JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008
NEIL AUSTIN IMBER - ROLL THE DICE
RACHAEL SAGE - CHANDELIER
TRAVIS "MOONCHILD" HADDIX - DAYLIGHT AT MIDNIGHT
KOLVANE - KILL THESE BLUES
GARY PRESTON & ANITA BONKOWSKI - BRIGHT LIGHTS
FIFTY NINE SOUTH - FIFTY NINE SOUTH
SIMON LLEWELYN EVANS - DRAW MOUNTAINS THERE
FIONA BOYES - MOOKIE BRILL - RICH DELGROSSO - LIVE FROM BLUESVILLE
KATE TUCKER & THE SONS OF SWEDEN - KATE TUCKER & THE SONS OF SWEDEN
BIG WALTER HORTON, RONNIE “YOUNGBLOOD” EARL, “GUITAR JOHNNY” NICHOLAS, SUGAR RAY - BOCCE BOOGIE -LIVE 1978

NEIL
AUSTIN IMBER
ROLL THE DICE
Website Myspace
Label : Championship Records
CDBaby
Neil
Austin Imber droomde ooit dat hij van de bus stapte om op het podium te stijgen
voor duizenden mensen. Deze negentienjarige, Texaanse singer – songwriter
heeft zeker de eerste stappen al gezet. Voor hem is de teerling geworpen en
heeft hij resoluut voor een muzikale carrière gekozen. Nochtans liggen
zijn roots niet in het country of singer-songwriter genre, maar was hij bezeten
van rockiconen zoals Bono en The Edge van U2 en zelfs gek van hardrocklegendes
waaronder Ted Nugent en Led Zeppellin. Het was zijn hartsvriendin Christine
Thibodeaux die Neil liet kennis maken met de country muziek, bij haar thuis
in het zompige Louisiana. Zo klinkt de plaat dus ook : elf songs die een mix
vormen tussen countrytwang en stevig rockende gitaarrifs, geruggensteund door
goed onderbouwde teksten, uit zijn jeugdige leven gegrepen. Je wordt dadelijk
gegrepen door het specifieke stemtimbre van deze jonge knaap, dat neigt naar
een op zijn best klinkende Darius Rucker, de zanger van het in Amerika super
populaire Hootie & Blowfish. Een scheurende leadgitaar wijst ons dadelijk
de weg in een stevig rockende opener “Where The Music Lives”, waar
Neil Austin Imber ons zijn oneindige liefde voor muziek voorgespiegeld in de
zin “Just Me And My Sixstring Is All I Need “. Je hoort de ganse
plaat een eindeloos gelukkige jongeman die zijn eigen oren niet geloofd dat
hij dit verwezenlijkt heeft. De dankwoorden zijn niet uit de lucht gegrepen
en Neil uit dit dan ook in zijn songs. “My Home” beschrijft op subtiele
wijze hoe dankbaar hij zijn ouders is voor de eeuwige steun in goede en bange
dagen. Eén van de mooiste nummers is de trage, melancholische tribuut
aan zijn beste vriendin en zielsgenoot Christine, die hij mooi herdoopt tot
“Louisiana Smile” en tekstueel zowel innerlijk als uiterlijk beschrijft
in prachtige bewoordingen. Ook in “Find Peace Again” komt het singer-songwriter
talent in Neil aan de oppervlakte en bewijst hij zijn mannetje te kunnen staan
en je ziel te kunnen beroeren in een eenvoudige song, steunend op een mooie
opbouw en een overtuigende tekst. Hoogtepunt is het countryhitgevoelige “Cruel
Charade”, dat alles heeft om het te maken: een heerlijk jankende pedalsteel
die uitgebalanceerd duelleert met de leadguitar, ondersteunt met mooie harmonieën
en Neil die met zijn prachtige stem de juiste emotionele toets zet. Het titelnummer
“Roll The Dice” kan met zo’n titel niets anders dan een stevige
rocker à la Bon Jovi baren, maar ik vind deze Neil op zijn sterkst in
de pakkende countrybalads, zoals het gevoelige “The San Francisco Song”
en de eigen biecht “Back On My Feet Again”. Afwisseling genoeg op
dit sterk en persoonlijk getint debuut van een zeer zelfverzekerde Neil Austin
Imber, die zich in de afsluiter een laatste keer pretentieloos ziet uitgroeien
tot “A Big Star”. Als negentienjarige knaap zet hij zonder twijfel
een sterk debuut neer.
Blowfish

RACHAEL
SAGE
CHANDELIER
Website Myspace
Contact
Label : MPress Records
Distr. : Hemifran
CD-Baby
Vorig
jaar werd bij Rootstime door onze manager nog de loftrompet geblazen over het
album “The Blistering Sun” van de New Yorkse pianiste, zangeres
en songschrijfster Rachael Sage. De nieuwste plaat “Chandelier”
is al de achtste full-cd van deze multi-getalenteerde dame met klasse die in
de pers de titel van ‘Joodse Norah Jones’ meekreeg. Een A4-tje vol
met Awards heeft ze al op haar palmares staan en we hebben zo een vaag vermoeden
dat er daar met deze plaat nog enkele bij zullen komen. Haar ballads zijn zeer
professioneel in elkaar gestoken moderne popsongs met steeds een catchy refrein.
Muziek maken en live brengen is haar hele leven. Zo speelt ze om en bij de 150
dagen per jaar ergens in de wereld op een podium. Hierbij deelde ze de scène
al met Ani DiFranco, Sheryl Crow, Sarah McLachlan, Melissa Etheridge, Marshall
Crenshaw en Eric Burdon. Haar spontaniteit en humor in de bindteksten bij optredens
zijn alom gekend bij de muziekliefhebbers waardoor ze over meerdere jaren stapels
krediet heeft weten te vergaren. Als tiener danste ze ballet bij het New York
City Ballet en die gratie heeft ze nadien ook in haar liedjes en optredens verwerkt.
“Chandelier” is een sterke verzameling van 12 nieuwe en eigen liedjes
plus één cover: de song “Mexico” geschreven door Jay
Clifford en bekend geworden in de versie van ‘Jump, Little Children’.
De muzikanten die haar op deze songs begeleiden zijn aloude vrienden die ‘The
Sequins’ vormen, haar trouwe en langjarige begeleidingsgroep. Rachael
Sage balanceert tussen emotionele liefdesliedjes en expressieve piano-classics.
Haar stem leent zich perfect voor elk soort song op dit album waarvan de onderwerpen
voornamelijk de liefde en relaties in al haar vormen zijn. Maar wij hebben ook
op dit album enkele favoriete nummers gevonden: “Moonlight & Fireflies”,
“Angel In My View”, het eerder genoemde “Mexico”, “Vertigo”,
het liefdesliedje “Hunger In John” en de titeltrack “Chandelier”.
In het nummer “Blue Light” zingt ze over haar respect en vriendschap
met blueslegende John Lee Hooker. ‘Goede wijn behoeft geen krans’
is een gekend gezegde. Goede muziek ook geen uitgebreide recensie. Dus: overtuig
jezelf en luister op CD-Baby naar de tracks uit het album “Chandelier”
van Rachael Sage.
(valsam)

TRAVIS
"MOONCHILD" HADDIX
DAYLIGHT AT MIDNIGHT
Website
Info: Blind Raccoon
Label: Earwig records
Distr.: Parsifal
"I am the best that I can be, and since no one else can be me, there's
none better!"
Travis "Moonchild" Haddix.
Naast
zijn werk bij Little Johnny Taylor en Arie Bluesboy White, en het schrijven
van songmateriaal voor Dickie Williams, Jimmy Dawkins, Micheal Burks en Son
Seals, speelde de in Mississippi geboren, maar momenteel in Cleveland wonende
Travis Haddix zelf een groot aantal cd's vol, 20 ondertussen. Zijn nieuwste,
een re-release van de cd die vorig jaar op het eigen Wann-Sonn label verscheen,wordt
nu hier in België verdeeld door het Earwig label. Travis Haddix brengt
modern klinkende Chicago blues, die doet Denken aan Jimmy Johnson , Micheal
Burks en Son Seals. Maar ook de invloeden van de vroegere Watt/Stax dagen, die
er dank zij de blazers en de aparte ritmesectie binnensluipen, zijn duidelijk
aanwezig. Vooral Travis' messcherpe, snedige gitaarwerk en de wat funky soulritmes
maken dat zijn sound zo hedendaags klinkt.Neem bijvoorbeeld "What To Do"
is een pure funkexplosie, waar James Brown om het hoekje komt kijken. "Good
Buddy Blues" heeft zowel trekjes van Albert King en Albert Collins gitaarwerk,
maar het ritme zit boordevol funk en soulinvloeden. De titelsong "Daylight
At Midnight" en meer nog "Backward Baby" heeft Albert King als
grote voorbeeld, terwijl de pure soulsong "Who Could I Be?" de hoogdagen
van Stax even doet herleven. Dus, voor liefhebbers van hedendaagse soul en blues,
voorzien van vinnige gitaarbijdragen: deze cd is net wat je nodig hebt.
(RON)

KOLVANE
KILL THESE BLUES
Website Myspace
CDBaby
Kolvane
is een verderzetting van de vroegere band Rose City Kings die in 2002 opgericht
werd in Portland. Met Rose City Kings had Kolvane voorheen reeds 3 cd's en toerde
als vaste band van de bluesartiest Jody Williams. Zanger gitarist Kolvane uit
Portland verzamelde nu rond zich keyboardspeler Steve Kerin uit Louisiana en
twee muzikanten uit L.A, drummer Thom Sullivan en bassist Curtis Christian.
Ze brengen een modern soort bluesrock met tamelijk wat rockinvloeden. Ik hield
van de muziek van Rose City Kings, ze brachten een aanstekelijk soort blues
en Americana met dobro en slide op de voorgrond en hun muziek was origineel
en professioneel. Dit kan ik spijtig genoeg niet dadelijk zeggen van Kolvane.
Hun vorige release, een singel (2 songs) "They Call Me Evil" en "Reckless
Sinner" gaf al een aanwijzing, dit was veel harder dan wat we gewoon waren
van Rose City Kings, maar omdat je met een singeltje geen idee kreeg van hun
kunnen, kregen ze het voordeel van de twijfel. Een ding moet gezegd, Kolvane
is een zanger met een sterke, krachtige stem. Dat hoor je al dadelijk in "Under
The Honey Moon" een nummer dat raar genoeg een zeer sterke overeenkomst
vertoont met "Reckless Sinner" uit hun vorige mini-cd, het nummer
is buiten de tekst, voor 90 procent hetzelfde."Backslide" is gebaseerd
op de bekende gitaarriff uit Led Zeppelin's "Dazed And Confused".
Het meer rootsgetinte "Goodbye Sweet Harriet" bevalt me wel, het is
combinatie van gospel en country ritmes,een knappe song, waar Kolvane zijn vocale
kwaliteiten nog eens kan tonen. Ook "Sun Song" laat het geweld achterwege,
en heeft soms iets van een Creedence of Fogerty song. "Cards" en "Cool
Baby" zijn daarna respectievelijk weinig overtuigende funk en bluesrocknummers
zoals we die al teveel hoorden. "Whiplashed" zit wat in het Small
Faces, Humble Pie en Black Crowes straatje en is nog een van de meest sterke
rocknummers op deze cd. Maar voor mij ons is "Let Me Love You Tonight"
zowat de enige song die ons volledig kan overtuigen, een uitstekende ballade,
prachtig gezongen, met invloeden van Ray Charles, vol gevoel, in één
woord klasse. "Megaton" is opnieuw moderne blues met veel rockinvloeden.
De cd sluit af met een extra lange extended versie van "Sun Song"
overgaande in een "Hidden track" de remake van "Backslide".
Als roots en bluesfans kunnen we enkel besluiten dat Kolvane's werk bij Rose
City Kings ons meer beviel, maar vernieuwing moet kunnen en dat heeft Kolvane
met deze cd aangedurft. Dit is muziek waarop moeilijk een label kan geplakt
worden, maar dat hij de titel van zijn werkstuk waargemaakt heeft moeten we
hem wel meegeven: "Kill These Blues".
(RON)

GARY
PRESTON & ANITA BONKOWSKI
BRIGHT LIGHTS
Website Contact
Het
duo Gary Preston en Anita Bonkowski uit Canada heeft de blues in de vingers
en in de beademing, ook letterlijk want Preston speelt harmonica met heel veel
soul. Hun blues is vaak funky. Het samenspel van piano, mondharp en contrabas
geven er wat New Orleans’ jazzy zwier aan. Gary Preston zelf zet mooie
bluessongs op papier, die niet misstaan tussen Jimmy Reed en Willie Dixon. Zo
plaatst hij een zevental eigen songs tussen het gevarieerd geheel van boogie
woogie, jump en rumba. Ook de slowblues gaat hem goed af, want ‘I Wish’
met die verfijnde pianobegeleiding heeft een nachtclubsfeertje dat nostalgische
paartjes tot dansen kan bewegen. Preston deed jarenlange ervaring op toen hij
als insider van de Winnipeg bluesscène her en der optrad. Met Toronto
als uitvalsbasis, breidde hij zijn terrein uit naar het Westen. Hij speelde
in menige bluesband, zoals Gary Preston & the Harpoons en The Bill Johnson
Band. Ook met o.m. James Cotton, Otis Rush en John Hammond deelde hij het podium.
Nu hij al vijf jaar met de professionele jazzmuzikante Anita Bonkowski een duo
vormt komt er vrouwelijke schwung bij, want haar staande bas naast zijn harmonicaspel
drijft het ritme op. Met haar jazzopleiding en ervaring in The Commodores Big
Band en in kamerorkesten vormt zij een ideale partner om naast Preston ook op
festivals het publiek mee te slepen. In het ludieke ‘The Look’ steekt
‘old time’ humor de kop op en vooral ‘Sam’s Stomp’
is boogie woogie van het complexloze soort. Piano en bas spelen daar als het
ware een wederzijdse verleidingsdans. Na hun eerste gezamenlijk album ‘Satisfy
Somebody’ is dit een album vol afwisseling. Zelfs Tom Waits duikt op,
al blijkt Waits ‘Ol’55’ moeilijk te evenaren. Overigens leent
Preston’s schorre stem zich uitstekend om die mood van de naoorlogse jaren
1950 weer op te roepen. Preston & Bonkowski zijn vooral goed op dreef wanneer
zij speels hun jumping blues vrij baan geven met Preston op de piano. Zoals
trouwens ook Anita die het op enkele nummers van hem overneemt. Vooral ‘Watch
Me’, waar de tenor sax van Al Pease zich bij de gezellen voegt, is het
waard om op alle radiozenders airplay te krijgen. Ideaal om de dag te beginnen
met vitaminerende bluesstimuli.
Marcie


FIFTY
NINE SOUTH
Website Contact
Label : Cimarron Sound Lab
De
uit Oklahoma afkomstige groep Fifty Nine South gaat er prat op dat ze bestaan
uit twee generaties van muzikanten. Geformeerd rond zanger, gitarist en liedjesschrijver
Kyle Brown brengt deze vierkoppige familieband pure rootsmuziek waarin de invloeden
van country, folk, rock en blues mooi verwerkt werden tot hedendaagse rootsnummers.
Op hun titelloze debuutalbum brengen Fifty Nine South tien zelfgecomponeerde
liedjes in diverse stijlen. De eerste song “About To Get The Best Of Me”
laat ons kennismaken met de zangcapaciteiten van Kyle Brown die al voor de vierde
keer een Winner Award mocht ontvangen van Payne County Line Music. Drie van
de liedjes op deze plaat werden door Kyle samen geschreven met zijn vader Michael
Brown die ook gitaar speelt en meezingt in deze groep. Kyle’s oudere broer
Jerry Brown op gitaar en bassist Brandon Armstrong completeren de set-up van
Fifty Nine South. Drums, keyboards en backing vocals worden door gastmuzikanten
verzorgd. Het producerswerk nam Kyle Brown voor zijn rekening samen met Jeff
Parker die ook keyboards en slide guitar speelt op het bluesy en swingende “Sweet,
Sweet You”. De eerste vader-en-zoon song is meteen ook één
van de mooiste nummers op dit album. “Drive Me Insane” is een prachtige
klassieke countrysong die in de gespecialiseerde hitcharts thuishoort. Andere
sterke liedjes op deze plaat zijn “Everything Is The Same But You”,
“Jayden” en “That’s How I Roll” waarop Kristy
Keehler voor vocale ondersteuning zorgt en ook de twee andere vader-en-zoon
songs “Lay All the Blame On You” en “Turn Off The Memories”
die beiden door papa Brown gezongen worden. Kyle is naast muzikant ook een getalenteerde
dichter en schilder maar wij zouden hem toch graag willen vragen om zijn energie
vooral in de muziek kwijt proberen te geraken want liedjes schrijven en zingen
doet hij heel mooi. Deze verdienstelijke debuutplaat doet ons nu al uitkijken
naar een opvolger.
(valsam)

SIMON
LLEWELYN EVANS
DRAW MOUNTAINS THERE
Website CDBaby
Simon
Evans is een apart geval. Op achttienjarige leeftijd voelde hij zich al rijp
genoeg om de ouderlijke woonst in Victoria, Australië, te ruilen voor een
zelfstandig bestaan in Melbourne. Maar ook Melbourne blijf hem niet bekoren
en hij besluit zuidwaarts te trekken, richting Stille Oceaan, om zich drie jaar
geestelijk te verdiepen op een “heilig “ eiland in de buurt van
het duikersparadijs aan de Koro zee. Gewapend met enkel een Spaanse akoestische
gitaar, legde hij daar de grondbeginselen voor zijn eerste plaat. Met al die
jaren meditatieve training en een berg spirituele ervaringen rijker voelde hij
dat de tijd rijp was om terug te keren naar het vasteland om zijn zielenroerselen
kenbaar te maken aan de buitenwereld. Zevenentwintig jaar jong is Simon Evans
nu en ondanks zijn afzondering op zijn eiland, ver van alle moderne snufjes
en de drukte van onze hedendaagse maatschappij, is hij er met de steun van Dave
Steel wonderbaarlijk in geslaagd een zeer esoterisch album te scheppen, dat
een bijna hypnotiserende rustgevende werking heeft. In alle eenvoud van instrumenten,
die zich beperken tot hoofdzakelijk akoestische gitaar, subtiel bijgestaan door
mandoline, mondharmonica, wat accordeon en een hemels klinkende slidegitaar,
weet hij samen met de prachtige harmonische stem van Tiffany Eckhardt perfect
de juiste nuances te leggen. Minder is dikwijls meer en dat heeft Simon Evans
goed begrepen. Enkel gewapend met zijn stem en gitaar laat hij ons, ondersteund
door de fluweelzachte klanken van een slide, wegzinken in de intieme tekst van
de opener “Woman At A Mountain”. Traag en subtiel kabbelt deze song
verder en erotiseert een mooie verstrengeling van twee lichamen. Met “Balcony”
zet Simon zich gepast naast een grootheid als Damien Rice met eenzelfde stemtimbre
en vocale controle. Prachtig hoe sommige zinnen uitgezongen worden in een zuchtend,
fluisterend einde. Het meest sfeervolle moment vormt de titelsong “Draw
Mountains Here” waar de tweede stem van Tiffany Eckhardt je tegemoetkomt
als een fris windje in de bergen. Ogen dicht, koptelefoon inpluggen en laat
je meedrijven door grasgroene valleien, omzoomd door spitse bergtoppen, die
waken over het graf van een geliefde. Het nummer heeft zo’n bedwelmende
sfeer dat je niet in de gaten krijgt dat de enige strofe van het lied als het
ware als refrein gebruikt wordt en tweemaal wordt herhaald na een interludium
van slidegitaar, een truuk die wonderwel werkt en navolging krijgt in praktisch
elk volgend nummer op de plaat. Even een stemverheffing in “No Horse”
om zijn woede te koelen over een vervlogen romance, maar Simon grijpt vlug terug
naar zijn favoriete trage, sensuele ritmes. Mensen betoveren in alle eenvoud,
met een repetitieve tekst en een aangrijpende stem, dat is zijn kenmerk. Soms
heeft hij zelfs niet meer nodig dan drie woorden, zoals in het Aboriginals “Aum-I-Chun”,
om je te beroeren, maar steeds komt hij gevat en soms zelfs scherp uit de hoek
zoals in “Rotten Pimp Dady”. Sterke prestatie voor een debuutalbum
dat de romantische zielen onder ons zeker niet onberoerd zal laten. Wil je wat
atmosfeer van een paradijselijk eiland in de Stille Oceaan inademen, dan is
de aanschaf van deze cd zeker de investering waard. Ogen dicht en genieten maar.
Blowfish

FIONA
BOYES - MOOKIE BRILL - RICH DELGROSSO
LIVE FROM BLUESVILLE
Label: Blue
Empress Records
VIDEO 1 VIDEO
2
Op
de bijhorende tekst kan je ruwweg lezen dat de bluesmuziek van het drietal een
nieuw, subtiel en emotioneel krachtveld ontsluiert. Typerender kan het niet,
want de drie bluesartiesten die pas voor een eerste maal voor een opname samenkwamen
om elf songs Live op plaat te zetten, tasten intuïtief elkaars muzikale
ruimtes en dieptes af. Als locatie kozen zij de XM Studio bij Bluesville in
Washington D.C waar zij in de hete zomermaand 2007 zonder veel technische spitsvondigheden
en volgens de inspiratie van het ogenblik zes covers vertolkten, met daarnaast
drie songs van Fiona Boyes en twee van Rich DelGrosso. Fiona zingt de meeste
teksten, maar ook haar twee begeleiders, Tom en Rich, zingen af en toe, waarbij
de contrasterende stemmen viriel en spontaan aandoen. Dit gezamenlijk album
brengt drie doorwinterde blueskrachten samen met elk apart een lange artistieke
voorgeschiedenis. En de som is meer dan de delen. De Australische Fiona Boyes
brak in Amerika door sinds zij in 2003 in Memphis arriveerde en daar al direct
in een wedstrijd de hoofdprijs wegkaapte. Haar rijzende ster bracht haar daarna
in alle landen en op de internationale affiche samen met o.m. Hubert Sumlin,
Bob Margolin, Kenny Neal en Taj Mahal. Zoals zij enigszins jazzy ‘Good
Lord Made You So’ zingt, maakt haar een begenadigde en waardige opvolgster
van alle Memphis Minnie’s voor haar. Rich DelGrosso doet daarnaast sensibele
miniwonderen met mandoline, steeds discreet en fijnvoelend aanwezig. In zijn
eigen ‘Hard To Live With’ zingt hij op zijn beurt stijl- en soulvol
alsof hij naast zich de amicale aanwezigheid van Yank Rachell gewaar wordt.
Tom ‘Mookie’ Brill tenslotte leeft zich uit op contrabas. Wanneer
zijn bas prominenter wordt krijgen de songs meer ‘jumpy’ zwier.
Met het silhouet van Lightin’ Hopkins in gedachte stort hij zich vol overgave
op bas of harmonica. En op Arthur Crudup’s ‘My Baby Left Me’
voegt hij daar nog vocale passie aan toe. Het drietal is doordrongen van de
blueserfenis van de eerste bluespioniers, maar maakt het oude materiaal nieuw
door de frisse innovatieve arrangementen. Het respect voor de ziel van de oude
muziek blijft echter intact. Zoals Fiona J.B. Lenoir’s ‘Mississippi
Road’ vertolkt kan alleen een ontvankelijke rasartieste, zich bewust van
de pijn en vermoeienis van hen die lang geleden op stoffige wegen op zoek gingen
naar een sprankeltje geluk. Huiveringwekkend mooi.
Marcie

KATE
TUCKER & THE SONS OF SWEDEN
Website Myspace
Contact
Label : Red Valise Recordings
CD-Baby
Seattle,
Washington blijkt al vele jaren de ideale voedingsbodem te zijn voor jong muzikaal
talent. Ook Kate Tucker & The Sons Of Sweden zijn kinderen van deze Amerikaanse
stad. De tien tracks op hun titelloze debuutplaat bevestigen van bij de eerste
beluistering dat het talent overvloedig aanwezig is bij deze jonge muzikanten.
Van bij de eerste noten van “The Hours” - de eerste song op de plaat
- riep ik al luidop dat Kate Tucker mij deed denken aan Dolores O’Riordan,
de zangeres van de Ierse band The Cranberrries. Dat gevoel liet me nadien niet
meer los maar enkele extra vergelijkingen doken naderhand wel nog op. Zoals
Neko Case, Natalie Merchant, Over The Rhine, Mazzy Star’s Hope Sandoval
en Cat Power en dan vooral omwille van het gelijkaardige stemgeluid. Maar ook
de songs op deze cd situeren zich nadrukkelijk in dezelfde sfeer als de liedjes
van deze vermelde artiesten. Zweverige popsongs in een muzikale verzameling
van klanken die bands als Air en Cocteau Twins ons leerden appreciëren.
Daarmee dient dan wellicht niet meer verduidelijkt te worden dat Kate Tucker
ons van meet af aan weet te boeien met haar knappe, moderne liedjes vol van
pure emoties en zelden geziene schoonheid. Er zit in elke song wel een stukje
mysterie verwerkt. De indie popsongs zijn heel eigentijds en moeten er probleemloos
in slagen om de verdiende airplay op diverse radiostations te verwerven. Het
is onbegonnen werk om de mooiste nummers te vermelden omdat ze daar stuk voor
stuk voor in aanmerking komen. Misschien toch een extra vermelding voor het
afsluitende “In The End” waarvoor niemand minder dan Damien Jurado
vocaal bijspringt ter ondersteuning. De groep werd pas gevormd in de lente van
2006 en begon meteen aan het uitwerken van de liedjes die Kate Tucker geschreven
had. Vorig jaar werd de plaat opgenomen in een productie van Ryan Hadlock, bekend
van Blonde Redhead en The Gossip en in 2008 werd het resultaat trots aan de
buitenwereld getoond. De eerste single was “Faster Than Cars Drive”
maar alle andere nummers op dit debuutalbum hebben dezelfde hitkwaliteiten.
Wij zijn overtuigd dat deze cd maar een eerste kennismaking met Kate Tucker
is en dat we nog veel van haar zullen horen in de komende jaren.
(valsam)

BIG
WALTER HORTON, RONNIE “YOUNGBLOOD” EARL, “GUITAR JOHNNY”
NICHOLAS, SUGAR RAY
BOCCE BOOGIE -LIVE 1978
Label Topcat Records CDBaby
Het
"Topcat" label haalt materiaal van onder het stof dat precies 30 jaar
geleden opgenomen werd, vroeg materiaal met Big Walter Horton, Sugar Ray Norcia
met zijn Blue Tones, en Johnny Nicholas, die toen onder de naam Guitar Johnny
furore maakte, en een zekere Ronnie Youngblood, niemand minder dan de jonge
Ronnie Earl om precies te zijn. Ster van dit optreden is echter Big Walter Horton,
de illustere andere muzikanten zijn zijn gasten. De opnames waren oorspronkelijk
niet bedoeld om uitgebracht te worden en zijn daarom niet perfect, maar wat
men mist aan geluidskwaliteit, krijgt men dubbel en dik terug qua historische
waarde en sfeer. Dit was een vriendenfeestje onder muzikanten. De Bocce Club
waar het feest plaatshad is voorzien voor 75 gasten, het werden er precies het
dubbele! En als ik zeg feest, bedoel ik dat ook letterlijk, er was namelijk
iets te vieren, namelijk het huwelijk van George Nicholas, Johny's broer. En
Johnny trommelde zijn vrienden samen voor een reünie die dit heerlijke
lange uurtje van de beste blues opleverde. Sugar Ray bijt de spits er af met
"Every Day I Have The Blues" gebracht met zijn Blue Tones, met hulp
van Big Walter, waarna Walter door middel van een snelle boogie, het langzame
"Trouble In Mind" en Willie Dixon's "My Babe" de boel tot
het kookpunt laat sudderen. Dan is het Johnny Nicholas beurt, om met "Cold
Chills" en "Thats Why I'm Cryin'" helemaal te laten ontploffen.
Even later is het tijd om wat te jammen en te improviseren tijdens Bocca Boogie,
een mondharmonica medley. "Sweet Black Angel van Robert Nighthawk , met
Big Walter Horton op zijn best, brengt het tempo weer terug wat naar beneden,
slow time op de dansvloer. Het boogie ritme komt terug in "Baby Please
Don't Go" Duke Ellington's "Don't Get Around Much Anymore" is
Big Walters laatste song van de avond waarna Johnny Nicholas overneemt om met
"Tell Me Why" ook afscheid te nemen. Als Ronnie Earl daarna nog het
jazzy "Breakin' With The Earl" brengt waar alle muzikale gasten nog
in de spots geplaatst worden is het echt gedaan. Al voldoet de geluidskwaliteit
niet meer aan de hedendaagse hoge standaard, qua "bluesparty" kan
dit meer dan tellen.
(RON)