JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008
HAUNT - THE DEEP NORTH
PURITAN RODEO - THE MAGIC SUIT BALL
JETSUNMA - ELLINWOOD RANCH BLUES
THE ROCKFORD MULES - FROM DEVIL’S SPIT TO ANGEL TEARS
MARTHA’S TROUBLE - EXCLUSIVE EP
BLUES CARAVAN (DVD) - Candye Kane, Deborah Coleman, Dani Wilde - GUITARS & FEATHERS
WILLIE CARMICHAEL - SERIOUS BUSINESS
CHARLIE SHAFTER BAND - 17th AND CHICAGO
FORREST MCDONALD - A DECADE OF BLUES
KINGDOM BROTHERS - SHINE A LIGHT

HAUNT
THE DEEP NORTH
Website Myspace
Contact
Label: Nine Mile Records
Distr.: Sonic Rendezvous
Haunt
is een muzikaal project van duiveltje-doet-al Matthew Hebert, de ex-frontman
van de groep The Ware River Club die vooral in alt.country-circuits bekendheid
verwierven. Hebert is afkomstig uit Northampton en is vooral actief als schrijver
van filmmuziek. Hij treedt solo op tijdens tournees van enkele Amerikaanse gevestigde
namen als The Jayhawks, Dave Alvin, Marah, Richard Buckner en Emmylou Harris.
Vorig jaar debuteerde hij solo met zijn album “As Blue As Your Dying Eyes”
dat toen jammer genoeg aan onze aandacht wist te ontsnappen. Met zijn pas uitgebrachte
tweede album “The Deep North” laat dit grote muzikale talent ons
kennismaken met elf zelfgeschreven songs. Daaronder enkele pareltjes zoals “The
Sea And The Soul” en de single “So Much Left To Lose”. Pop-
en rocksongs zijn ook terug te vinden op “The Deep North” via nummers
als “Sugar On The Edge” en “Sacred Time”. Matthew Hebert
beschikt over een heerlijke stem waaruit pure emotionaliteit vloeit en die je
koude rillingen bezorgt bij beluistering van de songs “You Are Loved”
en “Blood”. De rode draad doorheen alle songs op deze plaat is het
gevoel van hoop dat Haunt in de teksten probeert mee te geven. Als producer
voor dit nieuwe album koos Matthew Hebert voor Jose Ayerve van de groep Spouse
die zijn sporen als knoppenspecialist eerder verdiende op albums van o.a. Winterpills
en The Pernice Brothers. Onze impressies van “The Deep North” zijn
uitermate positief te noemen, vooral omwille van de professionele songs en de
sterke vocale capaciteiten van Haunt’s alter-ego Matthew Hebert. Het album
bevat geen enkel geeuwmoment en dat is een verdienste die maar heel weinig platen
kunnen opeisen. De overige liedjes aan het einde van deze cd hebben dus evenveel
recht op een eervolle vermelding als hun voorgangers: “Don’t Go
Away”, “How Fast We Fade”, “Lucky Is the Lovesick Boy”
en afsluiter “Gone” zijn even zo mooie pareltjes in het halssnoer
dat Haunt ons aflevert.
(valsam)

PURITAN
RODEO
THE MAGIC SUIT BALL
Website Myspace
Contact
Label: Dren Records CD-Baby
15
liedjes voor in totaal amper 40 minuten muziek, dat moeten dus 2 en 3 minuten
durende deuntjes zijn op de cd “The Magic Suit Ball” van de band
Puritan Rodeo. Dit kwintet uit Chapell Hill, North Carolina heeft met dit schijfje
zijn tweede full-cd op de markt gegooid. “We All Share The Same Secret”
was de titel van het debuutalbum uit 2006. Hun muzikale prestatie situeert zich
in de sfeer van Americana, bluegrass, folk en country. Kortom rootsmuziek waarmee
je altijd perfect terecht kan bij Rootstime. De bandleider is zanger-liedjesschrijver
en gitarist John Pardue en de broers Vernon en Sean Dowdall spelen mandoline,
viool, banjo en mondharmonica terwijl Thomas Latimer de ruigere bassnaren beroert
en Mirek Capek de ezelsvellen van de drums beslaat. De songs op “The Magic
Suit Ball” zijn typische, gezellige Amerikaanse traditionele bluegrassliedjes
en de banjo is haast in elk nummer op de voorgrond aanwezig. Zangeres Jennifer
Paige draagt een vocaal steentje bij aan twee songs in “Where We Sleep”
en “Blood On The Line” en Elana Scheiner zorgt voor hoogst aangename
celloklanken in het nummer “Nobody I Owe”. Het door ons gedetecteerde
hoogtepunt op deze plaat is de song “Alimony” dat opvalt door zijn
eenvoud en primitieve muzikale opbouw met overheersende vioolklanken. John Pardue’s
stem zal nooit awards weten binnen te halen maar het geheel straalt een bepaalde
vrolijkheid uit waaraan je als luisteraar maar moeilijk kan weerstaan omdat
je vlot wordt meegezogen in het positieve sfeerbeeld van de songs op “The
Magic Suit Ball”. Dat de heren ook van een grappige noot houden blijkt
uit enkele songs zoals “Heartpine”, “Waiting” en “Brand
New Fancy Mama”. Ondertussen laten wij onze voeten prettig meewiebelen
op de muzikale tonen van Puritan Rodeo. Op hun website schrijven ze dat ze graag
zouden willen spelen op festivals, bruiloften en privé-feestjes, kortom
op alle plaatsen waar “Having A Good Time”… van het grootste
belang is. En meer moet dat voor ons ook al niet zijn.
(valsam)

JETSUNMA
ELLINWOOD RANCH BLUES
Website Myspace
Label: Blinded by View
CDBaby
Haar
echte naam is Alyce Zeoli, ze werd geboren en is opgegroeid in Brooklyn, New
York. Als producer en oprichter van haar eigen label "Blinded By View"
productions, was ze reeds van jongs af al gefascineerd door de buskers en de
muziek in parken en op straathoeken. Ze droomde ervan backing zangeres te worden
van de Motown groepen, en haar invloeden waren dan ook Mary Wells, Etta James,
Ruth Brown en wat later Cassandra Wilson. Later kwamen daar de folk en progressieve
rock acts als Tim Buckley, Grace Slick, Joni Mitchell an CNSY bij. Tegenwoordig
komen daar bovendien de tribal beats en moderne R&B acts als Def Mos en
bijvoorbeeld Morcheeba bij en gaat ze onder de naam Jetsunma op zoek naar de
"buik" van de muziek, de plaats waar je er echt naar luistert, de
muziek voelt en waar die op je ingrijpt. Lagen van harmonieën en stemmen
is wat haar boeit. Jetsunma (vandaar de naamsverandering) is een rechtstreekse
volgelinge van het Tibetaanse Boeddhisme, de eerste en enige westerse vrouw
die de erkenning heeft van verschillende Tibetaanse meesters om dit te mogen
doen. In het Tibetaanse Boeddhisme heten deze wijze vrouwen Dakinis. Jetsunma
is er één van. Het is de plicht van een Dakini om die wijsheid
over te brengen in andere landen vooral door liederen. Dat is dus de missie
van Jetsunma. Verwacht nu echter geen zwaar aandoende Tibetaanse wereldmuziek
of mantras, neen dit is hedendaagse blues, terwijl het dat in de ware zin van
het woord natuurlijk niet is. Mij doet haar aparte, wat mannelijk klinkende
stem (en ook wel de songs), me sterk denken aan die van Mick Hucknall van Simply
Red. De songs bevatten natuurlijk haar spirituele teksten en bevatten de sociale
boodschap. Ze handelen over spirituele dingen als je leven veranderen en zulke
dingen maar de muziek waarin ze die boodschap verpakt is best mooi. Opgenomen
in een afgelegen ranch op een groot domein in Ellinwood Arizona, heeft ze in
één lange sessie de veertien songs voor deze cd geschreven. Dat
bedoelt men dus met monnikenwerk. Samen met de heldere backingvocals van keyboardspeelster
Tara Middleton levert dit een mooie hedendaagse bluesy, soms wat jazzy release
op. Bovendien zorgden de volledig in oud hout opgetrokken boerderij met metalen
dak voor een unieke en eigen akoestiek. Songs als het mooie “Try Me”,
een “bijna” pure bluessong met mooie saxsolo van Russell Lyles en
de opener “Little Porch Light” samen met “Bone Daddy”
als hoogtepunten, maken deze qua opzet wat aparte plaat best de moeite waard.
(RON)

THE
ROCKFORD MULES
FROM DEVIL’S SPIT TO ANGEL TEARS
Website Myspace
CDBaby
Label : The Rockford Mules
Wat
doet een bont allegaartje uit al de beroepscategorieën van beroepsvisser,
schrijnwerker, tuintechnicus tot leraar Engels die elkaar vinden in de muziekscène
van Minneapolis na een qua verkoop redelijk geflopte EP “ Crooced Tooth”?
Juist, niet opgeven en het in dezelfde richting proberen beter te doen. De reacties
na de live gigs waren steeds unaniem positief, dus breiden The Rockford Mules
een vervolg aan hun debuut. Onze vrienden komen tevens uit verschillende lagen
van de muzikale bevolking, gaande van de akoestische folk tot de ultieme hardcore
tegenpool, wat op de plaat een bonte mix van origineel, maar ook herkenbaar
geluid teweegbrengt. Met de zweverige, akoestische instrumentale opener ,die
een mysterieus seventies tintje meekrijgt, worden we even op het verkeerde been
gezet, want al op nummer twee “Heading Out West” krijgen we een
stomende mix van Southern Rock à la Black Crowes, meets Bad Company,
meets Ted Nugent als voorgerecht. Een Ruben Block van Triggerfinger zou zich
honderd procent kunnen vinden in dit nummer. Toch sluit de akoestische intro
perfect aan bij al dit gitaargeweld. De registers worden nog verder opengetrokken
in “Step Aside, Son”, met huilende gitaarsolo’s en de lap
steel gitaar van Ryan Rud die vol distortion scheurt als een opstijgende superjet.
Al dadelijk een hoogtepunt op de plaat en een tune die blijft hangen en nazinderen.
We menen zelfs enkele gospelbluestonen van deep down South te herkennen in een
met donderende bastonen ondersteunde morbide titel als “Talkin’
Road Of Bones Blues”. De hoofdmotor blijft echter draaien op het duel
op leven en dood tussen leadgitaar en lap steel, die samen met een minimale,
maar gevatte tekst voor de juiste dreigende, donkere toon zorgen. Hardcore favorieten
gaan zeker hun gading vinden in het op speed drijvende titelnummer “From
Devil’s Spit To Angel Tears”, waar Mötorhead, Uriah Heep en
Black Sabath elkaar in een hels tempo kruisen, maar abrupt de adem afgesneden
worden door een aangrijpend instrumentaal akoestische gitaarintermezzo. Een
fijn rustpunt in de cd en even de tijd om alles te laten bezinken. De trein
moet echter met de juiste vaart over de sporen blijven donderen. Bij de eerste
tonen van “X’s For Eyes” komt de ware Seattlle grunge sound
bovendrijven en doet de stem van Erik Tasa als hoogtepunt op een waardige manier
Kurt Cobain herleven. Met “No Worthy River” krijgen we dan weer
een zware Southern Rocker geserveerd die gekleurd wordt met een mooi rootstintje
door een stampend ritme, doorspekt met repetitieve slidegitaaruithalen en een
Tasa die zijn tekst zo overtuigend proclameert alsof het om spoken word ging.
Voor degenen die houden van een originele sound en wat stevig gitaarwerk dat
met de nodige decibels zelfs het huis van de buren op zijn grondvesten kan doen
daveren is deze schijf een absolute aanrader. Softies gelieve zich te onthouden.
Blowfish

MARTHA’S
TROUBLE
EXCLUSIVE EP
Website Myspace
Contact
Distr.: Hemifran
CD-Baby
Het
Canadese echtpaar bestaande uit mijnheer Rob en mevrouw Jen Slocumb timmert
al meerdere jaren aan de weg met hun zelfgepende muziek. Deze “Exclusive
EP” is reeds hun achtste schijfje sinds ze in 1998 in Houston, Texas met
de groep Martha’s Trouble begonnen zijn. Het leven van muzikanten gaat
niet altijd over rozen zoals we al vaker gehoord hebben. De Slocumbs leefden
gedurende twee jaar in een camper die ze ook gebruikten om doorheen Amerika,
Canada en Europa te reizen om in allerlei zaaltjes te komen optreden. Toch is
het alweer vier jaar geleden dat er nog een plaat van deze groep verscheen:
“Forget October” uit 2004. Na die plaat lasten ze twee sabbatjaren
in om evenveel kinderen te krijgen. We vermoeden dat deze ep de voorbode voor
een nieuwe full-cd zal moeten vormen. In afwachting daarvan zullen we het nog
even moeten doen met de zes nummers op dit schijfje: vijf nieuwe songs en één
remix van een ouder nummer. De plaat werd zo goed als volledig live opgenomen
gedurende een driedaagse studiosessie in North Carolina. De sound van Martha’s
Trouble laat zich het best vergelijken met de nummers die we kennen van bands
als Rilo Kiley (het groepje van Jenny Lewis) en in mindere mate The Cardigans
en Aimee Mann. Hun eigen benaming van wat ze doen is ‘nu rave glam indie
folk rock” met voor elk wat wils. Voor ons lijkt de omschrijving ‘hedendaagse
pop’ toch wat beter geschikt te zijn, al zijn de seventies en eightiesinvloeden
in elke song wel wat aanwezig. Hier en daar valt ook een vleugje country waar
te nemen zoals in “Everyday Love” en in “Why?”. In het
emotioneel gezongen liefdesliedje “Writer” lijkt Jen Slocumbs’
stem zelfs wat op die van Dolly Parton. De remix van het oudere “100 Miles
To Charleston” sluit de ep waardig af. Deze ep doet ons toch verlangend
uitkijken naar meer nieuw werk van dit talentvolle echtpaar.
(valsam)

BLUES
CARAVAN (DVD)
Candye Kane, Deborah Coleman, Dani Wilde
GUITARS & FEATHERS
Label: Ruf records
Distr: Coast To Coast
VIDEO
Deze muzikale sleurhut gooide de ankers al uit tijdens de grote bluesfestivals van Parijs, Londen en Berlijn, maar stonden ook op het programma van de Bluesnight in Zingem op 1 februari van dit jaar waar we toen niet alleen een denderende show meemaakten maar ook na hun optreden een aangenaam gesprek hadden met de drie 'frontmadammen' die deel uitmaakten van deze editie: Candye Kane, Deborah Coleman, Dani Wilde. Het Duitse Ruf Records organiseert nu alweer drie jaar de Blues Caravan. Een uitgebreid tourgezelschap met als topper enkele acts uit de Ruf stal. Tijdens deze editie die in januari jl. van start ging was Candye Kane, die we best kennen om haar flamboyante stijl en krachtige stem, van de partij. Het motto van de nieuwste editie is afgeleid van Candye’s uitstekende laatste cd, "Guitar'd and Feathered". Door ziekte moest Candye de tour onderbreken en werd ze vervangen door de Canadese Shakura S’Aida, waarvan we ook getuige waren tijdens de Nacht van de Blues in Wuustwezel (30 april). Candye Kane is zowel het voorkomen als het stemgeluid imposant, en ze figureert dan ook prominent op deze live cd, opgenomen aan het begin van de tournee op 27 januari in Bonn. Ze wordt die avond geflankeerd door gitariste Deborah Coleman, die vorig jaar aan boord kwam en nummer drie is bluesvamp Dani Wilde, die zingt en gitaar speelt alsof ze er voor haar geboorte mee begonnen is en John Lee Hooker en Buddy Guy tot haar favorieten rekent. Deborah Coleman is gezegend met een zeer soulvol stemgeluid, maar de grootste verrassing is echter de jongste deelnemer, zangeres/gitariste Dani Wilde. Dit Britse talent heeft een fantastische stem, met een energie en een passie die je niet zou verwachten van een meisje van begin twintig. Een regelrechte blues sensatie. Twee zangeressen die dus nauwelijks voor Candye onderdoen. De opener "Won't Leave" is een nummer van Ray Charles gebracht in de complete bezetting en daarna is het aan Dani Wilde om haar kunsten te tonen. Dani die qua uiterlijk in het hippie tijdperk paste, speelt uitsluitend werk van haar debuut CD "Heal My Blues". Ze plukt aan de snaren van haar gitaar alsof ze bas speelt, maar dit is een ruw diamantje, die tot een zeer populair juweeltje kan uitgroeien. Dan is het de beurt aan Candye Kane, een vrouw die van vele markten thuis is en opent met "You Need A Great Big Woman" en eindigt met "Toughest Girl Alive", twee songs die echt op haar lijf geschreven zijn. Daartussen horen we "My Country Man" en "Crazy Little Thing", songs uit haar recentelijke CD, "Guitar'd and Feathered". Vervolgens is het de beurt aan Deborah Coleman. Deze zwarte parel heeft elf Blues Music Awards (W.C. Handy) nominaties op haar palmares en acht CD’s op haar naam plus de Blues Caravan CD "Time Bomb" van vorig jaar. Ze speelt een doorsnee van haar repertoire ("Fight" en "Jesus Just Left Chicago"), inclusief werk van haar recente CD "Stop The Game" ("I Got To Know"). Top gitaarwerk en prima zang, waarbij het spelplezier en de interactie met de band voor het nodige vuurwerk zorgt. Vermeldingswaard is zeker ook de bezetting, waarin de uitstekende gitariste Laura Chavez en de Nederlandse Govert van der Kolm (hammond en piano), vakkundig ondersteund worden door Mike Griot (bas) en Denis Palatin (drums). Voor de finale komen de drie dames opdraven en zetten in met het gospel getinte "Somethings Got A Hold On Me", gevolgd door Dixon's klassieker "Whole Lotta Love", hier natuurlijk beter bekend in de versie van Led Zeppelin. Maar steeds met de uitblinkende Dani Wilde die even laat horen dat we ook in de blues te maken hebben met serieuze 'girl power'. In 2007 kreeg Ruf Records een erkenning van de Blues Foundation door het uitreiken van een "Keeping The Blues Alive" award. Het programma van de Blues Caravan Tour 2008 bewijst met deze DVD opnieuw dat deze muziek verder leeft en is dan ook zonder meer een aanrader voor elke rechtgeaarde bluesliefhebber.

WILLIE
CARMICHAEL
SERIOUS BUSINESS
Website
Contact
CD-Baby
“Serious
Business” is pas de tweede cd van Willie Carmichael, een toch niet meer
zo jonge singer-songwriter uit Oregon, USA. Hij draagt dit nieuwe werkstuk op
aan zijn vrouwtje Jeanie die de rol van inspiratiebron voor enkele liedjes voor
haar rekening neemt. Ook zijn debuutalbum “Whistling Past The Graveyard”
kreeg bij Rootstime al de nodige aandacht in het verleden. Willie Carmichael
kan ernstig zijn maar we hebben toch de indruk dat hij meestal grappend en grollend
door het leven gaat. Dat blijkt ondermeer uit enkele songs waarvoor hij inspiratie
vond bij “Spare Parts” (everybody’s got them, zegt hij op
het bijgevoegde infoblad), bij een label met wasinstructies in een kledingstuk
voor “Tumble Dry Low” en in de geschiedenisboeken voor “World
History 1965”, een jazzy song over de tijd dat Cleopatra over de Nijl
heerste en er ‘met haar gat wiebelde’. In andere liedjes komen ook
genres als folk, blues, country en zelfs gospel aan bod. In tegenstelling tot
zijn vorige plaat die vrij ernstige thema’s als de dood en het lijden
bezong koos Willie Carmichael er deze keer voor om wat lichtere thema’s
te bezingen. In “Friday Night On Maple Street” vertelt hij over
alles wat hij uit zijn raam ziet gebeuren op de straat: de activiteiten van
buren, kennissen, ongure types en zwervers. Maar daarna wordt het allemaal wat
vrolijker in de country-dijenkletser “A Better Day”, in “Got
To Go To Town” met een uitgebreide opsomming van het voorliggende boodschappenlijstje
en in zuivere Tom Waitsstijl brengt hij de blues in “Shanghaied”.
Ook de liefde of de problemen ermee komen aan bod in “How She Makes It
Home” en in “Orphaned By The Wind”. Ons favoriete nummer op
“Serious Business” staat echter helemaal achteraan op de cd met
het gospelgetinte liefdesliedje “Lucky At The Lost And Found”. Zelf
in zijn zelfgeschreven introductie op CD-Baby kan hij het grappen niet laten.
Hij stelt de lezers voor om snel één of nog liever tien stuks
van deze cd aan te schaffen want hij heeft er thuis nog een duizendtal exemplaren
van liggen en als die niet snel verkocht geraken zal hij genoodzaakt zijn om
met zijn gezin een aanval op de legkippen uit te moeten voeren om voor iets
te eten te zorgen. Als je als luisteraar en muziekliefhebber dus iets nuttigs
wil doen voor een goed doel of voor het dierenwelzijn weet je hiermee dus wat
je nu te doen staat. Willie Carmichael zal u eeuwig dankbaar zijn.
(valsam)

CHARLIE
SHAFTER BAND
17th AND CHICAGO
Website Myspace
Contact CDBaby
VIDEO 1 VIDEO
2
Een
jonge Texaanse band die zijn invloeden duidelijk haalt bij groten als Wallflowers
en Counting Crows. Na hun debuut" Orange", drie jaar geleden stonden
de verwachtingen hoog gespannen. Charlie Shafter heeft immers bewezen een goede
song te kunnen schrijven en zijn stem, die erg lijkt op die van Steve Earle
brengt deze songs met overtuiging. Dit samen met het feit dat het drietal ,
de bassist Clayton Freeman , drummer Joel Dreistadt en Adam Cline, tweede stem
& gitaar uitstekende muzikanten zijn.maakt dat de Charlie Shafter Band een
groepje is om rekening met te houden vanaf nu. De Lone Star state heeft er in
al zijn overvloed alweer een extra troef bij. Tekstueel zit het prima in mekaar
en songs die qua stijl soms herinneren aan Tom Petty, de net vernoemde Wallflowers,
en ja, soms zelfs Springsteen (California) maken dit een boeiende en intrigerende
tweede plaat. Nummers als "Tall Tale" en de mooie titelsong (met een
aparte, eigenzinnige gitaarsolo) zijn alleen al de aanschaf waard. Erg sterke
songs zijn verder "Velcro Shoes", met een knappe tekst en het rustige,
folky "Lately". maar veruit het prijsbeest op de cd is toch "Jesus
And James Dean", een song die in enkele zinnen de huidige wereld typeert
en die Charlie Shafter voor mij dadelijk tussen de groten plaats in het singer-songwriter/americana
hoekje. "Black Sky" en "Diamonds" zijn beiden ook uitstekende
composities. De cd besluit met het mijmerende "Medicine Man" , dat
een tweede hoogtepunt vormt. Weinig of geen zwakke momenten op deze "17th
and Chicago", een cd die hoge verwachtingen laat ontstaan naar hun derde
release, want daarmee zouden ze zich definitief in de Americana topliga kunnen
plaatsen. Wij houden ze in ieder geval in de gaten vanaf nu. (RON)

FORREST
MCDONALD
A DECADE OF BLUES
Website
Label: World Talent Records
VIDEO 1 VIDEO
2
Tot
mijn grote schaamte moet ik het toegeven, Forrest McDonald was tot op heden
een onbekende voor me. Nochtans is deze “A Decade Of Blues” die
de periode van 1997 tot vorig jaar belicht al zijn negentiende cd volgens zijn
discografie. Hij is dan ook al actief als muzikant vanaf 1964 toen hij met zijn
eerste band speelde: The Oxbow Incidents. In 1969 stapt hij over naar de Boston
Rock Symphony, waarna nog een aantal bands volgen als Silver, Platinum &
Gold, The Spies en 3D Bluesband, tot hij in 2004 the Forrest McDonald Band opricht.
Deze cd is een bloemlezing uit een aantal cd’s die gedurende de laatste
tien jaar gemaakt zijn en heeft onder meer een aantal nummers gezongen door
de fantastische Andrew Black die voor de vocals zorgde op de cd “Colorblind”.
Ook Roy Gaines, Raymond Victor en vrouwtje Kaylon McDonald, allemaal sterke
stemmen, nemen een aantal nummers voor hun rekening. En dan is er het voornaamste
natuurlijk, het gitaarwerk van Forrest, een gitarist die van alle markten thuis
is. Op deze lange cd, die achttien nummers beslaat krijgen we een uitgebreid
palet aan variaties binnen de blues te horen. Van Chicago blues tot Southern
rock, van Texaanse boogies tot meer Muscle Shoals getinte dingen. Dat laatste
is wat normaal want Forrest woonde een tijdje in Muscle Shoals en nam er op,
onder meer voor Bob Seger’s “Old Time Rock ‘n’ Roll”
een nummer dat op diens “Stranger In Town” cd terechtkwam. Enkele
van de hoogtepunten op deze cd zijn “Blues In The Basement”, met
naast het prachtige gitaarwerk van Forrest, die magistrale stem van Andrew Black,
die verder ook op “River Of Tears” schittert. “I Feel So Bad”,
“Mean Old World” en “Red Sunglasses” zijn allemaal verdere
hoogtepunten op deze meer dan uitstekende bluesplaat die tien jaar uit de carrière
van deze ondergewaardeerde bluesartiest belicht. Kende je ‘m ook nog niet,
dringend wat aan doen, bluesliefhebbers, want dit is een aanrader!
(RON)


KINGDOM
BROTHERS
SHINE A LIGHT
Website
Label: Groove Ready Records
Deze
bluesband, afkomstig uit St. Louis, is niet zomaar een gewone bluesband, ze
gebruiken namelijk de “devil’s music” om de boodschap uit
te dragen. Ze zijn daardoor van de weinige Christian bluesbands die er bestaan.
Je merkt het al als je hun cd ter hand neemt. Op de hoes staat een kerkgebouw,
en de titel liegt er ook niet om, “Shine A Light” luidt die namelijk.
Maar hun boodschap brengen ze wel op een allesbehalve saaie manier. Dit is echte
blues, enkel hun teksten wijzen in de richting van de hemel, en dan nog; buiten
de titelsong en het daarop volgende “Testify” duidt nergens nog
iets op preken of sermoenen. Covers als “Cissy Strut” (Meters) en
“You was Wrong”, de prachtige Z.Z Hill soul song en Stevie Wonders
“Higher Ground” bijvoorbeeld. Dit alles, aangevuld met een paar
traditionals maken de rest van de tien songs tellende cd uit. De stem van Tom
Wilson, de lead vocalist, die achttien jaar de “Benders” aanvoerde,
is sterk en soulvol. Ron Roskowske, de gitarist, is ook van alle markten thuis:
jarenlang gitarist bij de band Soul Bone en daarvoor nog langer bij de Macks
Creek Band, een groep die opende voor menige Southern rock act, zoals Greg Allman,
Grinderswitch, Outlaws en Pure Prearie League. Manusje van alles Bob Walther
is de bassist, manager en sound engineer van de Kingdom Brothers. Naast deze
drie hoofdpionnen bestaat de band verder nog uit JR Payne, de jonge drummer,
de zanger en keyboardspeler Stan Gill en de tweede zanger/gitarist Chris Shepherd.
Na de sterke titelsong, waarmee de Kingdom Brothers openen, is “Testify”
met Chris Shepherd op het voorplan aan de beurt en hij toont dat hij zowel als
vocalist en gitarist zijn mannetje meer dan kan staan. Met een gitaargeluid
dat soms aan Santana doet denken, maakt hij van deze song een modern klinkende,
wat poppy bluessong, de hammond van Stan Gill verhoogt dat Santana gehalte nog
meer. De bekende bluestraditional “Blind Man” krijgt ook een gedegen,
moderne uitvoering. De door Sheperd zelf geschreven song “Bad Love”
is nog een demonstratie van zijn door Santana geïnspireerd gitaarwerk,
terwijl “Higher Ground” van Stevie Wonder de gelegenheid geeft aan
gitarist Roskowske om zijn zuiderse slideklanken te demonstreren. In “Turn
Around”, een song waarvoor de ganse band tekende, zitten ook wat Southern
rock invloeden. “You Was Wrong” van ZZ Hill is gebaseerd op de versie
van Freddie King uit zijn “Texas Canonball” cd, nog steeds een van
mijn favoriete bluesplaten. De stem en gitaar van Chris Shepherd gaan nog een
goed loos in “Feel Like Crying”, een song die hij zelf ook schreef.
De zuiderse slidegeluiden, samen met soulvolle vocals van Tom, herinnerend aan
Terry Evans stem, geven aan “Ain’t Nobody’s Fault But Mine”
een sfeer en geluid dat we gewoon waren van Ry Cooder’s beste opnames,
zonder twijfel ook de beste song van deze schijf. De instrumentale New Orleans
klassieker van de Meters “Cissy Strut” krijgt hier een echt Allman
Brothers geluid mee, en besluit zo deze “Shine A Light” van de Kingdom
Brothers op meer dan overtuigende wijze. Je zou je voor minder bekeren. Halleluja!
(RON)