JANUARI 2008 - FEBRUARI 2008 - MAART 2008 - APRIL 2008
MEI 2008 - JUNI 2008 - JULI 2008 - AUGUSTUS 2008
HARRY MANX & FRIENDS - LIVE AT THE GLENN GOULD STUDIO
MARYBETH D’AMICO - HEAVEN, HELL, SIN & REDEMPTION
JOHNNY RAWLS - RED CADILLAC
DIGNEY FIGNUS - TALK OF THE TOWN
CHRISTENE LEDOUX - DUST ‘N’ BRANCHES – Songs From A Wanderer
T.J SULLIVAN - THELONIUS JAMES PRESENTS THE SUNLAND CHRONICLES
BRIAN McDERMOTT - DEEP
GIANT SAND - proVISIONS
BILLY T BAND - A LITTLE MIXED UP
BAD NEWS BLUES BAND - LIVE AT HOT LICKS

HARRY
MANX & FRIENDS
LIVE AT THE GLENN GOULD STUDIO
Website Myspace
Label: Dog My Cat
CDBaby
Voor
de avontuurlijke en leergierige Harry Manx was Canada al vlug te klein. Geboren
op het eiland ‘Man’, maar opgegroeid in Canada, verlegde hij zijn
horizonten naar Japan, Brazilië en naar India. Vooral de cultuur en de
mystieke muziek van India trokken hem aan. In India koos hij musicus Vishwa
Mohan Bhatt een tijdlang als zijn leermeester, waarna hij zich geroepen voelde
om in zijn nieuwe albums de Oosterse muziek in de Westerse te integreren. Uitgerust
met het zelfgebouwde instrument Mohan Veena, een exotische combinatie van gitaar
en sitar, leunden zijn composities meer aan bij het fusiegenre, waar Westerse
invloeden elkaar met Indische raga vermengen. Ook in deze Live opname, opgenomen
in ‘The Glenn Gould’ Studio, bouwt Harry Manx met warme stem een
feeërieke brug tussen West en Oost. Zijn Amerikaanse roots bleef hij trouw,
want het bluesy geheel van harmonica, banjo en gitaren vormt de vage structuur
waarin hij de uitheemse invloeden verwerkt. Op vier van de acht songs zingt
Samidha Joglekar haar etherische zanglijnen, bij wijlen als een mantra. Zij
wordt daarbij ondersteund door de tablas van Ravi Naimpally. Voor de westerse
invalshoek zorgen enkele gereputeerde instrumentalisten die met gitaar, harmonica,
mandoline of contrabas een aparte sfeer creëren. Steve Marriner voegt met
zijn harmonica een extradimensie toe aan de oeroude traditional ‘Take
This Hammer’. Veelzijdig gitarist Kevin Breit begeleidt afwisselend met
gitaar en mandoline en de allround bassist George Koller voelt de stemming goed
aan en stemt zich daar briljant op af. De spanningsboog tussen Oost en West
wordt echter gedragen door Harry Manx zelf, die met inventieve arrangementen,
zes-snarige gitaar, banjo en ‘Mohan veena’ die unieke sound weet
te ontlokken, die inmiddels al de ‘Manx’ school mag worden genoemd.
Want waar andere bluesmannen het mondiale meer in Afrika gaan zoeken, doet Manx
dat in het spirituele India. Of Manx nu een song van Jimi Hendrix of van Muddy
Waters uitkiest, hij transformeert deze tot iets geheel eigens. Zelf schrijft
hij ook visuele bluesy songs, want in het nostalgische ‘Single Spark’
gaat de beeldtaal harmonisch op in de melodie. In het allermooiste tot het laatst
bewaarde ‘Tijuana’ van J.J Cale stroomt alle energie naar een synthese
toe, waarbij vooral de opzwepende strijkstok met driftige baslijnen van George
Koller aanstekelijk werkt. Ook het applaudisserend publiek in de Studio weet
dit blijkbaar te waarderen. Wanneer Samidha’s invallende sensuele zang
zich verstrengelt met de gepassioneerde zang van Harry groeit dit uit in een
climax. Dit nieuw album is niet direct te rubriceren onder wereldmuziek, maar
als een multiculturele mengvorm waarin Westerse innovatieve blues en Indische
muzikale traditie elkaar met open geest omhelzen.
Marcie

MARYBETH
D’AMICO
HEAVEN, HELL, SIN & REDEMPTION
Website Myspace
Contact CD-Baby
“Een
zangeres die niet lang meer onopgemerkt kan blijven in de Americana-scène”
schreef Rootstime naar aanleiding van het verschijnen van de vorige plaat -
de ep getiteld “Waiting To Fly” - van de in München, Duitsland
woonachtige Amerikaanse singer-songwriter Marybeth D’Amico. Vele positieve
recensies later verscheen nu een eerste full-cd van deze getalenteerde dame
onder de titel “Heaven, Hell, Sin & Redemption”. In 2002 was
zij nog een journaliste die net haar job als uitgeefster verloren had bij een
in Nederland gevestigde magazine. Als moeder van twee kinderen werd ze plots
huisvrouw en vond ze wat tijd om zich toe te leggen op haar hobby als liedjesschrijfster.
Op haar eerste volledige album staan tien helemaal zelfgepende liedjes in een
mix van modieuze pop, country en folk. Zij heeft zich als nobel streefdoel gesteld
om songs te brengen in de stijl van Patty Griffin, Shawn Colvin en Lucinda Williams
en slaagt daar wonderwel vrij goed in. Nummers als “Back On My Feet”
en “A Love Story” sluiten perfect aan bij het werk dat we van deze
vermelde artiesten kennen. De liedjes gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen
zoals liefde, ontrouw, lust en hoop maar ze hebben meestal toch steeds een positieve
ondertoon. De vlotte popmelodieën zijn de laatste schakel in de ketting
die er voor zorgen dat je gemakkelijk kan gaan mee neuriën met de liedjes
op deze cd. Enkele door ons geselecteerde favorieten ter afsluiting: “Nothing
Without You”, ”A Love Story”, “Ohio”, “Broken
Dreams”, het rustige “Every Week”, het folky “The Journey”
met prachtig vioolwerk door Richard Bowden en “Where I Lay My Baby Down”.
Marybeth D’Amico brengt op haar eerste full-album melodieuze melancholie
zoals je tegenwoordig veel te weinig hoort op de radio.
(valsam)

JOHNNY
RAWLS
RED CADILLAC
Website Contact
Label: Deep South Soul
Johnny
Rawls maakt echte soul-blues, geen nieuw genre, velen deden het hem al voor
natuurlijk. Hij is en blijft echter een van de top artiesten van dit zijstraatje
van de blues. Hij leerde het vak dan ook bij de allergrootsten. Zo was hij van
1974 tot 1980, het jaar van diens dood, de gitarist van O.V Wright, die volgens
mij, samen met Otis Redding, de beste soulzanger aller tijden was, men noemt
hem wel eens “The man with the tear in his voice”. Johnny was niet
alleen zijn gitarist, maar ook zijn beste vriend. Hij leerde veel van hem. Johnny
toerde ook met Z.Z Hill, Joe Tex en Little Johnny Taylor. Hij had dus de allerbeste
leerschool wat betreft soul vocals. En dat hoor je natuurlijk. Je zou zijn stem
het best kunnen vergelijken met die van Swamp Dog. Op zijn nieuwste “Red
Cadillac” demonstreert hij zijn kunnen opnieuw. De titelsong waarmee de
cd ook opent is meteen een schot in de roos Met zijn soulvolle stem en de sterke
backing van zijn band “The Rays” levert hij emotioneel intense songs
af. Soms met voor zijn genre verrassende elementen , zoals in het wat zydeco
getinte “Mississippi Barbecue” voorzien van zuiderse accordeon.
Het heerlijke “Can I Get It” heeft trekjes van de echte soulgroten
als Otis Clay en Deadric Malone. De shuffle “American Blues” of
“I Wan’t To Thank You” een sterke, van blazers voorziene love-ballad,
Johnny Rawls kan het allemaal aan. Hij is een van die zangers waarbij de ”soul”
zo van de stembanden druipt. Vooral in de gevoelige, langzame songs, zoals in
“Sure Must Be Love” komt dit tot uiting. Hij zet de traditie van
Southern soul grootheden als Eddie Floyd en Rufus Thomas verder en geeft ze
een nieuwe injectie met wat puurdere blues elementen. Na “No Boundaries”
levert hij met deze “Red Cadillac” weer topkwaliteit, en verstevigd
zijn naam als een van de meest soulvolle stemmen in de huidige bluesscène.
(RON)

DIGNEY
FIGNUS
TALK OF THE TOWN
Website Contact
CDBaby
Johnnie
Boudreaux," the man too good looking for his own good" leerden we
kennen op de debuutcd: "Trouble On The Levee". Zijn verhaal gaat verder
op deze "Talk Of The Town". Hij gaat naar New Orleans of zijn zoon
te redden van de dood met de strop. De voorganger "Trouble on the Levee"
ging over een fictieve ramp die lange tijd voor Katrina plaatshad in New Orleans,
namelijk in 1927 al, en vertelt het verhaal dat de dijken braken. De cd werd
opgenomen in 2004 en verscheen in mei 2005, maar enkele maanden later werd de
fictie spijtig genoeg realiteit. Zoals op die voorganger heeft Digney Fignus,
singer songwriter uit Boston opnieuw hulp van wereldberoemde drummer Dave Mattacks
(Fairport Convention, Jethro Tull, Paul McCartney). Net als in deel één
is het tweede cedeetje voorzien van een 12 bladzijden lang verhaal in een bijbehorend
boekje. Ook de cover-art, een schilderij van een vriend is mooi. Maar we zitten
hier natuurlijk om de muziek te beoordelen, en die is mooi. Fignus brengt een
twaalftal songs die gedrenkt zijn in een heerlijk New Orleans sausje met extra
veel mandoline, gespeeld door Digney zelf. "No Worry For The Berry"
is een vrolijk aandoend nummer met veel cajun invloeden, dat je bijna aanzet
tot meezingen met het simpele refrein. De pedal steelgitaar en het pure country
ritme van "What Kind Of Fool" roepen herinneringen op aan George Jones,
Jimmy Buffett en vroege Elvis nummers. Raar als je bedenkt dat Digney uit het
New Wave milieu afkomstig is vooralleer hij het roer volledig omgooide en de
roots/americana richting uitging. "Do The Walk" is het nummer wat
mij het meest bevalt, met een relaxte slide gitaar en een ouderwets klinkend
vox orgeltje komen herinneringen aan Augie Myers en Doug Sahm voor de geest.
Heerlijke song. Het folky singer songwriter stijltje in "Talk Of The Town"
of de echte New Orleans ritmes van "Party Down In Hell", elke song
brengt wat anders. Die diversiteit zorgt ervoor dat het geheel boeiend blijft.
Het rustige, gevoelige en van een mooie mandolinepassage voorziene nummer "All
For Love" is reeds vanaf de tweede beluistering een song die zich van je
meester maakt, want Digney is iemand die zijn songs via sterke "hooks"
in je geheugen plant. Bovendien beschikt hij over een prachtstem, die de vele
genres die hij binnen deze cd aanpakt perfect aankan. Het grappige "The
Girls Gone Ga-Ga" en de rustige ballade "You And I" zijn daar
nog eens een paar voorbeelden van. Digney Fignus heeft met deze "Talk Of
The Town" chapter two van zijn "Cajun Opera" uitgebracht. We
wachten al op chapter three!
(RON)

CHRISTENE
LEDOUX
DUST ‘N’ BRANCHES – Songs From A Wanderer
Website Myspace
Contact
Label : Little Pumpkin Music
Distr. : Hemifran
CD-Baby
Americana,
folk, country en rootsmuziek van een dame met een Franse naam Christine LeDoux,
opgenomen in het Oostenrijkse Tirolerdorp Innsbruck waar ze momenteel woont
met haar man Helmut en in het mekka van de Americana Austin, Texas. Het album
“Dust ‘n’ Branches – Songs From A Wanderer” is
de opvolger voor de cd “Little Lighthouse” uit 2003 van deze dame
met een stem als een klok. Persvergelijkingen met Eva Cassidy, Olivia Newton-John,
Nanci Griffith, Shawn Colvin en Aimee Mann zijn allemaal aanvaardbaar maar bovenal
is Christene LeDoux zichzelf en beschikt ze over een herkenbaar eigen geluid
en een warm en parelzuiver stemgeluid. De nieuwste plaat werd opgebouwd rond
tien eigen nummers en een uittekende coverversie van “Honey’d Out”
dat we kennen van Kris Delmhorst. Troubadourachtige verhalen gezongen op typisch
Texaanse melodieën met de akoestische gitaar als voornaamste instrument
maar met subtiel toegevoegde accordeonklanken in “Wanderin’”.
Christine LeDoux schrijft ook knappe teksten waarin ze beelden schildert en
haar overpeinzingen ventileert. Liedjes als “For My Roses” en “Dear
Mr. President” nodigen de luisteraar uit tot nadenken over de dingen des
levens. Zelf is ze zeer sociaal geëngageerd en strijdt ze voor diverse
goede doelen. Samen met producer Mark Hallman - die ook met o.a. Shawn Colvin,
Carole King en Ani DiFranco samenwerkte en voor dit album zowat alle instrumenten
inspeelde - trok Christine LeDoux in Texas gedurende amper zes dagen de studio
in om dit album af te werken. Toch kunnen wij ons niet van de indruk ontdoen
dat er een veel langere periode is heengegaan over het schrijven en het op dit
kwaliteitsniveau brengen van de liedjes op dit album. De maturiteit die uit
de arrangementen en de teksten voort vloeit getuigt van de oprechtheid die de
zangeres in haar nummers wil laten reflecteren. Voor de song “Dear Mr.
President” zorgt die andere artieste uit Austin Eliza Gilkyson voor extra
vocale ondersteuning. George W. Bush zal niet zo vereerd zijn met de woorden
in deze song: “please don’t speak in my name, don’t use my
face in the picture you paint of America”. En dat zij haar vrienden wel
in het goede milieu weet te vinden bewijst het feit dat de bekende Texaanse
artiest en muzikant Tom Russell het schilderij op de cd-cover voor zijn rekening
nam. Nog enkele andere favoriete tracks op dit album ter afsluiting: “Tumbleweed”,
“Angel You’ve Come Too Soon”, “Whiskey Night”,
de countryballad “Open Wound” en cd-afsluiter “Just When You
Think”, een uiterst intiem en gevoelig duet met co-auteur Henning Kvitnes.
Eenvoud maakt pracht. “Dust ‘n’ Branches” is vooral
aan te bevelen bij de liefhebbers van goede “female Americana”.
(valsam)

T.J
SULLIVAN
THELONIUS JAMES PRESENTS THE SUNLAND CHRONICLES
Website Myspace
CDBaby VIDEO
1 VIDEO
2
Sunland
California, daar een cd kunnen opnemen, de naam alleen al.. Heel wat anders
dan hier onder die Belgische grijze wolken. Thelonius James woont in Burbank
en nam in Echo Park, Californië deze cd op. Ze staat vol met songs over
geluk en wanhoop, en gaan over vrienden en buren, aldus Thelonius zelf. De cd
opent met "Step On The Gas" een nummer dat zo uit de cd "Jimmy
Reed's Highway" van Jimmy Vaughan en Omar Dykes kon geplukt zijn, want
deze song heeft een zeer hoog Jimmy Reed gehalte. Gastgitarist Johnny Williamson
(samen met Sullivan ooit in de Superstitions) speelt er de hoofdrol in en maakt
er dadelijk een voltreffer van, een van beste songs uit deze 16 nummers lange
cd, boordevol gestouwd met heerlijk blues en jazz tunes met een heerlijk nostalgisch
geluid. Die prachtig ouderwetse sound en de romige stem vol gevoel heeft T.J
gemeen met iemand waarvan we nog maar pas ook een nieuw werkstuk mochten beoordelen,
namelijk Duke Robillard. T.J' s manier om zijn jazzy blues te brengen vertoont
hiermee veel gelijkenis. Neem nu het humorvolle "Chicken Pie", een
lofsong over zijn vriendin, met lachende wah wah trompetjes, die het geheel
‘n jaren veertig gevoel meegeven. Hijzelf zegt dat het nummer geïnspireerd
werd door "The swing in my baby's backyard..." Heb je 'm? "More
Than A Fool" een rockin' blues à la Thunderbirds zou dan weer gaan
over een buurman, je merkt het, T.J houdt van een grapje. Het vintage gevoel
zit overal, want "You Give Me Hope" is een lekker ouderwetse love
ballad met hulp van Terry Evans op backing vocals, een prachtnummer. De wah
wah trompetjes komen terug voor "With You" en "Nothin' Matters"
met opnieuw grote overeenkomsten met de sound van Duke Robillard. Het swingende
"The Blues Is Like A Ballgame" is alweer een volgend hoogtepunt: een
super Hammond orgeltje, weer die soepele, authentiek klinkende jaren vijftig
stem..heerlijk. Super ontspannen klinkt daarna "Stuck In The Mud Blues",
die Dobro Duolin, die stem.. genieten geblazen. "Charlies Wild Ride"
wat een aanvankelijk beheerste gitaarinstrumental lijkt heeft echter zijn naam
niet gestolen, want halverwege ontspoort 't ding en eindigt in complete chaos
met fuzz en feedback. Nog wat jazzy swing in "(Wish I Could Say) It Was
Fun" met een knappe ingetogen gitaarsolo halverwege.. daarna wat Delta
blues in "Just To Get To You Tonight", vooraleer "Extra Jimmies"
de gitaar instrumental bekend van Jimmy Vaughan de gitaren van T.J en Johnny
Williamson laat duelleren. Afsluiten doet T.J Sullivan met een korte reprise
op accordeon van "With You". Deze "SunLand Chronicles" hebben
hier dan toch ten minste voor een uurtje het zonnetje laten schijnen, ondanks
die verdomde grijze wolken. Dank je, T.J!
(RON)

BRIAN
McDERMOTT
DEEP
Website Myspace
CDBaby
Een
goede motivatie voor vele knapen om gitaar te leren spelen is ongetwijfeld om
indruk te maken op de meisjes. Bij Brian McDermott lag dat even anders. Hij
was drummer van origine en speelde in verschillende bands in Chicago vooraleer
hij naar de gitaar greep die hij gekocht had voor zijn ex-vriendin. Hij voelde
dadelijk een band met dit instrument en na intensief oefenen begon hij eigen
nummers te schrijven waarvan we vandaag het resultaat mogen beluisteren op zijn
eerste album Deep. Het is een veelzijdige plaat geworden met een mix van singer-songwriter
materiaal, blues, americana en zelfs rock en soul. Voor wie een fan is van het
uitpluizen van lyrics is het wel geen sinecure om de teksten van de verschillende
songs, waarvan de woorden allemaal in alfabetische volgorde aan elkaar op één
blad geschreven zijn, uit te vlooien. Misschien een origineel idee, maar het
doel hiervan ontgaat me volledig, tenzij het als grap bedoeld is. Zin voor humor
heeft McDermott wel, want naast de mooie cover art van Reed Rische, prijkt een
foto van hem en zijn zoontje die samen een plasje maken in de vrije natuur,
naast een toiletcabine. Een mooie herinnering voor later. Brian McDermott kan
wel uit de voeten op gitaar, maar voor de moeilijke stukken heeft hij de hulp
gekregen van gitarist David Nekola. Die mag al dadelijk in de opener zijn kunsten
bewijzen in de weemoedige bluesode aan “Suzanna”, waar Brian heen
en weer wordt gesleurd door gevoelens van liefde en medelijden met een meisje
dat veel te goed is voor hem. In “The Things I Wouldn’t Do For You”
wordt het vlug zoeken naar onze Stetson en cowboyboots om dan tafels en stoelen
aan de kant te schuiven voor een dansje op deze opgewekte countrytonen. Voor
nummer drie “Deep Sleep” wordt de electrische gitaar omgegord en
kan Brian dan weer doorgaan voor een rockende Jack Johnson met een song doorweven
van moderne arrangementen. Alsof hij wil bewijzen dat hij alle stijlen aankan
komt de singer-songwriter in McDermott boven in het aangrijpende “Let
It Go”. Zijn sterkste nummers zijn echter “Goin’ Down”
en “Walk With Me”die zo van de Graceland cd van Paul Simon zouden
geplukt kunnen zijn en voorzien zijn van datzelfde opgewekte afro-ritme met
volop percussie en een geniale gitaarbegeleiding van David Nekola. “The
Run Around” heeft dan weer een heel jazzy en funky tune, met mooie gitaar-
en harmonische zangpartijen. Een man als een Brian McDermott heeft zeker een
toekomst, maar hij is duidelijk nog op zoek naar de muzikale richting die hij
uitwil. Dit schijfje biedt een mix van degelijke nummers in heel uiteenlopende
stijlen. Het zullen wel songs zijn die de talentvolle McDermott door de jaren
heen in verschillende periodes geschreven heeft. We zijn benieuwd naar de opvolger,
maar ik raad hem toch aan zich meer toe te leggen op één bepaalde
muzikale richting. Deze man moet dat kunnen na wat hij op zijn debuut aan kwaliteiten
heeft getoond : een tof en zeer afwisselend album.
Blowfish

GIANT
SAND
proVISIONS
Website Myspace
Contact
Label : Yep Roc Records
Distr. : Munich Records
We
zagen Howe Gelb onlangs nog in het voorprogramma van Willard Grant Conspiracy
in Gent. De man leek ons toen een beetje over zijn hoogtepunt heen te zijn.
We wisten toen echter nog niet dat hij in het Hoge Noorden hard werkte aan een
nieuwe cd, een waardige opvolger voor de zeer bejubelde en succesrijke gospelplaat
“Giant Sand Is All Over …The Map”. Het resultaat van deze
noeste arbeid ligt nu in onze cd-speler en heet “proVISIONS”. De
in Tucson, Arizona residerende Howe Gelb heeft vier jaar na de vorige plaat
opnieuw een knap meesterwerkje afgeleverd met 13 typische Giant Sand-songs.
Voor het zangwerk heeft hij voor wat afwisseling gezorgd door naast zijn eigen
grommende stem ook het engelengezang van Isobel Campbell, Neko Case en M. Ward
op deze plaat te zetten. Hierdoor is de variatie tussen de nummers wat groter
en gaat deze cd nergens aanleiding geven tot verveling of eentonigheid. Giant
Sand (oorspronkelijk ‘Giant Sandworms’ geheten) is door de voorbije
decennia heen de kweekvijver geweest voor meerdere succesvolle bands als Calexico,
The Band Of Blacky Ranchette, OP8 en The Friends Of Dean Martinez die allen
in hetzelfde genre mettertijd hun eigen weg hebben ontwikkeld. Met drie Deense
muzikanten (Thoger T. Lund, Peter Dombernowsky en Anders Pedersen) speelde Howe
Gelb de nummers eerst in een Deense studio in waarna hij de finale afwerking
in Tucson deed en er ook de zangpartijen aan toevoegde. Deze zweverige en lome
lo-fi spaghetti-westernmuziek geënt op countryklanken met bijna ingesproken
en soms cynische songteksten is het handelsmerk van deze sympathieke en grappige
gozer die zijn publiek bijzonder aangenaam weet te vermaken bij live optredens.
Het album “proVISIONS” start met een schitterende ballad “Stranded
Pearl” die door Isobel Campbell en Howe Gelb op prachtige wijze gezongen
wordt. De muzikale basis van de meeste songs bestaat uit gitaar- of pianoklanken
en monotone, jazzy drumbeats. Muzikaal wonderkind M. Ward draagt zijn steentje
bij aan de song “Can Do” en Neko Case helpt Howe Gelb vocaal op
schitterende wijze in het nummer “Without A Word”. Verder nog lekkere
laid back-tunes waar je als luisteraar enkel maar vrolijk kan bij worden. Als
sfeermakers kunnen songs als “Out There”, “The Desperate Kingdom
Of Love” (een song van PJ Harvey), “Increment Of Love” en
het o zo gevoelige “Spiral” vele malen door de speakers gestuurd
worden. In die laatste song krijgen we een filosofische Howe Gelb te horen die
een tekst zingt als “there’s a lot of people out there having a
hard time tonight, among the whispers of revolution and shouts of hang on tight,
a lot of crippled hearts out there, some will never mend”. Mooie en pijnlijke
momenten in het liefdesleven kunnen beiden aan bod komen in de songs van Giant
Sand en vrolijkheid wordt constant afgewisseld met somberheid, verdriet en pijn.
“Pitch And Sway” krijgt zelf een politiek tintje mee en cd-afsluiter
“Well Enough Alone” adviseert de luisteraar om attent te blijven
voor het dreigende gevaar in deze maatschappij. Twee songs hadden beter niet
op deze cd gestaan wegens te afwijkend van de rest en te experimenteel: “Saturated
Beyond Repair” en het lawaaierige “World’s End State Park
(Wordless)”. Maar elke cd-speler heeft tegenwoordig ook een skip-toets,
dus “proVISIONS” kan je toch zo kopen.
(valsam)
Giant Sand LIVE
HANDELSBEURS GENT - 06 december 2008

BILLY
T BAND
A LITTLE MIXED UP
Website
Label: BIG H records
CDBaby
Bill
Troiani komt uit New York, maar woont nu in Oslo en toert regelmatig met de
gitaarkoning uit Noorwegen, Vidar Busk en met Rick Holmstrom en Alex Shultz
als hun bassist. Hij heeft echter ook zijn eigen uitstekende band, the Billy
T. Band. Op zijn nieuwe cd covert hij weinig bekende juweeltjes van de Amerikaanse
muziekgeschiedenis. "Groovin" van Felix Cavalieri (Young Rascals)
is er zowat het bekendste van, en het werd meteen een zeer mooie cover van dit
nummer. Tommy Ridgley's "My Ordinary Girl" in New Orleans ritmes is
ook een prachtsong . De oude rockabilly song "Buzz, Buzz, Buzz" is
dan weer heel andere koek, uiterst authentiek gebracht in jaren vijftig stijl,
net als die andere rocker "Lipstick, Powder & Paint" van Jess
Stone, bij ons bekend gemaakt door Shakin Stevens, deze versie brengt ons echter
zoveel meer. Sonny Burgess "Lover's Rock" heeft bijna dezelfde impact
dan de versie van de Paladins op hun debuut. De mooie gitaarsolo geeft deze
versie ook wat extra kracht. Billy Troiani is een uitstekende basgitarist en
kan op vocaal gebied ook best zijn mannetje staan. Deze sterke cd met een mooi
uitgebalanceerde mix van rock, blues en zelf wat jazzy songs (vandaar dus de
titel) is de aanschaf daardoor meer dan waard. De afsluiter "Oscar's Bounce"
is een van die jazzy momenten. Een mooie hammondpartij van Iver Olav Erstad
gecombineerd met unisono gitaarwerk maken van deze compositie van gitarist Fredrick
Johannessen een aparte, aangename instrumental in een wat Booker-T achtige stijl.
Hoogtepunt van de cd blijkt echter een eigen compositie van Troiani te zijn,
namelijk de rockende bluessong "Can't Be Good". Covers van Doc Pomus
"Boogie Woogie Country Girl" en Sir Mack Rice "Love Sickness"
dikken het bluesgehalte van deze release nog extra aan. Neen, er valt weinig
op aan te merken, op deze "A Little Mixed Up" van Billy T.Band. He
mixed it up the right way!
(RON)

BAD
NEWS BLUES BAND
LIVE AT HOT LICKS
Website Myspace
Contact CDBaby
Voor
hun vijfde cd kozen de Bad News Blues Band voor een live cd en dan nog meteen
voor een dubbele. Oprichter en gitarist van deze band is Johnny "Guitar"
Blommer uit Tucson Arizona, die tevens voor de productie zorgde. Natuurlijk
passeren enkele hoogtepunten van hun vorige cd's ."Cruisin For A Bluesin",
Still Cadillacin", "Bad News Indeed" en "Knockout"
de revue, maar een cd van deze dubbele live opname bevat nieuw materiaal. Dankzij
de blazers Alex Flores en Carla Brownlee op sax heeft de Bad News Blues Band
een funk en soulinslag bovenop zijn bluesy basis. Maar ook een Mexicaanse traditional
als " Para Donda Vas" schuwen ze niet zodat je je even op een Los
Lobos concert waant. Hoofdzaak blijft echter de pure blues in al zijn gedaantes,
of het nu een gevoelige slow blues als "Got A Lot Of Drinkin' To Do"
prachtig gezongen door saxofoniste Carla of de shuffle "Days Of Old",
steeds klinkt het professioneel en afgewerkt. Dit is een band die het klappen
van de zweep kent, dit draait niet vierkant zoals we wel eens meemaken, maar
rond, als een goed geoliede muziekmachine. Een song als "Don't Look Up"
heeft met zijn blazers, dat echte Muscle Shoals/Stax geluid in zich en zorgt
zo voor de nodige afwisseling, die zulke live bluesrecordings wel nodig hebben
om boeiend te blijven. Johnny's stemgeluid is bovendien uitstekend voor dit
soulvolle werk. Uiterst origineel is de korte versie van "Walk The Dog"
met een echte ritmisch meeblaffende hond Mikey, het nummer kreeg de naam "Mikey
For Mayor". Op de tweede cd die de oudere songs bevat, onthouden we vooral
de lekkere shuffle "Nobody Understands Me", met sterke ondersteuning
van beide saxofonisten. Johnny Guitar Blommer kon natuurlijk niet anders dan
naamgenoot Watson's "Ganster Of Love" coveren, en dit is wel een erg
sterke versie, de studioversie stond op hun cd "Still Cadillacin".
Verder zijn "Make up your Mind" en de Texaanse boogie "Austin
Bound" meer dan de moeite. Ouderwets klinkende swing horen we dan weer
in "Hard Liquor" of de pure blues in "Mean Old Life". Hun
voorliefde voor de Texaanse blues komt daarna nog een keer boven in "Texas",
een waar loflied aan de Lone Star State. Ze waren dan ook lang de Texaanse meestergitarist
Long John Hunter's begeleidingsband. De slide liefhebbers krijgen dan in de
afsluiter "Johnny's Boogie" nog even te horen dat ook hierin Johnny
"Guitar" Blommer van wanten weet, een snelle instrumentale boogie
laat de gensters uit de snaren slaan. "Live At Hot Licks" toont ons
wat voor een prima live band deze jongens (en meisje) wel zijn. So, it's good
news when the Bad News Blues Band comes to town!
(RON)