een nieuw album uit: "That Lucky Old Sun".

 

Nu het gevoel van melodie en de beroemde harmonieën van de Beach Boys opeens weer zo van invloed zijn op hedendaagse indiebands als Fleet Foxes, komt ook onze oude strandjongen weer met een nieuw album. Over zijn voorganger, het album "Smile" zijn hele boeken volgeschreven, maar na verschijnen leek deze plaat alle hooggespannen verwachtingen waar te maken. Met een wonderbaarlijke liveshow, die wellicht nog meer die verwachtingen inloste, was Brian Wilson definitief weer een gevestigde naam in muziekland, een naam om in de gaten te houden. Nu anno 2008, na de afronding van "Smile", zijn meesterwerk dat sinds 1967 al op voltooiing wachtte, verscheen er nu "That Lucky Old Sun", bij Capitol Records, de platenmaatschappij waar de Beach Boys begin jaren zestig al hun eerste albums uitbrachten, waaronder "Surfin' Safari". Na zo'n 45 jaar is Wilson weer terug bij het label en grijpt hij in zijn songs eveneens terug naar achterhaalde thema's. Titels als "Forever She'll Be My Surfer Girl" of "California Role" zeggen eigenlijk al genoeg. De nieuwe plaat is bovendien opgenomen in de Capitol Studios in Hollywood. "That Lucky Old Sun" is geïnspireerd door een crooner uit 1949, een nummer dat bekend werd gemaakt door Louis Armstrong met dezelfde titel. De muziek op het nieuwe album, is een logisch vervolg op "Smile" en was vorig jaar al live in Londen te horen, tijdens een zesdelige concertreeks in de Royal Albert Hall. Ook dit keer is het een conceptalbum dat vijf maal onderbroken wordt door gesproken woord (die Van Dyke Parks schreef), dat de vijf delen in elkaar laat vervloeien. In dat vijfluik is het terugkerende thema de melodie van de titelsong. Wilson die zelf het album produceerde, zingt mooi, misschien wel mooier dan op "Smile". Het is duidelijk dat hij zichzelf definitief heeft hervonden. Terwijl Wilson zijn Los Angeles, de stad van de Engelen, in gloedvolle sounds lyrisch bezingt, zoals in het liefdesavontuurtje "Mexican Girl" of het weemoedige "Summer of '61", zet Van Dyke Parks Wilson neer als de zwerver op "Venice Beach" - ("Lookin' like a dog who's had his day") of de ontroerende ballade "Midnight’s Another Day" ("Chapters missing, pages torn"). Andere liedjes als "Good Kind Of Love" en "Going Home" passen tussen de beste liedjes uit zijn oeuvre. Onze keuze ging naar het reeds vernoemde "Mexican Girl", de mooie stemmenpracht in "Can't Wait Too Long" en de afsluitende pianoballade "Southern California". - "That Lucky Old Sun" is gewoon een conceptalbum vol nostalgische thema's en klinkt daarom ouderwets, zonder daarmee meteen een waardeoordeel te vellen. Brian Wilson is nu eenmaal een man van tradities. Goede tradities, die het waard zijn om in ere gehouden te worden.



BLUE MOUNTAIN
OMNIBUS - MIDNIGHT IN MISSISSIPPI
Website Myspace VIDEO
Label: Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous


 

In de jaren 90 maakte Blue Mountain een aantal platen als "Dog Days", "Homegrown" en "Tales Of A Traveler", platen die toen alle drie verschenen bij het Roadrunner label. Na de split in 2002 verscheen onlangs het opnieuw ingespeelde "Omnibus", maar nu bij Blue Rose Records. De reden van deze release moeten we gaan zoeken in een comeback van deze band die we met hun rootsrock in die jaren 90, maar ook anno 2008, tot de besten in het genre mogen rekenen. Blue Mountain is de band rond het echtpaar Cary Hudson op gitaar en Laurie Stirratt op bas. Laurie die we eveneens kennen van het duo, Laurie & John, haar tweelingbroer maar ook de bassist van Wilco. De band was zeer geliefd halverwege de jaren negentig, maar ging echter uit elkaar. De verrassing was dus zeer groot dat Blue Mountain opeens niet met één, maar liefst twee cd's op de proppen komt. "Omnibus" kunnen we beschouwen als de voorloper, want deze cd bevat opnieuw opgenomen liedjes van de bovenvermelde albums. Van het label Blue Rose is dit een mooie zet om deze band op zo'n uitstekende methode wederom aan de man te brengen. Bij het horen van de nieuw ingespeelde versies van songs als "Blue Canoe", "Soul Sister", "Generic America", of het mooie ingetogen "When You're Not Mine" is dit meteen een prachtige kennismaking met het oeuvre van een band die in de geschiedenis van de alt-country tot dusver helaas wat onderbelicht is gebleven, maar maakt ons wel duidelijk dat Blue Mountain samen met een band als Whiskeytown ongetwijfeld behoren bij de eerste golf van invloedrijke bands in de countryrock. Frontman Cary Hudson heeft al die jaren niet stilgezeten. Hij maakte enkele solo-albums en ook voor "Midnight in Mississippi" had hij al snel wat klaarliggen. Blue Mountain is dan ook afkomstig uit het studentenplaatsje Oxford in Mississippi, misschien wel de reden dat de muziek hun praktisch in de schoot geworpen werd. Want ook op deze plaat slaagt Blue Mountain er in om country, blues en eenvoudige rock te laten versmelten tot een boeiend, fris en gedreven geheel. Samen met Laurie en Frank Coutch (drums) weet Cary met vrijwel allemaal nieuwe nummers de hervonden samenwerking te bekronen. Alle nummers werden gewoonte getrouw aangedragen door Hudson, een viertal zijn co-written met o.a. Carrie Garcia en Shannon McNally. Voor ons zijn hier ook weer de meer ingetogen nummers als "Pretty Please" en "On A Rainy Day" naast de swampy Delta-blues van "Skinny Dipping" de prijsnummers van deze "Midnight in Mississippi" dat samen met "Omnibus" twee fantastische albums zijn die een duidelijk teken geven dat alt. country bezig is met een heel interessante wederopstanding, en daar zijn we heel happy mee.



 

 

LIGHTNIN’ ROD & THE THUNDERBOLTS
AFTER THE STORM
Website Myspace CBaby

 

Bluesrockbandjes rijzen tegenwoordig als paddestoelen uit de grond. Maar als er één de kop op steekt zoals ‘Lightnin’ Rod Wilson’ uit Michigan met zijn doorwinterde muziekmaten dan valt dit teamproduct toch op temidden van het drassig bluesgewas. Want Lightnin’ Rod heeft zijn gruizige stem mee, speelt al vanaf zijn twaalfde levensjaar gitaar, schrijft diepzinnige teksten en plaatst zijn ziel a.h.w. in het oog van de storm. Bovendien weet hij zich met uitstekende muzikanten te omringen. Op zijn laatste albums zijn dat The Thunderbolts. The Thunderbolts werden opgericht in 2003 waarna enkele wisselingen volgden. Zoals de band thans is samengesteld kunnen alle instrumentalisten illustere bluesgrootheden opsommen met wie zij ooit hebben samengespeeld. Drummer Wally Weeber o.a. met Willie Dixon en Robert Cray. Saxofonist Eric Korte met o.m. Chuck Berry en Buddy Guy. Zij bepalen mee de klankkleur, zoals Eric Korte’s sax die afwisselend funky, hitsig of jazzy klinkt. Bij het gevoelvolle ‘Rosalee’ laat zijn sax meer melancholie doorsijpelen. Leadzanger Lightnin’ Rod zingt zijn songs met doorleefde stem, zich totaal gevend of dit nu in een slowblues is zoals in ‘Bring You Back Home’ met mooie uitleidende piano of in het passionele ‘After The Storm’ dat culmineert in een soulvol vrouwenkoortje. De meisjes zijn Danielle en Amy, die met hun vrouwelijke backing authentieke sfeer aan het stormgeweld hechten. Tommy Johnson’s ‘John The Revelator’, de enige cover op het album, krijgt mede door hun zang een oude Gospelglans. Lightnin’ Rod speelde in het verleden nog met andere bandjes, maar dit Thunderbolts groepje lijkt toch de voorlopige eindbestemming. Met hen bracht hij al de ‘All American Blues’ uit, daterend van 2004. Met dit tweede ‘After The Storm’ belijdt Rod a.h.w. een soort liefdesverklaring aan de blues, die hij intens aanvoelt. Volgens Lightnin’ Rod gaan alle mensen, arm en rijk, vroeg of laat door de storm van het leven, zeg maar ieder zijn ellende en verdriet. Belangrijker echter is hoe de mens deze storm overleeft of wat hij geworden is nadat de storm is weggetrokken. Deze wijsheid zet hij om in levensechte muziek. Bob Seeger, Muddy Waters, Buddy Guy zijn enkele van zijn invloeden. Maar als je zijn eigen composities beluistert delft hij toch vooral in zijn eigen bluesy gevoelswereld. Luister maar naar ‘Writing On The Wall’, een pareltje in zijn soort, dat blijft nazinderen als een aanklacht en een smeekbede alsof zijn zielskwellingen zich alleen maar via de muziek kunnen bevrijden.
Marcie



 

 

 

ARTHUR GODFREY
BROKEN WINGS
Website Myspace CDBaby

 

De naam Arthur Godfrey mag je misschien niet bekend in de oren klinken, maar in Amerika kaapte deze singer-songwriter al tweemaal de hoofdprijs weg in de prestigieuze “John Lennon Songwriting Contest”. Zegt dit nog niet genoeg, dan haalt het feit dat in 2004 zijn nummer “Amen” werd opgenomen in de compilatie-cd “This Is Americana”, tussen songs van grootheden zoals The Jayhawks, Willy Nelson en Lucinda Williams, zeker de laatste twijfelaars over de brug. Zij die houden van het raspende stemgeluid van een Tom Waits, gekruist met een krakende keelstem van Wolfman Jack zijn hier aan het juiste adres. In “Broken Wings” spreidt Arthur Godfrey al zijn talenten tentoon met een combinatie van zeer sterke teksten in het juiste muzikale kleedje. Een sterk ontroerend verhaal, “Richard’s Song”, van een vriend straatmuzikant wiens leven begon als vondeling en die zoals vele daklozen uit eigentrots beschaamd is om hulp te vragen, brengt hem danig van streek. Hij neemt het onvoorwaardelijk op voor deze verstotene van de maatschappij. In “March Of The Infant Children” raakt hij ons diep met de scherpe bewoordingen waarmee hij het gebrek aan respect voor de argeloze, onschuldige en onwetende kindsoldaten die hun lijf en leden offeren voor hun vaderland aanklaagt. Het Amerikaanse rechtssysteem krijgt een serieuze veeg uit de pan in het protestlied “Born Black Or White”. Het feit dat je huidskleur al bepalend kan zijn voor een zware veroordeling zit Godfrey heel hoog en ondersteund door snerende vioolklanken kraakt zijn stem in deze folksong als een echte Tom Waits. Arthur Godfrey is niet alleen een geëngageerd songwriter wiens ogen en hart open staan voor al deze onrechtvaardigheden, de manier waarop hij dit alles verhaalt maakt het zeer waarheidsgetrouw en gemeend. Niet alleen blinkt hij uit met protestsongs, ook in het tonen van diepe emoties is hij een kunstenaar. In de tedere ballade “Broken Wings” komt een ware Eric Andersen in hem boven en ontroert hij diep met de manier waarop hij ons uitlegt dat je nooit genoeg liefde kan geven en hoe gek het wel is deze gevoelens te verbergen. Vrolijk ritmisch op de dartele tonen van een pedalsteel eert hij de deelnemers aan de Special Olympics en diens oprichter Eunice Kennedy Shriver. “King Of The Little Magazine” herdoopt Godfrey in een ware hardcore troubadour. Met stevige gitaar en een scheurende mondharmonica, laat hij zijn held Charles Buckowski de hemel in rocken als een ware Steve Earl. Arthur Godfrey laat er geen gras over groeien. Niet alleen is hij een man met een uitgesproken mening die hij niet onder stoelen of banken steekt, maar ook iemand met het hart op de juiste plaats, die er niet voor terugdeinst zichzelf en zijn zielenroerselen bloot te geven. Laat je inpakken door dit album vol eerlijke, ontroerende verhalen, recht uit het hart.
Blowfish



 

 

CLARENCE SPADY
JUST BETWEEN US
Website Myspace
Label: Severn Records
Distr.: Munich Records
VIDEO



“ a soulful singer and hot guitarist who takes the blues of BB King and Albert Collins and mixes it with the soul of Ray Chalres and some funk of James Brown”

 

Als de blues de ware feiten van het leven zijn, zoals Willie Dixon zei, dan heeft Clarence Spady de feiten meegemaakt van A tot Z. Deze 47-jarige zanger /gitarist /songwriter /bandleader staat sinds zijn 6de jaar op de planken en hij is grootgebracht met de blues. Als kleuter zat hij op papa's schoot toe te kijken hoe die gitaar speelde en op een dag (hij was 4 jaar) duwde hij pa's hand weg en nam zelf de noten terwijl pa met zijn rechterhand verder speelde. Dat was het moment dat de bluesmicrobe hem te pakken kreeg, zegt Clarence. Wanneer hij 6 was, en de hele kleuterklas verondersteld werd braaf hun middagdutje te doen, stond hij songs van BB King en James Brown te zingen voor zijn klasgenootjes. Later dat jaar volgde een eerste echt optreden met pa, broer, oom en tante. Zijn typische, doorleefde, soulvolle stem heeft hij niet alleen van zijn muzikale familieleden want in zijn jeugd ontbraken ook de obligate jaren in het kerkkoor niet. Belangrijke invloeden hoorde hij ondertussen op de radio als Albert Collins en BB King. Toen hij in 1991 startte met een eigen band, had hij reeds volop kennis gemaakt met de donkere kant van het leven. Vooral uit die periode heeft hij inspiratie geput voor de songs van zijn debuut cd "Nature of the Beast" (1996). De persoonlijke demonen uit het verleden heeft hij enkele jaren terug met succes verslagen. Zijn muziek is een warme mix van blues, soul en funk met een flinke dosis R&B, en af en toe is een gospel-invloed te horen. Verrassend is dan ook dat nu meer dan tien jaar, deze Clarence Spady die ooit door de Chicago Tribune werd uitgeroepen tot "The Future Of The Blues", terug is van weggeweest, met een nieuw studioalbum, een sterke R&B/bluesplaat met wederom zijn meesterlijk gitaarspel. "Just Between Us" verscheen bij Severn Records en laat horen dat hij met zijn mix van blues, jazz, funk, en rock, behoort tot de beste bluesgitaristen van het moment en er niet voor terugdeinst zijn visie op de blues uit te dragen, en door zijn de muziek te vermengen met deze invloeden, het uitgekauwde genre van een nieuw elan te voorziet. Sinds zijn debuut weten we nu dat Spady duidelijk zijn blikveld heeft verruimd, getuige zijn elf zelfgepende songs op dit nieuwe album. Het blijft blues Spagy-style: zijn soulstem, proper gitaarwerk en een vernieuwend bluesgeluid, vermengd met gedreven soul, opwindende R&B en urban blues met rock & roll invloeden. Uiteraard, er zit geen nootje scheef, Spady’s Stratocaster klinkt omfloerst en ook zijn stemgeluid doet niet bepaald denken aan Howlin’ Wolf, maar eerder aan een Robert Gray. Afwisselend van lekker up-tempo, zoals het funky upbeat nummer "Enough of You" tot redelijk slepend als de soulblues ballade "Just Between Us" en de eveneens slow blues van "Be Your Enough" is de combinatie van mooie songs, die al na één draaibeurt blijven hangen. Opvallend is ook de opener "I'll Never Sell You Out", deze song had gemakkelijk een laat -1960 /vroeg 70 - R & B radio-hit kunnen zijn. Spady's indrukwekkende gitaarwerk combineert de stijl van George Benson, dus soulvolle jazz en dit in de mix met BB King’s urban blues. Een sound die we blijven horen in de resterende songs. "I'll Go" klinkt als een rockende soundtrack, met soms wat gospel invloeden, maar waar we Spady's solo in dit nummer kunnen omschrijven als een kruising tussen het puristische gitaarspel van Eric Clapton met de bluesrock van Warren Haynes. De instrumental "E-Mail" daarentegen bevat meer elementen uit de old-school R&B en Southern rock, en daarbij denken we hier aan het werk van Marshall Tucker's Toy Caldwell. Het geluid, dat iets is opgehoogd door enkele blazers in een aantal songs, en waarin de keyboardisten Bob O'Connell en Benjie Porecki een belangrijke rol vervullen, is over de gehele linie een stuk levendiger dan op zijn voorganger. Welcome back, Spady!



 

JEFF LARSON
LEFT OF A DREAM
Website Myspace Contact
Label : Red Bell Recordings
Distr. : Hemifran CD-Baby

 

Ergens in de omgeving van San Francisco Bay werkte singer-songwriter Jeff Larson op zijn eigen tempo en met grote aandacht voor de details aan zijn vierde plaat “Left Of a Dream”. Om de twee jaar stuurde hij een nieuwe cd de wereld in: de eerste “Fragile Sunrise” in 2002, gevolgd door “Sepia” uit 2004 en “Swimming In The Make Believe” uit 2006. Enkel in 2007 verscheen een akoestische plaatje getiteld “New Antiques” als tussendoortje. Alle veertien liedjes op de nieuwe plaat werden door Jeff Larson zelf gecomponeerd en hij speelde ook op een hele reeks instrumenten voor de opnamen van dit werkstuk. Collega multi-instrumentalist Hank Linderman neemt ook een lange serie instrumenten voor zijn rekening en samen stonden ze in voor de productie van “Left Of A Dream”. De kracht van Jeff Larson ligt in zijn capaciteit om zijn uitgebreide arsenaal aan verhalen op een geheel eigen wijze te vertalen in lyrische en literair hoogstaande songteksten. De sobere muzikale ondersteuning is daarnaast het spreekwoordelijke ‘toetje op de taart’. De meeste songs situeren zich in een akoestisch getinte folk-rocksfeertje. Cd-opener “Wake Up” doet wat de tekst zegt: het grijpt de aandacht van de luisteraar en het echootje in de vocalen is een knappe vondst. De song “Anywhere She Goes” kan rekenen op harmony vocals van Dewey Bunnell van de groep ‘America’. Gerry Beckley van diezelfde groep speelt bas en keyboards en zingt mee op twee liedjes: “Ghost Of San Miguel” (een emotioneel hoogtepunt op dit album) en op “Where Is Indio, CA”. Jeff Larson houdt ook van bluegrass en verwerkt die stijl in enkele banjoliedjes zoals “Red To Rust” en “Karen”. Sentimentaliteit is dan weer troef in de romantische ballad “Threat Of Rain”. Meezingen is toegelaten bij het liedje “California Rail” dat via de mondharmonica-intro de luisteraar meteen op het …‘juiste spoor’ zet. ‘Easy listening’-songs als “Presiding Over Ruins” en “Easy On Me” beschikken over een speciale aantrekkingskracht die al snel verslavend blijkt te werken want ik koos al gauw voor de replay-toets. De sound van sixtiesgroepen als ‘America’ en ‘The Eagles’ of een artiest als Dan Fogelberg is herkenbaar aanwezig doorheen de ganse plaat, een indruk die niet in het minst versterkt wordt door enkele opvallend mooie ‘harmony vocals’-liedjes. Jeff Larson is een man van vele talenten want ook zijn boterzachte en zeemzoete stem maakt een oprecht indruk. Nergens wordt gemorst met overvloedige instrumentatie en ‘eenvoud maakt pracht’ is een leuze die Jeff Larson steeds voor ogen heeft gehouden bij het liefdevol maken van “Left Of A Dream”, een …droomplaat.
(valsam)



 

 

 

DAN BAIRD & HOMEMADE SIN
Website Myspace
Label: Jerkin’ Crocus
Distr.: G Promo PR

 

Dan Baird is geboren op 12 december 1953 in San Diego en starte medio jaren '80 met wat vrienden de groep Georgia Satellites. Via het clubcircuit, een zelf gefinancierde EP en een debuutalbum, verwierven ze nationale bekendheid en kregen zelfs platina voor die eerste plaat. Daarna maakten ze nog twee albums, maar die deden niets meer. Maar Dan Baird liet er geen gras over groeien. Hij begon een solocarriere. Het was vrijwel meteen raak met het album "Love Songs For The Hearing Impaired", waarvan "I Love You Period" een grote hit werd. Na zijn tweede soloalbum richte hij de band The Yayhoos, meer een hobbygroep samen met Eric Ambel. The Yayhoos omvat oerinstincten en dit met het volume op 11! Denk aan de Rolling Stones, AC-DC en ZZ-Top in één mix met een fris geluid. Teksten met een knipoog en muzikanten die leven voor de muziek en rock 'n roll in het bijzonder. En zo kunnen we de muziek op het titelloze cd van Dan Baird & Homemade Sin ook het best omschrijven, want dit is zo’n heerlijke plaat met superieure rock ‘n’ roll. In de line up van Dan Bairds band Homemade Sin vinden we Warner Hodges weer terug (zie recensie hierboven), hetgeen alweer een garantie is voor dampende rootsrock. De altijd sympathieke zanger/gitarist Dan Baird kan dan ook nog naast Hodges rekenen op voormalig Georgia Satellites Mauro Magellan op drums en bassist Keith Christopher (Shaver, the Yayhoos). En zoals bij the Yayhoos draait hier ook alles nog louter om de fun van het spelen. Met hun melodieuze rock songs, waarin hese stemmen en lekker luide gitaren vrijwel voortdurend regeren, nodigen Baird en zijn band Homemade met enige regelmaat uit tot een gedreven potje luchtgitaar. Titels als "Cryin' To Me", "She Dug Me Up", "Champagne Sparkle" en "Hellzapoppin' " spreken wat dat betreft trouwens boekdelen. Niks moeilijkdoenerij hier, gewoon goudeerlijke rock & roll van uitstekende makelij. De ruwe stem van Baird klinkt nog steeds erg lekker, maar kleurt ook mooi bij de stemmen van de andere vocalisten. Simpel en to-the-point, maar wel amusant. Meer moet dat voor ons absoluut niet zijn!



 

 

BOB PETROCELLI
SHANGAI SHUFFLE
Website Myspace Contact CDBaby

 

Een man die van alle markten thuis is, is zo te zien, deze Bob Petrocelli. Hij heeft jarenlang ervaring in de meest uiteenlopende muziekstijlen, gaande van doo wop tot rock en zelfs free jazz, maar de hoofdmoot van zijn activiteiten situeren zich in het roots en bluesgenre. Momenteel is hij, naast leider van zijn eigen bluesband, vooral gitarist , songschrijver en muzikaal directeur van bluesartiest Robert Charles. Hij schreef onder meer de twee belangrijkste songs op diens laatste cd, songs die beide in de prijzen vielen. Hij komt uit de Greenwich Village jaren 60 scène en evolueerde gedurende de jaren 70 en 80 naar het songschrijven en sideman spelen voor meerdere bekende artiesten. Hij trad naast Robert Charles onder meer op met mondharmonicaspeler Paul Osher, Micheal Hill's Blues Mob, Johnny Maestro en The Nawlins Funk Band. Zoals we in het begin al vertelden, was hij ook actief in het doo wop genre in zijn beginperiode, en dit leverde de samenwerking op met ondermeer The Del Satins, The Capris, Devotions en Elegants.In de jazz wereld was het dan weer onder meer Rhys Chatman en Richard Davis waarmee hij werkte. Op deze "Shangai Shuffle" is het echter al blues wat de klok slaat."Gulf Coast Blues", een van de songs op deze cd, de (zoveelste) song die handelt over de Katrina orkaan kreeg een eervolle vermelding in een Bilboard "songwriting" wedstrijd. Nummers als "Lady With A Plan", de titelsong "Shangai Shuffle" en vooral "Get A Grip" een song die gesplitst werd in twee songs( part 1&2) zijn energieke bluesnummersmet soms wat New Orleans invloeden, waarin Bob toont een sterke gitarist te zijn, en waar vooral het knappe mondharmonicawerk(stijl Paul Butterfield) van Chicago Bruce Ellis ons telkens opvalt. Vocaal is Bob echter op een aantal songs minder sterk bezig, zijn stem is duidelijk niet zijn sterkste zijde, maar toch valt het op het overgrote deel van deze cd best mee. Super enthousiast kunnen we niet worden over deze "Shangai Shuffle", maar al bij al blijft het toch prettig luisteren naar de blues van deze actieve New Yorker.
(RON)